Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Inhoudsopgave
+ Begripsbepalingen
+ Hygiënogram
+ Salmonella onderzoek
+ Monstername vanwege het productschap
+ Laden besmette kuikens
+ Campylobacteronderzoek
+ Monstername onder toezicht
+ Salmonella Java
+ Graan
+ Kratten en containers
+ Slotbepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.

Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2010

Besluit van het Productschap Pluimvee en Eieren van 8 april 2010, houdende hygiënemaatregelen voor ondernemers die een vleeskuikenbedrijf uitoefenen (Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2010)
Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren;
Gelet op artikel 3, elfde lid, artikel 4, tiende lid, artikel 5 en artikel 7, vijfde lid, van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007;
Besluit:
Artikel 1
Dit besluit neemt de begrippen, als omschreven in artikel 1 van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007 (hierna: de Verordening), over, en verstaat daarnaast onder
a. Ondernemer : een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een vleeskuikenbedrijf uitoefent;
b. Salmonella Java : Salmonella enterica subspecies enterica serovar Paratyphi B var. Java;
c. Swabonderzoek : een onderzoek dat een ondernemer laat uitvoeren door een HOSOWO-instantie om aan te tonen dat een stal vrij is van Salmonella.
1.
De uitslag van een hygiënogram als bedoeld in artikel 3, zevende lid, van de Verordening, is kleiner dan of gelijk aan 1,5.
2.
Indien de in het eerste lid bedoelde uitslag groter dan 1,5 maar kleiner dan of gelijk aan 3,0 is, dan vindt tijdens de volgende leegstandperiode opnieuw een hygiënogram plaats.
3.
Indien de in het eerste lid bedoelde uitslag groter is dan 3,0 dan wordt tijdens de volgende leegstandsperiode de stal ontsmet door een professioneel ontsmettingsbedrijf. Na de ontsmetting vindt opnieuw een hygiënogram plaats.
4.
Wanneer overeenkomstig Bijlage III van het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties (PPE) 2007 de uitslag van twee van de vijf onderdelen van de visuele controle, slecht is, wordt na de volgende ronde nogmaals een hygiënogram uitgevoerd.
1.
De ondernemer voert de monstername bedoeld in artikel 4, derde lid, onder a., van de Verordening uit op de wijze als omschreven in Bijlage I .
2.
De ondernemer voert de monstername bedoeld in artikel 4, derde lid, onder b., van de Verordening uit op de wijze als omschreven in Bijlage II .
3.
De monstername bedoeld in Bijlage II vindt plaats vanaf de leeftijd van 21 dagen van het koppel vleeskuikens.
4.
In afwijking van het derde lid mag de monstername vóór de leeftijd van 21 dagen van het koppel vleeskuikens plaatsvinden indien dit koppel voordat het de leeftijd van 34 dagen heeft bereikt naar de slachterij wordt afgevoerd.
5.
De uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage II uitgevoerde monstername is gedurende drie weken geldig vanaf de datum van de uitvoering van de monstername.
6.
De ondernemer legt de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage I en Bijlage II uitgevoerde monsternamen schriftelijk vast en geeft deze door aan de leverancier van de eendagskuikens.
7.
De ondernemer legt de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage I en Bijlage II uitgevoerde monsternamen evenals de informatie die hij verkrijgt van de leverancier van de eendagskuikens schriftelijk vast en geeft dit tenminste 24 uur voor de aflevering van de vleeskuikens door aan de slachterij. Het betreffende door de voorzitter erkende laboratorium kan, onder verantwoordelijkheid van de ondernemer, de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage I en Bijlage II uitgevoerde monsternamen eveneens doorgeven aan de slachterij.
8.
De ondernemer zorgt ervoor dat de uitslag van de overeenkomstig het Besluit blindedarmonderzoek (PPE) 2007 uitgevoerde monstername op de slachterij, binnen 14 dagen na het slachten, in zijn bezit is.
1.
