Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
1. Reikwijdte
2. Doel van de regeling
3. Begripsbepalingen
4. Gegevensverstrekking
5. Wijze van gegevensverstrekking
6. Intrekking oude regel(s)
7. Inwerkingtreding en citeerregel
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 29 september 2013. U leest nu de tekst die gold op 28 september 2013.

Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)

Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)
Ingevolge artikel 62 juncto 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van het verstrekken van gegevens en inlichtingen door zorgaanbieders.
1. Reikwijdte
Deze regeling is van toepassing op instellingen voor medisch specialistische zorg, audiologische centra en centra voor erfelijkheidsonderzoekdie medisch specialistische zorgleveren als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw) . Deze regeling is niet van toepassing op sanatoria, abortusklinieken en instellingen voor curatieve geestelijke gezondheidszorg.
2. Doel van de regeling
Deze regeling beoogt informatie te verkrijgen die de NZa gebruikt voor:
a. de uitvoering van de wettelijke taken met betrekking tot het onderhoud van de tot het DBC-systeem deeluitmakende prestatiebeschrijvingen en tarieven, teneinde de publieke belangen van de zorg te borgen. Hieronder medebegrepen de Wmg-taken op het gebied van tarifering en budgettering.
b. het verstrekken van informatie aan het Ministerie van VWS over de ontwikkeling van de bekostiging en financiering van de medisch specialistische zorg.
c. het monitoren en analyseren van marktontwikkelingen en zo nodig ingrijpen op grond van wettelijke taken of de Minister van VWS adviseren nadere maatregelen te treffen in die deelsectoren van de medisch specialistische zorg.
3. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
2.1 Add-on
Add-ons zijn overige zorgproducten, uitgedrukt in zorgactiviteiten, behorend bij een DBC-zorgproduct. Alleen zorg op de Intensive Care (IC) alsmede een limitatief aantal dure en weesgeneesmiddelen zijn gedefinieerd als een add-on.
2.2 DBC
Een Diagnose Behandeling Combinatie is een declarabele prestatie, die de resultante is van het totale traject van de diagnose die de zorgverlener stelt tot en met de (eventuele) behandeling die hieruit volgt. Vanaf 1 januari 2012 worden nieuwe zorgprestaties uitgedrukt in DBC-zorgproducten.
2.3 DBC-zorgproduct
Een DBC-zorgproduct is een declarabele prestatie die is afgeleid uit subtrajecten en zorgactiviteiten via door de NZa vastgestelde beslisbomen.
2.4 DBC-zorgproductcode
Het unieke nummer van een DBC-zorgproduct dat bestaat uit negen posities, te weten DBC-zorgproductgroepcode (zes posities) en een code voor het specifieke DBC-zorgproduct binnen de DBC-zorgproductgroep (drie posities).
2.5 Declaratieset
De voor afleiding aan een grouper aangeboden verzameling van gegevens omtrent de door een zorgaanbieder aan een patiënt geleverde zorg.
2.6 DIS (DBC Informatiesysteem)
DIS is een onafhankelijke organisatie maar bestuurlijk en facilitair ondergebracht bij DBC-Onderhoud. DIS biedt diensten aan om aanlevering door de onder deze regeling vallende zorgaanbieders van de MDS (zie 2.11) aan de NZa mogelijk te maken. Deze diensten bestaan uit verzameling, opslag en uitlevering van gegevens.
2.7 Honorariumbedrag (of honorariumcomponent)
Het maximum bedrag (per zorgproduct) dat in rekening gebracht kan worden ter vergoeding van de diensten van een medisch specialist. Al dan niet in combinatie met het kostenbedrag vormt dit het tarief per zorgproduct.
2.8 Hoofdbehandelaar
Zorgaanbieder die, in reactie op de zorgvraag van een patiënt, bij die patiënt de diagnose stelt en die verantwoordelijk is voor de behandeling.
2.9 Kostenbedrag (of kostencomponent)
Het bedrag (per gereguleerd zorgproduct) dat in rekening gebracht mag worden ter vergoeding van de instellingskosten. Al dan niet in combinatie met het honorariumbedrag vormt dit het tarief per zorgproduct.
