Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Inkomstenbelasting, eigen woning,bijleenregeling,overgangsrecht, goedkoper wonen bij echtscheiding, bewoning door erfgenaam in afwachting van verkoop
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
1. Overgangsrecht. Echtscheidingsconvenant
Vraag
Antwoord
2. Overgangsrecht. Verslag van een bemiddelingsgesprek van de mediator bij echtscheiding
Vraag
Antwoord
3. Goedkoper wonen bij echtscheiding
Vraag
Antwoord
4. Woning wordt bewoond door erfgenaam in afwachting van verkoop
Vraag
Vraag
Antwoord
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 2 maart 2007. U leest nu de tekst die gold op 1 maart 2007.

Inkomstenbelasting, eigen woning,bijleenregeling,overgangsrecht, goedkoper wonen bij echtscheiding, bewoning door erfgenaam in afwachting van verkoop

Inkomstenbelasting, eigen woning,bijleenregeling,overgangsrecht, goedkoper wonen bij echtscheiding, bewoning door erfgenaam in afwachting van verkoop
Aan mij zijn vragen gesteld over de bijleenregeling. De vragen en de antwoorden zijn hierna opgenomen.
Vraag
Een echtpaar was getrouwd in algehele gemeenschap van goederen. In het kader van de echtscheiding wordt de woning in 2004 overgedragen aan de vrouw. Dit is vastgelegd in het echtscheidingsconvenant dat op 1 december 2003 is opgemaakt.
Kan het overgangsrecht voor de bijleenregeling van toepassing zijn bij een vervreemding op grond van het echtscheidingsconvenant?
Antwoord
Ja, het overgangsrecht voor de bijleenregeling kan van toepassing zijn bij een vervreemding op grond van het echtscheidingsconvenant. Het echtscheidingsconvenant kan voor het overgangsrecht worden aangemerkt als een verkoopovereenkomst. Ook hiervoor geldt de voorwaarde dat sprake is van een reële overeenkomst waardoor betrokken partijen onherroepelijk gebonden zijn. De schriftelijke overeenkomst moet uiterlijk op 31 december 2003 tot stand zijn gekomen. De overeenkomst moet erop zijn gericht om de woning binnen afzienbare tijd over te dragen. Ook moet de (ver)koopprijs in het echtscheidingsconvenant zijn vastgesteld.
Vraag
Een echtpaar was getrouwd in algehele gemeenschap van goederen. In het kader van de echtscheiding wordt de woning in 2004 overgedragen aan de vrouw. Op 31 december 2003 was er nog geen schriftelijke verkoopovereenkomst of echtscheidingsconvenant. De overdracht van de woning aan de vrouw is in een bemiddelingsgesprek overeengekomen. Daarbij is tevens de overdrachtsprijs vastgesteld. Dit blijkt uit het bemiddelingsverslag dat de mediator vóór 31 december 2003 heeft ondertekend.
Kan het overgangsrecht voor de bijleenregeling van toepassing zijn bij een vervreemding volgens het door de mediator getekende bemiddelingsverslag?
Antwoord
Nee, het overgangsrecht voor de bijleenregeling kan niet van toepassing zijn bij een vervreemding volgens het door de mediator getekende bemiddelingsverslag. Het door de mediator getekende bemiddelingsverslag is geen verkoopovereenkomst.Goedkeuring
Gelet op de omstandigheden van het geval keur ik goed dat het overgangsrecht van de bijleenregeling van toepassing is. De goedkeuring geldt onder de voorwaarden dat de man zijn aandeel in de woning daadwerkelijk in het kader van de echtscheiding overdraagt aan de vrouw tegen de prijs en de voorwaarden die zijn beschreven in het bemiddelingsverslag van de mediator.
Vraag
Een echtpaar is in gemeenschap van goederen getrouwd. Zij gaan scheiden. De eigen woning wordt toebedeeld aan de vrouw. De waarde van de woning is € 300.000, de totale eigenwoningschuld is € 200.000. De man wordt door de vrouw uitgekocht voor € 150.000. De man koopt een nieuwe woning voor € 180.000. Het huis is goedkoper dan de woning waarin hij samen met zijn ex-echtgenote woonde.
Is voor de bijleenregeling sprake van ‘goedkoper wonen’?
Antwoord
Nee, voor de bijleenregeling is geen sprake van goedkoper wonen. De bijleenregeling wordt op individueel niveau toegepast. De eigenwoningreserve wordt dus berekend aan de hand van het individuele aandeel in de woning en de schuld die daarop rust. De man vervreemdt ‘zijn helft’ van de woning voor € 150.000. Hij had op die woning een eigenwoningschuld in verband met die woning van € 100.000, zodat hij een eigenwoningreserve heeft van € 50.000 (artikel 3.119a, vierde lid, van de Wet IB 2001). Zijn maximale eigenwoningschuld op de nieuwe woning is € 180.000 minus € 50.000, is € 130.000 (artikel 3.119a, eerste lid, van de Wet IB 2001).
Als de maximale eigenwoningschuld op de nieuwe woning lager is dan zijn eigenwoningschuld op de vorige eigen woning, is sprake van goedkoper wonen (artikel 3.119a, tweede lid, van de Wet IB 2001). In dit geval is daarvan geen sprake omdat zijn eigenwoningschuld op zijn aandeel in de vorige eigen woning € 100.000 was.
De maximale eigenwoningschuld in verband met de verwerving van de nieuwe woning is € 130.000, maar uiteraard nooit hoger dan de daadwerkelijke schuld in verband met de verwerving van die woning.
Vraag
Een woning is eigendom van moeder. Dochter A is bij moeder in gaan wonen om haar te verzorgen. Moeder overlijdt, waarna de woning te koop wordt gezet. Dochter A blijft tot de verkoop in de woning wonen om te voorkomen dat de woning wordt gekraakt. De woning behoort tot de onverdeelde boedel van dochter A en dochter B. Dochter B woont elders.
Vraag
Is bij verkoop na 1 januari 2004 de bijleenregeling van artikel 3.119a van de Wet IB 2001 van toepassing bij dochter A?
Antwoord
Ja, bij verkoop na 1 januari 2004 is de bijleenregeling van artikel 3.119a van de Wet IB 2001 van toepassing bij dochter A. In dit kader is van belang of er bij verkoop van de woning een eigenwoningreserve wordt gevormd. Dat is het geval vanaf 1 januari 2004 als een eigen woning wordt vervreemd (artikel 3.119a, vierde lid, van de Wet IB 2001). Door de onverdeelde boedel ontstaat voor beide dochters mede-eigendom in de woning. De woning is voor dochter A haar hoofdverblijf vanaf het moment dat zij bij haar moeder ging inwonen. Na het overlijden van moeder staat de woning dochter A voor de helft (haar eigendomsdeel) ter beschikking in haar hoedanigheid van eigenaar. Op deze helft is derhalve voor haar vanaf het overlijden van haar moeder de eigenwoningregeling van toepassing. De omstandigheid dat zij de woning bewoont om te voorkomen dat de woning wordt gekraakt, doet daaraan niet af.
Voor dochter B is de bijleenregeling uiteraard niet van toepassing omdat de woning voor haar geen eigen woning is.