Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Overeenkomst inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Venezuela, Caracas, 22-10-1991
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Overeenkomst inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Venezuela
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 november 2008. U leest nu de tekst die gold op 31 oktober 2008.

Overeenkomst inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Venezuela, Caracas, 22-10-1991

Overeenkomst inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Venezuela
(authentiek: nl)
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van de Republiek Venezuela
hierna aangeduid als de Overeenkomstsluitende Partijen,
geleid door de wens de van oudsher tussen hun landen bestaande vriendschapsbanden te versterken, de economische betrekkingen tussen hen uit te breiden en te intensiveren, met name wat investeringen door onderdanen van de ene Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij betreft,
in het besef dat overeenstemming omtrent de aan zulke investeringen toe te kennen behandeling, het kapitaalverkeer en de uitwisseling van technologie tussen, alsmede de economische ontwikkeling van de Overeenkomstsluitende Partijen zal stimuleren en dat een eerlijke en rechtvaardige behandeling van investeringen wenselijk is,
zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1
Voor de toepassing van deze Overeenkomst
a. omvat de term „investeringen”: alle soorten vermogensbestanddelen en in het bijzonder, doch niet uitsluitend:
i. roerende en onroerende goederen, alsmede alle andere zakelijke rechten met betrekking tot alle soorten vermogensbestanddelen;
ii. rechten ontleend aan aandelen, obligaties en andere soorten belangen in ondernemingen en gezamenlijke ondernemingen;
iii. recht op geld, andere vermogensbestanddelen of op iedere prestatie die economische waarde heeft;
iv. rechten op het gebied van de intellectuele eigendom, technische werkwijzen, goodwill en technische kennis; en
v. rechten verleend krachtens het publiekrecht, met inbegrip van rechten tot het opsporen, exploreren, ontginnen en winnen van natuurlijke rijkdommen.
b. omvat de term „onderdanen”, met betrekking tot beide Overeenkomstsluitende Partijen:
i. natuurlijke personen die de nationaliteit van die Overeenkomstsluitende Partij bezitten;
ii. rechtspersonen die zijn opgericht in overeenstemming met het recht van die Overeenkomstsluitende Partij;
iii. rechtspersonen die niet zijn opgericht in overeenstemming met het recht van die Overeenkomstsluitende Partij, maar die al dan niet rechtstreeks onder toezicht staan van natuurlijke personen zoals omschreven in (i) of van rechtspersonen zoals omschreven in (ii) hierboven.
c. omvat de term „grondgebied”: de zeegebieden grenzend aan de kust van de betrokken Staat, voor zover die Staat overeenkomstig het internationale recht soevereine rechten of rechtsmacht in deze gebieden uitoefent.
Artikel 2
Elke Overeenkomstsluitende Partij bevordert, binnen het kader van haar wetten en voorschriften, de economische samenwerking door middel van de bescherming op haar grondgebied van investeringen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Met inachtneming van het recht van elke Overeenkomstsluitende Partij de door haar wetten of voorschriften verleende bevoegdheden uit te oefenen, laat elke Overeenkomstsluitende Partij dergelijke investeringen toe.
1.
Elke Overeenkomstsluitende Partij waarborgt een eerlijke en rechtvaardige behandeling van de investeringen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij en belemmert niet, door willekeurige of discriminatoire maatregelen, de werking, het beheer, de instandhouding, het gebruik, het genot of de vervreemding daarvan door deze onderdanen.
2.
In het bijzonder kent elke Overeenkomstsluitende Partij dergelijke investeringen een volledige fysieke zekerheid en bescherming toe, die in elk geval niet minder is dan die welke wordt toegekend aan investeringen van haar eigen onderdanen of aan investeringen van onderdanen van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken onderdaan.
3.
Indien een Overeenkomstsluitende Partij onderdanen van een derde Staat bijzondere voordelen heeft toegekend uit hoofde van overeenkomsten tot oprichting van douane-unies, economische unies of soortgelijke instellingen, dan wel op grond van interimovereenkomsten die tot zodanige unies of instellingen leiden, is die Overeenkomstsluitende Partij niet verplicht zodanige voordelen toe te kennen aan onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
4.
Elke Overeenkomstsluitende Partij komt alle verplichtingen na die zij is aangegaan met betrekking tot de behandeling van investeringen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
5.
Indien naast deze Overeenkomst de wettelijke bepalingen van één van beide Overeenkomstsluitende Partijen of verplichtingen krachtens internationaal recht, die thans bestaan of op een later tijdstip door de Overeenkomstsluitende Partijen worden aangegaan, een algemene of bijzondere regeling bevatten op grond waarvan investeringen door onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij aanspraak kunnen maken op een behandeling die gunstiger is dan in deze Overeenkomst is voorzien, heeft een dergelijke regeling, in zoverre zij gunstiger is, voorrang boven deze Overeenkomst.
