Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Reglement NWO 2002
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
1. Inleiding
Artikel 1.1. - Begripsbepalingen
Artikel 1.2. - De organisatie
2. Het Algemeen Bestuur
Artikel 2.1. - Taken en bevoegdheden
Artikel 2.2. - Vergaderingen van het Algemeen Bestuur
Artikel 2.3. - Secretaris van het Algemeen Bestuur
3. De gebiedsbesturen
Artikel 3.1. - Gebiedsindeling
Artikel 3.2. - Verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de gebiedsbesturen
Artikel 3.3. - Volmacht
Artikel 3.4. - Samenstelling en werkwijze van een gebiedsbestuur
3A. Aansturingsorganen voor bepaalde tijd
Artikel 3A.1. - Instelling en taak
Artikel 3A.2. - Verhouding aansturingsorgaan tot de gebiedsbesturen
4. Onderzoeksorganisaties
Artikel 4.1. - Instelling en taken
Artikel 4.2. - Nadere regeling
5. De technologiestichting STW
Artikel 5.1. - De eigen positie van de STW
Artikel 5.2. - De relatie van het gebiedsbestuur TW tot de STW
Artikel 5.3. - De positie van de directeur van de STW
Artikel 5.4. - Taakafbakening kennishandel
6. De commissies
Artikel 6.1. - Commissies, instelling en taak
Artikel 6.2. - Commissies met beslissingsbevoegdheid
7. De begroting
Artikel 7.1. - Gebiedsbegrotingen
Artikel 7.2. - Begroting onderzoeksinstituten
Artikel 7.3. - Consolidatie
8. Jaarverslag en jaarrekening
Artikel 8.1. - Verslag en jaarrekening gebieden
Artikel 8.2. - Instituutsverslag en rekening
Artikel 8.3. - Consolidatie
9. Communicatie
Artikel 9.1. - Algemeen
Artikel 9.2. - Overleg met de gebiedsbesturen
10. Bezwaar en beroep
Artikel 10.1. - Nadere regels
11. Openbaarheid van bestuur
Artikel 11.1. - Vergaderingen
12. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 12.1. - Intrekking reglement
Artikel 12.2. - Nieuwe typen bestuursorganen
Artikel 12.3. - Algemene voorziening
Artikel 12.4. - Aanwijzing onderzoeksorganisaties
Artikel 12.5. - Citeertitel en inwerkingtreding
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken
Let op. Deze wet is vervallen op 28 februari 2017. U leest nu de tekst die gold op 27 februari 2017.

Reglement NWO 2002

Reglement NWO 2002
1.
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. de wet
de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (Stb. 1987, nr. 369);
b. de organisatie
de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek als genoemd in artikel 2 van de wet;
c. onderzoeksorganisatie
een organisatie als bedoeld in artikel 15 van de wet;
d. de minister
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
e. gebiedsbestuur
een gebiedsbestuur als genoemd in artikel 9 van de wet;
f. gebied
een wetenschapsgebied waarvoor een gebiedsbestuur is ingesteld;
g. de algemeen directeur
de algemeen directeur zoals genoemd in artikel 8 van de wet.
Artikel 1.2. - De organisatie
De organisatie bestaat uit het Algemeen Bestuur, de gebiedsbesturen, aansturingsorganen voor bepaalde tijd, de onderzoeksorganisaties, de Technologiestichting STW, de adviesraden, de commissies en de algemeen directeur.
1.
Het Algemeen Bestuur draagt bij de opstelling van het instellingsplan als genoemd in artikel 18 van de wet zorg voor betrokkenheid van de gebiedsbesturen. Het Algemeen Bestuur stelt de gebiedsbesturen in de gelegenheid hiervoor voorstellen in te brengen.
2.
Het Algemeen Bestuur evalueert in samenspraak met de gebiedsbesturen periodiek de verschillende subsidie-instrumenten en de verschillende onderdelen van de organisatie en verwerkt de resultaten hiervan in het beleid.
