Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Herzien samenwerkingsprotocol OPTA / NMa
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ I. Definitie samenloop van bevoegdheden
+ II. Algemene bepalingen
+ III. Taakverdeling en verwijzing
+ IV. Behandeling bij samenlopende bevoegdheden
+ V. Gezamenlijke behandeling
+ VI. Interpretatie van begrippen
+ VII. Spoedmaatregelen
+ VIII. Advies toepasselijkheid mededingingsrecht
+ IX. Advies over marktafbakening en bepalen van machtspositie of aanmerkelijke marktmacht
+ X. Uitwisseling van informatie
+ XI. Overige
+ XII. Aanpassingen en wijzigingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Herzien samenwerkingsprotocol OPTA / NMa

Afspraken tussen het college van de Onafhankelijk Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) en de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) over de wijze van samenwerking bij aangelegenheden van wederzijds belang
Considerans
1. De in dit Samenwerkingsprotocol genoemde afspraken tussen het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (hierna: de OPTA) en de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: Raad van Bestuur NMa) komen voort uit de gezamenlijke interne evaluatie van het tweede Samenwerkingsprotocol tussen de OPTA en de NMa zoals gepubliceerd in de Staatscourant van 22 december 2000. Tevens zijn in dit Samenwerkingsprotocol de afspraken opgenomen die voortvloeien uit het nieuwe regelgevend kader zoals uiteengezet in de Europese richtlijnen met betrekking tot elektronische communicatie en de wijzigingen in de Telecommunicatiewet (Stb. 2004, 189) die op 19 mei 2004 in werking treedt.
2. De OPTA is belast met de uitvoering en handhaving van wet- en regelgeving op het gebied van elektronische communicatie en post, neergelegd in de Telecommunicatiewet en de Postwet, en overige haar opgedragen taken.
3. De NMa is belast met de uitvoering en handhaving van algemene mededingingsregels, neergelegd in de Mededingingswet en in de artikelen 81, 82 en 84 van het EG-verdrag, en overige haar opgedragen taken.
4. Dit protocol geeft afspraken weer over de wijze van behandeling van aangelegenheden waarbij zowel de in het tweede punt van deze considerans als de in het derde punt van deze considerans bedoelde uitoefening van taken aan de orde zijn of kunnen zijn. Daarnaast geeft dit protocol afspraken weer over de wijze van behandeling van aangelegenheden waarbij de OPTA begrippen uitlegt die worden gehanteerd bij de toepassing van de artikelen 24 en 88 Mededingingswet, alsmede over de wijze van totstandkoming van de in artikel 18.3, tweede lid, Telecommunicatiewet, en artikel 15o, eerste lid, Postwet bedoelde algemene richtlijnen (consistente toepassing van mededingingsbegrippen).
5. Krachtens artikel 18.3, derde lid, Telecommunicatiewet en artikel 15o, tweede lid, Postwet, zijn de OPTA en de NMa verplicht afspraken te maken over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang. Deze verplichting volgt uit de Europese richtlijnen met betrekking tot elektronische communicatie en volgt tevens uit de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. Het protocol geeft mede invulling aan artikel 18.19 Telecommunicatiewet, artikel 24 Wet Onafhankelijke Post en Telecommunicatie autoriteit en artikel 91 Mededingingswet, die betrekking hebben op de bevoegdheid van de OPTA respectievelijk de NMa om onderling informatie uit te wisselen.
