Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2012 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Inleiding
Artikel 1. Kantoororganisatie, verhouding met de Raad ( artikel 15 lid 1 sub c Wrb)
Artikel 2. Entreetoets Nederlandse Orde van Advocaten en auditverklaring ( artikel 15 lid 1 sub c Wrb)
Artikel 3. Verslaglegging ( artikel 15 lid 1 sub d Wrb)
Artikel 4. Aanvang praktijk
Artikel 5. Minimum/maximum ( artikel 15 lid 1 sub a Wrb)
Artikel 6. Deskundigheid op bepaalde rechtsterreinen ( art. 15 lid 1 sub b Wrb)
Artikel 6a. Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening in strafzaken
Artikel 6b. Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening aan psychiatrische patiënten
Artikel 6c. Deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in vreemdelingenzaken
Artikel 6d. Deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in asiel- en vluchtelingenzaken
Artikel 6e. Deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in zaken betreffende internationale kinderontvoering
Artikel 6f. Deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in zaken betreffende het Personen- en familierecht (in werking treding: 1 juli 2012)
Artikel 7. Voorschotten ( art. 35 en 36 Bvr 2000)
Artikel 8. Doorhaling inschrijving ( art. 17 Wrb)
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2012 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand

Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2012 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand
Inleiding
Uitgangspunt van de Wet op de rechtsbijstand is dat advocaten die rechtsbijstand in de zin van de wet willen verlenen zich daartoe inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand.
Het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand (verder: de Raad) kan op grond van de artikelen 14 en 15 van de Wrb voorwaarden aan de inschrijving verbinden die betrekking hebben op de organisatie van het kantoor waar de rechtsbijstandverlener werkzaam is, de verslaglegging van de advocaat omtrent de door hem/haar verleende bijstand, het minimum en het maximum aantal zaken waarvoor een advocaat jaarlijks kan worden toegevoegd en de deskundigheid van de advocaat op bepaalde rechtsterreinen. Deze inschrijvingsvoorwaarden zijn algemeen verbindende voorschriften.
De Raad stelt als voorwaarde voor het toevoegen van (beginnende) advocaten op basis van de Wrb dat het verzoek om inschrijving door de Raad volledig is behandeld en is ingewilligd.
De Raad kan op grond van art. 16 Wrb uitsluitend in bijzondere gevallen een niet-ingeschreven advocaat toevoegen. Dit is het geval indien een rechtzoekende uitdrukkelijk en gemotiveerd om toevoeging van de niet-ingeschreven advocaat verzoekt of indien voor de verlening van rechtsbijstand op een bepaald rechtsterrein onvoldoende advocaten met de desbetreffende specialistische deskundigheid zijn ingeschreven. Het verstrekken van een toevoeging aan een niet-ingeschreven advocaat dient een uitzondering te blijven. Een advocaat die op grond van art. 16 Wrb vaker dan sporadisch een verzoek om toevoeging indient dient zich op grond van de Wrb te laten inschrijven.
In ieder geval zal aan een niet-ingeschreven advocaat geen toevoeging worden verleend indien hij toevoeging verzoekt op een terrein waarop in de door de Raad vastgestelde inschrijvingsvoorwaarden deskundigheidseisen worden gesteld.
Naast de algemene inschrijvingsvoorwaarden kent de Raad een afzonderlijke regeling en deskundigheidsvereisten voor Strafrecht, Psychiatrische patiëntenrecht, Vreemdelingenrecht, Asiel- en Vluchtelingenrecht, Internationale kinderontvoering alsmede voor de verlening van rechtsbijstand in het kader van het (kinder)straf-, vreemdelingen- en psychiatrische patiëntenpiket.
Per 1 juli 2012 treden deskundigheidseisen in werking voor het Personen- en Familierecht.
