Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Inhoudsopgave
+ Begripsbepalingen
+ Hygiënogram
+ Monsterneming in het kader van artikel 13 van de Verordening (reguliere monsterneming)
+ Detectie en serotypering in het kader van artikel 13 van de Verordening
+ Melding uitslagen in het kader van artikel 13 van de Verordening
+ Monsterneming in het kader van artikel 15 van de Verordening
+ Monsterneming onder toezicht
+ Maatregelen in het geval van Salmonella Java
+ Maatregelen in het geval van Salmonella
+ Graan
+ Onderzoek naar Campylobacter
+ Bewaarplicht
+ Slotbepaling
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.

Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2011

Besluit van het Productschap Pluimvee en Eieren van 3 november 2011 tot uitwerking van de voorschriften inzake de bewaking en bestrijding van Salmonella in vleeskuikenbedrijven (Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2011)
Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren;
Gelet op de artikelen 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18 en 19 van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 en gezien de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen (PPE) 2011;
Besluit:
Artikel 1
Dit besluit verstaat onder:
1. ondernemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een vleeskuikenbedrijf uitoefent;
2. uitlaadstalkoppel: het deel van het stalkoppel dat vóór het weglaadkoppel naar de slachterij wordt afgevoerd;
3. weglaadstalkoppel: het laatste deel van het stalkoppel dat naar de slachterij wordt afgevoerd;
4. Salmonella Typhimurium mede: monofasische Salmonella Typhimurium met de antigene formule 1,4,[5],12:i:-;
5. pluimveedierenarts: degene die is ingeschreven in het register van praktiserende dierenartsen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990;
en neemt voor het overige de begrippen als omschreven in artikel 1 van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 over.
1.
Het hygiënogram als bedoeld in de artikelen 1 en 12 van de Verordening wordt uitgevoerd door een HOSOWO-instantie erkend overeenkomstig het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties (PPE) 2012.
2.
Indien de uitslag van het hygiënogram kleiner dan of gelijk aan 1,5 is, hoeft de ondernemer geen vervolg maatregelen in de stal te nemen.
3.
Indien de uitslag van het hygiënogram groter dan 1,5 maar kleiner dan of gelijk aan 3,0 is, laat de ondernemer tijdens de eerstvolgende leegstandsperiode, nadat hij de stal gereinigd en ontsmet heeft, opnieuw een hygiënogram in de stal uitvoeren.
4.
Indien de uitslag van het hygiënogram groter dan 3,0 is, dient de ondernemer tijdens de eerstvolgende leegstandsperiode de stal na het reinigen te laten ontsmetten door een ontsmettingsbedrijf. Aansluitend laat de ondernemer opnieuw een hygiënogram in de stal uitvoeren.
1.
De monsters als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Verordening worden genomen:
a) met inlegvellen door of namens de ondernemer bij de plaatsing van de vleeskuikens op het vleeskuikenbedrijf, overeenkomstig Bijlage I ;
b) met overschoentjes in opdracht van de ondernemer door een voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts, binnen 21 dagen voor de datum waarop het stalkoppel vleeskuikens aan de slachterij wordt geleverd, overeenkomstig Bijlage II .
2.
De uitslagen van de detectie en de serotypering van de monsters met overschoentjes als bedoeld in het eerste lid, onder b), zijn gedurende 21 dagen geldig vanaf de datum van de monsterneming.
3.
De monsters als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Verordening kunnen tevens genomen worden naar aanleiding van blindedarm uitslagen op grond van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen pluimveeslachterijen en - uitsnijderijen (PPE) 2011 . Dit is het geval in de volgende situaties:
a) Indien het blindedarmonderzoek bij uitlaadstalkoppels, geslacht op stalniveau, Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft aangetoond, terwijl het onderzoek van de monsters als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b) geen Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft aangetoond. Er worden extra monsters met overschoentjes in de betreffende stal genomen door een voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts, overeenkomstig Bijlage II indien het weglaadstalkoppel nog op het vleeskuikenbedrijf aanwezig is;
b) Indien het blindedarmonderzoek bij uitlaadstalkoppels, geslacht op bedrijfsniveau, Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft aangetoond terwijl het onderzoek van de monster als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b) geen Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium aantoonde. Er worden extra monsters met overschoentjes in alle stallen genomen door een voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts, overeenkomstig Bijlage II indien het weglaadstalkoppel nog op het vleeskuikenbedrijf aanwezig is.