3.
Het Algemeen Bestuur treft voorzieningen ter uitvoering van de besluiten van gebiedsbesturen omtrent toewijzing van middelen.
4.
Het Algemeen Bestuur kan besluiten dat het toewijzen van bepaalde middelen gebeurt door hemzelf of, namens hem, door een door hem in te stellen commissie, orgaan, onderzoeksorganisatie of aangestelde functionaris.
5.
Het Algemeen Bestuur geeft, gehoord de betrokken gebiedsbesturen, algemene richtlijnen voor de wijze van beoordeling van subsidieaanvragen.
6.
Het Algemeen Bestuur geeft, gehoord de betrokken gebiedsbesturen, richtlijnen voor de inrichting van de organisatie, het personeelsbeleid, de informatievoorziening met inbegrip van de administratieve organisatie, de financieel economische bedrijfsvoering en de huisvesting.
7.
In de gevallen waarin de wet en dit reglement of de op grond hiervan gestelde regels niet voorzien, beslist het Algemeen Bestuur.
1.
Het Algemeen Bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of twee leden dit wenselijk achten, doch ten minste tien maal per jaar. De voorzitter stelt na overleg met de algemeen directeur de concept-agenda vast.
2.
Het Algemeen Bestuur kan slechts besluiten nemen wanneer ten minste de helft van het aantal leden aanwezig is. Wanneer het vereiste aantal leden niet aanwezig is, wordt een nieuwe vergadering uitgeschreven waarin ongeacht het aantal aanwezige leden besluiten kunnen worden genomen.
3.
Indien het nodig is bij stemming te besluiten, wordt een besluit bij gewone meerderheid van uitgebrachte stemmen genomen. Bij staking van stemmen wordt de besluitvorming opgeschort, tenzij dit naar het oordeel van de voorzitter niet in het belang van de organisatie is. In dat geval is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
4.
In spoedeisende gevallen kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger met inachtneming van eventuele voorwaarden van het Algemeen Bestuur, buiten de vergaderingen besluiten nemen namens het Algemeen Bestuur. Dergelijke besluiten worden zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van het Algemeen Bestuur.
1.
Naast de taken van de algemeen directeur als genoemd in artikel 8 van de wet, is de algemeen directeur secretaris van het Algemeen Bestuur.
2.
De algemeen directeur is belast met de voorbereiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur, waaronder begrepen het zenden van een oproepingsbrief, de conceptagenda en de bijbehorende vergaderstukken.
3.
De algemeen directeur is verantwoordelijk voor de bekendmaking en de uitvoering van de besluiten van het Algemeen Bestuur, voorzover het Algemeen Bestuur een en ander zichzelf niet heeft voorbehouden.
4.
De algemeen directeur woont de vergaderingen van het Algemeen Bestuur met raadgevende stem bij.
1.
Er zijn gebiedsbesturen voor:
a. de geesteswetenschappen;
b. de maatschappij- en gedragswetenschappen;
c. de exacte wetenschappen;
d. de chemische wetenschappen;
e. de aard- en levenswetenschappen;
f. de medische wetenschappen;
g. de technische wetenschappen;
h. de natuurkunde.
2.
Het Algemeen Bestuur bepaalt zo nodig tot welk gebied bepaalde onderdelen van wetenschapsbeoefening dienen te worden gerekend.
3.
Het gebiedsbestuur voor de technische wetenschappen vormt een personele unie met het bestuur van de Technologiestichting STW.
1.
De gebiedsbesturen stellen voor hun gebied beleid vast.
2.
De gebiedsbesturen nemen bij de vaststelling van hun beleid en de toewijzing van middelen het door het Algemeen Bestuur vastgestelde algemene beleid en de voor het desbetreffende gebied goedgekeurde begroting in acht.
3.
