Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Mexicaanse Staten, Mexico DF, 06-12-1971
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Mexicaanse Staten
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 5 bis
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Mexicaanse Staten, Mexico DF, 06-12-1971

Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Mexicaanse Staten
(authentiek: nl)
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Mexicaanse Staten;
Partijen bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening werd opengesteld;
Overwegende dat de mogelijkheden van de commerciële luchtvaart als middel van vervoer en als middel tot het bevorderen van vriendschap, begrip en een goede verstandhouding tussen de volkeren dagelijks toenemen;
Geleid door de wens de culturele en economische banden die hun volken verbinden en het begrip en de goede verstandhouding die tussen hen bestaan nog sterker te maken;
Overwegende dat het wenselijk is op grondslagen van billijkheid, gelijkheid en wederkerigheid geregelde luchtdiensten tussen de twee landen tot stand te brengen, ten einde een grotere samenwerking op het gebied van de internationale luchtvaart te verkrijgen;
Geleid door de wens een Overeenkomst te sluiten, die het bereiken van de bovenvermelde doelstellingen zal vergemakkelijken;
Hebben dienovereenkomstig daartoe behoorlijk gevolmachtigden aangewezen, die het volgende zijn overeengekomen:
Artikel 1
In deze Overeenkomst betekent:
A. Het woord „Overeenkomst”, de Overeenkomst en de daarbij, gevoegde Routetabel;
B. De uitdrukking „luchtvaartautoriteiten”, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, voor Nederland, de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst, en voor de Nederlandse Antillen, de Directeur van Burgerluchtvaart van de Nederlandse Antillen, of elke persoon of instelling die bevoegd is de functies te vervullen, die thans door dezen worden vervuld, en, wat de Verenigde Mexicaanse Staten betreft, het Ministerie van Verbindingen en Verkeer of elke persoon of instelling die bevoegd is de functies te vervullen, die thans door het Ministerie van Verbindingen en Verkeer worden vervuld;
C. De uitdrukking „luchtvaartmaatschappij”, iedere luchtvaartonderneming die een internationale luchtdienst aanbiedt of exploiteert;
D. De uitdrukking „aangewezen luchtvaartmaatschappij”, een luchtvaartmaatschappij die de ene Overeenkomstsluitende Partij aan de andere Overeenkomstsluitende Partij heeft opgegeven als de luchtvaartmaatschappij die een route of routes, omschreven in de bij de Overeenkomst gevoegde Routetabel, zal exploiteren;
E. De uitdrukkingen „grondgebied”, „luchtdienst”, „internationale luchtdienst” en „landing anders dan voor verkeersdoeleinden” hebben voor de toepassing van deze Overeenkomst de betekenis die daaraan wordt toegekend in de artikelen 2 en 96 van het Verdrag van Chicago, van 7 december 1944, inzake de internationale burgerluchtvaart;
F. De uitdrukking „capaciteit van een luchtvaartuig”, de beladingsgraad van een luchtvaartuig uitgedrukt in verhouding tot het aantal passagiersplaatsen en het laadvermogen voor vracht en post;
G. De uitdrukking „aangeboden capaciteit”, de totale capaciteit van de luchtvaartuigen die benut wordt voor de exploitatie van elk der overeengekomen luchtdiensten, vermenigvuldigd met de frequentie waarmede deze luchtvaartuigen gedurende een bepaalde periode vliegen;
H. De uitdrukking „luchtroute”, de vastgestelde route die wordt gevolgd door een luchtvaartuig dat geregeld gebruikt wordt voor openbaar vervoer van passagiers, vracht of post;
I. De uitdrukking „omschreven route”, de route beschreven in de bij deze Overeenkomst gevoegde Routetabel;
J. De uitdrukking „beladingsgraad passagiers”, de verhouding tussen het aantal door een luchtvaartmaatschappij gedurende een bepaalde periode over een omschreven route vervoerde passagiers, en het aantal zitplaatsen aangeboden door dezelfde luchtvaartmaatschappij gedurende dezelfde periode en over dezelfde route;
K. De uitdrukking „frequentie”, het aantal retourvluchten dat een luchtvaartmaatschappij gedurende een bepaalde periode op een omschreven route uitvoert;
L. De uitdrukking „verandering van type”, de vervanging, op een omschreven route, van een luchtvaartuig door een ander met een andere capaciteit;
M. De uitdrukking „geregelde vluchten”, de door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen op overeengekomen routes gemaakte vluchten;
N. De uitdrukking „doorgaande dienst”, de dienst aangeboden door een luchtvaartmaatschappij, zonder verandering van luchtvaartuig, van een punt op het grondgebied van de ene Overeenkomstsluitende Partij naar een punt op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en naar verder gelegen punten.
