Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Inkomstenbelasting, loonheffing, autokostenforfait, autodealerbesluit 2006
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
1. Inleiding
Coördinatiepersoon autobranche
2. Uitwerking voorbeeldafspraak
3. Inwerkingtreding en intrekking besluit
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2007. U leest nu de tekst die gold op -.

Inkomstenbelasting, loonheffing, autokostenforfait, autodealerbesluit 2006

Inkomstenbelasting, loonheffing, autokostenforfait, autodealerbesluit 2006 De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.
Dit besluit is een opvolger van het Besluit van 10 mei 2005, nr. CPP2005/0906M. Aanleiding daarvoor is een actualisering van de cijfers voor 2006; dit besluit bevat de waarden en salarisklassen voor het jaar 2006. Voorts is de in bijlage 1 opgenomen voorbeeldafspraak gewijzigd ten opzichte van vorig jaar. De oorzaak daarvan is het overbrengen van de belastingheffing voor werknemers met een auto van de zaak van de inkomstenbelasting naar de loonbelasting.
1. Inleiding
Over de toepassing van het autokostenforfait kunnen onder omstandigheden afspraken vooraf worden gemaakt met de Belastingdienst. Vanuit de praktijk is aan de Belastingdienst de vraag gesteld of een autodealer desgewenst, in overleg met de inspecteur waaronder hij ressorteert, voor zijn werknemers (of voor een functioneel of organisatorisch te onderscheiden groep werknemers) een praktische afspraak kan maken ten behoeve van de bijtelling wegens privé-gebruik auto. Deze werknemers maken relatief vaak gebruik van demonstratieauto’s waarvan de catalogusprijs onderling (aanzienlijk) verschilt; ze plegen zowel te rijden in de goedkoopste als in de duurste uitvoering van een of meer types. Voor de desbetreffende werknemers geldt in beginsel een forfaitaire bijtelling wegens privé-gebruik van 22% van de catalogusprijs van de gebruikte auto’s, omdat er geen rittenadministratie wordt bijgehouden. De bijtelling wegens privé-gebruik, die afgeleid zou moeten worden van de catalogusprijzen van de auto’s waarin naar tijdsgelang is gereden, is echter niet zonder intensieve administratieve vastleggingen vast te stellen.
Voor de berekening van de catalogusprijs kan worden uitgegaan van de gewogen gemiddelde catalogusprijs van de auto’s die de betrokkene gelet op zijn positie binnen het bedrijf ter beschikking staan. Dit besluit geeft uitvoering aan de toezegging nadere handreikingen voor autodealers en hun werknemers te geven.
In de hierna, bij wijze van voorbeeld, opgenomen afspraak is de toepasselijke catalogusprijs op praktische wijze vastgesteld (bijlage 1). De desbetreffende afspraak heeft mijn instemming.
Onder vergelijkbare omstandigheden kunnen ook andere werkgevers, in overleg met de coördinatiepersoon, voor hun werknemers vergelijkbare collectieve afspraken maken.
Coördinatiepersoon autobranche
Werkgevers in de autobranche kunnen een verzoek om toepassing van het Autodealerbesluit richten aan de Belastingdienst Oost Brabant/Kantoor Eindhoven, t.a.v. de heer mr. ing. J.J.M. Hezemans, Postbus 90058, 5600 PL Eindhoven. In verband met de eenheid van beleid en uitvoering coördineert de heer Hezemans namens de Belastingdienst de toepassing van dit besluit voor de autobranche (waaronder de auto-importeurs en personenautodealers). Andere werkgevers kunnen hun verzoek richten aan de inspecteur waaronder zij ressorteren. De inspecteur stemt het verzoek dan af met de coördinator.
2. Uitwerking voorbeeldafspraak
De afspraak is gebaseerd op salarisklassen en bijbehorende (gemiddelde) catalogusprijzen voor het jaar 2006. De salarisklassen zijn vastgesteld aan de hand van een feitelijk onderzoek mede op basis van de loongegevens in de automobielbranche.
