Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Regeling voor financiële ondersteuning voor museale aankopen moderne beeldende kunst of vormgeving
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Welke musea kunnen aanvragen?
3. Waarvoor kan ondersteuning worden aangevraagd?
4. Welke criteria en voorwaarden hanteren wij bij de beoordeling?
Voorwaarden
5. Procedure
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2005. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2005.

Regeling voor financiële ondersteuning voor museale aankopen moderne beeldende kunst of vormgeving

Regeling voor financiële ondersteuning voor museale aankopen moderne beeldende kunst of vormgeving
1. Inleiding
De Mondriaan Stichting, stimuleringsfonds voor beeldende kunst, vormgeving en museale activiteiten, kan museale aankopen van moderne beeldende kunst en vormgeving financieel ondersteunen. Aankopen welke in het kader van een internationale presentatie worden gedaan kunnen ook voor een financiële ondersteuning in aanmerking komen.
Doel is het ondersteunen van aankopen van Nederlandse en internationale beeldende kunst en vormgeving van hoge kwaliteit door Nederlandse kunstmusea opdat:
- kunstmusea een evenwichtig beeld kunnen laten zien van 20e- en 21e-eeuwse beeldende kunst en vormgeving,
- de kwaliteit en de samenhang van de 'Collectie Nederland' op het gebied van de 20e- en 21e-eeuwse beeldende kunst en vormgeving wordt versterkt,
- de Nederlandse kunstmusea en daarmee de Nederlandse beeldende kunst en vormgeving een grotere internationale bekendheid krijgen,
- het publiek in ruime zin in aanraking wordt gebracht met hoogwaardige beeldende kunst en vormgeving.
Deze regeling is een deelreglement als bedoeld in artikel 5 lid 2 van het Algemeen Reglement van de Mondriaan Stichting. Het Algemeen Reglement is op aanvraag bij de Mondriaan Stichting verkrijgbaar.
2. Welke musea kunnen aanvragen?
In aanmerking komen Nederlandse musea, met een blijvend toegankelijke collectie, die geheel of voor een gedeelte gericht zijn op het in een artistieke context verzamelen en presenteren van collecties beeldende kunst, fotografie en vormgeving. 1 Het museum moet een hoogwaardige collectie beeldende kunst bezitten en minimaal een traditie van vijf jaar hebben in het aankopen van moderne beeldende kunst of vormgeving.
De huisvesting (depot en klimaatvoorzieningen) van het museum moet voldoen aan de museale eisen van passieve conservering van werken van beeldende kunst en vormgeving, of dit moet aantoonbaar binnen vijf jaar het geval zijn.
Bovendien geldt dat, om in aanmerking te komen voor ondersteuning in de hiervoor genoemde categorie A, het eigen structurele aankoopbudget ten behoeve van 20e- en 21e-eeuwse beeldende kunst en vormgeving minimaal per jaar f 100.000 dient te bedragen. 2
3. Waarvoor kan ondersteuning worden aangevraagd?
De ondersteuning door de Mondriaan Stichting heeft betrekking op:
A Het ondersteunen van het collectiebeleid van Nederlandse kunstmusea, door financieel bij te dragen aan aankopen van beeldende kunst en vormgeving uit de 20e en 21e eeuw die worden gedaan binnen het kader van het collectieplan van het betreffende museum. In totaal heeft de Mondriaan Stichting hiervoor een budget van ca. f 2 miljoen per jaar beschikbaar.
B Dit onderdeel is komen te vervallen.
C Het ondersteunen van aankopen van zeer bijzondere werken of collecties van beeldende kunst en vormgeving uit de 20e en 21e eeuw. Voor de financiële ondersteuning van deze aankopen is per 1 januari 2001 een bedrag van ruim f 8 miljoen beschikbaar. Jaarlijks zal er circa f 550.000 in het fonds gedoteerd worden.
4. Welke criteria en voorwaarden hanteren wij bij de beoordeling?
ad A. Ondersteuning van aankopen in het kader van het collectieplan (totaalbudget ca. f 2 miljoen per jaar)
Musea die aan de hiervoor genoemde voorwaarden voldoen kunnen een aanvraag bij de Mondriaan Stichting doen voor financiële ondersteuning van aankopen van beeldende kunst en vormgeving geproduceerd in de 20e en 21e eeuw. Minstens de helft dient aankopen te betreffen van Nederlandse kunstenaars.
