Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Regeling betaling, terugvordering en tenuitvoerlegging van boeten en onverschuldigde betalingen
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ I. Definities
+ II. Termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald
+ III. Rente en kosten
+ IV. Toerekening van betalingen
+ V. Hardheidsclausule
+ VI. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2009. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2009.

Regeling betaling, terugvordering en tenuitvoerlegging van boeten en onverschuldigde betalingen

Besluit Tica inzake betaling, terugvordering en tenuitvoerlegging van boeten en onverschuldigd betaalde uitkering
Het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming,
Gelet op het bepaalde in de artikelen 27c, derde lid, van de Werkloosheidswet, 36b van de Werkloosheidswet, 33b van de Ziektewet, 45c, derde lid, van de Ziektewet, 29c, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 57b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 20c, derde lid, Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, 48b van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, 14c, derde lid, van de Toeslagenwet en 20b van de Toeslagenwet;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. WW: Werkloosheidswet ;
b. ZW: Ziektewet ;
c. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ;
d. WAZ: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen ;
e. WAZO: Wet arbeid en zorg ;
f. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten ,
g. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen ;
h. TW: Toeslagenwet ;
i. schuldenaar: degene aan wie een boete is opgelegd of van wie een bedrag wordt teruggevorderd;
k. vordering: het bedrag dat wordt teruggevorderd op grond van de artikelen 36 van de WW, 33 van de ZW, 57 van de WAO, 63 van de WAZ, 3:16 en 3:27 van de WAZO, 55 van de Wajong, 77 van de Wet WIA of 20 van de TW of het bedrag dat als boete is opgelegd.
l. wettelijke rente en de kosten van invordering: de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, bedoeld in het zesde lid van de artikelen 27g van de WW, 45g van de ZW, 29g van de WAO, 54 van de WAZ, 3:16 en 3:27 van de WAZO, 46 van de Wajong, 96 van de Wet WIA en 14g van de TW;
m. aflossingscapaciteit: het deel van het inkomen van de schuldenaar dat met inachtneming van de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kan worden aangewend voor betaling of verrekening van de vordering;
n. vermogen: vermogensrechten, onroerende en roerende zaken, niet zijnde gebruikelijke huisraad, waarvan de dagwaarde per zaak € 1 134 of meer bedraagt.
p. bijstandsnorm: de voor de schuldenaar op grond van de in Hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en paragraaf 3.3, genoemde artikelen van de Wet werk en bijstand geldende bijstandsnorm;
q. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werknemersverzekeringen;
r. aflossingstermijn: termijn waarbinnen de vordering wordt verrekend of betaald.
Artikel 2
Het UWV stelt de termijnen waarbinnen de vordering wordt verrekend of betaald vast met inachtneming van deze regeling.
Artikel 3
Als de schuldenaar recht heeft op een nabetaling van het UWV, de Sociale Verzekeringsbank of een college van burgemeester en wethouders dient de vordering terstond te worden voldaan door verrekening met de nabetaling.
Vervolgens wordt de vordering voor zover mogelijk voldaan door verrekening met een lopende uitkering. Als dit niet mogelijk is vindt aflossing plaats door betaling in termijnen door de schuldenaar.
1.
Indien de vordering tot en met € 52 bedraagt, stelt het UWV de wijze waarop en de termijnen waarbinnen deze vordering moet worden voldaan vast, zonder de schuldenaar in de gelegenheid te stellen een voorstel te doen inzake de voldoening van de vordering.
2.
Het UWV kan de termijnen van betaling of verrekening vaststellen conform een met redenen omkleed voorstel van de schuldenaar, mits volgens dit voorstel de gehele vordering binnen 12 maanden wordt voldaan en de schuldenaar dit voorstel heeft gedaan binnen 6 weken nadat hem daartoe de gelegenheid is geboden door het UWV.
1.
Onverminderd artikel 4 stelt het UWV de aflossingstermijnen vast na overleg met de schuldenaar en met inachtneming van dit artikel, tenzij:
a. het UWV de aflossingstermijnen heeft vastgesteld op voorstel van de schuldenaar, bedoeld in artikel 4;
b. de vordering een boete betreft;
c. de onverschuldigde betaling het gevolg is van een gedraging waarvoor aan de schuldenaar een boete is opgelegd; of
d. de onverschuldigde betaling het gevolg is van een gedraging waarvan het UWV aangifte heeft gedaan of waarvan proces-verbaal is opgemaakt en ingezonden.
2.
