Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Nadere voorschriften op de praktijkopleidingen
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Definities
+ Hoofdstuk 2. Op beide praktijkopleidingen betrekking hebbende bepalingen
+ Hoofdstuk 3. Bijzondere bepalingen voor de praktijkopleiding AA
+ Hoofdstuk 4. Bijzondere bepalingen voor de praktijkopleiding RA
+ Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2017. U leest nu de tekst die gold op -.

Nadere voorschriften op de praktijkopleidingen

Nadere voorschriften op de praktijkopleidingen
Het bestuur van de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants,
Gelet op artikel 25 van de Verordening op de praktijkopleidingen;
Stelt de volgende nadere voorschriften vast:
Artikel 1
In deze nadere voorschriften wordt verstaan onder:
accountant: een accountant als bedoeld in artikel 1 van de wet;
accountantsafdeling: een accountantsafdeling als bedoeld in artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen;
accountantspraktijk: een accountantspraktijk als bedoeld in artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen;
afstudeerscriptie: een afstudeerscriptie als bedoeld in artikel 14, vierde lid van de verordening;
aan assurance verwante opdrachten: aan assurance verwante opdrachten als bedoeld in de Verordening op de ledengroepen ;
assurance-opdrachten: assurance-opdrachten als bedoeld in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten ;
beoordelaar: een beoordelaar als bedoeld in artikel 12, derde lid en 14, derde lid van de verordening;
beroepsorganisatie: de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de wet;
beroepsproduct: het resultaat van een werkproces van een trainee of het resultaat van een werkproces waar de trainee een bijdrage aan heeft geleverd;
bestuur: het bestuur van de beroepsorganisatie;
competentie: het geheel van kennis, vaardigheden, waarden, ethiek en beroepshouding zoals deze worden gedemonstreerd in een professionele omgeving op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar;
competentiematrix: het in een elektronische leeromgeving opgenomen overzicht waarin de door een trainee verkregen competenties schematisch zijn weergegeven;
eindtermen: de eindtermen, bedoeld in artikel 49, tweede lid, onderdeel a van de wet;
elektronische leeromgeving: een door het bestuur ter beschikking gestelde elektronische omgeving waarin een trainee de vorderingen gedurende de praktijkopleiding registreert en de op te leveren documenten plaatst;
jaarplan: een jaarplan als bedoeld in artikel 53, derde lid;
kritische beroepssituaties: kritische beroepssituaties als bedoeld in de Verordening op het beroepsprofiel AA ;
NBA Stagebureau: het stagebureau, bedoeld in artikel 5, tweede lid van de verordening;
niveau van beginnend beroepsbeoefenaar: het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar, bedoeld in de eindtermen;
periodieke rapportage: een periodieke rapportage als bedoeld in artikel 12, tweede lid, of 14, tweede lid, van de verordening;
persoonlijk ontwikkelingsplan: een persoonlijk ontwikkelingsplan als bedoeld in artikel 12, tweede lid van de verordening;
portfolio: een portfolio als bedoeld in artikel 12, tweede lid, of artikel 14, tweede lid, van de verordening;
praktijkbegeleider: een praktijkbegeleider als bedoeld in artikel 8, tweede lid van de verordening;
praktijkopleiding: de praktijkopleiding AA en de praktijkopleiding RA;
praktijkopleiding AA: de praktijkopleiding passend bij een inschrijving in het accountantsregister met vermelding van de titel Accountant-Administratieconsulent;
praktijkopleiding RA: de praktijkopleiding passend bij een inschrijving in het accountantsregister met vermelding van de titel Registeraccountant;
rapportageperiode: een semester of een praktijkopleidingsjaar;
samenstellingsopdracht: een samenstellingsopdracht als bedoeld in de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden;
trainee: een trainee als bedoeld in artikel 1 van de verordening;
verordening: de Verordening op de praktijkopleidingen ;
wet: de Wet op het accountantsberoep .
1.
De trainee volgt de praktijkopleiding bij een accountantspraktijk, een accountantsafdeling of de Belastingdienst.
2.
Op schriftelijk verzoek van de trainee, kan het bestuur de trainee toestemming verlenen om een gedeelte van de praktijkopleiding te volgen bij een andere, aan een accountantspraktijk of accountantsafdeling gelijkwaardige werkomgeving.
Artikel 3
Een trainee volgt de praktijkopleiding onder begeleiding van een praktijkbegeleider.
1.
De praktijkopleiding duurt niet meer dan negen jaren.
2.
De praktijkopleiding wordt opgedeeld in praktijkopleidingsjaren. Een praktijkopleidingsjaar bestaat uit twee semesters van zes maanden.
3.
Een praktijkopleidingsjaar of een semester vangt aan op de eerste dag van een kalendermaand.
1.
In afwijking van artikel 4, tweede lid, kan het bestuur op schriftelijk verzoek van een trainee een andere duur van een semester vaststellen.
2.
De toepassing van het tweede lid, leidt er niet toe dat;
a. een semester korter dan vier maanden duurt;
b. de eerste vier semesters gezamenlijk minder dan vierentwintig maanden duren; of
c. het vijfde en zesde semester gezamenlijk minder dan twaalf maanden duren.
3.
De uren die een trainee in enig semester aan de praktijkopleiding besteedt boven het aantal uren, bedoeld in artikel 13, eerste lid van de verordening, worden niet vooruitgewenteld naar een volgend semester.
1.
De trainee ontwikkelt tijdens zijn praktijkopleiding in elk geval de vaardigheden en de kennis, bedoeld in de eindtermen.
2.
De trainee streeft tijdens de praktijkopleiding naar spreiding van zijn werkzaamheden naar bedrijfstypen, soorten werkzaamheden en diverse opdrachtgevers. De werkzaamheden sluiten aan bij het tot dan toe bereikte theoretische niveau. Het laatste praktijkopleidingsjaar omvat in ieder geval alle fasen van een controle-cyclus op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar.
1.
De trainee geeft er in de periodieke rapportages blijk van dat de leerdoelstellingen, die zijn opgenomen in het persoonlijk ontwikkelingsplan of de jaarplannen, zijn bereikt en dat de daarmee gepaard gaande vaardigheden worden beheerst.
2.
In de werkzaamheden van de trainee is gedurende de praktijkopleiding sprake van ontwikkeling, waaronder in elk geval wordt verstaan: meer verantwoordelijkheid, meer zelfstandigheid, meer planning en coördinatie naarmate de praktijkopleiding vordert. Deze ontwikkeling is waarneembaar in de periodieke rapportages, in samenhang met geformuleerde leerdoelstellingen.
1.
Het bestuur kan voor trainees cursussen op door het bestuur te bepalen onderwerpen verplicht stellen.
2.
