Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Regeling toezichtkosten DNB Wet toezicht kredietwezen 1992
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Rekening en verantwoording
+ § 3. Bijdragen kosten uitoefening toezicht
+ § 4. Hoogte bedrag, verstrekking gegevens en betaling
+ § 5. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2007. U leest nu de tekst die gold op -.

Regeling toezichtkosten DNB Wet toezicht kredietwezen 1992

Regeling toezichtkosten DNB Wet toezicht kredietwezen 1992
De Nederlandsche Bank N.V.,
Gelet op artikel 86 van de Wet toezicht kredietwezen 1992;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet toezicht kredietwezen 1992 ;
b. minister: de Minister van Financiën;
c. de Bank; De Nederlandsche Bank N.V.
1.
De Bank stelt jaarlijks een begroting op van de in het daarop volgende jaar te verwachten baten en lasten, investeringsuitgaven alsmede inkomsten en uitgaven met betrekking tot de uitvoering van de taken en bevoegdheden die haar zijn opgedragen bij of krachtens de wet .
2.
De begroting wordt op een zodanige wijze opgesteld dat de lasten en uitgaven structureel worden gedekt door de baten en inkomsten.
3.
De begrotingsposten worden van een toelichting voorzien.
4.
Tenzij de werkzaamheden waarop de begroting betrekking heeft nog niet eerder werden verricht, bevat de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar en de laatste verantwoording waarmee de Minister heeft ingestemd.
5.
De Bank zendt de begroting, vergezeld van een toelichting, voor 1 december van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar ter instemming aan de minister.
6.
De Bank doet onverwijld mededeling in de Staatscourant van de begroting waarmee de minister heeft ingestemd en maakt deze openbaar.
Artikel 3
Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet de Bank daarvan onverwijld mededeling aan de minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
1.
De Bank stelt jaarlijks een verantwoording op van de opgedragen taken en toegekende bevoegdheden en daaruit voortvloeiende werkzaamheden uit hoofde van de wet . De verantwoording wordt voor het eerst opgesteld over het jaar 2004.
2.
De verantwoording gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Bank aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3.
De accountant voegt bij de verklaring bedoeld in het tweede lid, tevens een verslag van zijn bevindingen omtrent de rechtmatige inning en besteding van de middelen door de Bank uit hoofde van de wet .
4.
De Bank zendt de vastgestelde verantwoording als bedoeld in het eerste lid, voor 1 mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan de minister.
5.
De Bank doet onverwijld mededeling in de Staatscourant van de verantwoording waarmee de minister heeft ingestemd, en maakt deze openbaar.
1.
Het verschil tussen de aan het eind van een begrotingsjaar gerealiseerde baten en lasten van de Bank vormt het exploitatiesaldo.
2.
Indien in het voorafgaande jaar een exploitatiesaldo is ontstaan en de Bank het exploitatiesaldo wil betrekken bij de in het lopende jaar in rekening te brengen kosten als bedoeld in artikel 7, doet de Bank daaromtrent een voorstel in de verantwoording die ter instemming aan de minister wordt gezonden.
1.
De Bank kan eenmalig een bedrag in rekening brengen aan een aanvrager of een verzoeker ter vergoeding van de kosten van de behandeling van een aanvraag of verzoek om:
a. een vergunning als bedoeld in artikel 6 of 38 van de wet, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt naar kredietinstellingen als bedoeld onder artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2° van de wet;
c. een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in de artikelen 23, eerste lid, 24, eerste lid, of 30d, derde lid van de wet;
d. een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 45, eerste lid van de wet;
2.
De Bank kan eenmalig een bedrag in rekening brengen aan een onderneming of instelling ter vergoeding van de kosten van de verlening van een vrijstelling als bedoeld in de artikelen 6, tweede lid, 31, vierde lid, 32, tweede lid, en 38, derde lid, van de wet welke verlening wordt verricht naar aanleiding van een opgave als bedoeld in artikel 4 van de vrijstellingsregeling Wet toezicht kredietwezen 1992 of toezending van de jaarrekening als bedoeld in artikel 6 van genoemde vrijstellingsregeling.
3.
