Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, Luxemburg, 25-06-2001
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1
+ Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
+ Artikel 5
+ Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
+ Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
+ Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21
Artikel 22
Artikel 23
Artikel 24
Artikel 25
Artikel 26
Artikel 27
+ Artikel 28
Artikel 29
+ Artikel 30
Artikel 31
Artikel 32
+ Artikel 33
Artikel 34
Artikel 35
Artikel 36
Artikel 37
+ Artikel 38
Artikel 39. Doelstellingen
Artikel 40. Toepassingsgebied
Artikel 41. Methoden en procedures
Artikel 42. Onderwijs en opleiding
Artikel 43. Wetenschappelijke en technologische samenwerking
Artikel 44. Milieu
Artikel 45. Industriële samenwerking
Artikel 46. Investeringen en stimulering van investeringen
Artikel 47. Normalisatie en conformiteitsbeoordeling
Artikel 48. Aanpassing van wetgeving
Artikel 49. Financiële diensten
Artikel 50. Landbouw en visserij
Artikel 51. Vervoer
Artikel 52. Telecommunicatie en informatiemaatschappij
Artikel 53. Energie
Artikel 54. Toerisme
Artikel 55. Douane
Artikel 56. Statistiek
Artikel 57. Witwassen van geld
Artikel 58. Bestrijding van drugs
Artikel 59. Bestrijding van terrorisme
Artikel 60. Regionale samenwerking
+ Artikel 61. Bescherming van de consument
Artikel 62
Artikel 63
Artikel 64
Artikel 65
Artikel 66
+ Artikel 67
Artikel 68
Artikel 69
+ Artikel 70
+ Artikel 71
Artikel 72
+ Artikel 73
Artikel 74
Artikel 75
Artikel 76
Artikel 77
Artikel 78
Artikel 79
Artikel 80
Artikel 81
Artikel 82
Artikel 83
Artikel 84
Artikel 85
Artikel 86
Artikel 87
Artikel 88
Artikel 89
Artikel 90
Artikel 91
Artikel 92
Protocol Nr. 1. 1) betreffende de regeling van toepassing bij de invoer in de Europese Gemeenschap van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit de Arabische Republiek Egypte
1
2
3
4
5
6
7
8
Protocol Nr. 2. 1) betreffende de regeling van toepassing bij de invoer in de Arabische Republiek Egypte van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap
1
2
3
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
+ Protocol nr. 4. betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong’’ en methoden van administratieve samenwerking
+ Artikel 1. Definities
Artikel 2. Algemene voorwaarden
Artikel 3. Cumulatie in de Gemeenschap
Artikel 4. Cumulatie in Egypte
Artikel 5. Geheel en al verkregen producten
Artikel 6. Toereikende bewerking of verwerking
Artikel 7. Ontoereikende be- of verwerking
Artikel 8. Determinerende eenheid
Artikel 9. Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen
Artikel 10. Stellen of assortimenten
+ Artikel 11. Neutrale elementen
Artikel 12. Territorialiteitsbeginsel
Artikel 13. Rechtstreeks vervoer
+ Artikel 14. Tentoonstellingen
+ Artikel 15. Verbod op de teruggave of vrijstelling van douanerechten
Artikel 16. Algemene voorwaarden
Artikel 17. Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED
Atikel 18. Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED
Artikel 19. Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED
Artikel 20. Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong
Artikel 21. Gescheiden boekhouding
Artikel 22. Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED
Artikel 23. Toegelaten exporteurs
Artikel 24. Geldigheid van bewijzen van oorsprong
Artikel 25. Overlegging van bewijzen van oorsprong
Artikel 26. Invoer in deelzendingen
Artikel 27. Vrijstelling van bewijs van oorsprong
Artikel 28. Bewijsstukken
Artikel 29. Bewaring van de bewijzen van oorsprong en de andere bewijsstukken
Artikel 30. Verschillen en vormfouten
+ Artikel 31. In euro uitgedrukte bedragen
Artikel 32. Wederzijdse bijstand
Artikel 33. Controle van de bewijzen van oorsprong
Artikel 34. Regeling van geschillen
Artikel 35. Sancties
+ Artikel 36. Vrije zones
Artikel 37. Toepassing van het protocol
+ Artikel 38. Bijzondere voorwaarden
Artikel 39. Wijzigingen op dit protocol
Artikel 40. Overgangsbepaling voor goederen in doorvoer of in opslag
Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Prinsdom Andorra
Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino
Gemeenschappelijke verklaring inzake cumulatie van de oorsprong
Gemeenschappelijke verklaring inzake de verwerkingseisen vervat in Bijlage II
Protocol nr. 5. inzake wederzijdse bijstand tussen administratieve autoriteiten in douanezaken
Artikel 1. Definities
Artikel 2. Toepassingsgebied
Artikel 3. Bijstand op verzoek
Artikel 4. Bijstand op eigen initiatief
Artikel 5. Verstrekking van documenten en kennisgeving van besluiten
Artikel 6. Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand
Artikel 7. Behandeling van verzoeken
Artikel 8. Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt
Artikel 9. Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend
Artikel 10. Uitwisseling van informatie en geheimhouding
Artikel 11. Deskundigen en getuigen
Artikel 12. Kosten van de bijstand
Artikel 13. Tenuitvoerlegging
Artikel 14. Andere overeenkomsten
Slotakte
Gemeenschappelijke verklaringen
Verklaringen van de Europese Gemeenschap
Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Egypte betreffende de invoer in de Gemeenschap van verse afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen van post 0603 10 van het gemeenschappelijke douanetarief
Gezamenlijke verklaring inzake sanitaire, fytosanitaire en technische handelsbelemmeringen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, Luxemburg, 25-06-2001

Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds
(authentiek: nl)
Het Koninkrijk België,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Portugese Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,
hierna de „lidstaten" genoemd, en
de Europese Gemeenschap,
de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,
hierna „de Gemeenschap" genoemd,
enerzijds, en
de Arabische Republiek Egypte, hierna „Egypte" genoemd,
anderzijds,
Gelet op het belang van de traditionele banden tussen de Gemeenschap, haar lidstaten en Egypte en hun gemeenschappelijke waarden,
Overwegende dat de Gemeenschap, de lidstaten en Egypte deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen op basis van partnerschap en wederkerigheid tot stand wensen te brengen,
Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de politieke en economische vrijheden waarop de Associatie is gegrondvest,
Verlangende een regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te ontwikkelen,
Gelet op de verschillen tussen Egypte en de Gemeenschap wat betreft economische en sociale ontwikkeling, en de noodzaak het proces van economische en sociale ontwikkeling in Egypte te versterken,
Verlangende hun economische betrekkingen te versterken en met name hun onderlinge handelsverkeer, investeringen en technische samenwerking te ontwikkelen, en dit proces te ondersteunen door een regelmatige dialoog inzake economische, wetenschappelijke, technologische, culturele, audiovisuele en sociale aangelegenheden, teneinde de kennis van en het begrip voor elkander te bevorderen,
Gelet op de keuze van de Gemeenschap en Egypte voor vrijhandel en met name de verbintenis tot naleving van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994 en de andere multilaterale overeenkomsten welke aan de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie zijn gehecht,
Zich bewust van de noodzaak samen te werken teneinde de politieke stabiliteit en de economische ontwikkeling in de regio te bevorderen, door regionale samenwerking aan te moedigen,
Ervan overtuigd dat de associatieovereenkomst een nieuw klimaat voor hun betrekkingen zal scheppen,
Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen [1] :
1.
Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Egypte, anderzijds.
2.
De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:
een passend kader tot stand te brengen voor politieke dialoog met het oog op het versterken van de politieke betrekkingen tussen de partijen;
de voorwaarden vast te leggen voor de geleidelijke liberalisering van het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer;
de ontwikkeling van evenwichtige economische en sociale betrekkingen tussen de partijen te bevorderen door middel van dialoog en samenwerking;
bij te dragen tot de economische en sociale ontwikkeling van Egypte;
regionale samenwerking aan te moedigen, teneinde de vreedzame coëxistentie en economische en politieke stabiliteit te consolideren;
samenwerking op andere gebieden van wederzijds belang te bevorderen.
Artikel 2
De betrekkingen tussen de partijen en alle bepalingen van deze overeenkomst zijn gegrondvest op de eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, als vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens , die aan hun binnen- en buitenlands beleid ten grondslag liggen en een wezenlijk onderdeel van de overeenkomst zijn.
1.
Er wordt een regelmatige politieke dialoog tussen de partijen ingesteld. Deze dient hun onderlinge betrekkingen te verstevigen, bij te dragen tot de ontwikkeling van een duurzaam partnerschap en het wederzijdse begrip en de onderlinge solidariteit te versterken.
2.
De politieke dialoog en de samenwerking zijn met name gericht op het volgende:
ontwikkeling van een sterker wederzijds begrip en convergentie van de standpunten over internationale vraagstukken, met name over aangelegenheden die belangrijke gevolgen voor een partij kunnen hebben;
versterking van het vermogen van elke partij om het standpunt en de belangen van de andere partij in acht te nemen;
versterking van de regionale veiligheid en stabiliteit;
bevordering van gezamenlijke initiatieven.
Artikel 4
De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van gemeenschappelijk belang, met name vrede, veiligheid, democratie en regionale ontwikkeling.
1.
De politieke dialoog vindt plaats met regelmatige tussenpozen en telkens wanneer nodig, en wel:
a) op ministerieel niveau, voornamelijk in het kader van de Associatieraad;
b) op het niveau van enerzijds hoge ambtenaren van Egypte en anderzijds het voorzitterschap van de Raad en de Commissie;
c) met optimale gebruikmaking van alle diplomatieke kanalen, in het bijzonder door middel van regelmatige briefings door ambtenaren, overleg bij gelegenheid van internationale vergaderingen en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;
d) via alle andere wegen die een nuttige bijdrage leveren tot het consolideren, ontwikkelen en intensiveren van deze dialoog.
2.
Een politieke dialoog wordt gevoerd tussen het Europees Parlement en de Volksvergadering van Egypte.
Artikel 6
De Gemeenschap en Egypte brengen stapsgewijs een vrijhandelszone tot stand in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste twaalf jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig de bepalingen van deze titel en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel van 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in de bijlagen bij de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna „GATT" te noemen.
Artikel 7
Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Egypte, opgenomen in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur en het Egyptische douanetarief, met uitzondering van de producten genoemd in bijlage I.
Artikel 8
Producten van oorsprong uit Egypte worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking en zonder kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking.
1.
De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer die in Egypte van toepassing zijn op de producten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage II, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema:
bij de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 75% van het basisrecht;
een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 50% van het basisrecht;
twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 25% van het basisrecht;
drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen ingetrokken.
2.
De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer die in Egypte van toepassing zijn op de producten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage III, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema:
drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 90% van het basisrecht;
vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 75% van het basisrecht;
vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60% van het basisrecht;
zes jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 45% van het basisrecht;
zeven jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 30% van het basisrecht;
acht jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 15% van het basisrecht;
negen jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen ingetrokken.
3.
De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer die in Egypte van toepassing zijn op de producten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage IV, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema:
vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 95% van het basisrecht;
zes jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 90% van het basisrecht;
zeven jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 75% van het basisrecht;
acht jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60% van het basisrecht;
negen jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 45% van het basisrecht;
tien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 30% van het basisrecht;
elf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 15% van het basisrecht;
twaalf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen ingetrokken.
4.
De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer die in Egypte van toepassing zijn op de producten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage V, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema:
zes jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 90% van het basisrecht;
zeven jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 80% van het basisrecht;
acht jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 70% van het basisrecht;
negen jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60% van het basisrecht;
tien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 50% van het basisrecht;
elf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 40% van het basisrecht;
twaalf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 30% van het basisrecht;
dertien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 20% van het basisrecht;
veertien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 10% van het basisrecht;
vijftien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen ingetrokken.
5.
De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer die in Egypte van toepassing zijn op de producten van oorsprong uit de Gemeenschap, andere dan die genoemd in de bijlage II, III, IV en V, worden afgeschaft volgens het tijdschema dat voor die producten bij besluit van het Associatiecomité zal worden vastgesteld.
