Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Regeling voorwaarden deelname intredetoets en examen keurmeester lichte en zware (bedrijfs)voertuigen respectievelijk zware aanhangwagens
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene Bepalingen
+ § 2. Voorwaarden deelname intredetoets keurmeester lichte voertuigen
+ § 3. Voorwaarden deelname intredetoets keurmeester periodieke keuring zware (bedrijfs)voertuigen respectievelijk keurmeester periodieke keuring zware aanhangwagens
+ § 4. Voorwaarden deelname examen keurmeester lichte voertuigen
+ § 5. Voorwaarden deelname examen keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen respectievelijk keurmeester zware aanhangwagens
+ § 6. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 28 maart 2013. U leest nu de tekst die gold op 27 maart 2013.

Regeling voorwaarden deelname intredetoets en examen keurmeester lichte en zware (bedrijfs)voertuigen respectievelijk zware aanhangwagens

Regeling voorwaarden deelname intredetoets en examen keurmeester lichte en zware (bedrijfs)voertuigen respectievelijk zware aanhangwagens
De Directie van de Dienst Wegverkeer (RDW),
Gelet op artikel 20, tweede lid, van de Regeling Erkenning en keuringsbevoegdheid APK;
Besluit:
1.
De in artikel 4, eerste lid, onder j, artikel 6, eerste lid, onder h, artikel 7, eerste lid, onder h en i, artikel 10, eerste lid onder g, artikel 12, eerste lid, onder f en artikel 13, eerste lid, onder g en h genoemde verklaringen genoemde verklaringen worden ingediend volgens een door de Directie van de Dienst Wegverkeer vastgesteld aanvraagformulier bij de Dienst Wegverkeer.
2.
De in artikel 4, eerste lid, onder j, artikel 6, eerste lid, onder h, artikel 7, eerste lid, onder h en i, artikel 10, eerste lid, onder g, artikel 12, eerste lid, onder f en artikel 13, eerste lid, onder g en h genoemde verklaringen genoemde verklaringen worden op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde tarief verleend aan de aanvrager die aan de in deze regeling genoemde eisen voldoet.
1.
Degenen die in het bezit zijn van de in artikel 4, 6 of 7 genoemde documenten kunnen zich voor deelname aan de betreffende intredetoets rechtsreeks wenden tot de Stichting VAM (IBKI).
2.
Degenen die in het bezit zijn van de in artikel 10, 12 of artikel 13 genoemde documenten kunnen zich voor deelname aan het betreffende examen rechtstreeks wenden tot de Stichting VAM (IBKI).
1.
Onder de in artikel 4, tweede lid, artikel 5, tweede lid, artikel 10, tweede lid, artikel 11, derde en vierde lid, artikel 14, derde en vierde lid en artikel 15, derde en vierde lid, genoemde praktijkervaring wordt niet verstaan de tijd die de aanvrager werkt tijdens:
a. de avonduren, of
b. vakantieperiodes, of
c. een dagopleiding.
2.
Relevante stageperiodes worden meegerekend voor de genoemde praktijkervaring indien de aanvrager een stageverklaring overlegt.
1.
Voorwaarde voor deelname aan de intredetoets keurmeester periodieke keuring lichte voertuigen is het bezit van:
a. het diploma tweede monteur automobielen, afgegeven door de Stichting VAM vóór 1971, of
b. het diploma monteur motorvoertuigen, afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen, of
c. het diploma monteur personenautomobielen dan wel het diploma monteur bedrijfsautomobielen, afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen, of
d. het diploma monteur personenautomobielen tevens genoemd diploma autotechnicus dan wel het diploma monteur bedrijfsautomobielen tevens genoemd diploma bedrijfsautotechnicus, afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen, of
e. het diploma autotechnicus dan wel het diploma bedrijfsautotechnicus, afgegeven door de centrale examencommissie ingevolge artikel 2.19.2 van de Wet Cursorisch Beroepsonderwijs (WCBO), of
f. het diploma autotechnicus dan wel het diploma bedrijfsautotechnicus, afgegeven door het ROC, ingevolge de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB), of
g. het diploma BC van het Instituut voor de Autohandel B.V., of
h. het diploma KMBO Motorvoertuigentechniek, of
i. een EVC-rapport, afgegeven door een erkende EVC-aanbieder en gebaseerd op een proeve van bekwaamheid, dan wel een werkplekobservatie, waarin is vermeld dat de deelnemer een werk- en denkniveau heeft op niveau 2 personenautomobielen, of
j. een door de Directie van de Dienst Wegverkeer (RDW) afgegeven verklaring intredetoets lichte voertuigen.
