Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Regeling meerjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2017-2020
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemeen
+ § 2. Procedure
+ § 3. Manifestatie-subsidie
+ § 4. Subsidie literair educatieve activiteiten
+ § 5. Overige bepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Regeling meerjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2017-2020

Regeling meerjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2017–2020
Het bestuur van het Nederlands Letterenfonds,
Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
Besluit:
Artikel 1.1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
het fonds: de Stichting Nederlands Letterenfonds;
het bestuur: het bestuur van de Stichting Nederlands Letterenfonds;
manifestatie: reeks van onderling samenhangende voor algemeen publiek toegankelijke activiteiten op het gebied van de literatuur, die gedurende een in de tijd beperkte periode jaarlijks onder een gemeenschappelijke noemer worden georganiseerd met deelname van in de Nederlandse en/of Friese taal schrijvende literaire auteurs;
literatuur en literair: Nederlandse en/of Friestalige literatuur of literaire activiteiten;
Nederland: het land Nederland, inclusief de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba;
bestuursorgaan: een bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht ;
eigen inkomsten de baten in de jaarrekening, te weten:
a. publieksinkomsten
b. overige inkomsten, te weten:
directe opbrengsten: sponsorinkomsten en overige inkomsten;
indirecte opbrengsten en
overige bijdragen.
Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten:
subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
overige bijdragen uit publieke middelen;
rentebaten;
bijdragen in natura;
kapitalisatie van vrijwilligers;
waardering vrijkaarten en
overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
Artikel 1.2. Doel
Het fonds beoogt door subsidieverlening op grond van deze regeling een bijdrage te leveren aan de kwaliteit en diversiteit van het literaire landschap, belangstelling te wekken voor en kennis te vergroten van literatuur bij een breed publiek.
1.
Subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier jaar.
2.
Op basis van deze regeling kan subsidie worden verstrekt voor de periode 2017–2020.
1.
Subsidie wordt in ieder geval geweigerd, indien voor de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd, aan de aanvrager subsidie is of zal worden verleend op grond van:
a. de Regeling op het specifiek cultuurbeleid ;
b. Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds Podiumkunsten 2017–2020 ;
c. Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds voor Cultuurparticipatie 2017–2020 ;
d. Deelregeling Meerjarige Programma’s Architectuur, Vormgeving en E-cultuur ;
e. Deelreglement Filmactiviteiten van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film ;
f. Deelregeling bijdragen meerjarenprogramma’s presentatie- en erfgoedinstellingen van het Mondriaan Fonds .
2.
Het bestuur kan subsidie weigeren:
a. als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;
b. als de aanvrager geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;
c. als de aanvrager zich uitsluitend bezighoudt met wetenschap of een organisatie is met winstoogmerk;
d. als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;
e. als de aanvrager niet voldoet aan de voor de betreffende instelling gebruikelijke normen met betrekking tot good governance op het terrein van goed bestuur, adequaat toezicht en transparante verantwoording;
f. als aan de aanvrager niet een substantiële financiële bijdrage is verleend door een gemeente of provincie voor de structurele kosten van de organisatie;
g. als de aanvrager niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.
1.
De aanvrager dient in zijn aanvraag te vermelden of hij in aanmerking wil komen voor een manifestatie-subsidie als bedoeld in artikel 3.2. of voor een literaire educatie-subsidie als bedoeld in artikel 4.1.a. of 4.1.b.
2.
Uitgangspunt voor de categorie-indeling is de situatie in de periode 2013-2015.
1.
Per kalenderjaar is € 900.000 beschikbaar voor het verstrekken van manifestatie-subsidie als bedoeld in artikel 3.2. en € 364.000 voor literaire educatie-subsidie als bedoeld in artikel 4.1.a en b.
2.
De in het eerste lid genoemde bedragen gelden als subsidieplafond. Het bestuur kan een eerder vastgesteld subsidieplafond verhogen of verlagen.
3.
Een besluit tot het vaststellen, verhogen of verlagen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt via de website van het fonds.
1.
De omvang van het basisbedrag voor manifestatie-subsidie als bedoeld in artikel 3.2. bedraagt maximaal € 110.000 per jaar. Een toeslag op manifestatie-subsidie bedraagt maximaal € 50.000 per jaar.
2.
De omvang van het bedrag voor maximaal twee literaire educatie-subsidies als bedoeld in 4.1.a. bedraagt maximaal € 77.000 per jaar.
3.
De omvang van het bedrag voor een literaire educatie-subsidie als bedoeld in artikel 4.1.b bedraagt maximaal € 210.000 per jaar.
Artikel 2.1. Indieningsperiode en termijn
Aanvragen dienen uiterlijk 1 maart 2016 om 17.00 uur door het fonds te zijn ontvangen.
1.
Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld formulier voor de betreffende periode en desbetreffende categorie als bedoeld in artikel 1.5. a of b.
2.
Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het fonds en vergezeld gaat van de vereiste bijlagen.
3.