Artikel 4
Met betrekking tot belastingen, heffingen, lasten en verminderingen en vrijstellingen van belasting kent elke Overeenkomstsluitende Partij onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij ten aanzien van investeringen op haar grondgebied een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die, welke wordt toegekend aan haar eigen onderdanen of aan die van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken onderdanen. Hierbij wordt evenwel geen rekening gehouden met bijzondere belastingvoordelen door die Partij toegekend:
a. krachtens een overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting; of
b. uit hoofde van haar deelneming aan een douane-unie, economische unie of soortgelijke instelling; of
c. op basis van wederkerigheid met een derde Staat.
Artikel 5
De Overeenkomstsluitende Partijen waarborgen dat betalingen die verband houden met een investering kunnen worden overgemaakt. De overmakingen geschieden in vrij inwisselbare valuta, zonder onredelijke beperking of vertraging. Deze overmakingen omvatten in het bijzonder, doch niet uitsluitend:
a. winsten, interesten, dividenden en andere lopende inkomsten;
b. gelden nodig
i. voor het verwerven van grondstoffen of hulpmaterialen, halffabrikaten of eindprodukten, of
ii. om kapitaalgoederen te vervangen teneinde de continuïteit van een investering te waarborgen;
c. bijkomende gelden, noodzakelijk voor de ontwikkeling van een investering;
d. gelden voor terugbetaling van leningen;
f. inkomsten uit arbeid van natuurlijke personen;
g. de opbrengst van de verkoop of liquidatie van de investering.
1.
Geen der Overeenkomstsluitende Partijen neemt maatregelen ter nationalisatie of onteigening van investeringen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, of neemt ten aanzien van zulke investeringen maatregelen waarvan de uitwerking gelijk is aan onteigening of nationalisatie, tenzij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. de maatregelen worden genomen in het openbaar belang en met inachtneming van een behoorlijke rechtsgang;
b. de maatregelen zijn niet discriminatoir of in strijd met enige verbintenis aangegaan door de Overeenkomstsluitende Partij die deze maatregelen neemt;
c. de maatregelen worden genomen tegen een billijke schadeloosstelling. Deze schadeloosstelling dient overeen te komen met de marktwaarde die de desbetreffende investeringen hadden onmiddellijk voordat de maatregelen werden genomen of de voorgenomen maatregelen algemeen bekend werden, naar gelang welke van deze omstandigheden zich het eerste voordoet; zij dient rente tegen een gebruikelijke marktkoers te omvatten tot de dag van betaling en dient, wil zij doeltreffend zijn voor de gerechtigden, zonder onredelijke vertraging te worden betaald en te kunnen worden overgemaakt naar het land dat door de betrokken gerechtigden is aangewezen en in de valuta van het land waarvan de gerechtigden onderdaan zijn, dan wel in een vrij inwisselbare valuta die door de gerechtigden wordt aanvaard.
Artikel 7
Aan onderdanen van de ene Overeenkomstsluitende Partij die verliezen lijden met betrekking tot hun investeringen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij wegens oorlog of een ander gewapend conflict, revolutie, een nationale noodtoestand, opstand, oproer of ongeregeldheden, wordt door de laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij wat restitutie, schadevergoeding, schadeloosstelling of een andere regeling betreft, geen minder gunstige behandeling toegekend dan die welke die Overeenkomstsluitende Partij toekent aan haar eigen onderdanen of aan onderdanen van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken onderdanen.
Artikel 8
Indien de investeringen van een onderdaan van de ene Overeenkomstsluitende Partij krachtens een bij wet ingesteld stelsel verzekerd zijn tegen niet-commerciële risico's, wordt de subrogatie van de verzekeraar of de herverzekeraar in de rechten van de genoemde onderdaan, ingevolge de voorwaarden van deze verzekering, door de andere Overeenkomstsluitende Partij erkend.
1.
Geschillen tussen de ene Overeenkomstsluitende Partij en een onderdaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij betreffende een verplichting die de eerstgenoemde krachtens deze Overeenkomst heeft met betrekking tot een investering van laatstgenoemde, worden op verzoek van de betrokken onderdaan voorgelegd aan het Internationale Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen voor arbitrage of bemiddeling in overeenstemming met het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten, dat op 18 maart 1965 te Washington D.C. ter ondertekening werd opengesteld.
2.
Zolang de Republiek Venezuela geen partij is bij het in het eerste lid van dit artikel genoemde Verdrag, worden geschillen zoals bedoeld in dat lid voorgelegd aan het Internationale Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen in overeenstemming met de regels betreffende de Aanvullende Voorziening voor de verlening van administratieve diensten bij procedures door het Secretariaat van het Centrum.
3.
