Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Regeling beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2007
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene Bepalingen
+ Hoofdstuk II. Toekenning van de bijdrage 2007
+ Hoofdstuk III. De voorlopige vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar
+ Hoofdstuk IIIA. De tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar
+ Hoofdstuk IV. De vaststelling van de bijdrage 2007 aan een zorgverzekeraar
+ Hoofdstuk V. De uitkering voor de kosten van prestaties die door het college naar het werkelijk bedrag worden vergoed
+ Hoofdstuk VI. De betalingen aan de zorgverzekeraars
+ Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken

Regeling beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2007

Regeling beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2007
Het College voor zorgverzekeringen,
Gelet op de artikelen 32, 33 en 34 van de Zorgverzekeringswet en Hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering en Hoofdstuk 3 van de Regeling zorgverzekering;
Gelezen de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 september 2006 (kenmerk Z/F-2717188);
Heeft in zijn vergadering van 28 september 2006 besloten:
Artikel 1
Deze regeling verstaat onder:
a. college: Het College voor zorgverzekeringen;
b. risicoklasse naar leeftijd en geslacht: Een vijfjaarsklasse, verdeeld naar geslacht, overeenkomstig tabel B4.1 van Bijlage 4 en tabel B5.1 van Bijlage 5 van de Regeling zorgverzekering ;
c. aard van het inkomenklasse: Een klasse gebaseerd op de aard van het inkomen en de leeftijd van een verzekerde, overeenkomstig tabel B4.4 van Bijlage 4 en overeenkomstig tabel B5.4 van Bijlage 5 van de Regeling zorgverzekering ;
d. regioklasse: Een klasse gebaseerd op de postcode van het adres waar een verzekerde woonachtig is en op de verzekeringsgerechtigdheid van de verzekerde op grond van de Ziekenfondswet op de datum 1 december 2005 overeenkomstig tabel B4.5 van Bijlage 4 en overeenkomstig tabel B5.5 van Bijlage 5 van de Regeling zorgverzekering ;
e. morbiditeitsrisicoklasse: Een vijftienjaarsklasse per geslacht, gebaseerd op morbiditeitsrisico, te rekenen vanaf nul tot en met vijfenzeventig jaar en ouder;
f. voormalig ziekenfonds verzekerde: Een verzekerde die op 1 december 2005 verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet ;
g. voormalig particulier verzekerde: Een verzekerde die op 1 december 2005 niet verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet ;
h. ‘0–1’ jarige: Een verzekerde die geboren is na 1 december 2005;
i. overige vaste kosten ziekenhuisverpleging: Het totaal van de vaste kosten ziekenhuisverpleging met uitzondering van de academische component.
1.
Het college gaat bij de verdeling van de macro-deelbedragen 2007 en de berekening van de normatieve bedragen en de bijdragen ervan uit dat alle zorgverzekeraars die gedurende 2006 actief zijn geweest ook in 2007 als zorgverzekeraar actief zullen zijn, tenzij zij voor 1 augustus 2006 aan het college hebben aangegeven dat zulks niet het geval zal zijn.
2.
Wanneer in deze regeling sprake is van zorgverzekeraars in de periode voor inwerkingtreding van de Zorgverzekeringswet , wordt onder zorgverzekeraars verstaan de ziekenfondsen en de privaatrechtelijke en publiekrechtelijke ziektekostenverzekeraars.
Artikel 3. Samenloop van criteria aard van het inkomen
Voor de indeling in de aard van het inkomenklasse deelt het college een verzekerde, die onder meerdere criteria valt in te delen, in op basis van de hierna genoemde volgorde:
1. 0 tot en met 14 jaar of 65 jaar en ouder;
2. arbeidsongeschikten;
3. bijstandsgerechtigden;
4. WW, ANW (AWW) en overige uitkeringsgerechtigden;
5. zelfstandigen, voor zover zij ook geen inkomsten uit arbeid in loondienst hebben ontvangen;
6. referentiegroep aard van het inkomen, die alle verzekerden omvat die niet zijn ingedeeld bij een van de eerdergenoemde groepen 1 tot en met 5.
1.
Het college baseert de indeling in FKG’s 2007 op bijlage 5 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 september 2006 (kenmerk Z/F-2717188).
2.
Bij de berekening en herberekening van de FKG’s zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten:
a. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor vergoeding in aanmerking komend op grond van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering;
b. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als kliniekverpakkingen;
c. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen.
3.
Aan een verzekerde kunnen meerdere FKG’s toegewezen worden, met uitzondering van de samenloop bij FKG’s Diabetes I, Diabetes IIa, Diabetes IIb, Cholesterol en Hypertensie. In de tabel in bijlage 2 bij deze regeling beleidsregels staat weergegeven welke FKG’s het college aan een verzekerde toewijst, indien de verzekerde onder één of meer van de voornoemde FKG’s zou kunnen vallen.
4.
Bij de berekening van de normatieve bedragen baseert het college de indeling in DKG’s 2007 op bijlage 6, bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 september 2006 (kenmerk Z/F-2717188).
5.
Bij de herberekening van de normatieve bedragen baseert het college de indeling in DKG’s 2007 op bijlage 6, DBC-diagnosecodes en DBC-behandelcodes, bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 september 2006 (kenmerk Z/F2717188).
Artikel 5. Indeling in regioklasse 2007
Wanneer van een verzekerde geen Nederlandse postcode bekend is zal het college als gewicht van de regioklasse de waarde nul hanteren.
Artikel 6
Het college past de regels die in het Besluit zorgverzekering en de Regeling zorgverzekering zijn gesteld met betrekking tot de toekenning en vaststelling van de bijdragen aan de zorgverzekeraars voor het jaar 2007 toe met inachtneming van het bepaalde in deze regeling.
1.
Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen naar risicoklasse leeftijd en geslacht 2007, naar regioklasse 2007 en van de verzekerden aantallen van 18 jaar en ouder 2007, op de opgaven van de zorgverzekeraars van de verzekerdenaantallen op 1 juni 2006 naar geslacht, leeftijd en viercijferige postcode.
2.
Het college raamt het aantal verzekerden 2007 per FKG 2007 per zorgverzekeraar als volgt, waarbij het college per zorgverzekeraar een afzonderlijke berekening uitvoert voor voormalig ziekenfondsverzekerden en voormalig particulier verzekerden:
a. Uitgangspunt is het aantal verzekerden 2005 met een FKG per FKG 2007 naar morbiditeitsrisicoklasse.
b. De verzekerdenaantallen in onderdeel a worden per FKG 2007 gedeeld door het overeenkomstige totaal aantal verzekerden per morbiditeitsrisicoklasse 2005. Dit resulteert in de zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2005 per morbiditeitsrisicoklasse.
c. Het college vermenigvuldigt voor alle morbiditeitsrisicoklassen de zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2005 per morbiditeitsrisicoklasse met de overeenkomstige prevalentieontwikkeling 2005–2006. Dit resulteert in de geraamde zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2006 per morbiditeitsrisicoklasse.
d. Het college bepaalt de geraamde landelijke FKG 2007-prevalentie 2006 per morbiditeitsrisicoklasse door de stappen in de onderdelen a, b en c uit te voeren met de overeenkomstige landelijke verzekerdenaantallen, waarbij op landelijk niveau onderscheid wordt gemaakt in voormalig particulier verzekerden en voormalig ziekenfondsverzekerden.
e. Het college vormt per FKG 2007 en per morbiditeitsrisicoklasse een landelijke pool met het aantal verzekerden dat per saldo bij een verzekeraar is vertrokken en met het aantal verzekerden met een specifieke FKG dat per saldo bij een verzekeraar is vertrokken. De poolberekening die in de onderdelen f tot en met i staat beschreven wordt afzonderlijk uitgevoerd voor voormalig particulier verzekerden per zorgverzekeraar en voor voormalig ziekenfondsverzekerden per zorgverzekeraar.
f. Wanneer voor een zorgverzekeraar in een morbiditeitsrisicoklasse het geraamde totaal aantal verzekerden 2007 kleiner dan of gelijk is aan het totaal aantal verzekerden 2005 in die morbiditeitsrisicoklasse, wordt het aantal verzekerden 2007 per FKG 2007 als volgt berekend:
1°. Per zorgverzekeraar en per morbiditeitsrisicoklasse wordt het aantal verzekerden per FKG 2007 berekend door de geraamde verzekerdenaantallen 2007 te vermenigvuldigen met de geraamde zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2006 per morbiditeitsrisicoklasse. Dit resulteert in het geraamde aantal verzekerden met een FKG per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse.
2°. Per zorgverzekeraar en per morbiditeitsrisicoklasse berekent het college per saldo de daling van het aantal verzekerden en brengt deze in in een pool per morbiditeitsrisicoklasse. Deze daling in het aantal verzekerden wordt per morbiditeitsrisicoklasse vermenigvuldigd met de geraamde zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2006 en ingebracht in de eerdergenoemde pool per FKG per morbiditeitsrisicoklasse. Dit resulteert in het door een zorgverzekeraar ingebrachte aantal verzekerden met een FKG per FKG 2007 in de pool.
g. Het college sommeert het resultaat van onderdeel f, sub 2 voor alle zorgverzekeraars zodat per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse een landelijke pool met het totaal aantal ingebrachte verzekerden per morbiditeitsrisicoklasse en het totaal aantal ingebrachte verzekerden met een FKG per FKG 2007 onstaat.
h. De landelijke pool met het totaal aantal ingebrachte verzekerden, bedoeld in onderdeel g, wordt daarna als volgt opnieuw berekend:
1°. Het aantal verzekerden in de pool per morbiditeitsrisicoklasse wordt opnieuw berekend door het verschil per morbiditeitsrisicoklasse van het landelijk geraamde aantal verzekerden 2007 met het aantal verzekerden 2005 toe te voegen aan het aantal verzekerden in de pool per morbiditeitsrisicoklasse.
2°. Het aantal verzekerden in de pool per FKG per morbiditeitsrisicoklasse wordt opnieuw berekend door het verschil per morbiditeitsrisicoklasse van het landelijk geraamde aantal verzekerden 2007 met het aantal verzekerden 2005 te vermenigvuldigen met de landelijke relatieve FKG 2007-prevalentie 2006 en toe te voegen aan het aantal verzekerden in de pool per FKG per morbiditeitsrisicoklasse.