1.
Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten voor het instellen van luchtdiensten op de in de aangehechte Routetabel omschreven routes.
2.
Tenzij in deze Overeenkomst anders overeengekomen, geniet de door elke Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij bij de exploitatie van internationale diensten de volgende rechten:
a) zonder te landen over het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te vliegen;
b) op genoemd grondgebied te landen voor andere dan verkeersdoeleinden;
c) passagiers, vracht en post in internationaal verkeer op te nemen en af te zetten op genoemd grondgebied op de punten omschreven in de bijgevoegde Routetabel.
3.
Het feit dat zulke rechten mogelijk niet onmiddellijk worden uitgeoefend sluit niet uit dat later luchtdiensten worden geopend door de luchtvaartmaatschappijen van de Partij aan wie zodanige rechten zijn verleend op de in de genoemde Routetabel omschreven routes.
4.
Beide Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen dat voor de toepassing van deze Overeenkomst vrachtvervoer slechts een aanvulling vormt op passagiersvervoer; over de exploitatie van diensten uitsluitend voor vrachtvervoer dienen derhalve tussen beide Partijen onderhandelingen te worden gevoerd.
1.
Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst delen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen elkaar zo spoedig mogelijk de ter zake dienende gegevens mede over de vergunningen verleend tot exploitatie van de in de Routetabel omschreven routes.
2.
Op een omschreven route mogen onmiddellijk dan wel op een later tijdstip, naar verkiezing van de Partij aan wie de rechten worden verleend, luchtdiensten worden ingesteld, nadat die Partij voor die route een luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en de andere Partij de passende exploitatievergunning heeft verleend.
Deze andere Partij is verplicht deze vergunning te verlenen en kan daarbij van de aangewezen luchtvaartmaatschappij verlangen dat deze ten genoege van de bevoegde luchtvaartautoriteiten van die Partij aantoont te voldoen aan de door die autoriteiten gewoonlijk toegepaste wetten en voorschriften.
Artikel 4
Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor de exploitatievergunning toegekend aan de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij niet te verlenen, of deze in te trekken, indien niet te haren genoege is aangetoond, dat de meerderheid van de eigendom en het daadwerkelijk toezicht op genoemde luchtvaartmaatschappij berusten bij onderdanen van die andere Partij overeenkomstig haar onderscheiden wetten, of indien die luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de in deze Overeenkomst bedoelde wetten en voorschriften na te leven, of indien de luchtvaartmaatschappij of de Regering die haar aanwijst, in gebreke blijft de voorwaarden na te komen, waaronder de rechten in overeenstemming met deze Overeenkomst worden verleend.
1.
De wetten en voorschriften van een Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van in de internationale luchtvaart gebezigde luchtvaartuigen, of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen gedurende hun verblijf binnen haar grondgebied, zijn van toepassing op de luchtvaartuigen van de door de andere Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij en dienen door deze luchtvaartuigen te worden nagekomen bij het binnenkomen of verlaten van, en gedurende het verblijf binnen het grondgebied van eerstgenoemde Partij.
2.
De wetten en voorschriften van een Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning, vracht en post, zoals voorschriften betreffende binnenkomst, in- en uitklaring, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine dienen door de passagiers en bemanning, en met betrekking tot vracht en post vervoerd in het luchtvaartuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij te worden nageleefd bij het binnenkomen of verlaten van en gedurende het verblijf binnen het grondgebied van eerstgenoemde Partij.
1)
Overeenkomstig de rechten en verplichtingen, hun opgelegd door het internationaal recht, bevestigen de Overeenkomstsluitende Partijen dat hun wederzijdse verplichting de veiligheid van de burgerluchtvaart te beschermen tegen wederrechtelijke storende gedragingen, deel uitmaakt van de onderhavige Overeenkomst. Onverminderd de algemene geldigheid van hun uit het internationaal recht voortvloeiende rechten en verplichtingen, handelen de Overeenkomstsluitende Partijen in het bijzonder in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen, begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te ’s-Gravenhage op 16 december 1970 en het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen, gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971.