6.
Indien zich met betrekking tot een bepaald product ernstige problemen voordoen, kunnen de overeenkomstig de leden 1, 2, 3 en 4 van toepassing zijnde tijdschema's in overleg worden herzien door het Associatiecomité, met dien verstande dat het tijdschema waarvoor de herziening is aangevraagd voor het betrokken product niet verder verlengd kan worden dan de maximale overgangsperiode. Indien het Associatiecomité geen besluit heeft genomen binnen 30 dagen na de kennisgeving van het verzoek van Egypte om herziening van het tijdschema, kan Egypte het tijdschema voorlopig opschorten voor een periode van maximaal een jaar.
7.
Het basisrecht waarop de verlagingen van de leden 1, 2, 3 en 4 worden toegepast, is voor elk betrokken product het recht bedoeld in artikel 18.
Artikel 10
De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn tevens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.
1.
In afwijking van het bepaalde in artikel 9 mag Egypte buitengewone maatregelen van beperkte duur vaststellen, waarbij douanerechten worden verhoogd of opnieuw ingesteld.
2.
Dergelijke maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of van sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, met name wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben.
3.
Invoerrechten die krachtens dergelijke uitzonderlijke maatregelen door Egypte worden toegepast ten aanzien van producten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25% ad valorem bedragen en dienen een preferentiële marge voor producten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden. De totale waarde van de ingevoerde producten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn, mag niet meer bedragen van 20% van de totale invoer van industrieproducten uit de Gemeenschap gedurende het laatste jaar waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.
4.
Deze maatregelen mogen gedurende niet meer dan vijf jaar worden toegepast, tenzij het Associatiecomité de toepassing ervan over een langere periode toestaat. Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de overgangsperiode buiten werking.
5.
Deze maatregelen kunnen voor een gegeven product niet langer worden getroffen, indien meer dan drie jaar is verstreken sinds de opheffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en maatregelen van gelijke werking die op het betrokken product van toepassing waren.
6.
Egypte stelt het Associatiecomité in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen. Op verzoek van de Gemeenschap vindt vooraf overleg plaats over deze maatregelen en de sectoren waarop zij betrekking hebben. Indien het dergelijke maatregelen neemt, legt Egypte aan het comité een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit artikel ingestelde douanerechten voor. Dit tijdschema dient te voorzien in de geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat zij werden ingesteld. Het Associatiecomité kan een ander tijdschema vaststellen.
7.
In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan het Associatiecomité, in verband met de problemen bij het opzetten van een nieuwe industrie, Egypte toestaan bij uitzondering de in lid 1 bedoelde maatregelen te handhaven gedurende ten hoogste vier jaar na afloop van de overgangsperiode van twaalf jaar.
Artikel 12
Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Egypte, opgenomen in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en het Egyptische douanetarief, alsmede op de producten genoemd in bijlage I.
Artikel 13
De Gemeenschap en Egypte liberaliseren geleidelijk het onderlinge handelsverkeer in landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten die voor beide partijen van belang zijn.
1.
Voor de invoer in de Gemeenschap van de landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit Egypte en genoemd in Protocol nr. 1 gelden de regelingen van dat protocol.
2.
Voor de invoer in Egypte van de landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap genoemd in Protocol nr. 2 gelden de regelingen van dat protocol.
1.
Gedurende het derde uitvoeringsjaar van de overeenkomst onderzoeken de Gemeenschap en Egypte de situatie, teneinde vast te stellen welke maatregelen door de Gemeenschap en Egypte vanaf het begin van het vierde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst moeten worden toegepast om het in artikel 13 genoemde doel te bereiken.
2.
Onverminderd het bepaalde in lid 1, en de handelsstromen voor landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten tussen de partijen alsmede de bijzondere gevoeligheid van deze producten in aanmerking genomen, onderzoeken de Gemeenschap en Egypte in de Associatieraad per product op basis van wederkerigheid de mogelijkheid om passende wederzijdse concessies in te stellen.
3.
De overeenkomstsluitende partijen komen twee jaar na de inwerkingtreding van de op 28 oktober 2009 te Brussel ondertekende overeenkomst in de vorm van een briefwisseling bijeen om na te gaan of het mogelijk is elkaar verdere concessies op het gebied van de handel in landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten te verlenen overeenkomstig artikel 13 van deze overeenkomst. Een dergelijke bijeenkomst zal daarna regelmatig, namelijk om de twee jaar, plaatsvinden.
1.
Indien ten gevolge van de tenuitvoerlegging van het landbouwbeleid een specifieke regeling wordt ingesteld of indien de bestaande regelingen worden gewijzigd of in geval van wijziging of uitbreiding van de bepalingen betreffende de tenuitvoerlegging van het landbouwbeleid, kan de betrokken partij voor de betrokken producten de in deze overeenkomst vervatte regeling wijzigen.
2.
De betrokken partij stelt in een dergelijk geval het Associatiecomité op de hoogte. Op verzoek van de andere partij komt het Associatiecomité bijeen om te voorzien in de belangen van de verzoekende partij.
3.
Indien de Gemeenschap of Egypte krachtens lid 1 de regeling van deze overeenkomst voor landbouwproducten wijzigt, wordt voor de invoer van producten van oorsprong uit de andere partij een voordeel toegekend dat vergelijkbaar is met het voordeel waarin deze overeenkomst voorziet.
4.
Over de toepassing van dit artikel wordt in de Associatieraad overleg gepleegd.
1.
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Egypte worden geen nieuwe kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld.
2.
Ten aanzien van het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Egypte worden kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.
3.
De Gemeenschap en Egypte passen onderling geen douanerechten bij uitvoer of heffingen van gelijke werking, noch kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking toe.
1.
De rechten van toepassing op de onderlinge invoer van de partijen zijn de bij de WTO geconsolideerde rechten of de op 1 januari 1999 toegepaste rechten, indien deze lager zijn. Indien de rechten na 1 januari 1999 erga omnes zijn verlaagd, is het verlaagde recht van toepassing.
2.
