Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Regeling Basissubsidies
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Definities
+ Hoofdstuk II. Doel
+ Hoofdstuk III. Werkingssfeer
+ Hoofdstuk IV. De Basissubsidie
+ Hoofdstuk V. Aanvraagprocedure
+ Hoofdstuk VI. Formele toetsing
+ Hoofdstuk VII. Inhoudelijke toetsing
+ Hoofdstuk VIII. Beslissing
+ Hoofdstuk IX. Bezwaar
+ Hoofdstuk X. Verslaglegging en financiële verantwoording
+ Hoofdstuk XI. Slot- en overgangsbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2012. U leest nu de tekst die gold op -.

Regeling Basissubsidies

Regeling Basissubsidies voor beeldende kunstenaars en vrije vormgevers
Artikel 1
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. Het Fonds: de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst.
b. Het bestuur: het bestuur van de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst, als bedoeld in artikel 5 e.v. van de statuten.
c. De Minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
d. Commissie: Commissie Basissubsidies als bedoeld in het huishoudelijk reglement, in artikel 45 e.v.
e. Werkgroep: een werkgroep als bedoeld in het huishoudelijk reglement, artikel 45 tweede lid.
f. Bevoegd adviesorgaan: commissie of werkgroep.
g. Statuten: de Statuten van de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst.
h. Productiesubsidie: een bijdrage voor een periode van minimaal twee jaar aan de beroepskosten van een beeldend kunstenaar of een vrije vormgever als tegemoetkoming in de kosten, die in verband met de beroepsuitoefening moeten worden gemaakt.
i. Basisstipendium: een bijdrage voor een periode van minimaal twee jaar bestaande uit een component voor een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud en een component voor een tegemoetkoming in de kosten, die in verband met de beroepsuitoefening moeten worden gemaakt. Deze laatste component komt in categorie en hoogte overeen met de productiesubsidie.
j. Basissubsidies: basisstipendia en productiesubsidies.
k. Periode: de tijd waarvoor op basis van een toekenning een of meerdere verstrekkingen, al dan niet aansluitend, plaatsvinden.
l. Toekenning: een beslissing van het bestuur, gehoord de commissie, waarbij voor de aanvrager het recht ontstaat om, onder in deze regeling aangegeven voorwaarden, door middel van verstrekkingen gebruik te maken van een basissubsidie.
m. Verstrekking: een op schriftelijk verzoek van de aanvrager uitbetaald deel van een basissubsidie.
n. Restantbedrag: het bedrag dat nog resteert van het toegekende basissubsidie, na aftrek van reeds opgenomen verstrekkingen.
o. kunstenaar: een beeldend kunstenaar of vrije vormgever die professioneel werkzaam is op het gebied van de beeldende kunsten of toepassingen, waaronder verstaan wordt:
- teken-, schilder- en grafische kunsten;
- beeldhouwkunst;
- kunst in de openbare ruimte;
- vrije vormgeving;
- performances;
- video-, geluids- en computerkunst;
- fotografie;
- nieuwe vormen van beeldende kunst.
1.
Het bestuur kan, ingevolge de doelstelling van het Fonds, volgens de bepalingen vastgesteld in deze regeling, op hun aanvraag basissubsidies toekennen aan kunstenaars, teneinde hen in staat te stellen hun beroepsuitoefening te continueren.
2.
Het bestuur verstrekt een basisstipendium uitsluitend aan kunstenaars wier artistiek functioneren, naar het oordeel van het bestuur, de werkgroep gehoord, van belang is voor de breedte en de diversiteit van de beeldende kunsten of vrije vormgeving in Nederland.
3.
Het bestuur verstrekt een productiesubsidie uitsluitend aan kunstenaars wier artistiek functioneren, naar het oordeel van het bestuur, de werkgroep gehoord, van belang is, of bij een beginnend kunstenaar naar verwachting van belang zal worden voor de breedte en de diversiteit van de beeldende kunsten of vrije vormgeving in Nederland.
