Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Regeling stimuleringssubsidies
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. - Definities
+ Hoofdstuk II. - Doel
+ Hoofdstuk III. - Werkingssfeer
+ Hoofdstuk IV. - De subsidies
+ Hoofdstuk V. - Aanvraagprocedure
+ Hoofdstuk VI. - Formele toetsing
+ Hoofdstuk VII. - Inhoudelijke toetsing
+ Hoofdstuk VIII. - Beslissing
+ Hoofdstuk IX. - Beroep
+ Hoofdstuk X. - Verslaglegging en financiële verantwoording
+ Hoofdstuk XI. - Slot- en overgangsbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2012. U leest nu de tekst die gold op -.

Regeling stimuleringssubsidies

Regeling stimuleringssubsidies voor beeldende kunstenaars, vormgevers en beoefenaars van de bouwkunst
Het bestuur van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst besluit, na goedkeuring van de Minister van OC&W bij brief van 28 mei 2001, tot vaststelling van onderstaande regeling:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. het fonds: de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst;
b. het bestuur: het bestuur van de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst;
c. commissie: de commissie stimuleringssubsidies als bedoeld in het huishoudelijk reglement, artikel 11 en verder;
d. subcommissie: een subcommissie als bedoeld in het huishoudelijk reglement, artikel 19 en verder;
e. werkgroep: een werkgroep als bedoeld in het huishoudelijk reglement, artikel 30 en verder;
f. bevoegd adviesorgaan: commissie, subcommissie of werkgroep;
g. beeldende kunstenaar: degene, die professioneel werkzaam is binnen het kader van de beeldende kunsten en wel op één of meer van de volgende terreinen:
- teken-, schilder- en grafische kunsten;
- beeldhouwkunst;
- niet-traditionele vormen van beeldende kunst;
- fotografie;
- audiovisuele media;
- beeldende kunst-toepassingen;
- ambachtelijke kunsten.
h. vormgever: degene, die professioneel werkzaam is binnen het kader van de vormgeving en wel op één of meer van de volgende terreinen:
- keramiek;
- textiel;
- glas;
- sieraden;
- mode;
- grafische vormgeving;
- meubels;
- industriële vormgeving;
- illustraties;
- theatervormgeving;
- accessoires;
- modefotografie;
i. beoefenaar van de bouwkunst: degene, die professioneel werkzaam is binnen het kader van de architectuur en wel op één of meer van de volgende terreinen:
- stedenbouw;
- architectuur;
- interieurarchitectuur;
- tuin- en landschapsarchitectuur;
- architectuurfotografie.
j. kunstenaar: beeldende kunstenaar, vormgever of beoefenaar van de bouwkunst;
k. startstipendium: een bijdrage aan het inkomen van een kunstenaar die aan het begin van zijn professionele loopbaan staat. Deze bijdrage wordt verleend voor twaalf maanden en heeft tot doel de aanvang van de professionele en artistieke ontwikkeling van de kunstenaar te bevorderen;
l. werkbeurs: een bijdrage aan het inkomen van een kunstenaar. Deze bijdrage wordt verleend voor maximaal twaalf maanden en heeft tot doel de kunstenaar financiële ruimte te verschaffen om, los van andere verplichtingen tot verdieping van zijn werk te komen;
m. projectsubsidie: een aan een kunstenaar verleende bijdrage in de kosten van de uitvoering van een artistiek werkplan, dat hetzij in de tijd begrensd is, hetzij leidt tot een concreet resultaat of beiden;
n. investeringssubsidie: een bijdrage aan een niet-projectgebonden investering in een (technisch) hulpmiddel met een duurzaam karakter, die een bijdrage levert aan de kwalitatieve ontwikkeling van zijn/haar beroepspraktijk;
o. praktijksubsidie: een bijdrage aan het inkomen van een vormgever of beoefenaar van de bouwkunst als tegemoetkoming in de reguliere kosten, die in verband met de beroepspraktijk moeten worden gemaakt;
p. publicatiesubsidie: een aan een kunstenaar verleende bijdrage in de kosten van een publicatie over zijn of haar werk, die door de inhoud en/of vorm bijdraagt aan de discussie over of het inzicht in de hedendaagse beeldende kunsten, vormgeving, of bouwkunst;
q. subsidies: startstipendium, werkbeurs, projectsubsidie, publicatiesubsidie, praktijksubsidie dan wel investeringssubsidie.