Hiertoe moet een collectieplan inclusief aankoopplan worden ingediend waaruit duidelijk wordt waarom deze kunst of vormgeving van belang is voor het eigen museum en hoe deze aankopen zich verhouden binnen de 'Collectie Nederland'.
In dit collectieplan geeft het museum aan wat de doelstelling van de instelling is, wat de relatie tussen de bestaande collecties en doelstelling is, welke collectieonderdelen afgerond zijn en in welke categorieën beeldende kunst en vormgeving het voornemens is aankopen te doen en de reden waarom. Van deze collecties moet duidelijk zijn welk doel wordt nagestreefd en waar de hiaten zich bevinden. Bovendien moet inzicht worden verschaft in de gestelde prioriteiten.
Het ingediende beleidsplan moet kwaliteit waarborgen en moet een aanvulling of uitbreiding beogen op de bestaande collectie en daarmee een verrijking zijn van het Nederlands cultuurbezit.
In dit collectie- en aankoopplan worden wel categorieën van werken genoemd maar geen specifieke werken. Tevens geeft het museum aan op welke wijze het voornemens is deze werken te presenteren. Hiermee maakt het museum duidelijk dat het zelf ook prioriteit hecht aan de ingediende voorstellen.
Aan de hand van de binnengekomen aanvragen (voor de periode 2002-2003 moeten aanvragen vóór 1 oktober 2001 door de Mondriaan Stichting ontvangen zijn) stelt de Mondriaan Stichting vast welke musea financiële ondersteuning zullen ontvangen.
De beoordeling van de aanvragen vindt plaats op basis van de volgende punten:
- het gevoerde beleid van het museum;
- de kwaliteit van het ingediende collectie- en aankoopplan;
- de presentatiemogelijkheden van de eventueel aangekochte werken;
- de aanwezigheid van werken uit een zelfde categorie in andere Nederlandse musea, alsmede de context waarin de aan te kopen werken worden geplaatst; dit om een goede afweging te maken van het collectie- en presentatiebeleid van de afzonderlijke musea in relatie tot het totaal van de museale collecties in Nederland;
- de voor dit doel bestemde financiële middelen bij de Mondriaan Stichting in relatie tot het aantal aanvragen;
- het bruikleenbeleid van het museum (de mate van medewerking aan bruikleenverkeer).
De Mondriaan Stichting zal op basis van een kwalitatieve beoordeling van boven genoemde punten de hoogte van de financiële ondersteuning vaststellen. De financiële bijdrage van de Mondriaan Stichting zal per museum nooit hoger zijn dan f 250.000 per jaar.
Indien de aanvraag (inclusief het collectie- en aankoopplan) wordt gehonoreerd zal dat voor twee jaar geschieden. Formeel worden toezeggingen per jaar gedaan, doch de Mondriaan Stichting zal zoveel als mogelijk de voorwaarden creëren om voor twee jaar duidelijkheid te geven ten aanzien van de te verwachten financiële ondersteuning.
ad C. Het ondersteunen van aankopen van zeer bijzondere werken of deelcollecties; Aankoopfonds Collectie Nederland, onderdeel moderne beeldende kunst en vormgeving
De Mondriaan Stichting kan bijdragen aan het verwerven van zeer bijzondere werken of deelcollecties van beeldende kunst en vormgeving uit de 20e eeuw. Het gaat om incidentele museale aankopen met een zeer bijzondere betekenis. De aankopen moeten van aantoonbaar cruciaal belang zijn voor de 'Collectie Nederland'. Het zal vaak gaan om aankopen die belangrijke lacunes in de eigen collectie opvullen (retrospectief) of hele speciale aankopen van deelcollecties beeldende kunst of vormgeving die anders voor Nederland verloren dreigen te gaan. Bovendien zullen deze aankopen vaak een spoedeisend karakter hebben. Deze ondersteuningsmogelijkheid is enigszins vergelijkbaar met de werkwijze van de Vereniging Rembrandt, doch het is uitdrukkelijk niet de bedoeling een veelheid aan aankopen te gaan ondersteunen. Deze museale aankoopregeling is bestemd voor bijzondere (ad-hoc)aankopen en niet voor het op reguliere basis financieel ondersteunen van het collectiebeleid van een museum. Om het bijzondere karakter van de aankoop te onderstrepen kunnen alleen aankopen met een minimum aankoopbedrag van f 100.000 financieel worden ondersteund.
