Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Invoering van de Politiewet 2012
+ Hoofdstuk 2. Wijziging van andere wetten
+ Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012

Wet van 12 juli 2012 tot invoering van de Politiewet 2012 en aanpassing van overige wetten aan die wet (Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de invoering van de nieuwe Politiewet 2012 en daarmee samenhangende onderwerpen te regelen, zulks in verband met de intrekking van de Politiewet 1993, alsmede een aantal wetten aan te passen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn de korpsbeheerders van de regio’s, bedoeld in artikel 21 van de Politiewet 1993, eervol uit hun ambt ontslagen.
1.
Het personeel van de regio’s, van het Korps landelijke politiediensten en van de voorziening tot samenwerking Politie Nederland gaat op de datum van inwerkingtreding van deze wet over in dienst van de politie op dezelfde voet en ook overigens in dezelfde rechtstoestand als waarin het op de dag, voorafgaand aan die datum, werkzaam was.
2.
Op de datum van inwerkingtreding van artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012 blijft voor de vervulling van en benoeming in de functies, genoemd in bijlage A van deze wet, hoofdstuk VII.b van het Besluit algemene rechtspositie politie buiten toepassing. Artikel 3 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 is hierop niet van toepassing.
1.
De vermogensbestanddelen van de regio’s, van de Staat die aan het Korps landelijke politiediensten kunnen worden toegerekend, en van de voorziening tot samenwerking Politie Nederland gaan met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet onder algemene titel over op de politie zonder dat daarvoor een akte of betekening wordt gevorderd.
2.
Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën bepaalde vermogensbestanddelen van de Staat die aan het Korps landelijke politiediensten kunnen worden toegerekend, uitzonderen van de in het eerste lid bedoelde overgang.
3.
Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen die in openbare registers te boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden door de bewaarders van die registers. De daartoe nodige opgaven worden door de zorg van de regio’s en Onze Minister van Veiligheid en Justitie, voor zover het betreft de voorziening tot samenwerking Politie Nederland en het Korps landelijke politiediensten, aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.
4.
Ter zake van de in het eerste lid bedoelde overgang van vermogensbestanddelen blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege.
1.
Archiefbescheiden van de regio’s, het Korps landelijke politiediensten en de voorziening tot samenwerking Politie Nederland betreffende zaken die op de datum van inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn afgedaan alsmede zaken die op dat tijdstip zijn afgedaan, worden overgedragen aan de politie, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
2.
Archiefbescheiden van Onze Minister van Veiligheid en Justitie voor zover betrekking hebbend op de rijksrecherche betreffende zaken die op de datum van inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn afgedaan, worden overgedragen aan het College van procureurs-generaal, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
1.
In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij een regio, het Korps landelijke politiediensten of de voorziening tot samenwerking Politie Nederland is betrokken, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet de politie, dan wel de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, in de plaats van de regio, de Staat of de voorziening tot samenwerking Politie Nederland, dan wel de korpsbeheerder van de regio, Onze Minister van Veiligheid en Justitie of de voorzitter van het algemeen bestuur van voorziening tot samenwerking Politie Nederland.
2.
In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij de rijksrecherche is betrokken, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet het College van procureurs-generaal in de plaats van Onze Minister van Veiligheid en Justitie.
1.
In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan een bestuursorgaan van een regio, van de voorziening tot samenwerking Politie Nederland of Onze Minister van Veiligheid en Justitie voor wat betreft het Korps landelijke politiediensten, treedt de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van de Wet Nationale ombudsman in de plaats van dat bestuursorgaan.
2.
In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie voor wat betreft de rijksrecherche, treedt het College van procureurs-generaal op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van de Wet Nationale ombudsman in de plaats van Onze Minister van Veiligheid en Justitie.
1.
Na inwerkingtreding van deze wet berusten de algemene maatregelen van bestuur, genoemd in bijlage B van deze wet, voor zover deze berustten op de Politiewet 1993 , op de in deze bijlage genoemde artikelen van de Politiewet 2012 .
2.
Na inwerkingtreding van deze wet berusten de ministeriële regelingen, genoemd in bijlage C van deze wet, voor zover deze berustten op de Politiewet 1993 , op de in deze bijlage genoemde artikelen van de Politiewet 2012 .
3.
Na inwerkingtreding van deze wet berusten de krachtens artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993 genomen besluiten van Onze Minister van Veiligheid en Justitie op artikel 7, zevende lid, van de Politiewet 2012.
