Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Inhoudsopgave
+ Begripsbepalingen
+ Maatregelen kooihuisvesting
+ Hygiënogram
+ Monsterneming in het kader van artikel 10 van de Verordening (reguliere monsterneming)
+ Detectie en serotypering in het kader van artikel 10 van de Verordening
+ Melding uitslagen detectie en serotypering in het kader van artikel 10 van de Verordening
+ Verificatieonderzoek
+ Monsterneming in het kader van artikel 15 van de Verordening (officiële monsterneming)
+ Melding uitslagen detectie en serotypering in het kader van artikel 15 van de Verordening
+ Maatregelen bij een besmetting met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium
+ Plaatsing stalkoppel leghennen in een meerleeftijdenleghennenstal
+ Stalonderzoek
+ Merken van eieren
+ Afvoer consumptie-eieren van een besmet stalkoppel leghennen
+ Vaccinatie
+ Graan
+ Bewaarplicht
+ Slotbepaling
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.

Hygiënebesluit leghennenbedrijven (PPE) 2011

Besluit van het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren van 15 september 2011 tot uitwerking van de voorschriften inzake de bestrijding van Salmonella in leghennenbedrijven (Hygiënebesluit leghennenbedrijven (PPE) 2011)
Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren;
Gelet op de artikelen 2, 9, 10, 11, en 16, 17, 18 en 19 van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011;
Besluit:
Artikel 1
Dit besluit neemt de terminologie, als omschreven in artikel 1 van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 (hierna: de Verordening), over en verstaat daarnaast onder ondernemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een leghennenbedrijf uitoefent en onder Salmonella Typhimurium mede: monofasische Salmonella Typhimurium met de antigene formule 1,4,[5],12:i:-.
Artikel 2
De in artikel 2, eerste lid, onderdeel q., van de Verordening bedoelde eisen waaraan de ondernemer die zijn leghennen in kooien houdt, moet voldoen, zijn opgenomen in Bijlage I .
1.
Het hygiënogram als bedoeld in artikel 1 en artikel 9 van de Verordening wordt uitgevoerd door een HOSOWO-instantie overeenkomstig het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties (PPE) 2011 .
2.
Indien de uitslag van het hygiënogram kleiner dan of gelijk aan 2,0 is, dan hoeft de ondernemer geen vervolgmaatregelen in de stal te nemen.
3.
Indien de uitslag van het hygiënogram groter dan 2,0 maar kleiner dan 3,0 is, dan dient de ondernemer de stal opnieuw te reinigen en te laten ontsmetten door een ontsmettingsbedrijf. Na deze reiniging en ontsmetting mag de ondernemer een stalkoppel leghennen in de stal plaatsen. Tijdens de eerstvolgende leegstandsperiode laat hij aansluitend aan het reinigen en ontsmetten opnieuw een hygiënogram in de stal uitvoeren. De ondernemer mag slechts een stalkoppel leghennen in de stal plaatsen indien de uitslag van dit hygiënogram kleiner dan of gelijk is aan 2,0. Indien de uitslag van het hygiënogram groter dan 2,0 is, dan worden de reiniging en ontsmetting en de uitvoering van een hygiënogram net zo lang herhaald totdat de uitslag van het hygiënogram kleiner dan of gelijk aan 2,0 is.
4.
Indien de uitslag van het hygiënogram gelijk aan 3,0 is, dan reinigt en ontsmet de ondernemer de stal opnieuw en laat hij aansluitend opnieuw een hygiënogram in de stal uitvoeren. De ondernemer mag slechts een stalkoppel in de stal plaatsen indien de uitslag van dit hygiënogram kleiner dan of gelijk aan 2,0 is. Indien de uitslag van het hygiënogram groter dan 2,0 is, dan worden de reiniging en ontsmetting en de uitvoering van een hygiënogram net zo lang herhaald totdat de uitslag van het hygiënogram kleiner dan of gelijk aan 2,0 is.
1.
