Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Plaatsing op landenlijst is geen voorwaarde voor toepassing van artikel 4a, derde lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 20 juli 2006. U leest nu de tekst die gold op 19 juli 2006.

Plaatsing op landenlijst is geen voorwaarde voor toepassing van artikel 4a, derde lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965

Plaatsing op landenlijst is geen voorwaarde voor toepassing van artikel 4a, derde lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 De Directeur-Generaal voor Fiscale Zaken deelt namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende mede.
In bovengenoemd artikel 4a zijn voorwaarden opgenomen waaronder inhouding van belasting in EG-relaties achterwege kan blijven. In het derde lid van artikel 4a is bepaald dat inhouding van belasting achterwege blijft indien de moedermaatschappij voor ten minste 10 percent van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder is van de inhoudingsplichtige, dan wel in het bezit is van ten minste 10 percent van de stemrechten in de inhoudingsplichtige. De lidstaat van de Europese Unie waarin de moedermaatschappij gevestigd is, dient daartoe bij eenzelfde bezitspercentage bij belastingheffing over de winstuitkering van de inhoudingsplichtige aan de moedermaatschappij te handelen overeenkomstig artikel 4 van de Richtlijn 90/435/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1990 betreffende gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende Lidstaten (Pb EG L225). Tevens dient deze Lidstaat in een overeenkomstig geval de heffing van bronbelasting op winstuitkeringen aan in Nederland gevestigde moedermaatschappijen achterwege te laten overeenkomstig artikel 5 van bovengenoemde richtlijn.
Blijkens verschillende hieromtrent gestelde vragen heeft de tot nog toe gebezigde werkwijze, welke inhoudt het verifiëren of landen aan de voorwaarden voor toepassing van bovengenoemd artikel 4a, derde lid, voldoen en het vervolgens opnemen van het desbetreffende land op de zogenoemde lijst van landen die aan de wederkerigheidseis voldoen, ten onrechte de indruk doen ontstaan dat plaatsing op deze landenlijst noodzakelijk is voor toepassing van bedoeld artikel 4a, derde lid. Echter ingevolge de tekst van dit artikel 4a, derde lid, is toepassing slechts afhankelijk van het voldoen aan de in dit artikel gestelde voorwaarden. Derhalve kan de inspecteur op een desbetreffend verzoek, eventueel na het overleggen van de gevraagde bewijsvoering, vaststellen of inderdaad aan de voor toepassing van artikel 4a, derde lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 gestelde voorwaarden is voldaan.