De Raad treft voorbereidingen voor het invoeren van deskundigheidseisen op het terrein van jeugdzaken. Deze eisen zullen gelden voor jeugdstrafzaken en voor verzoeken voor een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.
artikel 15 lid 1 sub c Wrb) van Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2012 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand">
Artikel 1. Kantoororganisatie, verhouding met de Raad ( artikel 15 lid 1 sub c Wrb)
a. De advocaat dient een regeling te hebben getroffen ten aanzien van de organisatie van zijn kantoor in overeenstemming met de eisen van een goede praktijkuitoefening, waarin naar het oordeel van de Raad voor Rechtsbijstand voldoende voorzien is in:
telefonische bereikbaarheid tijdens kantooruren, inbegrepen het gebruik van een telefoonbeantwoorder en van een fax;
alsmede de bereikbaarheid per e-mail. De advocaat geeft de Raad een persoonlijk e-mailadres op 1 ;
de aanwezigheid tijdens kantooruren van de advocaat en/of van een secretariaat;
vervanging van de advocaat bij ziekte en vakanties.
b. Ten behoeve van de gegevens met betrekking tot het aanvragen en declareren van toevoegingen en piketten voorziet de advocaat in de naar het oordeel van de Raad noodzakelijke inrichting.
De advocaat richt zijn toevoegingsaanvragen en declaraties zorgvuldig en volledig in, met inachtneming van de regels die bij of krachtens de wet, of op basis van algemene voorschriften of specifieke aanwijzingen van de Raad zijn gesteld.
De advocaat is open en duidelijk in de informatie die hij bij zijn aanvragen en declaraties verschaft. Hij vermeldt uit eigen beweging bijzonderheden die voor de beslissing van de Raad van belang zouden kunnen zijn.
De advocaat vraagt geen toevoegingen aan voor zaken waarvoor geen toevoegingen kunnen worden verleend, bijvoorbeeld voor het treffen van betalingsregelingen, voor zaken waarvoor geen of volstrekt ontoereikende gronden bestaan of een wettelijke termijn is verstreken. Indien daar gezien het aantal zaken waarin dit toch is gebeurd een gerede aanleiding voor is, kan de Raad voor Rechtsbijstand de advocaat waarschuwen dat zijn inschrijving hiervoor kan worden doorgehaald.
c. Voor deelname aan een piketregeling dient de rechtsbijstandverlener tijdens kantooruren, tijdens weekend en feestdagen per (mobiele) telefoon, per telefax dan wel per e-mail bereikbaar te zijn.
d. De advocaat die deelneemt aan het strafpiket moet volgens het hem meegedeelde piketrooster beschikbaar zijn en behoort zich op de dagen dat hij dienst heeft tussen 7.00 uur en 20.00 goed bereikbaar en beschikbaar te kunnen houden voor het aannemen van meldingen. Kan hij daaraan niet voldoen dan regelt hij vooraf waarneming. In sporadische gevallen (voltooide levensdelicten, gijzelingen en ontvoeringen) kan ook buiten voornoemde tijdstippen een piketmelding aan de advocaat worden doorgegeven.
Indien de advocaat werkzaam is in een strafpiket-regio waarvoor de piketcentrale meldingen doorgeeft, moet hij beschikken over een mobiele telefoon met internettoegang ten behoeve van het bevestigen van meldingen vanuit de piketcentrale.
Een advocaat die niet aan deze voorwaarden heeft voldaan, kan nadat hem eerst een schriftelijke waarschuwing is gegeven van het strafpiket-rooster worden verwijderd. De eerste keer geschiedt deze verwijdering tijdelijk, voor de duur van een half jaar, vermeerderd met de nog resterende looptijd van het geldend rooster op het moment van verwijdering.
De Raad doet van de waarschuwing en van het besluit tot verwijdering van het rooster schriftelijk mededeling aan de Deken in het arrondissement waarin de advocaat is gevestigd.
e. Indien de politie aan een advocaat die deelneemt aan het strafpiket toestemming geeft om zijn mobiele telefoon in het bureau bij zich te dragen, mag de advocaat deze telefoon niet misbruiken en een verdachte daarvan geen gebruik laten maken.