Uren besteed aan cursussen als bedoeld in het eerste lid, worden gerekend tot de uren, bedoeld in artikel 11, derde lid van de verordening of artikel 13, eerste lid van de verordening.
Artikel 9
Een trainee houdt zijn portfolio bij in een elektronische leeromgeving.
Artikel 10
Onverminderd het bepaalde in artikel 11, derde lid en 13, eerste lid van de verordening, kan een trainee die ten minste twintig uur per week werkzaam is in het kader van de praktijkopleiding, de praktijkopleiding in deeltijd volgen.
Artikel 11
Een trainee verzoekt het bestuur de praktijkopleiding in het buitenland te mogen volgen.
1.
Mondelinge examens kunnen worden bijgewoond door een door het bestuur aan te wijzen waarnemer.
2.
Op verzoek van het bestuur, stuurt de trainee een kopie van zijn portfolio en indien van toepassing een afschrift van de met een voldoende beoordeelde afstudeerscriptie aan de waarnemer, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 13
Een trainee verzoekt om toelating tot de praktijkopleiding en overlegt daarbij de door het bestuur verlangde gegevens en bescheiden.
1.
Als de trainee de praktijkopleiding volgt op basis van een arbeidsovereenkomst, gaan de trainee en zijn werkgever de praktijkopleidingsovereenkomst aan zoals deze als bijlage bij deze nadere voorschriften is gevoegd.
2.
Als de trainee de praktijkopleiding niet op basis van een arbeidsovereenkomst volgt, overlegt hij een door het bestuur vastgestelde verklaring.
3.
Als de trainee een dienstverband aangaat met een andere werkgever, gaan de trainee en de nieuwe werkgever een overeenkomst aan als bedoeld in het eerste lid.
1.
Een stagebureau heeft een stagebestuur.
2.
Een stagebestuur wordt benoemd door het hoogste bestuurlijke orgaan van de onderneming, de instelling of de Rijksoverheid en een daarmee gelijk te stellen dienst, waarbinnen het stagebureau optreedt.
3.
Een stagebestuur heeft ten minste twee leden, waarvan er een tevens voorzitter van het stagebureau is.
4.
De meerderheid van de leden van een stagebestuur is accountant. Indien een stagebestuur uit twee leden bestaat, is ten minste een van de leden accountant.
5.
Een stagebureau beschikt over ten minste een beoordelaar.
6.
De leden van het stagebestuur zijn geen praktijkbegeleider.
7.
De leden van een stagebestuur zijn geen beoordelaar.
8.
Van het zevende lid kan in bijzondere gevallen worden afgeweken, mits:
a. ten minste de helft van het aantal leden van een stagebestuur, waaronder de voorzitter, geen beoordelaar binnen desbetreffende stagebureau zijn; en
b. de benoeming van beoordelaars uitsluitend wordt uitgevoerd door ten minste twee leden van het stagebestuur die geen beoordelaar zijn.
9.
Drie jaar na de oprichting van een stagebureau en vervolgens gedurende elke daaropvolgende periode van drie jaar zijn op enig moment ten minste tien trainees verbonden geweest aan dit stagebureau.
10.
Op schriftelijk verzoek van het stagebureau kan het bestuur afwijken van het bepaalde in de vorige lid.
11.
Een stagebestuur heeft de volgend taken:
a. het opzetten van een interne organisatie met betrekking tot de praktijkopleiding;
b. het voeren van communicatie met interne en externe betrokkenen bij de praktijkopleiding;
c. in het geval het stagebureau meerdere vestigingen heeft: de coördinatie van de taken van het stagebureau als geheel;
d. het per trainee bijhouden van de vordering van de praktijkopleiding;
e. het namens het bestuur aanwijzen van beoordelaars;
f. het namens het bestuur (doen) aanwijzen van praktijkbegeleiders; en
g. de kwaliteitsbewaking van de praktijkopleiding.
12.
Een stagebureau houdt een register van praktijkbegeleiders en beoordelaars bij.
1.
Praktijkbegeleiders en beoordelaars worden voor vier jaar benoemd. Een benoeming kan stilzwijgend of met kennisgeving voor vier jaar worden verlengd.
2.
De benoeming van een praktijkbegeleider of een beoordelaar eindigt:
a. op verzoek van de praktijkbegeleider of de beoordelaar;
b. in het geval het bestuur de benoeming van een praktijkbegeleider of een beoordelaar niet verlengt;
c. na het onherroepelijk worden van een door de accountantskamer aan een beoordelaar of praktijkbegeleider opgelegde tuchtrechtelijke maatregel.
1.
Een praktijkbegeleider begeleidt de trainee in elk geval bij zijn werkzaamheden in overeenstemming met de jaarplannen of het persoonlijk ontwikkelingsplan.
2.
Een praktijkbegeleider geeft bij iedere periodieke rapportage schriftelijk een gemotiveerd oordeel over de door de trainee uitgevoerde werkzaamheden en zijn ontwikkeling in het licht van de fase van de praktijkopleiding, zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin.
3.
De praktijkbegeleider beoordeelt of:
a. een periodieke rapportage een getrouw beeld geeft van de werkelijkheid;
b. de werkzaamheden passen bij de fase van de praktijkopleiding waarin de trainee zich bevindt; en
c. de trainee zich zodanig ontwikkelt dat in de loop van het derde praktijkopleidingsjaar het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar wordt bereikt.
4.
Het oordeel, bedoeld in het tweede lid, wordt samen met de desbetreffende periodieke rapportage bij de beoordelaar ter goedkeuring aangeboden.
1.
Een praktijkbegeleider voldoet aan het door het bestuur vastgestelde competentieprofiel voor praktijkbegeleiders.
2.
Een stagebureau en een praktijkbegeleider gaan een praktijkbegeleidersovereenkomst aan.
3.
Als praktijkbegeleider kan optreden:
a. in het eerste praktijkopleidingsjaar: een accountant ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is opgenomen als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel i van de wet, een wettelijk auditor uit een andere lidstaat van de EU als bedoeld in artikel 10 van EU- richtlijn 2006/43/EG of een andere deskundige op het gebied van accountancy;
b. in het tweede praktijkopleidingsjaar: een accountant ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is opgenomen als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel i van de wet of een wettelijk auditor uit een andere lidstaat van de EU als bedoeld in artikel 10 van EU- richtlijn 2006/43/EG;
c. in het derde praktijkopleidingsjaar: een accountant ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is opgenomen als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel i van de wet.
4.
Een praktijkbegeleider treedt niet op als praktijkbegeleider van een trainee met wie hij in een zakelijke of persoonlijke relatie staat die een bedreiging vormt voor een goede uitoefening van zijn taken.
5.