De monstername bedoeld in artikel 4, derde lid, onder c., van de Verordening kan door of namens GD worden uitgevoerd bij een vleeskuikenbedrijf wanneer op grond van de analyse van de door de ondernemer overeenkomstig Bijlage II uitgevoerde monstername een besmetting met de serotypen Salmonella Enteritidis, Salmonella Typhimurium, Salmonella Virchow, Salmonella Hadar of Salmonella Infantis bij een koppel vleeskuikens is aangetoond.
2.
De in het eerste lid bedoelde monstername wordt uitgevoerd bij één koppel op het betreffende vleeskuikenbedrijf.
3.
Indien de in het eerste lid bedoelde monstername niet in tien procent van het totale aantal vleeskuikenbedrijven is uitgevoerd, kan de voorzitter jaarlijks zoveel vleeskuikenbedrijven aanwijzen totdat in tien procent van het totale aantal vleeskuikenbedrijven de monstername door of namens GD is uitgevoerd.
1.
Indien de uitslag van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 3 aantoont dat een koppel vleeskuikens besmet is met Salmonella, zorgt de ondernemer er voor dat dit koppel gescheiden van niet besmette koppels wordt gevangen en van het bedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij.
2.
De ondernemer maakt schriftelijk afspraken met een vangbedrijf over het gescheiden vangen en afvoeren van het bedrijf en heeft deze schriftelijke afspraken op zijn bedrijf aanwezig.
1.
Met het oog op de aanwezigheid van Campylobacter draagt de ondernemer er zorg voor dat twee maal per jaar een koppel vleeskuikens wordt bemonsterd op de wijze als omschreven in Bijlage III , voordat dit koppel van het vleeskuikenbedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij.
2.
De ondernemer legt de uitslag van de analyse van de monsters als bedoeld in het eerste lid schriftelijk vast.
3.
De uitslag van de analyse van de monsters als bedoeld in het eerste lid is 14 dagen geldig vanaf de datum van afgifte van de uitslag door het erkende laboratorium, en wordt door de ondernemer, of onder verantwoordelijkheid van de ondernemer door het erkende laboratorium dat de analyse heeft uitgevoerd, minimaal 24 uur voor aflevering van de vleeskuikens, aan de slachterij doorgegeven.
1.
Wanneer in een stal van de ondernemer gedurende twee achtereenvolgende ronden een afwijking wordt geconstateerd tussen de uitslagen van de overeenkomstig Bijlage II uitgevoerde monsternamen en de uitslag van de overeenkomstig het Besluit blindedarmonderzoek (PPE) 2007 uitgevoerde monstername op de slachterij, geeft de voorzitter de controle-instantie opdracht om ten minste op drie volgende door de ondernemer uit te voeren monsternamen toezicht te houden.
2.
De kosten voor de in het eerste lid bedoelde monstername onder toezicht komen voor rekening van de ondernemer.
3.
De monsters welke worden genomen tijdens de in het eerste lid bedoelde monstername worden door een erkend laboratorium geanalyseerd.
4.
De ondernemer bewaart de schriftelijke uitslag van de analyse van de in het eerste lid bedoelde monstername en geeft deze, binnen 1 week na ontvangst van het erkende laboratorium, door aan het productschap.
5.
Indien de in het eerste lid bedoelde controle-instantie vaststelt dat de ondernemer de onder het toezicht van de controle-instantie verrichte monsternamen naar behoren heeft uitgevoerd, mag de ondernemer de volgende monsternamen zonder toezicht van de controle-instantie uitvoeren.
1.
Indien de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage I (inlegvellen) of II (mestmonsters) uitgevoerde monstername een Salmonella Java besmetting aantoont, wordt deze besmetting door de ondernemer of, onder verantwoordelijkheid van de ondernemer, door het erkende laboratorium dat de analyse heeft uitgevoerd, binnen 24 uur, na de uitslag van de analyse, schriftelijk gemeld aan het productschap.
2.