4.
Na inwerkingtreding van deze wet berust de Beschikking van de Minister van Justitie van 25 september 2003, houdende aanwijzing van functionarissen en ambtenaren in het arrondissement Amsterdam voor de uitvoering van de dienst bij de gerechten en het transport van personen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd (Stcrt. 189), voor zover deze berustte op de Politiewet 1993 , op artikel 9, zesde lid, van de Politiewet 2012.
5.
Na inwerkingtreding van deze wet berusten de bij of krachtens de artikelen 25, eerste en derde lid, en 42, eerste en tweede lid, onderscheidenlijk artikel 52 van de Politiewet 1993 genomen koninklijke besluiten op artikel 28, derde lid, onderscheidenlijk 45, tweede lid, van de Politiewet 2012.
6.
Na inwerkingtreding van deze wet wordt een aanwijzing als bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 van de korpsbeheerder van een regionaal politiekorps of Onze Minister van Veiligheid en Justitie wat betreft het Korps landelijke politiediensten, aangemerkt als een aanwijzing van de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, ten aanzien van de in de aanwijzing genoemde persoon bij de regionale eenheid in het gebied waar hij op de dag voor inwerkingtreding van deze wet werkzaam was onderscheidenlijk bij een landelijke eenheid. Na inwerkingtreding van deze wet wordt de aan de aanwijzing gegeven instemming van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangemerkt als een instemming ten aanzien van de in de aanwijzing genoemde persoon bij de in de eerste volzin bedoelde regionale eenheid of landelijke eenheid. Een aan de instemming verbonden bepaling dat bij wijziging van de functieaanduiding, dan wel bij inhoudelijke wijziging van de functie, de aanwijzing vervalt, blijft buiten toepassing.
Artikel 8
[Wijzigt de Noodwet rechtspleging.]
Artikel 9
[Wijzigt de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag.]
Artikel 10
[Wijzigt de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.]
Artikel 11
[Wijzigt het Wetboek van Koophandel.]
Artikel 12
[Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.]
Artikel 13
[Wijzigt de Faillissementswet.]
Artikel 14
[Wijzigt de Overleveringswet.]
Artikel 15
[Wijzigt de Uitvoeringswet Internationaal Strafhof.]
Artikel 16
[Wijzigt de Uitvoeringswet internationale kinderbescherming.]
Artikel 17
[Wijzigt de Uitvoeringswet Speciaal Tribunaal voor Libanon.]
Artikel 18
[Wijzigt de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering.]
Artikel 19
[Wijzigt de Veiligheidswet BES.]
Artikel 20
[Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.]
Artikel 21
[Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.]
Artikel 22
[Wijzigt de Wet bescherming persoonsgegevens.]
Artikel 23
[Wijzigt de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.]
Artikel 23a
[Wijzigt de Wet controle op rechtspersonen.]
Artikel 24
[Wijzigt de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden.]
Artikel 25
[Wijzigt de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.]
Artikel 26
[Wijzigt de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten.]
Artikel 27
[Wijzigt de Wet op de identificatieplicht.]
Artikel 28
[Wijzigt de Wet op het LSOP en het politieonderwijs.]
Artikel 29
[Wijzigt de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.]
Artikel 30
[Wijzigt de Wet politiegegevens.]
Artikel 31
[Wijzigt de Wet tijdelijk huisverbod.]
Artikel 32
[Wijzigt de Wet tot instelling van het Internationaal Tribunaal voor vervolging van personen aansprakelijk voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië 1991.]
Artikel 33
[Wijzigt de Wet veiligheidsregio’s.]
Artikel 34
[Wijzigt de Wet wapens en munitie.]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wet aanpassing bestuursprocesrecht.]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wijzigingswet Algemene wet bestuursrecht, enz. (vastlegging uitzonderingen toepasselijkheid positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen Dienstenwet).]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering, enz. (introductie DNA-verwantschapsonderzoek en DNA-onderzoek naar uiterlijk waarneembare persoonskenmerken van het onbekende slachtoffer en regeling enige andere onderwerpen).]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering (herziening regels betreffende de processtukken in strafzaken).]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wijzigingswet Wet politiegegevens, enz. (implementatie kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie 2008/977/JBZ).]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wijzigingswet Wet veiligheidsregio’s (oprichting Instituut Fysieke Veiligheid en in verband met de volledige regionalisering brandweer).]
Artikel 41
[Wijzigt de Politiewet 2012.]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Evaluatie- en uitbreidingswet Bibob.]