6. Samenwerking tussen de OPTA en de NMa bij de uitoefening van hun bevoegdheden kan de efficiëntie en de effectiviteit van de wetsuitvoering en wetshandhaving door de OPTA en de NMa versterken. Het protocol is bedoeld om deze onderlinge samenwerking vorm te geven. De afspraken hebben onder meer tot doel om te bewerkstelligen dat de OPTA en de NMa:
– bij het nemen van besluiten samenlopende bevoegdheden onderling afgestemd uitoefenen, met name ter voorkoming van forum shopping;
– een consistente uitleg geven aan begrippen uit het mededingingsrecht, het elektronische communicatierecht en het postrecht;
– elkaar consulteren ten aanzien van de afbakening van markten voor elektronische communicatie, het vaststellen van de mate van effectieve mededinging op deze markten en de beoordeling van de vraag of op een dergelijke markt een machtspositie hetzij een positie van aanmerkelijke marktmacht bestaat;
– in voorkomend geval met elkaar overeenstemmende beleidsregels vaststellen;
– elkaar informatie verstrekken die voor elkaars functioneren van belang is met betrekking tot misbruik van een economische machtspositie en concentratietoezicht en het reguleren van de elektronische communicatieen postsectoren;
– elkaar met raad en daad bij staan;
– in voorkomend geval gezamenlijk optreden en/of gezamenlijk de communicatie verzorgen. Over deze onderwerpen, en eventuele andere onderwerpen die het voorwerp van samenwerking tussen OPTA en de NMa vormen worden, naast de algemene afspraken opgenomen in dit protocol, waar noodzakelijk nadere werkafspraken gemaakt.
Artikel 1
In dit Samenwerkingsprotocol wordt onder samenloop verstaan:
Een situatie waarin de bevoegdheden van de NMa op grond van de Mededingingswet of Europese wet- en regelgeving, of de mogelijke uitoefening daarvan, en de bevoegdheden van OPTA op grond van de Telecommunicatiewet of Postwet of Europese wet- en regelgeving, of de mogelijke uitoefening daarvan, ten aanzien van ondernemingen in de elektronische communicatie- en/of postsector, samenvallen dan wel kunnen samenvallen.
Artikel 2
Samenloop van bevoegdheden tussen de OPTA en de NMa kan zich onder meer voordoen bij de (voorbereiding van de) door de OPTA en de NMa, met inbegrip van eventueel daaraan voorafgaand toezicht en/of onderzoek, te nemen dan wel op te stellen:
(a) (voorlopige) oordelen (met of zonder rechtsgevolg);
(b) besluiten op aanvraag;
(c) besluiten naar aanleiding van ambtshalve onderzoek;
(d) besluiten in geschillen;
(e) beleidsregels;
(f) consultatiedocumenten.
1.
De OPTA en de NMa zullen bevorderen dat, ingeval op een zaak de Telecommunicatiewet of de Postwet van toepassing is, belanghebbenden zich in beginsel wenden tot de OPTA.
2.
In zaken waarin sprake kan zijn van (gesteld) misbruik van een economische machtspositie door een onderneming die werkzaam is in de elektronische communicatie- en/of postsector kan er een samenloop bestaan tussen de bevoegdheden van de NMa en de OPTA.
3.
Het is niet wenselijk dat de uitoefening van deze samenlopende bevoegdheden leidt tot tegenstrijdige besluiten dan wel resultaten. OPTA en de NMa treden daarom in overleg over de wijze van behandeling van zaken waarbij samenloop mogelijk aan de orde is.
4.
Ingeval het optreden van de OPTA op grond van haar eigen bevoegdheden ertoe leidt dat er geen sprake meer kan zijn van het in tweede lid bedoelde misbruik van een economische machtspositie, is de OPTA als sectorspecifieke toezichthoudende instantie de eerst aangewezene om op te treden.
5.
Van het vorige lid kan worden afgeweken, indien OPTA en de NMa na overleg gezamenlijk tot het oordeel komen dat een zaak op basis van de effectiviteit van het wettelijke instrumentarium en/of uit efficiëntie en/of andere overwegingen beter door de NMa of door NMa en OPTA gezamenlijk kan worden behandeld.
6.
Indien NMa en OPTA gedurende de gezamenlijke uitoefening van samenlopende bevoegdheden in onderling overleg tot de conclusie komen dat het onderzoek op basis van effectiviteit van het wettelijk instrumentarium en/of uit efficiëntie overwegingen beter door de één dan door de ander kan worden voortgezet, treedt die ander alsnog terug en staakt verdere behandeling.
Artikel 4
Indien een aanvrager zich richt tot de OPTA of de NMa en het blijkt dat de toezichthouder tot wie de aanvrager zich heeft gericht niet bevoegd is en de andere toezichthouder mogelijk wel, zendt de OPTA respectievelijk de NMa de aanvraag conform artikel 2:3 van de Algemene wet bestuursrecht onverwijld door aan de andere toezichthouder, onder mededeling daarvan aan de aanvrager.