Een aanvrager zendt complete activiteitenoverzichten en jaarrekeningen over de jaren 2013, 2014 en 2015 mee bij zijn aanvraag, tenzij deze al in het bezit zijn van het Nederlands Letterenfonds. De jaarrekening 2015 mag worden nagezonden, mits deze uiterlijk voor 1 april 2016 is ontvangen.
4.
Als een aanvrager geen jaarrekening kan overleggen over enig jaar dient hij een vergelijkbare opgave in. Het bestuur kan nadere eisen aan deze opgave stellen.
5.
Een aanvraag die niet voldoet aan het bepaalde in deze regeling wordt afgewezen.
Artikel 2.3. Categorieën
De aanvrager dient in zijn aanvraag te vermelden voor welke categorie hij een aanvraag indient, te weten voor
a. een manifestatie-subsidie als bedoeld in § 3 of
b. een literair-educatieve subsidie als bedoeld in § 4.
1.
Aanvragen die in aanmerking komen voor een inhoudelijke beoordeling worden voor advies voorgelegd aan de adviescommissie meerjarige subsidies.
2.
De adviescommissie beoordeelt de aanvragen binnen categorieën in deze regeling waarop de aanvraag betrekking heeft.
3.
De adviescommissie kan daarbij gebruik maken van adviezen en rapportages van het fonds.
4.
De adviescommissie adviseert over de subsidiehoogte met inachtneming van het bepaalde in deze regeling.
1.
Aanvragen die aan de voorwaarden voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen worden onderverdeeld in drie groepen:
A: honoreren;
B: honoreren voor zover het budget dat toelaat en
C: niet honoreren.
2.
Als de subsidieplafonds ontoereikend zijn om alle aanvragen in de groepen A en B die voor subsidie in aanmerking komen te honoreren, worden de aanvragen in een rangorde geplaatst op basis van de van toepassing zijnde criteria.
3.
Het bestuur honoreert eerst de aanvragen in groep A voor het geadviseerde subsidiebedrag inclusief toeslagen. Vervolgens worden de aanvragen in groep B voor het geadviseerde subsidiebedrag gehonoreerd in volgorde van de rangorde. Het bestuur verdeelt de beschikbare manifestatie- en educatie-subsidie volgens de rangorde, waarbij aanvragen worden toegewezen of gedeeltelijk toegewezen totdat de respectievelijke subsidieplafonds zijn bereikt. De resterende aanvragen worden afgewezen.
4.
Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt, wordt eerst het subsidiebedrag van een aanvraag die wegens ontoereikendheid van het budget gedeeltelijk was toegewezen alsnog verhoogd tot het geadviseerde subsidiebedrag. Vervolgens wordt steeds de eerstvolgende aanvraag in groep B toegewezen voor het geadviseerde subsidiebedrag totdat het subsidieplafond is bereikt.
1.
Het bestuur informeert de aanvrager binnen 22 weken na de uiterlijke indieningsdatum schriftelijk over zijn besluit.
2.
Als het besluit samenhangt met een subsidiebeslissing van een ander bestuursorgaan, dan kan het bestuur een ontbindende voorwaarde in zijn besluit opnemen.
Artikel 3.1. Drempelnormen
Een aanvrager die in aanmerking wil komen voor een manifestatie-subsidie:
a. organiseerde in 2013, 2014 en 2015 één of meer manifestaties die ten minste drie dagen in beslag namen met in totaal ten minste 3.500 bezoekers en een nationale uitstraling.
b. behaalde gemiddeld over de jaren 2013 en 2014 ten minste 20% eigen inkomsten. Het betreft 20% van het totaal aan subsidies van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie van aanvrager.
c. maakt aannemelijk dat hij in 2017 en 2018 ten minste 20% eigen inkomsten gaat behalen.
d. toont aan dat minimaal 50% van de activiteiten waarvoor manifestatie-subsidie wordt aangevraagd in Nederland plaatsvindt.
e. maakt bij activiteiten buiten Nederland aannemelijk dat er een partner uit het betreffende land in aanzienlijke mate betrokken is bij en financieel bijdraagt aan de organisatie en uitvoering van die activiteiten.
Artikel 3.2. Wie kan aanvragen
Een aanvraag voor manifestatie-subsidie kan worden ingediend door een instelling die in hoofdzaak is gericht op het organiseren van één of meer meerdaagse manifestaties met (inter)nationale betekenis en andere (neven)activiteiten door het jaar heen die een wezenlijke bijdrage leveren aan de kwaliteit en diversiteit van het literaire landschap, belangstelling wekken voor de literatuur en bijdragen aan de opbouw en het bereiken van een (inter)nationaal publiek voor die activiteiten.
Artikel 3.3. Beoordelingscriteria
De adviescommissie beoordeelt de ingediende aanvragen voor manifestatie-subsidie op de volgende criteria:
a. artistieke kwaliteit;
b. de bijdrage aan de diversiteit van het (inter)nationale literaire aanbod in Nederland;
c. de maatschappelijke waarde;
d. talentontwikkeling.