De monsters als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Verordening worden genomen met overschoentjes overeenkomstig Bijlage II :
a) door de ondernemer voor de eerste keer als de leghennen een leeftijd van minimaal 22 weken en maximaal 26 weken hebben en vervolgens ten minste één maal per 15 weken.
b) in opdracht van de ondernemer door een voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts, binnen 21 dagen voor de datum waarop het stalkoppel leghennen aan de slachterij wordt geleverd.
1.
De ondernemer zorgt ervoor dat de monsters als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Verordening binnen 24 uur na de monsterneming zijn verzonden naar een voor detectie van Salmonella erkend laboratorium.
2.
Indien het voor detectie van Salmonella erkende laboratorium Salmonella in een monster heeft gedetecteerd, dan zorgt de ondernemer ervoor dat dit monster onverwijld na de detectie wordt geserotypeerd door een voor serotypering erkend laboratorium.
3.
Indien uit de uitslag van de serotypering blijkt dat in een monster van een stalkoppel leghennen Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, dan mag de ondernemer de consumptie-eieren van dit stalkoppel niet van het bedrijf afvoeren anders dan voor vernietiging of verwerking, totdat de voorzitter hiervoor toestemming geeft.
1
Indien uit de uitslag van de serotypering blijkt dat in een monster van een stalkoppel leghennen Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, dan zorgt de ondernemer ervoor dat dit binnen één werkdag nadat deze uitslag bij hem bekend is, (schriftelijk) is gemeld aan de voorzitter, aan GD, aan het bedrijf dat het bemonsterde stalkoppel leghennen heeft geleverd (opfokleghennenbedrijf) en aan de afnemer van de consumptie-eieren van het bemonsterde stalkoppel leghennen.
2.
Indien uit de uitslag van de detectie blijkt dat in een monster van een stalkoppel leghennen geen Salmonella is aangetoond of indien uit de uitslag van deserotypering blijkt dat in een monster van een stalkoppel leghennen een ander serotype Salmonella dan Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, dan zorgt de ondernemer ervoor dat dit binnen tien werkdagen nadat de negatieve uitslag van de detectie of de uitslag van de serotypering bij hem bekend is, (schriftelijk) is gemeld aan de voorzitter, aan het bedrijf dat het bemonsterde stalkoppel leghennen heeft geleverd (opfokleghennenbedrijf) en aan de afnemer van de consumptie-eieren van het bemonsterde stalkoppel leghennen.
3.
De meldingen als bedoeld in het eerste en tweede lid bevatten naast de uitslag van het serotype Salmonella of de negatieve uitslag van de detectie de volgende gegevens:
KIP-nummer,
Activiteit: leghennen (kooi, scharrel, biologisch, vrije uitloop),
Geboortedatum stalkoppel,
Stalnummer,
Datum monsterneming,
Type monster (overschoentjes, mest),
Type onderzoek (regulier, zoals bedoeld in artikel 10 van de Verordening),
In geval van een negatieve uitslag: de datum van de uitslag van de detectie,
In geval van een positieve uitslag: de datum van de uitslag van de serotypering.
1.
Nadat de ondernemer aan de voorzitter en aan GD heeft gemeld dat uit de uitslag van de serotypering is gebleken dat in een monster van een stalkoppel leghennen Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, kan de voorzitter door GD een verificatieonderzoek laten uitvoeren bij het bemonsterde stalkoppel.
2.
Gedurende het verificatieonderzoek van een stalkoppel leghennen mag de ondernemer de consumptie-eieren van dit stalkoppel niet van het bedrijf afvoeren anders dan voor vernietiging of verwerking
3.
De ondernemer zorgt ervoor dat de uitslag van het verificatieonderzoek binnen één werkdag nadat deze uitslag bij hem bekend is, schriftelijk is gemeld aan het bedrjf dat het bemonsterde stalkoppel leghennen heeft geleverd (opfokleghennenbedrijf) en aan de afnemer van het bemonsterde stalkoppel leghennen.
1.