De Raad zal bij misbruik, indien tuchtrechtelijke maatregelen tegen de advocaat zijn genomen of de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven, de inschrijving van de advocaat voor het strafpiket (al dan niet tijdelijk) doorhalen.
f. De advocaat dient de zaken waarin hij is toegevoegd persoonlijk te behandelen dan wel de aan hem toebedeelde piketdiensten persoonlijk te verrichten, behoudens gevallen waarin sprake is van overmacht, ziekte, op dezelfde dag geplande zittingen in andere zaken of andere zwaarwegende redenen. In dat geval zorgt de advocaat voor waarneming. Indien een andere advocaat voor hem waarneemt, blijft ook de toegevoegde advocaat aanspreekbaar op de kwaliteit van de verleende rechtsbijstand.
g. Het is niet toegestaan om toevoegingen aan te vragen ten behoeve van een andere advocaat of rechtsbijstandverlener, bijvoorbeeld voor een niet ingeschreven advocaat of voor een advocaat die niet aan specifieke deskundigheidseisen voldoet of het maximum aantal toevoegingen heeft bereikt.
h. De advocaat behandelt de zaken waarin hij gefinancierde rechtsbijstand verleent zorgvuldig en doelmatig.
i. De advocaat laat medewerkers van het kantoor die geen advocaat zijn, in toegevoegde zaken geen andere dan ondersteunende werkzaamheden, zijnde geen rechtsbijstand, verrichten. Bij overdracht van een dossier aan een andere advocaat wordt om mutatie van de toevoeging verzocht. De advocaat draagt daarbij zorg voor een volledige en zorgvuldige overdracht van de bij de toevoeging(-saanvraag) behorende bescheiden.
j. De advocaat die op grond van de Advocatenwet geschorst is, stelt het centraal kantoor van de Raad zelf onmiddellijk schriftelijk op de hoogte en draagt zorg voor overdracht van zijn toevoegingszaken. Hij meldt daarbij aan de Raad welke advocaat in zaken waarin nog geen toevoeging verleend is in zijn plaats moet worden toegevoegd.
k. De advocaat voert in zaken waarin hij is toegevoegd een deugdelijke tijdregistratie. Daarin wordt de aan rechtsbijstand bestede tijd op juiste en verantwoorde wijze bijgehouden op datum en naar verrichting. Indien gebruik wordt gemaakt van vaste tijdseenheden, mogen deze niet groter zijn dan zes minuten. In een urenspecificatie moet minimaal onderscheid gemaakt worden tussen correspondentie, telefoon, conferentie, procedure, studie en een korte aanduiding worden gegeven met wie is gesproken of gecorrespondeerd.
l. De advocaat bevordert dat voor een rechtzoekende die daarvoor in aanmerking komt een toevoeging wordt verleend. Indien een advocaat niettemin in een specifiek geval met een rechtzoekende, die voor een toevoeging in aanmerking komt en daarop door de advocaat is gewezen, schriftelijk overeen komt dat door de rechtzoekende geen gebruik wordt gemaakt van gesubsidieerde rechtsbijstand en dat in plaats daarvan de zaak op betalende basis zal worden behandeld, kan hij zijn werkzaamheden niet op toevoegingsbasis declareren. Indien een toevoeging is verleend, wordt deze aan de Raad ter intrekking toegezonden.
Als voor een rechtzoekende een toevoeging is verleend, mag de advocaat naast de door de Raad opgelegde eigen bijdrage geen honorarium /uurtarief in rekening brengen.
m. In wederzijds belang behoren (medewerkers van) de Raad en advocaten te streven naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen.