De Bank kan eenmalig een bedrag in rekening brengen aan de onderneming of instelling ter vergoeding van de kosten van een toetsing van de deskundigheid of betrouwbaarheid van een beleidsbepaler, mede-beleidsbepaler of houder van een gekwalificeerde deelneming welke toetsing wordt verricht naar aanleiding van een kennisgeving, melding of mededeling als bedoeld in artikel 13, eerste of derde lid van de wet.
4.
Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, kan worden vermeerderd met een bedrag ter vergoeding van de kosten van een toetsing van de deskundigheid of betrouwbaarheid van een beleidsbepaler, mede-beleidsbepaler of houder van een gekwalificeerde deelneming, voor zover deze kosten niet reeds op basis van het eerste lid in rekening zijn gebracht.
1.
De Bank brengt jaarlijks een bedrag in rekening aan een onderneming of instelling ter vergoeding van kosten voor werkzaamheden, voorzover deze kosten niet reeds op grond van artikel 6 in rekening worden gebracht.
2.
De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden op basis van de begroting waarmee de minister heeft ingestemd, geraamd voor het jaar waarop het in rekening te brengen bedrag betrekking heeft, met dien verstande dat op die kosten in mindering worden gebracht de kosten die voor dat jaar ten laste komen van de rijksbegroting.
3.
De geraamde kosten worden toegerekend aan categorieën van gelijksoortige instellingen naar de mate van hun beslag op de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid.
4.
Op de per categorie toegerekende geraamde kosten worden in mindering gebracht:
a. een uit het voorafgaande jaar resulterend positief exploitatiesaldo dat aan de desbetreffende categorie valt toe te rekenen, indien een daartoe strekkend voorstel als bedoeld in artikel 5, tweede lid, is opgenomen in de verantwoording waarmee de minister heeft ingestemd;
b. de aan het exploitatiesaldo toegerekende opbrengsten uit bestuurlijke boetes en verbeurde dwangsommen die aan de desbetreffende categorie vallen toe te rekenen en die niet reeds zijn opgenomen in het exploitatiesaldo, voor zover de hieraan ten grondslag liggende besluiten van de Bank in het voorafgaande jaar onherroepelijk zijn geworden.
5.
De per categorie toegerekende geraamde kosten worden vermeerderd met een uit het voorafgaande boekjaar resulterend negatief exploitatiesaldo dat aan de desbetreffende categorie valt toe te rekenen, indien een daartoe strekkend voorstel als bedoeld in artikel 5, tweede lid, is opgenomen in de verantwoording waarmee de minister heeft ingestemd.
Artikel 8
Categorieën als bedoeld in artikel 7, derde lid, zijn:
a. kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van de wet, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 6 van de wet is verleend;
b. kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de wet, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 6 van de wet is verleend;
c. kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van de wet ,waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 38 van de wet is verleend;
d kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de wet, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 38 van de wet is verleend;
e. kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet die op grond van artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen;
f. kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de wet, die op grond van artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen;
g. kredietinstellingen, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van de wet, die op grond van artikel 32 werkzaamheden door middel van het verlenen van diensten mogen verrichten;
h. kredietinstellingen, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de wet, die op grond van artikel 32a werkzaamheden door middel van het verlenen van diensten mogen verrichten.
i. financiële instellingen die op grond van artikel 45 van de wet onder toezicht zijn gesteld;
j. financiële instellingen die op grond van artikel 50 van de wet zijn toegelaten;
k. financiële instellingen die op grond van artikel 51 van de wetzijn toegelaten.
1.
Als maatstaf voor het in rekening te brengen bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, geldt, voor:
a. de categorieën als bedoeld in artikel 8, onderdelen a en c, de naar risicograad gewogen posten die bij of krachtens artikel 20 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;.
b. de categorieën als bedoeld in artikel 8, onderdelen b en d, de ter beschikking gekregen gelden in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven.
2.
De Bank stelt jaarlijks voor 1 juli per categorie een verdeelsleutel vast op basis van het totaal van de maatstafgegevens voor de desbetreffende categorieën. De Bank kan daarbij bandbreedtes bepalen en per bandbreedte een verdeelsleutel vast stellen.
