Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Belgische Regering betreffende de terugleiding van minderjarigen, Brussel, 21-07-1913
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Notawisseling tussen de Nederlandse en de Belgische Regering betreffende de terugleiding van minderjarigen, Brussel, 21-07-1913

Notawisseling tussen de Nederlandse en de Belgische Regering betreffende de terugleiding van minderjarigen
(authentiek: fr)
LÉGATION DES PAYS-BAS.
Le soussigné, Chargé d'Affaires des Pays-Bas ad interim à Bruxelles, dûment autorisé à cet effet, a l'honneur de porter à la connaissance de son Excellence Monsieur le Ministre des Affaires Etrangères de Sa Majesté le Roi des Belges, que le Gouvernement néerlandais s'engage à prendre les mesures nécessaires pour le rapatriement en Belgique des mineurs belges qui se trouveraient aux Pays-Bas contre la volonté des personnes investies sur eux du droit de garde, par application des lois en vigueur en Belgique, toutefois aux conditions suivantes:
1°. que le droit de garde soit simplement méconnu, sans être contesté. Il est présumé que cette condition est remplie, du moment que les autorités belges appuient la requête des personnes susvisées;
2°. que la requête soit adressée au parquet néerlandais compétent;
3°. que le rapatriement soit, en fait, jugé conforme à l'intérêt du mineur.
Le rapatriement aura également lieu si un mineur, ayant été mis à la disposition du Gouvernement belge en vertu d'un jugement et placé dans un établissement d'éducation de l'État ou confié, soit par le Gouvernement, soit par l'autorité judiciaire, à une institution privée ou à une famille, se trouve en territoire néerlandais, après s'être soustrait ou avoir été soustrait à la surveillance à laquelle il est ainsi soumis. Il en sera de même si le mineur a été confié à une institution ou à une famille, soit par l'autorité judiciaire, soit par le Conseil de famille. Il en sera de même encore, aussitôt qu'il a été rendu un jugement prononçant la déchéance de la puissance paternelle ou la mise à la disposition du Gouvernement, alors même qu'il n'a pas encore été pourvu à l'éducation du mineur. Dans tous ces cas, les conditions prévues sous les 1°. et 2°. devront également être remplies.
La requête sera adressée directement au parquet néerlandais compétent par l'intermédiaire du parquet belge. De même l'instruction de la demande se fera par moyen d'une correspondance directe de parquet à parquet.
Le parquet néerlandais avisera directement le parquet belge compétent de l'heure et du lieu du rapatriement.
Chaque pays supportera les frais d'entretien et de voyage occasionnés sur son territoire par le transport du mineur.
Les autorités néerlandaises auxquelles les mineurs renvoyés aux Pays-Bas pourront être confiés sont le commissaire de police à Maestricht et le Commissaire de Police à Roosendael, ainsi que le bourgmestre de Sas de Gand, s'il s'agit de mineurs domiciliés dans les Flandres Zélandaises.
Le soussigné profite de cette occasion pour renouveler à Son Excellence Monsieur le Ministre des Affaires Etrangères de Sa Majesté le Roi des Belges les assurances de Sa haute considération.
Bruxelles, le 21 juillet 1913.
MELVILL.
MINISTÈRE DES AFFAIRES ETRANGÈRES.
DIRECTION C3 N o . 30497 d.
Le soussigné, Ministre des Affaires Etrangères de Sa Majesté le Roi des Belges, dûment autorisé à cet effet, a l'honneur de porter à la connaissance de Son Excellence Monsieur l'Envoyé Extraordinaire et Ministre Plénipotentiaire de Sa Majesté la Reine des Pays-Bas à Bruxelles, que le Gouvernement belge s'engage à prendre les mesures nécessaires pour le rapatriement aux Pays-Bas des mineurs néerlandais qui se trouveraient en Belgique contre la volonté des personnes auxquelles la loi en vigueur aux Pays-Bas attribue le droit de garde sur eux toutefois sous les conditions suivantes:
1) que le droit de garde soit simplement méconnu, sans être contesté. II est présumé que cette condition est remplie, du moment que les autorités néerlandaises appuient la requête des personnes susvisées;
2) que la requête soit adressée au parquet belge compétent;
3) que le rapatriement soit, en fait, jugé conforme à l'intérêt du mineur.
