Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Participatiewet
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemeen
+ Hoofdstuk 2. Rechten en plichten
+ Hoofdstuk 3. Algemene bijstand
+ Hoofdstuk 4. Aanvullende inkomensondersteuning en aanpassing bedragen
+ Hoofdstuk 5. Uitvoering
- Hoofdstuk 6. Bevoegdheden en faciliteiten gemeenten
+ Hoofdstuk 7. Financiering, toezicht en informatie
+ Hoofdstuk 7a. Overgangsrecht
+ Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Artikel 53a Participatiewet

1.
Onverminderd 30c, tweede, vierde en vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, bepaalt het college welke gegevens ten behoeve van de verlening van bijstand dan wel de voortzetting daarvan door de belanghebbende in ieder geval worden verstrekt en welke bewijsstukken worden overgelegd, alsmede de wijze en het tijdstip waarop de verstrekking van gegevens plaatsvindt. De gegevens en bewijsstukken worden door het college niet verkregen van de belanghebbende voor zover ze zijn verkregen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dan wel voor zover zij verkregen kunnen worden uit de polisadministratie, bedoeld in artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de verzekerdenadministratie, bedoeld in artikel 35 van die wet, alsmede uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, tenzij hierdoor een goede vervulling van de taak van het college op grond van dit artikel wordt belet of bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere administraties worden aangewezen waarvoor de tweede zin van toepassing is, worden regels gesteld over de gegevens die het betreft en kunnen administraties worden aangewezen waarvoor de tweede zin tijdelijk niet van toepassing is. Indien het authentieke gegevens uit andere basisregistraties betreft, is dit lid van overeenkomstige toepassing.
2.
In aanvulling op het eerste lid kan het college de belanghebbende verzoeken aan te tonen dat:
a. hij een belanghebbende is als bedoeld in artikel 20 of artikel 22, aanhef en onderdeel a of b;
b. de feitelijke woonsituatie van hemzelf, van zijn meerderjarige gezinsleden of van zijn ten laste komende kinderen in overeenstemming is met het door hem verstrekte adres van hemzelf, zijn meerderjarige gezinsleden of van zijn ten laste komende kinderen;
c. hij of het gezin waartoe hij behoort de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet geheel of gedeeltelijk kunnen delen met een ander.
Teneinde hem daartoe in de gelegenheid te stellen biedt het college bij die verzoeken de belanghebbende aan met diens toestemming zijn woning binnen te treden.
3.
Indien de belanghebbende niet desgevraagd aantoont dat hij een alleenstaande of een alleenstaande ouder is waarop de norm, bedoeld in artikel 20, eerste lid, of artikel 22, onderdeel a, respectievelijk artikel 20, tweede lid, of artikel 22, onderdeel b, van toepassing is, kent het college, onverminderd de toepassing van artikel 27, de uitkering toe respectievelijk herziet het de uitkering overeenkomstig de volgende norm:
a. indien de belanghebbende zich in de leeftijdscategorie van 18 jaar tot en met 20 jaar bevindt; de helft van de norm, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, onder 1;
b. indien de belanghebbende zich in de leeftijdscategorie van 21 jaar tot en met 65 jaar bevindt; de helft van de norm, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel b, onder 1;
c. indien de belanghebbende zich in de leeftijdscategorie van 65 jaar of ouder bevindt; de helft van de norm, bedoeld in artikel 22, onderdeel c.
4.
Indien de belanghebbende niet desgevraagd aantoont dat hij een alleenstaande ouder is waarop de norm, bedoeld in artikel 20, tweede lid, of artikel 22, onderdeel b, van toepassing is maar hij wel heeft aangetoond dat hij een of meer tot zijn last komende kinderen heeft kent het college, onverminderd de toepassing van artikel 27, de uitkering toe respectievelijk herziet het de uitkering overeenkomstig de volgende norm:
a. indien de belanghebbende zich in de leeftijdscategorie van 18 jaar tot en met 20 jaar bevindt, de helft van de norm, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, onder 2;
b. indien de belanghebbende zich in de leeftijdscategorie van 21 jaar tot en met 65 jaar bevindt, de helft van de norm, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel b, onder 2;
c. indien de belanghebbende zich in de leeftijdscategorie van 65 jaar of ouder bevindt; de helft van de norm, bedoeld in artikel 22, onderdeel c.
5.
In de gevallen, bedoeld in het derde en vierde lid, zijn de artikelen 25 en 30, tweede lid, aanhef en onderdeel a, niet van toepassing.
6.
Indien de belanghebbende niet desgevraagd de woonsituatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, aantoont op de wijze bedoeld in de laatste zin van dat lid, schort het college de betaling van de bijstand op, niet dan nadat het college aan belanghebbende gelegenheid heeft gegeven op andere wijze aan te tonen dat het feitelijke woonadres overeenkomt met het verstrekte adres, indien daartoe niet eerder aan belanghebbende gelegenheid is geboden.
7.
Het college doet schriftelijke mededeling van de opschorting aan de belanghebbende en stelt hem daarbij in de gelegenheid om aan te tonen dat het feitelijke woonadres overeenstemt met het verstrekte adres. Artikel 40, vierde lid, aanhef en onderdeel c, en zesde lid, tweede zin, zijn van overeenkomstige toepassing.
8.
Indien de belanghebbende niet desgevraagd zijn situatie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, aantoont, zijn de artikelen artikel 25 en 30, tweede lid, niet van toepassing en wordt de norm overeenkomstig artikel 26 verlaagd.
9.
Het college is bevoegd onderzoek in te stellen naar de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens en zonodig naar andere gegevens die noodzakelijk zijn voor de verlening dan wel de voortzetting van bijstand. Indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft kan het college besluiten tot herziening van de bijstand.
10.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid, derde zin, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.