Een gebiedsbestuur let op het aspect van coördinatie binnen zijn gebied en bevordert deze waar nodig. Het Algemeen Bestuur kan, na overleg met de betrokken gebiedsbesturen, één of meer gebiedsbesturen belasten met de coördinatie van het beleid ten aanzien van een onderdeel van wetenschapsbeoefening dat zich uitstrekt tot meer dan één gebied.
4.
Een gebiedsbestuur besteedt bijzondere aandacht aan onderdelen van zijn gebied die zodanige raakvlakken vertonen met onderdelen van andere gebieden dat speciale aandacht voor coördinatie of bevordering van inter- of multidisciplinaire aspecten nodig is. Een gebiedsbestuur doet zo nodig voorstellen terzake aan het Algemeen Bestuur.
5.
Een gebiedsbestuur treft voorzieningen welke de maatschappelijke oriëntatie van zijn beleid waarborgen.
6.
Een gebiedsbestuur is niet bevoegd de besluitvorming over subsidies te delegeren.
7.
Een gebiedsbestuur draagt zorg voor een periodieke beoordeling van de werkzaamheden op zijn gebied.
8.
Een gebiedsbestuur bevordert de overdracht van kennis van de resultaten van door hem geïnitieerd en gestimuleerd onderzoek.
9.
Een gebiedsbestuur verleent desgevraagd medewerking aan de uitvoering van de taken van het Algemeen Bestuur.
1.
Een gebiedsbestuur is in het kader van zijn taakuitvoering en binnen de grenzen van de goedgekeurde begroting bevoegd namens de organisatie rechtshandelingen naar burgerlijk recht te verrichten.
2.
Van de in het voorgaande lid gegeven bevoegdheid zijn, behoudens bijzondere volmacht, uitgezonderd overeenkomsten en andere rechtshandelingen:
a. die betrekking hebben op registergoederen;
b. in het kader van personeelsbeheer in de ruimste zin van het woord;
c. tot het doen van transacties op de geld- en kapitaalmarkt en het waarborgen van geldelijke verplichtingen van derden;
d. waarvoor geldt dat de opdracht tot levering, uitvoering van werk of dienstverlening ingevolge Europese verdragen of richtlijnen wordt aanbesteed via de openbare of de niet-openbare procedure of waarvoor anderszins bijzondere aanbestedingsvoorschriften zijn gegeven;
e. die strekken tot het oprichten, ontbinden of besturen van of deelnemen aan andere rechtspersonen;
f. tot het verwerven van goederen die centraal door de organisatie worden ingekocht.
3.
Indien de organisatie voor (bepaalde) transacties algemene voorwaarden vaststelt, worden deze door het gebiedsbestuur gehanteerd.
1.
Het Algemeen Bestuur draagt bij de benoeming van leden van een gebiedsbestuur zorg voor spreiding naar de onderdelen van het betreffende gebied.
2.
Een gebiedsbestuur stelt een intern gebiedsreglement vast, waarin zijn werkzaamheden alsmede de wijze waarop deze werkzaamheden binnen zijn gebied worden uitgevoerd worden vastgelegd. Het gebiedsreglement dient in overeenstemming te zijn met de wet en dit reglement.
3.
De algemeen directeur voorziet in het secretariaat van de gebiedsbesturen. De algemeen directeur of zijn vervanger kan de vergaderingen van de gebiedsbesturen bijwonen en ontvangt de vergaderstukken.
1.
Het Algemeen Bestuur kan, al dan niet in het kader van samenwerking met derden, aansturingsorganen voor bepaalde tijd instellen.
2.
Een besluit tot instelling van een dergelijk orgaan regelt de samenstelling en taak van het orgaan, zijn bevoegdheden en de verantwoording daarvan, de advisering ten aanzien van zijn besluitvorming, de instellingsduur alsmede de evaluatie voorzover regeling van deze zaken niet reeds op andere wijze tot stand is gekomen. Voorzover dit het geval mocht zijn, bevat het instellingsbesluit in plaats van een regeling een verwijzing naar de desbetreffende stukken.