1.
Het bestuur kan, ingevolge de doelstelling van de stichting, volgens de bepalingen, vastgesteld in dit reglement, op hun aanvraag startstipendia, werkbeurzen, investeringssubsidies, publicatiesubsidies en andere subsidies aan kunstenaars en praktijksubsidies aan vormgevers en beoefenaren van de bouwkunst toekennen, indien de artistieke prestaties van de aanvrager naar het oordeel van het bestuur, de subcommissie of de werkgroep gehoord, van belang zijn of bij een beginnend kunstenaar naar verwachting van belang zullen worden voor de hedendaagse beeldende kunsten, vormgeving of bouwkunst.
2.
Het bestuur kan, ingevolge de doelstelling van de stichting, volgens de bepalingen, vastgesteld in dit reglement, op hun aanvraag projectsubsidies aan kunstenaars toekennen, indien de artistieke prestaties van de aanvrager in samenhang met het project waarvoor de aanvraag wordt ingediend naar het oordeel van het bestuur, de subcommissie of de werkgroep gehoord, van belang zijn of bij een beginnend kunstenaar naar verwachting van belang zullen worden voor de hedendaagse beeldende kunsten, vormgeving of bouwkunst.
1.
De aanvrager dient in Nederland gevestigd te zijn en, indien hij/zij niet de Nederlandse nationaliteit bezit, te beschikken over een zodanige verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet dat een beroep op de openbare kas kan worden gedaan zonder dat een dergelijk beroep tot gevolg heeft dat de verblijfsvergunning komt te vervallen.
2.
De aanvrager van een werkbeurs dient ten minste vier jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar.
3.
De aanvrager van een projectsubsidie, een investeringssubsidie, een publicatiesubsidie of een praktijksubsidie dient ten minste vier jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar dan wel ten minste twee jaar een HBO-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten, vormgeving of bouwkunst/bouwkunde te hebben gevolgd.
4.
De aanvrager van een startstipendium dient korter dan vier jaar voor het indienen van een aanvraag ten minste twee jaar een HBO-opleiding aan een instituut voor beeldende kunsten, vormgeving of bouwkunst/bouwkunde hebben gevolgd.
1.
Startstipendia en praktijksubsidies kunnen slechts worden verstrekt voorzover het belastbaar inkomen van de aanvrager in het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover de subsidie zich uitstrekt naar verwachting lager zal zijn dan een door het bestuur vast te stellen bedrag. Wijziging van dit bedrag behoeft de goedkeuring van de Minister.
2.
Een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud in het kader van een projectsubsidie kan slechts worden verstrekt voorzover het belastbaar inkomen van de aanvrager in het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover de subsidie zich uitstrekt naar verwachting lager zal zijn dan een door het bestuur vast te stellen bedrag. Wijziging van dit bedrag behoeft de goedkeuring van de Minister.
3.
Onder belastbaar inkomen, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan het belastbaar inkomen bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 2001 met inbegrip van het inkomensbestanddeel van de aangevraagde subsidie.
4.
Bij de berekening van een subsidie dat een bijdrage aan het inkomen van de kunstenaar omvat, wordt uitgegaan van een maximum maandinkomen dat voor de onderscheiden subsidies door het bestuur wordt vastgesteld. Wijzigingen van deze bedragen behoeven de goedkeuring van de Minister.
5.
De bedragen van startstipendia en werkbeurzen, de bedragen voor een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud en de praktijksubsidies worden door het bestuur vastgesteld. Wijzigingen van deze bedragen behoeven de goedkeuring van de Minister.
6.
De jaarlijks vast te stellen bedragen bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid worden aan de aanvragers bekend gemaakt bij het ter beschikking stellen van de aanvraagformulieren, als bedoeld in artikel 18.
1.
Startstipendia worden voor een periode van maximaal 12 maanden verstrekt.
