Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Regeling Bemiddelaarssubsidies
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Definities
+ Hoofdstuk II. Doel
+ Hoofdstuk III. Werkingssfeer
+ Hoofdstuk IV. De subsidies
+ Hoofdstuk V. Aanvraagprocedure
+ Hoofdstuk VI. Formele toetsing
+ Hoofdstuk VII. Inhoudelijke toetsing
+ Hoofdstuk VIII. Beslissing
+ Hoofdstuk IX. Beroep
+ Hoofdstuk X. Verslaglegging en financiële verantwoording
+ Hoofdstuk XI. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2009. U leest nu de tekst die gold op -.

Regeling Bemiddelaarssubsidies

Regeling Bemiddelaarssubsidies
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. het fonds
de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst;
b. het bestuur
het bestuur van de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst;
c. commissie
de commissie bemiddelaarssubsidies als bedoeld in het huishoudelijk reglement;
d. bemiddelaar
een curator, criticus, theoreticus of beschouwer op het gebied van de beeldende kunsten, vormgeving of architectuur;
e. bemiddelaarssubsidie
een aan een bemiddelaar verleende bijdrage in de kosten van de uitvoering van een artistiek werkplan, dat hetzij in de tijd begrensd is, hetzij leidt tot een concreet resultaat of beiden;
f. subsidie
een bemiddelaarssubsidie.
Artikel 2
Het bestuur kan, ingevolge de doelstelling van de stichting, volgens de bepalingen, vastgesteld in dit reglement, op hun aanvraag subsidies aan bemiddelaars toekennen, indien de kwaliteit van het werk van de aanvrager in samenhang met het plan waarvoor de aanvraag wordt ingediend naar het oordeel van het bestuur, commissie gehoord, een bijdrage vormt aan de ontwikkeling en de stimulering van de hedendaagse beeldende kunsten, vormgeving of bouwkunst in Nederland.
1.
De aanvrager dient in Nederland gevestigd te zijn en, indien hij/zij niet de Nederlandse nationaliteit bezit, te beschikken over een zodanige verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet dat een beroep op de openbare kas kan worden gedaan zonder dat een dergelijk beroep tot gevolg heeft dat de verblijfsvergunning komt te vervallen.
2.
Het bestuur heeft de vrijheid, gehoord de commissie van het eerste lid van dit artikel af te wijken, als de aanvraag een uitzonderlijke bijdrage vormt aan de ontwikkeling en de stimulering van de hedendaagse beeldende kunsten, vormgeving of bouwkunst in Nederland.
3.
De aanvrager van een subsidie dient tenminste vier jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als bemiddelaar op het gebied van de beeldende kunsten, vormgeving of bouwkunst. Dit moet worden aangetoond aan de hand van publicaties, tentoonstellingen, onderzoeken en/of geïnitieerde projecten.
1.
Een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud in het kader van een subsidie kan slechts worden verstrekt voorzover het verzamelinkomen van de aanvrager in het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover de subsidie zich uitstrekt naar verwachting lager zal zijn dan een door het bestuur vast te stellen bedrag. Wijziging van dit bedrag behoeft de goedkeuring van de Minister.
2.
Onder verzamelinkomen, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan het belastbaar inkomen bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 2001 met inbegrip van het inkomensbestanddeel van de aangevraagde subsidie.
3.
Bij de berekening van een subsidie dat een bijdrage aan het inkomen van de bemiddelaar omvat, wordt uitgegaan van een maximum maandinkomen dat voor de subsidie door het bestuur wordt vastgesteld. Wijzigingen van deze bedragen behoeven de goedkeuring van de Minister.
4.
De bedragen voor een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud worden door het bestuur vastgesteld. Wijzigingen van deze bedragen behoeven de goedkeuring van de Minister.
1.
Bemiddelaarssubsidies worden voor een periode van maximaal 12 maanden verstrekt.
2.
