Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Reglement erkenningen fokkerijorganisaties varkenshouderij 2001
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Artikel 1
+ Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
+ Artikel 6
Artikel 7
+ Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 8 mei 2011. U leest nu de tekst die gold op 7 mei 2011.

Reglement erkenningen fokkerijorganisaties varkenshouderij 2001

Reglement erkenningen fokkerijorganisaties varkenshouderij 2001
Het Bestuur van het Productschap Vee en Vlees heeft,
gelet op artikel 10 van de Verordening uitvoering Fokkerijbesluit 2001,
op 11 juli 2001 vastgesteld het navolgende
REGLEMENT
Artikel 1
a. Fokkerijorganisatie: een instelling die een of meer stamboeken of registers voor raszuivere respectievelijk hybride fokvarkens instelt of bijhoudt.
1.
In dit reglement worden overgenomen de begripsbepalingen van de Verordening uitvoering Fokkerijbesluit 2001 .
2.
In dit reglement wordt voorts verstaan onder:
1.
Een aanvraag om erkenning als een instelling die één of meer stamboeken of registers voor raszuivere respectievelijk hybride fokvarkens instelt of bijhoudt wordt door een organisatie ingediend op een volledig en naar waarheid ingevuld en ondertekend formulier, dat overeenkomt met het door de Commissie Varkenshouderij daartoe vastgestelde model.
2.
De aanvraag gaat vergezeld van de navolgende bescheiden:
a. de statuten van de organisatie;
b. de voorschriften, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, indien de aanvraag betrekking heeft op erkenning als instelling die één of meer stamboeken instelt of bijhoudt, of artikel 4, eerste lid, onderdeel c, indien de aanvraag betrekking heeft op erkenning als instelling die één of meer registers stelt of bijhoudt;
c. een beschrijving van de uitvoering van de afstammingscontrole;
d. een overzicht van het aantal varkens waarover de organisatie beschikt om een programma voor rasverbetering en rasveredeling en kruisingsprogramma’s te kunnen uitvoeren of om de instandhouding van het ras te kunnen garanderen;
e. een beschrijving van de wijze van gebruikmaking van de voor de uitvoering van het programma voor rasverbetering, rasveredeling of voor de instandhouding van het ras benodigde gegevens;
f. modellen van certificaten die worden afgegeven van de ingeschreven varkens en hun sperma, eicellen en embryo’s;
g. een beschrijving van de wijze waarop het prestatieonderzoek en de beoordeling van de genetische waarden geschiedt.
3.
Indien de vraag niet overeenkomstig het eerste lid is ingediend, of niet vergezeld gaat van de in het tweede lid genoemde bescheiden, wordt hiervan door de Commissie Varkenshouderij onverwijld schriftelijk mededeling gedaan aan de organisatie, waarbij de organisatie binnen een door de Commissie Varkenshouderij te stellen termijn van maximaal 8 weken in de gelegenheid gesteld wordt de aanvraag aan te vullen.
4.
De Commissie Varkenshouderij brengt binnen maximaal 16 weken na ontvangst van de aanvraag haar advies uit aan de Voorzitter.
5.
De Commissie Varkenshouderij kan de termijn van 16 weken, bedoeld in het vierde lid, met maximaal 8 weken verlengen. De Commissie Varkenshouderij doet hiervan onverwijld schriftelijke mededeling aan de organisatie en aan de Voorzitter.
1.
Op een aanvraag om erkenning als een instelling die één of meer stamboeken voor raszuivere fokvarkens bijhoudt of instelt, wordt positief geadviseerd, indien betrokken organisatie:
a. rechtspersoonlijkheid bezit overeenkomstig de Nederlandse wetgeving;
b. over statuten beschikt waarin in voorkomend geval wordt bepaald dat tussen de aangeslotenen niet mag worden gediscrimineerd;
c. voorschriften heeft inzake:
1) de kenmerken van het ras, respectievelijk de rassen waarvoor het stamboek wordt bijgehouden of ingesteld;
2) het systeem voor de identificatie van de varkens;
3) het systeem voor de registratie van de afstammingen;
4) de doelstellingen op fokgebied;
5) het systeem voor de benutting van zoötechnische gegevens waarmee de bepaling van de fokwaarde wordt uitgevoerd;
6) de indeling van het stamboek indien er uiteenlopende voorwaarden voor de inschrijving van de dieren of verschillende wijzen van classificering van de in het stamboek ingeschreven dieren gelden;
d. aantoont dat zij:
1) doeltreffend functioneert;
2) in staat is om de voor het bijhouden van de afstamming vereiste controles uit te voeren;
3) over voldoende varkens kan beschikken om een programma voor rasverbetering, rasveredeling en kruisingsprogramma’s te kunnen uitvoeren of om de instandhouding van het ras te kunnen garanderen.