1.
De ondernemer zorgt ervoor dat de monsters genomen met inlegvellen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a) binnen 24 uur na de monsterneming zijn verzonden naar een voor detectie van Salmonella erkend laboratorium.
2.
De monsters genomen met overschoentjes als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b), worden door de voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts binnen 24 uur na de monsterneming verzonden naar een, door de ondernemer uitgekozen, voor detectie van Salmonella erkend laboratorium.
3.
Indien het voor detectie van Salmonella erkende laboratorium Salmonella in een monster heeft gedetecteerd, dan zorgt de ondernemer ervoor dat dit monster onverwijld na de detectie wordt geserotypeerd door een voor serotypering erkend laboratorium.
1.
De ondernemer zorgt ervoor dat alle uitslagen van de detectie en alle uitslagen van de serotypering van de monsters genomen met inlegvellen en overschoentjes, binnen één werkdag nadat de uitslag bij de ondernemer bekend is schriftelijk worden gemeld aan de slachterij waaraan het stalkoppel vleeskuikens wordt geleverd.
2.
Indien uit de uitslag van de serotypering blijkt dat in een monster genomen met inlegvellen of overschoentjes Salmonella is aangetoond, zorgt de ondernemer ervoor dat deze uitslag binnen één werkdag nadat de uitslag bij de ondernemer bekend is schriftelijk wordt gemeld aan de kuikenbroederij waarvan de bemonsterde vleeskuikens afkomstig zijn.
3.
Indien uit de uitslag van de serotypering blijkt dat in een monster genomen met inlegvellen of overschoentjes Salmonella Java, Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, zorgt de ondernemer ervoor dat deze uitslag binnen één werkdag nadat de uitslag bij de ondernemer bekend is schriftelijk wordt gemeld aan de voorzitter.
4.
Indien uit de uitslag van de detectie blijkt dat in een monster geen Salmonella is aangetoond of indien uit de uitslag van de serotypering blijkt dat Salmonella van een ander serotype dan Salmonella Java, Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, zorgt de ondernemer ervoor dat deze uitslag binnen tien werkdagen nadat de uitslag van het onderzoek bij de ondernemer bekend is schriftelijk wordt gemeld aan de voorzitter.
5.
De meldingen als bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid bevatten de volgende gegevens:
a) KIP-nummer,
b) activiteit (vleeskuikens)
c) geboortedatum stalkoppel,
d) stalnummer,
e) datum monsterneming,
f) monsternemer: naam HOSOWO-instantie of naam (inclusief naam dierenartspraktijk) + registratienummer pluimveedierenarts;
g) type monster (inlegvellen of overschoentjes),
h) type onderzoek (regulier of officieel onderzoek naar Salmonella)
i) in geval van een negatieve uitslag: de uitslag van de detectie, inclusief de datum van de uitslag,
j) in geval van een positieve uitslag: de uitslag van de serotypering, inclusief de datum van de uitslag.
1.
De voorzitter laat bij ten minste tien procent van de vleeskuikenbedrijven één maal per kalenderjaar monsters met overschoentjes nemen in het kader van een officieel onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella, overeenkomstig Bijlage II .
2.
De monsters als bedoeld in het eerste lid worden in ten minste één stal van het betreffende vleeskuikenbedrijf genomen.
3.
Het officiële onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in het eerste lid kan in de plaats treden van het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b). Indien dit het geval is, dient de uitslag van dit onderzoek conform artikel 5 gemeld te worden aan de kuikenbroederij waarvan de bemonsterde vleeskuikens afkomstig zijn en aan de slachterij waaraan de vleeskuikens geleverd worden.
4.
Indien op grond van het onderzoek naar Salmonella van een monster genomen met inlegvellen als bedoeld in artikel 3, onderdeel a) blijkt dat Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, kan de voorzitter in een later stadium tijdens de ronde een onderzoek door GD laten uitvoeren in alle stallen om te onderzoeken of er nog Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium aanwezig is.
5.
Indien op grond van het onderzoek naar Salmonella van een monster genomen met overschoentjes als bedoeld in artikel 3, onderdeel b) Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, kan de voorzitter de ondernemer verplichten om bij het eerstvolgende stalkoppel vleeskuikens de in artikel 3, onderdeel b) bedoelde monsters met overschoentjes door GD te laten nemen, overeenkomstig Bijlage II . Het onderzoek naar Salmonella van deze monsters wordt eveneens door GD uitgevoerd.
