Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds, Pretoria, 11-10-1999
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ TITEL I. ALGEMENE DOELSTELLINGEN EN BEGINSELEN
+ TITEL II. HANDEL
+ TITEL III. MET DE HANDEL VERBAND HOUDENDE KWESTIES
+ TITEL IV. ECONOMISCHE SAMENWERKING
+ TITEL V. ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
+ TITEL VI. SAMENWERKING OP ANDERE GEBIEDEN
+ TITEL VII. FINANCIËLE ASPECTEN VAN DE SAMENWERKING
+ TITEL VIII. SLOTBEPALINGEN
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds, Pretoria, 11-10-1999

Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds
(authentiek: nl)
Het Koninkrijk België,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Portugese Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
hierna „lidstaten” te noemen, en
de Europese Gemeenschap, hierna „Gemeenschap” te noemen, enerzijds, en
de Republiek Zuid-Afrika, hierna „Zuid-Afrika” te noemen, anderzijds,
hierna „partijen” te noemen,
Gelet op het belang van de bestaande vriendschaps- en samenwerkingsbanden tussen de Gemeenschap, de lidstaten en Zuid-Afrika en de gemeenschappelijke waarden van de partijen;
Overwegende dat de Gemeenschap, de lidstaten en Zuid-Afrika deze banden wensen te versterken en nauwe en duurzame betrekkingen tot stand wensen te brengen, gebaseerd op wederkerigheid, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling;
Gelet op de historische verrichtingen van het Zuid-Afrikaanse volk, met name de afschaffing van het apartheidsstelsel en de opbouw van een nieuwe politieke orde, gebaseerd op de rechtsstaat, de mensenrechten en de democratie;
Zich bewust van de politieke en financiële steun van de Gemeenschap en de lidstaten voor dit proces van politieke verandering en overgang in Zuid-Afrika;
Herinnerende aan de sterke gehechtheid van de partijen aan de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en aan de democratische beginselen en fundamentele mensenrechten, als omschreven in de Universele Verklaring van de rechten van de mens;
Verwijzende naar de op 10 oktober 1994 ondertekende Samenwerkingsovereenkomst tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika;
Herinnerende aan de wens van de partijen zo nauw mogelijke betrekkingen tot stand te brengen tussen Zuid-Afrika en de landen die partij zijn bij de ACS-EG-Overeenkomst van Lomé, ten blijke waarvan op 24 april 1997 het Protocol betreffende de toetreding van Zuid-Afrika tot de Vierde ACS-EG-Overeenkomst van Lomé, zoals gewijzigd bij de op 4 november 1995 te Mauritius ondertekende Overeenkomst, werd ondertekend;
Rekening houdende met de rechten en verplichtingen van de partijen in het kader van hun lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie, de noodzaak bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van de resultaten van de Uruguay-ronde, en de eerdere inspanningen van beide partijen in dit verband;
Herinnerende aan de gehechtheid van de partijen aan de beginselen en regels van het internationale handelsverkeer en aan hun streven deze op transparante en niet-discriminerende wijze toe te passen;
Bevestigende de steun en inspanningen van de Gemeenschap en de lidstaten ten gunste van het proces van handelsliberalisering en economische herstructurering in Zuid-Afrika;
Zich bewust van de inspanningen van de regering van Zuid-Afrika om zorg te dragen voor de economische en sociale ontwikkeling van de bevolking van Zuid-Afrika;
Met klem wijzende op het belang dat de Europese Unie en Zuid-Afrika hechten aan de succesvolle tenuitvoerlegging van het Zuid-Afrikaanse programma voor wederopbouw en ontwikkeling;
Bevestigende de verbintenis van beide partijen de regionale samenwerking en economische integratie tussen de landen in zuidelijk Afrika, alsmede de liberalisering van de handel tussen deze landen onderling te bevorderen;
Overwegende dat de partijen ervoor zorg dragen dat hun wederzijdse afspraken geen beletsel vormen voor het proces van herstructurering van de douane-unie van zuidelijk Afrika (SACU), in het kader waarvan Zuid-Afrika samenwerkt met vier ACS-landen;
Wijzende op het belang dat beide partijen hechten aan de waarden en beginselen die zijn opgenomen in de slotverklaringen van de Internationale Conferentie over bevolking en ontwikkeling in 1994 in Cairo, de Wereldtop voor sociale ontwikkeling in maart 1995 in Kopenhagen, en de Vierde Wereldvrouwenconferentie in 1995 in Peking;
Opnieuw bevestigende dat de partijen zich verbinden tot economische en sociale ontwikkeling en eerbiediging van de fundamentele rechten van werknemers, met name door toepassing van de IAO-verdragen over onderwerpen als de vrijheid van vakvereniging, het recht collectief te onderhandelen, non-discriminatie, afschaffing van dwangarbeid en kinderarbeid;
Herinnerende aan het belang van het tot stand brengen van een regelmatige politieke dialoog in bilateraal en multilateraal verband over zaken van wederzijds belang,
Zijn als volgt overeengekomen [1] :
Artikel 1. Doelstellingen
De doelstellingen van deze Overeenkomst zijn:
a. het tot stand brengen van een passend kader voor de dialoog tussen de partijen, ter bevordering van de ontwikkeling van nauwe betrekkingen op alle onder deze Overeenkomst vallende terreinen;
b. het ondersteunen van de inspanningen van Zuid-Afrika ter consolidering van de economische en sociale fundamenten van het overgangsproces;
c. het bevorderen van de regionale samenwerking en economische integratie in zuidelijk Afrika, teneinde bij te dragen tot harmonieuze en duurzame economische en sociale ontwikkeling;
d. het bevorderen van de groei en wederzijdse liberalisering van de onderlinge handel in goederen, diensten en kapitaal;
e. het bevorderen van de soepele en geleidelijke integratie van Zuid-Afrika in de wereldeconomie;
f. het bevorderen van de samenwerking tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika, binnen de begrenzingen van de bevoegdheden van beide partijen en in wederzijds belang.
Artikel 2. Essentieel onderdeel
De eerbiediging van de democratische beginselen en fundamentele mensenrechten die zijn opgenomen in de Universele Verklaring van de rechten van de mens , en de eerbiediging van de rechtsstaat vormen de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de Gemeenschap en Zuid-Afrika en zijn een essentieel onderdeel van deze Overeenkomst.
De partijen bevestigen tevens hun gehechtheid aan de beginselen van behoorlijk bestuur.
1.
Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij haar verplichtingen in het kader van deze Overeenkomst niet is nagekomen, kan deze partij passende maatregelen nemen.
2.
Alvorens dit te doen verstrekt zij de andere partij binnen dertig dagen alle ter zake dienende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen.
3.
In bijzonder dringende gevallen kunnen zonder voorafgaand overleg passende maatregelen worden genomen. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van de andere partij. Op verzoek van deze partij kan overleg worden gepleegd. Dit overleg vindt plaats binnen dertig dagen na de kennisgeving van de maatregelen. Indien er geen bevredigende oplossing wordt gevonden, kan de betrokken partij gebruik maken van de procedure voor de beslechting van geschillen.
4.
De partijen komen voor de juiste interpretatie en de praktische toepassing van deze Overeenkomst overeen dat onder de in lid 3 bedoelde „bijzonder dringende gevallen" worden verstaan gevallen van wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst door een der partijen. Als wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst worden beschouwd:
i. afwijzing van de Overeenkomst in strijd met de algemene regels van het internationale recht, of
ii. schending van de in artikel 2 genoemde essentiële onderdelen van de Overeenkomst.
5.
De partijen komen overeen dat zij onder de in lid 1 van dit artikel genoemde passende maatregelen verstaan maatregelen die in overeenstemming met het internationale recht zijn genomen. Bij het nemen van de maatregelen dient voorrang te worden gegeven aan die maatregelen die de werking van de Overeenkomst het minst verstoren.
1.
Er wordt een regelmatige politieke dialoog ingesteld tussen de partijen. Deze dialoog verloopt parallel met de samenwerking en draagt ertoe bij deze te consolideren. Tevens moet de dialoog bijdragen tot de totstandkoming van duurzame solidariteit en nieuwe vormen van samenwerking.
2.
De doelstellingen van de politieke dialoog en samenwerking zijn met name:
a. het bevorderen van het wederzijds begrip en de convergentie van de standpunten van de partijen:
b. het de partijen mogelijk maken elkaars standpunten en belangen in overweging te nemen;
c. het bevorderen van de steun voor de democratie, rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten;
d. het bevorderen van de sociale rechtvaardigheid en het helpen creëren van de voorwaarden voor de bestrijding van armoede en alle vormen van discriminatie.
3.
De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang.
4.
De politieke dialoog wordt regelmatig en telkens wanneer nodig gehouden:
a. op ministerieel niveau;
b. op het niveau van hoge ambtenaren die enerzijds Zuid-Afrika en anderzijds het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen vertegenwoordigen;
c. met optimale gebruikmaking van alle diplomatieke kanalen, met inbegrip van regelmatige briefings, overleg tijdens internationale bijeenkomsten en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;
d. met gebruikmaking van alle andere middelen of op alle andere niveaus waarover de partijen overeenstemming hebben bereikt en die een nuttige bijdrage kunnen leveren tot de consolidering van de dialoog en de verhoging van het effect daarvan.
5.
Behalve de in de voorgaande leden bedoelde bilaterale politieke dialoog, maken de partijen ook optimaal gebruik van en leveren zij een actieve bijdrage aan de regionale politieke dialoog tussen de Europese Unie en de landen van zuidelijk Afrika, met name met het oog op de bevordering van duurzame vrede en stabiliteit in de regio.
De partijen nemen tevens deel aan de politieke dialoog in breder ACS/EU-verband, als voorzien bij en vastgelegd in de desbetreffende ACS/EG-overeenkomsten.
1.
De Gemeenschap en Zuid-Afrika komen overeen een vrijhandelszone tot stand te brengen overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst en met inachtneming van de voorschriften van de WTO.
2.
De vrijhandelszone wordt tijdens een overgangsperiode tot stand gebracht die van de kant van Zuid-Afrika ten hoogste twaalf jaar en van de kant van de Gemeenschap ten hoogste tien jaar zal duren vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst.
3.
De vrijhandelszone omvat het vrije verkeer van goederen in alle sectoren. Deze Overeenkomst heeft eveneens betrekking op de liberalisering van de handel in diensten en het vrije verkeer van kapitaal.
Artikel 6. Goederenindeling
De Gemeenschap past de gecombineerde nomenclatuur toe bij de invoer van goederen uit Zuid-Afrika. Zuid-Afrika past het geharmoniseerd systeem toe bij de invoer van goederen uit de Gemeenschap.
1.
Voor elk product is het basisrecht waarop de in de Overeenkomst vermelde achtereenvolgende verminderingen worden toegepast, het recht dat op de dag van inwerkingtreding van de Overeenkomst daadwerkelijk van toepassing is.
2.
De Gemeenschap en Zuid-Afrika delen elkaar hun basisrechten mede overeenkomstig de tussen partijen overeengekomen „standstill"- en „rollback"-verbintenis en de in bijlage I vermelde overeengekomen afwijkingen op deze beginselen.
3.
Wanneer de geleidelijke afschaffing van de douanerechten niet bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst aanvangt (met name voor de in bijlage II, lijsten 3, 4 en 5; bijlage III, lijsten 2, 3, 4 en 6; bijlage IV, lijsten 3, 4, 7 en 8; bijlage V; bijlage VI, lijsten 2, 3 en 5; en bijlage VII vermelde producten) is het recht waarop de in de Overeenkomst vermelde achtereenvolgende verminderingen van toepassing zijn het in lid 1 genoemde basisrecht of, indien dit lager is, het recht dat „erga omnes" van toepassing is op de dag waarop de geleidelijke afschaffing van de desbetreffende douanerechten een aanvang neemt.
Artikel 8. Douanerechten van fiscale aard
De bepalingen inzake de afschaffing van douanerechten bij invoer zijn ook van toepassing op douanerechten van fiscale aard, met uitzondering van niet-discriminerende accijnzen die overeenkomstig artikel 21 van deze Overeenkomst zowel op ingevoerde als van plaatselijk geproduceerde goederen worden geheven.
Artikel 9. Heffingen van gelijke werking als invoerrechten
Bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst schaffen de Gemeenschap en Zuid-Afrika de heffingen van gelijke werking als douanerechten bij invoer af.
Artikel 10. Definitie
De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Zuid-Afrika, met uitzondering van producten die volgens de in deze Overeenkomst opgenomen definitie landbouwproducten zijn.
1.
De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op andere dan de in bijlage II vermelde industrieproducten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
2.