4) in staat is om gebruik te maken van de voor de uitvoering van het programma voor rasverbetering, rasveredeling of voor de instandhouding van het ras benodigde gegevens;
e. waarborgt dat:
1) de inschrijving van de varkens in het stamboek geschiedt overeenkomstig de beschikking nr. 89/502/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van de criteria voor de inschrijving van raszuivere fokvarkens in de stamboeken (PbEG L 247) en overeenkomstig artikel 2 van de richtlijn 90/118/EEG;
2) de certificaten die worden afgegeven van de ingeschreven varkens en hun sperma, eicellen en embryo’s de overeenkomstig de beschikking nr. 89/503/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van het certificaat voor raszuivere fokvarkens en voor sperma, eicellen en embryo’s daarvan (PbEG L 247) voorgeschreven gegevens bevatten:
3) het prestatieonderzoek en de beoordeling van genetische waarden geschiedt overeenkomstig de beschikking nr. 89/507/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van methoden inzake prestatieonderzoek en bepaling van de fokwaarde van raszuivere en hybride fokvarkens (PbEG L 247).
2.
Aan het eerste lid, onderdeel d, onder 3), wordt voldaan indien van een minimum actieve fokpopulatie aan varkens wordt uitgegaan van tenminste 8 mannelijke en 100 vrouwelijke dieren per ras.
3.
Aan het eerste lid, onderdeel e, onder 2), wordt voldaan indien de desbetreffende certificaten:
a. overeenkomen met het model van één der bijlagen bij beschikking nr. 89/503/EEG; of
b. voorzien zijn van de overeenkomstig artikel 6 namens de Voorzitter afgegeven verklaring.
1.
Op een aanvraag om erkenning als een instelling die één of meer registers voor hybride fokvarkens bijhoudt of instelt, wordt positief geadviseerd, indien de betrokken organisatie:
a. rechtspersoonlijkheid bezit overeenkomstig de Nederlandse wetgeving;
b. over statuten beschikt waarin in voorkomend geval wordt bepaald dat tussen de aangeslotenen niet mag worden gediscrimineerd;
c. voorschriften heeft inzake:
1) het systeem voor de identificatie van de varkens;
2) het systeem voor de registratie van de afstammingen;
3) de doelstellingen op fokgebied;
4) het systeem voor de benutting van zoötechnische gegevens;
d. aantoont dat zij:
1) doeltreffend functioneert;
2) in staat is om de voor het bijhouden van de afstamming vereiste controles uit te voeren;
3) voldoende varkens omvat om een programma voor lijnverbetering, lijnveredeling of voor de instandhouding van een lijn of een kruisingsprogramma te kunnen uitvoeren;
4) in staat is om gebruik te maken van de voor de uitvoering van het programma voor lijnverbetering, lijnveredeling of voor de instandhouding van een lijn of een kruisingsprogramma benodigde gegevens over de zoötechnische prestaties;
e. waarborgt dat:
1) de inschrijving van de varkens in het register geschiedt overeenkomstig de beschikking nr. 89/505/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van de criteria voor de inschrijving van hybride fokvarkens in de registers (PbEG L 247) en overeenkomstig artikel 2 van de richtlijn 90/119/EEG;
2) de certificaten die worden afgegeven van de ingeschreven varkens en hun sperma, eicellen en embryo’s de overeenkomstig de beschikking nr. 89/506/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van het certificaat voor hybride fokvarkens en voor sperma, eicellen en embryo’s daarvan (PbEG L 247) voorgeschreven gegevens bevatten:
3) het prestatieonderzoek en de beoordeling van genetische waarden geschiedt overeenkomstig de beschikking nr. 89/507/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van methoden inzake prestatieonderzoek en bepaling van de fokwaarde van raszuivere en hybride fokvarkens (PbEG L 247).