2)
De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkander alle noodzakelijke bijstand waarom verzocht wordt ter verhindering van handelingen, gericht op het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen; van andere wederrechtelijke handelingen, gericht tegen de veiligheid van die luchtvaartuigen, de passagiers en de bemanning daarvan, luchthavens en luchtvaartinstallaties en van alle andere bedreigingen van de veiligheid van de burgerluchtvaart.
3)
De Overeenkomstsluitende Partijen handelen in hun wederzijdse betrekkingen overeenkomstig de door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie vastgestelde beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart, bekend onder de naam van Bijlagen tot het Verdrag inzake internationale burgerluchtvaart, en wel in de mate waarin deze beveiligingsbepalingen voor Partijen gelden; zij eisen van de hun eigen nationaliteit bezittende exploitanten, van de exploitanten met hoofdkantoor of vaste woonplaats op hun grondgebied en van de exploitanten van op hun grondgebied gelegen luchthavens dat zij overeenkomstig genoemde beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart handelen.
4)
Elke Overeenkomstsluitende Partij gaat ermee akkoord dat van genoemde exploitanten van luchtvaartuigen kan worden gevorderd dat zij de in het voorafgaande lid 3 vermelde beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart nakomen, zulks overeenkomstig de eisen van de andere Overeenkomstsluitende Partij met betrekking tot de binnenkomst op, het verlaten van of het verblijf op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij. Elke Overeenkomstsluitende Partij vergewist zich ervan dat op haar grondgebied inderdaad doeltreffende maatregelen worden genomen met het oog op de bescherming van het luchtvaartuig en de controle van de passagiers, de bemanning, de handbagage, de overige bagage, de vracht en de voorraden van het luchtvaartuig vóór en gedurende het aan boord gaan of het laden. Ook toont elk der Overeenkomstsluitende Partijen haar bereidwilligheid om gevolg te geven aan enig verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij om in redelijkheid veiligheidsmaatregelen te nemen met het doel om een specifieke bedreiging het hoofd te bieden.
5)
Wanneer zich een voorval voordoet of dreigt voor te doen van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen of van andere wederrechtelijke gedragingen, gericht tegen de veiligheid van dergelijke luchtvaartuigen, de passagiers en de bemanning daarvan, luchthavens of luchtvaartinstallaties, verlenen de Overeenkomstsluitende Partijen elkander bijstand door het verschaffen van communicatiefaciliteiten en het nemen van andere geëigende maatregelen, bedoeld om op snelle en veilige wijze aan vermeld voorval of dreiging een einde te maken.
Artikel 6
Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die zijn uitgereikt of geldig verklaard door een Partij en die nog van kracht zijn, zullen door de andere Par dj als geldig worden erkend voor de exploitatie van de in deze Overeenkomst vermelde routes en diensten, mits de eisen op grond waarvan deze bewijzen of vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard gelijk zijn aan of hoger dan de minimum-normen die in overeenstemming met het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart zijn gesteld. Elke Partij behoudt zich evenwel het recht voor, de erkenning van bewijzen van bevoegdheid en van vergunningen die door een andere Staat aan haar eigen onderdanen zijn uitgereikt te weigeren voor vluchten boven haar eigen grondgebied.
1.
Elk van de Partijen kan billijke en redelijke heffingen voor het gebruik van openbare luchthavens en andere onder haar toezicht staande voorzieningen opleggen of toestaan dat deze worden opgelegd. Elk van de Partijen komt echter overeen, dat deze heffingen niet hoger mogen zijn dan die welke voor het gebruik van zodanige luchthavens en voorzieningen door haar eigen luchtvaartuigen, in gebruik op soortgelijke internationale diensten, worden betaald.
2.
Luchtvaartuigen die door de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen op internationale diensten worden gebruikt, alsook hun normale uitrustingsstukken, reservedelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen, boordproviand (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen) die zich aan boord bevinden van die luchtvaartuigen, zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere heffingen en belastingen, onder voorwaarde dat die uitrustingsstukken en voorraden aan boord van de luchtvaartuigen blijven totdat zij weer worden uitgevoerd.
3.
Voorraden motorbrandstof, smeermiddelen, reservedelen, normale uitrustingsstukken en boordproviand, ingevoerd op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij door of namens een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of aan boord genomen van de luchtvaartuigen van die aangewezen luchtvaartmaatschappij en uitsluitend bestemd voor gebruik bij de exploitatie van internationale diensten zijn vrijgesteld van alle nationale 'heffingen en lasten, met inbegrip van douanerechten en inspectiekosten, geheven op het grondgebied van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, zelfs indien deze voorraden gebruikt worden op delen van de vlucht afgelegd boven het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waar zij aan boord zijn genomen. Bovenbedoelde goederen kunnen op verzoek onder toezicht of controle van de douane worden gehouden.
