Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Maatregelenbesluit UWV
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1. Definities
Artikel 1a. Grondslag
Artikel 2. Algemene bepaling
Artikel 3. Maatregelen eerste categorie
Artikel 4. Maatregelen tweede categorie
Artikel 5. Maatregelen derde categorie
Artikel 6. Maatregelen vierde categorie
Artikel 7. Maatregelen vijfde categorie
Artikel 8. Niet nakoming twee of meer verplichtingen
Artikel 9. Recidive
Artikel 10. Samenvoeging van maatregelen
Artikel 11
Artikel 12. Realisering van de maatregel
Artikel 13. Vakantie
Artikel 14
Artikel 15. Inwerkingtreding
Artikel 16. Citeertitel
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 mei 2008. U leest nu de tekst die gold op 30 april 2008.

Maatregelenbesluit UWV

Maatregelenbesluit UWV
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gelet op de artikelen 45, zesde lid, van de Ziektewet, 47, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 39, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 29, vijfde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 27, , negende lid, van de Werkloosheidswet, 14, zesde lid, van de Toeslagenwet;
Besluit:
Artikel 1. Definities
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
b. CWI: Centrale organisatie werk en inkomen;
c. ZW: Ziektewet ;
d. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen ;
e. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten ;
f. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ;
g. WW: Werkloosheidswet ;
h. TW: Toeslagenwet ;
i. Wazo: Wet arbeid en zorg ;
j. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ;
k. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen ;
l. WGA-uitkering: werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet WIA;
m. plan van aanpak: het plan van aanpak, bedoeld in artikel 26, eerste lid van de Wet WIA;
n. reïntegratievisie: de reïntegratievisie, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de Wet SUWI;
o. reïntegratieplan: het reïntegratieplan, bedoeld in artikel 30a, derde lid, van de Wet SUWI;
p. maatregel: weigering van de uitkering als bedoeld in de artikelen 45, eerste lid, van de ZW, 88 van de Wet WIA, 45 en 46 van de WAZ, 37 en 38 van de Wajong, 25 en 28 van de WAO, 27, derde en vierde lid van de WW en een weigering van de toeslag als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de TW;
q. verzekerde: de persoon bedoeld in de artikelen 3 tot en met 8a en 64 van de ZW, 7, 10 en 18 van de Wet WIA, 3 van de WAZ, 3 van de Wajong, 3 tot en met 7b juncto 23, eerste lid, en 81 van de WAO, de werknemer bedoeld in de artikelen 3 tot en met 8 en 53 van de WW, degene die aanspraak maakt op toeslag ingevolge de TW , zijn echtgenoot of zijn wettelijke vertegenwoordiger, de werknemer en de gelijkgestelde bedoeld in artikel 3:6 van de Wazo en de zelfstandige en beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst bedoeld in artikel 3:17 van de Wazo.
Artikel 2. Algemene bepaling
Per wet wordt een maatregel opgelegd met inachtneming van dit besluit. De verplichtingen, waarop een maatregel van toepassing is, zijn per wet ingedeeld in categorieën en opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
1.
Tenzij volstaan wordt met een waarschuwing, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting opgenomen in de eerste categorie van de ZW , respectievelijk de Wet WIA , de WAZ , de Wajong , de WAO , de WW en de TW :
a. 5% over de te late termijn, indien het gestelde tijdstip met niet meer dan 7, respectievelijk 56 kalenderdagen wordt overschreden;
b. 10% over de te late termijn, indien het gestelde tijdstip met meer dan 7, respectievelijk 56 kalenderdagen, doch niet meer dan 28, respectievelijk 112 kalenderdagen wordt overschreden;
c. 20% over de te late termijn met een maximum van 52 weken, indien het gestelde tijdstip met meer dan 28, respectievelijk 112 kalenderdagen wordt overschreden.
2.
Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de verzekerde daartoe aanleiding geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 2%, 5%, 10% in plaats van 5%, 10%, 20%.
3.