2.10 Locatiecode
Wanneer binnen een instelling voor medisch specialistische zorg vanuit meerdere locaties zorg wordt verleend, wordt per locatie een unieke locatiecode gebruikt. De locatiecode is een volgnummer binnen de zorginstelling welke aangeeft waar de hoofdbehandelaar de patiënt onder behandeling heeft. Dit zal veelal de locatie zijn waar het DBC-zorgproduct wordt geopend.
2.11 MDS (Minimale Dataset)
Dataset van gegevens als bedoeld in artikel 4 van deze regeling.
2.12 Ondersteunend product (OP)
Een ondersteunend product (OP) valt onder de categorie ‘overige zorgproducten’. Een OP wordt uitgedrukt in een zorgactiviteit en wordt geleverd door een niet-poortspecialisme op verzoek van de eerstelijn of een ander specialisme binnen dezelfde instelling waarvoor de DBC-systematiek niet geldt of voor verpleging in de thuissituatie in het kader van medisch specialistisch zorg.
2.13 Overig product (OVP)
Een overig product (OVP) valt onder de categorie ‘overige zorgproducten’. Een OVP wordt uitgedrukt in een zorgactiviteit en wordt geleverd door een poortspecialisme (zie 2.17) op verzoek van de eerstelijn of een ander specialisme binnen dezelfde instelling waarvoor de DBC-systematiek niet geldt.
2.14 Overig traject
Een overig traject valt onder de categorie ‘overige zorgproducten’. Een overig traject is een prestatie die een aaneengesloten traject betreft, waarvoor de declaratie-eenheid een dag is zoals gezonde zuigelingen en verkeerde-beddagen.
2.15 Overige verrichting
Een overige verrichting valt onder de categorie ‘overige zorgproducten’. Onder overige verrichtingen wordt verstaan; losse declarabele verrichtingen die niet te definiëren zijn als OVP, OP of overige traject.
Voorbeelden hiervan zijn bijzondere tandheelkunde en kaakchirurgie.
2.16 Overige zorgproducten
De prestaties binnen de medisch specialistische zorg, niet zijnde DBC-zorgproducten. Overige zorgproducten bestaan uit een vijftal soorten prestaties, te weten add-ons, ondersteunende producten, overige producten, overige trajecten en overige verrichtingen.
2.17 Poortspecialist
Een poortspecialist is de medisch specialist naar welke een patiënt wordt verwezen voor medisch specialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: Oogheelkunde (0301), KNO (0302), Heelkunde/Chirurgie (0303), Plastische chirurgie (0304), Orthopedie (0305), Urologie (0306), Gynaecologie (0307), Neurochirurgie (0308), Dermatologie (0310), Inwendige Geneeskunde (0313), Kindergeneeskunde/Neonatologie (0316), Gastro-enterologie/MDL (0318), Cardiologie (0320), Longgeneeskunde (0322), Reumatologie (0324), Allergologie (0326). Revalidatie (0327), Cardio-Pulmonale Chirurgie (0328), Consultatieve psychiatrie (0329), Neurologie (0330), Klinische Geriatrie (0335), Radiotherapie (0361). 1
De poortspecialist is verantwoordelijk voor een juiste typering van een zorgtraject/subtraject bij de geleverde zorg. De poortfunctie kan ook door een ondersteunend specialisme worden ingenomen welke hiervoor een door de NZa vastgestelde typeringslijst heeft, zoals radiologie (0362), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). Daarnaast kent de audiologie (1900) ook een eigen typeringslijst.
2.18 Uitvoerende instelling
De instelling die een declarabele prestatie uitvoert.
2.19 Zorgactiviteit
De gestandaardiseerde onderverdeling in zorgactiviteiten. De zorgactiviteiten zijn de bouwstenen van het DBC-zorgproduct en vormen gezamenlijk het profiel van een DBC-zorgproduct. Ze bepalen in combinatie met het geregistreerde subtraject welke prestatie is geleverd en welke DBC-zorgproduct kan worden gedeclareerd.
Daarnaast vormt de onderverdeling in zorgactiviteiten de basis voor overige zorgproducten.
2.20 Zorgprofiel
Alle geregistreerde zorgactiviteiten binnen een DBC-zorgproduct.