3.
De Bank baseert haar voorstel voor de in het tweede lid bedoelde verdeelsleutel op de desbetreffende maatstaf die betrekking heeft op de gegevens per 31 december van het voorafgaande jaar.
Artikel 10
De Bank stelt jaarlijks en voor het eerst in 2005 voor 15 januari de hoogte van de onderscheiden eenmalig in rekening te brengen bedragen , bedoeld in artikel 6 vast.
1.
De hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, bestaat uit een jaarlijks voor 1 juli door de Bank per categorie vast te stellen minimumbedrag vermeerderd met een bedrag dat:
a. wordt gebaseerd op de kosten die per categorie zijn toegerekend op de wijze, bedoeld in artikel 7, tweede tot en met vijfde lid, onder aftrek van het totaal van de aan de desbetreffende categorie in rekening te brengen minimumbedragen en
b. dat is doorberekend naar rato van de verdeelsleutel, bedoeld in artikel 9, tweede lid, gerelateerd aan de maatstafgegevens als bedoeld in artikel 9, eerste lid, per 31 december van het voorafgaande jaar, dan wel indien deze gegevens nog niet beschikbaar zijn, de gegevens van het lopende jaar.
2.
Indien voor een categorie geen maatstaf als bedoeld in artikel 9 geldt, stelt de Bank voor de desbetreffende categorie jaarlijks voor 1 juli de hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, vast. De Bank baseert het bedrag op de kosten die aan de desbetreffende categorie zijn toegerekend op de wijze, als bedoeld in artikel 7, tweede tot en met vijfde lid.
3.
Het bedrag, bepaald op basis van het eerste of tweede lid, voor een onderneming of instelling die pas na 1 januari van het lopende jaar onder een categorie valt, wordt in rekening gebracht naar evenredigheid van het aantal maanden in het jaar dat de onderneming of instelling onder de categorie valt, met dien verstande dat een gedeelte van een maand geldt als volledige maand.
Artikel 12
Van de vastgestelde verdeelsleutels, bedoeld in artikel 9, tweede lid, en de vastgestelde bedragen, bedoeld in de artikelen 10 en 11, tweede lid, en het vastgestelde minimumbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, doet de Bank onverwijld mededeling in de Staatscourant.
1.
Indien de Bank niet beschikt over de gegevens met betrekking tot de maatstaf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, zal de onderneming of instelling op verzoek van de Bank binnen een door de Bank te stellen termijn opgave doen van die gegevens.
2.
Indien een onderneming of instelling na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld geen opgave heeft gedaan dan wel een kennelijk onjuiste of onvolledige opgave heeft gedaan, kan de Bank een schatting doen van de gegevens van de instelling met betrekking tot de maatstaf.
1.
De Bank bepaalt de wijze en het tijdstip van betaling van de bedragen, bedoeld in de artikelen 6 en 7.
2.
Indien als wijze van betaling automatische incasso is overeengekomen, kan de Bank bij het in rekening brengen van het bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, een korting toepassen. Per onderneming of instelling wordt jaarlijks slechts eenmaal een korting toegepast.
Artikel 15
Aan een onderneming of instelling die niet langer onder een categorie valt, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, terugbetaald naar evenredigheid van het aantal maanden van het jaar dat de onderneming of instelling niet langer onder de desbetreffende categorie valt, met dien verstande dat een gedeelte van een maand geldt als volledige maand.
Artikel 16
Indien een onderneming of instelling het vermogen heeft verkregen van een onderneming of instelling die gedurende het lopende jaar heeft opgehouden onder een categorie te vallen, wordt een bedrag ter vergoeding voor de kosten als bedoeld in artikel 7, eerste lid, die door de Bank ten aanzien van laatstbedoelde onderneming of instelling in het voorafgaande jaar zijn gemaakt in rekening gebracht bij de verkrijgende onderneming of instelling.
Artikel 17
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004 en vervalt op een door de Bank te bepalen tijdstip.
Artikel 18
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toezichtkosten DNB Wet toezicht kredietwezen 1992.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Amsterdam, 16 december 2003
De Nederlandsche Bank