1.
De aanvrager dient in Nederland gevestigd te zijn en, indien hij/zij niet de Nederlandse nationaliteit bezit, te beschikken over een zodanige verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet dat een beroep op de openbare kas kan worden gedaan zonder dat een dergelijk beroep tot gevolg heeft dat de verblijfsvergunning komt te vervallen.
2.
De aanvrager van een basisstipendium dient ten minste vier jaar als kunstenaar werkzaam te zijn.
3.
De aanvrager van een productiesubsidie dient ten minste vier jaar als kunstenaar werkzaam te zijn, dan wel korter dan vier jaar voorafgaand aan de aanvraag ten minste twee jaar een HBO-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten of vormgeving te hebben gevolgd.
1.
Basisstipendia worden aan dezelfde kunstenaar maximaal eenmaal in de vier jaar toegekend.
2.
Productiesubsdies worden aan dezelfde kunstenaar maximaal eenmaal in de vier jaar toegekend.
3.
Een basissubsidie kan het gehele jaar worden aangevraagd. De indiening moet drie maanden voor de gewenste ingangsdatum van de toekenning plaatsvinden.
4.
Een basisstipendium kan slechts worden aangevraagd indien de aanvrager geen rechten meer kan ontlenen aan een eerdere toekenning van een basisstipendium dan wel aan een individuele subsidie of een stimuleringssubsidie die naar het oordeel van het bestuur in dezelfde dekking van kosten voorziet als het basisstipendium.
5.
Een productiesubsidie kan slechts worden aangevraagd indien de aanvrager geen rechten meer kan ontlenen aan een eerdere toekenning van een basisstipendium of een productiesubsidie, dan wel aan een individuele subsidie of een stimuleringssubsidie die naar het oordeel van het bestuur in dezelfde dekking van kosten voorziet als de productiesubsidie.
6.
Een productiesubsidie kan niet worden aangevraagd voordat een termijn van 36 maanden is verstreken na de datum waarop een werkgroep het bestuur positief heeft geadviseerd over een aanvraag voor een basisstipendium.
1.
Een basissubsidie kan slechts worden toegekend voor zover het inkomen van de aanvrager, exclusief een verstrekking op basis van een eerder toegekende basissubsidie, in het jaar waarin het basissubsidie wordt toegekend naar verwachting gelijk zal zijn aan of lager zal zijn dan een door het bestuur, na toestemming van de Minister vast te stellen bedrag.
2.
De hoogte van de component kosten van levensonderhoud van het basisstipendium wordt jaarlijks door het bestuur, na toestemming van de minister, vastgesteld.
3.
De hoogte van de toekenning van de productiesubsidie en van de component productiesubsidie van een basisstipendium wordt gebaseerd op de verwachting van de hoogte van de beroepskosten in het jaar van toekenning.
4.
De hoogte van de toekenning van de productiesubsidie en de component productiesubsidie van een basisstipendium bedraagt voor de kunstenaar wiens beroepskosten zoals bedoeld in het derde lid van dit artikel
- minder bedragen dan € 4.500 / f 9.917 : € 6.500 / f 14.324;
- gelijk is aan of meer bedraagt dan € 4.500 / f 9.917, maar minder bedragen dan € 7.500 / f 16.528: € 8.500 / f 18.732,-;
- meer bedragen dan € 7.500 / f 16.528: € 10.500 / f 23.139.
Zie ook artikel 19 lid 3.
5.
Het in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel bepaalde wordt getoetst aan de hand van het aangiftebiljet inkomstenbelastingen van het voorafgaande kalenderjaar. Indien dit niet mogelijk is dient de aanvrager op een andere, door het bestuur goed te keuren wijze, inzicht te verschaffen in zijn/haar financiële omstandigheden.
6.
Onder inkomen, als bedoeld in deze regeling, wordt verstaan het verzamelinkomen bedoeld in artikel 2.18 van de Wet Ib 2001.
