Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Financiële verordening Loodswezen
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Maatstaven voor betalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Financiële verordening Loodswezen

Financiële verordening Loodswezen
De algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie;
Gelet op artikel 26, derde lid, van de Loodsenwet;
Besluit:
De verordening als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Loodsenwet wordt vastgesteld als volgt:
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
ankerwacht: een van de aanvullende loodsdiensten, als bedoeld in artikel 4.5, onder e, van het Besluit markttoezicht registerloodsen;
direct productieve loodstaak: verrichting aan boord inclusief de daarop betrekking hebbende reistijd, wachttijd en beschikbaarheidsuren, loodsen op afstand of een afbestelling;
indirecte productieve loodstaak: iedere taak, niet zijnde een direct productieve loodstaak, ter uitvoering van een bij of krachtens een wet aan een registerloods opgedragen taak, alsmede elke vorm van bijscholing ten behoeve van het beroep;
inzet- en planningssysteem: inzet- en planningssysteem als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder a, van de Loodsenregisterverordening;
loodsen op afstand: de functie-uitoefening als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Voorschriftenverordening registerloodsen;
loodsgebied: ieder in de tot deze verordening behorende bijlage I, onderdeel a , als zodanig omschreven gebied;
loodsgeld: de krachtens wettelijk voorschrift verschuldigde bedragen in verband met het gebruik maken van de diensten van een registerloods met uitzondering van de vergoedingen als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder f, van het Besluit markttoezicht registerloodsen;
opleiding tot MMP: opleiding tot registerloods: Master in Maritime Piloting;
organisatie: organisatie aangewezen krachtens artikel 15a, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet;
personeel: werknemers in dienst van de organisatie;
samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2 van de Dienstverleningsverordening registerloodsen; en
verrichting: beroepsuitoefening door iedere registerloods aan boord van een schip dan wel vanaf een ander schip in een loodsgebied.
1.
Voor de onderscheiden direct productieve en indirect productieve loodstaken gelden de vergoedingen zoals opgenomen in de tot deze verordening behorende bijlage II .
2.
De vergoedingen bedoeld in het eerste lid zijn op basis van de gevalideerde administraties en vastgestelde jaarrekeningen alsmede de gemeenschappelijke exploitatie van de samenwerkingsverbanden over 2014 berekend volgens het model als opgenomen in de tot deze verordening behorende bijlage III .
Artikel 3
Een samenwerkingsverband is verplicht de krachtens artikel 3, zesde lid, van het Financieel besluit Loodswezen ontvangen bedragen als volgt te vergoeden:
a. aan een aangesloten registerloods volgens de regels van het samenwerkingsverband;
b. aan een niet aangesloten registerloods de vergoeding als bedoeld in de tot deze verordening behorende bijlage II voor de desbetreffende verrichte direct productieve loodstaak en indirect productieve loodstaak.
Artikel 4
De vergoedingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden geïndexeerd overeenkomstig artikel 3.1 van het Besluit markttoezicht registerloodsen.
1.
De vergoedingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden jaarlijks door de algemene raad nader vastgesteld aan de hand van de daarvoor relevante en door de door de ledenvergadering van de Nederlandse Loodsencorporatie aangewezen accountant gevalideerde gegevens in de administraties en jaarrekeningen van de samenwerkingsverbanden alsmede van de gemeenschappelijke exploitatie van de samenwerkingsverbanden. Deze jaarlijkse nadere vaststelling bestaat uit een voorlopige vaststelling en een definitieve vaststelling.
2.
Iedere voorlopige vaststelling vindt plaats op basis van de vergoedingen van het jaar voorafgaande aan het jaar van deze vaststelling. Deze vergoedingen worden aangepast:
a. door de factor gemiddelde duur in uren van de betreffende verrichting, bedoeld in het model zoals vermeld als ‘Ugem_ver’ in de tot deze verordening behorende bijlage III , te herberekenen, door de begrote uren, zoals deze zijn vastgesteld door de algemene raad in het tariefvoorstel als bedoeld in artikel 27c van de Loodsenwet voor het desbetreffende jaar, in het voornoemde model te verwerken;
b. door de uitkomsten van de herberekening als bedoeld onder a te indexeren als bedoeld in artikel 4; en
c. de hieruit voortvloeiende hoogte van de vergoedingen te vermenigvuldigen met de factor bestaande uit de verwachte landelijke som van arbeidsvergoedingen voor het desbetreffende jaar zoals opgenomen in het tariefvoorstel als bedoeld in artikel 27c van de Loodsenwet te delen door de uit de onderdelen a en b berekende voortvloeiende landelijke som van de arbeidsvergoedingen.