De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage II, lijst 1, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft:
bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75% van het basisrecht;
een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50% van het basisrecht;
twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25% van het basisrecht;
drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
3.
De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage II, lijst 2, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft:
bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 86% van het basisrecht;
een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 72% van het basisrecht;
twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 57% van het basisrecht;
drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 43% van het basisrecht;
vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 28% van het basisrecht;
vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 14% van het basisrecht;
zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
4.
De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage II, lijst 3, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft:
drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75% van het basisrecht;
vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50% van het basisrecht;
vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25% van het basisrecht;
zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
Voor enkele in deze lijst vermelde producten vangt de afschaffing van de douanerechten vier jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst aan. De afschaffing geschiedt in drie gelijke jaarlijkse verminderingen, zodat deze rechten zes jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst geheel zullen zijn afgeschaft.
Voor enkele in de lijst vermelde ijzer- en staalproducten worden de rechten op meestbegunstigingsbasis verlaagd tot in 2004 het nulrecht zal zijn bereikt.
5.
De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage II, lijst 4, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden uiterlijk binnen tien jaar na inwerkingtreding van de Overeenkomst afgeschaft.
Voor de in deze lijst vermelde auto-onderdelen worden de rechten bij inwerkingtreding van de Overeenkomst met 50% verlaagd.
Een nauwkeurige opgave van de basisrechten en een tijdschema voor de afschaffing van de rechten van de Gemeenschap voor de in deze lijst vermelde producten zal in de tweede helft van 2000 worden vastgesteld, nadat beide partijen de vooruitzichten op een verdere liberalisering van de invoer in Zuid-Afrika van de in bijlage III, lijsten 5 en 6 vermelde automobielen uit de Gemeenschap hebben onderzocht, onder meer in het licht van de resultaten van de beoordeling van het Zuid-Afrikaanse ontwikkelingsprogramma voor de auto-industrie.
6.
De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage II, lijst 5, vermelde producten zullen in het vijfde jaar van deze Overeenkomst worden onderzocht teneinde deze eventueel af te schaffen.
1.
De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op andere dan de in bijlage III vermelde industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
2.
De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage III, lijst 1, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft:
bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75% van het basisrecht;
een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50% van het basisrecht;
twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25% van het basisrecht;
drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
3.
De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage III, lijst 2, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden overeenkomstig het onderstaande tijdschema geleidelijk afgeschaft:
drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 67% van het basisrecht;
vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 33% van het basisrecht;
vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
4.
De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage III, lijst 3, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden overeenkomstig het onderstaande tijdschema geleidelijk afgeschaft:
drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 90% van het basisrecht;
vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 80% van het basisrecht;
vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 70% van het basisrecht;
zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 60% van het basisrecht;
zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50% van het basisrecht;
acht jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 40% van het basisrecht;
negen jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 30% van het basisrecht;
tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 20% van het basisrecht;
elf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 10% van het basisrecht;
twaalf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
5.
De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage III, lijst 4, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft.
vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 88% van het basisrecht;
zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75% van het basisrecht;
zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 63% van het basisrecht;
acht jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50% van het basisrecht;
negen jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 38% van het basisrecht;
tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25% van het basisrecht;
elf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 13% van het basisrecht;
twaalf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
6.
De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage III, lijst 5, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden overeenkomstig het in die bijlage opgenomen tijdschema geleidelijk verlaagd.
7.
De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage III, lijst 6, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden tijdens de geldigheidsduur van de Overeenkomst regelmatig herzien om tot een verdere liberalisering van de handel te komen.
Zuid-Afrika zal de Gemeenschap in kennis stellen van de resultaten van de herziening van het Zuid-Afrikaanse ontwikkelingsprogramma voor de auto-industrie. Zuid-Afrika zal voorstellen doen voor een verdere liberalisering van de invoer in Zuid-Afrika van de in bijlage III, lijsten 5 en 6 genoemde automobielproducten. De partijen zullen deze voorstellen in de tweede helft van 2000 gezamenlijk onderzoeken.
Artikel 13. Definitie
De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap en Zuid-Afrika die onder de WTO-definitie van landbouwproducten vallen en op vis en visserijproducten (hoofdstuk 3, 1604, 1605 en producten 05119110, 05119190, 19022010 en 23012000).
1.
De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op andere dan de in bijlage IV vermelde landbouwproducten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
2.
De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage IV, lijst 1, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft:
bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75% van het basisrecht;
een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50% van het basisrecht;
twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25% van het basisrecht;
drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
3.
De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage IV, lijst 2, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft:
bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 91% van het basisrecht;
een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 82% van het basisrecht;
twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 73% van het basisrecht;
drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 64% van het basisrecht;
vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 55% van het basisrecht;
vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 45% van het basisrecht;
zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 36% van het basisrecht;
zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 27% van het basisrecht;
acht jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 18% van het basisrecht;
negen jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 9% van het basisrecht;
tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
4.
De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage IV, lijst 3, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft:
drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 87% van het basisrecht;
vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75% van het basisrecht;
vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 62% van het basisrecht;
zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50% van het basisrecht;
zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 37% van het basisrecht;
acht jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25% van het basisrecht;
negen jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 12% van het basisrecht;
tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
Voor enkele in deze bijlage vermelde producten geldt vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot de volledige afschaffing van de rechten een rechtenvrij contingent, overeenkomstig de in de bijlage vermelde voorwaarden.
5.
De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage IV, lijst 4, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft:
vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 83% van het basisrecht;
zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 67% van het basisrecht;
zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50% van het basisrecht;
acht jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 33% van het basisrecht;
negen jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 17% van het basisrecht;
tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
Voor enkele in deze bijlage vermelde producten geldt vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot de volledige afschaffing van de rechten een rechtenvrij contingent, overeenkomstig de in de bijlage vermelde voorwaarden.
6.
De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Zuid-Afrika zijn in bijlage IV, lijst 5, vermeld, en zullen overeenkomstig de daarin omschreven voorwaarden worden toegepast.
De Samenwerkingsraad kan besluiten tot
a. de uitbreiding van de in bijlage IV, lijst 5, opgenomen lijst van verwerkte landbouwproducten, en
b. de verlaging van de rechten op verwerkte landbouwproducten. Deze verlaging van rechten kan plaatsvinden wanneer de rechten op basisproducten in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika worden verlaagd of, in het kader van wederzijdse concessies op het gebied van verwerkte landbouwproducten.
7.
Voor enkele landbouwproducten van oorsprong uit Zuid-Afrika gelden vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst bij invoer in de Gemeenschap de in bijlage IV, lijst 6, vermelde verlaagde douanerechten, die overeenkomstig de in die bijlage omschreven voorwaarden zullen worden toegepast.
8.
De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage IV, lijst 7, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden tijdens de looptijd van de Overeenkomst regelmatig herzien, afhankelijk van de ontwikkeling van het gemeenschappelijke landbouwbeleid.
9.
Op de in bijlage IV, lijst 8, vermelde producten kunnen geen tariefconcessies worden toegepast, daar deze producten door EU-benamingen zijn beschermd.
10.
Tariefconcessies die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage V vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, zullen overeenkomstig de daarin omschreven voorwaarden worden toegepast.
1.
De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op andere dan de in bijlage VI vermelde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
2.
De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage VI, lijst 1, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft:
- bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75% van het basisrecht;
een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50% van het basisrecht;
twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25% van het basisrecht;
drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
3.
De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage VI, lijst 2, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden overeenkomstig het onderstaande tijdschema geleidelijk afgeschaft:
drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 67% van het basisrecht;
vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 33% van het basisrecht;
vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
4.
De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage VI, lijst 3, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden overeenkomstig het onderstaande tijdschema geleidelijk afgeschaft:
vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 88% van het basisrecht;
zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75% van het basisrecht;
zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 63% van het basisrecht;
acht jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50% van het basisrecht;
negen jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 38% van het basisrecht;
tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25% van het basisrecht;
elf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 13% van het basisrecht;
twaalf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
Voor enkele in deze bijlage vermelde producten geldt vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot de volledige afschaffing van de rechten een rechtenvrij contingent, overeenkomstig de in de bijlage vermelde voorwaarden.
5.
De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage VI, lijst 4, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden tijdens de looptijd van de Overeenkomst regelmatig herzien.
6.
De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage VII vermelde visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden geleidelijk afgeschaft, parallel met de afschaffing van de douanerechten van de overeenkomstige tariefposten door de Gemeenschap.
Artikel 16. Vrijwaringsclausule landbouwproducten
Onverminderd de andere bepalingen van deze Overeenkomst en met name artikel 24, pleegt de Samenwerkingsraad, gezien de bijzondere gevoeligheid van de landbouwmarkten, terstond overleg om een passende oplossing te vinden indien de invoer van producten van oorsprong uit een partij de markten van de andere partij ernstig verstoort of ernstig dreigt te verstoren. In afwachting van een besluit van de Samenwerkingsraad kan de getroffen partij, indien buitengewone omstandigheden een onmiddellijk handelen noodzakelijk maken, voorlopige maatregelen nemen om de verstoring te beperken of te herstellen. Bij het nemen van deze voorlopige maatregelen zal de getroffen partij de belangen van beide partijen in aanmerking nemen.
1.
Indien Zuid-Afrika hierom verzoekt zal de Gemeenschap voorstellen in overweging nemen over een versneld tijdschema voor de afschaffing van de douanerechten op de invoer van landbouwproducten in Zuid-Afrika, gekoppeld aan de afschaffing van alle restituties bij uitvoer naar Zuid-Afrika van dezelfde producten die uit de Europese Gemeenschap van oorsprong zijn.
2.
Indien de Gemeenschap een gunstig gevolg geeft aan dit verzoek, zullen de nieuwe tijdschema's voor de afschaffing van de douanerechten en van de uitvoerrestituties gelijktijdig van toepassing zijn vanaf een door de partijen overeen te komen datum.
3.
Indien de Gemeenschap geen gunstig gevolg geeft aan dit verzoek, zullen de bepalingen van deze Overeenkomst over de afschaffing van de douanerechten van toepassing blijven.
Artikel 18. Herzieningsclausule
Uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zullen de Gemeenschap en Zuid-Afrika zich beraden over verdere stappen om hun wederzijdse handel te liberaliseren. Te dien einde zullen met name, doch niet uitsluitend, de douanerechten worden onderzocht die van toepassing zijn op de producten die zijn vermeld in bijlage II, lijst 5, bijlage III, lijsten 5 en 6, bijlage IV, lijsten 5, 6 en 7, bijlage V, lijsten 1, 2, 3 en 4, bijlage VI, lijsten 4 en 5 en bijlage VII.
1.
Kwantitatieve in- of uitvoerbeperkingen en maatregelen van gelijke werking in het handelsverkeer tussen Zuid-Afrika en de Gemeenschap worden bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst afgeschaft.
2.
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika worden geen nieuwe kwantitatieve in- of uitvoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld.
3.
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika worden vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen nieuwe in- of uitvoerrechten of heffingen van gelijke werking ingevoerd.
1.
De partijen kunnen in het kader van de Samenwerkingsraad regelmatig overleg plegen over de strategie en praktische uitwerking van hun landbouwbeleid.
2.
Indien een der partijen het in verband met de doelstellingen van haar eigen landbouwbeleid noodzakelijk acht de in deze Overeenkomst omschreven regelingen te wijzigen, deelt zij dit aan de Samenwerkingsraad mede, die over de gevraagde wijziging een besluit neemt.
3.
Indien de Gemeenschap of Zuid-Afrika de regelingen voor landbouwproducten van deze Overeenkomst in toepassing van lid 2 wijzigt, past deze partij door de Samenwerkingsraad goed te keuren aanpassingen toe om de concessies ten aanzien van de invoer uit de andere partij op een niveau te handhaven dat gelijkwaardig is met het niveau waarin deze Overeenkomst voorziet.
1.
De partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, rechtstreeks of onrechtstreeks, discrimineren tussen de producten van de ene partij en de producten van oorsprong uit het grondgebied van de andere partij.
2.
Het bedrag van de indirecte binnenlandse belastingen dat wordt terugbetaald bij de uitvoer van producten naar het grondgebied van een van de partijen mag niet hoger zijn dan het bedrag aan indirecte belastingen dat rechtstreeks of onrechtstreeks op deze producten was geheven.
1.
Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of oprichting van douane-unies, vrijhandelszones of andere regelingen tussen een van de partijen en een derde land, mits zij geen afbreuk doen aan de rechten en plichten waarin deze Overeenkomst voorziet.
2.