1.
Indien het bij koninklijke boodschap van 9 september 2011 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en diverse andere wetten in verband met de vermindering van het aantal arrondissementen en ressorten ( Wet herziening gerechtelijke kaart ) ( 32 891 ) tot wet is verheven, en artikel I van die wet later in werking treedt dan artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012, is er, in afwijking van artikel 25, tweede lid, van de Politiewet 2012, tot het tijdstip waarop artikel I van de Wet herziening gerechtelijke kaart in werking treedt, een regionale eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder a, van de Politiewet 2012 in elk van de gebieden, genoemd in de artikelen 4 tot en met 13 van de Wet op de rechterlijke indeling, zoals die luiden na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet herziening gerechtelijke kaart.
2.
Degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012 is benoemd in het ambt van hoofdofficier en voor wie op diezelfde dag is vastgesteld dat hij het ambt van hoofdofficier vervult bij het arrondissementsparket te Amsterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Maastricht, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Utrecht, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Haarlem, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Groningen, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te ’s-Hertogenbosch, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Arnhem, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Rotterdam, onderscheidenlijk het arrondissementsparket te Breda, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012 voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden opgedragen bij de Politiewet 2012 op als hoofdofficier van justitie in het gebied, genoemd in artikel 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12 onderscheidenlijk 13 van de Wet op de rechtelijke indeling, zoals dat luidt na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet herziening gerechtelijke kaart .
3.
[Wijzigt de Wet veiligheidsregio’s.]
4.
Omtrent de uitoefening van de taken of bevoegdheden van de hoofdofficier van justitie, bedoeld in de artikelen 38, tweede lid, 39, eerste, tweede en derde lid, 41 en 71, zesde lid, van de Politiewet 2012 en de artikelen 12, eerste lid, 15, vierde lid, 19, eerste lid, 39, tweede lid, en 46, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s, overlegt de hoofdofficier van justitie, bedoeld in het tweede lid, met de andere hoofdofficieren van justitie of fungerend hoofdofficieren van justitie in dat gebied.
Artikel 43
[Wijzigt de Gemeentewet.]
Artikel 44
[Wijzigt de Kieswet.]
Artikel 45
[Wijzigt de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.]
Artikel 46
[Wijzigt de Wet privatisering ABP.]
Artikel 47
[Wijzigt de Vreemdelingenwet 2000.]
Artikel 48
[Wijzigt de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel.]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wet modern migratiebeleid.]
Artikel 50
[Wijzigt de Politiewet 2012.]
1.
[Wijzigt de Politiewet 2012.]
2.
[Wijzigt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.]
Artikel 52
[Wijzigt de Leerplichtwet 1969.]
Artikel 53
[Wijzigt de Algemene douanewet.]
Artikel 54
[Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.]
Artikel 55
[Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.]
Artikel 56
[Wijzigt de Scheepvaartverkeerswet.]
Artikel 57
[Wijzigt de Spoorwegwet.]
Artikel 58
[Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994.]
Artikel 59
[Wijzigt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.]
Artikel 60
[Wijzigt de Wet explosieven voor civiel gebruik.]
Artikel 61
[Wijzigt de Flora- en faunawet.]
Artikel 61a
[Wijzigt de Visserijwet 1963.]
Artikel 62
[Wijzigt de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.]
Artikel 63
[Wijzigt de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten.]
1.
Indien ingevolge enig wettelijk voorschrift:
a. over het ontwerp van een regeling of het voornemen tot het treffen van een regeling advies moet worden gevraagd,
b. van het ontwerp van een regeling kennis moet worden gegeven, of
c. de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur moet worden gedaan door een andere minister dan Onze Minister van Veiligheid en Justitie,
geldt dat voorschrift niet ten aanzien van het Aanpassingsbesluit Politiewet 2012.
2.
Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op het horen van de Raad van State.
Artikel 65
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 66
Deze wet wordt aangehaald als: Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012.
Artikel 67
Voor het tijdstip van plaatsing in het Staatsblad vervangt Onze Minister van Veiligheid en Justitie de in deze wet voorkomende aanduiding «201X» door het jaartal van het Staatsblad, waarin het bij koninklijke boodschap van 21 november 2006 ingediende voorstel van wet houdende vaststelling van een nieuwe Politiewet ( Politiewet 2012 ) (30 880), na tot wet te zijn verheven, is geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 12 juli 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Uitgegeven de zestiende juli 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,