6.
Indien op grond van het onderzoek naar Salmonella van de blindedarmmonsters, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen (PPE) 2011, Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, kan de voorzitter de ondernemer verplichten om bij het eerstvolgende stalkoppel vleeskuikens de in artikel 3, onderdeel b) bedoelde monsters met overschoentjes door GD te laten nemen, overeenkomstig Bijlage II . Het onderzoek naar Salmonella van deze monsters wordt eveneens door GD uitgevoerd.
1.
Wanneer binnen een stalkoppel vleeskuikens een afwijking wordt geconstateerd tussen de uitslag van de detectie of serotypering van de monsters genomen met overschoentjes en de uitslag van het onderzoek naar Salmonella in de slachterij in blindedarmmonsters als bedoeld in de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen (PPE) 2011 , laat de voorzitter bij de ondernemer één of meerdere monsternemingen onder toezicht door GD uitvoeren in de stal, tenzij het de voorzitter voldoende duidelijk is waardoor de afwijking is veroorzaakt.
2.
De monsterneming onder toezicht wordt volgens Bijlage II van dit besluit uitgevoerd door GD.
1.
Indien op grond van het onderzoek naar Salmonella als bedoeld in artikel 3 dan wel artikel 6 van dit besluit blijkt dat in een monster genomen met inlegvellen of overschoentjes Salmonella is aangetoond, laat de ondernemer na afvoer van het betreffende stalkoppel en na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in artikel 12 van de Verordening onverwijld een stalonderzoek in de stal uitvoeren overeenkomstig het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties (PPE) 2011 .
2.
Nadat in het kader van het stalonderzoek als bedoeld in het eerste lid monsters zijn genomen, mag de ondernemer een stalkoppel vleeskuikens in de stal plaatsen in afwachting van de uitslag van het stalonderzoek.
3.
Indien op grond van de uitslag van het stalonderzoek Salmonella in de stal is aangetoond, laat de ondernemer na afvoer van het zittende stalkoppel vleeskuikens en nadat de stal gereinigd is, de stal ontsmetten door een professioneel bedrijf.
1.
Indien de ondernemer aan een stalkoppel vleeskuikens graan voert afkomstig van eigen teelt of rechtstreeks afkomstig van een andere teler, dan bewaart hij een monster van iedere partij graan. Dit monster dient de ondernemer te nemen overeenkomstig Bijlage IV .
2.
Indien op grond van het onderzoek naar Salmonella als bedoeld in artikel 13 dan wel artikel 15 van de Verordening blijkt dat in een monster met overschoentjes Salmonella is aangetoond, dan laat de ondernemer het bewaarde graanmonster onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella overeenkomstig Bijlage IV .
3.
Indien uit het onderzoek van het graanmonster als bedoeld in het tweede lid blijkt dat Salmonella in het graanmonster is aangetoond, dan mag de ondernemer de rest van de partij graan niet aan een stalkoppel vleeskuikens voeren, tenzij dit graan zodanig is behandeld dat het niet meer is besmet met Salmonella.
4.
Na de in het derde lid bedoelde behandeling laat de ondernemer het graan ter verificatie opnieuw overeenkomstig Bijlage IV onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella. Indien dit onderzoek bevestigt dat het graan niet is besmet met Salmonella, dan mag de ondernemer het graan aan een stalkoppel vleeskuikens voeren.
1.
De ondernemer bewaart de uitslagen van het hygiënogram, de detectie en de serotypering van de monsters met inlegvellen en overschoentjes, het onderzoek op initiatief van de voorzitter, het stalonderzoek en het graanonderzoek gedurende ten minste twee jaren na ontvangst van deze uitslagen.
2.
De ondernemer bewaart de uitslag van het bij of krachtens de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen (PPE) 2011 uitgevoerde onderzoek naar Salmonella op de slachterij van elk door hem aan de slachterij geleverd weglaadkoppel en uitlaad koppel gedurende ten minste twee jaren na ontvangst van de uitslag.
1.
Dit besluit wordt aangehaald als: Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2011.
2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.
Zoetermeer, 3 november 2011
voorzitter
secretaris