Het bestuur heeft de vrijheid wegens zwaarwegende redenen gehoord de commissie, aan een bemiddelaar een subsidie voor een langere periode te verstrekken dan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde periode.
Artikel 6
Bij de toekenning van de subsidie wordt de periode waarover de subsidie zich uitstrekt bepaald.
Artikel 7
Aan de verstrekking van de subsidie kan het bestuur nadere voorwaarden verbinden terzake van de uitvoering van het plan, de presentatie van de resultaten, de verslaglegging en de afrekening van de subsidie.
1.
Een subsidie voor het volgen van een cursus of studie aan een buitenlands instituut kan niet worden verstrekt indien in Nederland een vergelijkbare studie gevolgd kan worden.
2.
Geen subsidie kan worden verstrekt voor het volgen van onderwijs aan instellingen, die krachtens de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek bekostigd worden.
Artikel 9
Geen subsidie kan worden verstrekt aan rechtspersonen, aan leden van het bestuur noch aan leden en plaatsvervangende leden van de Commissie Stimuleringssubsidie, de Commissie Basissubsidies, de Commissie Innovatiesubsidies en de Commissie Bemiddelaarssubsidie.
Artikel 10
Subsidie kan slechts worden verstrekt voorzover de daartoe bestemde middelen van het Fonds toereikend zijn.
1.
De aanvraag voor een subsidie dient vergezeld te gaan van een plan, een motivering, een begroting en offertes en indien van toepassing toezeggingen.
2.
Indien bij een aanvraag voor een subsidie een andere partij is betrokken zoals bijvoorbeeld een museum, een tijdschrift, een uitgeverij of een universiteit dient de financiële bijdrage die de overige bij het project betrokken partijen leveren in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het Fonds.
3.
Geen subsidie wordt verstrekt voor reguliere werkzaamheden.
4.
Indien de aanvraag een publicatie betreft, dient deze vergezeld te gaan van een omschrijving en, zo mogelijk een dummy, gegevens over het formaat, de oplage, de namen van de grafisch ontwerper en de eventuele schrijver(s), de wijze van distributie, de verkoopprijs een begroting en zo veel mogelijk offertes. Een dergelijke subsidie bedraagt maximaal 50% van het met de publicatie gemoeide bedrag.
5.
Indien bij de aanvraag van een publicatiesubsidie een kunstenaar is betrokken, aan wie voor dezelfde publicatie een publicatiesubsidie, zoals bedoeld in de Regeling Stimuleringssubsidies is toegekend, bedraagt de totale subsidiebijdrage niet meer dan 75% van het met de publicatie gemoeide bedrag.
Artikel 12
Het bestuur maakt tenminste eenmaal per jaar informatie openbaar over de mogelijkheden voor bemiddelaars tot het verkrijgen van een subsidie.
1.
Subsidieaanvragen kunnen tweemaal per jaar worden ingediend. Het bestuur stelt jaarlijks twee aanvraagrondes voor het aanvragen van deze subsidies vast.
2.
Het bestuur stelt voor iedere aanvraagronde het budget vast.
1.
Een bemiddelaar die voor een subsidie in aanmerking wenst te komen, dient bij het bestuur een aanvraag daartoe te doen, met gebruikmaking van een voor dit doel door het bestuur te verstrekken aanvraagformulier.
2.
Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde aanvraagformulier dient volledig en volgens de in de toelichting bij het formulier vermelde richtlijnen te zijn ingevuld.
3.
Het aanvraagformulier dient te worden vergezeld van het in de toelichting bij het formulier voorgeschreven documentatie- en informatiemateriaal, opdat beoordeeld kan worden of de aanvrager aan de voorwaarde gesteld in artikel 2 voldoet.
4.
Indien documentatie- en/of informatiemateriaal wordt ingezonden, dat door meer personen vervaardigd is, dient aangegeven te worden welk deel daarvan door de aanvrager is vervaardigd.
5.