De Gemeenschap en Zuid-Afrika plegen in de Samenwerkingsraad overleg over overeenkomsten tot instelling of wijziging van douane-unies of vrijhandelszones en, desgewenst, over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun handelsbeleid ten aanzien van derde landen. Een dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Europese Unie zodat rekening kan worden gehouden met de onderlinge belangen van de Gemeenschap en Zuid-Afrika.
1.
Geen van de bepalingen in deze Overeenkomst doet afbreuk aan de mogelijkheid van beide partijen antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen te nemen overeenkomstig artikel VI van de GATT-Overeenkomst van 1994, de Overeenkomst inzake de Tenuitvoerlegging van artikel VI van de GATT-Overeenkomst van 1994 en de Overeenkomst inzake Subsidies en Compenserende Maatregelen die een bijlage vormt bij de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de WTO.
2.
Voordat definitieve antidumpingrechten of compenserende rechten worden ingesteld ten aanzien van producten uit Zuid-Afrika kunnen de partijen de mogelijkheid in overweging nemen constructieve maatregelen te nemen zoals bepaald in de Overeenkomst inzake de Tenuitvoerlegging van artikel VI van de GATT-Overeenkomst van 1994 en de Overeenkomst inzake Subsidies en Compenserende Maatregelen .
1.
Wanneer een product in zulke toegenomen hoeveelheden en onder zulke omstandigheden wordt ingevoerd dat de binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten op het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende partijen daardoor schade lijden of dreigen te lijden, kan de Gemeenschap of Zuid-Afrika, al naar gelang van het geval, passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden die zijn neergelegd in de WTO-Overeenkomst inzake Vrijwaringsmaatregelen of de Overeenkomst inzake de Landbouw die een bijlage vormen bij de Overeenkomst van Marrakesh tot instelling van de WTO en overeenkomstig de in artikel 26 omschreven procedures.
2.
Wanneer een product in zulke toegenomen hoeveelheden en onder zulke omstandigheden wordt ingevoerd dat de economische situatie van de ultraperifere gebieden van de Europese Unie daardoor ernstige schade lijdt of dreigt te lijden, kan de Europese Unie, bij wijze van uitzondering en nadat andere oplossingen zijn onderzocht, speciaal voor dat gebied of die gebieden toezichts- of vrijwaringsmaatregelen nemen overeenkomstig de in artikel 26 omschreven procedures.
3.
Wanneer een product in zulke hoeveelheden en onder zulke omstandigheden wordt ingevoerd dat de economische situatie van een of meer leden van de Zuidelijk-Afrikaanse Douane-unie daardoor ernstige schade lijdt of dreigt te lijden, kan Zuid-Afrika op verzoek van het betrokken land of de betrokken landen, bij wijze van uitzondering en na andere oplossingen te hebben onderzocht, toezichts- of vrijwaringsmaatregelen nemen overeenkomstig de in artikel 26 omschreven procedures.
1.
Onverminderd het bepaalde in artikel 24 kunnen buitengewone maatregelen van beperkte duur die afwijken van het bepaalde in de artikelen 12 en 15 door Zuid-Afrika worden genomen in de vorm van verhoging of wederinstelling van douanerechten.
2.
Deze maatregelen mogen echter slechts betrekking hebben op pas gevestigde industrieën of sectoren die ten gevolge van de bij de artikelen 12 en 15 vastgestelde verlaging van de rechten door de toegenomen invoer uit de Gemeenschap met ernstige moeilijkheden hebben te kampen, met name wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale problemen veroorzaken.
3.
De bij deze maatregelen ingestelde douanerechten die in Zuid-Afrika van toepassing zijn op producten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet hoger zijn dan het laagste van de volgende drie rechten, namelijk het basisrecht, het toepasselijke meestbegunstigingsrecht of 20% ad valorem, en moeten een preferentie-element blijven bevatten voor producten van oorsprong uit de Gemeenschap. De totale waarde van alle producten waarop deze maatregelen van toepassing zijn mag niet hoger zijn dan 10% van de waarde van de gehele invoer van industrieproducten uit de Gemeenschap in het laatste jaar waarvoor statistieken beschikbaar zijn.
4.
Deze maatregelen mogen voor een periode van ten hoogste vier jaar worden toegepast. Uiterlijk bij afloop van de maximale overgangsperiode van twaalf jaar houden zij op van toepassing te zijn. Deze termijnen mogen bij wijze van uitzondering bij besluit van de Samenwerkingsraad worden verlengd.
5.
Deze maatregelen kunnen ten aanzien van een bepaald product niet meer worden genomen, indien meer dan drie jaar zijn verstreken sinds alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen of maatregelen van gelijke werking voor dat product zijn afgeschaft.
6.
Zuid-Afrika stelt de Samenwerkingsraad in kennis van de buitengewone maatregelen die zij voornemens is te nemen; op verzoek van de Gemeenschap wordt over deze maatregelen overleg gepleegd voordat zij worden toegepast, teneinde een bevredigende oplossing te bereiken. De kennisgeving van Zuid-Afrika bevat een indicatief tijdschema voor de invoering en daaropvolgende afschaffing van de in te stellen douanerechten.
7.
Indien binnen 30 dagen na kennisgeving geen overeenstemming is bereikt over de in lid 6 bedoelde voorgenomen maatregelen, kan Zuid-Afrika passende maatregelen nemen om het probleem op te lossen, en legt het de Samenwerkingsraad het definitieve tijdschema voor voor de afschaffing van de op grond van dat artikel ingestelde douanerechten. Volgens dit tijdschema worden de rechten uiterlijk een jaar na instelling geleidelijk in gelijke jaarfasen afgeschaft. De Samenwerkingsraad kan besluiten dat een ander tijdschema moet worden gevolgd.
1.
Wanneer de Gemeenschap of Zuid-Afrika naar aanleiding van de in artikel 24 bedoelde problemen toezicht instelt teneinde snel gegevens te verkrijgen over de ontwikkeling van de handelsstromen, stelt deze partij de andere partij daarvan in kennis en pleegt met de andere partij overleg indien deze hierom verzoekt.
2.
In de in artikel 24 bedoelde gevallen verstrekt de Gemeenschap of Zuid-Afrika, al naar gelang van het geval, voordat de daarin bedoelde maatregelen worden genomen, of in de gevallen waarop lid 5, onder b), van toepassing is, de Samenwerkingsraad zo spoedig mogelijk alle relevante inlichtingen zodat een voor beide partijen aanvaardbare oplossing kan worden gevonden.
3.
Bij de keuze van de te nemen maatregelen wordt voorrang gegeven aan die maatregelen die de werking van deze Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen gaan niet verder dan nodig is om een einde te maken aan ernstige schade of deze te voorkomen en om aanpassing te vergemakkelijken.
4.
De vrijwaringsmaatregelen worden terstond aan de Samenwerkingsraad medegedeeld. Over deze maatregelen zal binnen de Samenwerkingsraad regelmatig overleg worden gepleegd, met name om een tijdschema voor afschaffing te kunnen vaststellen zodra de omstandigheden dit toelaten.
5.
Voor de tenuitvoerlegging van de voorgaande leden zijn de volgende bepalingen van toepassing:
a. De moeilijkheden die uit de in het artikel 24 bedoelde situatie kunnen voortvloeien, worden voor onderzoek aan de Samenwerkingsraad voorgelegd, die een besluit kan nemen om aan die moeilijkheden een einde te maken. Indien de Samenwerkingsraad of de partij van uitvoer geen besluit heeft genomen om aan de moeilijkheden een einde te maken of indien binnen 30 dagen na voorlegging van de kwestie geen bevredigende oplossing is gevonden, kan de partij van invoer passende maatregelen nemen om het probleem op te lossen. Deze maatregelen zijn ten hoogste drie jaar van toepassing en bevatten elementen die, uiterlijk aan het eind van de gestelde termijn, tot hun geleidelijke afschaffing leiden.
b. Indien het in buitengewone omstandigheden noodzakelijk is onmiddellijk maatregelen te nemen waardoor voorafgaande kennisgeving of voorafgaand onderzoek niet mogelijk is, kan de Gemeenschap of Zuid-Afrika, al naar gelang het geval, in de in artikel 24 vermelde omstandigheden terstond de nodige voorzorgsmaatregelen nemen, waarvan de andere partij terstond in kennis wordt gesteld.
Artikel 27. Uitzonderingen
Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer of de handel in gebruikte goederen uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, de intellectuele, industriële en commerciële eigendom of op grond van de voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie in gelijkaardige situatie zijn of een verkapte beperking van het handelsverkeer tussen partijen.
Artikel 28. Regels van oorsprong
De voor de toepassing van tariefpreferenties geldende regels van oorsprong waarin deze Overeenkomst voorziet zijn opgenomen in Protocol 1.
1.
Daar zij erkennen dat de dienstensector van steeds groter belang is voor de ontwikkeling van hun economieën, onderstrepen de partijen, binnen de grenzen van hun bevoegdheden, het belang van strikte naleving van de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten (General Agreement on Trade in Services – GATS), en met name het beginsel van de meestbegunstigingsbehandeling en met inbegrip van de toepasselijke protocollen met de daaraan gehechte verbintenissen.
2.
Overeenkomstig de GATS is deze behandeling niet van toepassing op:
a. door een partij toegekende voordelen overeenkomstig de bepalingen van een Overeenkomst zoals gedefinieerd in artikel V van de GATS of maatregelen die op grond van een dergelijke Overeenkomst zijn getroffen;
b. andere voordelen die zijn toegekend uit hoofde van de lijst van de uitzonderingen op de meestbegunstigingsclausule die door een partij aan de GATS is gehecht.
3.
De partijen herbevestigen hun respectieve verbintenissen die als bijlage aan het vierde protocol bij de GATS zijn gehecht betreffende basistelecommunicatiediensten en het vijfde protocol betreffende financiële diensten.
1.
Binnen de begrenzingen van hun respectieve bevoegdheden streven de partijen naar uitbreiding van het toepassingsgebied van de Overeenkomst teneinde hun onderlinge handel in diensten verder te liberaliseren. Bij een dergelijke uitbreiding voorziet het liberaliseringsproces in de afschaffing van nagenoeg alle discriminatie tussen de partijen in de betrokken dienstensectoren. Dit proces dient betrekking te hebben op alle wijzen van levering, met inbegrip van de levering van een dienst:
a. vanuit het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij;
b. op het grondgebied van een partij aan de gebruiker van de dienst van de andere partij;
c. door een dienstverlener van een partij, via de commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij;
d. door een dienstverlener van een partij, via de aanwezigheid van natuurlijke personen van die partij op het grondgebied van de andere partij.
2.
De Samenwerkingsraad doet de nodige aanbevelingen voor de tenuitvoerlegging van de in lid 1 omschreven doelstelling.
3.
Bij het formuleren van deze aanbevelingen houdt de Samenwerkingsraad rekening met de ervaringen die bij de tenuitvoerlegging van de verplichtingen van elke partij uit hoofde van de GATS is opgedaan, waarbij met name wordt verwezen naar artikel V in het algemeen en naar lid 3, onder a), van dat artikel in het bijzonder, dat betrekking heeft op de deelneming van ontwikkelingslanden aan liberaliseringsovereenkomsten.
4.
De in lid 1 omschreven doelstelling wordt uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst voor de eerste maal door de Samenwerkingsraad onderzocht.
1.
De partijen streven ernaar het beginsel toe te passen van onbeperkte toegang tot de internationale zeevaartmarkt en zeevaart op basis van eerlijke concurrentie op commerciële grondslag.
2.
De partijen komen overeen elkaars onderdanen en de schepen die op het grondgebied van een van de partijen zijn geregistreerd geen minder gunstige behandeling te geven dan die welke aan de meest begunstigde natie wordt toegekend op het gebied van het vervoer over zee van goederen, personen of beide, toegang tot havens, het gebruik van de infrastructuur en hulpdiensten voor de zeevaart van die havens en de daaraan verbonden kosten, douanefaciliteiten en de toewijzing van ligplaatsen en faciliteiten voor het laden en lossen, op basis van eerlijke concurrentie en op commerciële voorwaarden.
3.
De partijen komen overeen het vervoer over zee, met inbegrip van het intermodale vervoer, in het kader van artikel 30 te bezien, onverminderd de dan geldende beperkingen op grond van nationaliteit of de door een van de partijen aangegane overeenkomsten die verenigbaar zijn met de rechten en plichten van de partijen uit hoofde van de GATS .
1.
Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 34 staan de partijen toe dat betalingen voor lopende transacties tussen inwoners van de Gemeenschap en van Zuid-Afrika in vrij converteerbare valuta geschieden.
2.