Het aankoopfonds zal nooit een financiële ondersteuning van 100% voor een aankoop bieden. Uitgangspunt is dat musea ook uit andere bronnen bijdragen weten te verwerven en daarmee het draagvlak voor de aankoop aantonen (eigen bijdrage, andere fondsen, sponsoring). De Mondriaan Stichting zal niet meer dan 40% van het aankoopbedrag bijdragen. Dit betekent (door het minimum aankoopbedrag van f 100.000) dat de eigen inbreng minimaal f 60.000 bedraagt.
Het aankoopfonds moderne beeldende kunst en vormgeving betreft een fonds dat gecreëerd werd met een startkapitaal van f 1.750.000 dat jaarlijks wordt aangevuld met een bedrag van circa 2 miljoen en rente. Met ingang van 1999 wordt een extra financiële bijdrage van f 1.000.000 toegevoegd aan het fonds uit het Aankoopfonds Collectie Nederland. Al met al betekent dat het aankoopfonds moderne beeldende kunst in 200 is aangegroeid tot ruim f 8 miljoen. Voor de overige museale collectiegebieden geldt de regeling Aankoopfonds Collectie Nederland en de in die regeling genoemde voorwaarden en criteria.
Voorwaarden
Omdat de gewenste aankoop de collectie van het betreffende museum in belang doet toenemen wordt van musea die financiële ondersteuning uit het aankoopfonds verkrijgen verwacht dat zij een actieve inspanning leveren aan de collectiemobiliteit, dit om tot een upgrading van zowel de eigen collectie als die van andere Nederlandse musea te komen. Tevens wordt van deze musea een zeer coulant en actief bruikleenverkeer geëist ten opzichte van Nederlandse collega-musea.
De musea die een beroep op deze regeling doen dienen in het onderlinge bruikleenverkeer te handelen conform het reciprociteitbeginsel ('wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet'). Dat betekent dat aan Nederlandse musea geen loan-fee in rekening wordt gebracht (waaronder kosten voor werkzaamheden van de eigen museummedewerkers voor bruiklenen). Het bruikleenverkeer tussen musea moet erop gericht zijn de handling-fee (directe kosten als transport, verzekering, bekisting e.d.) zo laag mogelijk te houden. De afweging tot het al dan niet verlenen van de bruiklenen moet niet plaatsvinden op financiële redenen maar op grond van het 'welzijn' van het werk en op inhoudelijke gronden, waarbij aanvragen van Nederlandse collega musea soepel worden beoordeeld. Bij de aanvraag dient het museum een verklaring te voegen waarin het museum verklaart conform het bovenstaande te handelen.
De musea die een beroep willen doen op deze regeling moeten een collectieplan overleggen. In dit collectieplan staat waar de museale collectie uit bestaat, wat de kerncollectie is en hoe het museum zich positioneert ten opzichte van andere Nederlandse of buitenlandse musea in dezelfde sector. Bovendien moet in dit plan aandacht worden besteed aan de vraag hoe het museum een rol denkt te kunnen vervullen in het vergroten van de samenhang en mobiliteit binnen de Collectie Nederland. Daartoe moet in het collectieplan aangegeven worden welke objecten of (deel)collecties het museum daadwerkelijk beschikbaar stelt als langdurige bruiklenen of overdracht aan andere musea.
De voorgestelde aankopen moeten bestemd zijn voor (semi-)permanente opstellingen. Slechts met schriftelijke toestemming van het Ministerie van OCW of de Mondriaan Stichting mag de aankoop aan de openbaarheid worden onttrokken door plaatsing in een studieafdeling, depot of een andere ruimte die niet toegankelijk is voor het algemeen publiek. Wanneer aankopen door de aard van het object (tekeningen, prenten e.d.) niet langdurig kunnen worden tentoongesteld, moeten zij op verzoek kunnen worden geraadpleegd. Met betrekking tot de presentatie van de aankopen dient het aanvragende museum duidelijk te maken welke functie de aankoop in de presentatie vervult, anders gezegd met welk verhaal de presentatie wordt verrijkt.