3.
Het Algemeen Bestuur kan hangende de instellingsduur tot opheffing van het orgaan besluiten. Indien de instelling heeft plaatsgevonden op ministeriële instigatie, kan pas tot opheffing worden besloten na overleg met de coördinerend Minister. Het besluit tot opheffing noemt de resterende termijn, waarbinnen de lopende werkzaamheden van het orgaan worden afgehandeld, de datum waarop de afvloeiing van het personeel van het orgaan plaatsvindt alsmede de datum waarop de eindafrekening en het eindverslag van het orgaan bij het Algemeen Bestuur worden verwacht.
4.
Middels de goedkeuring van de eindafrekening en het eindverslag heft het Algemeen Bestuur het orgaan op onder eventuele overheveling van dan nog resterende zaken naar een ander onderdeel van NWO.
1.
Het aansturingsorgaan opereert zoals bij nadere regeling is vastgesteld.
2.
De artikelen 3.2 en 3.3 (met regels betreffende de gebiedsbesturen), 7.1 (betreffende de begroting) en 8.1 (betreffende het jaarverslag en de jaarrekening) en artikel 9.2 (betreffende de communicatie binnen NWO zijn, voor zover mogelijk, van overeenkomstige toepassing.
1.
Onderzoeksorganisaties kunnen zijn:
a. aan de organisatie verbonden (verzamelingen van) instituten waar wetenschappelijk onderzoek wordt verricht of waar grootschalige onderzoeksfaciliteiten worden beheerd (onderzoeksinstituten);
b. permanente niet aan een wetenschapsgebied verbonden organen met als taak het namens het Algemeen Bestuur toekennen van middelen voor wetenschappelijk onderzoek (subsidie-organisaties).
2.
Een onderzoeksorganisatie kan niet zowel de functie van onderzoeksinstituut als die van subsidie-organisatie hebben.
3.
Onderzoeksorganisaties rapporteren rechtstreeks aan het Algemeen Bestuur.
4.
Onderzoeksorganisaties kunnen, indien dit noodzakelijk is voor hun taakuitoefening, rechtspersoonlijkheid bezitten.
5.
De artikelen 3.2 en 3.3 en paragraaf 10 zijn van overeenkomstige toepassing op de onderzoeksorganisaties.
1.
Het Algemeen Bestuur stelt vast welke onderzoeksorganisaties als bedoeld in artikel 4.1 er zijn en regelt hierbij tevens de taakstelling, het bestuur en het beheer van deze organisaties.
2.
Waar in de artikelen 2.1, 7.1, 8.1 en 9.2 wordt gesproken van gebiedsbesturen, is dit van overeenkomstige toepassing voor de onderzoeksorganisaties als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onder b.
1.
Er is een Stichting voor de Technische Wetenschappen (STW) waarvan de statuten bij wijziging van 1989 door het Algemeen Bestuur van NWO zijn goedgekeurd.
2.
De keuze en situering van het bureau van de STW alsmede de inrichting daarvan kunnen slechts met instemming van het bestuur en de bestuursraad van de STW worden bepaald respectievelijk gewijzigd.
3.
NWO heeft slechts zeggenschap over het STW beleid en werkwijze alsmede over het beheer van haar financiën voor zover geregeld in de STW-Statuten, bij of krachtens de NWO-instellingswet en/of het NWO-Reglement.
4.
Ten aanzien van algemene richtlijnen van het AB-NWO, die raken aan het STW beleid en/of haar werkwijze, plegen NWO en de STW vooraf overleg.
1.
Het gebiedsbestuur voor de technische wetenschappen (TW) draagt de uitvoering van haar taken op aan de STW, die dit mandaat accepteert.
2.
Het AB kan het gebiedsbestuur TW opdragen, gehoord het bestuur en de bestuursraad van de STW, het mandaat in te trekken indien de STW strijdig handelt met haar Statuten.