Le rapatriement aura également lieu si un mineur qui a été mis à la disposition du Gouvernement néerlandais en vertu d'un jugement et à l'égard duquel le pourvoi à l'éducation de la part du Gouvernement n'a pas encore été définitivement terminé, se trouve en territoire belge après s'être soustrait ou après avoir été soustrait à la surveillance à laquelle il etait ainsi soumis. Dans ces cas les conditions sous 1 et 2 devront également être remplies.
La requête sera adressée directement au parquet belge compétent par l'intermédiaire du parquet néerlandais. De même l'instruction de la demande se fera par moyen d'une correspondance directe de parquet à parquet.
Le parquet belge avisera directement le parquet néerlandais compétent de l'heure et du lieu du rapatriement.
Chaque pays supportera les frais d'entretien et de voyage occasionés sur son territoire par le transport du mineur.
Les autorités belges auxquelles les mineurs renvoyés en Belgique pourront être confiés sont les commandants de la brigade de gendarmerie à Esschen, Lanaeken et Visé.
Le soussigné profite de cette occasion pour renouveler à Son Excellence Monsieur l'Envoyé Extraordinaire et Ministre Plénipotentiaire de Sa Majesté la Reine des Pays-Bas à Bruxelles les assurances de sa haute considération.
Bruxelles, le 21 juillet 1913.
DAVIGNON.
(vertaling: nl)
VERTALING DER NEDERLANDSCHE NOTA.
De ondergeteekende, tijdelijk Zaakgelastigde der Nederlanden te Brussel, daartoe behoorlijk gemachtigd, heeft de eer ter kennis te brengen van Zijne Excellentie den Heer Minister van Buitenlandsche Zaken van Zijne Majesteit den Koning der Belgen, dat de Nederlandsche Regeering zich verbindt de noodige maatregelen te treffen voor de terugleiding naar België van de Belgische minderjarigen, die zich in Nederland mochten bevinden tegen den wil van de personen, die, krachtens de in België van toepassing zijnde wetten, bekleed zijn met het recht van hoede over hen, nochtans onder de volgende voorwaarden:
1°. dat het recht van hoede enkel miskend zij, zonder betwist te worden. Er wordt aangenomen dat aan deze voorwaarde is voldaan, zoodra de Belgische overheden het verzoek van bovenbedoelde personen ondersteunen;
2°. dat het verzoek worde gericht aan het bevoegde Nederlandsche parket;
3°. dat de terugleiding in werkelijkheid in het belang van den minderjarige worde geacht.
De terugleiding zal eveneens plaats hebben indien een minderjarige, die bij rechterlijke uitspraak ter beschikking van de Belgische Regeering is gesteld en in een Rijksopvoedingsgesticht is geplaatst of, hetzij door de Regeering, hetzij door de rechterlijke overheid, aan eene particuliere instelling of een gezin is toevertrouwd, zich op Nederlandsch grondgebied bevindt na zich te hebben onttrokken of te zijn onttrokken aan het toezicht, waaronder hij in dier voege is gesteld. Hetzelfde zal plaats hebben, indien de minderjarige aan eene instelling of een gezin is toevertrouwd, hetzij door de rechterlijke overheid, hetzij door den familieraad. Ook zal hetzelfde plaats hebben, zoodra er een vonnis is gewezen, houdende vervallenverklaring van de ouderlijke macht of terbeschikkingstelling van de Regeering, zelfs indien in de opvoeding van den minderjarige nog niet is voorzien. In al deze gevallen zal aan de sub 1°. en 2°. gestelde voorwaarden evenzeer moeten worden voldaan.
