Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer 2014
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1. Definities
Artikel 2. Berekening bijdrage en hoogte zetelbedrag
Artikel 3. Bestemming bijdrage
Artikel 4. Bevoorschotting
Artikel 5. Egalisatiereserve
Artikel 6. Wijziging van bijdrage door verkiezingen
Artikel 7. Wijzing van bijdrage bij splitsing of samenvoeging
Artikel 8. Indienen verantwoording
Artikel 9. Definitief vaststellen bijdrage
Artikel 10. Openbaarmaking definitieve bijdrage
Artikel 11. Uitvoering Regeling
Artikel 12. Overgangsbepaling trekkingsrechten
Artikel 13. Inwerkingtreding
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer 2014

Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer 2014
3.
Stichting: een rechtspersoon als bedoeld in Titel 6 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, opgericht ten behoeve van een fractie overeenkomstig de modelstatuten behorend bij deze Regeling. De statuten van de stichting zoals op te nemen in de akte van oprichting, evenals wijziging van deze statuten, behoeven de goedkeuring van het Presidium. Het Presidium is te allen tijde bevoegd tot wijziging van de modelstatuten. Bij wijziging van de modelstatuten bepaalt het Presidium wat de gevolgen zijn van de wijziging van de modelstatuten voor de statuten van reeds opgerichte stichtingen, met dien verstande dat een stichting verplicht is de statuten te wijzigen overeenkomstig de modelstatuten indien het Presidium daartoe besluit bij de wijziging van de modelstatuten.
4.
Bijdrage: de financiële middelen, berekend overeenkomstig artikel 2, lid 1, die elk kalenderjaar worden verstrekt aan een stichting ten behoeve van de bijbehorende fractie.
5.
Verantwoording: de staat van baten en lasten, inclusief de opbouw van de egalisatiereserve, opgesteld overeenkomstig het verantwoordingsmodel behorend bij deze Regeling.
6.
Controleverklaring: de verklaring van een accountant bij de verantwoording van een stichting over de ontvangen bijdrage, opgesteld overeenkomstig het verantwoordingsmodel behorend bij deze Regeling.
7.
Auditdienst Rijk: de controlerend accountant bedoeld in artikel 66, eerste lid, van de Comptabiliteitswet belast met de wettelijke controle van de verantwoording van de Staten-Generaal.
1.
Elke fractie is jaarlijks gerechtigd tot een bijdrage. Deze bijdrage bestaat uit een bedrag per zetel (zetelbedrag) vermenigvuldigd met het aantal zetels (zeteltal) van de bijbehorende fractie. Het zetelbedrag wordt gesteld op eenmaal loonschaal 6 ( Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren ) inclusief overhead en eenmaal loonschaal 10 (Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren) inclusief overhead overeenkomstig de tarieven opgenomen in de Handleiding Overheidstarieven die jaarlijks wordt vastgesteld.
2.
Over een gedeelte van een kalenderjaar wordt de bijdrage naar rato berekend; dit gebeurt per dag.
3.
Het zetelbedrag wordt jaarlijks herzien overeenkomstig de nieuw vastgestelde tarieven.
4.
Het zeteltal van een fractie met minder dan zes leden wordt voor de toepassing van het eerste lid vermeerderd met één.
5.
Het zeteltal van een fractie met meer dan vijf maar minder dan elf leden wordt voor de toepassing van het eerste lid vermeerderd met een half.
1.
De aan elke stichting verstrekte bijdrage is bestemd ter dekking van de personele en materiële kosten of uitgaven van de bijbehorende fractie in een kalenderjaar, met als doel het functioneren van de fractie te bevorderen door de fractie in staat te stellen de daarvoor naar haar redelijk oordeel noodzakelijke activiteiten te ontplooien, medewerkers aan te stellen en de daarmee gemoeide uitgaven te laten bekostigen door de stichting.
2.
De bijdrage die aan de stichting is verstrekt, mag niet gebruikt worden ter bekostiging van uitgaven waarvoor:
a. de leden van de fractie een vergoeding (kunnen) ontvangen ingevolge de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer , of
b. politieke partijen een vergoeding kunnen ontvangen ingevolge de Wet financiering politieke partijen .
1.
De bijdrage wordt in principe in twaalf maandelijkse termijnen overgemaakt aan de stichting.
1.
Elke stichting is bevoegd een eigen egalisatiereserve aan te houden voor toekomstige uitgaven als bedoeld in artikel 3 ten behoeve van de bijbehorende fractie.
2.
De egalisatiereserve mag niet groter zijn dan 5 miljoen euro (€ 5.000.000,00). Bij een overschrijding wordt het verschil door de stichting betaald aan de Tweede Kamer. Het Presidium kan voormeld verschil verrekenen met de in artikel 4, lid 1, bedoelde voorschotbetalingen als bedoeld in artikel 4, lid 1.
3.
Indien een fractie als gevolg van verkiezingen ophoudt te bestaan, wordt de bestaande egalisatiereserve door de bijbehorende stichting gebruikt voor het afwikkelen van lopende verplichtingen. Het restant wordt door de bijbehorende stichting teruggestort naar de Tweede Kamer.
4.