Voor de vaststelling van het aantal kalenderdagen, bedoeld in het eerste lid, blijven ten aanzien van de verplichting, opgenomen in:
a. de eerste categorie, ten 1°, 2°, 4° tot en met 8° en 11° van de WW en de eerste categorie van de ZW , de Wet WIA , de WAZ , de Wajong , de WAO en de TW , buiten toepassing dagen, niet zijnde zaterdagen of zondagen, waarop kantoren van het UWV zijn gesloten;
b. de eerste categorie, ten 3°, van de WW , buiten toepassing dagen, niet zijnde zaterdagen of zondagen, waarop kantoren van de CWI zijn gesloten;
c. de eerste categorie van de WW , buiten toepassing dagen, waarop ingevolge die wet geen recht bestaat op een uitkering.
1.
De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting opgenomen in de tweede categorie van de ZW , de Wet WIA , de WAZ , de Wajong , de WAO , de WW en de TW : 5% gedurende 4 weken.
2.
Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de verzekerde daartoe aanleiding geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 2%.
1.
De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting opgenomen in de derde categorie van de ZW , de Wet WIA , de WAZ , de Wajong , de WAO en de WW : 10% gedurende 8 weken.
2.
Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de verzekerde daartoe aanleiding geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 5%.
1.
De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting opgenomen in de vierde categorie van de ZW , de Wet WIA , de WAZ , de Wajong , de WAO en de WW : 20% gedurende 16 weken.
2.
Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de verzekerde daartoe aanleiding geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste lid: 10%.
3.
In afwijking van het eerste respectievelijk tweede lid, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 3°, van de WW :
a. 10% gedurende 16 weken, respectievelijk 5% gedurende 16 weken, indien de verzekerde onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig scholingsresultaat, zodat vertraging in de opleiding of scholing is ontstaan;
b. 30% gedurende 16 weken, respectievelijk 10% gedurende 16 weken, indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde deze opleiding of scholing niet aanvangt of heeft afgebroken;
c. gehele weigering van de uitkering over de volledige of resterende duur indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde volhardt in het niet of niet behoorlijk nakomen van deze verplichting;
d. gehele weigering van de uitkering over de volledige of resterende duur indien de verzekerde volhardt in het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting beschikbaar te zijn voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand en mee te werken aan het verkrijgen van die voorzieningen.
4.
In afwijking van het eerste respectievelijk tweede lid, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 4°, van de WAO , WAZ en Wajong , de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 5°, van de Ziektewet en de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 6° van de WW , voor zover deze laatste verplichting betrekking heeft op de verplichting genoemd in de vierde categorie, ten 5°, van de Ziektewet :
a. 10% gedurende 16 weken, respectievelijk 5% gedurende 16 weken, indien de verzekerde onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig scholingsresultaat, zodat vertraging in de opleiding of scholing die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid, is ontstaan;
b. 30% gedurende 16 weken, respectievelijk 10% gedurende 16 weken, indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde deze opleiding of scholing die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid, niet aanvangt of heeft afgebroken;
c. gehele weigering van de uitkering over de volledige of resterende duur indien het een opleiding of scholing betreft die baanzekerheid geeft en de verzekerde volhardt in het niet of niet behoorlijk nakomen van deze verplichting.
5.
Onder baanzekerheid als bedoeld in het derde en vierde lid wordt verstaan een baangarantie of een zodanige kans op een baan, na afronding van de opleiding of scholing, dat deze gelijk te stellen is met een baangarantie.
6.
In afwijking van het eerste respectievelijk tweede lid, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel een blijvend gehele weigering van de uitkering indien de verzekerde volhardt in het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in de vierde categorie, ten 1°, van de WAO , de WAZ en de Wajong .
1.