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Egypte worden geen nieuwe douanerechten bij invoer of bij uitvoer of heffingen van gelijke werking ingesteld, noch worden de rechten of heffingen welke reeds van toepassing zijn verhoogd, tenzij deze overeenkomst anders bepaalt.
3.
De partijen stellen elkander in kennis van de door hen per 1 januari 1999 toegepaste rechten.
1.
Voor producten van oorsprong uit Egypte geldt bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger regeling dan die welke tussen de lidstaten onderling geldt.
2.
De bepalingen van deze overeenkomst zijn van toepassing onverminderd de bijzondere bepalingen inzake de toepassing van het gemeenschapsrecht op de Canarische Eilanden.
1.
De partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, rechtstreeks of onrechtstreeks, discrimineren tussen producten van de ene partij en soortgelijke producten van oorsprong uit de andere partij.
2.
Terugbetaling van binnenlandse belasting voor producten die naar een der partijen worden uitgevoerd, mag de bedragen van de op deze producten rustende directe of indirecte belastingen niet overschrijden.
1.
Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de instelling van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.
2.
De partijen plegen overleg in de Associatieraad over overeenkomsten tot instelling van douane-unies of vrijhandelszones en desgewenst over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun handelspolitiek ten aanzien van derde landen. Een dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Unie, teneinde rekening te kunnen houden met de wederzijdse belangen van de partijen.
Artikel 22
Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI van de GATT 1994 plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en haar binnenlandse wetgeving op dit gebied.
Artikel 23
Onverminderd het bepaalde in artikel 34 is de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen. Tot de in artikel 34, lid 2, bedoelde regels zijn vastgesteld, kan, indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI en XVI van de GATT 1994 plaatsvindt, zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen en haar binnenlandse wetgeving op dit gebied.
1.
De bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen zijn van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen.
2.
Vóór een partij vrijwaringsmaatregelen toepast krachtens artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen , verstrekt zij het Associatiecomité alle terzake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Teneinde een dergelijke oplossing te vinden voeren de partijen in het Associatiecomité onverwijld overleg. Indien de partijen niet binnen dertig dagen na de aanvang van dit overleg tot overeenstemming komen over een oplossing waarbij de toepassing van vrijwaringsmaatregelen kan worden vermeden, kan de partij die voornemens is vrijwaringsmaatregelen te nemen, de bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen toepassen.
3.
Indien krachtens dit artikel vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, kiezen de partijen bij voorrang maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst het minst verstoren.
4.
De vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van het Associatiecomité, dat hierover periodiek overleg pleegt, in het bijzonder met het oog op afschaffing van deze maatregelen, zodra de omstandigheden zulks toelaten.
1.
Indien als gevolg van de naleving van artikel 17, lid 3,
i) goederen worden wederuitgevoerd naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende partij voor het betrokken product kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast, of
ii) een ernstig tekort aan producten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende partij ontstaat of dreigt te ontstaan, en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de procedures van artikel 2.
2.
De moeilijkheden die voortvloeien uit de in lid 1 bedoelde omstandigheden worden ter beoordeling aan het Associatiecomité voorgelegd. Het Associatiecomité kan alle besluiten nemen die nodig zijn om aan de moeilijkheden een einde te maken. Indien het Associatiecomité niet binnen dertig dagen nadat de zaak aan het comité is voorgelegd een dergelijk besluit heeft genomen, kan de exporterende partij passende maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken product. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra de redenen voor hun toepassing niet meer bestaan.
Artikel 26
Niets in deze overeenkomst vormt een beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het leven van mensen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van het nationaal cultuurgoed van artistieke, historische of archeologische waarde, of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.
Artikel 27
Het begrip „producten van oorsprong" voor de toepassing van deze titel en de regelingen voor administratieve samenwerking op dit gebied zijn gedefinieerd in Protocol nr. 4.
Artikel 28
Bij invoer in de Gemeenschap worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur. Bij invoer in Egypte worden de goederen ingedeeld overeenkomstig het Egyptische douanetarief.
1.
De partijen bevestigen opnieuw hun verbintenissen op grond van de Algemene overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS), die aan de Overeenkomst tot oprichting van de WTO is gehecht, en met name de verbintenis tot wederzijdse toekenning van een meestbegunstigingsbehandeling ten aanzien van de handel in dienstensectoren waarop deze verbintenissen betrekking hebben.
2.
Overeenkomstig de GATS is deze behandeling niet van toepassing op:
a) door een partij toegekende voordelen overeenkomstig de bepalingen van een overeenkomst als gedefinieerd in a rtikel V van de GATS of maatregelen die genomen zijn op grond van een dergelijke overeenkomst;
b) andere voordelen toegekend overeenkomstig de lijst van uitzonderingen op de meestbegunstigingsclausule die door een partij aan de GATS is gehecht.
1.
De partijen zullen overwegen de toepassingssfeer van de overeenkomst uit te breiden met het recht van vestiging van vennootschappen van een partij op het grondgebied van de andere partij en de liberalisering van de dienstverlening door vennootschappen van een partij aan ontvangers van diensten in een andere partij.
2.
De Associatieraad doet de nodige aanbevelingen voor de uitvoering van de in lid 1 vermelde doelstelling.
Bij het opstellen van deze aanbevelingen houdt de Associatieraad rekening met de ervaring die is opgedaan met de uitvoering van de meestbegunstigingsbehandeling die de partijen elkander wederzijds toekennen overeenkomstig hun wederzijdse verplichtingen in het kader van de GATS , met name artikel V .
3.
De uitvoering van de in lid 1 genoemde doelstelling wordt door de Associatieraad uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan een eerste onderzoek onderworpen.
Artikel 31
Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 33 verbinden de partijen zich ertoe machtiging te verlenen tot alle betalingen op de lopende rekening in volledig converteerbare valuta.
1.
Vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst zien de Gemeenschap en Egypte toe op de liberalisering van het kapitaalverkeer voor rechtstreekse investeringen in ondernemingen die volgens het recht van het gastland zijn opgericht, alsmede de vereffening en repatriëring van deze investeringen en daaruit voortvloeiende winst.
2.