De scheidsrechterlijke uitspraak dient zich te beperken tot de vaststelling of de betrokken Overeenkomstsluitende Partij heeft verzuimd haar verplichtingen krachtens deze Overeenkomst na te komen, of de betrokken onderdaan door dat verzuim schade heeft geleden en, indien dat het geval is, het bedrag van de schadeloosstelling.
4.
Elke Overeenkomstsluitende Partij stemt hierbij onvoorwaardelijk in met de onderwerping van geschillen zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel aan internationale arbitrage in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel.
5.
De scheidsrechterlijke uitspraak dient te berusten op:
- de wetgeving van de betrokken Overenkomstsluitende Partij;
- de bepalingen van deze Overeenkomst en andere desbetreffende Overeenkomsten tussen de Overeenkomstsluitende Partijen;
- de bepalingen van bijzondere overeenkomsten betreffende de investering;
- de algemene beginselen van het internationale recht; en
- de rechtsregels die kunnen worden overeengekomen door de partijen bij het geschil.
Artikel 10
De bepalingen van deze Overeenkomst zijn vanaf de datum van inwerkingtreding daarvan tevens van toepassing op bestaande investeringen die voor die datum zijn gedaan, maar zijn niet van toepassing op geschillen betreffende een investering die ontstonden, of een vordering betreffende een investering die werd geregeld voor de inwerkingtreding ervan.
Artikel 11
Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan aan de andere Partij voorstellen dat overleg wordt gepleegd omtrent de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst. De andere Partij neemt dit overleg in welwillende overweging en biedt daartoe passende gelegenheid.
1.
Enig geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst dat niet binnen een redelijke termijn langs diplomatieke weg kan worden beslecht, wordt, tenzij de Partijen anderszins zijn overeengekomen, op verzoek van één van beide Partijen voorgelegd aan een uit drie leden samengesteld scheidsgerecht. Elke Partij benoemt één scheidsman en de aldus benoemde scheidsmannen benoemen te zamen een derde scheidsman, die geen onderdaan van een der Overeenkomstsluitende Partijen is, tot hun voorzitter.
2.
Indien één van beide Partijen nalaat haar scheidsman te benoemen en indien zij geen gevolg heeft gegeven aan het verzoek van de andere Partij binnen twee maanden tot deze benoeming over te gaan, kan de laatstgenoemde Partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.
3.
Indien de beide scheidsmannen niet binnen twee maanden na hun benoeming tot overeenstemming kunnen geraken over de keuze van de derde scheidsman, kan elk der Partijen de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.
4.
Indien in de in het tweede en derde lid van dit artikel bedoelde gevallen de President van het Internationale Gerechtshof verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, of onderdaan is van één van beide Overeenkomstsluitende Partijen, wordt de Vice-President verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Vice-President verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, of onderdaan is van één van beide Partijen, wordt het lid van het Gerechtshof dat het hoogst in anciënniteit is, beschikbaar is en geen onderdaan is van één der Partijen, verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.
5.
Het scheidsgerecht doet uitspraak op basis van eerbiediging van het recht. Alvorens uitspraak te doen, kan het scheidsgerecht in elke stand van het geding een minnelijke schikking van het geschil aan de Partijen voorstellen. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van het scheidsgerecht in het geschil een uitspraak ex aequo et bono te doen, indien de Partijen daarmee instemmen.
6.
Tenzij de Partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedureregels vast.
7.
Het scheidsgerecht doet zijn uitspraak bij meerderheid van stemmen. Een zodanige uitspraak is onherroepelijk en bindend voor de Partijen.
Artikel 13
Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden is deze Overeenkomst van toepassing op het deel van het Rijk in Europa, de Nederlandse Antillen en Aruba.
1.
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand, volgend op de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun onderscheiden landen hiertoe constitutioneel vereiste procedures is voldaan, en zij blijft van kracht gedurende een tijdvak van vijfien jaar.
2.
Tenzij door één van beide Overeenkomstsluitende Partijen tenminste zes maanden voor de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur mededeling van beëindiging is gedaan, wordt deze Overeenkomst telkens stilzwijgend verlengd voor een tijdvak van tien jaar, waarbij elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voorbehoudt de Overeenkomst te beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste zes maanden voor de datum van het verstrijken van de lopende termijn van geldigheid.
3.
Ten aanzien van investeringen die zijn gedaan voor de datum van beëindiging van deze Overeenkomst, blijven de voorgaande artikelen van kracht gedurende een tijdvak van vijftien jaar vanaf die datum.
4.
Met inachtneming van de in het tweede lid van dit artikel genoemde termijn is de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden gerechtigd de toepassing van deze Overeenkomst ten aanzien van een deel van het Koninkrijk afzonderlijk te beëindigen.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
GEDAAN in tweevoud te Caracas op 22 oktober 1991, in de Nederlandse, de Spaanse en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek.
Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
(w.g.) R. H. MEYS
Voor de Regering van de Republiek Venezuela
(w.g.) ROSARIO ORELLANA