Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Mandaatregeling RDW
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 juni 2009. U leest nu de tekst die gold op 31 mei 2009.

Mandaatregeling RDW

Regeling van de Directie van de RDW (Dienst Wegverkeer) van 29 maart 2006, nr. VIZ 2006/1168, houdende mandatering bestuurlijke bevoegdheden van de Directie binnen de RDW
De directie van de RDW,
Overwegende dat het wenselijk is voor de doelmatige uitvoering van de wettelijke taken door de RDW de mandaatregeling, waarbij de bevoegdheid tot het nemen van beschikkingen op een lager niveau in de organisatie is gelegd, te wijzigen;
Gelet op artikel 4f en 4g van de Wegenverkeerswet 1994 en het Directiereglement RDW 2005;
Besluit:
Artikel 1
De aan de Directie, bij artikel 4fen artikel 4g, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, verleende bevoegdheden worden ten aanzien van bepaalde onderdelen van de taak van de RDW gemandateerd aan:
a. de Divisiemanager Voertuigtechniek;
b. de Divisiemanager Registratie en Informatie;
c. de Manager OVR (Ontwikkeling Voertuigreglementering);
d. de Manager F&C (Financiën en Control);
e. de Manager JBZ (Juridische en Bestuurlijke Zaken).
Artikel 2
De aan de Directie, bij artikel 4f en artikel 4g, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, verleende bevoegdheden worden ten aanzien van bepaalde onderdelen van de taak van de RDW gemandateerd aan:
a. de staven van de Divisie Voertuigtechniek, te weten:
1. de Lijncontroller van de Stafafdeling Lijncontrol;
2. het hoofd Algemene Staf;
3. het hoofd Operationele Staf;
b. de hoofdafdelingen van de Divisie Voertuigtechniek, te weten:
1. de manager van het bedrijfsproces Typegoedkeuring;
2. de bedrijfsprocessen IK en APK (Individuele Keuring en Algemene Periodieke Keuring):
de Regiomanager regio Noord;
de Regiomanager regio West;
de Regiomanager regio Zuid;
3. de manager van het bedrijfsproces Toelating Exceptioneel Transport;
c. de Divisie Registratie en Informatie te weten:
1. de Afdelingsmanager Operations;
2. de Afdelingsmanager Relatiemanagement;
3. de Afdelingsmanager Klantenservice RDW;
4. de Afdelingsmanager Managementondersteuning;
d. de Afdeling Ontwikkeling Voertuigreglementering te weten:
– de beleidsmedewerkers OVR;
e. de Afdeling Juridische en Bestuurlijke Zaken, te weten:
1. de Senior Medewerkers Juridische en Bestuurlijke Zaken;
2. de Medewerkers Juridische en Bestuurlijke Zaken;
3. de Junior Medewerkers Juridische en Bestuurlijke Zaken.
Artikel 3
De aan de Directie, bij artikel 4fen 4g, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, verleende bevoegdheden worden ten aanzien van bepaalde onderdelen van de taak van de RDW gemandateerd aan de navolgende functionarissen, die werkzaam zijn bij:
a. de Stafafdeling Lijncontrol van de Divisie Voertuigtechniek, te weten:
– het hoofd Planning & Control;
b. de Algemene Staf van de Divisie Voertuigtechniek, te weten:
1. de Medewerker Informatie Voertuigtechniek;
2. de Coördinator Kwaliteitszorg VT;
3. de 1 e Medewerker KZ;
4. de 2 e Medewerker KZ;
5. de Beheerder informatiesystemen;
6. de 1 e Medewerker Beleid & Regelgeving;
7. de 2 e Medewerker Beleid & Regelgeving;
8. de 3 e Medewerker Beleid & Regelgeving;
c. de Operationele Staf van de Divisie Voertuigtechniek, te weten:
1. de Procescoördinator IK (Individuele Keuringen);
2. de Beleidsmedewerker IK;
3. de Procescoördinator APK (Algemene Periodieke Keuring);
4. de Beleidsmedewerker APK;
5. de Procescoördinator TGK (Typegoedkeuring);
6. de Beleidsmedewerker TGK;
7. de Coördinator O&I (Opleiding en Instructie);
8. de Medewerker O&I;
9. het Hoofd Projectbureau VT;
d. het bedrijfsproces Typegoedkeuringen van de Divisie Voertuigtechniek, te weten:
1. de Manager Testen;
2. de Manager Certificeren;
3. de Manager Administratie en Registerbeheer;
4. de Manager Testcentrum Lelystad;
5. de Kwaliteitscoördinator Typegoedkeuringen;
6. de Coördinator secretariaat;
7. de Adviseur bedrijfsorganisatie;
e. de bedrijfsprocessen IK en APK (Individuele Keuring en Algemene Periodieke Keuring), van de Divisie Voertuigtechniek, te weten:
1. de hoofden van de keuringsstations;
2. het hoofd van de afdeling IKS (Individueel Keuren Speciaal);
3. de hoofden van de regioadministraties;
4. de bedrijfsinspecteurs;
5. de teamleiders administratie Keuringsstation;
6. de teamleiders techniek Keuringsstation;
f. het bedrijfsproces Toelating Exceptioneel Transport (TET) van de Divisie Voertuigtechniek, te weten:
1. de operationeel manager TET;
2. de senior beleidsmedewerker;
3. de ontheffingsmedewerker;
g. de afdeling Operations van de Divisie Registratie en Informatie, te weten:
1. de unitmanager Voertuigregistratie en Documenten (VRD);
2. de unitmanager Erkenningen en Toezicht (E&T);
3. de unitmanager Aansprakelijkheids- en Persoonsregistratie (APR);
4. de unitmanager Handhaving;
5. de unitmanager Rijbewijzen;
h. de afdeling Klantenservice RDW van de Divisie Registratie en Informatie, te weten:
1. de unitmanager KlantContactCentrum;
2. de unitmanager WPR;
3. de unitmanager Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit (LIV);
4. de unitmanager Kennismanagement;
i. de afdeling Relatiemanagement van de Divisie Registratie en Informatie, te weten:
1. de relatiemanagers;
2. de coördinator Klanten Beheer en Informatie.
Artikel 4
De aan de Directie, bij artikel 4f en 4g, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, verleende bevoegdheden worden ten aanzien van bepaalde onderdelen van de taak van de RDW gemandateerd aan de navolgende functionarissen, die werkzaam zijn bij:
a. de afdeling Testen van het bedrijfsproces TGK, te weten:
1. de Technisch Hoofdinspecteur;
2. de Technisch Inspecteur Specialist;
3. de Coördinator Homedesk;
4. de Administratief medewerker Homedesk;
b. de afdeling Certificeren van het bedrijfsproces TGK, te weten:
1. de Hoofdinspecteur Certificeren;
2. de Inspecteur Certificeren;
3. de Assistent Inspecteur Certificeren;
4. de Medewerker Certificeren;
c. de afdeling Administratie en Registerbeheer (A&R) van het bedrijfsproces TGK, te weten:
1. de Registerbeheerder;
2. de Operationeel Manager;
3. de Medewerker Registerbeheer;
4. de Behandelingsmedewerker;
5. de Applicatiebeheerder;
d. het Testcentrum Lelystad (TCL), te weten:
1. de medewerker Beleid en Kwaliteit;
2. de Coördinator Verhuur;
3. de Coördinator Veiligheid;
4. de medewerker Veiligheid;
5. de medewerker Financieel Beheer;
6. de Teamleider Testen;
7. de Teamleider Meet & Projectgroep;
8. de Technisch Inspecteur Specialist;
9. de Technisch Inspecteur;
10. de Meettechnisch Inspecteur;
11. de Technisch Assistent;
12. de Coördinator Marketing;
e. de regiokantoren, te weten:
1. de administratief medewerkers van de regioadministratie;
f. de keuringsstations, te weten:
1. de technisch medewerkers;
2. de administratief medewerkers;
g. de afdeling IKS (Individueel keuren speciaal), te weten:
1. de Hoofdinspecteur;
2. de Hoofdontwerpbeoordelaar;
3. de Technisch Inspecteur Specialist;
4. de Technisch Inspecteur;
5. de 1 e Medewerker IKS/KZ;
6. de Technisch-Administratief Coördinator;
7. de Behandelingsmedewerker;
h. de unit Voertuigregistratie en Documenten (VRD) te weten:
1. de teammanagers VRD;
2. de productieconsultants VRD;
3. de behandelingsmedewerkers VRD;
4. de senior behandelingsmedewerkers VRD;
i. de unit Erkenningen en Toezicht (E&T), te weten:
1. de teammanagers E&T;
2. de productieconsultants E&T;
3. de behandelingsmedewerkers E&T;
4. de senior behandelingsmedewerkers E&T;
5. de Bedrijvencontroleurs;
j. de unit Aansprakelijkheids- en Persoonsregistratie (APR), te weten:
1. de teammanager APR;
2. de productieconsultants APR;
3. de behandelingsmedewerkers APR;
4. de senior behandelingsmedewerkers APR;
k. de unit Handhaving, te weten:
1. de productieconsultants Handhaving;
2. de behandelingsmedewerkers Handhaving;
3. de senior behandelingsmedewerkers Handhaving;
l. de unit Rijbewijzen, te weten:
1. de teammanagers Rijbewijzen;
2. de productieconsultants Rijbewijzen;
3. de behandelingsmedewerkers Rijbewijzen;
4. de senior behandelingsmedewerkers Rijbewijzen;