Zuid-Afrika kan de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat het bepaalde in lid 1, waarbij de lopende betalingen worden geliberaliseerd, door zijn inwoners niet op zodanige wijze wordt gebruikt dat een kapitaalvlucht plaatsvindt.
1.
Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans garanderen de Gemeenschap en Zuid-Afrika vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal ten behoeve van directe investeringen in Zuid-Afrika in ondernemingen die overeenkomstig de geldende wetgeving zijn opgericht en dat deze investeringen en de daaruit voortvloeiende winsten geliquideerd en gerepatrieerd kunnen worden.
2.
De partijen plegen overleg om het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika te vergemakkelijken en uiteindelijk volledig te liberaliseren.
Artikel 34. Betalingsbalansproblemen
Indien een of meer lidstaten van de Gemeenschap of Zuid-Afrika ernstige betalingsbalansproblemen ondervindt of dreigt te ondervinden, kan de Gemeenschap respectievelijk Zuid-Afrika, in overeenstemming met de voorwaarden van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en met de artikelen VIII en XIV van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds de lopende transacties voor kortere duur beperken, welke beperkingen slechts zover mogen gaan als tot hetgeen noodzakelijk is om de betalingsbalans te herstellen. De Gemeenschap of Zuid-Afrika, al naar gelang van het geval, deelt dit terstond mede aan de andere partij en doet deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema toekomen voor de opheffing van deze maatregelen.
Artikel 35. Definitie
Onverenigbaar met de goede werking van deze Overeenkomst, voorzover de handel tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika daardoor ongunstig kan worden beïnvloed, zijn:
a. alle overeenkomsten en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die horizontale banden hebben, besluiten van associaties van ondernemingen, en overeenkomsten tussen ondernemingen die verticale banden hebben die ten gevolge hebben dat de mededinging op het grondgebied van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika in aanzienlijke mate wordt verhinderd of beperkt, tenzij deze ondernemingen kunnen aantonen dat de gevolgen die de concurrentie beperken minder zwaar wegen dan de gevolgen die de concurrentie bevorderen;
b. misbruik van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika, of op een wezenlijk deel daarvan.
Artikel 36. Tenuitvoerlegging
Indien een partij bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst nog niet de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen heeft vastgesteld om artikel 35 in haar rechtsgebied ten uitvoer te kunnen leggen, zal zij dit binnen drie jaar doen.
Artikel 37. Passende maatregelen
Indien de Gemeenschap of Zuid-Afrika van oordeel is dat een bepaalde praktijk op haar of zijn binnenlandse markt in strijd is met de artikel 35, en:
a. deze praktijk niet op afdoende wijze kan worden tegengegaan met de in artikel 35 bedoelde uitvoeringsbepalingen, of
b. wanneer dergelijke bepalingen ontbreken, deze praktijk de belangen van de andere partij of een binnenlandse bedrijfstak, met inbegrip van binnenlandse dienstverleners, ernstig schaadt of dreigt te schaden,
kan de betrokken partij overeenkomstig haar eigen wetgeving passende maatregelen nemen, na overleg in de Samenwerkingsraad, of na afloop van een termijn van 30 werkdagen nadat de kwestie voor overleg aan de Samenwerkingsraad is voorgelegd. Bij het nemen van passende maatregelen worden de bevoegdheden van de betrokken Mededingingsautoriteit in acht genomen.
1.
De partijen komen overeen dat, wanneer de Commissie of de Zuid-Afrikaanse Mededingingsautoriteit redenen heeft om aan te nemen dat op het grondgebied van de andere autoriteit praktijken plaatsvinden die strijdig zijn met een eerlijke concurrentie in de zin van artikel 35 en die de wezenlijke belangen van de partijen ernstig schaden, zij de mededingingsautoriteit van de andere partij kan verzoeken passende maatregelen te nemen om aan deze praktijken een einde te maken volgens de mededingingsregels van die autoriteit.
2.
Een dergelijk verzoek doet geen afbreuk aan maatregelen die op grond van de mededingingswetgeving van de verzoekende autoriteit eventueel genomen kunnen worden en aan de bevoegdheden en onafhankelijkheid van de aangezochte autoriteit.
3.
Zonder afbreuk te doen aan de taken, rechten, plichten en onafhankelijkheid van de aangezochte mededingingsautoriteit, onderzoekt deze de opmerkingen van de verzoekende autoriteit en de door deze autoriteit voorgelegde bewijsstukken zorgvuldig en besteedt zij met name aandacht aan de aard van de activiteiten die met de eerlijke mededinging strijdig zouden zijn, de daarbij betrokken onderneming(en) en de schadelijke gevolgen die deze activiteiten voor de wezenlijke belangen van de klagende partij zouden hebben.
4.
Wanneer de Commissie of de Zuid-Afrikaanse Mededingingsautoriteit besluit een onderzoek in te stellen of een actie te ondernemen die een aanmerkelijke invloed kan uitoefenen op de belangen van de andere partij, moeten de partijen op verzoek van een van hen overleg plegen, waarbij zij zullen trachten een voor hen beide aanvaardbare oplossing te vinden in het licht van hun wederzijdse aanmerkelijke belangen en waarbij de wetgeving en de soevereiniteit van beide partijen en de onafhankelijkheid van hun mededingingsautoriteiten en het wederzijds respect in aanmerking worden genomen.
Artikel 39. Technische bijstand
De Gemeenschap verschaft Zuid-Afrika technische bijstand bij de herstructurering van de mededingingswetgeving en het mededingingsbeleid, die onder meer het volgende kan inhouden:
a. uitwisseling van deskundigen;
b. organisatie van seminars;
c. opleidingsactivititeiten.
Artikel 40. Uitwisseling van gegevens
De partijen wisselen gegevens uit, rekening houdend met de beperkingen uit hoofde van het zaken- en beroepsgeheim.
1.
Voor zover deze van nadelige invloed kan zijn op het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika, is overheidssteun die bepaalde ondernemingen of de productie van bepaalde goederen bevoordeelt, waardoor de concurrentie wordt vervalst of kan worden vervalst, en die geen ondersteuning vormt van een beleidsdoelstelling van een partij, strijdig met de goede werking van deze Overeenkomst.
2.
De partijen komen overeen dat het in hun belang is ervoor te zorgen dat overheidssteun op een billijke en doorzichtige wijze wordt toegekend.
1.
Indien de Gemeenschap of Zuid-Afrika van oordeel is dat een bepaalde praktijk in strijd is met artikel 41 en dat de belangen van de andere partij of een binnenlandse bedrijfstak door deze praktijk ernstige schade lijden of dreigen te lijden, komen de partijen overeen, wanneer dit probleem op grond van de bestaande voorschriften en procedures niet op bevredigende wijze kan worden behandeld, overleg te plegen teneinde een voor hen beide bevredigende oplossing te vinden. Dit overleg doet geen afbreuk aan de rechten en plichten van de partijen in het kader van hun eigen wetgeving en internationale verplichtingen.
2.
Elke partij kan de Samenwerkingsraad, in het kader van een dergelijk overleg, vragen te onderzoeken of de beleidsdoelstellingen van een partij de in artikel 41 bedoelde toekenning van overheidssteun rechtvaardigen.
Artikel 43. Transparantie
Elke partij draagt zorg voor transparantie op het gebied van overheidssteun. Met name verstrekt een partij op verzoek van de andere partij gegevens over steunregelingen, over bepaalde afzonderlijke gevallen waarin overheidssteun is verleend of over het totale bedrag en de verdeling van de verleende steun. Bij de uitwisseling van gegevens tussen de partijen wordt rekening gehouden met de wettelijke vereisten van elke partij ter bescherming van het zaken- en beroepsgeheim.
1.
Bij afwezigheid van regels of procedures voor de tenuitvoerlegging van artikel 41 zijn artikel VI en XVI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel 1994 en de WTO-Overeenkomst inzake Subsidies en Compenserende Maatregelen van toepassing op overheidssteun en subsidies.
2.
De Samenwerkingsraad stelt regelmatig een onderzoek in naar de vorderingen die op dit gebied zijn gemaakt. Met name zal hij samenwerking en begrip blijven ontwikkelen ten aanzien van de maatregelen die elke partij neemt ten aanzien van de werking van artikel 41.
1.
De partijen komen overeen samen te werken om te garanderen dat de toegang tot overheidsopdrachten van de partijen op billijke en transparante wijze wordt geregeld.
2.
De Samenwerkingsraad stelt regelmatig een onderzoek in naar de vorderingen die op dit gebied zijn gemaakt.
1.
De partijen zien toe op een adequate en effectieve bescherming van de intellectuele eigendomsrechten die aan de strengste internationale normen voldoet. De partijen passen de WTO-Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPs) vanaf 1 januari 1996 toe en verbinden zich ertoe de bescherming die op grond van die Overeenkomst wordt verleend zo nodig te verbeteren.
2.
Indien zich op het gebied van de intellectuele eigendom problemen voordoen die van nadelige invloed zijn op het handelsverkeer, wordt op verzoek van een partij spoedoverleg gepleegd teneinde een voor beide partijen bevredigende oplossing te bereiken.
3.
De Gemeenschap bevestigt het belang dat zij hecht aan de verplichtingen die voortvloeien uit:
a. het Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (Madrid 1989);
b. het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Rome 1961);
c. het Verdrag tot Samenwerking inzake Octrooien (Washington 1979, gewijzigd in 1984).
4.
Onverminderd de verplichtingen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst betreffende TRIPs neemt Zuid-Afrika toetreding tot de in lid 3 genoemde multilaterale overeenkomsten in welwillende overweging.
5.
De partijen bevestigen het belang dat zij aan de volgende instrumenten hechten:
a. de Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken (Genève 1977, gewijzigd in 1979);
b. Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst (Acte van Parijs, 1971);
c. Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten (UPOV) (Acte van Genève, 1978);
d. het Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, gewijzigd in 1980);
e. Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Acte van Stockholm, gewijzigd in 1979) (WIPO);
f. WIPO-Verdrag inzake auteursrecht , 1996.
6.
Ter vereenvoudiging van de toepassing van dit artikel kan de Gemeenschap, op verzoek en op onderling overeengekomen voorwaarden, Zuid-Afrika technische bijstand verlenen bij, onder andere, de opstelling van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voor de bescherming van intellectuele eigendomsrechten, het tegengaan van misbruik van deze rechten, alsmede de oprichting en versterking van nationale instanties die bij de bescherming van deze rechten zijn betrokken, met inbegrip van de opleiding van personeel.
7.
De partijen komen overeen dat intellectuele eigendom, voor de toepassing van deze Overeenkomst, met name het volgende inhoudt: auteursrechten, met inbegrip van auteursrechten op computerprogramma's en naburige rechten, gebruiksmodellen, octrooien, met inbegrip van biotechnologische uitvindingen, industriële ontwerpen, geografische aanduidingen, met inbegrip van oorsprongsbenamingen, handels- en dienstenmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, alsmede de wettelijke bescherming van gegevensbanken en de bescherming tegen oneerlijke concurrentie als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs inzake de bescherming van de industriële eigendom en de eigendom van niet openbaar gemaakte informatie over knowhow.
Artikel 47. Normalisering en conformiteitsbeoordeling
De partijen werken samen op het gebied van normalisering, metrologie, certificatie en kwaliteitsborging teneinde de verschillen tussen hen op deze gebieden te verminderen, technische belemmeringen op te heffen en de bilaterale handel te vergemakkelijken. Deze samenwerking houdt onder meer het volgende in:
a. maatregelen, overeenkomstig de bepalingen van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen , ter bevordering van het gebruik van internationale technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures, met inbegrip van maatregelen voor bijzondere sectoren;
b. de ontwikkeling van overeenkomsten over de wederzijdse erkenning van de conformiteitsbeoordeling in sectoren van wederzijds economisch belang;
c. samenwerking op het gebied van kwaliteitsbewaking en -borging in bepaalde sectoren die voor Zuid-Afrika van belang zijn;
d. vergemakkelijking van de technische bijstand voor Zuid-Afrikaanse capaciteitsopbouwinitiatieven op het gebied van erkenning, metrologie en normalisering;
e. de ontwikkeling van praktische banden tussen Zuid-Afrikaanse en Europese normaliserings-, erkennings- en certificatie-instellingen.
1.
De partijen bevorderen en vergemakkelijken de samenwerking tussen hun douanediensten om te bewerkstelligen dat de bepalingen inzake de handel worden nageleefd en dat eerlijke handelspraktijken worden toegepast. Deze samenwerking leidt onder meer tot de uitwisseling van gegevens en het organiseren van opleidingsprogramma's.
2.