Het bestuur wijst een andere praktijkbegeleider aan als hij de praktijkbegeleider ongeschikt acht om als praktijkbegeleider van desbetreffende trainee op te treden. Het bestuur stelt hiervan de trainee en de praktijkbegeleider schriftelijk op de hoogte.
Artikel 19
Een trainee die in zijn werkomgeving niet kan beschikken over een praktijkbegeleider, kan gebruik maken van een externe praktijkbegeleider.
1.
Een beoordelaar voldoet aan het door het bestuur vastgestelde competentieprofiel voor beoordelaars. In het competentieprofiel wordt het moment bepaald waarop beoordelaars voor het eerst aan het competentieprofiel voldoen.
2.
Een beoordelaar kan worden aangesteld met tevens een bevoegdheid om namens het stagebureau waaraan de beoordelaar is verbonden, toezicht te houden op de kwaliteit van de taakuitoefening door de aan het stagebureau verbonden praktijkbegeleiders.
3.
Een beoordelaar treedt niet op als beoordelaar van een trainee met wie hij in een zakelijke of persoonlijke relatie staat die een bedreiging vormt voor een goede uitoefening van zijn taken.
4.
Een beoordelaar treedt niet tevens op als praktijkbegeleider binnen een stagebureau waaraan hij als beoordelaar is verbonden.
5.
Het bestuur wijst een andere beoordelaar aan als het bestuur de beoordelaar ongeschikt acht om als beoordelaar op te treden. Het bestuur stelt hiervan de beoordelaar en de trainee schriftelijk op de hoogte.
1.
Een beoordelaar beoordeelt op grond van een persoonlijk ontwikkelingsplan of een jaarplan of de trainee naar verwachting in het derde praktijkopleidingsjaar het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar zal bereiken.
2.
Een beoordelaar beoordeelt een periodieke rapportage en stelt daarbij ten minste vast of:
a. het in het periodieke rapportage verwoorde plan en de daarin uitgewerkte (leer-)doelstellingen voor de desbetreffende rapportageperiode op hoofdlijnen zijn gerealiseerd en dat afwijkingen van en aanpassingen op het plan duidelijk zijn aangegeven en gemotiveerd;
b. de werkzaamheden gedurende het opgegeven aantal uren is verricht;
c. mede op grond van het oordeel van de praktijkbegeleider bij de opdrachten de werkzaamheden goed zijn uitgevoerd, maar waarbij ook de uitzonderingen en afwijkingen zijn vermeld;
d. de werkzaamheden en de daaraan gekoppelde vaardigheden op het gewenste niveau zijn uitgevoerd respectievelijk zijn eigengemaakt;
e. de behaalde studieresultaten steeds worden vermeld en dat de gevolgen hiervan voor het verdere verloop van de praktijkopleiding in de periodieke rapportage zijn vermeld;
f. de op het vereiste niveau bereikte vaardigheden zijn verkregen in overeenstemming met het desbetreffende deel van de theoretische opleiding dan wel na voltooiing daarvan; en
g. de periodieke rapportage voldoet aan de eisen die daaraan bij en krachtens de verordening mogen worden gesteld.
3.
De beoordelaar bevestigt de goedkeuring van een periodieke rapportage.
4.
Als de beoordelaar de periodieke rapportage niet goedkeurt, voorziet deze de periodieke rapportage van een commentaar.
5.
De trainee past een periodieke rapportage die niet door de beoordelaar is goedgekeurd, aan in overeenstemming met het commentaar van de beoordelaar en legt de rapportage binnen zes weken na ontvangst van het commentaar opnieuw ter goedkeuring voor.
1.
Een trainee verzoekt het bestuur schriftelijk om toepassing van artikel 20 of 22 van de verordening.
2.
Het bestuur beslist binnen zes weken op een verzoek als bedoeld in het eerste lid. Het bestuur kan aan toepassing van artikel 20 of 22 van de verordening voorwaarden verbinden.
1.
Een trainee verzoekt het bestuur schriftelijk om toepassing van artikel 23 van de verordening en overlegt daarbij bewijsstukken.
2.
Aan de verlening van een vrijstelling als bedoeld in artikel 23 van de verordening, kan het bestuur voorwaarden verbinden.
Artikel 24
Ten behoeve van de praktijkopleiding, legt het bestuur een praktijkopleidingsdossier aan van de trainee. Dit praktijkopleidingsdossier bevat:
a. de praktijkopleidingsovereenkomst, bedoeld in artikel 14, eerst lid of de verklaring, bedoeld in artikel 14, tweede lid;
b. een afschrift van het verzoek als bedoeld in artikel 13 en, indien van toepassing, een afschrift van de verzoeken als bedoeld in artikel 52, eerste en tweede lid;
c. de jaarplannen dan wel het persoonlijk ontwikkelingsplan;
d. de periodieke rapportages;
e. de rapportages van de praktijkbegeleider;
f. rapportages en beoordelingen van de beoordelaars;
g. ingeval een verzoek als bedoeld in artikel 20 of 22 van de verordening is toegekend, de verklaringen, bedoeld in artikel 22;
h. de correspondentie welke betrekking heeft op de uitvoering van de verordening en de daarop gebaseerde regels; en
i. formulieren en verklaringen welke een trainee krachtens deze nadere voorschriften heeft moeten overleggen.
Artikel 25
Een trainee informeert het bestuur over tijdelijke onderbrekingen van de praktijkopleiding.
Artikel 26
Het bestuur kan de praktijkopleiding van een trainee stopzetten in geval van onvoldoende vordering van de praktijkopleiding.
1.
Een trainee meldt een voortijdige beëindiging van de praktijkopleiding aan het bestuur.
2.
Een voortijdige beëindiging van de praktijkopleiding geeft geen aanspraak op restitutie van bedragen die voorafgaand aan de beëindiging van de praktijkopleiding reeds verschuldigd waren op grond van de Verordening op de geldelijke bijdragen praktijkopleidingen .
3.
In afwijking van het tweede lid, kan degene die de praktijkopleiding beëindigt een bedrag gelijk aan de helft van de deelnamebijdrage, bedoeld in artikel 2 eerste lid van de Verordening op de geldelijke bijdragen praktijkopleidingen terugvorderen, mits hij zich binnen een halfjaar na aanvang van de praktijkopleiding afmeldt.
Artikel 28
Anders dan gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de verordening en de daarop berustende bepalingen, bevat een periodieke rapportage, een persoonlijk ontwikkelingsplan, een jaarplan of een afstudeerscriptie geen gegevens betreffende geïdentificeerde natuurlijke personen, rechtspersonen of samenwerkingsverbanden.
1.
De trainee toont tijdens het mondeling examen aan op het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar te kunnen functioneren.
2.
Een trainee kan tijdens het mondeling examen worden bevraagd over zijn ervaringen zoals deze zijn vastgelegd in de periodieke rapportages en andere stukken uit het portfolio.