3°. Na de herberekening van het aantal verzekerden in de pool per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse wordt per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse de geraamde relatieve prevalentie FKG 2007-prevalentie 2006 van de pool bepaald door de som van aantal verzekerden met die FKG in de pool te delen door de som van het totaal aantal verzekerden in de pool per bijbehorende morbiditeitsrisicoklasse.
i. Wanneer voor een zorgverzekeraar in een morbiditeitsrisicoklasse het geraamde aantal verzekerden 2007 groter is dan het aantal verzekerden 2005 in die morbiditeitsrisicoklasse, wordt het aantal verzekerden 2007 per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse als volgt berekend:
1°. Het college vermenigvuldigt het aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse met de geraamde zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2006 per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse.
2°. Het college voegt per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse aan het resultaat van onderdeel i, sub 1 toe de geraamde groei van het aantal verzekerden van 2007 op 2005, vermenigvuldigd met de geraamde relatieve prevalentie van de betreffende pool, zoals bepaald in onderdeel h, sub 3.
j. Vervolgens worden per verzekeraar de verzekerdenaantallen 2007 per morbiditeitsrisicoklasse per FKG 2007 over de morbiditeitsrisicoklassen gesommeerd en afgerond op nul decimalen.
k. Tot slot worden per zorgverzekeraar per FKG 2007 de verzekerdenaantallen voormalig particulier verzekerden gesommeerd met de verzekerdenaantallen voormalig ziekenfondsverzekerden.
3.
Het college raamt het aantal verzekerden per DKG 2007 per zorgverzekeraar als volgt:
a. Uitgangspunt is het totaal aantal verzekerden 2004 per DKG 1 tot en met 13 2007 per zorgverzekeraar, zoals de Stichting Prismant, gevestigd te Utrecht, deze aan het CVZ heeft aangeleverd, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar voormalig ziekenfondsen en niet ziekenfondsen. De hierna volgende berekeningen worden afzonderlijk uitgevoerd voor voormalig particulier verzekerden per zorgverzekeraar en voor voormalig ziekenfondsverzekerden per zorgverzekeraar.
b. Het college bepaalt landelijke DKG 2007-prevalenties 2004 per morbiditeitsrisicoklasse per DKG 2007 door het totaal aantal verzekerden 2004 per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse te delen door de som van de aantallen verzekerden 2004 per morbiditeitsrisicoklasse over alle zorgverzekeraars.
c. Het college berekent het verwachte totaal aantal verzekerden 2004 per DKG 2007 per zorgverzekeraar door de verzekerdenaantallen per morbiditeitsrisicoklasse per zorgverzekeraar 2004 te vermenigvuldigen met de overeenkomstige landelijke DKG 2007-prevalenties 2004 per DKG 2007 morbiditeitsrisicoklasse, bedoeld in onderdeel b, en deze vervolgens over de morbiditeitsrisicoklassen te sommeren.
d. Het college bepaalt een zorgverzekeraarspecifieke DKG 2007-factor per DKG 2007 door de verzekerdenaantallen bedoeld in onderdeel a, te delen door de verwachte aantallen verzekerden 2004 per DKG 2007, bedoeld in onderdeel c.
e. Het college vormt per DKG 2007 en per morbiditeitsrisicoklasse een landelijke pool met het aantal verzekerden dat per saldo bij een verzekeraar is vertrokken en met het aantal verzekerden met een specifieke DKG dat per saldo bij een verzekeraar is vertrokken. De poolberekening die hierna in de onderdelen f, g, h en i staat beschreven wordt afzonderlijk uitgevoerd voor voormalig particulier verzekerden per zorgverzekeraar en voor voormalig ziekenfondsverzekerden per zorgverzekeraar.
f. Wanneer voor een zorgverzekeraar in een morbiditeitsrisicoklasse het geraamde totaal aantal verzekerden 2007 kleiner dan of gelijk is aan het totaal aantal verzekerden 2004 in die morbiditeitsrisicoklasse, wordt het aantal verzekerden 2007 per morbiditeitsrisicoklasse per DKG 2007 berekend door de aantallen verzekerden 2007 per morbiditeitsrisicoklasse te vermenigvuldigen met de in onderdeel b berekende landelijke DKG 2007-prevalentie per morbiditeitsrisicoklasse en dat resultaat weer te vermenigvuldigen met de onder d berekende zorgverzekeraarspecifieke DKG 2007-factor per DKG 2007.
g. Per verzekeraar en per morbiditeitsrisicoklasse berekent het college per saldo de daling van het aantal verzekerden en brengt deze in in een pool per morbiditeitsrisicoklasse. Deze daling in het aantal verzekerden wordt per morbiditeitsrisicoklasse vermenigvuldigd met de landelijke relatieve DKG 2007-prevalentie 2004 en de zorgverzekeraarspecifieke DKG factor en ingebracht in de pool per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse. Dit resulteert in het door een zorgverzekeraar ingebrachte aantal verzekerden met een DKG per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse in de pool.
h. Het college voert de berekening onder g uit voor alle zorgverzekeraars en de sommeert de resultaten, waardoor per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse een landelijke pool ontstaat met het totaal aantal ingebrachte verzekerden per morbiditeitsrisicoklasse en het totaal aantal ingebrachte verzekerden met een DKG per DKG 2007.
i. Het aantal verzekerden in de pool, bedoeld in onderdeel g, wordt als volgt opnieuw berekend:
1°. Het aantal verzekerden in de pool per morbiditeitsrisicoklasse wordt opnieuw berekend door het verschil per morbiditeitsrisicoklasse van het landelijk geraamde aantal verzekerden 2007 met het aantal verzekerden 2004 toe te voegen aan het aantal verzekerden in de pool per morbiditeitsklasse.
2°. Het aantal verzekerden in de pool per DKG per morbiditeitsrisicoklasse wordt opnieuw berekend door het verschil per morbiditeitsrisicoklasse van het landelijk geraamde aantal verzekerden 2007 met het aantal verzekerden 2004 te vermenigvuldigen met de landelijke relatieve DKG 2007-prevalentie 2004 en toe te voegen aan het aantal verzekerden in de pool per DKG per morbiditeitsklasse.
3°. Na de herberekening van het aantal verzekerden in de pool per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse bepaalt het college per morbiditeitsrisicoklasse de geraamde relatieve prevalentie 2007 van de pool per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse door de som van het aantal verzekerden in de pool per DKG per morbiditeitsrisicoklasse te delen door de som van het totaal aantal verzekerden in de betreffende morbiditeitsrisicoklasse.
j. Wanneer voor een zorgverzekeraar in een morbiditeitsrisicoklasse het geraamde aantal verzekerden 2007 groter is dan het gemiddeld aantal verzekerden 2004, wordt het aantal verzekerden 2007 per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse als volgt berekend:
1°. Het college vermenigvuldigt het aantal verzekerden 2004 per morbiditeitsrisicoklasse met de in onderdeel b berekende landelijke DKG 2007-prevalentie 2004 per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse en vermenigvuldigt dat resultaat weer met de onder d berekende zorgverzekeraarspecifieke DKG 2007-factor per DKG 2007
2°. Het college voegt per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse aan het resultaat van onderdeel a toe de geraamde groei van het aantal verzekerden van 2007 op 2004, vermenigvuldigd met de geraamde relatieve prevalentie 2007 van de betreffende pool per DKG per morbiditeitsrisicoklasse, zoals bepaald in onderdeel i, sub 3.
k. Vervolgens worden per zorgverzekeraar per DKG 2007 de aantallen verzekerden per DKG 1 tot met 13 2007 per morbiditeitsrisicoklasse over de morbiditeitsrisicoklassen gesommeerd en afgerond op vier decimalen.
l. Het aantal verzekerden 2007 in DKG 0 bepaalt het college door het geraamde totaal aantal verzekerden 2007 per zorgverzekeraar te verminderen met het over DKG 1 tot en met 13 gesommeerde resultaat van onderdeel k.
m. Tot slot worden per zorgverzekeraar de verzekerdenaantallen voormalig particulier verzekerden en de verzekerdenaantallen voormalig ziekenfondsverzekerden opgeteld.
1.
a. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per risicoklasse 2007 naar leeftijd en geslacht, genoemd in bijlage 3 bij deze regeling beleidsregels;
b. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per FKG 0 t/m 20 2007, genoemd in bijlage 4 bij deze regeling beleidsregels;
c. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per DKG 0 t/m 13 2007, genoemd in bijlage 5 bij deze regeling beleidsregels;
d. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007, genoemd in bijlage 6 bij deze regeling beleidsregels;
e. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per regioklasse 2007, genoemd in bijlage 7 bij deze regeling beleidsregels, waarbij onderscheid wordt gemaakt in voormalig ziekenfondsverzekerden en voormalig particulier verzekerden. Het college bepaalt de gewichten voor de categorie ‘0–1’ jarigen door per regioklasse het gewogen gemiddelde te nemen van de gewichten voor voormalig ziekenfondsverzekerden en voormalig particulier verzekerden, waarbij het gewicht voor voormalig ziekenfondsverzekerden voor 51,4% meeweegt in het gemiddelde en het gewicht voor voormalig particulier verzekerden voor 48,6%.
2.
De gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per risicoklasse 2007 worden per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per risicoklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.
3.
De gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per FKG 2007 worden per overeenkomstige FKG vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per FKG 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.
4.
De gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per DKG 2007 worden per overeenkomstige DKG vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per DKG 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.
5.
De gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per aard van het inkomenklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vierde lid.
6.
De gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per regioklasse 2007 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per regioklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.
7.
Het resultaat van het zesde lid wordt aangeduid als het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007.
1.