Onverminderd de andere samenwerkingsvormen waarin deze Overeenkomst voorziet, met name op grond van artikel 90, geven de administratieve instanties van de Overeenkomstsluitende partijen elkaar bijstand overeenkomstig de bepalingen van Protocol 2 bij deze Overeenkomst.
Artikel 49. Statistieken
De partijen komen overeen op dit gebied samen te werken. De samenwerking is vooral gericht op harmonisering van de statistische methoden en praktijken zodat gegevens over de handel in goederen en diensten en, meer in het algemeen over alle gebieden waarop deze Overeenkomst betrekking heeft en die zich tot statistische verwerking lenen, op een in onderling overleg overeengekomen basis kunnen worden verwerkt.
Artikel 50. Inleiding
Binnen de begrenzingen van hun respectieve bevoegdheden komen de partijen overeen de samenwerking op economisch en industrieel gebied te ontwikkelen en bevorderen, tot wederzijds voordeel en in het belang van geheel zuidelijk Afrika, door hun economische banden te diversifiëren en versterken, duurzame ontwikkeling in hun economieën te stimuleren, structuren voor regionale samenwerking te ondersteunen, de samenwerking in het midden- en kleinbedrijf te bevorderen, het milieu te beschermen en verbeteren, de economische positie van voorheen achtergestelde bevolkingsgroepen, waaronder vrouwen, te verbeteren, en de rechten van werknemers, alsmede vakbondsrechten, te beschermen en te bevorderen.
Artikel 51. Industrie
De samenwerking op dit terrein beoogt de herstructurering en modernisering van de Zuid-Afrikaanse industrie te vergemakkelijken en tezelfdertijd haar concurrentievermogen en groei te stimuleren, alsmede de voorwaarden te scheppen voor wederzijds voordelige vormen van samenwerking tussen de industrie van Zuid-Afrika en die van de Europese Unie.
De samenwerking is onder meer gericht op:
a. het bevorderen van de samenwerking tussen de economische subjecten van de partijen (ondernemingen, zelfstandige beroepsbeoefenaren, sectorale en andere bedrijfsorganisaties, georganiseerde arbeid enzovoort);
b. het ondersteunen van de openbare en de particuliere sector van Zuid-Afrika bij het herstructureren en moderniseren van de industrie, daarbij zorg dragende voor bescherming van het milieu, duurzame ontwikkeling en verbetering van de economische positie van kansarme bevolkingsgroepen;
c. het bevorderen van de ontwikkeling van een gunstig klimaat voor particulier initiatief teneinde de voor lokale en exportmarkten bestemde productie te stimuleren en te diversifiëren;
d. het stimuleren van betere benutting van het menselijk en industrieel potentieel van Zuid-Afrika, onder meer door het vergemakkelijken van de toegang tot kredietfaciliteiten en investeringen en het ondersteunen van industriële innovatie, overdracht van technologie, opleiding, onderzoek en technologische ontwikkeling.
Artikel 52. Stimulering en bescherming van investeringen
Doel van de samenwerking tussen de partijen is, binnen de begrenzingen van hun respectieve bevoegdheden, het vestigen van een klimaat dat gunstig en bevorderlijk is voor binnenlandse en buitenlandse investeringen tot wederzijds voordeel, met name door verbetering van de voorwaarden voor de bescherming van investeringen, de stimulering van investeringen, de overdracht van kapitaal en de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden.
De samenwerking is onder meer gericht op het vergemakkelijken en aanmoedigen van:
a. de sluiting, waar nuttig, van overeenkomsten ter stimulering en bescherming van investeringen tussen de lidstaten en Zuid-Afrika;
b. de sluiting, waar nuttig, van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing tussen de lidstaten en Zuid-Afrika;
c. de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden;
d. de harmonisering en vereenvoudiging van procedures en administratieve praktijken op het gebied van investeringen;
e. ondersteuning voor investeringen in Zuid-Afrika en de regio zuidelijk Afrika.
1.
De partijen komen overeen hun onderlinge handelsverkeer te ontwikkelen, te diversifiëren en te intensiveren, en de concurrentiepositie van Zuid-Afrikaanse producten op de binnenlandse, regionale en internationale markt te versterken.
2.
De samenwerking op het gebied van de ontwikkeling van het handelsverkeer concentreert zich op:
a. de uitwerking van passende strategieën voor de ontwikkeling van het handelsverkeer en de totstandbrenging van een handelsklimaat dat gunstig is voor het concurrentievermogen;
b. capaciteitsopbouw en ontwikkeling van het menselijk potentieel en professionele vaardigheden ten aanzien van het handelsverkeer en ondersteunende diensten in de openbare en de particuliere sector, waaronder arbeid;
c. uitwisseling van informatie over markteisen;
d. overdracht van kennis en technologie door middel van investeringen en gezamenlijke ondernemingen;
e. ontwikkeling van de particuliere sector, met name kleine en middelgrote ondernemingen in de handelssector;
f. de oprichting, aanpassing en versterking van organisaties die zich bezighouden met de ontwikkeling van het handelsverkeer en ondersteunende diensten;
g. regionale samenwerking ten behoeve van de ontwikkeling van het handelsverkeer en met de handel verband houdende infrastructuur en diensten in zuidelijk Afrika.
Artikel 54. Microbedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen
De partijen streven naar ontwikkeling en versterking van microbedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen in Zuid-Afrika en naar stimulering van de samenwerking tussen kleine en middelgrote ondernemingen in de Gemeenschap en in Zuid-Afrika en de regio, daarbij toeziend op de gelijkheid van vrouwen en mannen. De partijen komen overeen onder meer:
a. waar passend samen te werken bij het opzetten van een juridisch, administratief, institutioneel, technisch, fiscaal en financieel kader voor de oprichting en uitbreiding van microbedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen;
b. de bijstand te verlenen waaraan microbedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen behoefte hebben, ongeacht hun juridische status, op gebieden als financiering, opleiding, technologie en marketing;
c. bijstand te verlenen aan ondernemingen, organisaties, beleidsmakers en instanties die diensten verlenen als bedoeld onder punt b), door middel van passende technische ondersteuning, uitwisseling van informatie en capaciteitsopbouw;
d. passende banden tot stand te brengen en te stimuleren tussen marktdeelnemers in de particuliere sector van Zuid-Afrika, zuidelijk Afrika en de Gemeenschap, teneinde de doorstroom van informatie te verbeteren (met betrekking tot de formulering en implementatie van strategieën, zakelijke ontwikkelingen en mogelijkheden, netwerkvorming, gezamenlijke ondernemingen en de overdracht van vaardigheden).
1.
De partijen komen overeen samen te werken op het gebied van informatie- en communicatietechnologie, een sector die zij voor de moderne samenleving van het grootste belang achten en die cruciaal is voor de economische en sociale ontwikkeling en de ontwikkeling van een informatiemaatschappij. Communicatie in dit verband omvat de posterijen, de omroep, telecommunicatie en informatietechnologieën. Doel van de samenwerking is:
a. verbetering van de toegang voor Zuid-Afrikaanse openbare en particuliere entiteiten tot communicatiemiddelen, elektronica en informatietechnologie, door middel van steun voor de ontwikkeling van infrastructuurnetwerken, het menselijk potentieel en passend beleid voor de informatiemaatschappij in Zuid-Afrika;
b. ondersteuning van de samenwerking op dit gebied tussen landen in de regio zuidelijk Afrika, met name wat satelliettechnologie betreft;
c. het opnemen van de uitdagingen die worden gesteld door globalisering, nieuwe technologieën, institutionele en sectorale herstructurering en de groeiende kloof op het gebied van basisinformatiediensten en geavanceerde diensten.
2.
De samenwerking houdt onder meer in:
a. een dialoog over diverse aspecten van de informatiemaatschappij, waaronder regelgeving en communicatiebeleid;
b. uitwisseling van informatie en eventueel technische bijstand op het gebied van regelgeving, normalisatie, conformiteitsbeoordeling en certificering van informatie- en communicatietechnologieën en het gebruik van frequenties;
c. verspreiding van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën en ontwikkeling van nieuwe faciliteiten, in het bijzonder met betrekking tot de koppeling van netwerken en de interoperabiliteit van toepassingen;
d. stimulering en uitvoering van gezamenlijk onderzoek, technologische ontwikkeling met betrekking tot projecten op het gebied van nieuwe technologieën die verband houden met de informatiemaatschappij;
e. toegang voor Zuid-Afrikaanse organisaties tot projecten en programma's van de Gemeenschap op basis van regelingen voor de diverse betrokken terreinen, alsmede, onder dezelfde voorwaarden, toegang voor organisaties uit de Europese Unie tot door Zuid-Afrika geïnitieerde activiteiten.
Artikel 56. Samenwerking op het gebied van de post
Binnen de begrenzingen van de respectieve bevoegdheden van de partijen omvat de samenwerking op dit gebied onder meer:
a. uitwisseling van informatie en dialoog over postale aangelegenheden betreffende onder meer regionale en internationale activiteiten, regelgevingsaspecten en beleid;
b. technische bijstand op het gebied van regelgeving, exploitatienormen en ontwikkeling van het menselijk potentieel;
c. stimulering en implementatie van gezamenlijke projecten, waaronder onderzoeksprojecten, met betrekking tot de technologische ontwikkeling in deze sector.
1.
Binnen de begrenzingen van de respectieve bevoegdheden van de partijen beoogt de samenwerking op dit gebied onder meer:
a. verbetering van de toegang voor de Zuid-Afrikaanse bevolking tot betaalbare, betrouwbare en duurzame energiebronnen;
b. reorganisatie en modernisering van de energieproductie, -distributie en -consumptie met het oog op optimaal efficiënte dienstverlening, sociale ontwikkeling en milieuvriendelijkheid;
c. steun voor de samenwerking tussen landen in de regio zuidelijk Afrika met het oog op efficiënte en milieuvriendelijke exploitatie van de plaatselijk aanwezige energiebronnen.
2.
Specifiek richt de samenwerking zich op:
a. steun voor de formulering van een passend energiebeleid en het opzetten van energieinfrastructuur in Zuid-Afrika;
b. diversifiëring van de energievoorziening in Zuid-Afrika;
c. verbetering van de technische, economische en financiële prestaties van energiebedrijven, met name in de sectoren elektriciteit en vloeibare brandstoffen;
d. stimulering van capaciteitsopbouw met gebruikmaking van lokale expertise, met name door middel van algemene en technische scholing;
e. ontwikkeling van nieuwe, duurzame vormen van energie, met inbegrip van de ondersteunende infrastructuur, met name ten behoeve van de energievoorziening op het platteland;
f. bevordering van het rationele gebruik van energie, in het bijzonder door het bevorderen van de doelmatigheid van energiesystemen;
g. bevordering van de overdracht en het gebruik van milieuvriendelijke technologieën;
h. stimulering van de regionale samenwerking op energiegebied in zuidelijk Afrika.
1.
Doel van de samenwerking op dit terrein is onder meer:
a. ondersteuning en bevordering van beleidsmaatregelen ter verbetering van gezondheids- en veiligheidsnormen en arbeidsvoorwaarden in de mijnbouw;
b. het toegankelijk maken van informatie over delfstoffen en aardwetenschappen voor investeringen in exploratie en ontginning. De samenwerking moet ook bijdragen tot een voor beide zijden gunstig klimaat voor het aantrekken van investeringen in de sector, ook wat het midden- en kleinbedrijf en voorheen achtergestelde gemeenschappen betreft;
c. steun voor beleid dat garandeert dat bij mijnbouwactiviteiten milieuoverwegingen en de noodzaak van duurzame ontwikkeling in aanmerking worden genomen, rekening houdende met de specifieke omstandigheden in het land en de aard van de mijnbouw;
d. samenwerking bij onderzoek en ontwikkeling op het gebied van mijnbouw- en delfstoffentechnologie.
2.
De samenwerking strekt zich uit tot Zuid-Afrikaanse activiteiten in het kader van de Mining Co-ordination Unit (Eenheid Mijnbouwcoördinatie) van de Southern African Development Community.
1.
Doel van de samenwerking op dit terrein is:
a. verbetering van de toegang voor Zuid-Afrikanen tot betaalbare, veilige en betrouwbare vervoersmethoden en stroomlijning van het goederenverkeer in het land, door middel van steun voor de ontwikkeling van economisch en ecologisch duurzame intermodale infrastructuurnetwerken en vervoerssystemen.
b. ondersteuning van de samenwerking tussen de landen in zuidelijk Afrika om een duurzaam vervoersnetwerk op te zetten dat aan de behoeften van de regio beantwoordt.
2.