Artikel 30
Een beoordelaar of een examinator kan aan de toelating van een trainee tot een tweede of volgend mondeling examen, de voorwaarde verbinden dat de trainee het portfolio op basis waarvan de trainee is toegelaten tot een eerste mondeling examen, aanpast in overeenstemming met de instructies van de beoordelaar of de examinator.
Artikel 31
De artikelen in dit hoofdstuk zijn uitsluitend van toepassing op de praktijkopleiding AA.
Artikel 32
Onverminderd het bepaalde in artikel 46 van de wet, kan de praktijkopleiding AA worden gevolgd in een Brede MKB-variant of in een MKB controlevariant.
1.
Onverminderd het bepaalde in artikel 6, ontwikkelt de trainee die de praktijkopleiding AA volgt in de Brede MKB-variant vaardigheden door ten minste:
de uitoefening van werkzaamheden met betrekking tot drie van de kritische beroepssituaties;
het verrichten van twee complexe samenstellingsopdrachten op het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar;
het verrichten van twee complexe controle-opdrachten op het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar;
1.000 uren te besteden aan werkzaamheden met betrekking tot assurance-opdrachten en aan assurance verwante opdrachten, waarvan ten minste 300 uren aan assurance-opdrachten.
2.
Onverminderd het bepaalde in artikel 6, ontwikkelt de trainee die de praktijkopleiding AA volgt in de MKB controlevariant vaardigheden door ten minste:
de uitoefening van werkzaamheden met betrekking tot de kritische beroepssituatie van assurance-opdrachten;
indien de trainee tijdens de praktijkopleiding AA ook andere werkzaamheden verricht dan de uitvoering van assurance-opdrachten, de uitoefening van werkzaamheden met betrekking tot één van de overige kritische beroepssituaties;
het verrichten twee complexe controle-opdrachten op het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar;
1.000 uren te besteden aan werkzaamheden met betrekking tot assurance-opdrachten.
Artikel 34
Voor de toepassing van de verordening en de daarop berustende bepaling, is het een trainee toegestaan twee controle-opdrachten uit te voeren in een simulatieomgeving, welke door het bestuur wordt vastgesteld.
1.
Bij de aanvang van de praktijkopleiding stelt de trainee in overleg met de praktijkbegeleider een persoonlijk ontwikkelingsplan op.
2.
Een persoonlijk ontwikkelingsplan wordt uiterlijk ingediend en door de praktijkbegeleider beoordeeld binnen zes weken na de aanvang van de praktijkopleiding AA.
3.
Uit een persoonlijk ontwikkelingsplan blijkt de planning van de trainee over de wijze waarop hij zal voldoen aan de bij en krachtens de verordening gestelde eisen.
4.
De trainee kan in overleg met de praktijkbegeleider het persoonlijk ontwikkelingsplan aanpassen. De aanpassing vindt plaats door een nieuw persoonlijk ontwikkelingsplan in te dienen danwel in het essay aan te geven waar van het persoonlijk ontwikkelingsplan wordt afgeweken.
1.
Een persoonlijk ontwikkelingsplan behoeft de goedkeuring van de beoordelaar. De beoordelaar bevestigt de goedkeuring van een persoonlijk ontwikkelingsplan.
2.
De beoordelaar beoordeelt een persoonlijk ontwikkelingsplan binnen zes weken na ontvangst, met inachtneming van de bevindingen van de praktijkbegeleider.
3.
Bij de beoordeling van het persoonlijk ontwikkelingsplan stelt de beoordelaar vast dat de voorgenomen werkzaamheden voldoen aan de bij of krachtens de verordening gestelde eisen.
4.
Een beoordelaar voorziet een persoonlijk ontwikkelingsplan na beoordeling van commentaar.
5.
De trainee past een persoonlijk ontwikkelingsplan dat door de beoordelaar niet is goedgekeurd, aan in overeenstemming met het commentaar van de beoordelaar en legt het persoonlijk ontwikkelingsplan opnieuw ter goedkeuring voor.
6.
Indien een trainee de praktijkopleiding onderbreekt of een dienstverband aangaat met een andere werkgever, stelt de trainee een aangepast persoonlijk ontwikkelingsplan op.
Artikel 37
Periodieke rapportages bestaan uit gespreksverslagen als bedoeld in artikel 38, vierde lid, en essays als bedoeld in artikel 39, eerste lid.
1.
Gedurende een praktijkopleidingsjaar, voert een trainee ten minste twee gesprekken met de praktijkbegeleider.
2.
Het gesprek bedoeld in het vorige lid, wordt gevoerd op basis van een door het bestuur vastgestelde agenda.
3.
De gesprekken hebben betrekking op de verworven competenties van de trainee in het praktijkopleidingsjaar.
4.
De trainee maakt een gespreksverslag van de gesprekken, bedoeld in het eerste lid.
1.
Na afloop van een praktijkopleidingsjaar, stelt een trainee ten minste één essay op. Een trainee voegt bij het essay een afschrift van de beroepsproducten die in het essay worden beschreven.
2.
In een essay als bedoeld in het eerste lid, beschrijft een trainee de door hem verworven competenties in het praktijkopleidingsjaar.
3.
Een trainee plaatst een essay in de elektronische leeromgeving nadat de praktijkbegeleider aan het essay zijn goedkeuring heeft verleend.
4.
Een essay wordt uiterlijk zes weken na afloop van het praktijkopleidingsjaar ingediend.
5.
Het tweede praktijkopleidingsjaar vangt aan op een tijdstip als bedoeld in artikel 4, derde lid, mits het essay met betrekking tot het eerste praktijkopleidingsjaar binnen zes weken na de afronding van laatstbedoeld praktijkopleidingsjaar in de elektronische leeromgeving is geplaatst.
6.
Het derde praktijkopleidingsjaar vangt aan op een tijdstip als bedoeld in artikel 4, derde lid, mits het essay met betrekking tot het tweede praktijkopleidingsjaar binnen zes weken na de afronding van laatstbedoeld praktijkopleidingsjaar in de elektronische leeromgeving is geplaatst.
7.
Als een trainee gedurende een opleidingsjaar een dienstverband aangaat met een andere werkgever, stelt de trainee een essay op met betrekking tot elk dienstverband in het desbetreffende opleidingsjaar.
1.
Onverminderd het bepaalde in artikel 39, derde lid behoeft een essay de goedkeuring van een beoordelaar.
2.
Bij de beoordeling van een essay, beoordeelt een beoordelaar ten minste de in het praktijkopleidingsjaar door de trainee verworven competenties ten opzichte van het persoonlijk ontwikkelingsplan van de trainee.
3.
