Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Overeenkomst inzake de terbeschikkingstelling en exploitatie van installaties en diensten voor het luchtverkeer door EUROCONTROL in het luchtverkeersleidingscentrum Maastricht, Brussel, 25-11-1986
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Overeenkomst inzake de terbeschikkingstelling en exploitatie van installaties en diensten voor het luchtverkeer door EUROCONTROL in het Luchtverkeersleidingscentrum Maastricht
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Overeenkomst inzake de terbeschikkingstelling en exploitatie van installaties en diensten voor het luchtverkeer door EUROCONTROL in het luchtverkeersleidingscentrum Maastricht, Brussel, 25-11-1986

Overeenkomst inzake de terbeschikkingstelling en exploitatie van installaties en diensten voor het luchtverkeer door EUROCONTROL in het luchtverkeersleidingscentrum Maastricht
(authentiek: nl)
De Bondsrepubliek Duitsland,
het Koninkrijk België,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
hierna genoemd „de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen”, enerzijds,
en de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (EUROCONTROL),
hierna genoemd „de Organisatie”, anderzijds,
Overwegende dat de Permanente Commissie voor de veiligheid van de luchtvaart van de Organisatie (hierna genoemd „de Commissie”) op voorstel van de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen overeenkomstig Bijlage 3 van het op 12 februari 1981 te Brussel ondertekende Protocol tot wijziging van het Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart „EUROCONTROL” van 13 december 1960, (hierna genoemd „het Protocol”) een regeling inzake de toekomst van het Luchtverkeersleidingscentrum Maastricht, (hierna genoemd „het Centrum Maastricht”) heeft aanvaard, en tot toepassing ervan zal besluiten,
Overwegende dat het Centrum Maastricht gehandhaafd zal worden als EUROCONTROL-instelling ten einde voor de Organisatie de essentiële schakel te vormen tussen de verplichte taken die voorzien zijn in artikel 2, lid 1, van het in 1981 te Brussel gewijzigde Verdrag EUROCONTROL (hierna genoemd „het gewijzigd Verdrag”) en de feitelijke verlening van luchtverkeersdiensten, waardoor de Organisatie haar technische en operationele vaardigheid op het stuk van de luchtverkeersdiensten kan behouden en ontwikkelen,
Overwegende dat deze regeling beantwoordt aan de wens van de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen, de Organisatie namens de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen en overeenkomstig de bepalingen van het gewijzigd Verdrag, inzonderheid de artikelen 2.2(b) en 12, te belasten met de terbeschikkingstelling en exploitatie van de installaties en diensten voor het luchtverkeer,
Zijn overeengekomen als volgt:
1.
De Nationale Overeenkomstsluitende Partijen belasten de Organisatie overeenkomstig artikel 2, lid 2(b), van het gewijzigd Verdrag met de terbeschikkingstelling en exploitatie van installaties en diensten voor het en-route luchtverkeer binnen de in deze Overeenkomst gestelde grenzen en op de daarin aangegeven wijze. Hiertoe maakt de Organisatie gebruik van de installaties van het Centrum Maastricht en levert zij het personeel dat voor de exploitatie en het onderhoud van het Centrum noodzakelijk is.
2.
Elk der Nationale Overeenkomstsluitende Partijen behoudt, wat betreft het luchtruim boven haar grondgebied en de op basis van het Luchtvaartplan voor het gebied Europa van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (hierna genoemd „ICAO”) toegewezen gedeelten van het luchtruim boven open zee, haar bevoegdheden en verplichtingen met betrekking tot wetgeving op het stuk van de luchtvaart, reglementering, organisatie van het luchtruim en betrekkingen met internationale organisaties zoals de ICAO, gebruikers van het luchtruim en andere derden.
1.
De Organisatie stelt de installaties ter beschikking en exploiteert de diensten voor het in artikel 3, lid 3 van het gewijzigd Verdrag gedefinieerde en-route luchtverkeer voor het luchtruim waarvan de grenzen in Bijlage I bij deze Overeenkomst omschreven zijn.
2.
Ten einde de Organisatie in staat te stellen, haar bevoegdheden zoals genoemd in artikel 1, lid 1, en 2, lid 2, van deze Overeenkomst uit te oefenen, stellen de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen hun installaties, apparatuur en lucht/grond- alsmede grond/grondverbindingsmiddelen, zoals opgesomd in Bijlage II bij deze Overeenkomst, kosteloos en voor medegebruik ter beschikking van de Organisatie.
3.
De Nationale Overeenkomstsluitende Partijen nemen binnen de grenzen van hun bevoegdheid alle maatregelen die nodig zijn om de Organisatie in staat te stellen haar verantwoordelijkheden in het kader van deze Overeenkomst te dragen, in het bijzonder wat betreft de toewijzing van radiofrequenties.