De partijen voeren overleg om het verkeer van kapitaal tussen de Gemeenschap en Egypte te vergemakkelijken, en geheel vrij te geven zodra de omstandigheden zulks toelaten.
Artikel 33
Indien een of meer lidstaten van de Gemeenschap dan wel Egypte in ernstige betalingsbalansproblemen verkeren of dreigen te verkeren, kan de Gemeenschap, respectievelijk Egypte, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in het kader van de GATT en de artikelen VIII en XIV van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds, beperkingen instellen ten aanzien van de lopende betalingen, indien dergelijke beperkingen strikt noodzakelijk zijn. De Gemeenschap, respectievelijk Egypte, stelt de andere partij hiervan onmiddellijk in kennis en doet deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema toekomen voor de opheffing van deze maatregelen.
1.
Onverenigbaar met de goede werking van de overeenkomst zijn, voorzover de handel tussen de Gemeenschap en Egypte daardoor ongunstig kan worden beïnvloed:
i) alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen welke ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;
ii) het misbruik van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Egypte of op een wezenlijk deel daarvan;
iii) alle overheidssteun die de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen door begunstiging van bepaalde ondernemingen of van de productie van bepaalde goederen.
2.
De Associatieraad neemt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst een besluit tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van lid 1.
In afwachting van de vaststelling van deze bepalingen worden de bepalingen van artikel 23 toegepast voor de tenuitvoerlegging van lid 1, onder iii).
3.
Elke partij voorziet in doorzichtigheid ten aanzien van de overheidssteun, met name door ieder jaar aan de andere partij mededeling te doen van het totale bedrag en de verdeling van de verstrekte steun en door op verzoek informatie over steunprogramma's te verstrekken. Indien een partij daarom verzoekt, verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid.
4.
Lid 1, onder iii) is niet van toepassing op de landbouwproducten vermeld in titel II, hoofdstuk 2. Op deze producten zijn de WTO-overeenkomst inzake de landbouw en de desbetreffende bepalingen van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen van toepassing.
5.
Indien de Gemeenschap of Egypte van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1 kunnen zij passende maatregelen nemen na overleg in het kader van het Associatiecomité of na een termijn van dertig werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg, mits:
met de in lid 2 bedoelde uitvoeringsmaatregelen die praktijk niet afdoende kan worden tegengegaan, of
indien deze uitvoeringsbepalingen ontbreken, de praktijk de belangen van de andere partij ernstig schaadt of dreigt te schaden of aan haar nationale industrie, met inbegrip van de dienstverlenende sector, aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen.
Met betrekking tot praktijken die onverenigbaar zijn met lid 1, onder iii), kunnen, indien de WTO-regels erop van toepassing zijn, deze passende maatregelen alleen worden vastgesteld volgens de procedures en voorwaarden bepaald door de WTO of in een ander in het kader daarvan tot stand gekomen instrument dat voor beide partijen van toepassing is.
6.
Niettegenstaande eventueel daarmee strijdige bepalingen die overeenkomstig lid 2 zijn vastgesteld, wisselen de partijen informatie uit met inachtneming van de beperkingen welke voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim.
Artikel 35
De lidstaten en Egypte passen, zonder afbreuk te doen aan de in het kader van de GATT aangegane verplichtingen, alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, zodanig dat uiterlijk vanaf het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tussen onderdanen van de lidstaten en van Egypte geen discriminatie meer bestaat wat de voorwaarden voor aankoop en verkoop van goederen betreft. Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van de maatregelen die daartoe worden genomen.
Artikel 36
Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Egypte verstoren en strijdig zijn met de belangen van de partijen, worden vastgesteld of gehandhaafd. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering, de jure of de facto, van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen.
1.
Overeenkomstig het bepaalde in dit artikel en in bijlage VI zien de partijen toe op adequate en effectieve bescherming van intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten, overeenkomstig de gebruikelijke internationale normen, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten te doen gelden.
2.
De tenuitvoerlegging van dit artikel en van bijlage VI wordt regelmatig door de partijen geëvalueerd. Bij problemen op het gebied van intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten die afbreuk doen aan het handelsverkeer, wordt op verzoek van een partij spoedoverleg overleg gevoerd om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen.
Artikel 38
De partijen stellen zich een geleidelijke liberalisering van de overheidsopdrachten ten doel. De Associatieraad voert overleg over de tenuitvoerlegging van deze doelstelling.
1.
De partijen verbinden zich ertoe tot wederzijds voordeel hun economische samenwerking te versterken.
2.
De economische samenwerking heeft als doel:
bevordering van de verwezenlijking van de algemene doelstellingen van deze overeenkomst;
bevordering van de totstandkoming van evenwichtige economische betrekkingen tussen de partijen;
ondersteuning van de inspanningen van Egypte om duurzame economische en sociale ontwikkeling tot stand te brengen.
1.
De samenwerking is in de eerste plaats gericht op sectoren waar zich interne problemen voordoen of die gevolgen ondervinden van de liberalisering van de gehele Egyptische economie, met name de liberalisering van het handelsverkeer tussen Egypte en de Gemeenschap.
2.
Voorts wordt bij de samenwerking prioriteit gegeven aan de sectoren die de economieën van Egypte en de Gemeenschap dichter tot elkander brengen, met name sectoren die groei en werkgelegenheid scheppen.
3.
De samenwerking moedigt maatregelen om de intraregionale samenwerking te stimuleren aan.
4.
Bij de uitvoering van de verschillende terreinen van de economische samenwerking wordt de bescherming van het milieu en het ecologische evenwicht in acht genomen, voor zover relevant voor die terreinen.
5.
De partijen kunnen overeenkomen hun economische samenwerking uit te breiden tot sectoren die niet onder de bepalingen van deze titel vallen.
Artikel 41. Methoden en procedures
De economische samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van:
a) een regelmatige economische dialoog tussen de partijen die alle terreinen van het macro-economisch beleid bestrijkt;
b) regelmatige uitwisseling van informatie en ideeën op alle terreinen van de samenwerking; in dit verband worden onder meer bijeenkomsten van ambtenaren en deskundigen gehouden;
c) uitwisseling van advies, deskundigheid en scholing;
d) gezamenlijke activiteiten als seminars en werkgroepen;
e) technische en administratieve bijstand en bijstand op het gebied van regelgeving.