1.
Verstrekkingen op grond van een toegekende basissubsidie vinden uitsluitend plaats op schriftelijk verzoek van degene aan wie het basissubsidie is toegekend.
2.
Verstrekkingen op basis van een toekenning van een productiesubsidie of de component productiesubsidie van een basisstipendium bedragen maximaal 90% van de toekenning (zie artikel 19 lid 2).
3.
Degene aan wie een basissubsidie is toegekend, kan naar behoeven een deel of delen van het basissubsidie opnemen, met dien verstande dat op jaarbasis maximaal de helft van het toegekende basissubsidie kan worden verstrekt met inachtneming van artikel 19 lid 2.
4.
Indien degene aan wie een productiesubsidie is toegekend verzoekt op jaarbasis meer dan de helft van de toegekende productiesubsidie op te nemen kan het bestuur, indien het dat reëel acht, afwijken van het in het derde lid van dit artikel gestelde, met dien verstande dat niet kan worden afgeweken van artikel 19 lid 2.
5.
Degene aan wie het basissubsidie is toegekend, dient, op het moment dat hij/zij een deel van het basissubsidie opneemt, in Nederland gevestigd te zijn en indien hij/zij niet de Nederlandse nationaliteit bezit, te beschikken over een geldige verblijfstitel op grond van de Vreemdelingenwet. Bij het verzoek tot verstrekking dient een afschrift van het document, waaruit blijkt dat de aanvrager beschikt over een geldige verblijfstitel meegezonden te worden.
6.
Het recht op verstrekkingen en de toekenning vervallen bij overlijden van degene aan wie een basissubsidie is toegekend.
1.
Indien vier jaar na toekenning van het basissubsidie niet het volledige bedrag, waarop de kunstenaar krachtens de toekenning, met inachtneming van artikel 6 lid 2 recht heeft, is opgenomen, wordt, alvorens aanspraak op het restant kan worden gemaakt door het Fonds vastgesteld of hij/zij nog als kunstenaar werkzaam is. Zo spoedig mogelijk na de dag waarop voornoemde periode is verstreken verstrekt het Fonds aan de desbetreffende kunstenaar een vragenformulier. Aan de hand daarvan toetst het Fonds uitsluitend de alsdan bestaande beroepsmatigheid van de kunstenaar. Een dergelijke aanvraag kan ter beoordeling aan de werkgroep worden voorgelegd (zie ook artikel 15, tweede lid).
2.
Indien het bestuur van mening is dat niet langer van beroepsmatig functioneren sprake is, vervalt het recht op het nog resterende bedrag van de basissubsidie.
3.
Indien het in het eerste lid genoemde vragenformulier niet binnen één maand door de kunstenaar aan het Fonds is geretourneerd vervalt het recht op het nog resterende bedrag van de basissubsidie.
1.
Indien acht jaar na toekenning van het basissubsidie niet het volledige bedrag, waarop de aanvrager krachtens de toekenning met inachtneming van artikel 6 lid 2 recht heeft, is verstrekt kan de aanvrager slechts aanspraak op verstrekking van het restant maken indien hij/zij uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van de acht jaar daartoe een aanvraag heeft ingediend en het bestuur, gehoord de werkgroep, besluit deze aanvraag te honoreren. Beoordeling van deze aanvraag vindt plaats conform het bepaalde in artikel 15 eerste lid.
2.
Indien de aanvraag als bedoeld in het eerste lid van dit artikel niet binnen de in dat lid gestelde termijn door het Fonds is ontvangen of indien het bestuur negatief beslist op de aanvraag, komt het recht op verstrekking van het restant te vervallen.
1.
