Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Duitse Bondsregering betreffende de wedertoepassing van het op 11 mei 1920 te 's-Gravenhage tussen de Nederlandse en de Duitse Regering gesloten Verdrag nopens crediet en steenkolen, Bonn, 31-10-1956
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
I
II
I
II
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Duitse Bondsregering betreffende de wedertoepassing van het op 11 mei 1920 te 's-Gravenhage tussen de Nederlandse en de Duitse Regering gesloten Verdrag nopens crediet en steenkolen, Bonn, 31-10-1956

Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Duitse Bondsregering betreffende de wedertoepassing van het op 11 mei 1920 te 's-Gravenhage tussen de Nederlandse en de Duitse Regering gesloten Verdrag nopens crediet en steenkolen
(authentiek: de)
AUSWÄRTIGES AMT
410-304-07/53-5762/56
Das Auswärtige Amt beehrt sich, der Königlich Niederländischen Botschaft folgendes mitzuteilen:
Die Bundesregierung schlägt der Königlich Niederländischen Regierung vor, den „ Vertrag zwischen der deutschen und der niederländischen Regierung über Kredit und Steinkohlen ” vom 11. Mai 1920, RGB1. 1921, S. 55 ff (sog. Tredefina-Vertrag), im Verhältnis zwischen der Bundesrepublik Deutschland und dem Königreich der Niederlande als gegenseitig wiederanwendbar zu betrachten.
Falls sich die Königlich Niederländische Regierung mit diesem Vorschlag der Bundesregierung einverstanden erklären kann, wird das Auswärtige Amt durch die Bestätigung der vorliegenden Verbalnote von niederländischer Seite das Einverständnis darüber als erzielt ansehen, dass der oben bezeichnete Vertrag gegenseitig wieder angewendet wird.
Sobald Einverständnis über die Wiederanwendung des Vertrags erzielt ist, soll eine Gemischte Deutsch-niederländische Kommission unverzüglich zusammentreten. Beide Regierungen erteilen dieser Kommission den Auftrag, einen Entwurf für Durchführungsvorschriften zu Anlage C, Ziffer 1-4 (Kohlenabbaurechte) auszuarbeiten, sowie zur Berufung des ständigen Schiedsgerichts gemäss Anlage D (Schiedsgerichtsbarkeit) alles Erforderliche in die Wege zu leiten. Im übrigen soll die Kommission prüfen, ob und inwieweit den sonstigen Teilen des Vertrags noch tatsächliche Bedeutung zukommt.
Über die Zusammensetzung und das erste Zusammentreten der Gemischten Kommission werden sich die beiderseitigen Regierungen auf diplomatischem Wege einigen.
Das Auswärtige Amt sieht einer Rückäusserung von niederländischer Seite gern entgegen und benutzt auch diese Gelegenheit, der Königlich Niederländischen Botschaft seine ausgezeichnete Hochachtung zum Ausdruck zu bringen.
Bonn, den 31. Oktober 1956.
An die
Königlich Niederländische Botschaft
Bonn
I
No. 18 467
Die Königlich Niederländische Botschaft beehrt sich, dem Auswärtigen Amt unter Bezugnahme auf seine heutige Verbalnote folgendes mitzuteilen.
Die Niederländische Regierung begrüsst den Vorschlag der Bundesregierung, den Vertrag zwischen der deutschen und der niederländischen Regierung über Kredit und Steinkohlen vom 11. Mai 1920, Rgbl. 1921, S. 55 ff (sog. Tredefinavertrag) im Verhältnis zwischen der Bundesrepublik Deutschland und dem Königreich der Niederlande als gegenseitig wiederanwendbar zu betrachten, und erklärt sich mit diesem Vorschlag einverstanden, und zwar ohne Präjudiz seitens der Niederländischen Regierung hinsichtlich der bisherigen Gültigkeit des Tredefinavertrages.
Die Niederländische Regierung pflichtet dem Vorschlag der Bundesregierung bei, eine Gemischte Deutsch-Niederländische Kommission unverzüglich zusammentreten zu lassen und dieser Kommission den Auftrag zu erteilen, einen Entwurf für Durchführungsvorschriften zu Anlage C, Ziffer 1-4 (Kohlenabbaurechte) auszuarbeiten; zur Berufung des ständigen Schiedsgerichtes gemäss Anlage D (Schiedsgerichtsbarkeit) alles Erforderliche in die Wege zu leiten und im übrigen zu prüfen, ob und inwieweit den sonstigen Teilen des Vertrages noch tatsächliche Bedeutung zukommt.