Artikel 3.4. Toeslagen
Wanneer is vastgesteld dat een aanvraag in aanmerking komt voor een basissubsidie, wordt vervolgens beoordeeld of de aanvraag in aanmerking komt voor (maximaal twee) toeslagen van elk € 50.000 vanwege:
a. de artistieke kwaliteit en het belang van de internationale programma’s en activiteiten;
b. het innovatieve en draagvlak vergrotende karakter van de programma’s en activiteiten;
c. de (inter)nationaal onderscheidende positie die de aanvrager inneemt op het terrein van de poëzie.
Er zijn in totaal vijf toeslagen te verdelen.
a. Het fonds kan literaire educatie-subsidie verstrekken aan maximaal twee landelijke poëzie-educatie-instellingen, die vrijwel uitsluitend gericht zijn op het organiseren van literair educatieve activiteiten voor schoolgaande jongeren in Nederland.
b. Het fonds kan literaire educatie-subsidie verstrekken aan maximaal één landelijke instelling waarvan de kernactiviteiten zijn het organiseren van literatuur-educatie voor de jeugd en het organiseren van literaire manifestaties die in hoofdzaak gericht zijn op jongeren.
Artikel 4.2. Waarvoor kan worden aangevraagd
Een literaire educatie-subsidie kan worden aangevraagd voor het organiseren van literair-educatieve activiteiten met een landelijk bereik waarmee bij de jeugd belangstelling wordt gewekt voor en de kennis verhoogd van literatuur in de breedste zin.
1.
Een aanvrager die in aanmerking wil komen voor een literaire educatie-subsidie toont aan dat hij als landelijke literair-educatieve instelling minimaal drie jaar literaire educatieve activiteiten voor jeugd heeft georganiseerd.
2.
De aanvrager die in aanmerking wil komen voor de literaire educatie-subsidie van € 210.000, – behaalde gemiddeld over de jaren 2013 en 2014 ten minste 20% eigen inkomsten. Hij maakt ook aannemelijk dat hij in 2017 en 2018 tenminste 20% eigen inkomsten gaat behalen.
1.
De aanvraag wordt op de volgende criteria beoordeeld:
a. de literaire kwaliteit van de activiteiten;
b. de educatieve en leesbevorderende kwaliteit van de activiteiten;
c. de maatschappelijke waarde van de aanvrager;
d. de samenwerking met (onderwijs-)instellingen.
2.
De aanvraag voor de subsidie voor één grote landelijke instelling die ook literaire manifestaties organiseert wordt tevens beoordeeld op de criteria genoemd in artikel 3.3, eerste lid a tot en met d.
1.
De ontvanger van subsidie meldt onverwijld aan het bestuur als:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;
b. niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
c. er aanzienlijke artistieke of zakelijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.
2.
Op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten plaatst de ontvanger van subsidie het logo van het fonds.
3.
De ontvanger van subsidie zendt het fonds tijdig uitnodigingen voor de gesubsidieerde activiteiten.
4.
Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan subsidie verbinden.
Artikel 5.2. Beperking
De subsidieontvangers op basis van deze regeling kunnen in de periode waarop die subsidie betrekking heeft, geen aanspraak maken op subsidie voor dezelfde activiteiten op basis van andere deelregelingen van het Letterenfonds.
1.
De aanvrager stuurt jaarlijks voor 1 april een verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten in het vorige kalenderjaar.
2.
De verantwoording omvat een inhoudelijk en een financieel deel. De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.
3.
De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting en gaat bij subsidies die voor twee jaar tezamen een bedrag van € 125.000 overstijgen vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol.
Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op de financiële verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door een exploitatierekening; op deze rekening zijn de bepalingen omtrent de winst en verliesrekening van overeenkomstige toepassing. Bepalingen omtrent winst en verlies zijn van overeenkomstige toepassing op het exploitatiesaldo. De Afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op de jaarrekening.
4.
Het bestuur kan nadere voorwaarden aan de inrichting van de verantwoording stellen.
5.
De subsidieontvanger werkt mee aan dan wel draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden door een door het bestuur van het fonds aan te wijzen partij. De daaraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de subsidie.
1.
Het bestuur stelt de subsidie vast na ontvangst van de complete verantwoording over de vier jaren waarover subsidie is verstrekt.
2.
Als de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd en is voldaan aan alle aan de subsidie verbonden verplichtingen stelt het bestuur de subsidie binnen 22 weken overeenkomstig de verlening vast.
3.
Als het bestuur overweegt de subsidie lager vast te stellen wordt de aanvrager hierover uiterlijk binnen 4 maanden na de datum waarop de jaarverantwoording moest worden ingediend geïnformeerd.
Artikel 5.5. Begrotingsvoorbehoud
Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 5.6. Hardheidsclausule
Het bestuur kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 5.7. Inwerkingtreding en vervaldatum
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
1.
De Regeling meerjarige subsidies Nederlandse literaire manifestaties wordt ingetrokken.
2.
Op subsidies die zijn verstrekt op basis van de in het eerste lid genoemde regeling, blijft het bepaalde in die regeling van toepassing.
Artikel 5.9. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling meerjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2017–2020.
Deze regeling zal na goedkeuring door de minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap in de Staatscourant worden geplaatst.
Het Nederlands Letterenfonds,
directeur-bestuurder