Tijdens de periode waarin een kunstenaar gebruik maakt van een individuele subsidie, dan wel een stimuleringssubsidie als bedoeld in artikel 2 deel a van de statuten, die, naar het oordeel van het bestuur, in dezelfde dekking van kosten voorziet als het basissubsidie, kan geen basissubsidie worden toegekend noch kunnen verstrekkingen op grond van een reeds toegekend basissubsidie plaatsvinden. Indien de gebruikmaking van de in dit artikel bedoelde individuele subsidie of stimuleringssubsidie aanvangt in hetzelfde jaar als waarin een of meerdere verstrekkingen hebben plaatsgevonden, heeft het bestuur het recht om deze verstrekkingen geheel of gedeeltelijk terug te vorderen c.q. te verrekenen met de individuele subsidie dan wel stimuleringssubsidie. Deze terugvordering of verrekening laat onverlet het recht om het desbetreffende bedrag op een later tijdstip alsnog, conform het in deze Regeling ten aanzien van verstrekkingen bepaalde, op te nemen.
2.
Tijdens de periode, waarin een kunstenaar deelnemer is aan de Rijksakademie van beeldende kunsten, de Jan van Eyck Academie, de Ateliers, of aan onderwijs aan instellingen die krachtens de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek bekostigd worden, kan geen basissubsidie worden toegekend noch kunnen verstrekkingen op grond van een reeds toegekend basissubsidie plaatsvinden. Indien deelname aan een van de hierboven genoemde instellingen aanvangt in hetzelfde jaar waarin een of meerdere verstrekkingen hebben plaatsgevonden, heeft het bestuur het recht om deze verstrekkingen geheel of gedeeltelijk terug te vorderen. Deze terugvordering laat onverlet het recht om het desbetreffende bedrag op een later tijdstip alsnog, conform het in deze Regeling ten aanzien van verstrekkingen bepaalde, op te nemen.
3.
Indien een kunstenaar gedurende een periode waarin hij gebruik maakt van een productiesubsidie een basisstipendium krijgt toegekend, zal de component productiesubsidie met de reeds voor die periode toegekende productiesubsidie worden verrekend. Indien de gebruikmaking van het bedoelde basisstipendium aanvangt in hetzelfde jaar als waarin een of meerdere verstrekkingen op basis van de in dit artikel bedoelde productiesubsidie hebben plaatsgevonden, heeft het bestuur het recht om deze verstrekkingen geheel of gedeeltelijk te verrekenen met het basisstipendium naar evenredigheid van het aantal kalendermaanden. Deze verrekening laat onverlet het recht om, wanneer de aanvrager binnen vier jaar na toekenning van de productiesubsidie geen rechten meer kan ontlenen aan een basisstipendium en met inachtneming van artikel 4 lid 5, voor de resterende kalendermaanden de verrekende productiesubsidie aan te vragen, wanneer dit korter dan vier jaar na aanvang van de in dit artikel bedoelde productiesubsidie is.
4.
Tijdens een periode waarin een kunstenaar gebruik maakt van een basisstipendium als bedoeld in artikel 1 onder i kan geen productiesubsidie worden toegekend.
Artikel 10
Een basissubsidie kan niet worden toegekend aan rechtspersonen, aan leden van het bestuur, noch aan leden en plaatsvervangend leden van de commissie.
Artikel 11
Basissubsidies kunnen slechts worden toegekend, voorzover de daartoe bestemde middelen van het Fonds toereikend zijn.
Artikel 12
Het bestuur maakt ten minste eenmaal per jaar informatie openbaar over de mogelijkheden voor kunstenaars tot het verkrijgen van een basissubsidie.
1.
Een kunstenaar die voor een basissubsidie in aanmerking wenst te komen, dient hiertoe bij het bestuur een aanvraag in, met gebruikmaking van een voor dit doel door het Fonds te verstrekken aanvraagformulier.
2.
Een kunstenaar die later dan vier jaar na toekenning van een basissubsidie aanspraak wil maken op het restantbedrag als bedoeld in artikel 7, eerste lid, dient hiertoe bij het bestuur een aanvraag in, met gebruikmaking van een voor dit doel door het Fonds automatisch te verstrekken aanvraagformulier.