Een beoordelaar kan bij een goedkeuring als bedoeld in het eerste lid, een trainee opdragen in een volgend praktijkopleidingsjaar aan de verwerking van nader te noemen competenties bijzondere aandacht te besteden.
Artikel 41
Na indiening van het essay, registreert de trainee de verworven competenties zoals die blijken uit het essay, in de competentiematrix.
Artikel 42
Een praktijkbegeleider vermeldt na afloop van een praktijkopleidingsjaar in de elektronische leeromgeving of de trainee heeft voldaan aan de eisen als bedoeld in artikel 11 van de verordening.
1.
Op een trainee die de praktijkopleiding RA minder dan vier jaar voorafgaand aan het verzoek als bedoeld in het tweede lid heeft afgerond, blijven de volgende artikelen buiten toepassing:
a. artikel 35, eerste lid, met betrekking tot het persoonlijk ontwikkelingsplan met betrekking tot het eerste en tweede praktijkopleidingsjaar;
b. artikel 38, eerste lid, met betrekking tot de gespreksverslagen met betrekking tot het eerste en tweede praktijkopleidingsjaar; en
c. artikel 39, eerste lid, met betrekking tot de essays na afloop van het eerste en tweede praktijkopleidingsjaar.
2.
Een trainee verzoekt het bestuur schriftelijk om toepassing van het eerste lid.
1.
Op een trainee die de praktijkopleiding RA minder dan vier jaar voorafgaand aan het verzoek als bedoeld in het tweede lid heeft afgerond en aantoont dat hij werkzaamheden heeft uitgeoefend met betrekking tot de kritische beroepssituaties, niet zijnde de situatie van assurance-opdrachten, blijven de volgende artikelen buiten toepassing:
2.
Een trainee verzoekt het bestuur schriftelijk om toepassing van het eerste lid en toont daarbij door middel van overlegging van beroepsproducten en een essay aan dat wordt voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 45
Het bestuur stelt in overleg met de beoordelaar nadere voorwaarden aan de voortzetting van de praktijkopleiding AA in een volgend praktijkopleidingsjaar door een trainee die de afronding van de praktijkopleiding RA tot op niet meer dan een praktijkopleidingsjaar is genaderd en beslist over de toepassing van de artikelen 35, 38 en 39.
1.
Het mondeling examen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel b van de verordening wordt afgenomen in de vorm van een eindgesprek.
2.
Een eindgesprek duurt ten hoogste vijfenveertig minuten.
1.
Een trainee wordt toegelaten tot het eindgesprek als:
a. de trainee het portfolio heeft voltooid;
b. de trainee getuigschriften heeft overgelegd waaruit blijkt dat de trainee de opleiding tot accountant, bedoeld in artikel 46 van de wet, niet zijnde de praktijkopleiding, bedoeld in artikel 47 van de wet, succesvol heeft afgerond;
c. de trainee bewijzen van deelname heeft overgelegd waaruit blijkt dat de trainee heeft deelgenomen aan de cursussen als bedoeld in artikel 8, eerste lid; en
d. de beoordelaar en een door het bestuur aan te wijzen tweede beoordelaar instemmen met toelating tot het eindgesprek.
2.
Een portfolio is voltooid als daarin zijn opgenomen:
a. ten minste zes gespreksverslagen;
b. ten minste drie essays voorzien van een goedkeuring als bedoeld in artikel 40, eerste lid;
c. een volledig ingevulde competentiematrix;
3.
In afwijking van het tweede lid, onderdeel a en b, is een portfolio van een trainee waarop artikel 43 van toepassing is, voltooid als daarin zijn opgenomen:
a. twee gespreksverslagen; en
b. een essay, voorzien van een goedkeuring als bedoeld in artikel 40, eerste lid.
4.
Bij inwilliging van een verzoek als bedoeld in artikel 22 geldt in afwijking van het tweede lid, onderdeel a en b dat een portfolio van een trainee is voltooid is als daarin zijn opgenomen:
a. vier gespreksverslagen; en
b. twee essays, voorzien van een goedkeuring als bedoeld in artikel 40, eerste lid.
5.
In afwijking van het tweede lid, onderdeel a en b, is een portfolio van een trainee waarop artikel 44 van toepassing is, voltooid als daarin een essay, voorzien van een goedkeuring als bedoeld in artikel 40, eerste lid is opgenomen.
6.
Een tweede beoordelaar kan aan zijn instemming de voorwaarde verbinden dat de trainee het portfolio op onderdelen aanvult.
1.
Een eindgesprek wordt afgenomen door de beoordelaar en de tweede beoordelaar.
2.
De beoordelaar en de tweede beoordelaar bespreken voor het eindgesprek de inhoud van het eindgesprek.
3.
Een trainee is geslaagd voor het examen ter afronding van de praktijkopleiding AA als de beoordelaar en de tweede beoordelaar aan het eindgesprek een ‘voldoende’ toekennen.
4.
Indien de beoordelaar en de tweede beoordelaar niet tot een unanieme beslissing komen, beslist de tweede beoordelaar.
1.
Voor de toepassing van artikel 20 van de verordening wordt voor de toelating tot het examen ter afronding van de praktijkopleiding AA in de Brede MKB-variant onder beroepswerkzaamheden verstaan de werkzaamheden die:
a. gedurende vier jaren zijn verricht op het gebied van accountancy, waarvan ten minste drie jaren vallen in de periode van vijf jaren voorafgaand aan toelating tot de praktijkopleiding; en
b. voor ten minste 333 uren hebben bestaan uit werkzaamheden in het kader van controle-opdrachten of samenstellingsopdrachten, waarvan ten minste 100 uren zijn besteed in de periode nadat de trainee voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot het eerste jaar van de praktijkopleiding.
2.
Voor de toepassing van artikel 20 van de verordening wordt voor de toelating tot het examen ter afronding van de praktijkopleiding AA in de MKB controlevariant onder beroepswerkzaamheden verstaan de werkzaamheden die:
a. gedurende vier jaren zijn verricht op het gebied van accountancy, waarvan ten minste drie jaren vallen in de periode van vijf jaren voorafgaand aan toelating tot de praktijkopleiding; en
b. voor ten minste 333 uren hebben bestaan uit werkzaamheden in het kader van controle-opdrachten, waarvan ten minste 100 uren zijn besteed in de periode nadat de trainee voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot het eerste jaar van de praktijkopleiding.
1.
