Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Overgangsregeling Cultuureducatie van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie 2009
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1. Begrippen
Artikel 2. Welke projecten komen in aanmerking voor ondersteuning?
Artikel 3. Voorwaarden
Artikel 4. Wat zijn de inhoudelijke beoordelingscriteria?
Artikel 5. Hoe hoog is de financiële bijdrage?
Artikel 6. Subsidieplafond
Artikel 7. Verdeelsleutel
Artikel 8. Aanvraag
Artikel 9. Beslissing op de aanvraag
Artikel 10. Aan de subsidie verbonden voorwaarden
Artikel 11. Algemene verplichtingen
Artikel 12. Intrekken van de subsidieverlening
Artikel 13. Voorschotten
Artikel 14. Subsidievaststelling
Artikel 15. Betaling subsidie
Artikel 16. Overige bepalingen
Artikel 17. Inwerkingtreding
Artikel 18. citeertitel
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 24 december 2009. U leest nu de tekst die gold op 23 december 2009.

Overgangsregeling Cultuureducatie van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie 2009

Overgangsregeling Cultuureducatie van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie 2009
Het bestuur van het Fonds voor Cultuurparticipatie,
Overwegende dat de missie van het Fonds voor Cultuurparticipatie is iedere Nederlander, te beginnen bij jongeren, op termijn actief in aanraking te laten komen met een cultuurdiscipline;
Dat een van de instrumenten die het Fonds voor Cultuurparticipatie hiervoor inzet is het verstrekken van subsidies aan activiteiten op het gebied van cultuureducatie;
Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
Besluit:
1. Adviescommissie:
Een commissie als bedoeld in artikel 8 van het huishoudelijk reglement van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie, die aan het bestuur van het Fonds advies uitbrengt over de subsidieaanvraag.
2. Cultuureducatief project:
Een project gericht op het aanleren van vaardigheden om kennis te kunnen nemen van en waardering te ontwikkelen voor kunst en erfgoed, projecten die gericht zijn op het actief deelnemen aan kunst en cultuur en projecten die de ontwikkeling van talent stimuleren.
3. Het Fonds:
De Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie.
Artikel 2. Welke projecten komen in aanmerking voor ondersteuning?
Het bestuur kan een bijdrage verlenen aan cultuureducatieve projecten in of gericht op het (primair en voortgezet) onderwijs binnen alle kunstdisciplines (van podiumkunsten tot literatuur en van beeldende kunst, nieuwe media tot film) en het cultureel erfgoed met inbegrip van de Canon van Nederland.
1.
Bij de uitvoering van het cultuureducatieve project moeten altijd een onderwijsorganisatie en een culturele instelling betrokken zijn.
2.
De aanvrager dient een in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde rechtspersoon te zijn.
3.
In het bestuur van de rechtspersoon die de aanvraag indient mogen geen personen zitting hebben die ook betrokken zijn bij de uitvoering het project.
4.
De totale kosten van het project moeten meer dan 25.000 euro bedragen.
5.
Van de aanvrager wordt een redelijke eigen bijdrage aan de projectkosten verwacht.
6.
Het project wordt niet reeds gefinancierd met Rijkscultuurmiddelen.
7.
Een subsidie wordt slechts verstrekt indien:
a. de behoefte aan ondersteuning door de aanvrager naar het oordeel van het bestuur van het Fonds voldoende is aangetoond;
b. de aanvrager niet toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van de afspraken gemaakt voor een eerdere subsidieverplichting tussen aanvrager en (de rechtsvoorgangers van) het Fonds;
c. de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de voor de activiteiten beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de bijdrage van het Fonds en eventuele eigen inkomsten uit entreegelden, sponsoring of anderszins, voldoende zijn om de activiteiten uit te voeren;
d. de aanvrager heeft aangetoond dat er draagvlak is voor het project blijkend uit bijdragen van andere financiers;
e. te verwachten is dat de aanvrager het project of plan daadwerkelijk realiseert;
f. activiteiten waarvoor een subsidie wordt gevraagd in overeenstemming zijn met de doelstelling van het Fonds zoals vastgelegd in de statuten van het Fonds en aan de overige vereisten in deze regeling;
g. (de resultaten van) de activiteiten waarvoor een subsidie wordt verstrekt openbaar toegankelijk zijn;
h. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet reeds in uitvoering zijn of worden uitgevoerd ten tijde van de behandeling van de aanvraag bij het Fonds.
