Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Reglement inzake filmmanifestaties,filmfestivals en filmtheaters per 1 januari 2004
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Definities
+ Hoofdstuk 2. Doel
+ Hoofdstuk 3. Toetsingscriteria
+ Hoofdstuk 4. Subsidiegrondslagen
+ Hoofdstuk 5. Aanvraagprocedure
+ Hoofdstuk 6. Formele toetsing
+ Hoofdstuk 7. Materiële toetsing
+ Hoofdstuk 8. Beslissing
+ Hoofdstuk 9. Bezwaar
+ Hoofdstuk 10. Verslaglegging en financiële verantwoording
+ Hoofdstuk 11. Overgangsregeling
+ Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2010. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2010.

Reglement inzake filmmanifestaties,filmfestivals en filmtheaters per 1 januari 2004

Het Nederlands Fonds voor de Film publiceert: reglement filmmanifestaties filmfestival en filmtheaters in verband met de overheveling van deze regeling van het Ministerie van OC&W naar het Filmfonds.
Ter uitwerking van de afspraken tussen het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen, de Stichting Nederlands Fonds voor de Film en de Associatie van Nederlandse Filmtheaters en gelet op het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen geldt het volgende.
Artikel 1
In dit reglement en de hierop gebaseerde reglementen wordt verstaan onder:
het bestuur: het bestuur als bedoeld in artikel 5 e.v. van de statuten.
het Adviescollege: het college van adviseurs als bedoeld in artikel 8 van de statuten en artikel 4 van het Huishoudelijk reglement.
het Fonds: Stichting Nederlands Fonds voor de Film
het Besluit: het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen
filmmanifestatie: een incidentele voor het publiek toegankelijke en op film betrekking hebbende gebeurtenis met een in tijd beperkt karakter.
filmfestival: een in tijd beperkte reeks voor het publiek toegankelijke vertoning van films van een bepaald(e) genre, thema, herkomst maker of auteur.
filmtheater: een gebouw waarin voor het publiek toegankelijke films worden vertoond, die geprogrammeerd worden op basis van de criteria diversiteit en artistieke kwaliteit.
1.
Subsidie voor filmmanifestaties en filmfestivals alsmede subsidie voor investeringen in filmtheaters wordt verstrekt met toepassing van dit reglement.
2.
Het bestuur kan van dit reglement afwijken mits de beschikking waarbij een subsidie wordt verleend dit uitdrukkelijk vermeldt.
1.
Een filmmanifestatie of een filmfestival komt voor een projectsubsidie in aanmerking indien de manifestatie of het festival naar het oordeel van het bestuur;
a. een bijdrage zal leveren aan de diversiteit en artistieke kwaliteit van het filmaanbod in Nederland door vertoning van en informatie over internationale kwaliteitsfilms die niet of niet meer in het commerciële circuit worden vertoond;
b. van een primair cinematografisch belang is waarbij een manifestatie of een festival bezoekers in de eerste plaats de gelegenheid biedt kennis te nemen van en inzicht te ontwikkelen op filmisch gebied;
c. een landelijke uitstraling zal hebben;
d. voldoende publieksbereik zal hebben; en
e. geen winstoogmerk kent.
Artikel 4
Een verbouwing of inrichting van een filmtheater komt voor projectsubsidie in aanmerking indien:
a. het filmtheater naar het oordeel van het bestuur een bijdrage zal leveren aan de diversiteit en de artistieke kwaliteit van het filmaanbod in de desbetreffende gemeente;
b. de gemeente tenminste een door het bestuur te bepalen gedeelte van de verbouwings- of inrichtingskosten voor haar rekening neemt; en
c. de subsidieaanvrager rechtspersoonlijkheid heeft.
1.
Een projectsubsidie voor een filmmanifestatie of een filmfestival bestaat uit een bedrag ten behoeve van die manifestatie of dat festival, uitgevoerd overeenkomstig een goedgekeurd projectplan.
2.
Een projectsubsidie voor de verbouwing of inrichting van een filmtheater bestaat uit een bedrag ten behoeve van de verbouwing of inrichting, uitgevoerd overeenkomstig een goedgekeurd verbouwings- of inrichtingsplan.
1.
Een subsidie kan slechts worden verstrekt voorzover de daartoe bestemde middelen van het Fonds toereikend zijn.
2.
De subsidie mag door de aanvrager voor geen ander doel worden aangewend dan waarvoor deze werd verleend.
3.
Een subsidie is niet overdraagbaar aan derden noch vatbaar voor cessie zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Fonds.
1.
Op alle besluiten tot toekenning van een subsidie aan een project genomen door het bestuur, waarvoor een schriftelijke overeenkomst tussen de begunstigde en het bestuur tot stand is gekomen, zijn de voorwaarden van toepassing zoals die zijn vastgelegd in het Huishoudelijk reglement van het Fonds voor de Nederlandse Film en in deze beschikking.
2.
Alle besluiten tot toekenning van een subsidie aan een project, genomen door het bestuur, waarvoor nog geen schriftelijke overeenkomst tussen de begunstigde en het bestuur, gelden als besluit van het bestuur.