Specifiek richt de samenwerking zich op:
a. bevordering van de herstructurering en modernisering van de weg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur;
b. geleidelijke verbetering van de condities van het luchtvervoer en het transitoverkeer over het spoor, over de weg en door de lucht, alsmede verbetering van het beheer van wegen, spoorwegen, havens en luchthavens en het zee- en luchtverkeer;
c. verhoging van de veiligheid van het lucht- en zeeverkeer door verbetering van navigatiehulpmiddelen en het mogelijk maken van de invoering van doeltreffende programma's door scholing.
1.
Binnen de begrenzingen van hun respectieve bevoegdheden werken de partijen samen om de ontwikkeling van een concurrerende toeristische bedrijfstak te bevorderen. In dit verband komen de partijen in het bijzonder overeen:
a. de ontwikkeling van de toeristische bedrijfstak te stimuleren, omdat die gunstig is voor economische groei en het verbeteren van de economische positie van achtergestelde bevolkingsgroepen, voor de werkgelegenheid en de deviezensituatie;
b. te streven naar een strategische alliantie met inachtneming van de belangen van de overheid, van individuen en van de gemeenschap, teneinde de duurzame ontwikkeling van de toeristische bedrijfstak te waarborgen;
c. gezamenlijke activiteiten uit te voeren op terreinen als de ontwikkeling van producten en markten, het menselijk potentieel en institutionele structuren;
d. samen te werken bij opleidingen en capaciteitsopbouw op het gebied van toerisme, teneinde de dienstverlening te verbeteren;
e. samen te werken bij het stimuleren en ontwikkelen van toerisme met een basis in de plaatselijke gemeenschappen, door middel van modelprojecten in plattelandsgebieden;
f. het vergemakkelijken van het vrije verkeer van toeristen.
2.
De partijen komen overeen dat bij de samenwerking op het gebied van het toerisme onder meer de volgende uitgangspunten worden toegepast:
a. respect voor de integriteit en de belangen van plaatselijke gemeenschappen, in het bijzonder in plattelandsgebieden;
b. aandacht voor het belang van het cultureel erfgoed;
c. stimulering van opleiding, overdracht van kennis en bewustmaking in de gemeenschap in de bredere zin;
d. positieve wisselwerking tussen het toerisme en het behoud van het milieu;
e. stimulering van de regionale samenwerking in zuidelijk Afrika.
1.
De samenwerking op dit terrein is gericht op de stimulering van geïntegreerde, harmonieuze en duurzame ontwikkeling van het platteland in Zuid-Afrika. De samenwerking concentreert zich op:
a. modernisering en waar nodig herstructurering van de landbouwsector, onder meer door modernisering van infrastructuur en uitrusting en ontwikkeling van technieken voor verpakking en opslag, alsmede verbetering van particuliere distributie- en afzetketens;
b. stimulering van de ontwikkeling en de versterking van het concurrentievermogen van landbouwers uit voorheen achtergestelde gemeenschappen, en verlening van geschikte ondersteunende diensten op landbouwgebied in deze context;
c. diversificatie en ontwikkeling van productie en externe markten;
d. ontwikkeling van de samenwerking op zoösanitair en fytosanitair gebied en op het gebied van landbouwproductietechnieken;
e. onderzoek naar maatregelen ter harmonisatie van normen en voorschriften op zoösanitair en fytosanitair gebied teneinde het handelsverkeer te vergemakkelijken, met inachtneming van de geldende wetgeving van de partijen en de voorschriften van de WTO.
2.
De samenwerking krijgt onder meer gestalte door de overdracht van kennis, de oprichting van gezamenlijke ondernemingen en het opzetten van programma's voor capaciteitsopbouw.
Artikel 62. Visserij
Doel van de samenwerking op dit gebied is de bevordering van het duurzaam beheer en gebruik van de visbestanden, zulks in het belang van beide partijen op de lange termijn. Dit doel dient te worden bereikt door de uitwisseling van informatie en de totstandkoming en tenuitvoerlegging van overeenkomsten waarin aan de economische, wetenschappelijke, technische, handels- en ontwikkelingsdoelstellingen van beide partijen recht wordt gedaan. Deze overeenkomsten worden gesloten in het kader van een afzonderlijke, tot voordeel van beide partijen strekkende visserijovereenkomst, die de partijen zo spoedig mogelijk trachten te sluiten.
Artikel 63. Diensten
De partijen komen overeen de samenwerking in de dienstensector in het algemeen en in de banksector, het verzekeringswezen en bepaalde andere sectoren van de financiële dienstverlening in het bijzonder te stimuleren, onder meer door:
a. het bevorderen van de handel in diensten;
b. het uitwisselen, waar nuttig, van gegevens over de wet- en regelgeving van de partijen op het gebied van de dienstensector;
c. het verbeteren van de boekhouding, de financiële controle, het toezicht en de regulering van de financiële dienstverlening en het financieel toezicht, bijvoorbeeld door het ondersteunen van opleidingsprogramma's.
Artikel 64. Consumentenbeleid en bescherming van de gezondheid van de consument
De partijen komen overeen samen te werken op het gebied van het consumentenbeleid en de bescherming van de gezondheid van de consument, onder meer met het oog op:
a. het tot stand komen van systemen om elkaar in te lichten over verboden en gevaarlijke producten;
b. het uitwisselen van informatie en ervaringen over de totstandkoming en het functioneren van het toezicht na de verkoop op producten en productveiligheid;
c. het verbeteren van de voorlichting aan de consument, met name over prijzen en kenmerken van producten en diensten;
d. het bevorderen van contacten tussen vertegenwoordigers van consumentenbelangen;
e. het verbeteren van de compatibiliteit van consumentenbeleid en -systemen;
f. het uitwisselen van informatie over consumentenvoorlichting en -educatie;
g. het aanmelden van rechtshandhaving en het samenwerken bij onderzoek naar schadelijke of oneerlijke bedrijfspraktijken;
h. het uitwisselen van informatie over doeltreffende methoden voor de schadeloosstelling van consumenten die slachtoffer zijn geworden van illegale activiteiten.
1.
De ontwikkelingssamenwerking tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika heeft plaats in een context van beleidsdialoog en partnerschap, en is gericht op ondersteuning van de door de nationale autoriteiten uitgevoerde beleidsmaatregelen en hervormingen.
2.
De ontwikkelingssamenwerking draagt in het bijzonder bij tot een harmonische en duurzame economische en sociale ontwikkeling in Zuid-Afrika, tot de integratie van Zuid-Afrika in de wereldeconomie en tot de consolidatie van de grondslagen voor een democratische samenleving en een rechtsstaat waar de mensenrechten, in zowel politiek en sociaal als cultureel opzicht, evenals de fundamentele vrijheden worden geëerbiedigd.
3.
In deze context wordt voorrang gegeven aan steun voor projecten die armoede helpen bestrijden.
1.
De ontwikkelingssamenwerking heeft in hoofdzaak betrekking op de volgende gebieden:
a. steun voor beleidsmaatregelen en instrumenten gericht op een gestadige integratie van de Zuid-Afrikaanse economie in de wereldeconomie en de wereldhandel, uitbreiding van de werkgelegenheid, het opzetten van levensvatbare particuliere ondernemingen, en het tot stand brengen van regionale samenwerking en integratie; in deze context gaat speciale aandacht naar het ondersteunen van aanpassingsmaatregelen welke in de regio en met name in de SACU worden genomen naar aanleiding van de in het kader van deze Overeenkomst beoogde totstandbrenging van een vrijhandelszone;
b. het verbeteren van de levensomstandigheden en het voorzien in elementaire sociale voorzieningen;
c. steun voor de democratisering, de bescherming van de mensenrechten, een degelijk openbaar bestuur, de versterking van de burgermaatschappij en de integratie ervan in het ontwikkelingsproces.
2.
Dialoog en partnerschap tussen overheidsinstanties en niet-gouvernementele ontwikkelingspartners en -actoren worden gestimuleerd.
3.
De programma's worden in hoofdzaak afgestemd op de basisbehoeften van de in het voormalige stelsel benadeelde gemeenschappen en omvatten tevens de gender- en milieuaspecten van de ontwikkeling.
Artikel 67. Begunstigden
De voor financiële en technische bijstand in aanmerking komende samenwerkingspartners zijn nationale, provinciale en lokale overheden en overheidsinstanties, niet-gouvernementele organisaties en organisaties van de lokale gemeenschappen, regionale en internationale organisaties, instellingen en publieke of particuliere bedrijven. Andere instanties kunnen in aanmerking komen, indien zij door beide partijen als geschikt worden aangewezen.
1.
De middelen die in het kader van de in artikel 66 bedoelde samenwerking kunnen worden gebruikt, omvatten met name studies, technische bijstand, opleiding of andere dienstverlening, leveranties en werken, alsmede financiële controles en evaluatie- en controlemissies.
2.
De communautaire financiering, in deviezen of plaatselijke valuta, kan naar gelang van de aard of de behoeften in het kader van de projecten, betrekking hebben op:
a. budgettaire uitgaven van de overheid ter ondersteuning van hervormingen en de tenuitvoerlegging van beleidsmaatregelen in de in het kader van een beleidsdialoog aangewezen prioritaire sectoren;
b. uitgaven voor investeringen (met uitzondering van de aankoop van onroerend goed) en uitrusting;
c. in bepaalde gevallen, met name wanneer een programma ten uitvoer wordt gelegd door een niet-gouvernementele partner, lopende uitgaven.
3.
In principe is voor elke samenwerkingsactie een bijdrage van de in artikel 67 bedoelde partners vereist. Aard en omvang van deze bijdrage worden bepaald in overeenstemming met de mogelijkheden van de betrokken partners en naar gelang van de aard van elke actie.
4.
Er kan worden gestreefd naar samenhang en complementariteit met de maatregelen van andere geldverschaffers, met name de lidstaten van de Europese Unie.
5.
Beide partijen nemen passende maatregelen om algemene bekendheid te geven aan de communautaire aspecten van de in het kader van deze Overeenkomst tot stand komende ontwikkelingssamenwerking.
1.
De meerjarige indicatieve programmering op basis van specifieke doelstellingen gekozen in overeenstemming met de in artikel 66 aangegeven prioriteiten, waarbij voor een referentieperiode de voorwaarden worden vastgesteld met betrekking tot de opzet, de tenuitvoerlegging en de follow-up van de ontwikkelingssamenwerking en de in het kader daarvan gevoerde acties, heeft plaats in intensief overleg tussen de Gemeenschap en de regering van Zuid-Afrika en met de medewerking van de Europese Investeringsbank. De resultaten van de programmeringsgesprekken worden opgenomen in een door beide partijen ondertekend meerjarig indicatief programma.
2.
Aan het meerjarig indicatief programma worden een gedetailleerde omschrijving van procedures en bepalingen betreffende de tenuitvoerlegging van en het toezicht op de ontwikkelingssamenwerking gehecht.
1.
De verantwoordelijkheid voor het selecteren en voorbereiden van ontwikkelingsprojecten berust bij de regering van Zuid-Afrika (nationale ordonnateur als bedoeld in artikel 80) of bij een andere in artikel 67 vermelde begunstigde instantie.
2.
De voor financiering door de Gemeenschap ingediende project- of programmadossiers dienen alle voor de beoordeling ervan nodige gegevens te bevatten. Genoemde dossiers worden officieel bij het hoofd van de delegatie ingediend door de nationale ordonnateur of de andere in aanmerking komende instanties.
3.
De ontwikkelingsprojecten worden door de nationale ordonnateur en/of de andere in aanmerking komende instanties en de Gemeenschap gezamenlijk beoordeeld.
1.
De conclusies van de beoordeling worden door het hoofd van de delegatie samengevat in een in nauwe samenwerking met de nationale ordonnateur en/of de kandidaat-partner opgesteld financieringsvoorstel.
2.
De Commissie geeft het financieringsvoorstel zijn definitieve vorm en doet het toekomen aan het met de besluitvorming belaste orgaan van de Gemeenschap.
1.
Met betrekking tot alle door de Gemeenschap goedgekeurde projecten of programma's wordt:
a. ofwel een financieringsovereenkomst opgesteld tussen de Commissie namens de Gemeenschap enerzijds en de nationale ordonnateur namens de regering van Zuid-Afrika of de begunstigde instantie anderzijds,
b. of een contract opgemaakt met internationale organisaties of rechtspersonen, natuurlijke personen of een andere in artikel 67 omschreven instantie verantwoordelijk voor de uitvoering van het project of programma.
2.
Alle financieringsovereenkomsten of contracten voorzien in controles ter plaatse door de Commissie en de Europese Rekenkamer.
1.