1.
Indien uitsluitend bij de NMa een verzoek wordt ingediend om op te treden tegen (gesteld) misbruik van een economische machtspositie in elektronische communicatie- en/of postsector, of wanneer er aanleiding bestaat ambtshalve op te treden tegen misbruik van een economische machtspositie in de elektronische communicatie- en/of postsector, stelt de NMa de OPTA daarvan op de hoogte.
2.
De NMa verzoekt de OPTA, binnen een termijn van drie weken (met in uitzonderlijke situaties en na onderling overleg de mogelijkheid tot eenmalige verlenging van drie weken), aan te geven of zij bevoegd is en of zij voornemens is binnen een redelijke termijn zelf op te treden op grond van haar eigen bevoegdheden.
3.
Indien de aanvraag naar het oordeel van en na overleg tussen beide toezichthoudende instanties op basis van effectiviteit van het wettelijk instrumentarium en/of uit efficiëntie overwegingen beter door de OPTA kan worden behandeld, wordt, onder mededeling aan de aanvrager, de aanvraag naar de OPTA gezonden met het verzoek deze in behandeling te nemen en staakt de NMa de behandeling.
1.
Indien uitsluitend bij de OPTA een verzoek wordt ingediend om gebruik te maken van haar bevoegdheden in de elektronische communicatie- en/of postsector of wanneer er aanleiding bestaat ambtshalve op te treden, waarbij mogelijk sprake is van samenloop, stelt zij de NMa van de aanvraag op de hoogte.
2.
Indien de aanvraag naar het oordeel van en na overleg tussen beide toezichthoudende instanties op basis van effectiviteit van het wettelijk instrumentarium en/of uit efficiëntie overwegingen beter door de NMa kan worden behandeld, wordt met instemming van de aanvrager, de aanvraag naar de NMa gezonden met het verzoek deze in behandeling te nemen en staakt de OPTA de behandeling.
1.
Wanneer zowel bij de NMa als bij de OPTA een aanvraag is ingediend waarbij sprake is of kan zijn van samenloop, informeren zij elkaar over deze aanvragen, treden zij in overleg en stemmen zij de wijze van behandeling met elkaar af.
2.
Ingeval het optreden van de OPTA op grond van haar bevoegdheden ertoe leidt dat er geen sprake meer kan zijn van misbruik van een economische machtspositie in de elektronische communicatie- en/of postsector is de OPTA de eerst aangewezene om op te treden, tenzij de aanvraag naar het gezamenlijk oordeel van en na overleg tussen beide toezichthoudende instanties op basis van effectiviteit van het wettelijke instrumentarium en/of uit efficiëntie en/of andere overwegingen beter door de NMa of door NMa en OPTA gezamenlijk kan worden behandeld.
3.
De NMa verzoekt de OPTA, binnen een termijn van drie weken (met in uitzonderlijke situaties en na onderling overleg de mogelijkheid tot eenmalige verlenging van drie weken), aan te geven of zij bevoegd is en of zij voornemens is binnen een redelijke termijn zelf op te treden op grond van haar eigen bevoegdheden.
4.
Zolang één van beide toezichthoudende instanties een zaak in behandeling heeft, neemt de ander een aanvraag in dezelfde zaak of een deel van deze zaak in beginsel alleen na onderling overleg (verder) in behandeling indien dit door een verschil in wettelijk kader wordt gerechtvaardigd.
1.
De NMa zal noch ambtshalve, noch op aanvraag toepassing geven aan artikel 24 Mededingingswet terzake van gedragingen die mogelijk misbruik van een economische machtspositie opleveren in (een deel van) de elektronische communicatieen/ of postsector, indien: a) de OPTA op grond van haar bevoegdheden binnen een redelijke termijn optreedt tegen de desbetreffende gedraging, en b) er, indien van toepassing, overeenstemming bestaat met de NMa over de juiste toepassing van mededingingsbegrippen door de OPTA, en c) er, indien van toepassing overeenstemming bestaat met de NMa ten aanzien van marktafbakening, het vaststellen van de mate van effectieve mededinging op markten voor elektronische communicatie, en de beoordeling van de vraag of op een bepaalde markt een machtspositie hetzij een positie van aanmerkelijke marktmacht bestaat, en d) er overeenstemming bestaat met de NMa dat als gevolg van het optreden van de OPTA op grond van haar bevoegdheden geen sprake meer kan zijn van misbruik van een economische machtspositie.