Indien de in artikel 3, achtste lid, genoemde uitslag Salmonella Java aantoont, wordt deze uitslag door de ondernemer of, onder de verantwoordelijkheid van de ondernemer, door het erkende laboratorium dat de analyse heeft uitgevoerd, binnen 24 uur na de uitslag van de analyse, schriftelijk gemeld aan het productschap.
3.
Bij de in het eerste en tweede lid genoemde meldingen worden de volgende gegevens doorgegeven: KIP-nummer, geboortedatum koppel, afvoerdatum koppel, stalnummer, datum monstername, soort monstername (inlegvellen, overschoentjes of blindedarm), evenals de datum van de uitslag van de analyse.
4.
De ondernemer zorgt ervoor dat een kopie van de in het eerste en tweede lid bedoelde melding op het vleeskuikenbedrijf aanwezig is.
5.
Indien de uitslag van de analyse overeenkomstig Bijlage I (inlegvellen), Bijlage II (mestmonsters), of het Besluit blindedarmonderzoek (PPE) 2007 uitgevoerde monstername op de slachterij aantoont dat op een vleeskuikenbedrijf een koppel vleeskuikens met een Salmonella Java is besmet, informeert de ondernemer iedere bezoeker hierover bij het maken van de bezoekafspraak.
6.
Een bezoek aan een vleeskuikenbedrijf waar een met Salmonella Java besmet koppel vleeskuikens aanwezig is, vindt plaats na andere bezoeken op die dag.
1.
Nadat bij een koppel vleeskuikens Salmonella Java is geconstateerd overeenkomstig het in Bijlage I (inlegvellen) of II (mestonderzoek) uitgevoerde onderzoek wordt na afvoer van dat koppel de stal gereinigd en ontsmet volgens Bijlage V .
2.
Na de in het eerste lid genoemde reiniging en ontsmetting laat de ondernemer een swabonderzoek uitvoeren overeenkomstig Bijlage VI .
3.
Nadat bij een koppel vleeskuikens Salmonella Java is geconstateerd overeenkomstig het in Bijlage I of II uitgevoerde onderzoek, vindt bij het eerstvolgende koppel vleeskuikens, als dit een leeftijd van twee weken heeft bereikt, door of namens de ondernemer het onderzoek overeenkomstig Bijlage II plaats.
4.
Indien het in het tweede lid bedoelde swabonderzoek Salmonella Java aantoont, wordt na afvoer van het zittende koppel vleeskuikens drie weken leegstand van de stal gehanteerd. De ondernemer meldt de opzet van het volgende koppel vleeskuikens, 24 uur voor opzet, aan het productschap.
5.
Tijdens de in het vierde lid bedoelde leegstandsperiode reinigt en ontsmet de ondernemer de stal overeenkomstig Bijlage V .
6.
Na de in het vijfde lid bedoelde reiniging en ontsmetting laat de ondernemer een swabonderzoek uitvoeren overeenkomstig Bijlage VI .
7.
De ondernemer meldt de uitslagen van de in het tweede en zesde lid genoemde swabonderzoeken binnen 24 uur aan het productschap.
8.
Indien het in het zesde lid genoemde swabonderzoek Salmonella Java aantoont, neemt de ondernemer de volgende maatregelen:
A) na afvoer van het koppel vleeskuikens hanteert de ondernemer een leegstandsperiode in de stal;
B) tijdens deze leegstandperiode reinigt en ontsmet de ondernemer de stal en laat de ondernemer een swabonderzoek uitvoeren overeenkomstig Bijlage VI ;
C) de onder B) genoemde handelingen worden net zo lang uitgevoerd totdat geen Salmonella Java in de stal wordt aangetoond;
D) indien het swabonderzoek geen Salmonella Java aantoont mag de ondernemer een nieuw koppel vleeskuikens in de stal plaatsen en meldt de ondernemer de uitslag van het swabonderzoek en de opzet van het nieuwe koppel vleeskuikens binnen 24 uur, voor opzet, aan het productschap.
1.