Het college bepaalt het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 als volgt:
a. Voor de zorgverzekeraars die in 2005 als ziekenfonds werkzaam waren, berekent het college de gemiddelde totale kosten van ziekenhuisverpleging per verzekerde per zorgverzekeraar in 2005 op basis van gegevens uit het financieel verslag 2005 en de jaarstaat 2005.
b. Voor de overige zorgverzekeraars berekent het college de gemiddelde totale kosten van ziekenhuisverpleging per verzekerde per zorgverzekeraar in 2005 met als basis de gegevensaanlevering van voormalig privaatrechtelijke en publiekrechtelijke ziektekostenverzekeraars over het jaar 2005, zoals gespecificeerd door het college in zijn brief met toelichting van 4 april 2006 (kenmerk VZU/26023117 en VZU/26049102) aan de zorgverzekeraars.
c. Per zorgverzekeraar vermenigvuldigt het college de geraamde aantallen verzekerden 2007, voor zover het voormalig ziekenfondsverzekerden betreft, met het berekende bedrag in onderdeel a.
d. Per zorgverzekeraar vermenigvuldigt het college de geraamde aantallen verzekerden 2007, voor zover het voormalig particulier verzekerden betreft, met het berekende bedrag in onderdeel b.
e. Vervolgens berekent het college de landelijke vaste kostenfactor 2007 door het macro-deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging te delen door de som van het resultaat van onderdeel c en het resultaat van onderdeel d en dit resultaat af te ronden op 7 decimalen.
f. Het in onderdeel a berekende bedrag per zorgverzekeraar wordt met de landelijke vaste kostenfactor 2007 vermenigvuldigd en afgerond op 2 decimalen. Het resultaat hiervan wordt aangeduid als het zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging per geraamde voormalig ziekenfondsverzekerde 2007.
g. Het in onderdeel b berekende bedrag per zorgverzekeraar wordt met de landelijke vaste kostenfactor 2007 vermenigvuldigd en afgerond op 2 decimalen. Het resultaat hiervan wordt aangeduid als het zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging per geraamde voormalig particulier verzekerde 2007.
2.
Indien het gemiddelde aantal verzekerden van een zorgverzekeraar in 2005 minder dan 10.000 bedraagt, wordt voor de zorgverzekeraars bij de berekening bedoeld in het eerste lid, voor de onderdelen a en b voor voormalige ziekenfondsverzekerden uitgegaan van de kosten van ziekenhuisverpleging 2005 van alle ziekenfondsen en voor voormalig particulier verzekerden uitgegaan van de kosten van alle privaatrechtelijke en publiekrechtelijke ziektekostenverzekeraars. In de berekening wordt voor voormalig ziekenfondsverzekerden verder uitgegaan van de aantallen voormalig ziekenfondsverzekerden 2005 van alle ziekenfondsen en voor voormalig particulier verzekerden van het totaal aantal verzekerden 2005 van alle privaatrechtelijke en publiekrechtelijke ziektekostenverzekeraars. Deze werkwijze wordt ook gevolgd wanneer de zorgverzekeraar geen juiste of geen volledige opgave over 2005 aan het college heeft gedaan of wanneer een opgave niet mogelijk is.
3.
a. Het college berekent per zorgverzekeraar het deelbedrag overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 voor voormalig ziekenfondsverzekerden door het zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging per geraamde voormalig ziekenfondsverzekerde 2007 te vermenigvuldigen met het totaal aantal geraamde voormalig ziekenfondsverzekerden 2007.
b. Het college berekent per zorgverzekeraar het deelbedrag overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 voor voormalig particulier verzekerden door het zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging per geraamde voormalig particulier verzekerde 2007 te vermenigvuldigen met het totaal aantal geraamde voormalig particulier verzekerden 2007 van de betreffende zorgverzekeraar.
c. Vervolgens berekent het college per zorgverzekeraar het deelbedrag overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 door de resultaten van de onderdelen a en b te sommeren.
4.
Het college berekent per zorgverzekeraar het deelbedrag samenhangend met de academische component 2007 door het bedrag academische component per verzekerde uit artikel 3.4, eerste lid, van de Regeling zorgverzekering met betrekking tot 2007 te vermenigvuldigen met het totaal aantal geraamde verzekerden 2007.
5.
De som van het resultaat van het derde lid en het resultaat van het vierde lid wordt aangeduid als deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007.
1.
Voor de verdeling van het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties hanteert het college als uitgangspunten:
a. De gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per risicoklasse 2007 naar leeftijd en geslacht, genoemd in bijlage 8 bij deze regeling beleidsregels;
b. De gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per FKG 2007, genoemd in bijlage 9 bij deze regeling beleidsregels;
c. De gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per DKG 2007, genoemd in bijlage 10 bij deze regeling beleidsregels;
d. De gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007, genoemd in bijlage 11 bij deze regeling beleidsregels;
e. De gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per regioklasse 2007, genoemd in bijlage 12 bij deze regeling beleidsregels, waarbij onderscheid wordt gemaakt in voormalig ziekenfondsverzekerden en voormalig particulier verzekerden;
Het college bepaalt afzonderlijk gewichten voor de categorie ‘0–1’ jarigen door per regioklasse het gewogen gemiddelde te nemen van de gewichten voor voormalig ziekenfondsverzekerden en voormalig particulier verzekerden, waarbij het gewicht voor voormalig ziekenfondsverzekerden voor 51,4% meeweegt in het gemiddelde en het gewicht voor voormalig particulier verzekerden voor 48,6%.
2.
De gewichten kosten van de totale overige prestaties per verzekerde per risicoklasse 2007 worden per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per risicoklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.
3.
De gewichten kosten van de totale overige prestaties per verzekerde per FKG 2007 worden per overeenkomstige FKG vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per FKG 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.
4.
De gewichten kosten van de totale overige prestaties per verzekerde per DKG 2007 worden per overeenkomstige DKG vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per DKG 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.
5.
De gewichten kosten van de totale overige prestaties per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per aard van het inkomenklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vierde lid.
6.
De gewichten kosten van de totale overige prestaties per verzekerde per regioklasse 2007 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden per regioklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.
7.
Het resultaat van het zesde lid wordt aangeduid als deelbedrag kosten van overige prestaties 2007.
8.
Ter voorlichting aan de zorgverzekeraars kunnen ook deelbedragen per afzonderlijke overige prestaties worden berekend overeenkomstig de leden 2 tot 7.
1.
Voor de raming van de normatieve no-claimteruggaven hanteert het college als uitgangspunten:
a. de gewichten no-claimteruggave per verzekerde per risicoklasse naar leeftijd en geslacht 2007, genoemd in bijlage 13 bij deze regeling beleidsregels;
b. de gewichten no-claimteruggave per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007, genoemd in bijlage 14 bij deze regeling;
c. de gewichten no-claimteruggave per verzekerde per regioklasse 2007, genoemd in bijlage 15 bij deze regeling.
2.
De gewichten no-claimteruggave per verzekerde per risicoklasse 2007 worden per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per risicoklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.
3.
De gewichten no-claimteruggave per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per aard van het inkomenklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.
4.
De gewichten no-claimteruggave per verzekerde per regioklasse 2007 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het per zorgverzekeraar geraamde aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per regioklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.
5.
Het resultaat van het vierde lid wordt aangeduid als de geraamde normatieve no-claimteruggave 2007.
1.
Het college stelt het normatieve bedrag 2007 van een zorgverzekeraar vast als de som van het volgens dit hoofdstuk berekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007, het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 en het deelbedrag kosten van overige prestaties 2007.
2.
Het college raamt de opbrengst 2007 van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de geraamde aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder 2007 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2007.
3.
Het college vermindert het resultaat van het tweede lid met een percentage van 0,15782% vanwege de geraamde gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.
4.
Het college berekent de bijdrage 2007 aan een zorgverzekeraar als het normatieve bedrag 2007 plus de geraamde normatieve no-claimteruggave 2007 minus de volgens het tweede lid en derde lid geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie 2007.
5.
Het college berekent de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar 2007. Deze uitkering bedraagt het aantal geraamde verzekerden jonger dan 18 jaar, vermenigvuldigd met 50 euro.
6.
Het college kent de bijdrage 2007 ter hoogte van de bijdrage berekend in het vierde lid, aangevuld met het bedrag berekend in het vijfde lid, aan de zorgverzekeraar toe.
Artikel 13. Herberekeningen als gevolg van splitsingen
Indien een zorgverzekeraar na de toekenning van de bijdrage 2007 besluit zich te splitsen, dient de zorgverzekeraar aan het college mee te delen hoe naar zijn verwachting de geraamde verzekerdenaantallen 2007 verdeeld zullen worden, over nieuwe dan wel bestaande zorgverzekeraars. Het college kan de toegekende bijdrage herzien en de bijdragen aan nieuwe dan wel bestaande zorgverzekeraars toekennen, een en ander rekening houdend met de meegedeelde geraamde verzekerdenaantallen en het tijdstip waarop de splitsing wordt gerealiseerd.
1.
Het college herberekent in maart 2008 de geraamde gewichten no-claimteruggave op basis van de verzekerdenaantallen 2007, voor zover die op 1 maart 2008 bij het college beschikbaar zijn, en de door de zorgverzekeraars verwachte no-claimteruggave 2007 op de volgende wijze:
a. Het college berekent de normatieve no-claimteruggave voor alle verzekerden 2007 overeenkomstig artikel 11 op basis van de bij het college bekende totale verzekerdenaantallen van 18 jaar en ouder naar risicoklassen 2007, naar aard van het inkomenklassen 2007 en naar regioklassen 2007.
b. Het college berekent de landelijke gemiddelde verwachte no-claimteruggave per verzekerde van 18 jaar en ouder 2007 door de som van de verwachte no-claimteruggaven over alle zorgverzekeraars te delen door de som van de aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder 2007 van alle zorgverzekeraars.
c. Het college berekent de no-claimschalingsfactor 2007 door de landelijke gemiddelde verwachte no-claimteruggave per verzekerde 2007, berekend in onderdeel b, te vermenigvuldigen met het totaal aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2007, en dat vervolgens weer te delen door de normatieve no-claimteruggave voor alle verzekerden 2007, berekend in onderdeel a, en deze no-claimschalingsfactor 2007 vervolgens af te ronden op zeven decimalen.
d. Het college herberekent voor de eerste maal de gewichten no-claimteruggave per verzekerde per risicoklasse 2007, per aard van het inkomenklasse 2007 en per regioklasse 2007, door de overeenkomstige gewichten uit artikel 12 te vermenigvuldigen met de no-claimschalingsfactor 2007, berekend in onderdeel c, en het resultaat vervolgens op twee decimalen af te ronden.
