Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Financiële arbeidsvoorwaarden per 1 maart 2003
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Inleiding
1. Algemene salarismaatregel met ingang van 1 maart 2003
2. 13e maand
2.1. Doorwerking
2.1.1. Naar pensioenen (jaarinkomen ABP)
2.1.2. Naar uitkeringen ( BWOO en BBWO)
2.1.2.1. BBWO
2.1.2.2. BWOO
3. Incidentele nominale eindejaarsuitkering
3.1. Doelgroep
3.2. Maandelijkse opbouw
3.3. De hoogte van de uitkering
3.4. De berekening
3.5. Doorwerking
4. Versnelde afbouw ZKOO-tegemoetkoming
4.1. De hoogte van de ZKOO-bedragen met ingang van 1 april 2003
5. Verhoogde pensioenaanspraken
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Financiële arbeidsvoorwaarden per 1 maart 2003

Financiële arbeidsvoorwaarden per 1 maart 2003
Inleiding
Op 9 mei j.l is het onderhandelaarsakkoord over de CAO sector onderwijs (PO en VO), dat op 1 april jl. is afgesloten voor de sectoren primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO), omgezet in een definitief akkoord. Dit akkoord zal verder worden aangehaald als: CAO sector onderwijs (PO en VO) 2003. In deze publicatie worden de afspraken uit de CAO sector onderwijs (PO en VO) 2003 bekendgemaakt, die met ingang van 1 februari 2003 voor het primair en voortgezet onderwijs gelden.
Vanaf 1 februari j.l is het arbeidsvoorwaardenoverleg voor de BVE-sector gedecentraliseerd. Vanaf genoemde datum gaat voor deze sector een volledig decentraal afgesloten CAO gelden. De in de CAO sector onderwijs (PO en VO) 2003 gemaakte afspraken gelden dus niet meer voor de sector Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie (BVE).
De CAO sector onderwijs 2003 is afgesloten voor de periode 1 februari 2003 tot 1 januari 2004 en bevat de volgende financiële arbeidsvoorwaardelijke maatregelen:
1. Algemene salarismaatregel met ingang van 1 maart 2003 van 2,25%;
2. Een percentage van 4,17 voor de 13e maand 2003 (waarvan 3,48% structureel en 0,69% incidenteel);
3. Een incidentele nominale eindejaarsuitkering van 100 euro bruto op jaarbasis;
4. Versnelde afbouw ZKOO-tegemoetkoming tot 50% van de gemiddelde ziektekosten;
5. Het vanaf 1 januari 2004 pensioengevend maken van de uren die boven de normbetrekking worden gewerkt.
Tevens zijn specifieke maatregelen afgesproken, zoals:
Een eenmalige verhoging van het budget voor de Regeling kinderopvang met 5 mln. euro om het ontstaan van wachtlijsten in 2003 te voorkomen;
Terugdringing ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid;
Vereenvoudiging bovenwettelijke regeling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid door het laten vervallen van de suppletie-uitkering per 1 januari 2004.
Daarnaast zijn er sectorspecifieke maatregelen afgesproken. Voor de sector PO bestaan die uit:
Het via het schoolbudget beschikbaar stellen van extra middelen voor ondersteunende functies om de werkdruk van directieleden en onderwijsgevend personeel te verlagen;
Het onderzoeken van de mogelijkheden tot verdere decentralisatie van verschillende secundaire arbeidsvoorwaarden;
Het wegnemen van (financiële) knelpunten bij onderwijs als tweede loopbaan;
Verkennen van mogelijkheden om de Regeling Spaarverlof te flexibiliseren.
Om het werken op achterstandscholen in de sector VO te stimuleren wordt als impuls het schoolbudget voor het VBMO verruimd, waardoor extra ruimte wordt gecreëerd voor functiedifferentiatie (extra schalen LC en LD).
Over deze (sector-)specifieke maatregelen wordt u via aparte publicaties nader geïnformeerd.
1. Algemene salarismaatregel met ingang van 1 maart 2003
Vanaf 1 maart 2003 zullen de salarissen en aan de salarisverhoging gerelateerde bedragen, zoals toelagen, worden verhoogd met 2,25%. In Bijlage II treft u een overzicht aan van de nieuwe bedragen die gelden voor de sector PO en in Bijlage III de bedragen die gelden voor de sector VO. In bijlage I treft u de zogenoemde was-wordt tabel aan waarin de salarisbedragen vermeld staan zoals die op 28 februari nog golden en 1 maart 2003 zijn gaan gelden.
De salarisverhoging werkt op de gebruikelijke wijze door naar de uitkeringen. Voor de betrokkenen met een BWOO of BBWO uitkering betekent dit dat het bovenwettelijke dagloon, gerekend vanaf 1 maart 2003, wordt geïndexeerd met 2,25%.
2. 13e maand
Met ingang van 1 januari 2003 wordt het structurele deel van de 13e maand verhoogd van 2,75% naar 3,48%. De verhoging van 0,73% is gebaseerd op de verwachte raming van de ziektekostenontwikkeling in het CEP 2003.