2.
Indien een diploma of een EVC rapport wordt overgelegd zoals genoemd in het eerste lid, onder a tot en met i, wordt tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaand aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van de voertuigen waarvoor de intredetoets wordt aangevraagd.
1.
De in artikel 4, eerste lid, onder j, genoemde verklaring intredetoets wordt slechts afgegeven indien de aanvrager blijk geeft van voldoende theoretische en praktische kennis.
2.
Degene die een verklaring intredetoets aanvraagt geeft blijk van de in het eerste lid bedoelde kennis door het overleggen van:
a. een diploma dat tenminste gelijkwaardig is aan één van de in artikel 4, eerste lid, onder a tot en met i, genoemde diploma’s, en
b. een werkgeversverklaring of getuigschrift waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaand aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van de voertuigen waarvoor de intredetoets wordt aangevraagd.
1.
Voorwaarde voor deelname aan de intredetoets keurmeester periodieke keuring zware bedrijfsvoertuigen is het bezit van:
a. het diploma monteur bedrijfsautomobielen, afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen, of
b. het diploma monteur bedrijfsautomobielen tevens genoemd diploma bedrijfsautotechnicus, afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen, of
c. het diploma bedrijfsautotechnicus, afgegeven door de centrale examencommissie ingevolge artikel 2.19.2 van de Wet Cursorisch Beroepsonderwijs (WCBO), of
d. het diploma bedrijfsautotechnicus, afgegeven door het ROC, ingevolge de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB), of
e. het diploma BC van het Instituut voor de Autohandel B.V., of
f. het diploma KMBO Motorvoertuigentechniek (bedrijfsauto’s), of
g. een EVC-rapport, afgegeven door een erkende EVC-aanbieder en gebaseerd op een proeve van bekwaamheid, dan wel een werkplekobservatie, waarin is vermeld dat de deelnemer een werk- en denkniveau heeft op niveau 2 bedrijfsautomobielen of
h. een door de Directie van de Dienst Wegverkeer (RDW) afgegeven verklaring intredetoets zware (bedrijfs)voertuigen.
2.
Indien een diploma, of een EVC- rapport wordt overgelegd zoals genoemd in het eerste lid, onder a tot en met g, wordt tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaand aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van de voertuigen waarvoor de intredetoets wordt aangevraagd.
1.
Voorwaarde voor deelname aan de intredetoets keurmeester periodieke keuring zware aanhangwagens is het bezit van:
a. het diploma monteur bedrijfsautomobielen, afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen, of
b. het diploma monteur bedrijfsautomobielen tevens genoemd diploma bedrijfsautotechnicus, afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen, of
c. het diploma bedrijfsautotechnicus, afgegeven door de centrale examencommissie ingevolge artikel 2.19.2 van de Wet Cursorisch Beroepsonderwijs (WCBO), of
d. het diploma bedrijfsautotechnicus, afgegeven door het ROC, ingevolge de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB), of
e. het diploma BC van het Instituut voor de Autohandel B.V., of
f. het diploma KMBO Motorvoertuigentechniek (bedrijfsauto’s), of
g. een EVC-rapport, afgegeven door een erkende EVC-aanbieder en gebaseerd op een proeve van bekwaamheid, dan wel een werkplekobservatie, waarin is vermeld dat de deelnemer een werk- en denkniveau heeft op niveau 2 bedrijfsautomobielen, of
h. een door de Directie van de Dienst Wegverkeer (RDW) afgegeven verklaring intredetoets zware (bedrijfs)voertuigen, of
i. een door de Directie van de Dienst Wegverkeer (RDW) afgegeven verklaring intredetoets zware aanhangwagens.