Ueber die Zusammensetzung und das erste Zusammentreten der Gemischten Kommission werden sich die beiderseitigen Regierungen auf diplomatischem Wege einigen.
Die Königlich Niederländische Botschaft benutzt diese Gelegenheit, dem Auswärtigen Amt erneut ihre ausgezeichnete Hochachtung zum Ausdruck zu bringen.
Bonn, den 31. Oktober 1956.
An das
Auswärtige Amt,
Bonn.
II
(vertaling: nl)
MINISTERIE VAN
BUITENLANDSE ZAKEN
410-304-07/53-5762/56
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de eer, de Nederlandse Ambassade het volgende mede te delen:
De Bondsregering stelt de Nederlandse Regering voor het „ Verdrag tussen de Nederlandse en Duitse Regering nopens crediet en steenkolen ” van 11 mei 1920, RGBL. 1921, blz. 55 e.v. (het zogenaamde Tredefina-verdrag) tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden wederzijds als wederom van toepassing te beschouwen.
Indien de Nederlandse Regering met dit voorstel van de Bondsregering kan instemmen, neemt het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan dat door bevestiging van deze note verbale van Nederlandse zijde, overeenstemming zal zijn bereikt over de wedertoepassing van bovengenoemd verdrag.
Zodra overeenstemming is bereikt over de wedertoepassing van het Verdrag , dient onverwijld een gemengde Duits-Nederlandse commissie bijeen te komen. De beide regeringen geven deze commissie opdracht een ontwerp voor de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot Bijlage C, par. 1 tot en met 4 (steenkolen-ontginningsrechten) op te stellen, alsmede de nodige voorbereidingen te treffen voor de instelling van het permanente scheidsgerecht ingevolge Bijlage D (arbitrage). Verder dient de commissie te onderzoeken of en in hoeverre aan de overige bepalingen van het Verdrag nog werkelijke betekenis moet worden toegekend.
Ten aanzien van de samenstelling en de eerste bijeenkomst van de gemengde commissie zullen de beide regeringen langs diplomatieke weg overeenstemming bereiken.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken ziet een antwoord van Nederlandse zijde gaarne tegemoet en maakt van deze gelegenheid gebruik, tegenover de Nederlandse Ambassade zijn bijzondere hoogachting tot uitdrukking te brengen.
Bonn, 31 oktober 1956.
Aan de Nederlandse Ambassade,
Bonn.
I
No. 18 467
De Nederlandse Ambassade heeft de eer het Ministerie van Buitenlandse Zaken, met verwijzing naar zijn note verbale van heden, het volgende mede te delen.
De Nederlandse Regering neemt gaarne kennis van het voorstel der Bondsregering het Verdrag tussen de Nederlandse en Duitse Regering nopens crediet en steenkolen van 11 mei 1920, RGBL. 1921, blz, 55 e.v. (het zogenaamde Tredefina-verdrag) tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden als wederzijds wederom van toepassing te beschouwen en verklaart zich met dit voorstel te kunnen verenigen, evenwel met alle voorbehoud van de zijde van de Nederlandse Regering ten aanzien van de geldigheid van het Tredefina-verdrag tot op heden.
De Nederlandse Regering stemt in met het voorstel der Bondsregering onverwijld een gemengde Duits-Nederlandse commissie bijeen te doen komen en deze commissie opdracht te geven een ontwerp voor de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot Bijlage C, par. 1 tot en met 4 (steenkolen-ontginningsrechten) op te stellen; de nodige voorbereidingen te treffen voor de instelling van het permanente scheidsgerecht ingevolge Bijlage D (arbitrage) en verder te onderzoeken of en in hoeverre aan de overige bepalingen van het Verdrag nog werkelijke betekenis moet worden toegekend.
Ten aanzien van de samenstelling en de eerste bijeenkomst van de gemengde commissie zullen de beide regeringen langs diplomatieke weg overeenstemming bereiken.
De Nederlandse Ambassade maakt van deze gelegenheid gebruik, het Ministerie de hernieuwde verzekering van haar bijzondere hoogachting te geven.
Bonn, 31 oktober 1956.
Aan het Ministerie van
Buitenlandse Zaken,
Bonn.
II