Een advocaat die zich bij herhaling schuldig maakt aan onbehoorlijk of onheus optreden, zowel jegens medewerkers van de Raad of de piketcentrale als in bredere zin door zich in strijd met de algemeen geldende normen van fatsoen en redelijkheid in de beroepsuitoefening te gedragen, kan – nadat hij op dit gedrag is aangesproken door een leidinggevende van de Raad – van deelname aan het stelsel voor de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand worden uitgesloten.
n. De advocaat onthoudt zich van gedragingen die met de doelstelling van deze voorwaarden in strijd komen.
artikel 15 lid 1 sub c Wrb) van Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2012 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand">
Artikel 2. Entreetoets Nederlandse Orde van Advocaten en auditverklaring ( artikel 15 lid 1 sub c Wrb)
a. De advocaat die op of na 1 januari 2010 aan de Raad om inschrijving verzoekt of heeft verzocht moet, als de Nederlandse Orde van Advocaten aan hem een nieuw kantoornummer heeft toegekend en van hem vraagt een entreetoets af te leggen, bij zijn inschrijvingsverzoek de Raad voor Rechtsbijstand in het bezit stellen van een verklaring van de Raad van Toezicht in het arrondissement waarin hij kantoor houdt. Uit deze verklaring moet blijken dat de advocaat de entreetoets van de Nederlandse Orde van Advocaten met goed gevolg heeft afgelegd.
b. Indien de advocaat zijn advocatenkantoor of een samenwerkingsverband van meerdere advocaten verlaat om elders zelfstandig de praktijk voort te zetten, moet hij, als de Nederlandse Orde van Advocaten hem heeft verzocht een entreetoets af te leggen de Raad voor Rechtsbijstand in het bezit stellen van een verklaring van de Raad van Toezicht van het arrondissement waarin hij kantoor houdt. Uit deze verklaring moet blijken dat de advocaat de entreetoets van de Nederlandse Orde van Advocaten met goed gevolg heeft afgelegd.
c. Indien de advocaat zijn advocatenkantoor of een samenwerkingsverband van meerdere advocaten verlaat om bij een ander kantoor de praktijk voort te zetten en dat kantoor niet beschikt over een eerder afgegeven auditverklaring of een verklaring waaruit blijkt dat de entreetoets met goed gevolg is afgelegd, kan de Raad besluiten dat aan deze advocaat een verklaring kantoororganisatie wordt toegezonden. Deze wordt na invulling en ondertekening door de Raad getoetst. Indien de verstrekte gegevens akkoord worden bevonden, volgt registratie voor het gehele kantoor. Indien de ingevulde verklaring kantoororganisatie daartoe reden geeft, kan de Raad besluiten dat het kantoor alsnog een auditverklaring moet overleggen.
d. De advocaat dient bereid te zijn de door de Nederlandse Orde van Advocaten en de Raad overeengekomen kwaliteitssystemen na te leven en zich te onderwerpen aan intercollegiale toetsing / peer review.
e. De advocaat dient tevens bereid te zijn de normen die door de Raad ten aanzien van bepaalde rechtsgebieden gesteld worden in best practice guides na te leven. Er zijn samen met de Orde best practice guides ontwikkeld op het terrein van asielrecht, vreemdelingenbewaring, arbeidsrecht, echtscheiding en gedwongen opname en behandeling van psychiatrische patiënten.
artikel 15 lid 1 sub d Wrb) van Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2012 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand">
Artikel 3. Verslaglegging ( artikel 15 lid 1 sub d Wrb)
De advocaat dient desgevraagd informatie te verstrekken en verantwoording af te leggen over de afhandeling van zaken. Deze informatieplicht kan ook worden aangewend met betrekking tot de evaluatie van door de Raad gevoerd beleid. Desgevraagd dient de advocaat verslaglegging te doen over de wijze waarop aan de inschrijvingsvoorwaarden is voldaan.