In afwijking van artikel 47, eerste lid wordt een trainee die:
a. gedurende twaalf jaren voorafgaand aan de toelating tot de praktijkopleiding beroepswerkzaamheden heeft verricht op het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar ten aanzien van drie van de kritische beroepssituaties, waaronder ten minste de situaties van assurance opdrachen en aan assurance verwante opdrachten;
b. door de verrichte beroepswerkzaamheden naar het oordeel van het bestuur een kennis- en ervaringsniveau heeft bereikt dat gelijkwaardig is aan het niveau dat wordt vereist voor de afronding van de praktijkopleiding AA; en
c. een dossier indient waaruit blijkt dat hij voldoet aan de eisen, bedoeld in de onderdeel a en b, wordt toegelaten tot een assessment ter vervanging van het eindgesprek.
2.
Gedurende het assessment wordt beoordeeld of een trainee voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b. Het assessment vindt plaats op grondslag van het dossier, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
3.
Een trainee verzoekt schriftelijk om toepassing van het eerste lid.
4.
Aan de toepassing van het eerste lid kan het bestuur voorwaarden verbinden.
5.
In het geval een assessment met succes wordt afgesloten, blijven de volgende bepalingen tenaanzien van de trainee buiten toepassing:
Artikel 51
De artikelen in dit hoofdstuk zijn uitsluitend van toepassing op de praktijkopleiding RA.
1.
Onverminderd het bepaalde in artikel 13, verzoekt een trainee om toelating tot het eerste jaar van de praktijkopleiding RA en overlegt daarbij de door het bestuur verlangde gegevens.
2.
Onverminderd het bepaalde in artikel 13, verzoekt een trainee om toelating tot het derde jaar van de praktijkopleiding RA en maakt daarbij gebruik van een door het bestuur vastgesteld formulier en overlegt de door het bestuur verlangde gegevens.
3.
Het bestuur laat tot het derde jaar van de praktijkopleiding RA toe degene die:
a. in alle vakken van het postinitiële deel van een aangewezen accountantsopleiding en van de hieraan voorafgaande masteropleiding alle (deel)tentamens heeft afgelegd en maximaal één (deel)tentamen dient te herkansen om alle vakken te hebben behaald; en
b. naar verwachting van de praktijkbegeleider, die betrokken is bij het opstellen van het derde jaarplan van de trainee, gedurende het derde stagejaar het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar zal bereiken.
4.
Het bestuur beslist schriftelijk op verzoeken als bedoeld in het eerste en tweede lid.
1.
Voorafgaand aan een praktijkopleidingsjaar stelt de trainee in overleg met de praktijkbegeleider een jaarplan op.
2.
Een jaarplan wordt uiterlijk ingediend en door de praktijkbegeleider beoordeeld binnen zes weken na de aanvang van het praktijkopleidingsjaar waarop het jaarplan betrekking heeft.
3.
Uit een jaarplan als bedoeld in het eerste lid, blijkt de planning van de trainee over de wijze waarop hij zal voldoen aan de bij en krachtens de verordening gestelde eisen.
4.
In het jaarplan wordt onderscheid gemaakt naar semesters.
5.
De trainee kan in overleg met de praktijkbegeleider het jaarplan aanpassen. De aanpassing blijkt uit de semesterverslagen met betrekking tot het desbetreffende praktijkopleidingsjaar.
1.
Een jaarplan behoeft de goedkeuring van de beoordelaar. De beoordelaar bevestigt de goedkeuring van een jaarplan.
2.
De beoordelaar beoordeelt een jaarplan binnen zes weken na ontvangst, met inachtneming van de bevindingen van de praktijkbegeleider.
3.
Bij de beoordeling van het jaarplan stelt de beoordelaar vast dat de voorgenomen werkzaamheden voldoen aan de bij of krachtens de verordening gestelde eisen.
4.
Een beoordelaar voorziet een jaarplan na beoordeling van commentaar.
5.
De trainee past een jaarplan dat door de beoordelaar niet is goedgekeurd, aan in overeenstemming met het commentaar van de beoordelaar en legt het jaarplan opnieuw ter goedkeuring voor.
6.
Indien een trainee gedurende een praktijkopleidingsjaar de praktijkopleiding onderbreekt of een dienstverband aangaat met een andere werkgever, stelt de trainee een aangepast jaarplan op voor het praktijkopleidingsjaar waarin de onderbreking heeft plaatsgevonden of een ander dienstverband is aangegaan.
Artikel 55
Periodieke rapportages als bedoeld in artikel 14, tweede lid van de verordening, bestaan uit semesterverslagen als bedoeld in artikel 56, eerste lid.
1.
De trainee stelt na elk semester in overleg met de praktijkbegeleider een semesterverslag op en dient dit in bij de praktijkbegeleider en de beoordelaar.
2.
Een semesterverslag behoeft de goedkeuring van de beoordelaar.
3.
Een semesterverslag wordt uiterlijk ingediend en door de praktijkbegeleider beoordeeld binnen zes weken na afloop van het semester waarop het semesterverslag betrekking heeft.
4.
Een beoordelaar beslist binnen zes weken na ontvangst van een semesterverslag over de goedkeuring van het semesterverslag.
5.
Bij het opstellen van een semesterverslag maakt de trainee gebruik van een door het bestuur vastgesteld formulier.
6.
Een semesterverslag bevat in elk geval de volgende onderdelen:
a. een opsomming van de verrichte werkzaamheden met de daaraan bestede tijd in vergelijking met het jaarplan;
b. de ervaringen van de trainee in het praktijkopleidingsjaar, weergegeven in de vorm van commentaren, suggesties (bijvoorbeeld voor de te volgen controleaanpak) en, indien aan de orde, onderwerpen die zich mogelijk lenen voor de afstudeerscriptie;
c. een terugkoppeling op de in het jaarplan geformuleerde leerdoelen en de consequenties van het al dan niet behalen hiervan voor de resterende deel van de praktijkopleiding;
d. de relatie van de werkzaamheden tot de onderdelen van de theoretische opleiding en de consequenties van de theoretische voortgang voor de voortgang van de praktijkopleiding;
e. de (bijgestelde) planning van de resterende praktijkopleiding en (eventuele aanvullende) suggesties daartoe;
f. een verklaring zoals deze als bijlage bij deze nadere voorschriften is gevoegd.
7.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid stelt de trainee na afloop van het tweede, derde, vierde en vijfde semester een essay als bedoeld in artikel 57 op.
8.
Een essay wordt ingediend tezamen met het semesterverslag dat betrekking heeft op de semesters bedoeld in het vorige lid, en maakt onderdeel uit van het desbetreffende semesterverslag.
9.
Een semesterverslag dat na afloop van het zesde semester wordt opgesteld, bevat naast de hiervoor opgenomen onderdelen tevens een recapitulatie van de volledige praktijkopleiding. Hierin beschrijft de trainee zijn ervaringen in de vorm van een weergave van zijn persoonlijke en vaktechnische ontwikkeling tot het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar gedurende de praktijkopleiding.
10.
