Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel IX
Artikel X
Artikel XI
Artikel XII
Artikel XIII
Artikel XIV
Artikel XV
Artikel XVI
Artikel XVII
Artikel XVIII
Artikel XIX
Artikel XX
Artikel XXI
Artikel XXII
Artikel XXIII
Artikel XXIV
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken

Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie

Wet van 19 mei 2011 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet op de rechterlijke indeling, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enkele andere wetten naar aanleiding van de evaluatie van de modernisering van de rechterlijke organisatie en in verband met de regeling van het klachtrecht inzake gedragingen van rechterlijke ambtenaren (Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is naar aanleiding van de evaluatie van de modernisering van de rechterlijke organisatie en mede in functie en perspectief van een herziening van de gerechtelijke kaart diverse wijzigingen aan te brengen in de wetgeving op het terrein van de rechterlijke organisatie en de rechterlijke indeling en dat het voorts wenselijk is de Wet op de rechterlijke organisatie aan te vullen met een regeling van het klachtrecht inzake gedragingen van rechterlijke ambtenaren;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.]
Artikel II
[Wijzigt de Wet op de rechterlijke indeling.]
Artikel III
[Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.]
Artikel IV
[Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.]
Artikel V
[Wijzigt de Wet griffierechten burgerlijke zaken.]
Artikel VI
[Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.]
Artikel VII
[Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.]
Artikel VIII
[Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.]
Artikel IX
[Wijzigt de Wet organisatie en bestuur gerechten.]
Artikel X
[Wijzigt de Beroepswet.]
Artikel XI
[Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.]
Artikel XII
[Wijzigt de Aanpassingswet modernisering rechterlijke organisatie.]
Artikel XIII
[Wijzigt de Advocatenwet.]
Artikel XIV
[Wijzigt de Gerechtsdeurwaarderswet.]
Artikel XV
[Wijzigt de Wet op het notarisambt.]
Artikel XVI
[Wijzigt de Algemene wet gelijke behandeling.]
Artikel XVII
[Wijzigt de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990.]
Artikel XVIII
[Wijzigt de Loodsenwet.]
Artikel XIX
[Wijzigt de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.]
Artikel XX
[Wijzigt de Zeevaartbemanningswet.]
Artikel XXI
[Red: Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2012/313.]
1.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gerechten worden aangewezen waarop artikel 15, zevende lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie niet van toepassing is.
2.
Onze Minister van Justitie kan, de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal gehoord, bepalen dat een door hem te bepalen categorie van strafzaken wordt behandeld door een andere rechtbank of ander gerechtshof.
3.
Dit artikel vervalt drie jaar nadat het in werking is getreden.
1.
Op de behandeling van en de rechterlijke bevoegdheid ten aanzien van zaken die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van een daarop betrekking hebbend artikel of onderdeel van deze wet bij een gerecht aanhangig waren, blijft het recht zoals het gold vóór dat tijdstip van toepassing.
2.
Een sector kanton als bedoeld in artikel 47 van de Wet op de rechterlijke organisatie zoals dat artikel luidde vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, onder 1 en 2, wordt aangemerkt als een sector als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
3.
In de eerste bijlage bij de Wet op de rechterlijke organisatie en in het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen , zoals deze luidden op de dag vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen I en T, aangewezen nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen van het gerechtshof onderscheidenlijk de rechtbank die niet op dat tijdstip krachtens artikel 41, tweede lid, eerste volzin, onderscheidenlijk artikel 59, tweede lid, eerste volzin, van de Wet op de rechterlijke organisatie bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, worden met ingang van dat tijdstip aangemerkt als nevenlocaties die krachtens artikel 41, tweede lid, tweede volzin, onderscheidenlijk artikel 59, tweede lid, tweede volzin, van de Wet op de rechterlijke organisatie door de Raad voor de rechtspraak zijn aangewezen.
4.
Artikel XIII van de Wet organisatie en bestuur gerechten en artikel 3 van hoofdstuk 15 van de Aanpassingswet modernisering rechterlijke organisatie, zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen C, H, onder 2, M, onder 3, R, S, onder 2, onder b, Y, onder 1, W, onder 1, en X, en de artikelen IX tot en met XXI van deze wet, blijven van toepassing op klachten van diegenen die voor dat tijdstip van inwerkingtreding een verzoek bij de procureur-generaal bij de Hoge Raad hebben ingediend tot het instellen van een vordering bij de Hoge Raad tot het doen van een onderzoek naar een gedraging dan wel bij de Nationale ombudsman een verzoek hebben ingediend tot het instellen van een onderzoek naar een gedraging.
5.
Op de behandeling van en de bevoegdheid van een raad van discipline als bedoeld in artikel 46a van de Advocatenwet ten aanzien van zaken die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II onderscheidenlijk onderdelen van dat artikel bij die raad aanhangig waren alsmede op de bevoegdheid van leden-advocaten, plaatsvervangende leden-advocaten, de griffier en plaatsvervangende griffiers van een raad ten aanzien van die zaken, blijft het recht zoals het gold vóór dat tijdstip van toepassing.
6.
In afwijking van artikel 63, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet geldt dat zij die op de dag vóór het tijdstip van inwerkingtreding van  artikel II lid of plaatsvervanger waren in de ledenraad van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders en ingevolge artikel II niet langer afkomstig zijn uit het ressort waaruit zij zijn gekozen, als lid of plaatsvervanger kunnen aanblijven totdat de termijn waarvoor zij waren gekozen of herkozen is verstreken doch niet langer dan een jaar na genoemd tijdstip.
Artikel XXIII
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel XXIV
Deze wet wordt aangehaald als: Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 19 mei 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Uitgegeven de eenendertigste mei 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,