2.
Het college berekent de normatieve no-claimteruggave als volgt:
a. Per zorgverzekeraar worden de herberekende gewichten no-claimteruggave per verzekerde per risicoklasse 2007 per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met de aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder per risicoklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.
b. Per zorgverzekeraar worden de herberekende gewichten no-claimteruggave per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007 per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per aard van het inkomenklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van onderdeel a.
c. Per zorgverzekeraar worden de gewichten no-claimteruggave per verzekerde per regioklasse 2007 per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per regioklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van onderdeel b.
d. Het resultaat van onderdeel c wordt aangeduid als de normatieve no-claimteruggave 2007.
e. Het college herziet de toekenning van de geraamde normatieve no-claimteruggave 2007 overeenkomstig artikel 12 voor 1 april 2008 aan de zorgverzekeraar.
1.
Indien naar het oordeel van het college op grond van de opgave van de verzekerdenaantallen gedurende het jaar 2007 blijkt dat de verdeling van de verzekerden over de zorgverzekeraars sterk afwijkt van de verzekerdenraming van het college en daardoor ernstige liquiditeitsproblemen bij meerdere zorgverzekeraars dreigen te ontstaan, kan het college een nieuwe verzekerdenraming opstellen, mede op basis van de opgave van de verzekerdenaantallen 2007 per een nader te bepalen datum. Daarbij zal het college zoveel mogelijk de in artikel 7 bepaalde berekeningswijze volgen.
2.
Met behulp van de nieuwe verzekerdenraming zal het college de macro-deelbedragen 2007 opnieuw verdelen en eveneens de normatieve bedragen 2007 ten behoeve van, en de bijdragen 2007 aan de zorgverzekeraars opnieuw berekenen en aan de zorgverzekeraars toekennen. Het college stelt de zorgverzekeraars zo spoedig mogelijk op de hoogte of en wanneer het tot een nieuwe berekening en herziening van de toekenning van de bijdragen voor alle zorgverzekeraars overgaat.
1.
Het persoonskenmerkenbestand 2007 bestaat uit de gepseudonimiseerde opgaven van de zorgverzekeraars van de verzekerdenaantallen op 1 juni 2007 naar geslacht, geboortedatum en viercijferige postcode.
2.
Het college herberekent de verzekerdenaantallen naar risicoklasse en het normatieve bedrag voorlopig op basis de jaarstaat 2007 van de zorgverzekeraars. Voor de verzekerdenaantallen naar risicoklasse leeftijd en geslacht 2007, naar regioklasse 2007 en naar de verzekerdenaantallen van 18 jaar en ouder 2007, baseert het college zich op de gepseudonimiseerde opgaven van de zorgverzekeraars van de verzekerdenaantallen op 1 juni 2007 naar geslacht, geboortedatum en viercijferige postcode. Voor het persoonskenmerkenbestand is de peildatum de datum van nominale premieprolongatie voor de maand juni.
3.
Voor de vaststelling van de verzekeringsduur per verzekerde per zorgverzekeraar baseert het college zich op het Referentiebestand verzekerden Zorgverzekeringswet (RBVZ) van SA-Zorg. Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2007 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, wordt die periode voor het vaststellen van de verzekeringsduur verdeeld naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest.
4.
Voor de vaststelling van de aard van het inkomenklasse baseert het college zich op de gepseudonimiseerde opgave van het UWV of de Belastingdienst naar inkomensbron in het jaar 2007. Voor de opgave van het UWV of de Belastingdienst, bedoeld in de vorige volzin, hanteert het CVZ de peildatum 30 juni 2007.
5.
Het college bepaalt voor elke verzekerde uit het persoonskenmerkenbestand 2007 in welke klasse een verzekerde valt voor de criteria leeftijd, geslacht, aard van het inkomen en regio. Het college bepaalt de leeftijd op basis van de geboortemaand en het geboortejaar op peildatum 30 juni 2007.
6.
Vervolgens bepaalt het college per zorgverzekeraar het aantal verzekerden naar leeftijd en geslacht 2007.
7.
Voor de voorlopige vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar bepaalt het college het aantal verzekerden per FKG 2007 per zorgverzekeraar als volgt:
a. Uitgangspunt is de opgave van 1 juni 2008 van alle declaraties farmaceutische hulp 2007 van de zorgverzekeraar aan het college.
b. Op basis daarvan bepaalt het college het aantal verzekerden 2007 per FKG 2007 dat in 2007 voldoet aan het bepaalde in artikel 4. Daarbij splitst het college per zorgverzekeraar het aantal verzekerden zonder FKG 1t/m20 2007 in een verzekerdenaantal FKG 2007 onbekend en een verzekerdenaantal FKG 2007 0. Het verzekerdenaantal FKG onbekend bestaat uit verzekerden met een woonadres in het buitenland en waarvoor de zorgverzekeraar geen informatie heeft over farmaciedeclaraties.
c. Het college bepaalt de gewichten voor alle FKG 2007-onbekend op 0,00.
d. Het college bepaalt de landelijke prevalentieontwikkeling 2006-2007 per morbiditeitsrisicoklasse per FKG 2007 en stelt deze gelijk aan de prevalentie-ontwikkeling 2005-2006 uit bijlage 1 bij deze beleidsregels.
e. Het college schaalt met behulp van de onder d bepaalde prevalentieontwikkeling de aantallen verzekerden per morbiditeitsrisicoklasse per FKG 2007 terug naar de prevalentie 2006, sommeert deze over de morbiditeitsrisicoklassen en rondt deze som af op nul decimalen.
8.
Voor de voorlopige vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar bepaalt het college het aantal verzekerden per DKG 2007 per zorgverzekeraar als volgt:
a. Uitgangspunt is de opgave van de zorgverzekeraar per 1 juni 2008 van de declaraties van alle DBC’s die in 2006 geopend zijn. Op basis daarvan bepaalt het college het aantal verzekerden per DKG volgens de indeling in artikel 4, vierde lid.
b. Het college bepaalt per zorgverzekeraar de rechtstreeks aan een zorgverzekeraar toe te wijzen verzekerden 2006 in 2007 per DKG 2007 met behulp van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer, het persoonskenmerkenbestand 2007 en de opgave van de zorgverzekeraar genoemd onder a.
c. Het college splitst per zorgverzekeraar het aantal verzekerden zonder DKG 1t/m13 in een verzekerdenaantal DKG 2007 onbekend en een verzekerdenaantal DKG 2007 0. Het verzekerdenaantal DKG 2007 onbekend bestaat uit verzekerden met een woonadres in het buitenland en waarvoor de zorgverzekeraar geen DBC-informatie heeft.
d. Het college bepaalt het gewicht DKG 2007 onbekend op 0,00.
e. Tot slot worden per zorgverzekeraar de verzekerdenaantallen 2007 per DKG 2007 opgeteld.
9.
Het college bepaalt met behulp van opgaven van de Belastingdienst en het UWV, het RBVZ over 2007 en de verzekerdenopgaven van de zorgverzekeraars de aantallen verzekerden per aard van het inkomenklasse 2007.
10.
Het college bepaalt met behulp van het RBVZ en de opgave van de zorgverzekeraars over de verzekerden naar viercijferige postcode van het adres waar de verzekerde woonachtig is, de aantallen verzekerden naar regioklasse 2007.
1.
Het college bepaalt per zorgverzekeraar en voor het totaal van de zorgverzekeraars de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007 met inachtneming van de artikelen 3.7, 3.8 en 3.9, van de Regeling zorgverzekering.
2.
Het college herberekent op grond van artikel 16 het normatieve bedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007 voor het totaal van alle verzekerden 2007 van alle zorgverzekeraars op de wijze zoals beschreven in artikel 8, eerste tot en met zesde lid.
3.
Het college berekent de schalingsfactor variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007 door de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007, bepaald in het eerste lid, te sommeren over alle verzekeraars en deze te delen door het in het tweede lid herberekende normatieve bedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp voor het totaal van alle verzekerden 2007 van alle zorgverzekeraars.
4.
Het college herberekent alle gewichten uit artikel 8 door deze te vermenigvuldigen met de schalingsfactor variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007, en deze vervolgens af te ronden op twee decimalen.
5.
Het college vermenigvuldigt de in het vierde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per risicoklasse naar leeftijd en geslacht 2007 met de aantallen verzekerden per overeenkomstige risicoklasse 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgzorgverzekeraar gesommeerd.
6.
De in het vierde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per FKG 2007 worden per overeenkomstige FKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden per FKG 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.
7.
De in het vierde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per DKG 2007 worden per overeenkomstige DKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 per DKG 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.
8.
De in het vierde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 per aard van het inkomenklasse 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.
9.
De in het vierde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per regioklasse 2007 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden per regioklasse 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het achtste lid.
10.
Vervolgens past het college op de volgende wijze een generieke verevening toe:
a. Per zorgverzekeraar wordt het verschil bepaald tussen de kosten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp als resultaat van het eerste lid en het resultaat van het negende lid. Vervolgens komt 30 procent van dit verschil in aanmerking voor verevening.
b. Door sommering van de in onderdeel a verkregen bedragen over alle zorgverzekeraars ontstaat het totale bedrag voor de verevening. Dit totale bedrag wordt gedeeld door het aantal verzekerden voor 2007 voor alle zorgverzekeraars, waaruit een gemiddeld bedrag per verzekerde resulteert. Per zorgverzekeraar wordt deze uitkomst vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 van de zorgverzekeraar.
c. Vervolgens worden het deelbedrag, verkregen in het negende lid, en het verschil tussen de uitkomsten, verkregen in de onderdelen a en b, bij elkaar opgeteld.
11.
Daarna calculeert het college per zorgverzekeraar 35 procent na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, verkregen in het eerste lid en het resultaat van het tiende lid onderdeel c.
12.
Het resultaat van het elfde lid wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007.