Artikel 4. Aanvang praktijk
De advocaat – met inbegrip van de advocaat die voorwaardelijk is ingeschreven op het landelijk tableau – kan door de Raad worden ingeschreven indien hij voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden genoemd in de artikelen 1 tot en met 3.
artikel 15 lid 1 sub a Wrb) van Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2012 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand">
Artikel 5. Minimum/maximum ( artikel 15 lid 1 sub a Wrb)
a. Om te voorkomen dat de kwaliteit van de rechtsbijstand in het gedrang komt, door onder meer het te snel en te veel aanvragen van toevoegingen of door het onvoldoende tijd en aandacht besteden aan zaken, worden aan een advocaat jaarlijks niet meer toevoegingen afgegeven dan het equivalent van 250 ‘eenheden’. Hieronder worden mede begrepen de ambtshalve toevoegingen.
De Raad zal bij het beoordelen van het maximum-aantal toevoegingen rekenen in ‘eenheden’ teneinde rekening te kunnen houden met de specifieke opbouw van de praktijk.
Een afgegeven toevoeging van 6 punten of meer telt voor 1 eenheid, een afgegeven toevoeging van minder dan 6 punten, maar meer dan 2, telt voor 0,67 eenheid en een afgegeven lichte adviestoevoeging telt voor 0,33 eenheid 2 .
b. Indien een advocaat het maximum aantal toevoegingen heeft bereikt, zullen in het betreffende kalenderjaar geen toevoegingen meer aan hem worden afgegeven. De advocaat kan in het volgend kalenderjaar opnieuw om inschrijving verzoeken. Als hij in het jaar daarop opnieuw toevoeging verzoekt in zaken waarin in het vorig jaar vanwege het bereiken van het maximum aan hem toevoegingen zijn geweigerd, zal -indien de toevoeging alsnog wordt verleend- de ingangsdatum in het jaar van de nieuwe aanvraag liggen.
c. De Raad zal een advocaat die het maximum binnen een half jaar heeft bereikt -na hem voorafgaand te hebben gehoord- voor goed van de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand uitsluiten. De advocaat wordt tevens van de AC- en de piketroosters verwijderd.
Het is niet toegestaan de gevolgen van uitschrijving te ontgaan door andere advocaten toevoegingen te laten aanvragen.
d. Advocaten die het maximum aantal toevoegingen hebben bereikt en zijn ingeroosterd op een AC, zullen in opdracht van de Raad van het rooster verwijderd worden.
e. Indien een lichte adviestoevoeging wordt omgezet in een reguliere toevoeging zal deze laatste bij de berekening van het maximum worden meegeteld op basis van het aantal punten waarmee de zaak volgens het Bvr 2000 wordt gewaardeerd.
f. In geval van schorsing van de advocaat wordt het maximum-aantal toevoegingen naar evenredigheid met de duur van de schorsing verminderd.
g. Per 1 januari 2013 treedt onderstaande regeling in werking:
In afwijking van artikel 5 onder a geldt een afwijkend en lager maximum aantal toevoegingseenheden voor advocaten die in de twee jaren voorafgaand aan het huidig jaar van inschrijving gemiddeld meer dan 2000 punten hebben gedeclareerd. Dit lagere aantal eenheden wordt bepaald volgens de volgende formule:
(2000 punten : het gemiddeld aantal gedeclareerde punten in twee voorafgaande jaren) x 250.
Voor de berekening van dit lager maximum voor 2013 wordt het gemiddeld aantal gedeclareerde punten in twee voorafgaande jaren berekend over de periode 1 september 2010 tot 1 september 2012.