2.
Startstipendia kunnen aan dezelfde kunstenaar maximaal twee keer worden verstrekt.
3.
Werkbeurzen worden voor een periode van maximaal 12 maanden verstrekt.
4.
Projectsubsidies worden voor een periode van maximaal 12 maanden verstrekt.
5.
Het bestuur heeft de vrijheid wegens zwaarwegende redenen gehoord de subcommissie of de werkgroep, aan een kunstenaar een projectsubsidie voor een langere periode te verstrekken dan de in het vierde lid van dit artikel bedoelde periode.
6.
Indien de aanvraag voor een projectsubsidie deelname aan een meerjarige opleiding in het buitenland betreft, geldt een positief advies voor één jaar met dien verstande dat het bevoegd adviesorgaan bij de beoordeling van de eerste vervolgaanvraag het oordeel van het opleidingsinstituut over de van de aanvrager zal volgen.
7.
Praktijksubsidies kunnen aan dezelfde vormgever of beoefenaar van de bouwkunst maximaal eenmaal in de twee jaar verstrekt worden.
8.
Praktijksubsidies worden voor een periode van maximaal 12 maanden verstrekt.
Artikel 6
Bij de toekenning van de subsidie wordt de periode waarover de subsidie zich uitstrekt bepaald.
Artikel 7
Aan de verstrekking van de subsidie kan het bestuur nadere voorwaarden verbinden terzake van de uitvoering van het plan, de presentatie van de resultaten, de verslaglegging en de afrekening van de subsidie.
1.
Tijdens de periode waarin een kunstenaar gebruik maakt van een stimuleringssubsidie kan geen stimuleringssubsidie worden verstrekt die naar het oordeel van het bestuur, in dezelfde dekking van kosten voorziet.
2.
Tijdens de periode waarin een kunstenaar gebruik maakt van een startstipendium kan geen praktijksubsidie worden verstrekt.
3.
Indien een kunstenaar gedurende een periode waarin hij gebruik maakt van een praktijksubsidie een startstipendium krijgt toegekend, zal deze met de reeds voor die periode toegekende praktijksubsidie worden verrekend.
4.
Indien aan een vormgever korter dan vier jaar geleden een productiesubsidie op basis van de regeling basissubsidies is toegekend kan aan hem geen praktijksubsidie worden verstrekt.
1.
Een subsidie voor het volgen van een cursus of studie aan een buitenlands instituut kan niet worden verstrekt indien in Nederland een vergelijkbare studie gevolgd kan worden.
2.
Geen subsidie kan worden verstrekt voor het volgen van onderwijs aan instellingen, die krachtens de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek bekostigd worden.
3.
Uitgezonderd deelnemers aan het Europees Keramisch Werkcentrum kan geen subsidie worden verstrekt voor deelname aan de werkplaatsachtigen, zoals de Rijksakademie van Beeldende Kunsten, de Jan van Eyck Academie, de Ateliers of het Niaf.
4.
Indien deelname aan een van de in het tweede of derde lid van dit artikel genoemde instellingen aanvangt in hetzelfde jaar waarin een of meerdere subsidies zijn verstrekt, heeft het bestuur het recht om deze geheel of gedeeltelijk terug te vorderen.
Artikel 10
Geen subsidie kan worden verstrekt aan rechtspersonen, aan leden van het bestuur noch aan leden en plaatsvervangende leden van de commissies of werkgroepen.
Artikel 11
Subsidie kan slechts worden verstrekt voorzover de daartoe bestemde middelen van het Fonds toereikend zijn.
Artikel 12. - Werkbeurzen
De aanvraag voor een werkbeurs dient vergezeld te gaan van een motivering en een werkplan.
1.
De aanvraag voor een projectsubsidie dient vergezeld te gaan van een plan, een motivering, een begroting en offertes en indien van toepassing toezeggingen.
2.
Indien bij een aanvraag voor een projectsubsidie een andere partij is betrokken zoals een museum, een galerie, een bedrijf, dient de financiële bijdrage die de overige bij het project betrokken partijen leveren in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het Fonds.
3.