13.
a. Voor de toepassing van artikel 3.9, twaalfde lid, van de Regeling zorgverzekering trekt het college van het voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007 af de kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007, zoals bepaald in artikel 17, eerste lid.
b. Indien het in onderdeel a bepaalde bedrag groter is dan het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2007 maal 17,50 euro, dan trekt het college 90 procent van het meerdere af van het voorlopig herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007.
c. Indien het in onderdeel a bepaalde bedrag kleiner is dan het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2007 maal –17,50 euro, dan voegt het college 90 procent van het verschil toe aan het voorlopig herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007.
1.
Het college bepaalt per zorgverzekeraar overeenkomstig de artikelen 3.7, 3.8 en 3.10, van de Regeling zorgverzekering, de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007.
2.
Het college herberekent het deelbedrag overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 per zorgverzekeraar voorlopig als volgt:
a. De kosten overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2006 worden per zorgverzekeraar gedeeld door het aantal verzekerden 2007. Dit vormt het herberekende zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging per verzekerde 2007.
b. Het in onderdeel a opnieuw berekende zorgverzekeraarspecifieke bedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging samenhangend met de overige vaste kosten van ziekenhuisverpleging per verzekerde 2007 wordt vermenigvuldigd met het totaal aantal verzekerden 2007 per zorgverzekeraar.
3.
Aan het resultaat van het tweede lid, onderdeel b, voegt het college een bedrag toe ter grootte van het aantal verzekerden 2007 per zorgverzekeraar vermenigvuldigd met het bedrag academische component per verzekerde uit artikel 3.4, eerste lid, van de Regeling zorgverzekering met betrekking tot 2007.
4.
Tot slot calculeert het college per zorgverzekeraar 100 procent na op het verschil tussen de kosten vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007, verkregen in het eerste lid, en het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging, verkregen in het derde lid.
5.
Het resultaat van het vierde lid wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007.
1.
Het college bepaalt de kosten van overige prestaties 2007 met inachtneming van de artikelen 3.7 en 3.8, van de Regeling zorgverzekering.
2.
Het college berekent het normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2007 voor het totaal van alle verzekerden 2007 van alle zorgverzekeraars op de wijze zoals beschreven in artikel 10, eerste tot en met het zesde lid.
3.
Het college berekent de schalingsfactor kosten van overige prestaties 2007 door de som van in het eerste lid bepaalde kosten van overige prestaties 2007 van alle zorgverzekeraars te delen door het in het tweede lid herberekende normatieve bedrag kosten van overige prestaties voor alle verzekerden 2007 van alle zorgverzekeraars.
4.
Het college herberekent alle gewichten uit artikel 10 door deze te vermenigvuldigen met de schalingsfactor kosten van overige prestaties 2007, en deze vervolgens af te ronden op twee decimalen.
5.
De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde 2007 naar leeftijd en geslacht worden per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 per risicoklasse per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.
6.
De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per FKG 2007 worden per overeenkomstige FKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 per FKG 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.
7.
De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per DKG 2007 worden per overeenkomstige DKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 per DKG 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.
8.
De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007, worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 per aard van het inkomenklasse 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.
9.
De in het vierde lid herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per regioklasse 2007 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 per regioklasse 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het achtste lid.
10.
Het resultaat van het negende lid wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van overige prestaties 2007.
1.
Het college herberekent de gewichten no-claimteruggave op basis van de verzekerden aantallen 2007 en de door de zorgverzekeraars verantwoorde no-claimteruggave 2007 uit het financieel verslag 2007 op de volgende wijze:
a. Het college berekent de landelijke gemiddelde no-claimteruggave per verzekerde van 18 jaar en ouder 2007 door de som van de no-claimteruggaven 2007 over alle zorgverzekeraars te delen door som van de aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder 2007 van alle zorgverzekeraars.
b. Het college berekent de normatieve no-claimteruggave voor alle verzekerden van 18 jaar en ouder 2007 overeenkomstig artikel 11 op basis van de bij het college bekende totale verzekerdenaantallen naar de in artikel 11 genoemde risicoklassen naar leeftijd en geslacht 2007, naar aard van het inkomenklassen 2007 en naar regioklassen 2007.
c. Het college herberekent de no-claimschalingsfactor 2007 door de landelijke gemiddelde no-claimteruggave per verzekerde van 18 jaar en ouder 2007, berekend in onderdeel a, te vermenigvuldigen met het totaal aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2007, en dat vervolgens weer te delen door de normatieve no-claimteruggave voor alle verzekerden van 18 jaar en ouder 2007, berekend in onderdeel b, en deze no-claimschalingsfactor 2007 vervolgens af te ronden op zeven decimalen.
d. Het college herberekent voor de tweede maal de gewichten no-claimteruggave per verzekerde per risicoklasse naar leeftijd en geslacht 2007, per aard van het inkomenklasse 2007 en per regioklasse 2007 door de overeenkomstige gewichten uit artikel 11 te vermenigvuldigen met de no-claimschalingsfactor 2007, herberekend in onderdeel c, en deze vervolgens op twee decimalen af te ronden.
2.
Het college herberekent de normatieve no-claimteruggave voorlopig als volgt:
a. Per zorgverzekeraar worden de op grond van het eerste lid, onderdeel d, herberekende gewichten no-claimteruggave per verzekerde per risicoklasse naar leeftlijd en geslacht 2007 per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met de aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder in 2007 per risicoklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.
b. Per zorgverzekeraar worden de op grond van het eerste lid, onderdeel d, herberekende gewichten no-claimteruggave per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007 per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2007 per aard van het inkomenklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van onderdeel a.
c. Per zorgverzekeraar worden de op grond van het eerste lid, onderdeel d, herberekende gewichten no-claimteruggave per verzekerde per regioklasse 2007 per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2007 per regioklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van onderdeel b.
d. Het resultaat van onderdeel c wordt aangeduid als de voorlopig herberekende normatieve no-claimteruggave 2007.
1.
Het college herberekent het normatieve bedrag 2007 voorlopig als de som van het voorlopige herberekende deelbedrag 2007 variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007 na toepassing van artikel 3.9, twaalfde lid van de Regeling zorgverzekering, het voorlopige herberekende deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 en het voorlopig herberekende deelbedrag kosten van overige prestaties 2006.
2.
Het college bepaalt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van 18 jaar en ouder 2007 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2007.
3.
Het college vermindert het resultaat van het tweede lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarverslag als gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.
4.
Het college herberekent voorlopig de aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar door het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar in 2007 te vermenigvuldigen met 50 euro.
5.
Het college herberekent de bijdrage 2007 voorlopig door van de som van het herberekende normatieve bedrag 2007 bedoeld in het eerste lid, de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar bedoeld in het vierde lid en de voorlopig herberekende normatieve no-claimteruggave bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel d, de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het derde lid, af te trekken.
6.
Het college stelt de bijdrage 2007 voorlopig vast ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage.
Artikel 21a. Algemene bepaling
Het college herberekent het normatieve bedrag voor de tweede maal voorlopig op basis van correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast op de dbc declaraties 2007, de hogekostencompensatieopgave 2007 en de opgave no-claim teruggave 2007 in de jaarstaat 2008, zoals vastgesteld door de NZa.
1.
Het persoonskenmerkenbestand 2007 bestaat uit de gepseudonimiseerde opgaven van de zorgverzekeraars van de verzekerdenaantallen op 1 juni 2007 naar geslacht, geboortedatum en viercijferige postcode.
2.
Voor de vaststelling van het aantal verzekerden 2007 en de verzekeringsduur per verzekerde per zorgverzekeraar baseert het college zich op het Referentiebestand verzekerden Zorgverzekeringswet van SA-Z. Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2007 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, wordt die periode voor het vaststellen van de verzekeringsduur verdeeld naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest.
3.
Voor de vaststelling van de vereveningskenmerken per verzekerde naar risicoklasse leeftijd en geslacht 2007, naar regioklasse 2007 en naar de verzekerdenaantallen van 18 jaar en ouder 2007 baseert het college zich op het persoonskenmerkenbestand 2007, het uitstroombestand 2007, de opgave 2007 van verzekerden die vanwege bijzondere omstandigheden niet over een burgerservicenummer beschikken, het uitstroombestand 2008 en het persoonskenmerkenbestand 2008. In het geval dat er gegevens ontbreken, maakt het college tevens gebruik van het persoonskenmerkenbestand 2006.
4.
Voor de vaststelling van de aard van het inkomenklasse baseert het college zich op de gepseudonimiseerde opgave van het UWV naar inkomensbron in het jaar 2007 en voor de zelfstandigen op de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst. Voor de opgave van het UWV of de Belastingdienst naar inkomenbron in het jaar 2007, bedoeld in de vorige volzin, hanteert het college de peildatum 30 juni 2007.
5.
Het college bepaalt per zorgverzekeraar voor elke verzekerde uit het persoonskenmerkenbestand 2007 in welke klasse een verzekerde valt voor de criteria leeftijd, geslacht, aard van het inkomen en regio. Het college bepaalt de leeftijd op basis van de geboortemaand en het geboortejaar op peildatum 30 juni 2007.
6.
Vervolgens bepaalt het college per zorgverzekeraar het aantal verzekerden naar leeftijd en geslacht 2007. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur zoals vastgesteld in het tweede lid.
7.
Voor de vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar bepaalt het college het aantal verzekerden per FKG 2007 per zorgverzekeraar als volgt:
a. Uitgangspunt is de opgave van 1 juni 2008 van alle declaraties farmaceutische hulp 2007 van de zorgverzekeraar aan het college.
b. Op basis daarvan bepaalt het college het aantal verzekerden 2007 per FKG 2007 dat in 2007 voldoet aan het bepaalde in artikel 4. Daarbij splitst het college per zorgverzekeraar het aantal verzekerden zonder FKG 1t/m20 2007 in een verzekerdenaantal FKG 2007 onbekend en een verzekerdenaantal FKG 2007 0. Het verzekerdenaantal FKG onbekend bestaat uit verzekerden met een woonadres in het buitenland.
c. Het college bepaalt de gewichten voor alle FKG 2007-onbekend op 0,00.
d. Het college stelt de prevalentieontwikkeling 2006-2007 per morbiditeitsrisicoklasse per FKG 2007 gelijk aan de prevalentieontwikkeling 2005-2006 per morbiditeitsrisicoklasse per FKG 2007, zoals vermeld in bijlage 1.
e. Het college schaalt met behulp van de onder d bepaalde prevalentieontwikkeling de aantallen verzekerden per morbiditeitsrisicoklasse per FKG 2007 terug naar de prevalentie 2006, sommeert deze over de morbiditeitsrisicoklassen en rondt deze som af op nul decimalen.
f. De verzekerden per FKG 2007 tellen mee voor de verzekeringsduur zoals vastgesteld in het tweede lid.