De egalisatiereserve bestaat uit vrij opneembare tegoeden bij een te goeder naam en faam bekend staande bancaire of financiële instelling met een vergunning van de Nederlandsche Bank (DNB).
1.
1. Indien het zeteltal van een fractie door verkiezingen wijzigt, gaat de verandering van de bijdrage in:
a. bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de dertiende maand na de eerste vergadering van de nieuw gekozen Kamer;
b. bij toeneming van het zeteltal: op de eerste dag van de kalendermaand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen Kamer plaatsvindt.
2.
Indien een fractie als gevolg van verkiezingen ophoudt te bestaan, vervalt de bijdrage aan de bijbehorende stichting op de op de eerste dag van de zesde kalendermaand na de eerste vergadering van de nieuw gekozen Kamer.
3.
Indien een fractie als gevolg van verkiezingen nieuw in de Kamer komt, ontvangt de bijbehorende stichting vanaf de verkiezingsdatum de bijdrage.
1.
Bij splitsing van een fractie bedraagt de gezamenlijke bijdrage van de betrokken stichtingen niet meer dan de bijdrage van de stichting behorend bij de oorspronkelijke fractie. De verdeling van de oorspronkelijke bijdrage tussen de betrokken stichtingen geschiedt naar evenredigheid van het zeteltal van elk van de betrokken fracties.
2.
In de statuten van de stichting is bepaald hoe de egalisatiereserve en de materiële vaste activa worden verdeeld bij splitsing van de fractie.
3.
Ontstaat een nieuwe fractie door samenvoeging van fracties, dan is de bijdrage aan de stichting behorende bij de nieuwgevormde fractie gelijk aan de bijdragen aan de stichtingen behorende bij de oorspronkelijke fracties.
1.
Het bestuur van een stichting dient voor 1 april van elk jaar in bij het Presidium een ondertekende verantwoording ter zake de bestemming in het voorgaande kalenderjaar van de bijdrage. Deze verantwoording wordt voorzien van een controleverklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid van de verantwoording, van een door het bestuur van de stichting benoemde registeraccountant of een accountant administratieconsulent in de zin van artikel 393, Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek.
2.
De Auditdienst Rijk kan op eigen initiatief de accountant als bedoeld in lid 1 verzoeken inzicht te bieden in zijn controlewerkzaamheden. De accountant verleent zijn medewerking hieraan en stelt, conform artikel 67 van de Comptabiliteitswet 2001, alle relevante documentatie ter beschikking van de Auditdienst Rijk.
1.
Het Presidium stelt voor 1 juli van elk jaar de definitieve bijdrage vast over het voorafgaande kalenderjaar overeenkomstig artikel 2. Bij de definitieve vaststelling wordt toegepast de Handleiding Overheidstarieven van het voorgaande kalenderjaar. Indien de in artikel 4, lid 1, bedoelde voorschotbetalingen over een kalenderjaar tezamen meer bedragen dan de definitieve bijdrage, dan wordt het verschil – ter keuze van het Presidium –:
a. in mindering gebracht op de bijdrage van het lopende kalenderjaar, dan wel
b. teruggevorderd van de stichting.
Het Presidium kan voormeld verschil verrekenen met de in artikel 4, lid 1, bedoelde voorschotbetalingen. Indien de in artikel 4, lid 1, bedoelde voorschotbetalingen over een kalenderjaar tezamen minder bedragen dan de definitieve bijdrage, dan wordt het verschil betaald aan de stichting.
2.
Uitgaven van de stichting ten behoeve van de bijbehorende fractie die niet passen binnen het doel van de bijdrage als bedoeld in artikel 3, worden – ter keuze van het Presidium –:
a. in mindering gebracht op de bijdrage van het lopende kalenderjaar, dan wel
b. teruggevorderd van de stichting.
Het Presidium kan de bedragen corresponderend met voormelde uitgaven verrekenen met de voorschotbetalingen als bedoeld in artikel 4, lid 1.
3.
Uitgaven die niet voor een bijdrage in aanmerking komen, mogen niet ten laste van de egalisatiereserve worden gebracht.
1.
Het Presidium zendt na vaststelling van de definitieve bijdrage de door het bestuur van elke stichting opgestelde verantwoording, voorzien van de controleverklaring, aan de Kamer.
2.
De stukken bedoeld in lid 1 zijn openbaar.
1.
De directeur Bedrijfsvoering, Financiën en Personeel en Organisatie van de Tweede Kamer is namens het Presidium verantwoordelijk voor de uitvoering van de Regeling.
1.
De per fractie opgebouwde trekkingsrechten worden gesteld op de eindstand per 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de nieuwe Regeling van kracht wordt. De trekkingsrechten dienen ter dekking van de uitgaven als genoemd in artikel 3, eerste lid.
2.
De trekkingsrechten blijven na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van het Presidium als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd.
3.
De trekkingsrechten mogen niet worden aangewend voor verhoging van de egalisatiereserve, tevens mag in een jaar geen beroep worden gedaan op de trekkingsrechten terwijl tegelijkertijd de egalisatiereserve groeit.
1.
De Regeling treedt in werking op 1 januari 2014.