Tentoonstellingen en andere presentaties van werk van beeldend kunstenaars en vormgevers zijn niet subsidiabel.
4.
Aan beoefenaren van de bouwkunst kan een projectsubsidie worden verstrekt als bijdrage in de kosten van presentatie van eigen werk in het buitenland of een bijdrage van maximaal 50% in de kosten van een bij een degelijke presentatie behorende catalogus.
1.
De aanvraag voor een investeringssubsidie dient vergezeld te gaan van een plan, een motivering, een begroting en offertes.
2.
De aanvrager dient aannemelijk te maken dat het niet mogelijk is om de kosten, waarvoor hij/zij subsidie aanvraagt, op andere wijze gefinancierd te krijgen.
3.
De investeringssubsidie bedraagt maximaal 75% van het met de investering gemoeide bedrag. De aanvrager dient aannemelijk te maken dat hij/zij in staat is de resterende 25% op andere wijze te financieren.
1.
De aanvraag voor een publicatiesubsidie dient vergezeld te gaan van een omschrijving en, zo mogelijk een dummy, gegevens over het formaat, de oplage, de namen van de grafisch ontwerper en de eventuele schrijver(s), de wijze van distributie, de verkoopprijs, een begroting en zo mogelijk, offertes.
2.
De publicatiesubsidie bedraagt maximaal 50% van het met de publicatie gemoeide bedrag.
Artikel 16
Het bestuur maakt ten minste eenmaal per jaar informatie openbaar over de mogelijkheden voor kunstenaars tot het verkrijgen van een subsidie. Het bestuur vermeldt daarbij de voorwaarden, waaraan een aanvraag voor zo'n subsidie dient te voldoen.
1.
Aanvragen voor werkbeurzen en investeringssubsidies kunnen tweemaal per jaar worden ingediend. Het bestuur stelt jaarlijks twee aanvraagrondes voor het aanvragen van deze subsidies vast.
2.
Het bestuur stelt voor iedere aanvraagronde het budget per discipline en per subsidiesoort vast.
3.
Aanvragen voor een startstipendium, of een praktijksubsidie kunnen het gehele jaar door worden ingediend, doch steeds minimaal twee maanden en maximaal vier maanden voor de ingang van de periode waarvoor de subsidie wordt gevraagd.
4.
Aanvragen voor een projectsubsidie kunnen het gehele jaar door worden aangevraagd, doch steeds minimaal twee maanden en maximaal 12 maanden voor de ingang van de periode waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
1.
Een kunstenaar die voor een stimuleringssubsidie in aanmerking wenst te komen, dient bij het bestuur een aanvraag daartoe te doen, met gebruikmaking van een voor dit doel door het bestuur te verstrekken aanvraagformulier.
2.
Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde aanvraagformulier dient volledig en volgens de in de toelichting bij het formulier vermelde richtlijnen te zijn ingevuld.
3.
Het aanvraagformulier dient te worden vergezeld van het in de toelichting bij het formulier voorgeschreven documentatie- en informatiemateriaal, opdat beoordeeld kan worden of de aanvrager aan de voorwaarde gesteld in artikel 2 voldoet.
4.
Indien documentatiemateriaal van werk wordt ingezonden, dat door meer personen vervaardigd is, dient aangegeven te worden welk deel daarvan door de aanvrager is vervaardigd.
5.
Indien een startstipendium, een praktijksubsidie, dan wel een subsidie waarin een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud is begrepen wordt aangevraagd dient het aanvraagformulier vergezeld te gaan van een afschrift van het laatst ingediende aangiftebiljet inkomstenbelasting van de aanvrager. Wanneer dit niet mogelijk is, dient de aanvrager op een andere - door het bestuur goed te keuren - manier inzicht te verschaffen in zijn financiële omstandigheden.
6.
Indien de aanvrager niet de Nederlandse nationaliteit bezit, dient het aanvraagformulier vergezeld te gaan van een uittreksel uit het bevolkingsregister, waaruit blijkt dat de aanvrager in Nederland gevestigd is en van afschriften van documenten waaruit blijkt dat de aanvrager in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet.
1.