Artikel 42. Onderwijs en opleiding
De partijen stellen in onderlinge samenwerking welke de meest effectieve methoden zijn om onderwijs en beroepsopleidingen significant te verbeteren, en passen deze methoden toe, met name ten aanzien van overheidsondernemingen en particuliere ondernemingen, handelsgerelateerde dienstverlening, de overheid, technische instellingen, instanties voor normalisatie en certificatie en andere relevante organisaties. In dit verband wordt bijzondere aandacht geschonken aan de toegang voor vrouwen tot hoger onderwijs en opleidingsfaciliteiten.
De samenwerking stimuleert tevens de totstandkoming van betrekkingen tussen gespecialiseerde instanties in de Gemeenschap en Egypte en bevordert de uitwisseling van informatie en ervaring en het gezamenlijk gebruik van technische faciliteiten.
a) het bevorderen van duurzame betrekkingen tussen de wetenschappelijke gemeenschap in de Gemeenschap en die in Egypte, met name door middel van:
openstelling van onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's van de Gemeenschap voor Egypte, overeenkomstig de geldende bepalingen inzake de deelname van derde landen;
deelname van Egypte aan netwerken voor gedecentraliseerde samenwerking;
bevordering van synergie tussen opleiding en onderzoek;
b) het versterken van de onderzoekscapaciteit in Egypte;
c) het stimuleren van technologische innovatie, uitwisseling van nieuwe technologieën en verspreiding van kennis.
1.
De samenwerking heeft als doel het voorkomen van de aantasting van het milieu, het terugdringen van verontreiniging en het rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen, teneinde duurzame ontwikkeling te waarborgen.
2.
Specifiek richt de samenwerking zich op de volgende terreinen:
woestijnvorming;
de kwaliteit van het water van de Middellandse Zee en de bestrijding en voorkoming van verontreiniging van de zee;
waterbeheer;
energiebeheer;
afvalbeheer;
verzilting;
beheer van het milieu van gevoelige kustgebieden;
de effecten van industriële ontwikkeling en met name de veiligheid van industriële installaties;
de gevolgen van de landbouw voor de kwaliteit van bodem en water;
milieueducatie en -voorlichting.
Artikel 45. Industriële samenwerking
De samenwerking bevordert en stimuleert met name:
het debat over industriebeleid en concurrentie in een open economie;
de industriële samenwerking tussen bedrijven in de Gemeenschap en in Egypte: dit houdt onder meer toegang voor Egypte in tot communautaire netwerken voor samenwerking tussen ondernemingen en tot netwerken voor gedecentraliseerde samenwerking;
de modernisering en herstructurering van de Egyptische industrie;
totstandbrenging van een voor de ontwikkeling van het particuliere bedrijfsleven gunstig klimaat, teneinde groei en diversifiëring van de industriële productie te stimuleren;
overdracht van technologie, innovatie en onderzoek en ontwikkeling;
ontwikkeling van het menselijk potentieel;
toegang tot de kapitaalmarkt ten behoeve van de financiering van productieve investeringen.
Artikel 46. Investeringen en stimulering van investeringen
De samenwerking is gericht op versterking van de instroom van kapitaal, deskundigheid en technologie naar Egypte door onder meer:
op gepaste wijze investeringsmogelijkheden en bronnen van informatie over investeringsregels te identificeren;
informatie te verstrekken over Europese investeringsregelingen (technische bijstand, rechtstreekse financiële ondersteuning, fiscale stimuleringsmaatregelen, investeringsverzekering en dergelijke) voor investeringen buiten de EG, en Egypte beter in staat te stellen daarvan te profiteren;
een juridisch klimaat tot stand te brengen dat bevorderlijk is voor de onderlinge investeringen, eventueel door sluiting door Egypte en de lidstaten van overeenkomsten ter bescherming van investeringen en overeenkomsten ter vermijding van dubbele belastingheffing;
de mogelijkheden voor de oprichting van joint ventures te onderzoeken, met name voor het midden- en kleinbedrijf, en voor de sluiting van overeenkomsten tussen de lidstaten en Egypte;
mechanismen voor de stimulering van investeringen in te stellen.
De samenwerking kan zich uitstrekken tot planning en uitvoering van projecten waarmee ter plaatse de doeltreffende verwerving en gebruik van basistechnologieën, het gebruik van normen, de ontwikkeling van het menselijk potentieel en het scheppen van werkgelegenheid kan worden gedemonstreerd.
Artikel 47. Normalisatie en conformiteitsbeoordeling
De partijen streven ernaar de verschillen op het gebied van harmonisatie en conformiteitsbeoordeling te beperken. Specifiek richt de samenwerking in dit verband zich op de volgende terreinen:
a) voorschriften op het gebied van normalisatie, metrologie, kwaliteitsnormen en erkenning van conformiteit, met name wat betreft sanitaire en fytosanitaire normen voor landbouwproducten en voedingsmiddelen;
b) modernisering van de Egyptische instanties voor conformiteitsbeoordeling, teneinde te zijner tijd overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning van conformiteitsbeoordeling te sluiten;
c) het ontwikkelen van structuren voor de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom, normalisatie en kwaliteitsnormen.
Artikel 48. Aanpassing van wetgeving
De partijen doen wat in hun vermogen ligt om hun wetgeving onderling aan te passen, teneinde de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst te vereenvoudigen.
Artikel 49. Financiële diensten
De partijen werken samen om hun normen en voorschriften te harmoniseren, onder andere met het oog op:
a) versterking en herstructurering van de financiële sector in Egypte;
b) verbetering van de boekhoudings- en boekhoudcontrolesystemen, alsmede het toezicht op en de reglementering van het bankwezen, het verzekeringswezen en andere segmenten van de financiële sector in Egypte.