2.
Er is sprake van overeenstemming over de juiste toepassing van mededingingsbegrippen door de OPTA als bedoeld in het eerste lid, sub b, van dit artikel indien:
a) over de toepassing vooraf de uitdrukkelijke schriftelijke instemming is verkregen van de NMa, of
b) de toepassing plaatsvindt overeenkomstig algemene richtlijnen als bedoeld in artikel 18.3, tweede lid, Telecommunicatiewet of artikel 15o, eerste lid, Postwet, of
c) de toepassing plaatsvindt overeenkomstig een besluit in een eerder vergelijkbaar geval, of
d) de toepassing plaatsvindt overeenkomstig een onherroepelijke rechterlijke uitspraak over een besluit waarin overeenstemming is bereikt als bedoeld onder a, b of c of overeenkomstig Europeesrechtelijke jurisprudentie.
3.
De OPTA gaat steeds na of bij de uitoefening van haar bevoegdheden sprake kan zijn van samenloop en of in dat geval reeds sprake is van overeenstemming als bedoeld in het vorige lid, onder b, c of d. In geval van twijfel geeft de NMa op een daartoe strekkend verzoek van de OPTA binnen een termijn van drie weken (met in uitzonderlijke situaties en na onderling overleg de mogelijkheid tot eenmalige verlenging van drie weken) aan of er sprake is van samenloop en, indien er sprake is dan wel kan zijn van samenloop, of er overeenstemming is. Indien niet binnen deze termijn uitsluitsel wordt gegeven, wordt samenloop geacht niet aan de orde te zijn of wordt de instemming geacht te zijn verleend.
4.
In voorkomende gevallen brengt de OPTA in het daartoe geëigende besluit de grondslag van de overeenstemming als bedoeld in het derde lid van dit artikel tot uitdrukking. De OPTA zendt bij de bekendmaking van een dergelijk wel overeenkomstig een besluit van de NMa in een overeenkomstig geval, of besluit een afschrift van dat besluit aan de NMa.
1.
Indien de OPTA niet binnen een redelijke termijn op grond van haar eigen bevoegdheden optreedt tegen een gedraging die misbruik van economische machtspositie kan opleveren, dan wel indien toepassing van de eigen bevoegdheden van de OPTA het misbruik van de economische machtspositie niet wegneemt, kan de NMa de zaak alsnog (verder) in behandeling nemen.
2.
In het in het vorige lid bedoelde geval brengt de NMa de OPTA van de voorgenomen toepassing van artikel 24 Mededingingswet op de hoogte. De OPTA meldt binnen drie weken (met in uitzonderlijke situaties en na onderling overleg de mogelijkheid tot eenmalige verlenging van drie weken) of uitvoering van dat voornemen bedenkingen oplevert uit het oogpunt van de doelstellingen van de Telecommunicatiewet of de Postwet. Indien niet binnen de gestelde termijn uitsluitsel is gegeven, wordt geen bedenking van de zijde van de OPTA geacht te bestaan.
3.
Indien de OPTA aangeeft bedenkingen te hebben tegen de voorgenomen toepassing van artikel 24 Mededingingswet door de NMa, dan zullen de Raad van Bestuur NMa en de voorzitter van het college van de OPTA in overleg treden om tot overeenstemming te komen.
4.
In voorkomende gevallen brengt de NMa in het daartoe geëigende besluit de grondslag van de overeenstemming als bedoeld in het derde lid van dit artikel tot uitdrukking. De NMa zendt bij de bekendmaking van een dergelijk besluit een afschrift van dat besluit aan de OPTA.
1.