8.
Voor de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar bepaalt het college het aantal verzekerden per DKG 2007 per zorgverzekeraar als volgt:
a. Uitgangspunt is de opgave van de zorgverzekeraar per 1 juni 2009 van de declaraties van alle DBC’s die in 2007 geopend zijn. Op basis daarvan bepaalt het college het aantal verzekerden per DKG volgens de indeling in artikel 4, vijfde lid.
b. Het college bepaalt per zorgverzekeraar de rechtstreeks aan een zorgverzekeraar toe te wijzen verzekerden 2007 per DKG 2007 met behulp van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer, het persoonskenmerkenbestand 2007 en de opgave van de zorgverzekeraar genoemd onder a.
c. Het college splitst per zorgverzekeraar het aantal verzekerden zonder DKG 1 t/m 13 in een verzekerdenaantal DKG 2007 onbekend en een verzekerdenaantal DKG 2007 0. Het verzekerdenaantal DKG 2007 onbekend bestaat uit verzekerden met een woonadres in het buitenland.
d. Het college bepaalt het gewicht DKG 2007 onbekend op 0,00.
e. Tot slot worden per zorgverzekeraar de verzekerdenaantallen 2007 per DKG 2007 opgeteld. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur zoals vastgesteld in het tweede lid.
9.
Het college bepaalt met behulp van gepseudonimiseerde opgaven van het UWV en voor de zelfstandigen met behulp van de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst en het Referentiebestand verzekerden Zorgverzekeringswet van SA-Z over 2007 de aantallen verzekerden per aard van het inkomenklasse 2007.
10.
Het college bepaalt met behulp van het Referentiebestand verzekerden Zorgverzekeringswet van SA-Z en de opgave van de zorgverzekeraars over de verzekerden naar viercijferige postcode van het adres waar de verzekerde woonachtig is, de aantallen verzekerden naar regioklasse 2007.
1.
Het college hanteert bij de tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007 als uitgangspunten:
a. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per risicoklasse 2007 naar leeftijd en geslacht, zoals vermeld in bijlage 16 bij deze regeling beleidsregels;
b. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per FKG 0 t/m 20 2007, zoals vermeld in bijlage 17 bij deze regeling beleidsregels;
c. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per DKG 0 t/m 13 2007, zoals vermeld in bijlage 18 bij deze regeling beleidsregels;
d. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007, zoals vermeld in bijlage 19 bij deze regeling beleidsregels;
e. de gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per regioklasse 2007, zoals vermeld in bijlage 20 bij deze regeling beleidsregels, waarbij onderscheid wordt gemaakt in voormalig ziekenfondsverzekerden en voormalig particulier verzekerden.
Het college bepaalt afzonderlijk gewichten voor de categorie ‘0–1’ jarigen.
2.
Het college bepaalt op basis van de lasten 2007 uit de opgave jaarstaat 2009 per 1 juli 2010 en het opbrengstresultaat 2007, zoals vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit per zorgverzekeraar en voor het totaal van de zorgverzekeraars de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007 met inachtneming van artikel 3.9, vierde lid van de Regeling zorgverzekering.
3.
Het college herberekent het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007 voor het totaal van alle verzekerden van alle zorgverzekeraars 2007 op de wijze zoals beschreven in artikel 8, gebruik makend van de gewichten uit het eerste lid.
4.
Het college herberekent de schalingsfactor variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007 door de som van totale variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007 van alle zorgverzekeraars, zoals bepaald in het tweede lid, te delen door het herberekende normatieve deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp voor het totaal van alle verzekerden 2007 van alle verzekeraars, zoals berekend in het derde lid en afgerond op zeven decimalen.
5.
Het college herberekent alle gewichten uit het eerste lid door deze te vermenigvuldigen met de herberekende schalingsfactor variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007 en rond deze af op twee decimalen.
6.
Het college vermenigvuldigt de in het vijfde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per risicoklasse 2007 naar leeftijd en geslacht met de aantallen verzekerden per overeenkomstige risicoklasse per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.
7.
De in het vijfde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde 2007 worden per overeenkomstige FKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden per FKG 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.
8.
De in het vijfde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde 2007 worden per zorgverzekeraar per overeenkomstige DKG 2007 vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 per DKG 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.
9.
De in het vijfde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007 worden per zorgverzekeraar per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 per aard van het inkomenklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het achtste lid.
10.
De in het vijfde lid herberekende gewichten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per regioklasse 2007, worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden per regioklasse 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het negende lid.
11.
Het college past een hoge kostencompensatie toe overeenkomstig artikel 3.12 van de Regeling zorgverzekering.
12.
Vervolgens past het college op de volgende wijze een generieke verevening toe:
a. Per zorgverzekeraar wordt het verschil bepaald tussen de kosten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp als resultaat van het eerste lid en het resultaat van het elfde lid. Vervolgens komt 30 procent van dit verschil in aanmerking voor verevening.
b. Door sommering van de onder a verkregen bedragen over alle zorgverzekeraars ontstaat het totale bedrag voor de verevening. Dit totale bedrag wordt gedeeld door het aantal verzekerden voor 2007 voor alle zorgverzekeraars, waaruit een gemiddeld bedrag per verzekerde resulteert. Per zorgverzekeraar wordt deze uitkomst vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 van de zorgverzekeraar.
c. Vervolgens worden het deelbedrag, verkregen in het elfde lid, en het verschil tussen de uitkomsten, verkregen in de onderdelen a en b, opgeteld.
13.
Daarna calculeert het college per zorgverzekeraar 35 procent na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, verkregen in het eerste lid en het resultaat van het twaalfde lid, onderdeel c.
14.
Het resultaat van het dertiende lid wordt aangeduid als het voor de tweede maal voorlopig herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007.
15.
Voor de toepassing van artikel 3.9, twaalfde lid van de Regeling zorgverzekering trekt het college van het tweede voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007 af de kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007, zoals bepaald in het eerste lid, waarbij:
a. Indien de uitkomst groter is dan het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2007 maal 17,50 euro, het college 90 procent van het meerdere aftrekt van het tweede voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007.
b. Indien de uitkomst kleiner is dan het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder 2007 maal – 17,50 euro, het college 90 procent van het verschil toevoegt aan het tweede voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007.
Artikel 21d. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007
Het college herberekent op basis van de lasten 2007 uit de opgave jaarstaat 2009 per 1 juli 2010, en het opbrengstresultaat zoals vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit, het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 overeenkomstig artikel 18 en met inachtneming van artikel 3.10, zevende lid van de Regeling zorgverzekering.
Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007.
1.
Voor de tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten van overige prestaties hanteert het college als uitgangspunten:
a. De gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per risicoklasse 2007 naar leeftijd en geslacht, zoals vermeld in bijlage 21 bij deze regeling beleidsregels;
b. de gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per FKG 2007, zoals vermeld in bijlage 22 bij deze regeling beleidsregels;
c. de gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per DKG 2007, zoals vermeld in bijlage 23 bij deze regeling beleidsregels;
d. de gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007, zoals vermeld in bijlage 24 bij deze regeling beleidsregels;
e. de gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per regioklasse 2007, zoals vermeld in bijlage 25 bij deze regeling beleidsregels, waarbij onderscheid wordt gemaakt in voormalig ziekenfondsverzekerden en voormalig particulier verzekerden.
Het college bepaalt afzonderlijk gewichten voor de categorie ‘0–1’ jarigen.
2.
Het college bepaalt op basis van de lasten 2007 uit de opgave jaarstaat 2009 per 1 juli 2010 de kosten van overige prestaties 2007 met inachtneming van de artikelen 3.7 en 3.8, van de Regeling zorgverzekering.
3.
Het college herberekent het normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2007 voor het totaal van alle verzekerden 2007 van alle zorgverzekeraars op de wijze zoals beschreven in artikel 10, gebruik makend van de gewichten uit het eerste lid.
4.
Het college herberekent de schalingsfactor kosten van overige prestaties 2007 door de som van de kosten van overige prestaties 2007 van alle zorgverzekeraars, zoals bepaald in het tweede lid, te delen door het normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2007 voor het totaal van alle verzekerden 2007 van alle zorgverzekeraars, zoals berekend in het derde lid en af te ronden op zeven decimalen.
5.
Het college herberekent alle gewichten uit het eerste lid door deze te vermenigvuldigen met de herberekende schalingsfactor overige prestaties 2007, en deze vervolgens af te ronden op twee decimalen.
6.
De herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde 2007 worden per overeenkomstige risicoklasse naar leeftijd en geslacht vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 per risicoklasse 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.
7.
De herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per FKG 2007 worden per overeenkomstige FKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 per FKG 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zesde lid.
8.
De herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per DKG 2007 worden per overeenkomstige DKG vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 per DKG 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het zevende lid.
9.
De herberekende gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007 worden per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 per aard van het inkomenklasse 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het achtste lid.
10.
De gewichten kosten van overige prestaties per verzekerde per regioklasse 2007 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden 2007 per regioklasse 2007 per zorgverzekeraar. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het negende lid.
11.
Het college past een hoge kostencompensatie toe overeenkomstig artikel 3.11 van de Regeling zorgverzekering.
12.
Het resultaat van het elfde lid wordt aangeduid als het voor de tweede maal voorlopig herberekende deelbedrag kosten van overige prestaties 2007.
1.