Artikel 3
De Organisatie bepaalt de omschrijving van de operationele en technische maatregelen die nodig zijn voor de exploitatie van de luchtverkeersdiensten conform de bepalingen van Bijlage I bij deze Overeenkomst ten einde de veiligheid, doeltreffendheid en een snel verloop van het luchtverkeer met gebruikmaking van de meest rendabele middelen te verzekeren. Hiertoe zal de Organisatie:
(a) door middel van haar Agentschap, in overeenstemming met het bepaalde in Bijlage 1 bij het gewijzigd Verdrag (Statuten van het Agentschap), de nodige middelen voor de uitvoering van haar taak verschaffen;
(b) in overeenstemming met de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen zorg dragen voor een zo groot mogelijke compatibiliteit tussen de diensten die enerzijds door het Centrum Maastricht en anderzijds door de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen in het onder hun gezag vallend luchtruim verleend worden;
(c) met de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen de wijze overeenkomen waarop de in artikel 2, lid 2, van deze Overeenkomst bedoelde installaties geëxploiteerd zullen worden.
1.
Het Bestuurscomité van het Agentschap stelt op voorstel van de Directeur-Generaal van het Agentschap de in bovenstaand artikel 3 bedoelde operationele en technische maatregelen vast, evenals de overeenkomstige begrotingsmiddelen conform het gestelde in artikel 5 van deze Overeenkomst.
2.
De Directeur-Generaal verzorgt het dagelijks beheer in verband met de exploitatie van de luchtverkeersdiensten, met inbegrip van het personeel en het materieel. Hiertoe zal hij:
(a) zich houden aan de interne voorschriften en personeelsstatuten van de Organisatie, alsook aan elk door het Bestuurscomité en de Commissie overeenkomstig artikel 3 en 5 van deze Overeenkomst genomen besluit;
(b) in het operationele en technische vlak zorgen voor een nauwe raadpleging van en coördinatie met de instellingen van de luchtverkeersdiensten van de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 5
Met uitzondering van het bepaalde in artikel 7, lid 1, 2de t/m 4de zin, zijn de bepalingen van het gewijzigd Verdrag en die in Bijlage I daarvan inzake de procedure voor het nemen van maatregelen op het stuk van in artikel 2, lid 1, van genoemd Verdrag opgesomde taken naar analogie van toepassing op de in artikel 3 en 4 van deze Overeenkomst genoemde handelingen met name van operationele, technische of budgettaire aard. De bij eenvoudige of gewogen meerderheid te stellen handelingen vereisen twee derde van de uitgebrachte stemmen, inclusief de eenparige voor het voorstel uitgebrachte stem van de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 6
Voor de toepassing van deze Overeenkomst verplichten de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen zich tot het vaststellen van gemeenschappelijke werkprocedures ten einde de besluitvorming door de Organisatie te vergemakkelijken en tot de in artikel 3 en 4 van deze Overeenkomst als doel gestelde compatibiliteit, raadpleging en coördinatie te komen.
1.
De investeringen in verband met de installaties van het Centrum Maastricht die vereist zijn voor de uitvoering van de krachtens deze Overeenkomst aan de Organisatie opgedragen taken, worden verricht door de Organisatie.
2.
Deze investeringen worden gefinancierd door een Bijzondere bijlage bij de begroting van het Agentschap. De regels voor de financiering en de begrotingsmiddelen zijn opgenomen in deel I van het als Bijlage III bij deze Overeenkomst gevoegde Financieel Protocol.
1.
De door de Organisatie gemaakte bedrijfskosten ten aanzien van het Centrum Maastricht worden vastgesteld overeenkomstig deel II van het in Bijlage III bij deze Overeenkomst vervatte Financieel Protocol en opgenomen in een Bijzondere bijlage bij de begroting van de Organisatie. Deze bijlage wordt gefinancierd door de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen volgens een onderling overeen te komen verdeelsleutel.
2.
Alle overige kosten die door de Organisatie worden gemaakt in verband met de exploitatie van het Centrum Maastricht en die niet zijn opgenomen in de Bijzondere begrotingsbijlage, komen ten laste van de Organisatie.
Artikel 9
Op het in het Centrum Maastricht tewerkgesteld EUROCONTROL-personeel zijn de bepalingen inzake het personeel van de Organisatie van toepassing.
Artikel 10
Deze Overeenkomst laat de op 3 november 1977 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en EUROCONTROL voor de duur van het Verdrag van 1960 gesloten Overeenkomst inzake de onderbrenging van eenheden van de Duitse luchtmacht in het Centrum Maastricht en de terbeschikkingstelling van installaties, uitrustingen en technische diensten, onverlet.
1.
Elke Nationale Overeenkomstsluitende Partij is aansprakelijk voor ongeacht welke schade ontstaan uit, dan wel in verband met de overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 2 en 3, van deze Overeenkomst ter beschikking van de Organisatie gestelde diensten voor zover deze schade aan haar te wijten is.
2.