3.
De voorlopige vaststellingen vinden plaats in het boekjaar voorafgaande aan het boekjaar waarin deze vaststellingen gelden. De aldus voorlopig vastgestelde vergoedingen gelden met ingang van het boekjaar volgend op het jaar waarin deze voorlopige vaststelling heeft plaatsgevonden.
4.
De definitieve vaststelling vindt plaats binnen vier maanden na afloop van het betreffende boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste zeven maanden op grond van bijzondere omstandigheden. De definitieve vaststelling vindt plaats op basis van de werkelijke uren en de som van de arbeidsvergoedingen, als bedoeld in de door de algemene raad opgenomen financiële verantwoording als bedoeld in artikel 27j, eerste lid van de Loodsenwet over het betreffende jaar. De aldus definitief vastgestelde vergoedingen vervangen de voorlopige vastgestelde vergoedingen voor het betreffende jaar.
1.
Het aantal te vergoeden verrichtingen wordt bepaald door het aantal registerloodsen waarvan op grond van een wettelijke verplichting of op verzoek van de kapitein dan wel van de verkeersdeelnemer gebruik is gemaakt.
2.
Als vaststelling van een verrichting geldt de registratie van deze verrichting in het inzet- en planningssysteem.
1.
Als vaststelling voor de tijdsduur van het loodsen vanaf de wal geldt het door de registerloods ingevulde en ondertekende loodsjournaal, zoals dit is vastgesteld krachtens artikel 2.5, eerste lid, van het Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren.
2.
Voor het loodsen vanaf de wal geldt de uurvergoeding als bedoeld in de tot deze verordening behorende bijlage II maal de werkelijke tijdsduur van het loodsen vanaf de wal.
3.
De krachtens het tweede lid verkregen vergoeding wordt vermeerderd met een forfaitair bedrag ter hoogte van driemaal het uurvergoeding.
Artikel 6b
Als vaststelling van een afbestelling geldt de registratie daarvan in het inzet- en planningssysteem.
Artikel 6c
De vergoeding voor een in artikel 4.13 van het Besluit Markttoezicht registerloodsen genoemde bijzondere loodsreis is gelijk aan het voor de betreffende bijzondere loodsreis vastgestelde tarief.
1.
De loodsdienstleider wordt overeenkomstig de regels van het samenwerkingsbestand aangewezen.
2.
Indien de functie van loodsdienstleider wordt vervuld door een bestuurder van de regionale loodsencorporatie binnen de tijd dat hij als bestuurder is vrijgesteld, geldt geen vergoeding voor loodsdienstleider.
1.
De vergoeding voor het verzorgen van de opleiding tot MMP, alsmede bijscholing ten behoeve van het beroep aan registerloodsen door de daarvoor aangewezen registerloodsen wordt, bij minder dan acht effectieve lesuren per dag, naar evenredigheid verlaagd.
2.
Het aantal te vergoeden opleidingsdagen voor het verzorgen van opleidingen wordt door de algemene raad bepaald op basis van goedgekeurde opleidingsplannen, waaronder begrepen bijscholingsplannen aangaande of in het belang van het beroep van registerloods, van het betreffende jaar of op basis van een door de algemene raad vast te stellen forfaitaire basis.
1.
De vergoeding voor deelname aan de door de algemene raad vastgestelde taken wordt, bij minder dan acht effectieve uren per dag, naar evenredigheid verlaagd.
2.
De deelname van registerloodsen aan bij of krachtens een wet ingestelde organen, indien deze deelname voortvloeit uit het zijn van registerloods, wordt vergoed op basis van werkelijke uren.
Artikel 6g
De vergoedingen voor de kosten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Financieel besluit Loodswezen op grond van een door de algemene raad vastgestelde begroting, geschieden door tussenkomst van de aangewezen organisatie, met uitzondering van de kosten met betrekking tot de te verzorgen taak, zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel b, van de Loodsenwet.
1.