4. Gegevensverstrekking
De zorgaanbieders zoals genoemd in artikel 1 van deze regeling verstrekken maandelijks onderstaande gegevens (MDS) over alle in de voorafgaande maand gedeclareerde prestaties aan het DIS.
De gegevens dienen volledig en naar waarheid te worden verstrekt.
Identificatie zorgaanbieder
? Unieke identificatie zorgaanbieder
? Locatiecode (AGB-code)
Identificatie patiënt
? Pseudo-identiteit patiënt
? Postcode (4-cijferig)
? Geboortejaar
? Geslacht
? Unieke identificatie ziektekostenverzekeraar (conform UZOVI-register)
Productie per patiënt
A. DBC-zorgproduct:
? DBC-zorgproductcode (9 posities)
? DBC-declaratiecode (6 posities)
? Uitvoerend specialismecode (4 posities)
? Zorgtypecode (2 posities)
? Zorgvraagcode (indien van toepassing: 2 posities)
? (typerende) Diagnosecode (4 posities)
? Begindatum
? Einddatum
? Uitvoerende instelling (praktijk of instellingscode)
? Gedeclareerd bedrag DBC-zorgproduct:
? Gedeclareerd kostenbedrag
? Gedeclareerd honorariumbedrag
Geleverd zorgprofiel DBC-zorgproduct:
? Zorgactiviteitcode (6 posities)
? Uitvoerdatum zorgactiviteit
? Uitvoerend specialismecode
? Uitvoerende instelling (praktijk of instellingscode)
B. Overige zorgproducten:
? Declaratiecode (is zorgactiviteitcode: 6 posities)
? Uitvoerdatum overig zorgproduct
? Behandeld specialismecode (4 posities)
? Aanvragend specialismecode (4 posities)
? Uitvoerende instelling (praktijk of instellingscode)
Gedeclareerde bedrag overig zorgproduct:
? Gedeclareerd kostenbedrag (indien van toepassing)
? Gedeclareerd honorariumbedrag (indien van toepassing)
5.1 Zorgaanbieders als genoemd in artikel 1 van deze regeling zijn verplicht eenmaal per maand de MDS zoals genoemd in artikel 4, elektronisch aan het DIS aan te leveren. Deze verplichting geldt alleen indien in de voorafgaande maand gedeclareerd is. Deze maandelijkse levering dient plaats te vinden voor het einde van de opvolgende maand.
5.2 Voor aanlevering aan DIS dient gebruik gemaakt te worden van de meest recente aanleverstandaard die de technische vereisten specificeert. Deze aanleverstandaard ligt vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling bij de NZa ter inzage. Op verzoek van een belanghebbende wordt dit format toegezonden. Het format kan tevens worden geraadpleegd op www.dbcinformatiesysteem.nl.
5.3 Gegevenslevering bij DIS kan uitsluitend via de door DIS gespecificeerde methode en wordt na technische controle door DIS voorzien van een ontvangstbevestiging. Deze ontvangstbevestiging volgt uit een technische toetsing en is daarmee geen inhoudelijke goedkeuring.
5.4 Mutaties en aanvullingen op de MDS-informatie van productie afgesloten in enig jaar (T) moeten uiterlijk voor 1 oktober van het daaropvolgende jaar (T+1) aangeleverd worden bij DIS als onderdeel van de reguliere maandelijkse gegevenslevering. Per 1 oktober van dit opvolgende jaar (T+1) maakt DIS een jaarafsluiting van het voorafgaande jaar (T). Na deze datum is het niet meer mogelijk MDS-informatie van het afgesloten jaar (T) aan te leveren.
6. Intrekking oude regel(s)
Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de regeling ‘verplichte aanlevering minimale dataset somatische zorg’, met kenmerk CI/NR100.083 , ingetrokken.
7. Inwerkingtreding en citeerregel
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.Ingevolge artikel  20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) zal deze regeling in de Staatscourant worden geplaatst.
Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)’.
1
tandarts-specialisten voor mondziekten en kaakchirurgie hebben vaak ook een poortfunctie, maar declareren in overige zorgproducten.
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit,
voorzitter.