De deelneming aan aanbestedingen en opdrachten staat onder gelijke voorwaarden open voor alle natuurlijke personen en rechtspersonen van de lidstaten van de Europese Unie, Zuid-Afrika en de ACS-Staten. Zij kan in naar behoren gemotiveerde gevallen en om de beste kosten/baten-verhouding tot stand te brengen, worden uitgebreid tot andere ontwikkelingslanden.
2.
Leveringen moeten van oorsprong zijn uit de lidstaten, Zuid-Afrika, of de ACS-Staten. In naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke gevallen kunnen zij van oorsprong zijn uit andere landen.
1.
Contracten voor werken, leveranties en diensten worden uitgewerkt, via onderhandelingen gespecificeerd en afgesloten door de begunstigde in overleg en in samenwerking met de Commissie.
2.
De begunstigde kan de Commissie verzoeken, zelf of via de door haar daartoe aangewezen instantie, namens hem dienstverleningscontracten uit te werken, via onderhandelingen definitieve vorm te geven en af te sluiten.
Artikel 75. Procedures voor aankopen
De procedures voor door de Gemeenschap gefinancierde aankopen of contracten worden in de aan de financieringsovereenkomsten gehechte algemene bepalingen vastgelegd.
Artikel 76. Algemene bepalingen en voorwaarden
Met betrekking tot de gunning en uitvoering van de door de Gemeenschap gefinancierde contracten inzake werken, leveranties en diensten zijn de bepalingen van deze Overeenkomst evenals de respectieve bij besluit van de samenwerkingsraad vastgestelde algemene voorschriften voor contracten inzake werken, leveranties en diensten, en algemene voorwaarden van toepassing.
Artikel 77. Beslechting van geschillen
Geschillen die bij de uitvoering van een door de Gemeenschap gefinancierd contract rijzen tussen Zuid-Afrika en een aannemer, leverancier of dienstverstrekker, worden beslecht via arbitrage overeenkomstig de door de samenwerkingsraad bij besluit vastgestelde procedurele voorschriften inzake bemiddeling en arbitrage met betrekking tot contracten.
1.
De Zuid-Afrikaanse regering verleent met betrekking tot alle door de Gemeenschap gefinancierde contracten volledige vrijstelling van belastingen en douanerechten en/of -heffingen dan wel lasten van gelijke werking.
2.
De bijzonderheden betreffende de in lid 1 bedoelde regeling worden vastgelegd in de vorm van een briefwisseling tussen de Zuid-Afrikaanse regering en de Commissie.
Artikel 79. Hoofdordonnateur
De Commissie wijst een hoofdordonnateur aan, die belast wordt met het beheer van de door de Gemeenschap voor ontwikkelingssamenwerking met Zuid-Afrika ter beschikking gestelde middelen.
1.
De Zuid-Afrikaanse regering wijst een nationale ordonnateur aan, die haar vertegenwoordigt bij alle verrichtingen betreffende door de Commissie gefinancierde projecten waarvoor Zuid-Afrika en de Gemeenschap een financieringsovereenkomst hebben gesloten. Er wordt tevens een betalingsgemachtigde aangewezen.
2.
De plichten en taken van de hoofdordonnateur, van de nationale ordonnateur en van de betalingsgemachtigde worden vastgelegd in een uitwisseling van nota's tussen de Zuid-Afrikaanse regering en de Commissie overeenkomstig de bepalingen van de op preferentiële overeenkomsten toepasselijke financiële regelingen van de Commissie.
1.
De Commissie wordt in Zuid-Afrika vertegenwoordigd door het hoofd van de delegatie, die tezamen met de nationale ordonnateur erop toeziet dat tenuitvoerlegging, controleverrichtingen en follow-up betreffende de financiële en technische samenwerking plaatshebben in overeenstemming met de beginselen van goed financieel beheer en de bepalingen van deze Overeenkomst. Aan het hoofd van de delegatie worden met name bevoegdheden verleend voor het bevorderen van een vlot verloop van de voorbereiding, het onderzoek en de uitvoering van de projecten en programma's.
2.
De regering van Zuid-Afrika verleent het hoofd van de delegatie en de in Zuid-Afrika aangestelde ambtenaren van de Commissie privileges en immuniteiten overeenkomstig het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 1961.
3.
Bij het omschrijven van de taken en plichten van de nationale ordonnateur en van het hoofd van de delegatie streven de partijen naar een zo groot mogelijke lokale betrokkenheid bij het beheer van de projecten en programma's, evenals naar compatibiliteit en samenhang met de in de andere ACS-Staten gebruikelijke handelwijzen.
1.
Controle en evaluatie hebben tot doel de ontwikkelingsactiviteiten (voorbereiding, uitvoering en daaropvolgende activiteiten) op onafhankelijke wijze te evalueren, teneinde de doeltreffendheid van lopende en toekomstige ontwikkelingsactiviteiten te verbeteren. De daarop betrekking hebbende werkzaamheden worden door Zuid-Afrika en de Gemeenschap gezamenlijk verricht.
2.
De controle op en evaluatie van de samenwerking worden gezamenlijk door Zuid-Afrika en de Gemeenschap uitgevoerd. In het kader van jaarlijks overleg kan de voortgang worden beoordeeld, kunnen maatregelen ter aanpassing en verbetering van de tenuitvoerlegging van het meerjarig indicatief programma worden genomen en kunnen toekomstige projecten worden voorbereid.
Artikel 83. Wetenschap en Technologie
De partijen verbinden zich ertoe de wetenschappelijke en technologische samenwerking te versterken. Gedetailleerde regelingen voor de tenuitvoerlegging van deze doelstelling zijn uiteengezet in een afzonderlijke overeenkomst die in november 1997 in werking is getreden.
1.
De partijen werken samen bij het streven naar duurzame ontwikkeling aan de hand van een rationeel gebruik van niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen en het duurzaam gebruik van hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen en bevorderen op deze wijze de milieubescherming, de preventie van milieubeschadiging en de bestrijding van milieuvervuiling. De partijen streven ernaar de kwaliteit van het milieu op een hoger peil te brengen en samen te werken bij de aanpak van mondiale milieuproblemen.
2.
De partijen besteden in het bijzonder aandacht aan de ontwikkeling van de capaciteit op het gebied van milieubeheer. Milieuprioriteiten worden in overleg bepaald. De gevolgen van het Zuid-Afrikaans milieubeleid in het verleden zullen worden onderzocht en daar waar mogelijk zal naar oplossingen worden gezocht.
3.
De samenwerking zal onder meer betrekking hebben op kwesties in verband met stadsontwikkeling en landbenutting al dan niet voor landbouwdoeleinden; woestijnvorming, afvalbeheer, met inbegrip van gevaarlijk afval en kernafval; beheer van gevaarlijke chemische stoffen; instandhouding en duurzaam gebruik van biologische diversiteit; duurzame bosbouw; waterkwaliteitscontrole; bestrijding van verontreiniging door onder meer de industrie; bestrijding van de verontreiniging van kust- en zeewater en het beheer van de rijkdommen van de zee; geïntegreerd beheer van stroomgebieden met inbegrip van het beheer van internationale rivierbekkens; beheer van de watervraag en vraagstukken rond de vermindering van broeikasgasemissies.
1.
De partijen werken samen op cultuurgebied om een grondige kennis en een beter begrip van de culturele diversiteit binnen Zuid-Afrika en de Europese Unie te bevorderen. De partijen elimineren belemmeringen voor de interculturele communicatie en samenwerking en bevorderen het besef voor de onderlinge afhankelijkheid van volkeren met verschillende culturen. Zij moedigen de bevolking van Zuid-Afrika en de Europese Unie aan deel te nemen aan het proces van wederzijdse culturele verrijking.
2.
Culturele contacten worden gericht op instandhouding en verrijking van het cultureel erfgoed en het produceren en verspreiden van cultuurgoederen en -diensten. Nationale, regionale en interregionale communicatiemedia en infrastructuur worden in zo ruim mogelijke mate benut om culturele contacten te stimuleren, waarbij de naleving van auteursrechten en naburige rechten wordt bevorderd.
3.
De partijen werken samen aan culturele evenementen en uitwisselingen tussen instellingen en verenigingen uit Zuid-Afrika en de Europese Unie.
1.
De partijen gaan een dialoog aan over sociale samenwerking. Deze dialoog betreft onder meer vraagstukken met betrekking tot sociale problemen in verband met de samenleving na het apartheidtijdperk, armoedebestrijding, werkloosheid, gelijkheid van vrouwen en mannen, geweld tegen vrouwen, rechten van kinderen, arbeidsbetrekkingen, gezondheidszorg, veiligheid op het werk en bevolking.
2.
De partijen zijn van oordeel dat economische ontwikkeling gepaard moet gaan met sociale vooruitgang. Zij erkennen de noodzaak de sociale basisrechten te waarborgen die specifiek gericht zijn op de vrijheid van vereniging van werknemers, het recht op collectieve onderhandelingen, de afschaffing van dwangarbeid, de afschaffing van discriminatie op het gebied van de werkgelegenheid en beroepsbezigheid en de daadwerkelijke afschaffing van kinderarbeid. De relevante normen van de IAO zijn het uitgangspunt voor de ontwikkeling van deze rechten.
Artikel 87. Voorlichting
De partijen nemen passende maatregelen om een doelmatige wederzijdse uitwisseling van informatie te bevorderen en aan te moedigen. Prioriteit zal onder meer worden verleend aan de verspreiding van informatie over samenwerking tussen Zuid-Afrika en de Gemeenschap. Voorts streven de partijen ernaar het grote publiek basisinformatie te verstrekken over Zuid-Afrika en de EU, en specifieke doelgroepen in Zuid-Afrika en de Europese Unie op hen toegespitste informatie te verschaffen over respectievelijk het EU-beleid en het beleid van Zuid-Afrika.
Artikel 88. Pers en audiovisuele media
De partijen bevorderen samenwerking op het gebied van pers en audiovisuele media om de verdere ontwikkeling van de media te steunen en een onafhankelijke opstelling van en pluralisme in de media aan te moedigen. Gestreefd wordt naar totstandbrenging van samenwerking door onder meer:
a. de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen te bevorderen, met name door middel van opleidings- en uitwisselingsprogramma's voor journalisten en mediadeskundigen;
b. de toegang tot informatiebronnen voor de media te verbreden;
c. de uitwisseling van technische knowhow en informatie;
d. de productie van audiovisuele programma's.
1.
De partijen werken samen om de menselijke hulpbronnen in Zuid-Afrika op alle door de Overeenkomst bestreken gebieden te ontwikkelen. De samenwerking zal er op gericht zijn de institutionele capaciteit van de overheid op de voornaamste gebieden van de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen te versterken en bijzondere aandacht te besteden aan de minst bevoorrechte bevolkingsgroepen.
2.
Om de deskundigheid van hoger personeel in overheidsinstellingen en in de particuliere sector te verbeteren, intensiveren de partijen hun samenwerking op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding en de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven. Bijzondere aandacht zal worden besteed aan het creëren van permanente contacten tussen gespecialiseerde instanties in de Europese Unie en Zuid-Afrika om de bundeling en uitwisseling van ervaring en technische hulpbronnen aan te moedigen.
3.
De partijen bevorderen de uitwisseling van informatie ter stimulering van de samenwerking op het gebied van de erkenning van diploma's door de desbetreffende instanties.
4.
De partijen stimuleren de totstandkoming van banden en samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs, bijvoorbeeld universiteiten.
Artikel 90. Bestrijding van drugs en het witwassen van geld
Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden verbinden de partijen zich ertoe samen te werken bij het bestrijden van drugs en het witwassen van geld door:
a. het Zuid-Afrikaanse beleidsplan voor de drugsbestrijding te steunen en de effectiviteit te versterken van Zuid-Afrikaanse en Zuidelijk-Afrikaanse regionale programma's voor de bestrijding van het illegaal gebruik van drugs en psychotrope stoffen en van de productie, levering en illegale handel in deze stoffen, uitgaande van de relevante internationale VN-verdragen inzake verdovende middelen;
b. te voorkomen dat de financiële systemen van de twee partijen worden gebruikt voor het witwassen van kapitaal dat is verkregen door criminele activiteiten in het algemeen en door drugshandel in het bijzonder op grond van de normen die door internationale instanties zijn vastgesteld, met name door de Financial Action Task Force (FATF), en door
c. de preventie van de verspreiding van precursoren en andere stoffen die worden gebruikt voor de illegale productie van drugs en psychotrope stoffen op grond van de normen die door de desbetreffende internationale autoriteiten zijn vastgesteld, met name door de Chemical Action Task Force (CATF).
1.
De partijen werken samen aan de verbetering van de bescherming van de verwerking van persoonsgegevens, met inachtneming van de internationale normen.
2.