2.
Indien een diploma of EVC rapport wordt overgelegd zoals genoemd in het eerste lid, onder a tot en met g, wordt tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaand aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van de voertuigen waarvoor de intredetoets wordt aangevraagd.
1.
De in artikel 6, eerste lid, onder h, en artikel 7, eerste lid, onder h, genoemde verklaring intredetoets zware (bedrijfs)voertuigen wordt slechts afgegeven indien de aanvrager blijk geeft van voldoende theoretische en praktische kennis.
2.
Degene die een verklaring intredetoets zware (bedrijfs)voertuigen aanvraagt geeft blijk van de in het eerste lid bedoelde kennis door het overleggen van:
a. een diploma dat tenminste gelijkwaardig is aan één van de in artikel 6, eerste lid, onder a tot en met g genoemde diploma’s en
b. een werkgeversverklaring of getuigschrift waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaand aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van zware bedrijfsvoertuigen.
1.
De in artikel 7, eerste lid, onder i, genoemde verklaring intredetoets zware aanhangwagens, wordt slechts afgegeven indien de aanvrager blijk geeft van voldoende praktische kennis en ervaring.
2.
Degene die een verklaring intredetoets zware aanhangwagens aanvraagt geeft blijk van de in het eerste lid bedoelde kennis door het overleggen van werkgeversverklaringen of getuigschriften waaruit blijkt dat in een periode van 10 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 6 jaar, waarvan de laatste 2 jaar aaneengesloten, ervaring is opgedaan in het onderhouden, en repareren van zware aanhangwagens.
1.
Voorwaarde voor deelname aan het examen keurmeester periodieke keuring lichte voertuigen is het bezit van:
a. een resultatenlijst waarop is vermeld dat men geslaagd is voor het examen leerlingwezen voortgezette opleiding onderstellen personenautomobielen, die ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen (Stb. 1966, 215) is afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, of
b. het diploma Leerlingwezen voortgezette opleiding (Eerste Monteur) personenautomobielen, dat ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen (Stb. 1966, 215) is afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, of
c. het diploma eerste monteur automobielen, afgegeven door de Stichting VAM vóór 1971, of
het diploma eerste autotechnicus dan wel het diploma eerste bedrijfsautotechnicus, afgegeven door het ROC, ingevolge de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB), of
d. het nog geldige diploma keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen, afgegeven door de Stichting VAM dan wel de daarbij behorende nog geldige bevoegdheidspas, of
e. een certificaat dat wordt afgegeven door de Stichting VAM (IBKI) na het met goed gevolg hebben afgelegd van de intredetoets, of
f. een EVC-rapport, afgegeven door een erkende EVC-aanbieder en gebaseerd op een proeve van bekwaamheid, dan wel een werkplekobservatie, waarin is vermeld dat de deelnemer een werk- en denkniveau heeft op niveau 3 personenautomobielen en een werkgeversverklaring of getuigschrift waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van de voertuigen waarvoor het examen wordt aangevraagd, of
g. een door de Directie van de Dienst Wegverkeer (RDW) afgegeven verklaring examen keurmeester lichte voertuigen.
2.
Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in het eerste lid onder a tot en met c, wordt tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaand aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 2 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van de voertuigen waarvoor de intredetoets wordt aangevraagd.
1.
De in artikel 10, onder g genoemde verklaring wordt slechts afgegeven indien de aanvrager blijk heeft gegeven van voldoende theoretische en praktische kennis.
2.