3.
Het in het eerste en tweede lid bedoelde formulier dient volledig en volgens de in de toelichting bij het formulier vermelde richtlijnen te zijn ingevuld.
4.
Het ingevulde formulier dient vergezeld te gaan van het in de toelichting bij het aanvraagformulier voorgeschreven documentatie- en informatiemateriaal, zodat aan de hand daarvan de afhandeling volgens de in deze regeling en de in de toelichting gestelde voorwaarden kan plaats hebben.
5.
Het ingevulde formulier, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, dient tevens vergezeld te gaan van een afschrift van het ingediende aangiftebiljet Inkomstenbelasting over het voorafgaande kalenderjaar. Indien dit niet mogelijk is dient de aanvrager op een andere, door het bestuur goed te keuren wijze, inzicht te verschaffen in zijn/haar financiële omstandigheden.
6.
Indien de aanvrager niet de Nederlandse nationaliteit bezit dient het ingevulde formulier, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, tevens vergezeld te gaan van afschriften van documenten, zoals bedoeld in artikel 3 lid 1.
1.
Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig in deze regeling, of in de toelichting bij het aanvraagformulier, zoals bedoeld in artikel 13 eerste en tweede lid, bepaald voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens, bescheiden en of documentatiemateriaal onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voorbereiding van de beschikking stelt het bestuur de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag aan te vullen binnen een termijn van veertien dagen. Indien de aanvrager van de gelegenheid geen of onvoldoende gebruik maakt besluit het bestuur de aanvraag niet te behandelen.
2.
Het bestuur zal op formele grond een aanvraag voor een basissubsidie niet eerder in behandeling nemen, dan nadat een termijn van 12 maanden is verstreken na de datum waarop de commissie het bestuur heeft geadviseerd een eerdere aanvraag voor een basissubsidie, daaronder tevens begrepen aanvragen als bedoeld in artikel 7 en 8 eerste lid, niet te honoreren.
3.
Het bestuur zal op formele grond een aanvraag voor een basisstipendium niet in behandeling nemen indien deze wordt ingediend binnen vier jaar na toekenning van een basisstipendium aan dezelfde aanvrager. Na deze vier jaar zal het bestuur op formele grond een aanvraag niet in behandeling nemen zolang de aanvrager nog rechten kan ontlenen aan een eerder toegekend basisstipendium.
4.
Het bestuur zal op formele grond een aanvraag voor een productiesubsidie niet in behandeling nemen indien deze wordt ingediend binnen vier jaar na toekenning van een productiesubsidie aan dezelfde aanvrager. Na deze vier jaar zal het bestuur op formele grond een aanvraag niet in behandeling nemen zolang de aanvrager nog rechten kan ontlenen aan een eerder toegekend basissubsidie.
5.
Het bestuur zal op formele grond een aanvraag voor een productiesubsidie niet in behandeling nemen voordat een termijn van 36 maanden is verstreken na de datum waarop een werkgroep het bestuur positief heeft geadviseerd over een aanvraag voor een basisstipendium. Het bestuur zal op formele grond een aanvraag voor een basissubsidie niet in behandeling nemen indien deze wordt ingediend gedurende de periode waarin de aanvrager een individuele subsidie, dan wel een stimuleringssubsidie is toegekend, die naar het oordeel van het bestuur in de zelfde dekking van kosten voorziet als de basissubsidie.
6.
Het bestuur zal op formele grond een aanvraag voor een basissubsidie niet in behandeling nemen voordat het verslag van een over een eerdere periode verstrekte basissubsidie is goedgekeurd, tenzij er naar het oordeel van het bestuur zwaarwegende omstandigheden zijn.
