Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Registratieverordening Bosschap 2006
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Bepalingen inzake de registratie
+ § 3. Bepalingen inzake inzage / verstrekking van registratiegegevens
+ § 4. Tuchtrechtelijke bepalingen
+ § 5. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 25 oktober 2009. U leest nu de tekst die gold op 24 oktober 2009.

Registratieverordening Bosschap 2006

Verordening van het Bosschap van 8 december 2005, houdende regels ter zake van de registratie van bosbouwondernemingen (Registratieverordening Bosschap 2006)
Het bestuur van het Bosschap,
Gelet op artikel 93 en 104 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie en artikel 5 van het Instellingsbesluit Bosschap 2003,
Besluit:
Artikel 1
Deze verordening verstaat onder:
I beboste oppervlakte:
a. terreinen tot bos beplant en/of bezaaid;
b. (kaal)kapvlakte(n) ten aanzien waarvan een publiekrechtelijke herplantplicht bestaat;
c. hakhout (tenzij dit zich bevindt op een wal, smaller dan drie meter);
d. kwekerijen voor bosplantsoen, met uitzondering van handelskwekerijen.
II rijbeplanting(en):
beplanting(en), zich bevindende langs perceelsgrenzen, wegen en dijken en bestaande uit de boomsoorten populier (behalve Italiaanse populier en knot- populier), wilg (behalve knotwilg) en uit overige boomsoorten. Onder overige boomsoorten worden uitsluitend verstaan: inlandse eik, Amerikaanse eik, es (behalve knotes), iep en beuk.
III onderneming:
a. de bosbouwonderneming, zijnde elke onderneming waarin de bosbouw, het bosbeheer of de houtteelt wordt uitgeoefend;
b. de bosbouwambachtonderneming, zijnde elke onderneming, die tegen betaling werkzaamheden verricht in bossen of andere houtopstanden, welke werkzaamheden bedrijfsmatig in ondernemingen waarin de bosbouw, het bosbeheer of de houtteelt wordt uitgeoefend, plegen te worden verricht.
1.
Alle ondernemingen worden geregistreerd.
2.
Ondernemingen als bedoeld in artikel 1 onder III a. waarvan:
a. de beboste oppervlakte minder dan 5 ha bedraagt;
b. het aantal bomen in rijbeplanting(en) minder dan 1.000 is;
c. de beboste oppervlakte en de rijbeplanting(en), omgerekend in beboste oppervlakte, overeenkomstig het bepaalde in lid 3 tezamen minder dan 5 ha bedragen;
worden niet geregistreerd, behalve ingevolge een daartoe door het bestuur genomen besluit dat wordt bekend gemaakt in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.
3.
Voor berekening van het bepaalde onder c van het tweede lid worden rijbeplantingen omgerekend in beboste oppervlakte, met dien verstande dat 200 bomen geacht worden gelijk te zijn aan 1 ha beboste oppervlakte. Elk aantal bomen dat minder dan 200 bedraagt, wordt geacht gelijk te zijn aan een evenredig gedeelte van 1 ha.
4.
Ondernemingen, als bedoeld in artikel 1 onder III b., waarvan de jaarlijkse omzet uit werkzaamheden in bossen of andere houtopstanden minder dan € 11.345,- bedraagt, worden niet geregistreerd, behalve ingevolge een daartoe door het bestuur genomen besluit, dat wordt bekend gemaakt in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.
1.
De registratie van ondernemingen als bedoeld in artikel 1 onder III a. geschiedt aan de hand van een aangifte door middel van een "Aangifteformulier voor registratie van ondernemingen waarin de bosbouw, he bosbeheer of de houtteelt wordt uitgeoefend", zoals dat als bijlage bij deze verordening is vastgesteld.
2.
De registratie van wijzigingen in de toestand van een reeds geregistreerde onderneming waarin de bosbouw, het bosbeheer of de houtteelt wordt uitgeoefend, zoals bedoeld in artikel 5 onder I geschiedt aan de hand van een "Formulier voor wijzigingen in de aangifte voor registratie van ondernemingen waarin de bosbouw, het bosbeheer of de houtteelt wordt uitgeoefend" zoals dat als bijlage bij deze verordening is vastgesteld.
3.
De registratie van ondernemingen als bedoeld in artikel 1 onder III b. geschiedt aan de hand van een "Aangifteformulier voor registratie van bosbouwambachtondernemingen", zoals dat als bijlage bij deze verordening is vastgesteld.
4.
De ter nakoming van deze verordening benodigde formulieren als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid zijn kosteloos verkrijgbaar bij het secretariaat van het Bosschap.
1.