Onverminderd het bepaalde in artikel 7 wordt de vordering geheel voldaan door middel van periodieke betalingen of verrekeningen gedurende 36 maanden te rekenen vanaf de dag waarop het UWV aan de schuldenaar kennis heeft gegeven van de vaststelling van de termijnen. De aflossingstermijn is ter hoogte van de volledige aflossingscapaciteit hetgeen een betaling gedurende minder dan 36 maanden met zich mee kan brengen.
3.
In afwijking van het tweede lid, tweede zin, wordt op verzoek van de schuldenaar ten minste de halve aflossingscapaciteit toegepast onder de voorwaarde dat de vordering geheel wordt voldaan gedurende 36 maanden te rekenen vanaf de dag dat het UWV aan de schuldenaar kennis heeft gegeven van de termijnen. De schuldenaar wordt erop gewezen dat ambtshalve kwijtschelding als bedoeld in de artikelen 36, derde lid, van de WW, 33, derde lid, van de ZW, 57, derde lid, van de WAO, 63, derde lid, van de WAZ, 55, derde lid, van de Wajong, 20, derde lid, van de TW, 77, derde lid, van de Wet WIA, of artikel 3:16, artikel 3:27 WAZO, niet mogelijk is.
4.
Indien de schuldenaar voorstelt om hogere periodieke betalingen te doen dan het bedrag, bedoeld in het tweede lid, stelt het UWV de termijnen conform dit voorstel vast.
5.
Indien de schuldenaar, bij aanwending van zijn volledige aflossingscapaciteit, de vordering niet binnen 36 maanden volledig zal kunnen voldoen, wendt hij zijn vermogen aan zodat een zodanig gedeelte van de vordering binnen 6 weken, nadat het UWV aan de schuldenaar kennis heeft gegeven van de vaststelling van de termijnen, wordt voldaan, dat hij de resterende vordering binnen 36 maanden kan voldoen.
Indien echter de schuldenaar ten genoegen van het UWV zekerheid stelt voor aflossing van de gehele vordering binnen 36 maanden, nadat de vaststelling van de termijnen hem bekend is gemaakt, behoeft de schuldenaar zijn vermogen niet aan te wenden.
6.
De periodieke betaling of verrekening wordt gesteld op de volledige aflossingscapaciteit verminderd met 5 % van de bijstandsnorm indien
a. de schuldenaar met aanwending van zijn volledige aflossingscapaciteit en vermogen niet in staat is de vordering binnen 36 maanden te voldoen en
b. periodieke betaling of verrekening gedurende 60 maanden van het aldus verkregen bedrag leidt tot een grotere aflossing dan betaling of verrekening gedurende 36 maanden van het op grond van het tweede en derde lid verkregen bedrag.
1.
Dit artikel is van toepassing indien de vordering
a. een boete betreft;
b. het gevolg is van het niet nakomen van de inlichtingenverplichting dan wel van een gedraging waarvan het UWV aangifte heeft gedaan of waarvan proces-verbaal is opgemaakt en ingezonden.
2.
Het UWV stelt de aflossingstermijnen zodanig vast dat gebruik wordt gemaakt van de volledige aflossingscapaciteit van de schuldenaar, onverminderd het bepaalde in artikel 7, tenzij het UWV de termijnen heeft vastgesteld conform het bepaalde in artikel 4.
3.
Indien de schuldenaar voorstelt om hogere betalingen te doen dan het bedrag ingevolge het tweede lid, stelt het UWV de termijnen conform dit voorstel vast.
4.
Indien de schuldenaar de vordering niet binnen 12 maanden volledig zal kunnen voldoen, wendt hij zijn vermogen aan zodat een zodanig gedeelte van de vordering binnen 6 weken, nadat het UWV aan de schuldenaar kennis heeft gegeven van de vaststelling van de termijnen, wordt voldaan, dat hij de resterende vordering binnen 12 maanden kan voldoen.
Indien echter de schuldenaar ten genoegen van het UWV zekerheid stelt voor aflossing van de gehele vordering binnen 12 maanden, nadat de vaststelling van de termijnen hem bekend is gemaakt, behoeft de schuldenaar zijn vermogen niet aan te wenden.
5.
Onverminderd het bepaalde in artikel 8 stelt het UWV de termijnen waarbinnen wordt verrekend of moet worden betaald vast over een periode van meer dan 12 maanden indien de schuldenaar, ook na aanwending van zijn vermogen, niet in staat is om de vordering binnen 12 maanden te voldoen.
1.