Voor de berekening van het aantal punten tellen ook de punten voor toeslagen en extra uren mee. Indien een lager aantal eenheden geldt, wordt dit lagere aantal aan het begin van het kalenderjaar aan de advocaat meegedeeld.
art. 15 lid 1 sub b Wrb) van Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2012 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand">
Artikel 6. Deskundigheid op bepaalde rechtsterreinen ( art. 15 lid 1 sub b Wrb)
De Raad stelt ten aanzien van een zestal rechtsgebieden bijzondere deskundigheidsvereisten in. Het betreft hier rechtsgebieden die ofwel specialistische kennis vereisen, ofwel vereisen dat de advocaat zich verdiept in en beperkt tot een aantal samenhangende rechtsgebieden. De inschrijving op deze rechtsgebieden moet worden aangevraagd door middel van een afzonderlijk formulier. De gestelde vereisten gelden voor de toelating dan wel de voortzetting van de inschrijving. Als de advocaat niet is ingeschreven voor het betreffende rechtsgebied, is het hem niet toegestaan zaken op het betreffende rechtsgebied te behandelen of daarvoor toevoeging te verzoeken.
De Raad toetst steekproefsgewijs of de ingeschreven advocaat heeft voldaan aan de gestelde eisen voor het onderhouden van zijn deskundigheid op bovengenoemde terreinen waarvoor bijzondere voorwaarden gelden.
In 2012 wordt gecontroleerd of de advocaat in 2010 en 2011 aan de voorwaarden heeft voldaan.
Voor de toetsing van de voorwaarden ten aanzien van het behalen van opleidingspunten en werkgroepdeelname geldt het uitgangspunt dat de advocaat via een toegezonden formulier behoort te reageren als niet aan de vereisten is voldaan.
Onder degenen die niet via het formulier hebben gereageerd, zal een steekproefsgewijze controle worden gehouden.
Indien voor een specifiek rechtsterrein minimumeisen aan het aantal zaken worden gesteld, controleert de Raad aan de hand van zijn eigen gegevens over afgegeven toevoegingen of wordt voldaan aan het minimum. Als het aantal toevoegingen lager uitvalt dan het minimum, neemt de Raad telefonisch contact met op met de advocaat. Besproken wordt dan of hij zijn inschrijving wil voorzetten en wat daarvoor nodig is. De advocaat kan zijn ervaring desgewenst aantonen door opgave van het aantal betalende zaken.
In 2012 voert de Raad een toets uit op de specialisatiegebieden asiel- en vluchtelingenrecht, vreemdelingenrecht/vreemdelingenpiket/ vreemdelingenbewaringszaken en psychiatrisch patiëntenrecht.
Artikel 6a. Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening in strafzaken
De vereisten voor de toelating tot de inschrijving in strafzaken zijn:
1. met succes voltooid hebben van het onderdeel strafrecht in de beroepsopleiding van de NOVA ( of toelating als raio), en
2. onder begeleiding van een reeds op het terrein van het strafrecht ingeschreven rechtsbijstandverlener behandeld hebben van 5 strafzaken.
De vereisten voor de voortgezette inschrijving in strafzaken zijn:
1. de behandeling van tenminste tien zaken op dit rechtsgebied in het afgelopen jaar, waaronder jeugdstrafzaken; de Raad gaat hierbij uit van toevoegingen. De advocaat kan desgewenst aantonen dat hij dit aantal zaken heeft gedaan door ook betalende zaken aan te geven; en
2. het desgevraagd kunnen overleggen van certificaten van het behalen van tenminste 8 studiepunten per 2 jaar op het terrein van strafrecht in het kader van de permanente beroepsopleiding, te verhogen met tenminste 4 punten op het terrein van kinder-/jeugdstrafrecht 3 , dan wel op het terrein van civiele jeugdmaatregelen. Dit opleidingsvereiste geldt niet voor stagiaires gedurende de looptijd van hun stage.
De vereisten voor de toelating tot het strafpiket zijn:
Voor de toelating tot het strafpiket gelden de bovengenoemde algemene voorwaarden alsmede:
1. het met succes gevolgd hebben van een door de Raad goedgekeurde piketcursus 4 ,
2. het onder begeleiding van een reeds voor het strafpiket ingeschreven rechtsbijstandverlener behandeld hebben van 6 piketzaken, waarvan tenminste 1 kinder-/jeugdzaak, en waarvan tevens tenminste 3 zaken tot en met de behandeling door de rechter-commissaris.