Het college herberekent de gewichten no-claimteruggave voor de tweede maal voorlopig op basis van de verzekerdenaantallen 2007 en de door de zorgverzekeraars uitgekeerde no-claimteruggave 2007 op 1 april 2008 inclusief de correctie op 1 april 2009, zoals verantwoord in de jaarstaat 2008 per 1 juni 2009 op de volgende wijze:
a. Het college herberekent voor de tweede maal voorlopig de landelijke gemiddelde no-claimteruggave per verzekerde van 18 jaar en ouder 2007 door de som van de no-claimteruggaven 2007 over alle zorgverzekeraars te delen door som van de aantallen verzekerden 2007 van 18 jaar en ouder in 2007 van alle zorgverzekeraars.
b. Het college herberekent voor de tweede maal voorlopig de normatieve no-claimteruggave 2007 voor alle verzekerden 2007 overeenkomstig artikel 11 op basis van de bij het college bekende totale verzekerdenaantallen 2007 naar risicoklassen naar leeftijd en geslacht 2007, naar aard van het inkomenklassen 2007 en naar regioklassen 2007.
c. Het college herberekent voor de tweede maal voorlopig de no-claimschalingsfactor 2007 door de landelijke gemiddelde no-claimteruggave per verzekerde van 18 jaar en ouder 2007, berekend in onderdeel a, te vermenigvuldigen met het totaal aantal verzekerden 2007 van 18 jaar en ouder 2007, en dat vervolgens weer te delen door de in onderdeel b herberekende normatieve no-claimteruggave voor alle verzekerden 2007, en deze vervolgens af te ronden op zeven decimalen.
d. Het college herberekent voor de tweede maal voorlopig de gewichten no-claimteruggave per verzekerde per risicoklasse 2007, per aard van het inkomenklasse 2007 en per regioklasse 2007 door de overeenkomstige gewichten uit artikel 11 te vermenigvuldigen met de no-claimschalingsfactor 2007, herberekend in onderdeel c, en deze vervolgens op twee decimalen af te ronden.
2.
Het college herberekent voor de tweede maal voorlopig de normatieve no-claimteruggave als volgt:
a. Per zorgverzekeraar worden de op grond van het eerste lid, onderdeel d, voor de tweede maal voorlopig herberekende gewichten no-claimteruggave per verzekerde per risicoklasse 2007 naar leeftijd en geslacht per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met de aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder per risicoklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.
b. Per zorgverzekeraar worden de op grond van het eerste lid, onderdeel d, voor de tweede maal voorlopig herberekende gewichten no-claimteruggave per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007 per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per aard van het inkomenklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van onderdeel a.
c. Per zorgverzekeraar worden de op grond van het eerste lid, onderdeel d, voor de tweede maal voorlopig herberekende gewichten no-claimteruggave per verzekerde per regioklasse 2007 per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per regioklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van onderdeel b.
d. Het resultaat van onderdeel c wordt aangeduid als de tweede voorlopige normatieve no-claimteruggave 2007.
1.
Het college herberekent het normatieve bedrag 2007 voor de tweede maal voorlopig als de som van het tweede voorlopige deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007 na toepassing van artikel 3.9, twaalfde lid van de Regeling zorgverzekering, het tweede voorlopige deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 en het tweede voorlopige deelbedrag kosten van overige prestaties 2007.
2.
Het college bepaalt de tweede voorlopige opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van 18 jaar en ouder 2007 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2007.
3.
Het college vermindert het resultaat van het tweede lid met het bedrag 2007 dat de zorgverzekeraar heeft verantwoord in zijn jaarstaat 2008 als gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.
4.
Het college berekent de tweede voorlopige aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar door het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar 2007 te vermenigvuldigen met 50 euro.
5.
Het college berekent de bijdrage 2007 voor de tweede maal voorlopig door van de som van het tweede voorlopige normatieve bedrag 2007 bedoeld in het eerste lid, de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar bedoeld in het vierde lid en de tweede voorlopige normatieve no-claimteruggave bedoeld in artikel 26 de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het derde lid, af te trekken.
6.
Het college stelt de bijdrage 2007 vast ter hoogte van de in het vorige lid voor de tweede maal voorlopig berekende bijdrage.
Artikel 22. Algemene bepaling
Het college herberekent de vereveningsbijdrage definitief met inachtneming van de correcties die voortkomen uit de reviewrapportage die de Nederlandse Zorgautoriteit uitbrengt over de lasten 2007 uit de opgave jaarstaat 2009 per 1 juli 2010.
Artikel 23. De definitieve herberekening van het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007
Het college herberekent definitief het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007 overeenkomstig artikel 21c, met inachtneming van artikel 22.
Artikel 24. De definitieve herberekening van het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007
Het college herberekent definitief het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 overeenkomstig artikel 21d, met inachtneming van artikel 22.
Artikel 25. De definitieve herberekening van het deelbedrag kosten van overige prestaties 2007
Het college herberekent definitief het deelbedrag kosten van overige prestaties 2007 overeenkomstig artikel 21e, met inachtneming van artikel 22.
1.
Het college herberekent de gewichten no-claimteruggave op basis van de verzekerdenaantallen 2007 en de door de zorgverzekeraars verantwoorde no-claimteruggave 2007 uit het financieel verslag 2007, inclusief de correctie hierop uit het financieel verslag 2008, definitief op de volgende wijze:
a. Het college herberekent definitief de landelijke gemiddelde no-claimteruggave per verzekerde van 18 jaar en ouder 2007 door de som van de no-claimteruggaven 2007 over alle zorgverzekeraars te delen door som van de aantallen verzekerden 2007 van 18 jaar en ouder in 2007 van alle zorgverzekeraars.
b. Het college herberekent definitief de normatieve no-claimteruggave 2007 voor alle verzekerden 2007 overeenkomstig artikel 11 op basis van de bij het college bekende totale verzekerdenaantallen 2007 naar risicoklassen naar leeftijd en geslacht 2007, naar aard van het inkomenklassen 2007 en naar regioklassen 2007.
c. Het college herberekent definitief de no-claimschalingsfactor 2007 door de landelijke gemiddelde no-claimteruggave per verzekerde van 18 jaar en ouder 2007, berekend in onderdeel a, te vermenigvuldigen met het totaal aantal verzekerden 2007 van 18 jaar en ouder 2007, en dat vervolgens weer te delen door de in onderdeel b herberekende normatieve no-claimteruggave voor alle verzekerden 2007, en deze vervolgens af te ronden op zeven decimalen.
d. Het college herberekent definitief de gewichten no-claimteruggave per verzekerde per risicoklasse 2007, per aard van het inkomenklasse 2007 en per regioklasse 2007 door de overeenkomstige gewichten uit artikel 11 te vermenigvuldigen met de no-claimschalingsfactor 2007, herberekend in onderdeel c, en deze vervolgens op twee decimalen af te ronden.
2.
Het college herberekent definitief de normatieve no-claimteruggave als volgt:
a. Per zorgverzekeraar worden de op grond van het eerste lid, onderdeel d, definitief herberekende gewichten no-claimteruggave per verzekerde per risicoklasse 2007 naar leeftijd en geslacht per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met de aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder per risicoklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd.
b. Per zorgverzekeraar worden de op grond van het eerste lid, onderdeel d, definitief herberekende gewichten no-claimteruggave per verzekerde per aard van het inkomenklasse 2007 per overeenkomstige aard van het inkomenklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per aard van het inkomenklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van onderdeel a.
c. Per zorgverzekeraar worden de op grond van het eerste lid, onderdeel d, definitief herberekende gewichten no-claimteruggave per verzekerde per regioklasse 2007 per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder per regioklasse 2007. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van onderdeel b.
d. Het resultaat van onderdeel c wordt aangeduid als de definitieve normatieve no-claimteruggave 2007.
1.
Het college herberekent het normatieve bedrag 2007 definitief als de som van het definitieve deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2007 na toepassing van artikel 3.9, twaalfde lid van de Regeling zorgverzekering, het definitieve deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging 2007 en het definitieve deelbedrag kosten van overige prestaties 2007.
2.
Het college bepaalt de definitieve opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van 18 jaar en ouder 2007 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2007.
3.
Het college vermindert het resultaat van het tweede lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarverslag als gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.
4.
Het college berekent de definitieve aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar door het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar 2007 te vermenigvuldigen met 50 euro.
5.
Het college berekent de bijdrage 2007 definitief door van de som van het definitieve normatieve bedrag 2007 bedoeld in het eerste lid, de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar bedoeld in het vierde lid en de definitieve normatieve no-claimteruggave bedoeld in artikel 26, de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het derde lid, af te trekken.
6.
Het college stelt de bijdrage 2007 vast ter hoogte van de in het vorige lid definitief berekende bijdrage.
1.
Bij gelegenheid van de vaststelling van de bijdrage 2007 als bedoeld in artikel 27 stelt het college per zorgverzekeraar ook de uitkering 2007 vast voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed.
2.
In afwachting van de vaststelling van de uitkering 2007 voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, stelt het college bij de voorlopige vaststelling van de bijdrage 2007 bedoeld in artikel 21 ook de voorlopige uitkering 2007 voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, vast.
1.
Het college betaalt de zorgverzekeraars de bijdrage, bedoeld in artikel 12, derde lid, uit, verminderd met het bedrag voor de geraamde normatieve no-claimteruggave. Het college maakt bij de betalingen onderscheid naar de volgende bestanddelen:
a. het deel van het normatieve bedrag 2007 dat betrekking heeft op het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en het deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging, met uitzondering van het deelbedrag samenhangend met de academische component, bedoeld in artikel 9, vierde lid;
b. het deelbedrag samenhangend met de academische component, bedoeld in artikel 9, vierde lid;
c. het deel van het normatieve bedrag 2007 dat betrekking heeft op het deelbedrag kosten van overige prestaties;
d. een aftrekpost voor de geraamde opbrengst van de nominale rekenpremie;
2.
Het college betaalt de zorgverzekeraars de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar, bedoeld in artikel 12, vijfde lid.
3.
Het college betaalt de zorgverzekeraars de normatieve no-claimteruggave bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel e.
4.