4.
De normale boorduitrustingsstukken, reservedelen, boordproviand en voorraden motorbrandstof en smeermiddelen die zich aan boord bevinden van luchtvaartuigen van de ene Overeenkomstsluitende Partij kunnen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van die Partij, die kunnen verlangen dat deze goederen onder hun toezicht worden gesteld totdat zij weer worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen.
Artikel 8
Beide Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen dat de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van elke Partij op eerlijke en gelijke wijze in de gelegenheid worden gesteld de overeengekomen luchtdiensten tussen hun grondgebieden te exploiteren.
Artikel 9
Bij de exploitatie door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de in deze Overeenkomst vermelde luchtdiensten, zal rekening worden gehouden met de belangen van de luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, opdat de diensten die laatstgenoemde luchtvaartmaatschappijen op het geheel of een gedeelte van dezelfde routes verschaffen niet onredelijk worden getroffen.
1.
Tussen beide Overeenkomstsluitende Partijen wordt overeengekomen dat de diensten die volgens deze Overeenkomst en haar Routetabel door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen worden aangeboden, als eerste doel zullen hebben het verschaffen van een vervoerscapaciteit die beantwoordt aan de vraag naar vervoer tussen het land waartoe de maatschappij behoort, en de landen van bestemming.
2.
De luchtdiensten die het publiek ter beschikking worden gesteld door de luchtvaartmaatschappijen die op grond van deze Overeenkomst luchtdiensten exploiteren, dienen nauwkeurig te worden afgestemd op de behoeften van het publiek aan deze diensten.
3.
Beide Partijen erkennen dat de ontwikkeling van plaatselijke en regionale diensten een onvervreemdbaar recht is van hun landen. Derhalve komen zij overeen op geregelde tijden overleg te plegen over de wijze waarop de in dit artikel vermelde normen door de onderscheiden aangewezen luchtvaartmaatschappijen worden nageleefd, ten einde te verzekeren dat hun onderscheiden belangen in de plaatselijke en regionale diensten, alsook in de continentale diensten niet worden geschaad.
4.
Verandering van type verdedigbaar uit het oogpunt van economische exploitatie, wordt op elke tussenlanding op de omschreven routes toegestaan. Er mag evenwel geen verandering van type plaatsvinden op het grondgebied van de andere Partij, wanneer daardoor de kenmerkende eigenschappen van de exploitatie van een doorgaande luchtdienst gewijzigd worden of wanneer zij onverenigbaar is met de in deze Overeenkomst neergelegde beginselen.
5.
Alvorens over te gaan tot uitbreiding van de capaciteit aangeboden op een omschreven route of van de frequentie op genoemde route, dient tenminste vijftien (15) dagen van te voren door de luchtvaartautoriteiten van de betrokken Partij daarvan kennis te worden gegeven aan de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Indien de andere Partij van mening is dat de uitbreiding niet gerechtvaardigd is in het licht van het verkeersvolume op de route of schadelijk is voor de belangen van haar aangewezen luchtvaartmaatschappij, kan zij binnen een periode van vijftien (15) dagen de andere Partij om overleg verzoeken. Zulk overleg dient aan te vangen binnen dertig (30) dagen volgend op het verzoek en de aangewezen luchtvaartmaatschappijen dienen alle verkeersgegevens te verstrekken die vereist zijn om de noodzaak of de rechtvaardiging van de voorgestelde uitbreiding vast te stellen. Ingeval niet binnen negentig (90) dagen na het verzoek om overleg overeenstemming is bereikt, wordt de aangelegenheid onderworpen aan arbitrage overeenkomstig artikel 14 van deze Overeenkomst. Intussen zal de voorgestelde uitbreiding niet worden toegepast.
1.
De tarieven te heffen door de luchtvaartmaatschappijen van de ene Overeenkomstsluitende Partij voor vervoer naar of van het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden vastgesteld op redelijk niveau, waarbij behoorlijk rekening wordt gehouden met alle in aanmerking komende factoren, daaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst, de kenmerkende eigenschappen van de dienst, en de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen.
2.
Behoudens het bepaalde in lid 4 van dit artikel wordt geon nieuw tarief van kracht indien de luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen dit niet hebben goedgekeurd.