Het bestuur beslist een aanvraag op formele gronden niet in behandeling te nemen, als het formulier, bedoeld in artikel 17, niet tijdig, niet volledig, of niet volgens de in de toelichting bij het formulier vermelde richtlijnen is ingevuld, of als dit niet vergezeld gaat van de in de toelichting bij het formulier voorgeschreven documentatie en informatie.
2.
Het bestuur toetst aan de hand van het aanvraagformulier of de aanvrager voldoet aan het bepaalde in artikel 3, eerste lid, en voorzover van toepassing de overige leden van dit artikel alsmede aan artikel 4, artikel 5 lid 2 en 6, artikel 8, 9, 10, 12, 13, 14, en 15. Wanneer de aanvrager hieraan niet voldoet, beslist het bestuur de aanvraag op formele gronden niet in behandeling te nemen.
3.
Het bestuur zal op formele grond een aanvraag voor een werkbeurs of een investeringssubsidie niet in behandeling nemen, indien een bevoegd adviesorgaan in de vorige aanvraagronde een negatief advies heeft uitgebracht op grond van de artistieke prestaties van de aanvrager als bedoeld in artikel 2 lid 1 van deze regeling.
4.
Het bestuur zal op formele grond een aanvraag voor een startstipendium of een praktijksubsidie niet in behandeling nemen indien deze wordt ingediend binnen twaalf maanden na de datum waarop een bevoegd adviesorgaan een negatief advies over een aanvraag voor een startstipendium heeft uitgebracht.
5.
Het bestuur zal op formele grond een aanvraag voor een projectsubsidie niet in behandeling nemen indien de aanvraag voor hetzelfde project wordt ingediend binnen twaalf maanden na de datum waarop een bevoegd adviesorgaan een negatief advies over de aanvraag voor een projectsubsidie van de aanvrager heeft uitgebracht.
6.
Het bestuur beslist op formele gronden een aanvraag niet in behandeling te nemen voordat het verslag van een over een eerdere periode verstrekte subsidie is goedgekeurd, tenzij er naar het oordeel van het bestuur zwaarwegende omstandigheden zijn.

Hoofdstuk VII. - Inhoudelijke toetsing

startstipendia projectsubsidies publicatiesubsidies werkbeurzen investeringssubsidies praktijksubsidies
Artikel 20
Het bestuur legt een aanvraag zo spoedig mogelijk ter advisering voor aan het hiertoe ingestelde adviesorgaan.
Het bestuur stelt daarbij een termijn vast waarbinnen het adviesorgaan haar oordeel over de ingediende aanvraag schriftelijk ter kennis dient te brengen. Voor startstipendia, projectsubsidies, publicatiesubsidies en praktijksubsidies voor vormgevers en beoefenaren van de bouwkunst is deze termijn is niet langer dan twee maanden gerekend vanaf de ontvangstdatum van de aanvraag voor een subsidie.
1.
Bij de formulering van het advies over de toekenning van een subsidie dient het bevoegde adviesorgaan zich te baseren op de door de aanvrager verstrekte gegevens, documentatie, het beeldmateriaal en eventuele aanvullende informatie, de door de aanvrager getoonde kunstwerken en, voorzover van toepassing, het verslag van het atelierbezoek.
2.
Bij de beoordeling van een aanvraag voor een startstipendium dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de in artikel 2 lid 1 bedoelde artistieke prestaties. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
3.
Indien het bevoegde adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
4.
Indien het bevoegde adviesorgaan de in artikel 2 lid 1 bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan beoordeelt zij het bij de aanvraag behorende plan dan wel motivering. Bij een positief advies oordeel over het plan dan wel motivering brengt zij een positief advies uit.
5.
Bij de beoordeling van aanvragen voor een projectsubsidie dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de artistieke prestaties van de aanvrager in samenhang met het projectvoorstel zoals bedoeld in artikel 2, lid 2. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in de beoordeling betrokken.
6.
Indien het bevoegde adviesorgaan de in het vijfde lid van dit artikel bedoelde prestaties in samenhang met het projectvoorstel van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
7.
Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het vijfde lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager in samenhang met het projectvoorstel wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit. Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
8.
Bij de beoordeling van een aanvraag voor een publicatiesubsidie dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de in artikel 2 lid 1 bedoelde artistieke prestaties. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
9.
Indien het bevoegde adviesorgaan de in het negende lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
10.
Indien het bevoegde adviesorgaan de in artikel negende lid bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan beoordeelt zij het bij de aanvraag behorende plan dan wel motivering. Bij een positief advies oordeel over het plan dan wel motivering brengt zij een positief advies uit. Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
11.
Bij de beoordeling van een aanvraag voor een werkbeurs dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de in artikel 2 lid 1 bedoelde artistieke prestaties.
12.
Indien het bevoegde adviesorgaan de in het elfde lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
13.
Indien het bevoegde adviesorgaan de in artikel 2 lid 1 bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan beoordeelt zij het bij de aanvraag behorende plan dan wel motivering. Het oordeel over het plan dan wel motivering bij een aanvraag voor een werkbeurs zal een zwaardere rol spelen indien de aanvrager deze subsidie reeds eerder heeft ontvangen. Bij een positief advies oordeel over het plan dan wel motivering brengt zij een positief advies uit. Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
14.
Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan in verband met het beperkte budget verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in lid elf en dertien van dit artikel. Bij deze prioritering kan een afweging van de aanvragen onderling tot uitdrukking komen.
15.
Bij de beoordeling van een aanvraag voor een investeringssubsidie dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de in artikel 2 lid 1 bedoelde artistieke prestaties. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
16.
Indien het bevoegde adviesorgaan de in het dertiende lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
17.
Indien het bevoegde adviesorgaan de in het vijftiende lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan beoordeelt zij het bij de aanvraag behorende plan dan wel motivering. Het oordeel over het plan dan wel motivering bij een aanvraag voor een investeringssubsidie zal een zwaardere rol spelen indien de aanvrager deze subsidie reeds eerder heeft ontvangen. Bij een positief advies oordeel over het plan dan wel motivering brengt zij een positief advies uit. Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
18.
Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan in verband met het beperkte budget verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in lid vijftien en zeventien. Bij deze prioritering kan een afweging van de aanvragen onderling tot uitdrukking komen.
19.
Bij de beoordeling van aanvragen voor een praktijksubsidie dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de artistieke prestaties van de aanvrager zoals bedoeld in artikel 2 lid 1. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
20.
Indien het bevoegde adviesorgaan de in het negende lid van dit artikel bedoelde prestaties niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag voor een praktijksubsidie.
21.
Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het negende lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit over de aanvraag voor een praktijksubsidie.
1.
Geen subsidie wordt verstrekt dan na een voorafgaand positief advies van het bevoegd adviesorgaan.
2.
Binnen één maand na de termijn bedoeld in artikel 20 beslist het bestuur over de aanvraag. Het bestuur doet van een beslissing schriftelijk mededeling aan de aanvrager op wie de beslissing betrekking heeft.
3.
Het bestuur zendt de aanvrager een afschrift van het advies van het bevoegd adviesorgaan tezamen met zijn beslissing op de aanvraag.
4.
Aan de toekenning van een stimuleringssubsidie kunnen geen rechten worden ontleend met betrekking tot de honorering van een volgende aanvraag.
Artikel 23
Tegen een beslissing op grond van artikel 19 of artikel 22 is bezwaar mogelijk op grond van artikel 74 van het huishoudelijk reglement.
1.
Subsidie wordt als voorschot uitgekeerd, binnen zes weken na de positieve beslissing, als bedoeld in artikel 21.
2.
De bij wijze van voorschot verleende subsidie bedraagt maximaal 90% van het subsidiebedrag. De resterende 10% zal na goedkeuring van het in dit artikel bedoelde inhoudelijke en financiële verslag worden uitbetaald.
3.
Degene aan wie een startstipendium, een praktijksubsidie of een subsidie waarin een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud is begrepen is verstrekt dient opgaaf te doen van zijn genoten inkomen over het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover de subsidie is verstrekt. Deze opgaaf dient zo spoedig mogelijk na afloop van het jaar waarin de periode eindigt, doch uiterlijk vóór 15 juli van het daaropvolgende jaar te geschieden.