Het incidentele gedeelte bedraagt voor 2003 0,69%, waarvan 0.12% door versnelde afbouw ZKOO-tegemoetkoming (zie paragraaf 4).
De totale omvang van het percentage van de 13e maand 2003 komt daarmee op 4,17.
Totaal 1,53% van dit percentage vloeit voort uit de bevriezing van de ZKOO-tegemoetkoming.
2.1.1. Naar pensioenen (jaarinkomen ABP)
Het structurele deel van de 13e maand maakt onderdeel uit van het jaarinkomen ABP, dat onder meer van toepassing is voor de berekening van OP/NP, IP en FPU premie. Gelet op de stijging van het structurele gedeelte dient met ingang van de publicatiedatum van deze publicatie bij de vaststelling van het jaarinkomen ABP rekening gehouden te worden met 3,48%. De jaarinkomens van de betrokkenen die voor deze datum in dienst zijn ondervinden geen wijziging. Voor deze categorie van betrokkenen zal met ingang van 1 januari 2004, als het jaarinkomen 2004 wordt vastgesteld, voor het eerst rekening gehouden worden met het verhoogde percentage.
Aan de pensioenkamer van de ROP wordt een advies gevraagd over de doorwerking van deze verhoging van het structurele gedeelte van deze uitkering in de berekeningsgrondslag voor pensioenen van gepensioneerden. De uitslag van dit advies is nog niet bekend. Zodra ik op de hoogte ben van het advies zal ik dat via publicatie in dit blad aan u meedelen.
2.1.2.1. BBWO
Afgelopen jaar is overeengekomen om de ontwikkeling van de 13e maand via een indexering van het dagloon door te laten werken in de BBWO-uitkering. Met ingang van 1 januari 2003 heeft een negatieve indexering plaatsgevonden van 1,16%, aangezien met ingang van die datum de hoogte van de 13e maand vooralsnog was vastgesteld op 2,75%.
Gelet op het in de CAO overeengekomen percentage van de 13e maand 2003 worden de BBWO-uitkeringen, die zowel op 31 december 2002 en 1 januari 2003 van kracht zijn, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2003 geïndexeerd met 1,28%. De daglonen van de uitkeringen met een ingangsdatum 1 januari 2003 of later worden via een herstelactie vanaf de datum van ingang van de uitkering aangepast als bij de vasstelling van het dagloon voor de eindejaarsuitkering een percentage is gehanteerd dat lager is dan 4,17. Met ingang van 1 januari 2004 vervalt vooralsnog het incidentele gedeelte van de 13e maand (0,69%), waardoor met ingang van die datum een indexering gaat gelden van -0,61%.
BWOO van Financiële arbeidsvoorwaarden per 1 maart 2003">
2.1.2.2. BWOO
Voor de betrokkenen met een BWOO-uitkering geldt een eindejaarsuitkering. De hoogte van deze eindejaarsuitkering is afhankelijk van de hoogte van de 13e maand, met uitzondering van het deel dat betrekking heeft op de bevriezing van de ZKOO-tegemoetkoming. Dat deel bedraagt 1,53%.
De eindejaarsuitkering voor de BWOO-uitkering is daarom voor 2003 vastgesteld op 2,64%.
Het percentage voor de vaststelling van het jaarinkomen ABP bedraagt 1,95.
3. Incidentele nominale eindejaarsuitkering
Als onderdeel van de 13e maand wordt er voor 2003 een incidentele nominale uitkering uitbetaald. Gelet op de specifieke berekening en doorwerking van dit onderdeel, wordt die in een aparte paragraaf behandeld.
3.1. Doelgroep
De nominale eindejaarsuitkering maakt onderdeel uit van de 13e maand en geldt dus voor al het personeel dat in dienst is bij een instelling die valt onder de sector PO en VO en die wordt bekostigd door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
3.2. Maandelijkse opbouw
De opbouw van de nominale uitkering vindt maandelijks plaats volgens de onder paragraaf 3.4 opgenomen rekenformule. In het geval de dienstbetrekking met een betrokkene wordt beëindigd, wordt de opgebouwde uitkering direct met hem verrekend.
3.3. De hoogte van de uitkering
De hoogte van de nominale uitkering bedraagt 100 euro bruto op jaarbasis bij een normbetrekking, maar kan op jaarbasis nooit meer bedragen dan dat bedrag.
3.4. De berekening
De berekeningswijze is als volgt: NU x BG : NS.
NU = Nominale uitkering per maand (100 : 12 = 8,33). Om uitvoeringtechnische redenen worden de maanden januari tot en met april 2003 maandelijks vastgesteld op 8,34.
BG = de berekeningsgrondslag, waarbij BG = BS - BK waarbij:
BS = Bruto-salaris per maand
BK = Bruto-kortingen per maand
NS = Normsalaris per maand Onder bruto-korting wordt verstaan een korting wegens: • anticumulatie bepaling; • schorsing; • staking; • gedeeltelijk of volledig buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging; • pc-regeling.

Een korting in verband met seniorenbeleid (BAPO) en een korting in verband met ziekte na 18 maanden (artikel 4 van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BZA)) worden niet beschouwd als een bruto-korting.