Een semester wordt gesplitst als een trainee gedurende een semester een dienstverband aangaat met een andere werkgever. De trainee stelt per deel van het semester een afzonderlijk semesterverslag op. Indien het semesterverslag vergezeld gaat van een essay als bedoeld in artikel 58, wordt het essay slechts bij één van de afzonderlijke semesterverslagen gevoegd.
Artikel 57
Een essay omvat een beschrijving van een beroepssituatie die zich tijdens het desbetreffende semester heeft voorgedaan.
1.
Een overschrijding van de termijn als bedoeld in artikel 56, derde lid, die te wijten is aan de trainee, heeft tot gevolg dat de startdatum van een volgend semester even ver opschuift als de termijn waarmee de termijn als bedoeld in artikel 56, derde lid wordt overschreden.
2.
Het bestuur kan beslissen dat het niet of niet tijdig inleveren van een periodieke rapportage tot gevolg heeft dat het semester waarop de periodieke rapportage betrekking heeft, vervalt. Het semester vervalt in ieder geval nadat de termijn met zes maanden is overschreden, indien de overschrijding te wijten is aan de trainee.
1.
Op een trainee die de praktijkopleiding AA heeft afgerond in de Brede MKB-variant, bedoeld in artikel 33, eerste lid, blijven de volgende artikelen buiten toepassing:
a. artikel 53, eerste lid, met betrekking tot het jaarplan met betrekking tot het eerste praktijkopleidingsjaar;
b. artikel 56, eerste lid, met betrekking tot de semesterverslagen na afloop van het eerste en tweede semester;
c. artikel 56, zevende lid, met betrekking tot het essay na afloop van het tweede semester;
d. artikel 5, tweede lid, onderdeel b waarbij artikel 5, tweede lid, onderdeel c van overeenkomstige toepassing is op het derde en vierde semester.
2.
Een trainee verzoekt het bestuur schriftelijk om toepassing van het eerste lid.
3.
Een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt afgewezen als tussen de ontvangst van het verzoek en de afronding van de praktijkopleiding AA meer dan achtenveertig maanden zijn verstreken.
1.
Op een trainee die de praktijkopleiding AA heeft afgerond in de MKB-controlevariant, bedoeld in artikel 33, tweede lid, blijven de volgende artikelen buiten toepassing:
a. artikel 53, eerste lid, met betrekking tot het jaarplan met betrekking tot het eerste en tweede praktijkopleidingsjaar;
b. artikel 56, eerste lid, met betrekking tot de semesterverslagen na afloop van het eerste tot en met het vierde semester;
c. artikel 56, zevende lid, met betrekking tot het essay na afloop van het tweede, derde en vierde semester;
2.
Een trainee verzoekt het bestuur schriftelijk om toepassing van het eerste lid.
3.
Een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt afgewezen als tussen de ontvangst van het verzoek en de afronding van de praktijkopleiding AA meer dan achtenveertig maanden zijn verstreken.
Artikel 61
Het bestuur stelt in overleg met de beoordelaar nadere voorwaarden aan de voortzetting in een aansluitend praktijkopleidingsjaar van de praktijkopleiding RA door een trainee die één of twee praktijkopleidingsjaren van de praktijkopleiding AA heeft afgerond.
1.
Een examinator voldoet aan het door het bestuur vastgestelde competentieprofiel voor examinatoren.
2.
Een natuurlijk persoon verzoekt het bestuur schriftelijk om een aanwijzing tot examinator en maakt daarbij gebruik van het formulier dat door het bestuur ter beschikking is gesteld.
3.
Een examinator wordt ten hoogste voor vier jaren benoemd. Een examinator kan worden herbenoemd. Het bestuur kan bij de benoeming van een examinator een kortere benoemingstermijn vaststellen.
4.
Een examinator treedt niet op als examinator van een trainee met wie hij in een zakelijke of persoonlijke relatie staat die een bedreiging vormt voor een goede uitoefening van zijn taken.
Artikel 63
De benoeming van een examinator eindigt:
a. op verzoek van de examinator;
b. na het onherroepelijk worden van een door de accountantskamer aan de examinator opgelegde tuchtrechtelijke maatregel.
Artikel 64
Een trainee wordt bij het concipiëren van zijn afstudeerscriptie begeleid door de eerste examinator, bedoeld in artikel 72, eerste lid.
1.
Een trainee bericht het bestuur over zijn voornemen om een afstudeerscriptie op te stellen en maakt daarbij gebruik van een door het bestuur vastgesteld formulier.
2.
De opzet van de afstudeerscriptie zoals deze blijkt uit het formulier als bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van het bestuur.
3.
Het bestuur kan een afschrift van de bijlage als bedoeld in het tweede lid aan een door het bestuur aan te wijzen waarnemer sturen.
4.
De waarnemer, bedoeld in het vorige lid, kan het bestuur adviseren over het onderwerp en opzet van de afstudeerscriptie.
5.
Het bestuur informeert de trainee binnen zes weken na ontvangst van het formulier als bedoeld in het eerste lid en de bijlage als bedoeld in het tweede lid, over de goedkeuring van de opzet van de afstudeerscriptie. Indien de opzet van de afstudeerscriptie geheel of gedeeltelijk wordt afgekeurd, ontvangt de eerste examinator, bedoeld in artikel 72, eerste lid een afschrift van het oordeel.
6.
De trainee kan de opzet van de afstudeerscriptie in overleg met de eerste examinator, bedoeld in artikel 72, eerste lid aanpassen aan het commentaar van het bestuur en opnieuw ter beoordeling voorleggen.
1.
In de afstudeerscriptie toont de trainee aan de verworven theoretische kennis op eindniveau in de praktijk toe te kunnen passen en op basis van zijn kennis en ervaring naar eigen inzicht tot aanvaardbare oplossingen te kunnen komen op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar. Hierbij getuigt de trainee van een voldoende mate van zelfstandigheid en een kritische beroepshouding.
2.
Elke afstudeerscriptie bevat een verklaring zoals deze is opgenomen in de bijlage bij deze nadere voorschriften.
3.
De afstudeerscriptie omvat in zijn geheel ongeveer 9.000 woorden.
Artikel 67
Een afstudeerscriptie wordt beoordeeld door de eerste en tweede examinator.
Artikel 68
Voor de toepassing van artikel 22 van de verordening wordt onder beroepswerkzaamheden verstaan de werkzaamheden die:
a. gedurende vier jaren zijn verricht op het gebied van accountancy, waarvan ten minste drie jaren vallen in de periode van vijf jaren voorafgaand aan toelating tot de praktijkopleiding; en
b. voor ten minste 333 uren hebben bestaan uit werkzaamheden in het kader van controle-opdrachten, waarvan ten minste 100 uren zijn besteed in de periode nadat de trainee voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot het eerste jaar van de praktijkopleiding.