Bij de vaststelling van de catalogusprijzen is het uitgangspunt gehanteerd dat aan de werknemers in salarisklasse 1) feitelijk de goedkopere modellen van het merk ter beschikking staan, aan klasse 3) het middensegment en aan klasse 5) de duurdere modellen. Klasse 2) is een combinatie van de klassen 1) en 3), en klasse 4) een combinatie van de klassen 3) en 5). Per model is het goedkoopste en het duurste type geëlimineerd. Ook zeer exceptionele uitvoeringen (bijvoorbeeld race-uitvoeringen en/of zeer zeldzame modellen) zijn geëlimineerd. Vervolgens zijn de prijzen van de resterende uitvoeringen getotaliseerd en gedeeld door het aantal in aanmerking genomen uitvoeringen, zodat per salarisklasse een gemiddelde catalogusprijs ontstaat. Op basis van de beschikbare gegevens heeft de Belastingdienst, ten behoeve van de eenheid van beleid en uitvoering, voor het jaar 2006 een schema opgesteld van de meest voorkomende automerken. Dit schema is opgenomen als bijlage 2 en kan worden toegepast als de feiten daartoe aanleiding geven.
Als het (tevens) gaat om ter beschikking gestelde auto’s van een niet genoemd merk of van meerdere merken, dan kan de werkgever met de genoemde coördinatiepersoon contact opnemen om toepasselijke catalogusprijzen vast te stellen. De wettelijke regeling brengt mee dat, als een werknemer (of een groep werknemers) feitelijk hoofdzakelijk gebruik pleegt te maken van enkele, goedkopere dan wel duurdere modellen, de (gemiddelde) catalogusprijs voor die werknemer(s) op die modellen wordt gebaseerd en niet op het schema. Op de hoofdregel van een bijtelling van 22% is uiteraard de wettelijke uitzondering inzake een geringer privé-gebruik dan 500 kilometer op jaarbasis in voorkomende gevallen van toepassing. Aan de wettelijke regeling is voorts inherent dat de bijtelling meer bedraagt dan 22%, voorzover de inspecteur bewijs kan aandragen dat het werkelijke privé-gebruik meer bedraagt dan 22% van de cataloguswaarde.
Ondernemer, medegerechtigde, resultaatgenieter en directeur-grootaandeelhouder Voor de goede orde merk ik, wellicht ten overvloede, op dat dit besluit ook geldt voor een ondernemer, medegerechtigde, resultaatgenieter en een directeur-grootaandeelhouder, met inachtneming van het volgende. Iedere personenauto die in de onderneming aanwezig is, als handelsvoorraad of als bedrijfsmiddel (inclusief lease of huur), én die door de betrokkene en zijn gezin of een werknemer ook voor privé-doeleinden kan worden gebruikt, komt in beginsel voor de toepassing van het autokostenforfait in aanmerking. Dit in combinatie met een redelijke wetstoepassing brengt mee dat voor de betrokkene (en het gezin) een bijtelling wegens privé-gebruik geldt voor twee van het totaal aantal feitelijk voor toepassing van het autokostenforfait in aanmerking komende auto’s. Bij een alleenstaande ondernemer/directeur-grootaandeelhouder of als in het gezin slechts één persoon een rijbewijs heeft, is de norm bijtelling voor één auto. Indien de inspecteur van mening is dat een hoger aantal in aanmerking moet worden genomen dan twee respectievelijk één auto(’s), ligt de bewijslast daarvoor bij hem. De inspecteur zal bij de beoordeling daarvan rekening houden met het in privé hebben en rijden van een of meer eigen auto’s die voor privé-gebruik evenzeer of zelfs meer geschikt zijn dan de auto’s van de zaak.
Voorzover het redelijk is dat een auto feitelijk (mede) ter beschikking is gesteld aan een meewerkende echtgenote/partner, kan de bijtelling aan de echtgenote/partner worden toegerekend (vergelijk ook het arrest van de Hoge Raad van 24 augustus 1996, BNB 1996/139).
3. Inwerkingtreding en intrekking besluit
Dit besluit treedt in werking met ingang 1 januari 2006 en vervalt met ingang van 1 januari 2007.