3.
In het gebiedsreglement van het gebiedsbestuur TW wordt voorzien door de Statuten van de STW.
4.
Het gebiedsbestuur TW waarborgt de maatschappelijke oriëntatie van zijn beleid middels de bestuursraad van de STW. De wijze van samenstelling van die raad wordt bepaald door de STW-statuten.
1.
De directeur wordt benoemd door het STW bestuur conform de Statuten, dwz met instemming van de algemeen directeur van NWO.
2.
De directeur van de STW legt verantwoording af aan het bestuur en de bestuursraad van de STW en voert het door hen vastgestelde beleid uit.
3.
De directeur van de STW is tevens de directeur van het gebiedsbestuur TW, legt in deze hoedanigheid verantwoording af aan de algemeen directeur NWO en houdt deze laatste op de hoogte over het te voeren en gevoerde beleid van de STW.
1.
Vanuit de gebieden wordt, zodra kennishandel aan de orde is, het STW-bureau ingeschakeld en neemt aan de hand van het STW-advies terzake het betrokken gebiedsbestuur zijn besluit.
2.
De eindverantwoordelijkheid voor de inhoud van het onder 1 bedoelde besluit blijft berusten bij het NWO-orgaan, dat het besluit naar aanleiding van het STW-advies neemt.
1.
Het Algemeen Bestuur, de onderzoeksorganisaties en de gebiedsbesturen kunnen commissies instellen. Voor onderwerpen van gemeenschappelijk belang kunnen bij gezamenlijk besluit gemeenschappelijke commissies worden ingesteld.
2.
Een besluit tot instelling van een commissie, regelt de samenstelling en taak van de commissie en voorts de tijd waarvoor de commissie is ingesteld.
1.
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.2, zesde lid, kan aan een commissie beslissingsbevoegdheid worden toegekend.
2.
In geval een commissie beslissingsbevoegdheid krijgt toegekend, regelt het instellende orgaan de werkwijze van de commissie, het toezicht op de uitoefening van bevoegdheden door de commissie, alsmede de verantwoording, een en ander voor zover zulks in verband met de aard en de omvang van de toegekende bevoegdheden nodig is.
1.
Elk gebiedsbestuur dient jaarlijks, voor een door het Algemeen Bestuur te bepalen tijdstip, een ontwerp-gebiedsbegroting in bij het Algemeen Bestuur.
2.
Het Algemeen Bestuur pleegt overleg met een gebiedsbestuur over diens ontwerp-gebiedsbegroting.
3.
Een gebiedsbestuur zendt de gebiedsbegroting voor een door het Algemeen Bestuur te bepalen tijdstip aan het Algemeen Bestuur.
4.
De gebiedsbegroting behoeft de goedkeuring van het Algemeen Bestuur. Indien de goedkeuring wordt onthouden, dient het gebiedsbestuur een herziene begroting in volgens aanwijzingen van het Algemeen Bestuur op een door het Algemeen Bestuur te bepalen tijdstip.
5.
Goedkeuring van de gebiedsbegroting vindt plaats onder voorbehoud van goedkeuring van de NWO-begroting door de Minister als bedoeld in artikel 22 van de wet.
6.
Wijziging van de gebiedsbegroting behoeft de goedkeuring van het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur kan hiervoor een algemene of bijzondere machtiging verstrekken.
1.
Het bestuur van een onderzoeksorganisatie als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onder a., dient, in overeenstemming met de aan de onderzoeksorganisatie vooraf kenbaar gemaakte subsidievoorwaarden, bij het Algemeen Bestuur voor een door het Algemeen Bestuur te bepalen tijdstip een (ontwerp)-begroting in.
2.
Aan de hand van de gestelde subsidievoorwaarden en de ingediende begroting besluit het Algemeen Bestuur over de toekenning van de subsidie aan de in het eerste lid bedoelde organisatie en de daarbij te stellen voorwaarden. Toekenning van de subsidie vindt plaats onder voorbehoud van goedkeuring van de NWO-begroting door de Minister als bedoeld in artikel 22 van de wet.