De bruto-vergoeding uit hoofde van functioneel leeftijdspensioen van een registerloods bedraagt voor de eerste zestig maanden € 58.544,91 op jaarbasis en daarna € 52.103,04 op jaarbasis.
2.
De vergoeding wordt toegekend aan de registerloodsen die vóór 1 april 2004 in het register zijn ingeschreven en waarvan de inschrijving uiterlijk op 1 juli 2008 is doorgehaald krachtens de Inschrijvingsverordening registerloodsen . De toekenning vindt plaats met ingang van de datum van doorhaling in het register krachtens de Inschrijvingsverordening registerloodsen en wordt beëindigd per de eerste van de maand volgend op die waarin de betreffende registerloods de leeftijd van vijfenzestig jaar heeft bereikt. Op de vergoeding wordt in mindering gebracht de uitkering die aan betrokkene is toegekend krachtens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet of de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen en het tijdelijk ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 41 van het Pensioenstatuut 2004 van de Stichting Beroepspensioenfonds Loodsen, alsmede in het laatste geval tevens het bedrag gelijk aan de pensioenpremie die degenen, aan wie vóór 1 april 2004 de vergoeding is toegekend, verschuldigd zijn aan de Stichting Beroepspensioenfonds Loodsen.
3.
De rechtspersoon die is belast met de uitkering van het functioneel leeftijdspensioen aan registerloodsen is verplicht de vergoeding, met inachtneming van de vorige leden, volledig uit te keren aan degene die recht heeft op functioneel leeftijdspensioen.
4.
Met betrekking tot de vergoeding uit hoofde van functioneel leeftijdspensioen is artikel 4, van overeenkomstige toepassing.
5.
Indien in het eerste of tweede lid een wijziging wordt aangebracht die inhoudt of tot gevolg heeft een vermindering van de daarin genoemde of bedoelde vergoedingen, een vermindering van de genoemde termijn van zestig maanden dan wel een wijziging wordt aangebracht in de strekking van het vierde of dit lid, geldt deze wijziging voor degenen die op de datum van die wijziging reeds een functioneel leeftijdspensioen hebben, eerst met ingang van de eerste dag van de maand die volgt na honderdtwintig aaneengesloten maanden, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand die aansluit op de maand waarin die wijziging is aangebracht.
Artikel 7a
De reserveringen met betrekking tot het functioneel leeftijdspensioen van registerloodsen die moeten plaatsvinden vanuit de jaarlijks werkelijke in rekening gebrachte som van loodsgelden worden door de rechtspersoon die belast is met de uitkering van het leeftijdspensioen aan registerloodsen gestort in een daarvoor bestemd volledig separaat fonds of andere overeenkomstige voorziening.
Artikel 8
De vaststelling van de bedragen, de verschuldigdheid daarvan en de maatstaven voor de vaststelling en de betaling met betrekking tot de taken van de ten behoeve van de registerloodsen te verlenen diensten geschiedt volgens de regels met betrekking tot de samenwerkingsverbanden.
Artikel 8a
De reserveringen met betrekking tot het functioneel leeftijdsontslag die moeten plaatsvinden vanuit de jaarlijks werkelijke in rekening gebrachte som van loodsgelden worden door de organisatie gestort in een daarvoor bestemd volledig separaat fonds of andere overeenkomstige voorziening.
1.
Het door de organisatie te betalen bedrag uit hoofde van functioneel leeftijdsontslag van personeel wordt berekend op basis van de voor dat personeel bij of krachtens de collectieve arbeidsovereenkomst geldende uitkeringsregeling wegens functioneel leeftijdsontslag.
2.
De vergoeding wordt toegekend per de eerste van de maand volgende op de maand, waarin betrokkene de voor hem bij de in het eerste lid bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst bepaalde leeftijdsgrens wegens functioneel leeftijdsontslag heeft bereikt, en uit dien hoofde de betreffende arbeidsovereenkomst eindigt, en wordt beëindigd per de eerste van de maand volgende op die, waarin betrokkene de leeftijd van vijfenzestig jaar heeft bereikt.
3.
Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde vergoedingen is artikel 4, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 11
Deze verordening wordt geplaatst in de Staatscourant en treedt in werking met ingang van 1 oktober 1995.
Vastgesteld door de algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie op 12 september 1995.
Namens de algemene raad,
voorzitter