Artikel 15
Het bestuur legt een aanvraag voor toekenning van een basissubsidie, waaronder tevens begrepen kunnen zijn formulieren als bedoeld in artikel 7, eerste lid, zo spoedig mogelijk ter advisering voor aan een werkgroep. Het bestuur stelt daarbij een termijn vast waarin de werkgroep haar oordeel over de ingediende aanvraag schriftelijk aan het bestuur ter kennis dient te brengen. Deze termijn zal niet langer zijn dan drie maanden.
1.
Bij de advisering over de toekenning van een basissubsidie dient de commissie, in onderlinge samenhang, de volgende aspecten te betrekken in haar oordeel over het belang van het artistiek functioneren van de aanvrager, zoals bedoeld in artikel 2 van deze regeling:
- de kwaliteit van het werk van de aanvrager;
- de erkenning van het kunstenaarschap van de aanvrager als aspect van het cultureel ondernemerschap;
- andere aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
2.
De advisering over een aanvraag als bedoeld in artikel 7, eerste lid geldt uitsluitend de beroepsmatigheid van de aanvrager.
1.
Een basissubsidie wordt alleen toegekend na een positief advies van de werkgroep.
2.
Binnen één maand na ontvangst van het advies beslist het bestuur over de aanvraag, tenzij er gegronde redenen zijn de besluitvorming uit te stellen. Het bestuur doet van de beslissing schriftelijk mededeling aan de aanvrager, op wie de beslissing betrekking heeft.
3.
Het bestuur zendt de aanvrager een afschrift van het advies van de werkgroep tezamen met zijn beslissing op de aanvraag.
Artikel 18
Tegen een beslissing op grond van artikel 7, 8, 14, 17 of artikel 19 is bezwaar mogelijk op grond van artikel 74 van het huishoudelijk reglement.
1.
Verstrekkingen op grond van een toegekend basissubsidie vinden plaats bij wijze van voorschot.
2.
De bij wijze van voorschot verleende verstrekkingen op basis van een productiesubsidie of de component productiesubsidie van het basisstipendium bedragen maximaal 90% van het te verwachten subsidiebedrag. De resterende 10% zal na goedkeuring van het in dit artikel bedoelde inhoudelijke en financiële verslag worden uitbetaald.
3.
De hoogte van de productiesubsidie, zoals bedoeld in artikel 4 lid 4 wordt vastgesteld aan de hand van de feitelijk gemaakte beroepskosten in het jaar van de toekenning en het daaropvolgende jaar.
4.
Degene aan wie een basissubsidie is toegekend dient opgaaf te doen van zijn inkomen en beroepskosten over het jaar waarin een of meerdere verstrekkingen op grond van de toekenning hebben plaatsgevonden. Deze opgaaf dient zo spoedig mogelijk na afloop van dat jaar doch uiterlijk vóór 15 juli van het daar opvolgende jaar te geschieden.
5.
Indien de aanvrager aangifte doet op grond van de Wet op de Ib 2001 dient voor de opgave van het inkomen bedoeld in het tweede lid van dit artikel worden een fotokopie van de aangifte te worden verstrekt alsmede een fotokopie van de aanslag, zodra deze door de aanvrager ontvangen is.
6.
Degene aan wie een basissubsidie is verstrekt dient tevens binnen twee maanden nadat hij/zij geen rechten meer aan deze subsidie kan ontlenen een verslag over de verrichte werkzaamheden, voorzien van deugdelijke visuele documentatie in te leveren.
7.
Het bestuur heeft het recht om, indien een toekenning heeft plaatsgevonden en indien hoogte van het feitelijke inkomen, gelet op artikel 5, eerste lid, geen echt op een toekenning zouden hebben gegeven, de toekenning in te trekken en eventueel uitbetaalde verstrekkingen terug te vorderen.
8.
Het bestuur heeft het recht om, indien een of meerdere verstrekkingen hebben plaatsgevonden en de hoogte van de feitelijk verworven inkomsten, gelet op het bepaalde in artikel 6 derde lid, op een lagere of geen verstrekking recht zou hebben gegeven, het teveel betaalde terug te vorderen.