Artikel 50. Landbouw en visserij
De samenwerking is gericht op:
a) modernisering en herstructurering van landbouw en visserij, onder meer door modernisering van infrastructuur en uitrusting, ontwikkeling van technologie voor verpakking, opslag en marketing en verbetering van particuliere distributieketens;
b) diversificatie van productie en externe afzetmarkten, onder meer door stimulering van de oprichting van joint ventures in de agro-industriële sector;
c) hechtere samenwerking op veterinair en fytosanitair gebied en inzake teelttechnieken teneinde handelsverkeer tussen de partijen te vergemakkelijken. De partijen wisselen hiertoe informatie uit.
Artikel 51. Vervoer
De samenwerking is gericht op:
herstructurering en modernisering van weg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur die gekoppeld is aan de belangrijkste trans-Europese verbindingen van gemeenschappelijk belang;
definitie en toepassing van exploitatienormen die vergelijkbaar zijn met die welke in de Gemeenschap gangbaar zijn;
vernieuwing van technische installaties voor multimodaal vervoer, containervervoer en overslag;
verbetering van het beheer van luchthavens, de luchtverkeersleiding en de spoorwegen, mede inhoudende samenwerking tussen de verantwoordelijke nationale instanties;
verbetering van navigatiehulpmiddelen.
Artikel 52. Telecommunicatie en informatiemaatschappij
De partijen erkennen dat informatie- en communicatietechnologieën een cruciaal element zijn van een moderne samenleving, een vitale factor voor de economische en sociale ontwikkeling en een hoeksteen van de opkomende informatiemaatschappij.
De samenwerkingsactiviteiten van de partijen op dit gebied zijn gericht op:
een dialoog over vraagstukken die verband houden met de verschillende aspecten van de informatiemaatschappij, zoals het telecommunicatiebeleid;
uitwisseling van informatie en mogelijke technische bijstand op het gebied van regelgeving, normalisatie, conformiteitsbeoordeling en certificering in verband met informatietechnologieën en telecommunicatie;
verspreiding van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën en verfijning van nieuwe toepassingen op dit gebied;
uitvoering van gezamenlijke projecten voor onderzoek, technische ontwikkeling of industriële toepassingen op het gebied van informatietechnologieën, communicatie, telematica en de informatiemaatschappij;
deelname van Egyptische organisaties, binnen de gevestigde kaders, aan proefprojecten en Europese programma's;
onderlinge koppeling van netwerken en interoperabiliteit van telematicadiensten in de Gemeenschap en Egypte.
Artikel 53. Energie
Bij de samenwerking genieten prioriteit:
bevordering van duurzame energie;
bevordering van energiebesparing en efficiënt energiegebruik;
toegepast onderzoek naar datanetwerken in de economische en sociale sector, met name ten behoeve van de verbinding tussen ondernemingen in de Gemeenschap en in Egypte;
ondersteuning voor de modernisering en ontwikkeling van energienetwerken en koppeling daarvan aan de netwerken van de Gemeenschap.
Artikel 54. Toerisme
De prioriteiten voor de samenwerking zijn:
stimulering van investeringen in het toerisme;
verbetering van de kennis van de toeristenindustrie en versterking van de consistentie van beleid dat op het toerisme van invloed is;
betere seizoensspreiding van het toerisme;
bevordering van de samenwerking met regio's en steden in buurlanden;
benadrukking van het belang van het culturele erfgoed voor het toerisme;
zorgen voor een passende wisselwerking tussen toerisme en het milieu;
versterking van het concurrentievermogen van het toerisme door steun voor professionalisering.
1.
De partijen ontwikkelen de samenwerking op douanegebied teneinde erop toe te zien dat de handelsbepalingen worden nageleefd. Bij de samenwerking hebben prioriteit:
a) vereenvoudiging van controles en procedures voor in- en uitklaring van goederen;
b) toepassing van het „enig document" en een systeem om de douanevervoerregelingen van de Gemeenschap en Egypte te koppelen.
2.
Onverminderd het bepaalde in de overeenkomst inzake verdere samenwerking, in het bijzonder wat de bestrijding van drugs en het witwassen van geld betreft, verlenen de douaneadministraties van de partijen elkander administratieve bijstand overeenkomstig Protocol nr. 5.
Artikel 56. Statistiek
De samenwerking is met name gericht op harmonisatie van de door de partijen gebruikte methoden, zodat betrouwbare statistieken kunnen worden opgesteld voor alle gebieden die onder deze overeenkomst vallen en voor statistische verwerking in aanmerking komen.
1.
De partijen werken samen om te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengst van criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.
2.
De samenwerking op dit gebied omvat mede technische en administratieve bijstand voor het opzetten van effectieve normen voor de bestrijding van witwassen, die met de internationale normen overeenstemmen.
1.
De samenwerking is met name gericht op:
verbetering van de effectiviteit van beleid en maatregelen ter voorkoming en bestrijding van het aanbod van en de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, alsmede op bestrijding van het misbruik van deze producten;
bevordering van een gezamenlijke aanpak voor het terugdringen van de vraag.
2.
De partijen bepalen gezamenlijk, in overeenstemming met hun respectieve wetgeving, welke strategieën en samenwerkingsmethoden geboden zijn om deze doelstellingen te bereiken. Hun optreden, voor zover niet gemeenschappelijk, wordt gebaseerd op overleg en nauwe coördinatie.
Aan dit optreden kunnen de betrokken overheidsinstellingen en particuliere instellingen deelnemen, alle overeenkomstig hun bevoegdheden, in samenwerking met de bevoegde instanties van Egypte, de Gemeenschap en haar lidstaten.
3.
De samenwerking wordt verwezenlijkt door middel van uitwisseling van informatie en waar nodig gezamenlijke activiteiten met betrekking tot:
oprichting of uitbreiding van instellingen voor sociale dienstverlening en gezondheidszorg en informatiecentra voor de behandeling en sociale reïntegratie van drugsverslaafden;
uitvoering van projecten op het gebied van preventie, voorlichting, opleiding, en epidemiologisch onderzoek;
het opstellen van effectieve normen voor de voorkoming van het onrechtmatig gebruik van precursoren en andere essentiële stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, overeenkomend met de internationale normen.
Artikel 59. Bestrijding van terrorisme
Overeenkomstig internationale verdragen en hun nationale wetgeving werken de partijen samen op dit gebied, waarbij de nadruk ligt op:
uitwisseling van informatie over middelen en methoden voor de bestrijding van terrorisme;
uitwisseling van ervaringen met betrekking tot de voorkoming van terrorisme;
gezamenlijk onderzoek naar de voorkoming van terrorisme.