Behoudens het bepaalde in bovenstaand lid 1 vrijwaart de Organisatie de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen voor wat betreft vorderingen die voortvloeien uit schade ontstaan als gevolg of naar aanleiding van overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, lid 1, en artikel 2, lid 1, van deze Overeenkomst verleende diensten.
3.
De Organisatie kan uit hoofde van artikel 25, lid 2, van het gewijzigd Verdrag aansprakelijk worden gesteld. Zij heeft evenwel in de in bovenstaand lid 1 bedoelde gevallen recht van verhaal op de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen om door hen voor ongeacht welke aansprakelijkheid van dien aard schadeloos gesteld te worden.
4.
De Organisatie kan in eigen naam een verzekering sluiten om zich te dekken tegen alle of een deel van de door haar in het kader van deze Overeenkomst gelopen risico's, met inbegrip van schade door inkomstenderving, en bijzondere risico's die ontstaan in verband met:
(a) aansprakelijkheid tegenover derden (luchtvaartmaatschappijen, gebruikers, reizigers enz.),
(b) aansprakelijkheid tegenover Staten,
(c) beschadiging of verlies van haar installaties.
Artikel 12
De in de bijlagen vervatte bepalingen vormen een integrerend deel van deze Overeenkomst. Zij kunnen evenwel bij een eenparig besluit van de Commissie gewijzigd worden. Elke Nationale Overeenkomstsluitende Partij kan verzoeken dat de inwerkingtreding van een dergelijk besluit afhankelijk wordt gesteld van een schriftelijke bevestiging harerzijds. Het bepaalde in deel II van Bijlage III bij deze Overeenkomst, inzake de budgettaire toerekening van de pensioenen, kan echter niet door de Commissie worden gewijzigd.
Artikel 13
Op geschillen ten aanzien van de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst of haar Bijlagen zijn de bepalingen van artikel 31 van het gewijzigd Verdrag mutatis mutandis van toepassing.
1.
Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd.
2.
De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Regering van het Koninkrijk België.
3.
Deze Overeenkomst treedt in werking wanneer, na de nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door de Nationale Overeenkomstsluitende Partij die het laatst hiertoe is overgegaan, de Commissie het in Bijlage 3 bij het Protocol bedoelde overgangstijdvak beëindigt door te besluiten tot toepassing van de inzake de toekomst van het Centrum Maastricht overeengekomen regeling zoals vervat in deze Overeenkomst.
4.
De Organisatie wordt partij bij deze Overeenkomst door haar te ondertekenen.
5.
De Regering van het Koninkrijk België stelt de Regeringen van de overige Lid-Staten van de Organisatie en de Organisatie zelf in kennis van elke nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen en van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
6.
De Regering van het Koninkrijk België doet deze Overeenkomst bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties registreren overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties en bij de Raad van de ICAO overeenkomstig artikel 83 van het op 7 december 1944 te Chicago ondertekende Verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart.
1.
Deze Overeenkomst blijft van kracht tot de Organisatie haar werkzaamheden voor het Centrum Maastricht beëindigt op grond van opzegging overeenkomstig lid 3 van dit artikel of in de loop van haar liquidatie overeenkomstig lid 2 van dit artikel.
2.
Indien het gewijzigd Verdrag wordt beëindigd overeenkomstig zijn artikel 35, lid 2, is de Organisatie ingevolge artikel 35, lid 3, van het gewijzigd Verdrag gehouden, de exploitatie van het Centrum Maastricht conform het in deze Overeenkomst bepaalde voort te zetten tot de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen uiterlijk binnen een termijn van vier jaar een vervangingsregeling hebben getroffen.
3.
Onverminderd de toepassing van bovenstaand lid 2 kan één der Nationale Overeenkomstsluitende Partijen of de Organisatie echter na verloop van vier jaar na haar inwerkingtreding op elk tijdstip het voornemen te kennen geven deze Overeenkomst te beëindigen. Van dit voornemen wordt kennis gegeven aan de Regering van het Koninkrijk België die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan kennis geeft. De beëindiging van deze Overeenkomst wordt effectief na verloop van een termijn van zes jaar ingaande op de datum van ontvangst van de kennisgeving door het Koninkrijk België.
4.
De Partij die ingevolge bovenstaand lid 3 verzocht heeft deze Overeenkomst te beëindigen, neemt de uit deze beëindiging voortvloeiende kosten voor haar rekening.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende Gevolmachtigden, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
GEDAAN te Brussel, op 25 november 1986, in de Duitse, Engelse, Franse, Nederlandse en Portugese taal, in een enkel exemplaar dat blijft berusten in het archief van de Regering van het Koninkrijk België, die een gewaarmerkt afschrift hiervan doet toekomen aan de Regeringen van de overige Lid-Staten van de Organisatie en aan de Organisatie zelf. In geval van afwijking tussen de teksten is de Franse tekst doorslaggevend.