Degene die een verklaring aanvraagt geeft blijk van de in het eerste lid bedoelde theoretische kennis door het overleggen van één van de navolgende diploma’s:
a. diploma middelbaar bedrijfstechnicus voor de motorvoertuigenbranche, afgegeven door de Stichting Beroepsopleidingen VAM, of
b. diploma A of B van het Instituut voor de Autohandel B.V., of
c. diploma HTS werktuigbouwkunde, of
d. diploma MTS werktuigbouwkunde, of
e. diploma keurmeester lichte voertuigen of het diploma keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen of de daarbij behorende bevoegdheidspas die door het verstrijken van de tijd hun geldigheid hebben verloren, of
f. een buitenlands diploma dat tenminste gelijkwaardig is aan één van de in dit artikel onder a tot en met e, of g tot en met i genoemde diploma’s, of
g. diploma HTS autotechniek, of
h. diploma MTS autotechniek, of
i. diploma commercieel bedrijfsleider / ondernemer kleinbedrijf (niveau 4), met differentiatie Personenautotechniek of Bedrijfsautotechniek.
3.
Indien een diploma, wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 11, tweede lid , onder a tot en met f, wordt tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van de voertuigen waarvoor het examen wordt aangevraagd.
4.
Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 11, tweede lid, onder g tot en met i, wordt tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 2 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van voertuigen waarvoor het examen wordt aangevraagd.
1.
Voorwaarden voor deelname aan het examen keurmeester periodieke keuring zware (bedrijfs-) voertuigen is het bezit van:
a. een resultatenlijst waarop is vermeld dat men geslaagd is voor het examen leerlingwezen voortgezette opleiding onderstellen bedrijfsautomobielen, die ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen (Stb. 1966, 215) is afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, of
b. het diploma Leerlingwezen voortgezette opleiding (Eerste Monteur) bedrijfsautomobielen, dat ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen (Stb. 1966, 215) is afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, of
c. een certificaat dat wordt afgegeven door de Stichting VAM (IBKI) na het met goed gevolg hebben afgelegd van de intredetoets zware (bedrijfs)voertuigen, of
d. het diploma eerste bedrijfsautotechnicus, afgegeven door het ROC, ingevolge de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB), of
e. een EVC-rapport, afgegeven door een erkende EVC-aanbieder en gebaseerd op een proeve van bekwaamheid, dan wel een werkplekobservatie, waarin is vermeld dat de deelnemer een werk- en denkniveau heeft op niveau 3 bedrijfsautomobielen een werkgeversverklaring of getuigschrift overgelegt waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van de voertuigen waarvoor het examen wordt aangevraagd, of
f. een door de Directie van de Dienst Wegverkeer (RDW) afgegeven verklaring geldig voor deelname aan het examen keurmeester zware bedrijfsvoertuigen.
2.
Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in het eerste lid onder a, b en d wordt tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaand aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 2 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van de voertuigen waarvoor het examen wordt aangevraagd.
1.
Voorwaarde voor deelname aan het examen keurmeester periodieke keuring zware aanhangwagens is het bezit van:
a. een resultatenlijst waarop is vermeld dat men geslaagd is voor het examen leerlingwezen voortgezette opleiding onderstellen bedrijfsautomobielen, die ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen (Stb. 1966, 215) is afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, of
b. het diploma Leerlingwezen voortgezette opleiding (Eerste Monteur) bedrijfsautomobielen, dat ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen (Stb. 1966, 215) is afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, of
c. het diploma eerste bedrijfsautotechnicus, afgegeven door het ROC, ingevolge de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB), of
d. een certificaat dat wordt afgegeven door de Stichting VAM (IBKI) na het met goed gevolg hebben afgelegd van de intredetoets zware (bedrijfs)voertuigen, of
e. een certificaat dat wordt afgegeven door de Stichting VAM (IBKI) na het met goed gevolg hebben afgelegd van de intredetoets zware aanhangwagens, of
f. een EVC-rapport, afgegeven door een erkende EVC-aanbieder en gebaseerd op een proeve van bekwaamheid, dan wel een werkplekobservatie, waarin is vermeld dat de deelnemer een werk- en denkniveau heeft op niveau 3 bedrijfsautomobielen, of
g. een door de Directie van de Dienst Wegverkeer (RDW) afgegeven verklaring geldig voor deelname aan het examen zware (bedrijfs)voertuigen, of
h. een door Directie van de Dienst Wegverkeer (RDW) afgegeven verklaring geldig voor deelname aan het examen zware aanhangwagens.
2.
Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in het eerste lid onder a, b en d wordt tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaand aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 2 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van de voertuigen waarvoor het examen wordt aangevraagd.