De hoogte en de duur van de maatregel bedragen bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting opgenomen in:
a. de vijfde categorie, ten 1° van de ZW , de Wet WIA , de WAZ , de Wajong en de WAO alsmede de vijfde categorie, ten 6° van de WW , voor zover deze laatste verplichting betrekking heeft op de verplichting genoemd in de vijfde categorie, ten 1°, van de ZW blijvend gehele weigering van de uitkering;
b. de vijfde categorie, ten 2° van de ZW en ten 1° van de WW alsmede de vijfde categorie, ten 6° van de WW , voor zover deze laatste verplichting betrekking heeft op de verplichting genoemd in de vijfde categorie, ten 2°, van de ZW , de gehele uitkering voor de duur dat de verzekerde aanspraak op loon zou hebben kunnen doen gelden, dan wel de dienstbetrekking zou hebben kunnen voortduren;
c. de vijfde categorie, ten 2°, 3° en 4° van de WW : dat deel van de uitkering dat niet tot uitbetaling zou komen, indien de verzekerde de bedoelde benadelingshandeling had nagelaten;
d. de vijfde categorie, ten 3° van de ZW en ten 5° van de WW alsmede de vijfde categorie, ten 6° van de WW , voor zover deze laatste verplichting betrekking heeft op de verplichting genoemd in de vijfde categorie, ten 3°, van de ZW , afhankelijk van de ernst van de gedraging of nalatigheid van de verzekerde:
20% gedurende 16 weken,
30% gedurende 26 weken,
de gehele uitkering over de volledige of resterende uitkeringsduur;
e. de vijfde categorie, ten 2°, van de Wet WIA : de gehele uitkering voor de duur dat de dienstbetrekking zou hebben kunnen voortduren, doch ten hoogste voor de duur van het tijdvak, bedoeld in artikel 25, negende lid, van de Wet WIA;
f. de vijfde categorie, ten 3° en ten 4°, van de Wet WIA : dat deel van de uitkering dat niet tot uitbetaling zou komen indien de verzekerde de bedoelde verplichting wel zou zijn nagekomen.
2.
Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de verzekerde daartoe aanleiding geeft, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel:
a. bedoeld in het eerste lid, onder a: 30% gedurende 26 weken;
b. bedoeld in het eerste lid, onder b: 30% gedurende de daar bedoelde termijn;
c. bedoeld in het eerste lid, onder c: 30% van het daar bedoelde deel van de uitkering;
d. bedoeld in het eerste lid, onder d, ten 1°: 10% gedurende 16 weken;
e. bedoeld in het eerste lid, onder d, ten 2°: 20% gedurende 16 weken;
f. bedoeld in het eerste lid, onder d, ten 3°: 30% gedurende 26 weken;
g. bedoeld in het eerste lid, onder e: 30% gedurende de daar bedoelde termijn;
h. bedoeld in het eerste lid, onder f: 30% van het daar bedoelde deel van de uitkering.
1.
Indien de verzekerde per wet twee of meer verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt en indien het niet nakomen van deze verplichtingen niet voortkomt uit één oorzaak worden de bij deze verplichtingen na toepassing van dit besluit vastgestelde maatregelen samengevoegd en zoveel mogelijk gelijktijdig gerealiseerd.
2.
Indien de verzekerde per wet twee of meer verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt en indien het niet nakomen van deze verplichtingen voortkomt uit één oorzaak wordt één maatregel toegepast overeenkomend met de zwaarste van de bij deze verplichtingen na toepassing van dit besluit vastgestelde maatregelen.
3.
Indien de verzekerde ter zake van zijn ingetreden werkloosheid meer dan één verplichting opgenomen in de eerste categorie, ten 1°, 2° en 3° van de WW , niet of niet behoorlijk is nagekomen en tussen de nakoming van deze verplichtingen niet meer dan zeven kalenderdagen zijn gelegen, wordt aan de overtreding van genoemde verplichtingen één oorzaak ten grondslag gelegd.
1.
Indien aan de verzekerde schriftelijk is bekendgemaakt dat hem wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting een maatregel is opgelegd, en hij binnen twee jaren na de dag van deze bekendmaking opnieuw dezelfde verplichting niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt het percentage van de maatregel, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7, met de helft daarvan verhoogd.
2.
Indien na de schriftelijke bekendmaking dat een maatregel is opgelegd ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, opgenomen in de vierde categorie, ten 1°, van de WW , dezelfde verplichting binnen 12 maanden voor de derde maal niet is nagekomen, wordt de gehele uitkering over de resterende duur geweigerd.
3.
Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid worden de verplichtingen op grond van artikel 27, vierde lid, van de WW geacht dezelfde verplichtingen te zijn als de dienovereenkomstige verplichtingen op grond van artikel 45 ZW.
1.