Afwijkingsbevoegdheid:
De Raad kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van het vereiste dat het onderdeel strafrecht in de beroepsopleiding van de NOVA met succes voltooid is. 5
Artikel 6b. Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening aan psychiatrische patiënten
De vereisten voor de toelating tot het verlenen van rechtsbijstand aan psychiatrische patiënten zijn:
1. het voltooid hebben van de stage, en
2. het met succes gevolgd hebben van een door de Raad goedgekeurde opleiding 6 op het gebied van het psychiatrische patiëntenrecht, en
3. onder begeleiding van een reeds op het terrein van het psychiatrische patiëntenrecht ingeschreven rechtsbijstandverlener behandeld hebben van 5 zaken, waarvan tenminste 1 maal een inbewaringstelling en 1 maal een rechterlijke machtiging.
De vereisten voor de voortgezette inschrijving tot het verlenen van rechtsbijstand aan psychiatrische patiënten zijn:
1. de behandeling van tenminste 15 zaken in het afgelopen jaar op basis van een toevoeging 7 , en
2. het desgevraagd kunnen overleggen van certificaten van het behalen van tenminste 6 studiepunten per twee jaar op het gebied van het psychiatrische patiëntenrecht, en
3. actieve deelname aan werkgroepen of regionale bijeenkomsten betreffende het psychiatrische patiëntenrecht. Jaarlijks dient tenminste de helft van het aantal bijeenkomsten te worden gevolgd, met een minimum van twee.
4. te handelen naar de eisen van zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstandverlening. In dat kader volgt de advocaat in zijn praktijkvoering de eisen die voortvloeien uit minimumnormen. Minimumnormen zijn opgenomen in de Best Practice Guide Gedwongen opname en behandeling van psychiatrische patiënten/cliënten en in de criteria die vastgesteld voor de peer review BOPZ. Na invoering van het systeem van peer review zijn de laatstgenoemde criteria doorslaggevend
5. verplichte medewerking aan peer review, onder meer door het invullen van voorleggers en het inzenden van dossiers.
De vereisten voor de deelname aan het psychiatrische patiëntenpiket zijn:
1. dat wordt voldaan aan de vereisten voor de toelating en de voortgezette inschrijving, en
2. dat minimaal 1 maal per jaar aan het piket wordt deelgenomen en bij voorkeur 2 maal per jaar.
In verband met het noodzakelijke onderhouden van de ervaring wordt waar nodig een wachtlijst voor deelname gehanteerd. Belangstellenden voor toelating tot het het psychiatrische patiëntenpiket worden op datum van aanmelding geregistreerd. Nieuwe toelating vindt pas plaats als het aantal zaken per deelnemende rechtsbijstandverlener in een jaar gemiddeld niet onder 15 toevoegingen daalt. Mogelijke toelating wordt door de Raad aangekondigd als het volgen van een cursus, die vereist is voor de toelating, mogelijk is. Om zich te laten registreren op de wachtlijst behoeft de rechtsbijstandverlener nog niet aan de gestelde inschrijvingsvereisten te voldoen. Wel moet de rechtsbijstandverlener de stage voltooid hebben.
Artikel 6c. Deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in vreemdelingenzaken
De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in vreemdelingenzaken zijn:
1. toelating tot het verlenen van rechtsbijstand op grond van de Inschrijvingsvoorwaarden Vreemdelingenrecht dan wel
2. het voldoen aan de voor deelname aan de piketregeling gestelde deskundigheidseisen.
In bijlage 1 zijn de Inschrijvingsvoorwaarden voor vreemdelingenrecht, vreemdelingenpiket en vreemdelingenbewaringszaken opgenomen.
Artikel 6d. Deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in asiel- en vluchtelingenzaken
De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in asiel- en vluchtelingenzaken zijn:
toelating tot het verlenen van rechtsbijstand op grond van de Inschrijvingsvoorwaarden voor Asiel- en vluchtelingenrecht.