De uitkomst van de berekening per maand wordt rekenkundig afgerond op 2 cijfers achter de komma en kan nooit groter zijn dan 8,33 euro (m.u.v. de maanden januari tot en met april 2003, waar de uitkomst niet groter kanzijn dan 8,34 euro). In de maand december dan wel in de maand waarin het ontslag plaatsvindt, worden de vastgestelde uitkomsten per maand bij elkaar opgeteld.
3.5. Doorwerking
De uitkering maakt geen onderdeel uit van het jaarinkomen ABP dat van toepassing is voor de berekening van de OP/NP-, IP- en FPU-premie, maar maakt wel onderdeel uit van het loon sociale verzekeringswetten (coördinatieloon). De doorwerking van de nominale eindejaarsuitkering in de uitkeringen ( BWOO en BBWO) is nog een onderwerp van (technisch) uitwerkingsoverleg.
4. Versnelde afbouw ZKOO-tegemoetkoming
In de CAO 2000-2002 is een afspraak gemaakt over aanpassing van de ziektekostenregeling. Daarbij is afgesproken om de ZKOO-bedragen nominaal te handhaven op het niveau van 2000, tot het moment is bereikt dat de vergoeding gelijk is geworden aan 50 procent van de gemiddelde ziektekosten (particuliere verzekeringspremies plus bijdragen MOOZ en WTZ), zoals die zijn berekend door het Centraal Planbureau.
In de CAO sector onderwijs (PO en VO) 2003 is overeengekomen om reeds met ingang van 1 april 2003 de ZKOO-bedragen af te bouwen tot 50% van de gemiddelde ziektekosten. De hierdoor vrijvallende middelen worden benut voor de verhoging van het incidentele gedeelte van de 13e maand.
4.1. De hoogte van de ZKOO-bedragen met ingang van 1 april 2003
De tegemoetkomingen per maand in euro’s zoals die gelden vanaf 1 april 2003:
a. Voor (mede-)betrokkenen (bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b resp. eerste lid onder c1, ZKOO): €  67,59;
b. Voor één medebetrokken kind jonger dan 16 jaar (bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c2, ZKOO): €  33,79;
c. Voor medebetrokken kinderen tussen 16 jaar respectievelijk 18 en 27 jaar (bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c3 tot en met c5, ZKOO): €  39,49.
De inkomenstoeslag en de aanvullende inkomenstoeslag ondergaan geen wijzigingen en blijven dus respectievelijk €  12,03 en €  5,45 per maand bedragen.
5. Verhoogde pensioenaanspraken
Sinds november 2000 kan personeel, onder handhaving van de normjaartaak van 1659 uur, op vrijwillige basis per schooljaar de keuze maken om 1710, respectievelijk 1790 uur te werken bij een normbetrekking. De werknemer krijgt met ingang van 1 januari 2004 de mogelijkheid om, met inachtneming van de Wet Aanpassing Arbeidsduur meer dan de normjaartaak te gaan werken waarmee extra pensioentijd kan worden opgebouwd. Partijen zijn namelijk overkomen om vanaf genoemde datum deze werkzaamheden pensioengevend te maken door de deeltijdfactor volgens artikel 1.2 van het Pensioenreglement groter te laten zijn dan 1 voor zowel het PO en het VO. Onder deze werkzaamheden vallen ook de vervangingswerkzaamheden.
Volgens de voorschriften van het ABP kan de uitkomst van de deeltijdfactor echter nooit groter zijn dan 1,25. Voor de sector PO blijft echter het bepaalde op grond van artikel I-P3, vijfde lid van toepassing, hetgeen inhoudt dat de betrekking of de betrekking de omvang van 120% van de normbetrekking niet te boven mag gaan.
Het verhaal van de premies op de werknemer voor het ouderdoms- en nabestaande pensioen (OP/NP), de Algemene nabestaandenwet (ANW), de Flexibel Pensioen en Uittreden (FPU) en het Invaliditeitspensioen (IP) vindt plaats volgens de bestaande afspraken.
Voorbeeld:
Betrokkene is aangesteld in normbetrekking: werktijdfactor 1
Het salaris bedraagt bij normbetrekking: 2500
Jaarinkomen: 32500
Premiepercentage werknemer: 4,10
Franchise: 15250

Betrokkene vervangt over een periode van een aantal maanden een aantal uren en krijgt hiervoor bezoldigd 250 euro per maand.
Premieverhaal OP/NP per maand zonder vervanging:
Deeltijdfactor (DF): 2500/2500 = 1
Premie op maandbasis:
((32500 - 15250) : 12) X 4,10% x DF 1 = 58,94
Premieverhaal OP/NP per maand met vervanging:
Deeltijdfactor (DF): 2750/2500 = 1,1
Premie op maandbasis:
((32500 - 15250) : 12) X 4,10% x DF 1,1 = 64,83
Ik verzoek u het personeel in dienst van uw instelling van deze publicatie op de hoogte te stellen.
De van onderwijs, cultuur en wetenschappen ,
minister
namens deze,
directeur arbeidsmarkt en personeelsbeleid