Nadat bij een koppel vleeskuikens Salmonella Java is aangetoond overeenkomstig de in het Besluit blindedarmonderzoek (PPE) 2007 genoemde monstername op de slachterij, reinigt en ontsmet de ondernemer na afvoer van het zittende koppel vleeskuikens de stal overeenkomstig Bijlage V.
2.
Na de in het eerste lid genoemde reiniging en ontsmetting laat de ondernemer een swabonderzoek uitvoeren overeenkomstig Bijlage VI . De ondernemer mag na het swabonderzoek direct een nieuw koppel vleeskuikens opzetten.
3.
Indien het in het tweede lid bedoelde swabonderzoek Salmonella Java aantoont, hanteert de ondernemer na afvoer van het zittende koppel vleeskuikens een leegstandsperiode van drie weken in de stal. De ondernemer meldt de opzet van het volgende koppel vleeskuikens binnen 24 uur na de opzet aan het productschap.
4.
Tijdens de in het derde lid bedoelde leegstandsperiode reinigt en ontsmet de ondernemer de stal overeenkomstig Bijlage V .
5.
Na de in het vierde lid bedoelde reiniging en ontsmetting laat de ondernemer een swabonderzoek uitvoeren overeenkomstig Bijlage VI .
6.
Indien het in het vijfde lid genoemde swabonderzoek Salmonella Java aantoont, neemt de ondernemer de volgende maatregelen:
A) na afvoer van het koppel vleeskuikens hanteert de ondernemer een leegstandsperiode in de stal;
B) tijdens deze leegstandperiode reinigt en ontsmet de ondernemer de stal en laat de ondernemer een swabonderzoek uitvoeren overeenkomstig Bijlage VI ;
C) de onder B) genoemde handelingen worden net zo lang uitgevoerd totdat geen Salmonella Java in de stal wordt aangetoond;
D) indien het swabonderzoek geen Salmonella Java aantoont mag de ondernemer een nieuw koppel vleeskuikens in de stal plaatsen en meldt de ondernemer de uitslag van het swabonderzoek en de opzet van het nieuwe koppel vleeskuikens binnen 24 uur, voor opzet, aan het productschap.
Artikel 11
De ondernemer meldt de leegstandsperioden bedoeld in artikel 9, vierde en achtste lid, en artikel 10, derde en zesde lid, binnen 24 uur nadat de ondernemer de analyse van het in artikel 9, tweede lid, bedoelde swabonderzoek ontvangen heeft. De ondernemer heeft een schriftelijk kopie van deze melding op het bedrijf aanwezig.
1.
Indien de ondernemer aan een koppel vleeskuikens graan voert afkomstig van eigen teelt of rechtstreeks afkomstig van een andere teler, houdt hij van iedere partij graan een monster achter.
2.
Indien bij een koppel vleeskuikens een besmetting met Salmonella is aangetoond, wordt het achtergehouden monster graan overeenkomstig Bijlage IV onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella.
3.
Indien uit het in het tweede lid bedoelde onderzoek blijkt dat het monster graan is besmet met Salmonella, voert de ondernemer de rest van de partij graan niet aan een koppel vleeskuikens, tenzij dit zodanig is behandeld dat het niet meer met Salmonella is besmet.
4.
Na de in het derde lid bedoelde behandeling wordt het graan ter verificatie opnieuw, overeenkomstig Bijlage IV , onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella. Indien het ter verificatie uitgevoerde onderzoek heeft uitgewezen dat het graan niet meer met Salmonella is besmet mag de ondernemer het aan een koppel vleeskuikens voeren.
Artikel 13
Indien de ondernemer constateert dat de kratten of containers waarin een koppel vleeskuikens wordt vervoerd niet schoon zijn, maakt hij hiervan direct melding aan het productschap.
1.
Het Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2007 wordt ingetrokken.
2.
Elke verwijzing naar het Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2007 in de regelgeving van het productschap wordt geacht te verwijzen naar het Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2010.
1.
Dit besluit wordt aangehaald als: Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2010.
2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie, waarin het wordt geplaatst.
Zoetermeer, 8 april 2010
plv. voorzitter
secretaris