Samenwerking op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens kan technische bijstand omvatten in de vorm van uitwisselingen van gegevens en deskundigen en het opzetten van gezamenlijke programma's en projecten.
3.
De Samenwerkingsraad zal de vorderingen hierbij periodiek onderzoeken.
1.
De partijen werken samen aan de verbetering van de geestelijke en lichamelijke gezondheidszorg van de bevolking door de gezondheidszorg te bevorderen en zich te richten op de preventie van ziekten.
2.
Op het gebied van de nationale gezondheidszorg werken de partijen samen door kennis en ervaring uit te wisselen inzake programma's die onder meer informatie verspreiden, het onderwijs en de opleiding in de gezondheidszorg verbeteren, de ontwikkeling van ziekten volgen en informatiesystemen op het gebied van de gezondheidszorg ontwikkelen, de risico's verminderen van ziekten die gerelateerd zijn aan de leefwijze, HIV/aids en andere overdraagbare ziekten voorkomen en bestrijden.
3.
Samenwerking op het gebied van de veiligheid en gezondheid op het werk omvat onder meer de uitwisseling van informatie over wetgevende en niet-wetgevende maatregelen om ongevallen te voorkomen alsmede beroepsziekten en -risico's voor de gezondheid.
4.
Samenwerking op farmaceutisch gebied kan steun omvatten voor de evaluatie en registratie van geneesmiddelen.
Artikel 93. Doel
Om de doelstellingen van deze Overeenkomst te bereiken, ontvangt Zuid-Afrika financiële en technische bijstand van de Gemeenschap in de vorm van schenkingen en leningen ter ondersteuning van zijn sociaal-economische ontwikkelingsbehoeften.
Artikel 94. Schenkingen
De financiële bijstand in de vorm van schenkingen wordt gedekt door:
a. een in het kader van de Gemeenschapsbegroting in het leven geroepen speciale financiële faciliteit ter ondersteuning van de ontwikkelingssamenwerkingsactiviteiten genoemd in de artikelen 65 en 66;
b. financiële middelen uit andere posten van de begroting van de Gemeenschap voor onder het toepassingsgebied van deze begrotingslijnen vallende ontwikkelings- en internationale samenwerkingsactiviteiten. Voor de indiening en goedkeuring van aanvragen, de uitvoering en de controle en evaluatie geldt de procedure overeenkomstig de algemene voorwaarden voor de desbetreffende begrotingslijn.
Artikel 95. Leningen
Wat de financiële bijstand in de vorm van leningen betreft kan de Europese Investeringsbank, op verzoek van de Raad van de Europese Unie, uitbreiding overwegen van haar financiering van investeringsprojecten in Zuid-Afrika door middel van langlopende leningen, met inachtneming van de ter uitvoering van de desbetreffende bepalingen van het EG-Verdrag vast te stellen maximale bedragen en geldigheidsperioden.
Artikel 96. Regionale samenwerking
De in de voorgaande artikelen bedoelde financiële bijstand van de Gemeenschap kan worden benut voor de financiering van projecten of programma's van nationaal of lokaal belang in Zuid-Afrika en deelneming van Zuid-Afrika aan regionale samenwerkingsactiviteiten die het land tezamen met andere ontwikkelingslanden onderneemt.
1.
De partijen komen overeen een Samenwerkingsraad in te stellen, die de volgende taken zal vervullen:
a. toezien op de goede werking en tenuitvoerlegging van de Overeenkomst en de dialoog tussen de partijen;
b. onderzoeken van de ontwikkeling van de handel en samenwerking tussen de partijen;
c. onderzoek naar passende methoden ter voorkoming van problemen op onder de Overeenkomst vallende terreinen;
d. het uitwisselen van ideeën en het doen van voorstellen over alle kwesties van wederzijds belang betrekking hebbende op handel en samenwerking, inclusief over toekomstige activiteiten en de daarvoor beschikbare middelen.
2.
Via overleg tussen de partijen zal overeenstemming worden bereikt over de samenstelling, de frequentie, de agenda en de plaats van bijeenkomsten van de Samenwerkingsraad.
3.
De Samenwerkingsraad heeft de bevoegdheid om besluiten te nemen over alle onder deze Overeenkomst vallende zaken.
4.
De partijen komen overeen contacten tussen hun respectieve parlementen over de verschillende onder de Overeenkomst vallende samenwerkingsterreinen aan te moedigen en te vergemakkelijken.
5.
De partijen stimuleren tevens contacten tussen andere soortgelijke en relevante instellingen in Zuid-Afrika en de Europese Unie, zoals het Economisch en Sociaal Comité van de Europese Gemeenschap en de Nationale Economische Ontwikkelings- en Arbeidsraad (National Economic Development and Labour Council – NEDLAC) van Zuid-Afrika.
1.
De meestbegunstigingsbehandeling die overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst of in in het kader van deze Overeenkomst getroffen regelingen wordt toegekend, is niet van toepassing op belastingvoordelen die Zuid-Afrika en de lidstaten van de Europese Unie verlenen of in de toekomst kunnen verlenen op basis van overeenkomsten inzake voorkoming van dubbele belastingheffing of andere belastingregelingen, of de interne belastingwetgeving.
2.
Niets in deze Overeenkomst of in in het kader van deze Overeenkomst getroffen regelingen mag worden geïnterpreteerd als een beletsel voor het treffen of doen nakomen van maatregelen ter voorkoming van belastingontduiking overeenkomstig de fiscale bepalingen van overeenkomsten inzake voorkoming van dubbele belastingheffing of andere belastingregelingen, of de interne belastingwetgeving.
3.
Niets in deze Overeenkomst of in in het kader van deze Overeenkomst getroffen regelingen mag worden geïnterpreteerd als een beletsel voor de lidstaten van de Europese Unie of Zuid-Afrika om bij de toepassing van de relevante bepalingen van hun belastingwetgeving onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die in een verschillende situatie verkeren, in het bijzonder ten aanzien van hun woonplaats of de plaats waar hun kapitaal is geïnvesteerd.
Artikel 99. Looptijd
Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten. Elk van beide partijen kan deze Overeenkomst opzeggen door de andere partij hiervan schriftelijk kennis te geven. De Overeenkomst houdt op van toepassing te zijn zes maanden na de datum van die kennisgeving.
Artikel 100. Non-discriminatie
Op de onder deze Overeenkomst vallende terreinen en onverminderd daarin vervatte bijzondere bepalingen:
a. mogen de door Zuid-Afrika jegens de Gemeenschap toegepaste regelingen niet leiden tot discriminatie tussen de lidstaten, hun onderdanen of hun bedrijven,
b. mogen de door de Gemeenschap jegens Zuid-Afrika toegepaste regelingen niet leiden tot discriminatie tussen Zuid-Afrikaanse onderdanen of Zuid-Afrikaanse bedrijven.
Artikel 101. Territoriale toepassing
Deze Overeenkomst is van toepassing op het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden, enerzijds, en, wat Zuid-Afrika betreft, op de grondgebieden zoals deze in de Zuid-Afrikaanse grondwet worden omschreven, anderzijds.
Artikel 102. Toekomstige ontwikkelingen
De partijen kunnen de Overeenkomst met wederzijdse instemming en binnen hun respectieve bevoegdheidsterreinen uitbreiden om het niveau van samenwerking te verhogen en hieraan elementen toevoegen door middel van overeenkomsten inzake specifieke sectoren of activiteiten.
Elk van beide partijen mag binnen het kader van deze Overeenkomst voorstellen doen voor uitbreiding van het toepassingsgebied van de samenwerking met inachtneming van de bij de toepassing van de Overeenkomst opgedane ervaring.
Artikel 103. Herziening
De partijen zullen deze Overeenkomst binnen vijf jaar na haar vankrachtwording opnieuw bezien in verband met de mogelijke implicaties van andere regelingen die op deze Overeenkomst van invloed kunnen zijn. Met wederzijdse instemming kan worden besloten tot verdere herzieningen.
1.
Elke partij kan ieder geschil betreffende de toepassing of interpretatie van deze Overeenkomst aan de Samenwerkingsraad voorleggen.
2.
De Samenwerkingsraad kan elk geschil via een besluit beslechten.
3.
Elke partij is gebonden de maatregelen verbonden aan de uitvoering van het in lid 2 genoemde besluit te treffen.
4.
Indien het niet mogelijk is het geschil overeenkomstig lid 2 te beslechten, kan een van beide partijen de andere partij in kennis stellen van het aanstellen van een arbiter; de andere partij moet dan binnen twee maanden na de aanstelling van de eerste arbiter een tweede arbiter aanstellen.
5.
De Samenwerkingsraad stelt binnen zes maanden na de aanstelling van de tweede arbiter een derde arbiter aan.
6.
De besluiten van de arbiters worden binnen twaalf maanden met meerderheid van stemmen genomen.
7.
Elke partij bij het geschil moet de vereiste maatregelen nemen om het besluit van de arbiters ten uitvoer te leggen.
8.
De Samenwerkingsraad stelt de arbitrageprocedure vast.
9.
Bij geschillen in het kader van de Titels II en III van deze Overeenkomst zijn de volgende procedures van toepassing:
a. De aanstelling van een tweede arbiter moet binnen dertig dagen geschieden.
b. De Samenwerkingsraad stelt binnen zestig dagen na de aanstelling van de tweede arbiter een derde arbiter aan.
c. De algemene regel is dat de arbiters hun bevindingen en besluiten uiterlijk zes maanden na de datum van de samenstelling van het arbitragepanel aan de partijen en de Samenwerkingsraad voorleggen. In urgente gevallen, onder meer in gevallen waarbij aan bederf onderhevige goederen betrokken zijn, streven de arbiters ernaar hun verslag binnen drie maanden aan de partijen voor te leggen.
d. De betrokken partij stelt de andere partij en de Samenwerkingsraad binnen zestig dagen op de hoogte van haar voornemens ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de bevindingen en besluiten van, al naargelang het geval, de Samenwerkingsraad of de arbiters.
e. Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is onmiddellijk aan de bevindingen en besluiten van de Samenwerkingsraad of de arbiters te voldoen, wordt daartoe aan de betrokken partij een redelijke termijn verleend. Deze redelijke termijn mag niet langer zijn dan vijftien maanden vanaf het tijdstip van de voorlegging van de bevindingen en besluiten aan de partijen. Bedoelde termijn kan evenwel met wederzijdse instemming van de partijen, afhankelijk van de bijzondere omstandigheden, worden verkort of verlengd.
10.
Onverminderd hun recht een beroep te doen op de geschillenbeslechtingsprocedures van de WTO streven de Europese Gemeenschap en Zuid-Afrika ernaar geschillen met betrekking tot specifieke verplichtingen voortvloeiende uit de Titels II en III van deze Overeenkomst te beslechten door een beroep te doen op de specifieke geschillenbeslechtingsbepalingen van deze Overeenkomst. In het kader van krachtens deze Overeenkomst vastgestelde arbitrageprocedures zullen geen kwesties betreffende de WTO-rechten en -plichten van elke partij aan de orde worden gesteld, tenzij de partijen overeenkomen dergelijke kwesties aan arbitrage te onderwerpen.
Artikel 105. Clausule betreffende bilaterale overeenkomsten
Behalve wanneer zij soortgelijke of grotere rechten voor de betrokken partijen in het leven roept, doet deze Overeenkomst geen afbreuk aan de rechten vervat in bestaande overeenkomsten die een of meerdere lidstaten enerzijds en Zuid-Afrika anderzijds binden.
1.
Een partij die deze Overeenkomst wenst te amenderen, kan haar voorstel voor amendering tezamen met haar motivering ter overweging en goedkeuring voorleggen aan de Samenwerkingsraad.
2.
Indien de andere partij meent dat de voorgestelde amendering afbreuk doet aan haar rechten uit hoofde van de Overeenkomst, kan zij een voorstel voor compenserende aanpassingen van de Overeenkomst ter overweging en goedkeuring voorleggen aan de Samenwerkingsraad.
Artikel 107. Bijlagen
De protocollen en bijlagen vormen een integrerend deel van de Overeenkomst.
Artikel 108. Talen en aantal originelen
Deze overeenkomst is in twee exemplaren opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal en in de officiële talen van Zuid-Afrika andere dan het Engels, namelijk het Sepedi, het Sesotho, het Setswana, het siSwati, het Tshivenda, het Xitsonga, het Afrikaans, het isiNdebele, het isiXhosa en het isiZulu, waarbij al deze teksten gelijkelijk authentiek zijn.
Artikel 109. Inwerkingtreding
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de overeenkomstsluitende partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de noodzakelijke procedures.
GEDAAN te Pretoria de elfde oktober negentienhonderd negenennegentig.