3.
De begroting van de onderzoeksorganisatie alsmede wijziging hiervan behoeft de goedkeuring van het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur kan voor het wijzigen van de begroting een algemene of bijzondere machtiging verstrekken.
1.
Op basis van de (ontwerp-)deelbegrotingen, waaronder begrepen die van de gebiedsbesturen en de onderzoeksorganisaties, stelt de algemeen directeur de ontwerp-geconsolideerde NWO-begroting op.
2.
De geconsolideerde NWO-begroting wordt na eventuele aanpassingen vastgesteld door het Algemeen Bestuur.
1.
Een gebiedsbestuur brengt aan het Algemeen Bestuur voor een door het Algemeen Bestuur te bepalen tijdstip verslag uit van de werkzaamheden en voegt daarbij de jaarrekening van het gebiedsbestuur.
2.
Binnen een nader door het Algemeen Bestuur te bepalen termijn beslist het Algemeen Bestuur of het de jaarrekening goedkeurt of de goedkeuring daaraan geheel of gedeeltelijk onthoudt. Indien de goedkeuring wordt onthouden, dient het gebiedsbestuur een herziene jaarrekening in volgens aanwijzingen van het Algemeen Bestuur op een door het Algemeen Bestuur te bepalen tijdstip.
3.
De goedkeuring van de jaarrekening vindt plaats onder voorbehoud van goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening door de Minister als bedoeld in artikel 25 van de wet.
1.
Het bestuur van een onderzoeksorganisatie als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onder a, brengt, in overeenstemming met de gestelde subsidievoorwaarden, aan het Algemeen Bestuur voor een door het Algemeen Bestuur te bepalen tijdstip verslag uit van de werkzaamheden en voegt daarbij de jaarrekening van de onderzoeksorganisatie.
2.
Binnen een nader door het Algemeen Bestuur te bepalen termijn beslist het Algemeen Bestuur of het de ingediende jaarrekening goedkeurt dan wel de goedkeuring daaraan geheel of gedeeltelijk onthoudt en stelt daarbij tevens de hoogte van de subsidie vast. Indien de goedkeuring wordt onthouden, dient het bestuur van de onderzoeksorganisatie een herziene jaarrekening in volgens aanwijzingen van het Algemeen Bestuur op een door het Algemeen Bestuur te bepalen tijdstip.
3.
De goedkeuring van de jaarrekening vindt plaats onder voorbehoud van goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening door de Minister als bedoeld in artikel 25 van de wet.
1.
Op basis van de (ontwerp-)deeljaarrekeningen en met gebruikmaking van de deeljaarverslagen, waaronder begrepen de deeljaarrekeningen en deeljaarverslagen van de gebiedsbesturen en de onderzoeksorganisaties, stelt de algemeen directeur een ontwerpgeconsolideerd NWO-jaarverslag en een ontwerp-geconsolideerde jaarrekening op.
2.
Het geconsolideerde NWO-jaarverslag en de geconsolideerde jaarrekening worden na eventuele aanpassingen vastgesteld door het Algemeen Bestuur.
1.
Het Algemeen Bestuur bevordert de communicatie en het overleg binnen de organisatie alsmede van de organisatie met haar omgeving.
1.
Het Algemeen Bestuur voert, naast het overleg genoemd in artikel 7.1, ten minste eenmaal per jaar overleg met de gebiedsbesturen, gezamenlijk dan wel afzonderlijk.
2.
De gebiedsbesturen kunnen agendapunten voorstellen voor het overleg als bedoeld in het vorige lid. De agenda wordt, na overleg met de voorzitter van het betrokken gebiedsbestuur dan wel van de betrokken gebiedsbesturen, vastgesteld door het Algemeen Bestuur.
1.
