Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Inkomstenbelasting, termijn waarbinnen partners de toerekening van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en bestanddelen van de rendementsgrondslag kunnen wijzigen
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Goedkeuring
3. Inwerkingtreding
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 4 januari 2008. U leest nu de tekst die gold op 3 januari 2008.

Inkomstenbelasting, termijn waarbinnen partners de toerekening van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en bestanddelen van de rendementsgrondslag kunnen wijzigen

Inkomstenbelasting, termijn waarbinnen partners de toerekening van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en bestanddelen van de rendementsgrondslag kunnen wijzigen
1. Inleiding
De belastingplichtige en zijn partner kunnen de in de aangifte inkomstenbelasting opgenomen toerekening van hun gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en bestanddelen van de rendementsgrondslag gezamenlijk wijzigen. De termijn waarbinnen dit kan, is begrensd tot het moment waarop de aanslag van één van beide partners onherroepelijk vaststaat ( artikel 2.17, vierde lid, Wet IB 2001). De begrenzing van deze termijn is in de wet opgenomen voor de uitvoerbaarheid van de regeling. In de praktijk kan dit problemen opleveren als de inspecteur de aanslagen van de partners niet tegelijkertijd vaststelt. Het kan dan gebeuren dat de aanslag van de ene partner al onherroepelijk vaststaat op het moment dat die van de ander wordt opgelegd. Dit leidt tot problemen als de inspecteur de aanslag van die andere partner niet conform de ingediende aangifte vaststelt. Als gevolg van de aangebrachte correcties kan een wijziging in de toerekening dan gewenst zijn. Hetzelfde probleem kan optreden als aan een van de partners een navorderingsaanslag wordt opgelegd of als de aanslag van een van de partners wordt verminderd. Maar ook los van niet conform de ingediende aangifte vastgestelde aanslagen, navorderingsaanslagen of verminderingen kan, nadat één van beide aanslagen onherroepelijk vaststaat, blijken dat de gekozen verdeling fiscaal gezien niet de meest gunstige is.
Bovenstaand probleem doet zich met name voor bij aanslagen over de kalenderjaren vanaf 2005. Bij de aanslagregeling over 2001 tot en met 2004 was het geautomatiseerde proces van de Belastingdienst zo ingericht dat de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen van fiscale partners zoveel mogelijk gelijktijdig werden opgelegd. Door een wijziging in het geautomatiseerde proces is dat voor de aanslagen over de kalenderjaren vanaf 2005 niet meer het geval. Deze wijziging heeft overigens tot gevolg dat belastingplichtigen hun definitieve aanslag eerder ontvangen.
2. Goedkeuring
Ik acht het niet wenselijk dat fiscale partners als gevolg van het werkproces van de Belastingdienst geen invloed meer hebben op voornoemde toerekening terwijl één van beide aanslagen nog niet onherroepelijk vaststaat. Ik keur daarom, vooruitlopend op wetswijziging, het volgende goed.
a. Als de aanslag van één van de partners onherroepelijk vaststaat, wordt bovenbedoelde toerekening op verzoek van beide partners alsnog gewijzigd. Dit verzoek kan worden gedaan totdat de aanslagen van beide partners onherroepelijk vaststaan. Als wijziging van de toerekening tot gevolg heeft dat de onherroepelijk vaststaande aanslag van de ene partner te laag is vastgesteld, geldt de goedkeuring alleen als die partner instemt met het opleggen van een navorderingsaanslag.
Deze goedkeuring betreft aanslagen over de kalenderjaren vanaf 2001 en geldt ook als het inkomen van één van de partners door het opleggen van een navorderingsaanslag wordt gewijzigd. Het verzoek is dan mogelijk totdat de navorderingsaanslag onherroepelijk vaststaat.
b. Indien de aanslagen van beide fiscale partners inmiddels onherroepelijk vaststaan, kan ook een beroep op de onder a genoemde goedkeuring worden gedaan indien de aanslagen betrekking hebben op de kalenderjaren 2005 en volgende. In dit geval verleent de inspecteur de tegemoetkoming ambtshalve, doch slechts indien het verzoek daartoe, inclusief de instemming van de partner tot navordering, is ingediend vóór 1 januari 2008.
3. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Den Haag, 31 juli 2007
De
Staatssecretaris
directeur-generaal Belastingdienst