Het verzoek zal rechtstreeks gericht worden aan het bevoegde Nederlandsche parket door tusschenkomst van het Belgische parket. Eveneens zal de behandeling van het verzoek geschieden bij eene rechtstreeksche briefwisseling van parket tot parket.
Het Nederlandsche parket zal het bevoegde Belgische parket rechtstreeks mededeeling doen van het uur en de plaats der terugleiding.
Elk land zal de reis- en onderhoudskosten dragen, die op zijn grondgebied zijn veroorzaakt door de overbrenging van den minderjarige.
De Nederlandsche overheden, aan wie de naar Nederland teruggezonden minderjarigen zullen kunnen worden overgegeven, zijn de Commissaris van politie te Maastricht en de Commissaris van Politie te Roosendaal, alsmede de Burgemeester van Sas van Gent, indien het betreft minderjarigen, die in Zeeuws-Vlaanderen woonplaats hebben.
De ondergeteekende maakt van deze gelegenheid gebruik om aan Zijne Excellentie den Heer Minister van Buitenlandsche Zaken van Zijne Majesteit den Koning der Belgen de hernieuwde verzekering van zijne meeste hoogachting aan te bieden.
Brussel, 21 Juli 1913.
MELVILL.
VERTALING DER BELGISCHE NOTA.
De ondergeteekende, Minister van Buitenlandsche Zaken van Zijne Majesteit den Koning der Belgen, daartoe behoorlijk gemachtigd, heeft de eer ter kennis te brengen van Zijne Excellentie den Heer Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden te Brussel, dat de Belgische Regeering zich verbindt de noodige maatregelen te treffen voor de terugleiding naar Nederland van de Nederlandsche minderjarigen, die zich in België mochten bevinden tegen den wil van de personen, aan wie de in Nederland van toepassing zijnde wetten het recht van hoede over hen toekennen, nochthans onder de volgende voorwaarden:
1°. dat het recht van hoede enkel zij miskend, zonder betwist te worden. Er wordt verondersteld dat aan deze voorwaarde is voldaan, zoodra de Nederlandsche overheden het verzoek van bovenbedoelde personen ondersteunen;
2°. dat het verzoek worde gericht aan het bevoegde Belgische parket;
3°. dat de terugleiding in werkelijkheid in het belang van den minderjarige worde geacht.
De terugleiding zal eveneens plaats hebben, indien een minderjarige, die bij rechterlijke uitspraak ter beschikking van de Nederlandsche Regeering is gesteld en ten aanzien van wien de voorziening van Regeeringswege in de opvoeding nog niet onvoorwaardelijk is beëindigd, zich op Belgisch grondgebied bevindt na zich te hebben onttrokken of te zijn onttrokken aan het toezicht, waaronder hij in dier voege was gesteld. In die gevallen zal aan de onder 1°. en 2°. gestelde voorwaarden evenzeer moeten worden voldaan.
Het verzoek zal door tusschenkomst van het Nederlandsche parket rechtstreeks worden gericht aan het bevoegde Belgische parket. Eveneens zal de behandeling van het verzoek geschieden bij eene rechtstreeksche briefwisseling van parket tot parket.
Het Belgische parket zal het bevoegde Nederlandsche parket rechtstreeks mededeeling doen van het uur en de plaats der terugleiding.
Elk land zal de reis- en onderhoudskosten dragen, die op zijn grondgebied zijn veroorzaakt door de overbrenging van den minderjarige.
De Belgische overheden, aan wie de naar België teruggezonden minderjarigen zullen kunnen worden overgegeven, zijn de commandanten van de gendarmerie-brigaden te Esschen, Lanaeken en Visé.
De ondergeteekende maakt van deze gelegenheid gebruik om aan Zijne Excellentie den Heer Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden de hernieuwde verzekering van zijne hoogachting aan te bieden.
Brussel, 21 Juli 1913.
DAVIGNON.