Indien in de subsidieaanvraag een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud is begrepen dient het aanvraagformulier vergezeld te gaan van een afschrift van het laatst ingediende aangiftebiljet inkomstenbelasting van de aanvrager. Wanneer dit niet mogelijk is, dient de aanvrager op een andere - door het bestuur goed te keuren - manier inzicht te verschaffen in zijn financiële omstandigheden.
6.
Indien de aanvrager niet de Nederlandse nationaliteit bezit, dient het aanvraagformulier vergezeld te gaan van een uittreksel uit het bevolkingsregister, waaruit blijkt dat de aanvrager in Nederland gevestigd is en van afschriften van documenten waaruit blijkt dat de aanvrager in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet .
1.
Het bestuur beslist een aanvraag op formele grond niet in behandeling te nemen, als het formulier, bedoeld in artikel 14, niet tijdig, niet volledig, of niet volgens de in de toelichting bij het formulier vermelde richtlijnen is ingevuld, of als dit niet vergezeld gaat van de in de toelichting bij het formulier voorgeschreven documentatie en informatie.
2.
Het bestuur toetst aan de hand van het aanvraagformulier of de aanvrager voldoet aan het bepaalde in artikel 3, 4, 8 en 9. Wanneer de aanvrager hieraan niet voldoet, beslist het bestuur de aanvraag op formele gronden niet in behandeling te nemen.
3.
Het bestuur zal op formele grond een aanvraag voor een subsidie niet in behandeling nemen indien de commissie hierover in de vorige aanvraagronde een negatief advies heeft uitgebracht.
4.
Het bestuur beslist op formele gronden een aanvraag niet in behandeling te nemen voordat het verslag van een over een eerdere periode verstrekte subsidie is goedgekeurd, tenzij er naar het oordeel van het bestuur zwaarwegende omstandigheden zijn.
Artikel 16
Het bestuur legt een aanvraag zo spoedig mogelijk ter advisering voor aan het hiertoe ingestelde adviesorgaan.
Het bestuur stelt daarbij een termijn vast waarbinnen het adviesorgaan haar oordeel over de ingediende aanvraag schriftelijk ter kennis dient te brengen.
1.
Bij de formulering van het advies over de toekenning van een subsidie dient het bevoegde adviesorgaan zich te baseren op de door de aanvrager verstrekte gegevens, en verder de door de aanvrager eventueel verstrekte publicaties, beeldmateriaal, mogelijk andere documentatie en aanvullende informatie en, voorzover van toepassing, het verslag van een met de aanvrager nader gevoerd gesprek.
2.
Bij de beoordeling van aanvragen voor een subsidie dient de commissie een oordeel te geven over het werk van de aanvrager in samenhang met het doel waarvoor de subsidie wordt aangevraagd zoals bedoeld in artikel 2.
3.
Indien de commissie het in het tweede lid van dit artikel bedoelde werk in samenhang met het doel van de subsidieaanvraag van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
4.
Indien de commissie het in het tweede lid van dit artikel bedoelde werk van de aanvrager in samenhang met het doel van de subsidieaanvraag wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit.
Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
5.
Het oordeel over het doel van de subsidieaanvraag zal een zwaardere rol spelen indien de aanvrager deze subsidie reeds eerder heeft ontvangen.
6.
Het bestuur kan de commissie in verband met het beperkte budget verzoeken de aanvragen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel over het werk van de aanvrager in samenhang met het doel waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Bij deze prioritering kan een afweging van de aanvragen onderling tot uitdrukking komen.
1.
Geen subsidie wordt verstrekt dan na een voorafgaand positief advies van de commissie.
2.
Binnen één maand na de termijn bedoeld in artikel 16 beslist het bestuur over de aanvraag. Het bestuur doet van een beslissing schriftelijk mededeling aan de aanvrager op wie de beslissing betrekking heeft.
3.
Het bestuur zendt de aanvrager een afschrift van het advies van het bevoegd adviesorgaan tezamen met zijn beslissing op de aanvraag.