Indien de schuldenaar een betalingsregeling heeft getroffen met één of meer derden die beschikken over een executoriale titel, kan het UWV rekening houden met deze betalingsregelingen bij de vaststelling van de termijn of termijnen waarbinnen wordt verrekend of betaald. Het bedrag van de verrekening of betaling wordt in elk geval niet gesteld op een lager bedrag dan het aandeel waarop het UWV aanspraak zou kunnen maken bij verrekening met een lopende uitkering respectievelijk executoriaal beslag door het UWV op loon, sociale uitkeringen of andere periodieke betalingen, indien door deze derden beslag zou zijn gelegd. Het UWV is bevoegd om een schuldeiser, met wie de schuldenaar, tenminste één jaar voor de beslissing tot terugvordering is afgegeven, een betalingsregeling is overeengekomen, gelijk te stellen met een schuldeiser die in het bezit is van een executoriale titel.
2.
In afwijking van het eerste lid wordt op de aflossingscapaciteit in mindering gebracht de betaalde bijdrage tot € 113 per persoon in
a. levensonderhoud van de ex-echtgenoot;
b. de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen die niet tot het huishouden behoren;
c. levensonderhoud en studie van meerderjarige kinderen tot 27 jaar.
3.
Indien het UWV zijn medewerking verleent aan een gerechtelijk of buitengerechtelijk akkoord ter sanering van de schulden van de schuldenaar kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, worden ingestemd met een ander aandeel in de aflossingscapaciteit en het betrekken van vorderingen van andere schuldeisers in de vaststelling van dit aandeel, indien
a. de vordering van het UWV tenminste zal worden voldaan naar evenredigheid met vorderingen van schuldeisers met gelijke rang en het te ontvangen deel van de vordering van het UWV van tenminste dezelfde omvang is als kan worden verkregen indien een saneringsplan als bedoeld in artikel 343 van de Faillissementswet wordt vastgesteld en
b. het UWV noch in uitkeringspercentage noch in tempo van betaling wordt achtergesteld bij gelijkbevoorrechte schuldeisers en
c. redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de schuldenaar, afgezien van de daarvoor te vervullen formaliteiten, in aanmerking zou komen voor de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.
Artikel 8
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 7, wordt de periodieke betaling of verrekening gesteld op de volledige aflossingscapaciteit verminderd met 5 % van de bijstandsnorm, indien de schuldenaar de vordering na vijf jaar niet volledig heeft voldaan met inachtneming van de conform de vorige artikelen vastgestelde termijnen.
Artikel 9
Indien de schuldenaar op enig tijdstip niet volgens de vastgestelde termijnen betaalt, wordt de vordering opeisbaar.
Artikel 11
Het UWV kan de vastgestelde aflossingstermijnen herzien wegens gewijzigde omstandigheden met inachtneming van deze regeling.
1.
De wettelijke rente en de kosten van invordering zijn verschuldigd vanaf het tijdstip dat de termijn is verstreken waarbinnen volgens het besluit van het UWV moest worden betaald.
2.
De op de invordering betrekking hebbende kosten bedragen:
a. 15 % van de resterende vordering, doch ten minste € 45 en ten hoogste € 681 alsmede
b. de kosten van betekening en gerechtelijke tenuitvoerlegging, zoals vastgesteld bij of krachtens de Wet tarieven in burgerlijke zaken .
1.
Tenzij de schuldenaar een andere vordering aanwijst wordt een betaling die zou kunnen worden toegerekend aan twee of meerdere vorderingen, op de eerste plaats toegerekend aan een verschuldigde boete.
2.
Zijn er vervolgens nog meerdere vorderingen waarop de toerekening zou kunnen plaatsvinden, dan wordt deze op de eerste plaats toegerekend aan de oudste. Zijn de vorderingen even oud, dan geschiedt de toerekening naar evenredigheid.
3.
Betaling op een bepaalde vordering strekt eerst in mindering van de kosten, vervolgens de verschenen rente en tenslotte de hoofdsom en de lopende rente.
Artikel 14
In geval de toepassing van deze regeling leidt tot een kennelijke hardheid is het UWV bevoegd van het gestelde in deze regeling af te wijken.
Artikel 15
Indien het bij koninklijke boodschap van 21 september 1994 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de sociale zekerheidswetten in verband met de nadere vaststelling van een stelsel van administratieve sancties, alsook tot wijziging van de daarin vervatte regels tot terugvordering van ten onrechte betaalde uitkering en de invordering daarvan ( Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid ; Kamerstukken II, 1994/1995, nr. 23 909) tot wet wordt verheven en in werking treedt, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip in werking. Indien deze regeling na inwerkingtreding van genoemde wet wordt bekend gemaakt in de Staatscourant, treedt deze regeling in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling betaling, terugvordering en tenuitvoerlegging van boeten en onverschuldigde betalingen.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.
Amsterdam, 6 juni 1996
plv. voorzitter