Artikel 4. Wat zijn de inhoudelijke beoordelingscriteria?
De aanvraag wordt beoordeeld op de volgende criteria, waarbij rekening wordt gehouden met de context van de discipline(s) binnen het project:
a. Belang: Het project wordt beoordeeld op de bovenregionale uitstraling en het bijzondere, voorbeeldstellende karakter. Het project moet
i. meerwaarde hebben voor de ontwikkeling van (de expertise over) cultuureducatie, of
ii. een lacune in het cultuureducatieve aanbod vullen.
b. Doelgroep: Onder dit criterium wordt getoetst voor welke doelgroep het project wordt ontwikkeld. Daarnaast wordt gekeken of het project is toegesneden op de behoefte en mogelijkheden van de doelgroep. Belangrijk daarbij is de wijze waarop de doelgroep betrokken is (geweest) bij de ontwikkeling van het project.
c. Kwaliteit: Het project dient op een hoogwaardige en professionele manier uitgevoerd te worden.
1.
De ondersteuning bedraagt maximaal 50 % van de totale variabele projectkosten.
2.
De hoogte van de bijdrage wordt gerelateerd aan het belang en de kwaliteit van het project.
3.
De hoogte van de bijdrage wordt vastgesteld op grond van reëel begrote kosten.
4.
Een post ‘onvoorzien’ op een begroting wordt niet gehonoreerd door het Fonds.
1.
Het totale beschikbare bedrag dat het bestuur van het Fonds voor het uitvoeren van cultuureducatieve projecten als bedoeld in artikel 2 onder aanvragers kan verdelen, bedraagt € 1.200.000,– per jaar, onder voorbehoud van verstrekking van deze middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
2.
Het bestuur van het Fonds kan overgaan tot het verhogen van de subsidieplafonds als bedoeld in het eerste lid.
3.
Het bestuur van het Fonds kan bedragen als bedoeld in het eerste lid, die niet zijn benut herverdelen.
4.
Besluiten als bedoeld in het derde lid van dit artikel worden bekendgemaakt op de website van het Fonds, www.cultuurparticipatie.nl.
1.
Het beschikbare bedrag als bedoeld in artikel 6 wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de aanvragen, met inachtneming het bepaalde in deze regeling, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
2.
Voor zover de verlening van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond, genoemd in artikel 6, wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld aan de hand van de criteria in artikel 4, waarbij geldt dat de aanvraag die het beste scoort op het criterium kwaliteit, als eerste wordt gehonoreerd.
1.
Een aanvraag voor een subsidie wordt in de Nederlandse taal opgesteld.
2.
Aanvragen kunnen uitsluitend met behulp van het daartoe bestemde en volledig ingevulde aanvraagformulier worden ingediend bij het Fonds.
3.
Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende informatie:
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
b. aanvullende documenten zoals vermeld op het aanvraagformulier waaronder in ieder geval:
i. een inhoudelijk plan;
ii. een begroting met toelichting.
4.
De aanvraag (aanvraagformulier en bijbehorende documenten conform lid 3) dient in tweevoud te worden ingediend, beide exemplaren dienen losbladig te zijn.
5.
De aanvrager is verantwoordelijk voor een juiste en volledige informatieverstrekking op grond waarvan het bestuur van het Fonds redelijkerwijs tot een besluit kan komen.
6.
Een aanvraag moet uiterlijk drie maanden voor aanvang van het project (in geval van uitvoeringen of concerten geldt de startdatum van de repetities als startdatum van het project) of voor de start van de uitvoering van het plan zijn ontvangen.
1.
Het bestuur van het Fonds kan een subsidieaanvraag ter advisering voorleggen aan een adviescommissie.
2.
In geval de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk dan wel kennelijk ongegrond is, kan het bestuur van het Fonds besluiten de aanvraag onmiddellijk af te wijzen zonder nader onderzoek.