Zaken van groot gezamenlijk belang bereiden de OPTA en de NMa gezamenlijk voor. De OPTA en de NMa kunnen hiervoor een gezamenlijk behandelteam samenstellen.
2.
Het behandelteam doet een voorstel voor te nemen besluit(en) of de te verrichten handeling(en). Dit voorstel wordt ter goedkeuring voorgelegd aan zowel het college van de OPTA als de Raad van Bestuur NMa.
3.
Indien NMa en OPTA gedurende de gezamenlijke uitoefening van samenlopende bevoegdheden in onderling overleg tot de conclusie komen dat het onderzoek op basis van effectiviteit van het wettelijk instrumentarium en/of uit efficiëntieoverwegingen beter door de één dan door de ander kan worden voortgezet, treedt die ander alsnog terug en staakt verdere behandeling.
1.
Begrippen uit het algemene mededingingsrecht en begrippen uit de Telecommunicatiewet en de Postwet , zullen door de OPTA en de NMa op consistente wijze worden uitgelegd. De NMa en de OPTA consulteren elkaar over de wijze van uitleg van begrippen. Binnen drie weken (met in uitzonderlijke situaties en na onderling overleg de mogelijkheid tot eenmalige verlenging van drie weken) na consultatie van de andere toezichthoudende instantie zal door de toezichthoudende instantie haar oordeel ten aanzien van deze wijze van uitleg gegeven worden. Indien niet binnen deze termijn een oordeel is gegeven, wordt een consistente uitleg geacht te bestaan.
2.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 18.3, tweede lid Telecommunicatiewet en artikel 15o, eerste lid, Postwet kunnen door de NMa en de OPTA algemene richtlijnen voor de uitleg van bepaalde mededingingsbegrippen worden vastgesteld ten behoeve van de consistente uitleg van die begrippen.
3.
De OPTA en de NMa oefenen hun bevoegdheden uit in overeenstemming met de in het vorige lid bedoelde richtlijnen.
12
1.
Indien de OPTA of de NMa, met betrekking tot een zaak waarop dit protocol ziet, verzocht wordt een spoedmaatregel te treffen dan wel voornemens is ambtshalve een spoedmaatregel te treffen, consulteert deze de ander binnen een week over dit voornemen.
2.
Bij spoedmaatregelen geldt onverkort hoofdstuk III ‘Taakverdeling en Verwijzing’ van dit samenwerkingsprotocol, waarbij wordt aangegeven dat bij de termijnstelling de spoedeisendheid van het geval in acht wordt genomen. De toezichthoudende instantie zal in voorkomende gevallen er naar streven binnen een termijn van één week haar reactie te geven.
1.
De OPTA dient haar bevoegdheden in overeenstemming met de artikelen 81 en 82 EG-Verdrag uit te oefenen. Hierover kan de OPTA de NMa advies vragen.
2.
De NMa geeft het in het vorige lid bedoelde advies binnen drie weken (met in uitzonderlijke situaties en na onderling overleg de mogelijkheid van eenmalige verlenging van drie weken) na ontvangst van het desbetreffende verzoek.
1.
De OPTA en de NMa consulteren elkaar wederzijds wanneer zij in het kader van uitoefening van de hun bij de wet opgedragen bevoegdheden markten voor elektronische communicatie moeten afbakenen dan wel de mate van effectieve mededinging in een markt voor elektronische communicatie moeten analyseren, met inbegrip van de vraag of een marktpartij geniet van een machtspositie dan wel een positie van aanmerkelijke marktmacht. De begrippen effectieve mededinging, machtspositie en aanmerkelijke marktmacht zullen daarbij door de OPTA en de NMa op consistente wijze worden uitgelegd.
2.
Binnen twee weken na consultatie van de andere toezichthoudende instantie (met in uitzonderlijke situaties en in onderling overleg de mogelijkheid tot eenmalige verlenging van twee weken) zal door de toezichthoudende instantie haar schriftelijk oordeel ten aanzien van de betreffende analyse gegeven worden. Indien niet binnen deze termijn een schriftelijk oordeel is gegeven, wordt een overeenstemming over de betreffende marktdefinitie dan wel marktanalyse geacht te bestaan.