Degene die op 1 januari van enig jaar een onderneming drijft waarin de bosbouw, het bosbeheer of de houtteelt wordt uitgeoefend, welke krachtens artikel 2 voor registratie in aanmerking komt, is verplicht aangifte voor registratie te doen.
2.
Aangifte als bedoeld in lid 1 geschiedt door indiening bij het secretariaat van het Bosschap van een volledig en juist ingevuld en door of namens de aangever ondertekend formulier als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
3.
Aangifte als bedoeld in lid 1 en 2 geschiedt naar de toestand op genoemde datum en wel vóór 1 maart van het jaar als bedoeld in lid 1, tenzij door of namens aangever reeds een juiste aangifte voor registratie van de onderneming is gedaan onder bijvoeging van (een) terreinkaart(en) als bedoeld in artikel 8.
Artikel 5
Degene die een onderneming drijft waarin de bosbouw, het bosbeheer of de houtteelt wordt uitgeoefend, waarvoor reeds krachtens de Registratieverordening Bosschap d.d. 3 december 1954 of krachtens de Registratieverordening Bosschap 1957 d.d. 16 oktober 1957 of krachtens de Registratieverordening Bosschap 1998 d.d. 4 december 1997 of krachtens de Registratieverordening Bosschap 2002 d.d. 27 juni 2002, dan wel krachtens deze verordening door of namens hem een juiste aangifte voor registratie is gedaan onder bijvoeging van (een) terreinkaart(en) als bedoeld in artikel 8, is verplicht:
I. door indiening bij het secretariaat van het Bosschap van een volledig en juist ingevuld en door of namens hem ondertekend formulier als bedoeld in artikel 3, tweede lid, binnen 3 maanden na ingang van de wijziging ter kennis te brengen elke wijziging in:
a. de tenaamstelling van de ondernemer;
b. adres en woonplaats of plaats van vestiging van de ondernemer;
c. de beboste oppervlakte;
d. het aantal bomen in rijbeplanting(en) met vermelding van de datum waarop de wijziging is ingegaan en in geval van overdracht, tevens van de naam en het adres van de verkrijger(s), met dien verstande, dat wijzigingen als bedoeld onder c en d moeten worden aangegeven binnen 3 maanden na het tijdstip, waarop zij in totaal een halve hectare of meer respectievelijk 100 bomen of meer bedragen.
II. bij de opheffing of volledige overdracht van de onderneming hiervan schriftelijk mededeling te doen aan het secretariaat van het Bosschap met vermelding van de datum van de opheffing of de overdracht en in het laatste geval tevens van de naam en het adres van de verkrijger(s).
1.
Degene die op 1 januari van enig jaar een onderneming drijft als bedoeld in artikel 1 onder III b., welke krachtens artikel 2 voor registratie in aanmerking komt, is verplicht aangifte voor registratie te doen.
2.
Aangifte als bedoeld in lid 1 geschiedt door indiening bij het secretariaat van het Bosschap van een volledig en juist ingevuld en door of namens de aangever ondertekend formulier als bedoeld in artikel 3, derde lid.
3.
Aangifte als bedoeld in lid 1 en lid 2 geschiedt naar de toestand op genoemde datum en wel vóór 1 maart van het jaar als bedoeld in lid 1.
1.
Degene die een onderneming drijft als bedoeld in artikel 1 onder III b., waarvoor krachtens deze verordening door of namens hem een juiste aangifte voor registratie is gedaan, is verplicht bij de opheffing of volledige overdracht van de onderneming hiervan schriftelijk mededeling te doen aan het secretariaat van het Bosschap met vermelding van de datum van de opheffing of de overdracht en in het laatste geval tevens van de naam en het adres van de verkrijger(s).
Artikel 8
Degene die aangifte doet overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, is verplicht voorzover de wijziging beboste oppervlakte(n) en/of rijbeplanting(en) betreft bij de aangifte (een) terreinkaart(en) te voegen, waarop duidelijk de ligging van de tot de bosbouwonderneming behorende beboste oppervlakte(n) en/of rijbeplanting(en) ten opzichte van naastgelegen stad of dorp is aangegeven.
Artikel 9
Het bestuur kan, indien naar zijn oordeel daartoe aanleiding bestaat, op verzoek van degene die een onderneming als bedoeld in artikel 1 onder III a. drijft, toestaan dat de wijze van aangifte voor registratie van het aantal bomen in rijbeplanting overeenkomstig de voorschriften van artikel 4 eerste en tweede lid, en artikel 2 juncto artikel 3 eerste en tweede lid, door een andere telkens door het bestuur vast te stellen wijze van aangifte wordt vervangen. Daarbij kan het bestuur tevens ontheffing verlenen van de verplichting tot het inzenden van terreinkaarten als bedoeld in artikel 8.
1.