3.
Uiterlijk binnen 13 weken na indiening van de aanvraag, stelt het bestuur van het Fonds de aanvrager schriftelijk van zijn besluit in kennis.
4.
Indien niet binnen de gestelde termijn op de aanvraag kan worden beslist, stelt het bestuur van het Fonds de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij de termijn waarbinnen de beslissing tegemoet kan worden gezien.
5.
Tijdens de behandeling van een aanvraag wordt over de voortgang daarvan geen inhoudelijke informatie verstrekt.
1.
Een subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat de ontvanger het bestuur van het Fonds toestemming geeft (delen van) de aanvraag of het inhoudelijk en financieel eindverslag of overige op de aanvraag van toepassing zijnde documentatie (inclusief beeldmateriaal) openbaar te maken of anderszins te presenteren of te verveelvoudigen, zonder dat de aanvrager daarvoor een vergoeding ontvangt.
2.
Openbaarmaking, presentatie of verveelvoudiging vindt uitsluitend plaats ter verantwoording van de werkzaamheden van het Fonds.
3.
Het bestuur van het Fonds kan in het besluit tot verlening van een subsidie ook andere voorwaarden opnemen.
1.
De ontvanger van een subsidie zorgt ervoor dat:
a. de werkzaamheden op zodanige wijze worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd;
b. de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor het wordt verleend.
2.
De ontvanger van de subsidie doet zo spoedig mogelijk schriftelijke mededeling aan het bestuur van het Fonds van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.
3.
Het bestuur van het Fonds kan in het besluit tot verlening van subsidie verplichtingen als bedoeld in artikel 4:38 of 4:39 van de Awb opnemen.
Artikel 12. Intrekken van de subsidieverlening
De subsidie kan worden ingetrokken of gewijzigd, indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, niet binnen een in het besluit tot subsidieverlening genoemde termijn hun aanvang hebben genomen.
1.
Het bestuur van het Fonds kan voorschotten verstrekken. In het besluit tot verlening van subsidie worden de hoogte en het tempo van de bevoorschotting geregeld.
2.
Het bestuur van het Fonds kan in het besluit tot verlening van subsidie voorwaarden en/of verplichtingen verbinden aan het uitkeren van (een of enkele) voorschotten zoals het verstrekken van tussentijdse informatie over de voortgang van de uitvoering van het project of plan en de financiële situatie voor het uitkeren van een volgend voorschot.
1.
Binnen drie maanden na afloop van het project dient de ontvanger van de subsidie een aanvraag tot vaststelling in.
2.
De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van ten minste de volgende bescheiden:
a. een activiteitenverslag;
b. een financieel verslag.
3.
Het activiteitenverslag geeft inzicht in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten.
4.
Het financieel verslag sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting en geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de aanwending en de besteding van de subsidie.
5.
Het financieel verslag is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek indien het subsidiebedrag meer dan € 25.000,– bedraagt.
6.
Na ontvangst van de in dit artikel vereiste gegevens, stelt het bestuur van het Fonds de subsidie binnen drie maanden vast.
7.
De subsidievaststelling kan nooit hoger zijn dan het verleende bedrag.
Artikel 15. Betaling subsidie
Een eventueel resterend deel van de vastgestelde subsidie wordt binnen 6 weken na het besluit tot subsidievaststelling betaald, tenzij in het besluit tot vaststelling anders is bepaald.
1.
In alle gevallen waarin de wet, de statuten, het huishoudelijk reglement of deze regeling niet voorziet, beslist het bestuur van het Fonds.
2.
Het bestuur van het Fonds kan bij uitzondering een bijdrage toekennen voor een project waarvan de doelstelling nauw aansluit bij de missie en doelstellingen van het Fonds maar waarin deze regeling niet voorziet.
Artikel 17. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt na goedkeuring van de Minister in werking met ingang van de tweede dag na die waarop het reglement in de Staatscourant is gepubliceerd en werkt terug tot 1 januari 2009.
Artikel 18. citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Overgangsregeling Cultuureducatie van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie 2009.
Het
bestuur van het Fonds voor Cultuurparticipatie