In bijlage 2 zijn de Inschrijvingsvoorwaarden voor het Asiel- en vluchtelingenecht opgenomen.
Artikel 6e. Deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in zaken betreffende internationale kinderontvoering
De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in kinderontvoeringszaken zijn:
1. Succesvol hebben deelgenomen aan een cursus op het gebied van internationale kinderontvoering;
2. Kennis van het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 25 oktober 1980 (HKOV), de Uitvoeringswet inzake internationale ontvoering van kinderen van 2 mei 1990, de Verordening Brussel II Bis en het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 (HKBV)
3. Ervaring als advocaat in internationale kinderontvoeringszaken, dat wil zeggen als advocaat 3 internationale kinderontvoeringszaken behandeld hebben;
4. Op de hoogte blijven van de (rechts)ontwikkelingen op het gebied van internationale kinderontvoering door het bijwonen van relevante congressen, cursussen, lezingen etc. en het op de hoogte blijven van relevante jurisprudentie.
Artikel 6f. Deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in zaken betreffende het Personen- en familierecht (in werking treding: 1 juli 2012)
De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen op het terrein van het personen- en familierecht zijn:
toelating tot het verlenen van rechtsbijstand op grond van de Inschrijvingsvoorwaarden voor het Personen- en Familierecht.
In bijlage 3 zijn de Inschrijvingsvoorwaarden voor het Personen- en Familierecht opgenomen.
art. 35 en 36 Bvr 2000) van Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2012 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand">
Artikel 7. Voorschotten ( art. 35 en 36 Bvr 2000)
De advocaat ontvangt het op basis van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 verstrekte voorschot persoonlijk en is persoonlijk aansprakelijk voor de onverwijlde terugbetaling c.q. verrekening met de vergoedingen in zaken op basis waarvan het voorschot is berekend, in geval de inschrijving wordt doorgehaald. De advocaat die in loondienst heeft gewerkt, kan zich er niet op beroepen dat voorschotten aan zijn patroon/kantoor zijn uitbetaald.
art. 17 Wrb) van Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2012 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand">
Artikel 8. Doorhaling inschrijving ( art. 17 Wrb)
Aldus vastgesteld te Utrecht op 6 december 2011
Was getekend,
1.
De inschrijving van de advocaat kan door de Raad worden doorgehaald:
a) op eigen verzoek;
b) wanneer hij de hoedanigheid van advocaat verliest;
c) gedurende de tijd dat hij op grond van een tuchtrechtelijke beslissing of anderszins onherroepelijk is geschorst in de uitoefening van zijn beroep;
d) indien de advocaat niet voldaan heeft dan wel niet langer voldoet aan de voor de inschrijving gestelde voorwaarden;
e) indien naar het oordeel van de Raad genoegzaam is gebleken dat de rechtsbijstandverlening door de advocaat niet voldoet aan redelijkerwijs te stellen eisen van doelmatigheid of zorgvuldigheid;
f) indien naar het oordeel van de R aad genoegzaam is gebleken dat de advocaat herhaaldelijk onjuiste informatie heeft verstrekt ten behoeve van het vaststellen van de vergoeding;
g) indien de advocaat niet voldoet aan de eisen gesteld aan de wijze van indiening van een aanvraag om een toevoeging;
h) indien de advocaat niet voldoet aan de eisen gesteld aan de inrichting en de
i) wijze van indiening van een aanvraag om vaststelling van de vergoeding.
2.
Doorhaling van de inschrijving voor een specifiek rechtsgebied kan plaatsvinden indien de advocaat niet langer voldoet aan de bij deze regeling gestelde (deskundigheids)vereisten .
3.
De deken van de Nederlandse Orde van Advocaten in het arrondissement waar de betreffende advocaat kantoor houdt, wordt over een uitschrijving, anders dan op eigen verzoek, geïnformeerd.
directeur stelsel.
Directeur bedrijfsvoering.