De voorzitter laat bij de ondernemer monsters als bedoeld in artikel 15 van de Verordening door GD nemen in de volgende gevallen:
a) bij één stalkoppel leghennen per jaar per leghennenbedrijf waar tenminste duizend leghennen zijn geplaatst,
b) op de leeftijd van 24 weken bij een stalkoppel leghennen dat is geplaatst in een stal waarin bij een vorig stalkoppel Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium door de voorzitter is vastgesteld,
c) bij ieder vermoeden van een besmetting met Salmonella naar aanleiding van het epidemiologische onderzoek van uitbraken van door voedsel overgedragen zoönoses overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2003/99/EG,
d) bij alle andere stalkoppels leghennen op een leghennenbedrijf indien de voorzitter Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium bij een stalkoppel op dat leghennenbedrijf heeft vastgesteld, en
e) indien de voorzitter het nodig acht.
2.
In het in het eerste lid, onderdeel a), genoemde geval mag een voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts de monsters nemen in plaats van GD.
3.
De monsters als bedoeld in het eerste lid worden genomen overeenkomstig Bijlage III . De detectie en, in geval van een positieve uitslag, de serotypering van de monsters worden uitgevoerd door GD.
4.
Het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a) en b) kan in de plaats treden van het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in artikel 10 van de Verordening juncto artikel 4, eerste lid van dit besluit.
5.
Het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b), kan in de plaats treden van het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in het eerste lid onderdeel a), mits de monsters worden genomen overeenkomstig Bijlage III en mits de detectie en, in geval van een positieve uitslag, de serotypering van de monsters worden uitgevoerd door GD.
1.
Indien uit de uitslag van de serotypering door GD blijkt dat in een monster van een stalkoppel leghennen Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, dan zorgt de ondernemer ervoor dat dit binnen één werkdag nadat deze uitslag bij hem bekend is, schriftelijk is gemeld aan het bedrijf dat het bemonsterde stalkoppel leghennen heeft geleverd (opfokleghennenbedrijf) en aan de afnemer van de consumptie-eieren van het bemonsterde stalkoppel leghennen.
2.
Indien uit de uitslag van de detectie door GD blijkt dat in een monster van een stalkoppel leghennen geen Salmonella is aangetoond of indien uit de uitslag van de serotypering blijkt dat in een monster van een stalkoppel leghennen een ander serotype Salmonella dan Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, dan zorgt de ondernemer ervoor dat dit binnen tien werkdagen nadat de negatieve uitslag van de detectie of de uitslag van de serotypering bij hem bekend is, schriftelijk is gemeld aan aan het bedrijf dat het bemonsterde stalkoppel leghennen heeft geleverd (opfokleghennenbedrijf) en aan de afnemer van de consumptie-eieren van het bemonsterde stalkoppel leghennen.
3.
De ondernemer zorgt ervoor dat de uitslag van de detectie en de serotypering van de monsters als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b) uiterlijk 24 uur voor afvoer schriftelijk wordt gemeld aan de slachterij waaraan het stal koppel leghennen wordt geleverd.
4.
De meldingen als bedoeld in het eerste en tweede lid bevatten naast de uitslag van het serotype Salmonella of de negatieve uitslag van de detectie de volgende gegevens:
KIP-nummer,
Activiteit: leghennen (kooi, scharrel, biologisch, vrije uitloop),
Geboortedatum stalkoppel,
Stalnummer,
Datum monsterneming,
Type monster (overschoentjes, mest),
Type onderzoek (officieel, zoals bedoeld in artikel 15 van de Verordening),
In geval van een negatieve uitslag: de datum van de uitslag van de detectie,
In geval van een positieve uitslag: de datum van de uitslag van de serotypering.