1.
De in artikel 13, onder g, genoemde verklaring worden slechts afgegeven indien de aanvrager blijk heeft gegeven van voldoende theoretische en praktische kennis.
2.
Degene die een verklaring aanvraagt geeft blijk van theoretische kennis door het overleggen van één van de navolgende diploma’s:
a. diploma middelbaar bedrijfstechnicus voor de motorvoertuigenbranche, afgegeven door de Stichting Beroepsopleiding VAM, of
b. diploma A of B van het Instituut voor de Autohandel B.V., of
c. diploma HTS werktuigbouwkunde, of
d. diploma MTS werktuigbouwkunde, of
e. diploma keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen of de daarbij behorende bevoegdheidspas die door het verstrijken van de tijd hun geldigheid hebben verloren, of
f. een buitenlands diploma dat gelijkwaardig is aan één van de in dit artikel onder a tot en met e of g tot en met i genoemde diploma’s, of
g. diploma HTS autotechniek, of
h. diploma MTS autotechniek, of
i. diploma commercieel bedrijfsleider /ondernemer kleinbedrijf (niveau 4), met differentiatie Bedrijfsautotechniek.
3.
Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 14, tweede lid, onder a tot en met f, wordt tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 10 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van zware (bedrijfs)voertuigen.
4.
Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 14, tweede lid, onder g tot en met i, wordt tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 10 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 2 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van zware (bedrijfs)voertuigen.
1.
De in artikel 13 onder h, genoemde verklaring wordt slechts afgegeven indien de aanvrager blijk heeft gegeven van voldoende theoretische en praktische kennis.
2.
Degene die een verklaring aanvraagt geeft blijk van theoretische kennis door het overleggen van één van de navolgende diploma’s:
a. diploma middelbaar bedrijfstechnicus voor de motorvoertuigenbranche, afgegeven door de Stichting Beroepsopleiding VAM, of
b. diploma A of B van het Instituut voor de Autohandel B.V., of
c. diploma HTS werktuigbouwkunde, of
d. diploma MTS werktuigbouwkunde, of
e. diploma keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen of de daarbij behorende bevoegdheidspas die door het verstrijken van de tijd hun geldigheid hebben verloren, of
f. een buitenlands diploma dat gelijkwaardig is aan één van de in dit artikel onder a tot en met e, of g tot en met i genoemde diploma’s, of
g. diploma HTS autotechniek, of
h. diploma MTS autotechniek, of
i. diploma commercieel bedrijfsleider /ondernemer kleinbedrijf (niveau 4), met differentiatie Bedrijfsautotechniek.
3.
Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 15, tweede lid, onder a tot en met f, wordt tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 10 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van zware (bedrijfs)voertuigen of zware aanhangwagens.
4.
Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 15, tweede lid, onder g tot en met i, wordt tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 10 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 2 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van zware (bedrijfs)voertuigen of zware aanhangwagens.
Artikel 17. Overgangsbepaling
De voor inwerkingtreding van deze Regeling aangevraagde en verleende verklaringen blijven hun geldigheid behouden.
Artikel 18. Intrekking regelingen
De Regeling voorwaarden deelname intredetoets keurmeester lichte voertuigen , Stcrt. 2008, 83, de Regeling voorwaarden deelname examen keurmeester lichte voertuigen , Stcrt. 2008, 83, de Regeling voorwaarden deelname examen keurmeester zware (bedrijfs) voertuigen respectievelijk keurmeester zware aanhangwagens , Stcrt. 2008, 83, de Regeling voorwaarden deelname intredetoets keurmeester zware (bedrijfs) voertuigen respectievelijk intredetoets keurmeester zware aanhangwagens , Scrt. 2008, 83, worden ingetrokken.
Artikel 19. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst en werkt terug tot en met 1 mei 2009.
Artikel 20. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorwaarden deelname intredetoets en examen keurmeester lichte en zware (bedrijfs)voertuigen respectievelijk zware aanhangwagens.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De ,
Directie van de Dienst Wegverkeer
Algemeen Directeur