3.
De in lid 1 van dit artikel bedoelde tarieven worden, indien mogelijk, in onderlinge overeenstemming vastgesteld door de betrokken aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen, in overleg met andere luchtvaartmaatschappijen die de gehele route of een gedeelte daarvan exploiteren, en die overeenstemming dient, zo mogelijk, te worden bereikt door middel van de procedures van de Internationale Luchtvervoersvereniging en is onderworpen aan de goedkeuring van de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen.
4.
De aldus overeengekomen tarieven, alsmede de voorwaarden waarop deze tarieven zijn gebaseerd en de voorwaarden voor bijkomende functies die verband houden met de toepassing van deze tarieven, worden aan de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen ter goedkeuring voorgelegd ten minste vijfenveertig (45) dagen voor de voorgestelde datum van invoering; in bijzondere (gevallen kan dit tijdvak worden verkort, behoudens toestemming van de genoemde autoriteiten.
5.
Indien de aangewezen luchtvaartmaatschappijen niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent een van deze tarieven, of indien om een andere reden een tarief niet kan worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het derde lid van dit artikel, of indien gedurende de eerste 15 dagen van de periode van 45 dagen genoemd in het vierde lid van dit artikel de ene Overeenkomstsluitende Partij aan de andere Overeenkomstsluitende Partij kennisgeving doet van haar ontevredenheid over een tarief vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in het derde lid van dit artikel, trachten de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen in onderling overleg het tarief vast te stellen.
6.
De procedure voorzien in het vijfde lid is slechts van toepassing indien er volledig gebrek aan overeenstemming bestaat tussen de door de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen of tussen de aangewezen luchtvaartmaatschappij en de betrokken luchtvaartautoriteiten. Normale gevallen waarin goedkeuring van de tarieven niet wordt verleend ten gevolge van het feit dat de luchtvaartmaatschappij die de goedkeuring heeft aangevraagd niet voldoet aan bepaalde vereisten of tengevolge van bepaalde wijzigingen in de van kracht zijnde nationale voorschriften kunnen steeds rechtstreeks tussen de aangewezen luchtvaartmaatschappij en de betrokken luchtvaartautoriteiten worden opgelost.
7.
Indien de luchtvaartautoriteiten niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent de goedkeuring van een hun volgens het vierde lid van dit artikel voorgelegd tarief en omtrent de vaststelling van een tarief volgens het vijfde lid, wordt het geschil opgelost overeenkomstig het bepaalde in artikel 14.
8.
De overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgestelde tarieven blijven van kracht totdat nieuwe tarieven zijn vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.
1.
Beide Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen dat, behoudens het bepaalde in dit artikel, een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen een gemeenschappelijke regeling kan aangaan voor de exploitatie van een route omschreven in de Routetabel bij deze Overeenkomst.
2.
„Gemeenschappelijke regeling” betekent een regeling aangegaan door een aangewezen luchtvaartmaatschappij met een andere luchtvaartmaatschappij of andere luchtvaartmaatschappijen van dezelfde of verschillende nationaliteit ten einde gezamenlijk enige van de overeengekomen diensten te exploiteren en de inkomsten en kosten daarvan onderling te delen.
3.
Ten behoeve van een zodanige gemeenschappelijke regeling kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij vliegschema's en dienstregelingen vaststellen, gezamenlijk of door gemeenschappelijke prijzen en tarieven, zulks behoudens het bepaalde in artikel 11, alsook regelingen treffen voor verhuur, charter en onderlinge uitwisseling van uitrusting.
4.
Elke door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij aangegane regeling moet schriftelijk ter kennis worden gebracht van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
5.
De regelingen bedoeld in dit artikel zijn beperkt tot gemeenschappelijke regelingen op de omschreven routes:
a) tussen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen;
b) tussen een aangewezen luchtvaartmaatschappij en een andere luchtvaartmaatschappij of andere luchtvaartmaatschappijen van dezelfde Overeenkomstsluitende Partij;
c) tussen een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij en een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van een derde land die door de andere Overeenkomstsluitende Partij is of zijn gemachtigd tot de uitoefening van verkeersrechten op het punt op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij via hetwelk de gemeenschappelijke dienst dient te worden geëxploiteerd.
6.
Niets in dit artikel belet de oprichting en exploitatie van andere organisaties voor gezamenlijke exploitatie, van internationale exploitatielichamen of van gemeenschappelijke regelingen bedoeld in de artikelen 77 en 79 van het Verdrag van Chicago.