3.
Voor alle adviezen uitgebracht door de Adviescommissie, zoals bedoeld in artikel 4 van het Huishoudelijk reglement van het Fonds voor de Nederlandse Film, waarover door het bestuur nog geen besluit is genomen, geldt dat deze geacht worden te zijn uitgebracht door het Adviescollege.
1.
De subsidieaanvrager dient bij het bestuur een aanvraag in met gebruikmaking van een voor dit doel te verstrekken aanvraagformulier.
2.
Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde aanvraagformulier dient volledig te worden ingediend bij het secretariaat van het Fonds.
3.
Een aanvraag voor een projectsubsidie voor een filmmanifestatie of een filmfestival dan wel een projectsubsidie voor een verbouwing of inrichting van een filmtheater dient voor de volgende tijdstippen te worden ingediend:
a. aanvragen voor projecten waarvan de uitvoering is voorgenomen in de periode van 1 januari tot en met 31 mei worden voor 1 september daaraan voorafgaand ingediend;
b. aanvragen voor projecten waarvan de uitvoering is voorgenomen in de periode van 1 juni tot en met 31 december worden voor 1 februari daaraan voorafgaand ingediend.
4.
De beslissing op aanvragen als bedoeld als in het derde lid wordt genomen voor 1 november onderscheidenlijk 1 april.
Artikel 9
Voordat het bestuur een beslissing neemt op een aanvraag als bedoeld in dit reglement laat zij zich daarover adviseren door de Adviescommissie filmmanifestaties, filmfestivals en filmtheaters zoals bedoeld in artikel 11.
Artikel 10
Het bestuur kan beslissen een aanvraag op formele gronden niet in behandeling te nemen als het formulier, bedoeld in artikel 6, niet volledig is ingevuld maar niet voordat de aanvrager in de gelegenheid is gesteld binnen een termijn van twee weken na de kennisgeving hiervan de aanvraag aan te vullen met de verlangde gegevens.
Artikel 11
Aanvragen waarover eerder negatief is beschikt worden niet opnieuw in behandeling genomen, tenzij gewijzigde omstandigheden of niet eerder gebleken feiten worden vermeld.
1.
Er is een Adviescommissie filmmanifestaties, filmfestivals en filmtheaters.
2.
De Adviescommissie heeft tot taak op verzoek van het bestuur:
a. te beoordelen of een aanvraag voor een projectsubsidie voor een filmmanifestatie of filmfestival dan wel een projectsubsidie voor de verbouwing of inrichting voldoet aan de eisen gesteld in dit reglement.
b. Indien het bedrag dat ten hoogste beschikbaar is voor de aanvragen die naar het oordeel van de adviescommissie voldoen aan de gestelde eisen door verstrekking van subsidie daaraan zou worden overschreden, heeft de adviescommissie voorts tot taak te adviseren in welke volgorde die aanvragen voor toekenning in aanmerking komen.
1.
Bij de formulering van het advies inzake een aanvraag baseert de Adviescommissie zich op de door de aanvrager verstrekte gegevens.
2.
De Adviescommissie kan de aanvrager verzoeken zijn aanvraag mondeling toe te lichten.
3.
De Adviescommissie geeft een oordeel op basis van de in artikelen 3 en 4 bedoelde criteria.
4.
Indien de Adviescommissie de in artikelen 3 en 4 bedoelde criteria niet in voldoende mate herkent in de aanvraag, komt het tot een negatief advies.
5.
Indien de Adviescommissie de in artikelen 3 en 4 bedoelde criteria wel in voldoende mate aanwezig acht in de aanvraag, brengt het een positief advies uit, al dan niet vergezeld gaande van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen subsidie.
1.
Het bestuur doet van een beschikking schriftelijk mededeling aan de aanvrager op wie de beschikking betrekking heeft.
2.
Het bestuur zendt de aanvrager tezamen met zijn beschikking op de aanvraag, een afschrift van het advies van het Adviescollege, indien dit hierover een advies heeft uitgebracht.
3.
Aan het verlenen van een subsidie kan het bestuur nadere voorwaarden verbinden inzake de termijnstelling met betrekking tot het indienen van de aanvraag, de uitvoering van het project, het financieel beheer, de presentatie van de resultaten, de verslaglegging en de afrekening van de bijdrage.
4.
Het bestuur kan een datum vaststellen waarop het project als voltooid geldt en het bewijs daarvan aan het bestuur wordt overgelegd.
5.
Deze voorwaarden zijn neergelegd in de schriftelijke beschikking van het Fonds.
6.
Aan de toekenning van een subsidie aan een project kunnen geen rechten worden ontleend met betrekking tot andere projecten van de aanvrager.
7.
De beschikking van het bestuur op een aanvraag voor een subsidie is een beschikking in de zin van artikel 1:3 lid 2 van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB).
1.
De regels omtrent bezwaar zoals vastgesteld in het Bijdragenreglement zijn van overeenkomstige toepassing.
2.