3.
De termijnen gesteld in lid 2 van dit artikel gelden niet in concentratiezaken. Bij concentratiezaken in de elektronische communicatiesector stelt de NMa de OPTA direct op de hoogte van de concentratiemelding/ vergunningaanvraag. NMa stelt een passende termijn voor een reactie van OPTA.
4.
De adviserende autoriteit maakt haar advies niet openbaar dan nadat de autoriteit aan wie het advies wordt uitgebracht het besluit, waarover het advies is gegeven, heeft genomen.
5.
Indien naar mening van de adviserende autoriteit zich geen substantiële wijzing heeft voorgedaan in de marktomstandigheden na een vorig advies hoeft geen nieuwe consultatie plaats te vinden.
1.
Op de uitwisseling en verstrekking van informatie tussen de NMa en de OPTA ziet artikel 18.19 Tw, alsmede artikel 24, tweede lid van de Wet Onafhankelijke Post- en Telecommunicatie Autoriteit en artikel 91 Mededingingswet.
2.
Informatie over een onderneming, welke in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van de eigen wettelijke taken zijn verkregen, zullen door de OPTA en de NMa wederzijds aan elkaar worden verstrekt, indien die informatie noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken van de andere toezichthoudende instantie en wettelijke bepalingen hieraan niet in de weg staan.
3.
De OPTA en de NMa informeren elkaar over zaken en ontwikkelingen die voor elkaars functioneren van belang zijn.
4.
De OPTA voorziet de NMa van informatie over gedragingen in de elektronische communicatie- en/of postsector die mogelijkerwijs kunnen leiden tot optreden tegen misbruik van een economische machtspositie in de zin van artikel 24 Mw.
5.
De NMa en de OPTA informeren elkaar over elektronische communicatie- en/of postzaken welke in overleggen met onder andere de Europese Commissie, aan de orde komen, voor zover deze van betekenis zijn of kunnen zijn voor de uitoefening van de bevoegdheden van de OPTA respectievelijk de NMa.
6.
De OPTA en de NMa behandelen de van elkaar ontvangen informatie als vertrouwelijk, voor zover dit uit de aard van de informatie voortvloeit. De gegevens worden slechts gebruikt voor het doel waarvoor ze aan de ander zijn verstrekt.
7.
De bovenstaande verplichtingen gelden niet voor informatie die door de NMa is verkregen in verband met de uitvoering van de Richtsnoeren Clementietoezegging met betrekking tot het opleggen of verminderen van geldboeten in zaken ingevolge de artikelen 6, juncto 56, 57 en 62 Mededingingswet (Staatscourant 122 van 1 juli 2002).
8.
Bovenstaande verplichtingen gelden niet voor informatie verkregen door de NMa op grond van Verordening 1/2003 (Verordening (EG) Nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, PbEG L 1 van 04-01-2003).
1.
De OPTA en de NMa zullen elkaar vanuit hun eigen deskundigheid op verzoek met raad en daad bijstaan.
2.
De NMa en OPTA kunnen in elkaars (ambtshalve) onderzoeken over en weer als deskundige in de zin van artikel 5:15, derde lid, Awb optreden. Daartoe stellen zij elkaar op verzoek en voor zover mogelijk mensen en middelen beschikbaar.
3.
Ieder kwartaal, of zoveel vaker als nodig is, vindt overleg plaats tussen de Raad van Bestuur NMa en de voorzitter van het college van de OPTA.
1.
Het protocol kan in onderling overleg tussentijds worden aangepast of aangevuld en zal in overeenstemming worden gebracht met eventuele wetswijzigingen.
2.
Jaarlijks wordt door de OPTA en de NMa gezamenlijk bekeken of een aanpassing van dit protocol noodzakelijk is. Hierbij wordt in het bijzonder gekeken naar de realisatie van de gestelde doelen en naar de praktische werkbaarheid van hetgeen in het protocol is vastgelegd en de wenselijkheid om dit protocol aan te vullen met in de praktijk gebleken nuttige werkafspraken en beleidsregels.
Den Haag, 24 juni 2004.
De directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,