4.
Aan de toekenning van een bemiddelaarssubsidie kunnen geen rechten worden ontleend met betrekking tot de honorering van een volgende aanvraag.
Artikel 19
Tegen een beslissing op grond van artikel 15 of artikel 18 is bezwaar mogelijk op grond van artikel 74 van het huishoudelijk reglement.
1.
Subsidie wordt als voorschot uitgekeerd, binnen zes weken na de positieve beslissing, als bedoeld in artikel 18.
2.
De bij wijze van voorschot verleende subsidie bedraagt maximaal 90% van het subsidiebedrag. De resterende 10% zal na goedkeuring van het in dit artikel bedoelde inhoudelijke en financiële verslag worden uitbetaald.
3.
Degene aan wie een subsidie waarin een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud is begrepen is verstrekt dient opgaaf te doen van zijn genoten inkomen over het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover de subsidie is verstrekt.
Deze opgaaf dient zo spoedig mogelijk na afloop van het jaar waarin de periode eindigt, doch uiterlijk vóór 15 juli van het daaropvolgende jaar te geschieden.
4.
Indien de aanvrager aangifte doet op grond van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001 dient voor de opgave van het inkomen als bedoeld in het vierde lid een fotokopie van de aangifte(n) te worden verstrekt, alsmede een kopie van de aanslag(en), zodra deze door de aanvrager ontvangen is.
5.
Indien het belastbaar inkomen van de bemiddelaar in het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover een subsidie waarin een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud is begrepen, zich uitstrekt hoger blijkt te zijn dan het bedrag bedoelt in artikel 4, vierde lid, beslist het bestuur het meerdere bedrag van de bemiddelaar terug te vorderen.
6.
Degene aan wie een subsidie is verstrekt dient tevens binnen twee maanden na afronding van het van de periode waarvoor de subsidie is verstrekt een verslag en alsmede een overzicht van de gedane uitgaven en de verkregen inkomsten, zoveel mogelijk gestaafd met bewijsstukken in te dienen, voorzover van toepassing voorzien van deugdelijke (visuele) documentatie.
7.
Indien de subsidie een publicatie omvat dient de bemiddelaar tevens twee maanden na verschijning vijf exemplaren van de publicatie te overleggen.
8.
De subsidie wordt definitief vastgesteld na ontvangst van de in de voorgaande leden genoemde bescheiden, voor zover van toepassing.
9.
Indien de subsidie niet definitief kan worden vastgesteld, doordat de aanvrager niet voldoet aan de in dit artikel genoemde voorwaarde zal de toekenning worden ingetrokken. Reeds betaalde voorschotten kunnen worden verrekend dan wel worden teruggevorderd.
10.
De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat de aanvrager het documentatie- en/of informatiemateriaal, behorende bij de subsidieaanvraag, het verslag en de documentatie behorende bij dit verslag aan het bestuur in eigendom overdraagt en aan het bestuur het recht toekent om het verslag of delen daarvan alsmede de documentatie te publiceren of anderszins openbaar te maken.
Artikel 21
In gevallen waarin de wet, de statuten of dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.
Artikel 22
Het bestuur kan, gehoord de commissie, om zwaarwichtige redenen van dit reglement afwijken.
Artikel 23
Indien achteraf blijkt dat een aanvrager niet voldoet aan één van de voorschriften van deze regeling, kan het bestuur de toekenning intrekken en het eventueel bij voorschot uitbetaalde terugvorderen.
Artikel 24
Aan de toekenning van een bemiddelaarssubsidie kan het bestuur nadere voorschriften verbinden.
Artikel 25
Deze regeling kan worden aangehaald als de Regeling Bemiddelaarssubsidies en treedt op 15 augustus 2001 in werking.
Deze regeling zal worden gepubliceerd in de Staatscourant.
Goedgekeurd door de Minister van OC&W bij brief van 9 juli 2001.