9.
Het bestuur heeft het recht om, indien een toekenning heeft plaatsgevonden en indien de hoogte van de feitelijke beroepskosten gelet op artikel 5 lid 4 en artikel 19 lid 3 op een ander bedrag recht zou hebben gegeven de toekenning hieraan aan te passen en het eventueel teveel betaalde terug te vorderen.
10.
Indien de opgave als bedoeld in het derde lid van dit artikel niet tijdig wordt ingediend heeft het bestuur het recht, tot het moment waarop de opgave alsnog is ingediend, verdere verstrekkingen op te schorten en/of reeds uitbetaalde voorschotten terug te vorderen.
11.
Indien het verslag als bedoeld in het vijfde lid van dit artikel niet tijdig wordt ingediend heeft het bestuur het recht, tot het moment waarop de opgave alsnog is ingediend, verdere verstrekkingen op te schorten en/of reeds uitbetaalde voorschotten terug te vorderen.
12.
De subsidie wordt definitief vastgesteld na ontvangst van de in de voorgaande leden genoemde bescheiden, voor zover van toepassing.
13.
Indien de subsidie niet definitief kan worden vastgesteld, doordat de aanvrager niet voldoet aan de in dit artikel genoemde voorwaarde zal de toekenning worden ingetrokken. Reeds betaalde voorschotten kunnen worden teruggevorderd.
14.
De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat de aanvrager de documentatie, behorende bij de subsidieaanvraag, het verslag en de documentatie behorende bij dit verslag aan het bestuur in eigendom overdraagt en aan het bestuur het recht toekent om het verslag of delen daarvan alsmede de documentatie te publiceren of anderszins openbaar te maken.
Artikel 20
Het bestuur kan aan de Sociale Diensten een opgave doen van gegevens van de aanvrager.
Artikel 21
Indien achteraf blijkt dat een aanvrager niet voldoet aan één van de voorschriften van deze regeling, kan het bestuur de toekenning intrekken en eventueel reeds uitbetaalde verstrekkingen terugvorderen.
Artikel 22
Aan de verstrekking van een basissubsidie kan het bestuur nadere voorschriften verbinden.
Artikel 23
In gevallen waarin de wet, de statuten of deze regeling niet voorzien, beslist het bestuur.
Artikel 24
Het bestuur kan, gehoord de werkgroep, om zwaarwichtige redenen van deze regeling afwijken.
1.
Een beeldend kunstenaar aan wie voor 1 april 1999 éénmaal een basisstipendium, zoals bedoeld in de Regeling Basisstipendia is toegekend en die op 1 april 2001 reeds viereneenhalf jaar professioneel werkzaam is en die na toekenning van dit basisstipendium geen nieuwe aanvraag voor een basisstipendium heeft ingediend kan tot 1 januari 2003 een basisstipendium zoals bedoeld in de Regeling Basisstipendia aanvragen.
2.
De regeling basisstipendia zal op 1 augustus 2001 komen te vervallen met uitzondering van het in het eerste lid van dit artikel bepaalde.
3.
Een kunstenaar, die voor 1 april 2001 langer dan tweeënhalf jaar maar korter dan vier jaar professioneel werkzaam is als kunstenaar kan als uitzondering op artikel 3 lid 2 een basisstipendium aanvragen.
Artikel 26
Indien deze regeling wordt ingetrokken behoudt de kunstenaar het recht op verstrekkingen voor zover dat voortvloeit uit een aan de intrekking voorafgaande toekenning, daaronder begrepen een toekenning als bedoeld in de artikelen 7 en 8. Het recht vervalt echter vier jaren na de toekenning, waarop dat recht gebaseerd was.
Artikel 27
Deze regeling kan worden aangehaald als de Regeling Basissubsidies en treedt op 14 mei 2001 in werking.
Deze regeling zal worden gepubliceerd in de Staatscourant.