1.
Een trainee verdedigt zijn afstudeerscriptie tijdens het mondeling examen.
2.
Het is de trainee toegestaan aan het begin van het mondeling examen gedurende ten hoogste tien minuten een presentatie te houden over zijn afstudeerscriptie.
3.
Het voornemen van de trainee tot een presentatie bedoeld in het vorige lid, wordt vooraf besproken met de examinatoren. De presentatie voegt daadwerkelijk iets toe aan de inhoud van de afstudeerscriptie.
1.
De trainee kan een verzoek tot afname van een mondeling examen indienen nadat de afstudeerscriptie voldoende is beoordeeld.
2.
Met inachtneming van het vorige lid, vindt het mondeling examen ten minste vier weken na indiening van het verzoek plaats.
1.
Een trainee wordt toegelaten tot het mondeling examen als:
a. de trainee het portfolio heeft voltooid;
b. de trainee getuigschriften heeft overgelegd waaruit blijkt dat de trainee de opleiding tot accountant, bedoeld in artikel 46 van de wet, niet zijnde de praktijkopleiding, bedoeld in artikel 47 van de wet, succesvol heeft afgerond;
c. de trainee bewijzen van deelname heeft overgelegd waaruit blijkt dat de trainee heeft deelgenomen aan de cursussen als bedoeld in artikel 8, eerste lid;
d. de trainee de examinatoren uiterlijk vier weken voor het mondeling examen een kopie van het portfolio heeft verstrekt;
e. de trainee het bestuur uiterlijk twee weken voor het mondeling examen een kopie van de met een voldoende beoordeelde afstudeerscriptie heeft verstrekt; en
f. de examinator en een door het bestuur aan te wijzen tweede examinator instemmen met toelating tot het eindgesprek.
2.
Een portfolio is voltooid als daarin zijn opgenomen:
a. zes semesterverslagen voorzien van een goedkeuring als bedoeld in artikel 56, tweede lid; en
b. ten minste vier essays.
3.
In afwijking van het tweede lid, onderdeel a en b, is een portfolio van een trainee waarop artikel 59 van toepassing is of bij inwilliging van een verzoek als bedoeld in artikel 22, voltooid als daarin zijn opgenomen:
a. semesterverslagen met betrekking tot het derde tot en met het zesde semester voorzien van een goedkeuring als bedoeld in artikel 56, tweede lid;
b. de essays met betrekking tot het derde, vierde en vijfde semester.
4.
In afwijking van het tweede lid, onderdeel a en b, is een portfolio van een trainee waarop artikel 60 van toepassing is, voltooid als daarin zijn opgenomen:
a. twee semesterverslagen voorzien van een goedkeuring als bedoeld in artikel 56, tweede lid; en
b. een essay met betrekking tot het vijfde semester.
5.
Een tweede examinator kan aan zijn instemming de voorwaarde verbinden dat de trainee het portfolio op onderdelen aanvult.
1.
Een mondeling examen wordt afgenomen door een eerste en een tweede examinator.
2.
Een mondeling examen duurt minimaal een uur en ten hoogste anderhalf uur.
3.
Examinatoren nemen ten hoogste vier keer per jaar in dezelfde samenstelling een mondeling examen ter afsluiting van de praktijkopleiding RA af.
4.
De tweede examinator staat tot de trainee niet in een relatie die de objectieve oordeelsvorming over het kennen en kunnen van de trainee tijdens het examen in de weg kan staan.
5.
De examinatoren bespreken vooraf de inhoud van het mondeling examen ter afsluiting van de praktijkopleiding RA en de rolverdeling tijdens het examen.
1.
Aan het mondeling examen wordt een cijfer toegekend.
2.
De examinatoren stellen na afloop van het mondeling examen een cijfer vast. Het cijfer wordt uitgedrukt in een getal tussen 1 en 10, waarbij cijfers tussen 1 en 9 zo nodig op een halve punt nauwkeurig kunnen worden bepaald.
3.
Indien de examinatoren niet tot een unanieme beslissing komen, beslist de tweede examinator.
4.
Een trainee is geslaagd voor het mondeling examen wanneer hij daarvoor ten minste het cijfer 6,0 heeft behaald.
5.
De examinatoren informeren de trainee onverwijld van het cijfer dat zij aan het mondeling examen hebben toegekend.
6.
Het bestuur informeert de trainee binnen drie weken na afloop van het mondeling examen schriftelijk over het cijfer voor het mondeling examen.
Artikel 74
De termijnen genoemd in artikel 21, vijfde lid, en artikel 39, vierde, vijfde en zesde lid, treden in werking met ingang van 1 januari 2015.
1.
Artikel 4, eerste lid is niet van toepassing op de praktijkopleiding van een trainee die de praktijkopleiding RA is gestart voor 1 januari 2008, met dien verstande dat op bedoelde praktijkopleiding artikel 18 van de Nadere voorschriften op de praktijkstage zoals deze luidden voor 1 januari 2014 van toepassing blijft.
2.
Op een mondeling examen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel c, van de verordening dat wordt afgenomen voor 1 april 2014, blijven de artikelen 32, achtste lid, onderdeel d en 34 van de Nadere voorschriften op de praktijkstage van toepassing, zoals deze luidden voor 1 januari 2014.
1.
Een stagebureau dat is ingesteld voor de inwerkingtreding van deze nadere voorschriften, voldoet uiterlijk op 1 januari 2015 aan het bepaalde in artikel 15.
2.
Artikel 16, eerste lid is niet van toepassing op praktijkbegeleiders en beoordelaars die voor 1 januari 2014 zijn benoemd, met dien verstande dat de termijn, bedoeld in artikel 16, eerste lid, eerste volzin, aanvangt op het moment dat een praktijkbegeleider of een beoordelaar na 1 januari 2014 wordt belast met de begeleiding van een trainee respectievelijk wordt belast met de beoordeling van de vorderingen van de praktijkopleiding van een trainee.
3.
Artikel 18, derde lid is slechts van toepassing op de begeleiding van een trainee van de praktijkopleiding AA waarmee een praktijkbegeleider na de inwerkingtreding van deze nadere voorschriften is belast.
4.
Een beoordelaar die de vorderingen van trainees van de praktijkopleiding AA beoordeelt, voldoet per 1 januari 2015 aan artikel 20, vierde lid.
5.
Tot de vaststelling van het competentieprofiel, bedoeld in artikel 62, eerste lid, voldoet een examinator aan artikel 26a van de Nadere voorschriften op de praktijkstage zoals deze luidden voor 1 januari 2014.
1.
Deze nadere voorschriften treden in werking op de dag na publicatie in de Staatscourant.
2.
Deze nadere voorschriften worden aangehaald als: Nadere voorschriften op de praktijkopleidingen.