Het bepaalde in lid 1 geldt uitsluitend voor dat deel van de bijdrage dat afkomstig is van het Fonds.
1.
De subsidie wordt uitgekeerd in termijnen, zoals deze zullen zijn vastgelegd in de schriftelijke beschikking van het Fonds als bedoeld in artikel 13 lid 5.
2.
Na voltooiing van het project waarvoor de subsidie is verleend zal de aanvrager binnen een nader in de beschikking zoals bedoeld in artikel 13 lid 5 vastgelegde termijn een overzicht van de gemaakte kosten indienen, tezamen met een verslag van de voltooiing van het project.
3.
De hoogte van de subsidie wordt definitief vastgesteld na ontvangst van de in het tweede lid genoemde bescheiden.
4.
De ontvanger van de subsidie stort teveel ontvangen voorschotten terstond terug tenzij het bestuur tot verrekening op andere wijze heeft besloten.
5.
De aanvrager aan wie de subsidie is verleend doet zo spoedig mogelijk, onder overlegging van de relevante stukken, schriftelijk mededeling aan het bestuur (indien zich) van omstandigheden (voordoen) die van invloed kunnen zijn op de beslissing op de aanvraag of op de vaststelling van de financiële bijdrage.
6.
De aanvrager aan wie de subsidie is verleend draagt er zorg voor dat de administratie met betrekking tot het project op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd en dat deze een juist en actueel beeld geeft van de voortgang en het financieel verloop van het project.
7.
In deze administratie zijn voor alle ontvangsten en uitgaven deugdelijke bewijsstukken aanwezig waaruit de aard en de omvang van de geleverde goederen of van verrichte diensten duidelijk blijken.
1.
De financiële verantwoording als bedoeld in artikel 15 lid 2 dient overeenkomstig (de opstelling van) de door het Fonds goedgekeurde begroting te zijn opgesteld en is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2.
Indien de begrote kosten verbonden aan het project minder bedragen dan € 50.000,– en het totaal van de toegezegde financiële bijdrage minder dan € 25.000,– beloopt, is het bepaalde in het eerste lid van dit artikel omtrent de verklaring van een accountant niet van toepassing.
3.
De ontvanger van de subsidie verstrekt aan het Fonds op verzoek alle bescheiden en inlichtingen die het noodzakelijk acht voor een juiste vervulling van zijn taak.
4.
De aanvrager aan wie de subsidie is verleend dient vertegenwoordigers van het Fonds op eerste verzoek inzage te verlenen in de administratie die daarop betrekking heeft.
5.
De aanvrager aan wie de subsidie is verleend, draagt er zorg voor dat zijn accountant medewerking verleent aan een eventueel onderzoek door of vanwege het Fonds naar de door de accountant van de aanvrager verrichte (controle)werkzaamheden. De kosten die zijn gemoeid met de medewerking van de accountant van de aanvrager aan wie de bijdrage is verleend, komen voor rekening van de aanvrager.
Artikel 18
Het Fonds of diens rechtsopvolger, is gerechtigd om alle stukken en documenten die het met betrekking tot een aanvraag voor de subsidie in zijn bezit heeft, na afronding van de aanvraag te bewaren dan wel in bewaring te geven dan wel te schenken aan het Nederlands Filmmuseum of de Rijksarchiefdienst. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het bestuur en, waar nodig, van de rechthebbende(n) zullen deze stukken noch door het Fonds of diens rechtsopvolger, noch door het Nederlands Filmmuseum of de Rijksarchiefdienst aan derden ter inzage worden gegeven. Het bestuur zal deze toestemming niet verlenen indien het redelijkerwijs kan vermoeden dat het verlenen van inzage in de stukken of documenten, het belang van de aanvrager, of andere bij de aanvraag betrokken personen, kan schaden.
1.
De behandeling van een aanvraag voor een projectsubsidie voor een filmmanifestatie of een filmfestival dan wel een projectsubsidie voor een verbouwing of inrichting van een filmtheater wordt als volgt geregeld:
a. Subsidieaanvragen die betrekking hebben op de periode 1 januari tot en met 31 mei 2004 en later worden op grond van het onderhavige reglement door het Fonds voor de Film behandeld.
b. Bezwaarschriften op besluiten over 2003 worden op gronden van de oude regeling (Stcrt. 1998, 213) door het ministerie van OCW behandeld.
Artikel 20
Vanaf het moment van inwerkingtreding van een wijziging van dit reglement, worden besluiten op aanvragen voor subsidies alsmede andere door het bestuur te nemen besluiten overeenkomstig het gewijzigde reglement afgehandeld.
Artikel 21
In alle gevallen waarin de statuten, dit reglement of het Huishoudelijk reglement niet voorzien, beslist het bestuur.
Artikel 22
Het bestuur kan in incidentele gevallen om zwaarwichtige redenen afwijken van dit reglement en de hierop gebaseerde uitvoeringsreglementen.
Artikel 23
Dit reglement treedt in werking op de derde dag na die waarop dit reglement in de Staatscourant is gepubliceerd.