Indien als gevolg van de samenvoeging, genoemd in artikel 8, eerste lid of van de verhoging, genoemd in artikel 9, eerste lid, de maatregel meer dan 30% bedraagt, wordt de hoogte van de maatregel gesteld op 30% en de duur ervan verlengd met een zodanige periode dat daarmee de volledige samenvoeging dan wel de verhoging wordt gerealiseerd.
2.
Indien op grond van artikel 27, eerste lid, van de WW, het uitkeringspercentage wordt verlaagd naar 35 én de verzekerde een maatregel op grond van dit besluit wordt opgelegd, wordt eerst de eerstgenoemde maatregel gerealiseerd en aansluitend de maatregel op grond van dit besluit.
3.
In afwijking van het tweede lid, wordt eerst de maatregel op grond van dit besluit gerealiseerd indien deze maatregel een tijdelijk gehele of blijvend gehele weigering van de uitkering betreft.
1.
Een tijdelijk gedeeltelijke weigering als maatregel, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7, wordt:
a. bij de ZW gerealiseerd door het uitkeringspercentage van 70, bedoeld in artikel 29, zesde lid en 29b, tweede lid, van de ZW, te korten met het aantal procentpunten van de maatregel, en de uitkering, bedoeld in de artikelen 29, zevende lid, 29a, en 29b, derde lid, van de ZW met het percentage van de maatregel, met dien verstande dat, indien de uitkering met toepassing van artikel 31 van de ZW gedeeltelijk niet tot uitbetaling komt, de korting wordt vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het bedrag dat van de uitkering wordt betaald, en de noemer door het bedrag van de uitkering;
b. bij de WW gerealiseerd door de uitkeringspercentages, bedoeld in het eerste lid van de artikelen 47, 51, 52 en 52i van de WW , te korten met het aantal procentpunten van de maatregel en de uitkering, bedoeld in artikel 64 van de WW, met het percentage van de maatregel;
c. bij de WAO , de WAZ en de Wajong gerealiseerd door het percentage van de maatregel te vermenigvuldigen met de factor: uitkeringspercentage, bedoeld in de artikelen 21, tweede lid van de WAO, 9, eerste lid en 24, derde lid, van de WAZ en 8, eerste lid, van de Wajong, of het uitkeringspercentage, zoals vastgesteld na toepassing van de artikelen 44 van de WAO, 58 van de WAZ en 50 van de Wajong, gedeeld door 70. Het hiervoor bedoelde uitkeringspercentage wordt verminderd met het berekende percentage. De verhoging van de uitkering, bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, van de WAO, 10 van de WAZ en 9 van de Wajong, blijft bij de realisering van de maatregel buiten beschouwing;
d. bij de TW gerealiseerd door het bedrag aan toeslag, waarop ingevolge de artikelen 8 en 10 van de TW recht bestaat, te korten met het percentage van de maatregel;
e. bij de Wet WIA gerealiseerd door het uitkeringsbedrag te korten met het percentage van de maatregel, waarbij een verhoging als bedoeld in de artikelen 53 en 63 van de Wet WIA buiten beschouwing blijft.
2.
Indien in het dagloon waarnaar de uitkering is berekend de waarde van een vakantiebon of daarmee overeenkomende aanspraken, bestemd voor vakantie-, feest- en/of snipperdagen, is opgenomen, wordt voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste lid het dagloon verminderd met de waarde van de vakantiebon of de daarmee overeenkomende aanspraken en vermeerderd met het voor de verzekerde geldende vakantiebijslagpercentage.
Artikel 13. Vakantie
In de perioden waarin de verzekerde, met inachtneming van de voorschriften, als bedoeld in artikel 101, tweede lid, onderdeel b, juncto artikel 26, eerste lid, onderdeel j, van de WW, vakantie geniet, ontbreekt de verwijtbaarheid ten aanzien van overtredingen als bedoeld in artikel 24, eerste lid onderdeel b ten eerste, ten tweede en ten vierde, of artikel 26 van de WW, voorzover de perioden waarin de verzekerde vakantie geniet, in enig kalenderjaar gezamenlijk een periode van 20 dagen niet overschrijden.
Artikel 15. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Artikel 16. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: 'Maatregelenbesluit UWV'.
Dit besluit zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden gepubliceerd.
Amsterdam, 9 augustus 2004
voorzitter Raad van bestuur UWV