Voor de volledigheid wordt nog vermeld dat deze regeling niet is bedoeld voor de aankoop van objecten welke staan vermeld op de lijst, behorend bij de Wet Behoud Cultuurbezit . Voor deze objecten bestaat een aparte financiële regeling bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Aanvragen voor financiële ondersteuning dienen de Mondriaan Stichting ten minste 3 maanden voor de feitelijke aankoop- of veilingsdatum te bereiken. Alleen wanneer er sprake is van een aantoonbare en onvermijdbare spoedsituatie kan van de genoemde termijn worden afgeweken. De termijn van drie maanden is nodig voor het inwinnen van deskundigenadvies ter voorbereiding van besluitvorming door de Mondriaan Stichting.
5. Procedure
Uw aanvraag kunt u richten aan de Mondriaan Stichting, Jacob Obrechtstraat 56, 1071 KN Amsterdam. De aanvraag moet voldoende gegevens bevatten om te kunnen beoordelen of het museum voor ondersteuning in het kader van deze regeling in aanmerking komt (zie ' Welke musea kunnen aanvragen').
Uw aanvraag wordt in eerste instantie behandeld door de betrokken projectmedewerker van de Mondriaan Stichting. Indien uw aanvraag, na toetsing aan de voorwaarden, verder in behandeling genomen kan worden, zal deze voor advies worden voorgelegd aan een deskundige adviescommissie. Mede op basis van dit advies beslist de Mondriaan Stichting tot het al dan niet honoreren van een aanvraag en de hoogte van de financiële ondersteuning.
Voor de ondersteuning van collectieplanaankopen (zie ad A) moeten aanvragen voor de periode 2002/2003 uiterlijk 1 oktober 2001 in het bezit van de Mondriaan Stichting zijn.
Verder vragen wij uw aandacht voor het volgende:
De aankopen dienen regelmatig in de permanente dan wel semi-permanente opstelling van het museum te worden getoond. Indien de aard van het kunstwerk opstelling voor het publiek verhindert (bijvoorbeeld tekeningen en prenten) dan dient het kunstwerk op andere wijze toegankelijk gemaakt te worden (bijvoorbeeld via studiecollecties, publicaties of audiovisuele ontsluiting).
Werken die met financiële ondersteuning van de Mondriaan Stichting door de musea worden aangeschaft, worden eigendom van het museum maar mogen niet worden vervreemd zonder toestemming van de Mondriaan Stichting dan wel het Rijk. Voor de (voormalige) rijksmusea wordt in dit verband verwezen naar de regeling die deze musea met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen hebben opgesteld. In deze regeling wordt de eigendom van de museale collecties geregeld.
Reeds gekochte werken komen niet voor ondersteuning in aanmerking.
Voor de ondersteuningsactiviteiten A zal per jaar moeten worden aangetoond dat het museum uit het eigen structurele aankoopbudget voor tenminste f 100.000,- aan 20e- en 21e-eeuwse beeldende kunst en vormgeving heeft aangekocht. Normaal zal de financiële bijdrage na afloop van een kalenderjaar aan de hand van een accountantsverklaring (administratief consulent) m.b.t. de gestelde voorwaarden (o.a. eigen bijdrage), worden verstrekt. Bij wijze van uitzondering kan een gedeeltelijk voorschot overeengekomen worden.
Bij deze regeling zal in de middelenbesteding flexibiliteit worden betracht. Onderbesteding in het ene bestedingsdoel kan ten goede komen aan het andere, terwijl niet bestede middelen aan het bijzondere aankoopfonds worden toegevoegd.
'In beginsel toezeggingen' voor meerjarige ondersteuning worden per jaar toegekend en afgerekend en worden gedaan onder het voorbehoud van subsidiëring van de Mondriaan Stichting hiervoor door het Ministerie van OCenW.
In verband met de verantwoordingsplicht van de Mondriaan Stichting aan het Ministerie van OCenW geldt dat het museum uiterlijk twee maanden na afloop van een kalenderjaar een opgave doet van aankopen met dia, naam kunstenaar, geboortejaar en woonplaats, van de kunstenaar, aankoopbedrag en verkoopkanaal (galerie, atelier, veiling e.d.). 1
Onder vormgeving verstaan wij industriële, grafische en ruimtlijke vormgeving, mode en toegepaste kunst. 2
Onder het structurele aankoopbudget verstaan wij de budgetten die de beheerders van de musea, eventuele andere overheden of direct aan het museumverbonden fondsen op een structurele wijze aan het museum ter beschikking stellen. Gelden voor opdrachtenbeleid beeldende kunst en vormgeving zijn hiervan uitgesloten evenals incidentele inkomsten uit legaten, giften, ad-hocsponsoring en dergelijke.