Voor de betaling van de kosten, die op grond van de Zorgverzekeringswet naar werkelijke kosten worden vergoed, kan het college ambtshalve een bedrag vaststellen, waarmee de betaling aan de zorgverzekeraars wordt verhoogd.
5.
Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste, tweede en vierde lid resulteert in een negatief saldo voor de zorgverzekeraar, schort het CVZ de betalingen aan de zorgverzekeraar op, tot het negatieve saldo is verrekend.
1.
Bij gelegenheid van de voorlopige vaststelling van de bijdrage, bedoeld in artikel 21, zesde lid, stelt het college het volgende vast:
a. De hoogte van het bedrag van de door de zorgverzekeraar ingevorderde boetes op grond van artikel 96 Zorgverzekeringswet;
b. Het vergoedingsbedrag waar de zorgverzekeraar voor de door hem zelf ingevorderde boetes op grond van artikel 96, zesde lid, Zorgverzekeringswet recht op heeft;
c. Het deel van het bedrag bedoeld onder a dat de zorgverzekeraar aan het Zorgverzekeringsfonds moet afdragen;
d. Het deel van het bedrag van de door het college zelf op grond van artikel 96 Zorgverzekeringswet ingevorderde boetes waar de zorgverzekeraar als vergoeding recht op heeft.
2.
Het college verrekent de som van de onderdelen c tot en met d uit het eerste lid zo mogelijk met de op grond van artikel 21, zesde lid, voorlopig vastgestelde bijdrage.
3.
Indien verrekening, als bedoeld in het tweede lid, niet mogelijk blijkt, vordert het college het door de zorgverzekeraar af te dragen bedrag bij de zorgverzekeraar in, dan wel betaalt het college het door de zorgverzekeraar te ontvangen bedrag, aan de zorgverzekeraar na.
4.
Bij gelegenheid van de tweede voorlopige vaststelling stelt het college opnieuw de hoogte van de in 2007 ingevorderde boetes vast, overeenkomstig de opgave van de zorgverzekeraars in de jaarstaat 2007 met inachtneming van de correcties van de Nederlandse Zorgautoriteit.
5.
Het college verrekent zo mogelijk, na toepassing van het vierde lid en overeenkomstig het tweede lid, de som van de onderdelen c en d uit het eerste lid met de op grond van artikel 21g, zesde lid, voor de tweede maal voorlopig vastgestelde bijdrage.
1.
Bij gelegenheid van de voorlopige vaststelling van de bijdrage, bedoeld in artikel 21, zesde lid, stelt het college het bedrag aan compensatie vast overeenkomstig artikel 3.15a van de Regeling zorgverzekering , voor iedere verzekerde ten aanzien van wie niet aan de premieplicht, bedoeld in artikel 16 van de Zorgverzekeringswet, is of wordt voldaan.
2.
De zorgverzekeraar ontvangt compensatie onder de voorwaarde dat is voldaan aan het bepaalde in artikel 3.18 van het Besluit zorgverzekering. Bij de voorlopige vaststelling baseert het college zich voor de vaststelling van de compensatie vanwege wanbetaling op de opgave van de zorgverzekeraars op 1 juli 2008 over het totale aantal wanbetalers en het totale aantal premieachterstandsdagen in de periode 1 januari 2006 tot en met 31 december 2007.
3.
De zorgverzekeraar dient de opgave, bedoeld in het tweede lid per wanbetaler als volgt te berekenen:
a. Een verzekerde wordt als wanbetaler aangemerkt als hij een premieschuld heeft van meer dan 6 maandpremies werkelijke nominale premie.
b. De zorgverzekeraar bepaalt per verzekerde de totale openstaande premieschuld over de periode 1 januari 2006 tot en met 31december 2007 op basis van de werkelijke nominale premies.
c. Het bedrag aan premieachterstand zet de zorgverzekeraar om in een periode van premieachterstand. Hierbij wordt verondersteld dat alle premie-inkomsten met de oudste openstaande premieschuld zijn verrekend.
d. De zorgverzekeraar berekent het compensatiebedrag per verzekerde door de verschuldigde nominale rekenpremie, op basis van de nominale premiebedragen 2006 en 2007, gedurende de totale periode, vastgesteld onder c te bepalen en dit bedrag te verminderen met de nominale rekenpremie gedurende de eerste 6 maanden van de onder c berekende periode.
4.
Het college stelt op basis van de opgave van de zorgverzekeraar het totaal van de berekende compensatiebedragen vast onder aftrek van de bedragen die eerder aan de zorgverzekeraar zijn uitgekeerd in het kader van de compensatieregeling voor wanbetalers.
5.
Het college keert het resultaat van het vierde lid uit.
1.
De bestanddelen genoemd in artikel 29, eerste lid, alsmede de uitkering bedoeld in artikel 29, tweede lid, betaalt het college in termijnen op de eerste werkdag van de maand, overeenkomstig onderstaand betalingsschema:
2.
Het college betaalt de normatieve no-claimteruggave, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel e, aan de zorgverzekeraars in één termijn op de laatste werkdag van de maand maart 2008.
3.
Voor een zorgverzekeraar, die zich op grond van artikel 25 Zorgverzekeringswet aanmeldt bij het College van toezicht op de zorgverzekeringen nadat het College voor zorgverzekeringen de bijdragen voor de zorgverzekeraars heeft toegekend, kan het college voor die zorgverzekeraar afwijken van het betalingsschema in het eerste lid.
4.
In bijzondere omstandigheden, wanneer de betalingen voor een zorgverzekeraar kennelijk ontoereikend zijn, kan het college op verzoek van die zorgverzekeraar de betalingen verhogen. Indien de betalingen kennelijk ontoereikend zijn wegens toename van het aantal verzekerden dat bij de zorgverzekeraar is ingeschreven, voldoet het college aan een verzoek van de zorgverzekeraar om verhoging van de betalingen, wanneer die toename tenminste 5 procent bedraagt, met een minimum van 3.000 verzekerden, ten opzichte van het verzekerdenaantal dat aan de berekening van de bijdrage ten grondslag heeft gelegen. Het minimum van 3.000 verzekerden geldt niet als de toename 25 procent of meer bedraagt.
1.
Indien het college de bijdragen voor de zorgverzekeraars herziet, op grond van artikel 16, herziet het college ook de te betalen termijnen overeenkomstig artikel 30. Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de herziene termijnen op de eerste werkdag van de maand juni 2007.
2.
Indien het college de bijdrage voorlopig vaststelt, op grond van hoofdstuk III, herziet het college ook de te betalen termijnen overeenkomstig artikel 30. Op de eerste werkdag van de maand augustus 2008 verrekent het college het verschil tussen de voor het jaar 2008 betaalde termijnen en de herziene termijnen.
3.
Bij gelegenheid van de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk IIIa, herziet het college de te betalen termijnen voor de derde keer overeenkomstig artikel 30. Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de derde maal herziene termijnen.
4.
Bij gelegenheid van de definitieve vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk IV, stelt het college de te betalen termijnen definitief vast overeenkomstig artikel 30. Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de definitief te betalen termijnen.
5.
Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste, tweede, derde en vierde lid, resulteert in een positief saldo voor de zorgverzekeraar, betaalt het college dat saldo ineens aan de zorgverzekeraar, behoudens een eventuele verrekening met een vordering op de zorgverzekeraar uit hoofde van de Zorgverzekeringswet dan wel de AWBZ .
6.
Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste, tweede, derde en vierde lid, resulteert in een negatief saldo voor de zorgverzekeraar, wordt dat saldo ineens door de desbetreffende zorgverzekeraar aan het college terugbetaald, behoudens voor zover het college het bedrag heeft verrekend met enige vordering op de zorgverzekeraar op grond van de Zorgverzekeringswet dan wel de AWBZ .
1.
De zorgverzekeraar en het college zijn over en weer rente verschuldigd en hebben over en weer aanspraak op rente over de verschillen, bedoeld in artikel 31.
2.
De rente, bedoeld in het eerste lid, wordt bij de voorlopige, tweede voorlopige en definitieve vaststelling van de uitkering door het college verwerkt en zo mogelijk verrekend met andere betalingen die uit deze vaststellingen voortvloeien.
1.
Bij de verrekening van verschillen, bedoeld in artikel 31, eerste lid, berekent het college rente over het verschil vanaf de datum waarop het verschil is ontstaan tot de datum waarop de verschillen worden verrekend.
2.
Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 31, tweede lid, berekent het college rente vanaf de betaaldatum, genoemd in artikel 30, eerste en tweede lid, tot de datum van de voorlopige vaststelling van de bijdrage.
3.
Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 31, derde lid, berekent het college rente vanaf de betaaldatum, genoemd in artikel 30, eerste en tweede lid tot de datum van de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage.
4.
Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 31, vierde lid, berekent het college rente vanaf de betaaldatum, genoemd in artikel 30, eerste en tweede lid, tot de datum van de definitieve vaststelling van de bijdrage.
5.
Voor een zorgverzekeraar waarvoor krachtens artikel 30, derde en vierde lid, afwijkende betalingen hebben plaatsgevonden, kan het college bij de renteberekening afwijken van de vorige leden.
6.
Voor het rentepercentage gaat het college uit van het gemiddelde van de maandrentes van het Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) voor driemaands termijngelden zonder onderpand over de periodes, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. Voor de laatste kalendermaand vóór de betaling wordt uitgegaan van de rente over de voorafgaande kalendermaand. Het percentage wordt verhoogd met 0,3 procentpunt bij een voor de zorgverzekeraar positief saldo, als bedoeld in artikel 31, vierde lid. Het percentage wordt verlaagd met 0,3 procentpunt bij een voor de zorgverzekeraar negatief saldo, als bedoeld in artikel 31, vijfde lid.
7.
De rente betreft een samengestelde rente en wordt op maandbasis berekend.
Bij de berekening wordt een maand op 30 en een jaar op 360 dagen gesteld.
8.
Indien de situatie zich voordoet dat het in deze paragraaf bedoelde Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) niet meer kan worden toegepast, zal een zoveel als mogelijk overeenkomstig tarief worden gehanteerd.
Artikel 34
Deze regeling treedt in werking met ingang 1 januari 2007.
Artikel 35
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2007.
Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De
voorzitter
De
Algemeen Directeur