4.
Indien de aanvrager aangifte doet op grond van de Wet op de Ib 2001 dient voor de opgave van het inkomen als bedoeld in het vierde lid een fotokopie van de aangifte(n) te worden verstrekt, alsmede een fotokopie van de aanslag(en), zodra deze door de aanvrager ontvangen is.
5.
Indien het belastbaar inkomen van de kunstenaar in het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover het startstipendium of een subsidie waarin een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud is begrepen, zich uitstrekt hoger blijkt te zijn dan het bedrag bedoeld in artikel 4, vierde lid, beslist het bestuur het meerdere bedrag van de kunstenaar terug te vorderen.
6.
Degene aan wie een projectsubsidie is verstrekt dient tevens binnen twee maanden na afronding van het project een verslag en alsmede een overzicht van de gedane uitgaven en de verkregen inkomsten, zoveel mogelijk gestaafd met bewijsstukken in te dienen, voorzien van deugdelijke visuele documentatie en voorzover van toepassing een verslag van de reis alsmede de reisbescheiden of een verslag alsmede een afrekening van het instituut waar de studie of cursus is gevolgd in te dienen.
7.
Degene aan wie een investeringssubsidie is verstrekt dient tevens binnen twee maanden na toekenning van de subsidie een overzicht van de gedane uitgaven, gestaafd met bewijsstukken te overleggen.
8.
Degene aan wie een startstipendium of een werkbeurs is verstrekt dient tevens binnen twee maanden na de door het bestuur gesubsidieerde periode een verslag over de verrichte werkzaamheden in te dienen, voorzien van deugdelijke visuele documentatie.
9.
Degene aan wie een publicatiesubsidie is verstrekt dient tevens twee maanden na verschijning 5 exemplaren van de publicatie te overleggen.
10.
De subsidie wordt definitief vastgesteld na ontvangst van de in de voorgaande leden genoemde bescheiden, voor zover van toepassing.
11.
Indien de subsidie niet definitief kan worden vastgesteld, doordat de aanvrager niet voldoet aan de in dit artikel genoemde voorwaarde zal de toekenning worden ingetrokken. Reeds betaalde voorschotten kunnen worden verrekend dan wel worden teruggevorderd.
12.
De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat de aanvrager de documentatie, behorende bij de subsidieaanvraag, het verslag en de documentatie behorende bij dit verslag aan het bestuur in eigendom overdraagt en aan het bestuur het recht toekent om het verslag of delen daarvan alsmede de documentatie te publiceren of anderszins openbaar te maken.
Artikel 25
In gevallen waarin de wet, de statuten of dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.
Artikel 26
Het bestuur kan, gehoord het bevoegd adviesorgaan, om zwaarwichtige redenen van dit reglement afwijken.
Artikel 27
Indien achteraf blijkt dat een aanvrager niet voldoet aan één van de voorschriften van deze regeling, kan het bestuur de toekenning intrekken en het eventueel bij voorschot uitbetaalde terugvorderen.
Artikel 28
Aan de toekenning van een stimuleringssubsidie kan het bestuur nadere voorschriften verbinden.
1.
Een kunstenaar kan tot 1 januari 2002 een werkbeurs zoals bedoeld in de Regeling Individuele Subsidies aanvragen.
2.
Een kunstenaar, die voor 1 oktober 2001 twee startstipendia op basis van de Regeling Individuele Subsidies heeft ontvangen en na 1 juni 1999 de HBO-opleiding heeft verlaten, kan tot 1 november 2002 nog eenmaal werkbeurs, zoals bedoeld in de Regeling Individuele Subsidies, aanvragen.
3.
De regeling individuele subsidies zal op 1 oktober 2001 komen te vervallen met uitzondering van het in het eerste en tweede lid van dit artikel bepaalde.
Artikel 30
Deze regeling kan worden aangehaald als de Regeling Stimuleringssubsidies en treedt op 1 augustus 2001 in werking.
Deze regeling zal worden gepubliceerd in de Staatscourant.