2.
Aan het eerste lid, onderdeel d, onder 3), wordt voldaan indien van een minimum actieve fokpopulatie aan varkens wordt uitgegaan van tenminste 8 mannelijke en 100 vrouwelijke dieren per lijn.
3.
Aan het eerste lid, onderdeel e, onder 2), wordt voldaan indien de desbetreffende certificaten:
a. overeenkomen met het model van één der bijlagen bij beschikking nr. 89/506/EEG; of
b. voorzien zijn van de overeenkomstig artikel 6 namens de Voorzitter afgegeven verklaring.
Artikel 5
In afwijking van artikel 3 kan op de aanvraag om erkenning als een instelling die één of meer stamboeken voor raszuivere fokvarkens bijhoudt of instelt, negatief geadviseerd worden, indien voor een ras reeds één of meer officieel erkende organisaties bestaan en een nieuwe organisatie de instandhouding van het ras in gevaar brengt of de uitvoering van het zoötechnische programma van een bestaande organisatie doorkruist.
Artikel 6
Indien de certificaten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel f, waarvan het model niet overeenkomt met het model van één der bijlagen bij de beschikking nr. 89/503/EEG of nr. 89/506/EEG, de overeenkomstig genoemde beschikkingen voorgeschreven gegevens bevatten, voorziet de Commissie Varkenshouderij deze namens de Voorzitter van de verklaring: “ Ondergetekende verklaart dat deze documenten de in artikel ... (1, 3, 5 of 7) van de Beschikking 89/503/EEG van de Commissie Varkenshouderij genoemde gegevens bevatten ”, indien het raszuivere fokvarkens, hun sperma, eicellen, resp. embryo’s betreft, dan wel “ Ondergetekende verklaart dat deze documenten de in artikel ... (1,3, 5 of 7) van de beschikking 89/506/EEG van de Commissie Varkenshouderij genoemde gegevens bevatten, indien het hybride fokvarkens, hun sperma, eicellen resp. embryo’s betreft.
1.
De Commissie Varkenshouderij is belast met het toezicht op de erkende instellingen.
2.
Ten behoeve van het door de Commissie Varkenshouderij uit te oefenen toezicht op de naleving van de in de artikelen 3 en 4 gestelde voorwaarden, waaraan een instelling ook na de erkenning voortdurend dient te voldoen, is iedere erkende instelling verplicht jaarlijks voor 1 juni de navolgende bescheiden aan de Commissie Varkenshouderij ter beschikking te stellen:
a. een overzicht van het aantal ingeschreven mannelijke en vrouwelijke varkens in de hoofdsectie en eventueel aanvullende secties van het stamboek respectievelijk in de registers met de bijhorende identificatie;
b. gegevens zoals voorgeschreven in artikel 2, tweede lid, van eventueel nieuw ingestelde stamboeken of registers;
c. wijzigingen en aanvullingen met betrekking tot de gegevens, bedoeld in artikel 2,tweede lid; en
d. een overzicht van het aantal controles betreffende de afstamming en de resultaten daarvan.
Artikel 8
Desgewenst kan de Commissie Varkenshouderij ter zake van het uitoefenen van toezicht elke andere informatie binnen een door de Commissie Varkenshouderij te stellen termijn en op een door de Commissie Varkenshouderij vast te stellen wijze verlangen van de organisatie of vereniging, welker informatie de organisatie of vereniging verplicht is binnen deze termijn te verschaffen.
Artikel 9
De Commissie Varkenshouderij adviseert de Voorzitter de erkenning in te trekken, indien de Commissie Varkenshouderij van oordeel is dat door de organisatie niet meer wordt voldaan aan een of meer in dit reglement gestelde voorschriften.
1.
Dit besluit wordt aangehaald als: Reglement erkenningen fokkerijorganisaties varkenshouderij 2001.
2.
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop de Verordening uitvoering Fokkerijbesluit 2001 in werking treedt.
Voor het bestuur,
voorzitter
secretaris