Artikel 10
Indien de voorzitter op grond van het onderzoek naar Salmonella als bedoeld in artikel 10 dan wel artikel 15 van de Verordening een besmetting met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft vastgesteld bij een stalkoppel leghennen, dan is de ondernemer verplicht om de maatregelen als bedoeld in artikel 11 van de Verordening uit te voeren dan wel te laten uitvoeren (reiniging en ontsmetting, stalonderzoek, ruiming, plaatsing stalkoppel, vaccinatie, merken van eieren, afvoer consumptie-eieren, onderzoek graan).
Artikel 11
Indien de voorzitter een besmetting met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft vastgesteld bij een stalkoppel leghennen in een meerleeftijdenleghennenstal, dan mag de ondernemer pas een stalkoppel leghennen in de meerleeftijdenleghennenstal plaatsen nadat alle leghennen uit de meerleeftijdenleghennenstal zijn verwijderd
1.
Het stalonderzoek als bedoeld in artikel 1 en artikel 11 van de Verordening wordt uitgevoerd door een HOSOWO-instantie overeenkomstig het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties (PPE) 2011.
2.
De ondernemer mag pas een stalkoppel leghennen in de stal plaatsen indien op grond van het stalonderzoek geen Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium meer in de stal is aangetoond.
Artikel 13
Eieren afkomstig van een met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium besmet stalkoppel leghennen worden beschouwd als klasse B eieren. Deze eieren moet de ondernemer op het leghennenbedrijf merken volgens Verordening (EG) 557/2007. Hierbij heeft de ondernemer de volgende twee keuzen:
1. Een letter “B” met een hoogte van ten minste 5 mm met daar om heen een cirkel met een diameter van ten minste 12 mm;
2. Een goed zichtbare gekleurde punt met een diameter van ten minste 5 mm.
Artikel 14
Nadat de voorzitter de ondernemer een last heeft verstrekt om consumptie-eieren afkomstig van een met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium besmet stal koppel leghennen te laten verwerken of vernietigen, is de ondernemer verplicht om binnen een door de voorzitter gestelde termijn schriftelijk aan het productschap aan te tonen dat deze consumptie-eieren daadwerkelijk verwerkt of vernietigd zijn.
Artikel 15
In het geval de voorzitter een besmetting met Salmonella Enteritidis bij een stalkoppel leghennen heeft vastgesteld, plaatst de ondernemer op het gehele leghennenbedrijf uitsluitend tegen Salmonella Enteritidis gevaccineerde stalkoppels leghennen.
1.
Indien de ondernemer aan een stalkoppel leghennen graan voert dat afkomstig is van eigen teelt of rechtstreeks afkomstig is van een andere teler, dan bewaart hij een monster van iedere partij graan. Dit monster dient te worden genomen door de ondernemer, overeenkomstig Bijlage IV .
2.
Indien de voorzitter een besmetting met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimirium heeft vastgesteld bij een stalkoppel leghennen, dan laat de ondernemer het bewaarde graanmonster onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimirium, overeenkomstig Bijlage IV .
3.
Indien uit het onderzoek van het graanmonster als bedoeld in het tweede lid blijkt dat Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimirium in het graanmonster is aangetoond, dan mag de ondernemer de partij graan waarvan dit monster is genomen niet aan een stalkoppel leghennen voeren, tenzij deze partij graan zodanig is behandeld dat het niet meer is besmet met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium.
4.
Na de in het derde lid bedoelde behandeling laat de ondernemer de partij graan ter verificatie opnieuw overeenkomstig Bijlage IV onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium. Indien dit onderzoek bevestigt dat de partij graan niet meer is besmet met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium, dan mag de ondernemer deze partij graan aan een stalkoppel leghennen voeren.
Artikel 17
De ondernemer bewaart de uitslagen van het hygiënogram, de detectie en de serotypering, het stalonderzoek, en het graanonderzoek gedurende ten minste twee jaren na ontvangst van deze uitslagen.
1.
Dit besluit kan worden aangehaald als: Hygiënebesluit leghennenbedrijven (PPE) 2011.
2.
Dit besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en het treedt in werking met ingang 1 januari 2012.
Zoetermeer, 15 september 2011
voorzitter
secretaris