m. de unit KlantContactCentrum (KCC), te weten:
1. de teammanagers KCC;
2. de productieconsultants KCC;
3. de senior medewerkers KCC;
4. de medewerkers KCC;
n. de unit WPR, te weten:
1. de productieconsultants WPR;
2. de senior medewerkers WPR;
3. de medewerkers WPR;
o. de unit Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit (LIV), te weten:
1. de medewerkers LIV;
p. de unit Kennismanagment, te weten:
1. de senior productieconsultants Kennisbeheer;
2. de medewerkers Kennisbeheer;
q. de afdeling Relatiemanagement, te weten:
1. de coördinator van de unit Klanten Beheer en Informatie;
2. medewerkers van de unit Klanten Beheer en Informatie;
r. afdeling Managementondersteuning, te weten:
1. de Registerbeheerders;
2. de medewerkers Bezwaar, Beroep en Klachten;
s. de Afdeling Juridische en Bestuurlijke Zaken, te weten:
1. de Managementassistent;
2. de Secretaresse.
1.
Aan de Directie blijven voorbehouden:
a. de afdoening en ondertekening van beleidsregels;
b. de afdoening en ondertekening van circulaires die een verzoek, gericht tot een groep van personen of instanties buiten de overheid, om medewerking of inlichtingen bevatten;
c. de afdoening en ondertekening van stukken:
1. gericht aan de Algemene Rekenkamer;
2. gericht aan de Nationale Ombudsman;
3. gericht aan de Raad van Toezicht;
4. gericht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat;
5. gericht aan de Ondernemingsraad;
6. gericht aan het Georganiseerd Overleg;
7. gericht aan de Stichting Centraal Overleg Bedrijfsleven / RDW;
8. inzake beslissingen op bezwaar op grond van de Algemene wet bestuursrecht in personele aangelegenheden;
d. het aangaan van (internationale) samenwerkingsverbanden;
e. het sluiten van bestuurlijke overeenkomsten;
f. het voeren van politiek overleg.
2.
Het reglement als bedoeld in artikel 4n van de Wegenverkeerswet 1994 is bij het uitoefenen van deze bevoegdheden van toepassing.
1.
De in artikel 1 genoemde functionarissen maken van het hen verleende mandaat uitsluitend gebruik, voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot hun werkterrein en die naar hun aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door de Directie.
2.
De in de artikelen 2, 3, en 4 genoemde functionarissen maken van het hen verleende mandaat uitsluitend gebruik, voor zover het aangelegenheden betreft die – gelet op het bepaalde in Bijlage 1 bij deze regeling – behoren tot het werkterrein van hun dienstonderdeel, en die – mede gelet op de inhoud van Bijlage 2 bij deze regeling – naar hun aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door de functionaris onder wie zij rechtstreeks ressorteren.
3.
De door de Directie aan de in artikel 1, en de in artikel 2, onder a, b en c, genoemde functionarissen verleende bevoegdheden kunnen slechts worden uitgeoefend door die waarnemers van bedoelde functionarissen die door de Directie daartoe schriftelijk zijn aangewezen.
4.
Op gevallen waarin door de Directie ondermandaat is verleend aan functionarissen van de RDW, ten aanzien van bevoegdheden die door andere bestuursorganen aan de RDW bij mandaat zijn verleend, is deze mandaatregeling van overeenkomstige toepassing.
1.
De stukken die door de in de artikelen 1 tot en met 4 genoemde functionarissen op grond van deze regeling worden afgedaan en ondertekend, vermelden aan het slot:
De directie van de RDW,
namens deze,
gevolgd door functieaanduiding, handtekening en naam van de betrokken functionaris.
2.
Certificaten, processen-verbaal, documenten en rapporten die door de in de artikelen 1 tot en met 4 genoemde functionarissen op grond van deze regeling worden opgemaakt en / of afgegeven, worden ondertekend op de in de betreffende regelingen aangegeven wijze.
Artikel 8
De Mandaatregeling RDW van 27 juni 2003, Stcrt. 2003 nr. 131, wordt ingetrokken.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling RDW.
Artikel 10
Deze regeling zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en treedt in werking op 1 april 2006.
Zoetermeer, 29 maart 2006
De directie van de RDW ,
de
algemeen directeur