1.
Elk der Partijen kan te allen tijde verzoeken om overleg tussen de bevoegde autoriteiten van beide Partijen ter bespreking van de uitlegging, toepassing of wijziging van deze Overeenkomst. Dit overleg vangt aan binnen een termijn van zestig (60) dagen te rekenen van de datum van ontvangst van het verzoek door het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden of het Ministerie van Buitenlandse Betrekkingen van de Verenigde Mexicaanse Staten, al naar het geval zich voordoet. Indien overeenstemming wordt bereikt omtrent wijziging van de Overeenkomst, wordt een zodanige wijziging formeel vastgelegd door een diplomatieke notawisseling.
2.
De aldus overeengekomen wijzigingen worden voorlopig toegepast vanaf de datum van de diplomatieke notawisseling en treden in werking vanaf de datum, overeengekomen door de Partijen in een latere diplomatieke notawisseling, zodra goedkeuring is verkregen overeenkomstig de onderscheiden constitutionele procedures.
1.
Tenzij in deze Overeenkomst anders is bepaald, worden geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst die niet door overleg kunnen worden opgelost, op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht, bestaande uit drie scheidsmannen. Elke Overeenkomstsluitende Partij benoemt een scheidsman en de derde scheidsman wordt in overeenstemming tussen de twee aldus gekozen scheidsmannen benoemd, met dien verstande dat deze derde scheidsman geen onderdaan kan zijn van een der Overeenkomstsluitende Partijen.
2.
Elk der Overeenkomstsluitende Partijen moet een scheidsman aanwijzen binnen zestig (60) dagen na de datum waarop de ene Overeenkomstsluitende Partij aan de andere Overeenkomstsluitende Partij een diplomatieke nota overhandigt, waarin om beslechting van een geschil door arbitrage wordt gevraagd; de derde scheidsman wordt aangewezen binnen dertig (30) dagen vanaf de datum van verstrijken van de bovengenoemde zestig (60) dagen.
3.
Indien binnen de overeengekomen termijn geen overeenstemming is bereikt omtrent de derde scheidsman wordt deze functie vervuld door een persoon benoemd door de Voorzitter van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie overeenkomstig de gebruiken van deze Organisatie.
4.
Beide Overeenkomstsluitende Partijen nemen op zich, zich te houden aan iedere beslissing die overeenkomstig het bepaalde in dit artikel wordt gegeven. Het scheidsgerecht beslist over de verdeling Van de kosten die uit deze procedure kunnen voortvloeien.
Artikel 15
Deze Overeenkomst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.
Artikel 16
Als een algemeen multilateraal luchtvaartverdrag in werking treedt voor beide Overeenkomstsluitende Partijen, wordt deze Overeenkomst zodanig gewijzigd dat zij met de bepalingen van dat verdrag overeenstemt.
Artikel 17
Elk der Partijen kan te allen tijde aan de andere Overeenkomstsluitende Partij mededeling doen van haar voornemen deze Overeenkomst te beëindigen. Deze mededeling wordt tegelijkertijd gezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. In geval van opzegging door een der Partijen eindigt deze Overeenkomst zes (6) maanden na het tijdstip van ontvangst door de andere Overeenkomstsluitende Partij van de mededeling van opzegging, tenzij genoemde mededeling in onderling overleg tussen de Overeenkomstsluitende Partijen wordt ingetrokken voor de datum van beëindiging. Indien de andere Overeenkomstsluitende Partij nalaat de ontvangst te bevestigen, wordt de mededeling geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen na de ontvangst daarvan door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.
Artikel 18
Deze Overeenkomst wordt van de datum van haar ondertekening af voorlopig toegepast en treedt in werking op de datum van een diplomatieke notawisseling, waarin wordt verklaard dat de constitutioneel vereiste goedkeuring door elk van de Overeenkomstsluitende Partijen is verkregen.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst ondertekenen.
GEDAAN te Mexico D.F., de zesde december negentienhonderd een en zeventig, in twee exemplaren, in de Nederlandse, de Spaanse en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek.
Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
(w.g.) B. J. SLINGENBERG
Berend J. Slingenberg,
Harer Majesteits Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur.
Voor de Regering van de Verenigde Mexicaanse Staten
(w.g.) E. O. RABASA
Emilio O. Rabasa,
Minister van Buitenlandse Betrekkingen van de Verenigde Mexicaanse Staten.