Het Algemeen Bestuur stelt ter nadere regeling van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht procedurevoorschriften op voor bezwaar en administratief beroep.
1.
De vergaderingen van het Algemeen Bestuur, de gebiedsbesturen en de commissies zijn niet openbaar, tenzij het betrokken orgaan anders besluit.
2.
Over het besprokene in de vergaderingen, als bedoeld in het vorige lid, wordt geen informatie verstrekt indien en voorzover deze betrekking heeft op de besluitvorming over het verstrekken van concrete subsidies.
1.
Het Reglement NWO 1998 wordt ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van het Reglement NWO 2002.
1.
In geval bevoegdheden van bestaande NWO-organen worden gemandateerd aan een orgaan, dat niet past binnen de opsomming van artikel 2.1 van dit reglement, maar wél gedeeltelijk past binnen de NWO-organisatie, vermeldt het tweede artikellid:
- de namen van de betrokken organen;
- waar van toepassing, de naam van de organisatie waarvan de mandans deel uitmaakt;
- het document, dat het mandaat bevat.
2.
Een orgaan als bedoeld in het eerste lid, is:
De organisatie ZonMw, voortgekomen uit een integratie tussen het onder de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ressorterende zelfstandige bestuursorgaan ZON en het Gebiedsbestuur Medische Wetenschappen van NWO, tesamen vormend het bestuursorgaan ZonMw. Het desbetreffend mandaat is opgenomen in de Samenwerkingsovereenkomst tussen ZON en NWO van mei 2001. 1
1.
Het Algemeen Bestuur voert met het oog op een goede uitvoering van het reglement en de totstandkoming van een doelmatige organisatiestructuur overleg met de daarvoor in aanmerking komende organen en instanties. Onverminderd hetgeen overigens bij de wet of dit reglement is bepaald, maakt het Algemeen Bestuur waar nodig afspraken met betrekking tot het vorenstaande.
2.
Gemaakte afspraken als bedoeld in het eerste lid worden, per orgaan/instantie, aan dit reglement toegevoegd, echter zonder dat deze afspraken daarvan deel uitmaken.
1.
Op het moment van inwerkingtreding van dit reglement zijn onderzoeksorganisaties als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onder a:
a. de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM), statutair gevestigd te Utrecht met de daaronder ressorterende onderzoeksinstituten AMOLF, NIKHEF en Rijnhuizen;
b. de Stichting Centrum voor Wiskunde en Informatica (CWI), statutair gevestigd te Amsterdam met het daaronder ressorterende onderzoeksinstituut van gelijke naam;
c. de Stichting Astronomisch Onderzoek in Nederland (ASTRON), statutair gevestigd te Dwingeloo met het daaronder ressorterende onderzoeksinstituut van gelijke naam;
d. de Stichting Ruimteonderzoek Nederland (SRON), statutair gevestigd te 's-Gravenhage met het daaronder ressorterende onderzoeksinstituut van gelijke naam;
e. de Stichting Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), statutair gevestigd te 's-Gravenhage met het daaronder ressorterende onderzoeksinstituut van gelijke naam;
f. de stichting Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), statutair gevestigd te Texel met het daaronder ressorterende onderzoeksinstituut van gelijke naam;
g. het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (ING) te 's-Gravenhage.
2.
Op het moment van inwerkingtreding van dit reglement zijn onderzoeksorganisaties als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onder b:
a. de Stichting voor Wetenschappelijk Onderzoek van de Tropen (WOTRO), statutair gevestigd te 's-Gravenhage;
b. de Stichting nationale computerfaciliteiten (NCF), statutair gevestigd te 's-Gravenhage.
Artikel 12.5. - Citeertitel en inwerkingtreding
1
De Samenwerkingsovereenkomst is verkrijgbaar bij NWO, tel. 070 - 3440807.
1.
Dit reglement kan worden aangehaald als Reglement NWO 2002 en treedt in werking op de eerste dag na publikatie in de Staatscourant.