Ondernemingen als bedoeld in artikel 1, onder III a. met beboste oppervlakte worden aangegeven in hectaren en aren.
2.
Voor de berekening van het aantal hectaren beboste oppervlakte worden wegen en/of brandstroken, voorzover deze niet breder zijn dan zes meter, tot de beboste oppervlakte gerekend, indien de wegen en/of brandstroken tot dezelfde bosbouwonderneming behoren.
3.
Voor de berekening van het aantal hectaren beboste oppervlakte worden rijbeplanting(en) langs wegen en/of brandstroken voorzover deze breder zijn dan zes meter en lopen binnen of langs een beboste oppervlakte, tot die beboste oppervlakte gerekend, indien de rijbeplanting(en) tot dezelfde bosbouwonderneming behoort (behoren).
4.
Bosbouwondernemingen met rijbeplantingen worden aangegeven naar het in die rijbeplanting(en) voorkomende aantal bomen, gescheiden in populieren en/of wilgen enerzijds en/of overige boomsoorten anderzijds, behoudens het bepaalde in het derde lid van dit artikel.
Artikel 11
Degene die een onderneming drijft, is verplicht binnen één maand na een daartoe strekkend verzoek alle door of namens de secretaris in verband met de uitvoering van deze verordening gevraagde inlichtingen te verschaffen.
1.
De ingevolge deze verordening verkregen gegevens betreffende een ondernemer en een onderneming mogen uitsluitend worden gebruikt ter vervulling van de taak van het bedrijfschap.
2.
Tot de in het vorige lid bedoelde gegevens hebben uitsluitend toegang:
a. de secretaris van het bedrijfschap;
b. andere leden van het personeel van het secretariaat, voorzover daartoe door de secretaris aangewezen;
c. ten behoeve van de controle op de inkomsten en uitgaven van het bedrijfschap, leden van het personeel van een door het bestuur van het bedrijfschap aangewezen accountantskantoor, dat lid is van een organisatie welke haar leden aan tuchtrecht onderwerpt;
d. personen die belast zijn met de verwerking van de bedoelde gegevens, mits deze zijn onderworpen aan een bij of krachtens de wet opgelegde verplichting tot geheimhouding;
e. de toezichthouder als bedoeld in artikel 16.
Artikel 13
De door het bestuur van het Bosschap aan te wijzen gegevens, verstrekt krachtens deze verordening, mogen, voorzover bij of krachtens de wet niet anders is bepaald, in door hetzelfde bestuur aan te wijzen gevallen, waarin dit naar zijn oordeel in het belang is van de bedrijfsgenoten, worden bekend gemaakt aan anderen dan de in het vorige lid bedoelde personen, mits deze zijn onderworpen aan een bij of krachtens de wet opgelegde verplichting tot geheimhouding.
Artikel 14
Het bestuur draagt er zorg voor, dat aan hem uit te brengen accountantsrapporten zodanig worden ingericht, dat daaruit niets blijkt van zaken en bedrijfsgeheimen van ondernemers of andere vertrouwelijke gegevens over ondernemingen of daarin werkzame personen.
1.
Overtredingen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn feiten waarvoor een tuchtrechtelijke maatregel kan worden opgelegd.
2.
Een tuchtrechtelijke maatregel als bedoeld in lid 1 kan uitsluitend door het Tuchtgerecht van het Bosschap worden opgelegd.
1.
Het toezicht van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften wordt uitgeoefend door de Algemene Inspectiedienst (AID) van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, via daartoe door het bestuur van het Bosschap benoemde controleurs van de AID (hierna te noemen: de controleurs).
2.
Het toezicht als bedoeld in lid 1 wordt uitgeoefend in die gevallen, waarin ten minste het vermoeden bestaat dat een onderneming zich aan de naleving van één of meer voorschriften onttrekt.
3.
Ondernemingen als bedoeld in artikel 1 onder III a. en b. zijn in het kader van het toezicht als bedoeld in lid 1 en lid 2 verplicht: -
aan de controleurs al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, welke naar het oordeel van de controleurs nodig zijn voor de vervulling van hun taak-
aan de controleurs inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, welke naar hun oordeel nodig zijn voor de vervulling van hun taak-
aan de controleurs te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot andere plaatsen, wanneer dat naar het oordeel der controleurs nodig is voor de vervulling van hun functie.
Artikel 17
Deze verordening kan worden aangehaald als "Registratieverordening Bosschap 2006".
Artikel 18
De " Registratieverordening 2002 " d.d. 27 juni 2002, goedgekeurd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij beschikking nr. TRCJZ/2002/8269 d.d. 11 september 2002, wordt ingetrokken.
Artikel 19
Deze verordening treedt in werking op de dag na die der afkondiging in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Zeist, 8 december 2005
voorzitter
secretaris