Artikel 60. Regionale samenwerking
De samenwerking is met name gericht op:
ontwikkeling van de economische infrastructuur;
wetenschappelijk en technologisch onderzoek;
intraregionale handel;
douanezaken;
cultuur;
milieuvraagstukken.
Artikel 61. Bescherming van de consument
De samenwerking op dit gebied is gericht op de harmonisatie van de regelingen voor de bescherming van de consument in de Europese Gemeenschap en in Egypte en dient voor zover mogelijk gericht te zijn op:
versterking van de onderlinge compatibiliteit van de consumentenwetgeving, teneinde handelsbelemmeringen te voorkomen;
instelling, ontwikkeling en onderlinge koppeling van systemen voor wederzijdse informatieverstrekking over gevaarlijke voedingsmiddelen en industrieproducten (systemen voor vroegtijdige waarschuwing);
uitwisseling van informatie en deskundigen;
organisatie van opleidingsregelingen en verlening van technische bijstand.
Artikel 62
De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan billijke behandeling van hun werknemers die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven en werkzaam zijn. De lidstaten en Egypte komen overeen, indien een van hen daarom verzoekt, besprekingen te openen over onderlinge bilaterale overeenkomsten inzake arbeidsvoorwaarden voor en socialezekerheidsrechten van werknemers uit Egypte en de lidstaten die legaal verblijven en werkzaam zijn op hun grondgebied.
1.
Tussen de partijen wordt een regelmatige dialoog ingesteld over onderwerpen op sociaal gebied die voor hen van belang zijn.
2.
In het kader van deze dialoog wordt onderzocht hoe vooruitgang kan worden bewerkstelligd wat betreft het verkeer van werknemers, gelijke behandeling en sociale integratie van onderdanen van Egypte en van de lidstaten van de Gemeenschap die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven.
3.
De dialoog heeft met name betrekking op alle vraagstukken betreffende:
a) leef- en werkomstandigheden van migrantengemeenschappen;
b) migratie;
c) illegale migratie;
d) activiteiten ter bevordering van de gelijke behandeling van onderdanen van Egypte en van de lidstaten van de Gemeenschap, wederzijdse kennis van cultuur en beschaving, bevordering van tolerantie en afschaffing van discriminatie.
Artikel 64
De dialoog over sociale aangelegenheden wordt gevoerd volgens dezelfde procedures als die waarin in titel I van deze overeenkomst wordt voorzien.
Artikel 65
Teneinde de samenwerking op sociaal gebied tussen de partijen te consolideren, worden activiteiten en programma's uitgevoerd op alle gebieden die voor hen van belang zijn. Hierbij hebben de volgende onderwerpen prioriteit:
a) vermindering van de migratiedruk, met name door het verbeteren van de levensomstandigheden, het scheppen van werkgelegenheid en inkomensgenerende activiteiten en het ontwikkelen van het onderwijs in de gebieden waaruit emigranten afkomstig zijn;
b) bevordering van de betrokkenheid van vrouwen bij het economische en sociale ontwikkelingsproces;
c) ontwikkeling en versterking van Egyptische programma's voor gezinsplanning en de bescherming van moeder en kind;
d) verbetering van het stelsel van sociale zekerheid;
e) verbetering van de gezondheidszorg;
f) verbetering van de levensomstandigheden in arme gebieden;
g) uitvoering en financiering van uitwisselings- en vrijetijdsprogramma's voor gemengde groepen Europese en Egyptische jongeren die in de lidstaten verblijven ter bevordering van de kennis van elkanders cultuur en van de tolerantie.
Artikel 66
De samenwerkingsactiviteiten kunnen worden uitgevoerd in samenwerking met de lidstaten en bevoegde internationale organisaties.
Artikel 67
De Associatieraad richt voor het einde van het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst een werkgroep op. Deze wordt belast met de permanente en regelmatige evaluatie van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot en met 3.
Artikel 68
De partijen werken samen teneinde illegale immigratie te voorkomen en controleren. Hiertoe geldt het volgende:
iedere lidstaat van de Europese Gemeenschap verbindt zich ertoe eigen onderdanen die illegaal op het grondgebied van Egypte verblijven op verzoek van Egypte zonder verdere formaliteiten over te nemen, zodra de betrokken personen uitdrukkelijk als zodanig zijn geïdentificeerd;
Egypte verbindt zich ertoe eigen onderdanen die illegaal op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschap verblijven op verzoek van die lidstaat zonder verdere formaliteiten over te nemen, zodra de betrokken personen uitdrukkelijk als zodanig zijn geïdentificeerd.
Voor dergelijke doeleinden verstrekken de lidstaten en Egypte hun onderdanen passende identiteitsdocumenten.
Wat de lidstaten van de Europese Unie betreft zijn de verplichtingen van dit artikel uitsluitend van toepassing op personen die voor de toepassing van het Gemeenschapsrecht geacht worden hun onderdanen te zijn.
Wat Egypte betreft zijn de verplichtingen van dit artikel uitsluitend van toepassing op personen die overeenkomstig het Egyptische rechtsstelsel en alle relevante wetgeving betreffende het staatsburgerschap geacht worden onderdanen van Egypte te zijn.
Artikel 69
Na de inwerkingtreding van de overeenkomst openen de partijen op verzoek van een van hen onderhandelingen over de sluiting van onderlinge bilaterale overeenkomsten waarin hun specifieke verplichtingen betreffende de overname van hun onderdanen worden geregeld. Indien een partij zulks noodzakelijk acht, bevatten dergelijke overeenkomsten tevens regelingen voor de overname van onderdanen van derde landen. In die regelingen wordt bepaald welke categorieën personen onder de regelingen vallen, alsmede op welke wijze de overname dient te geschieden. Egypte wordt passende financiële en technische steun verleend voor de tenuitvoerlegging van deze regelingen.
Artikel 70
De Associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen kunnen worden verricht voor de voorkoming van en de controle op illegale immigratie en met betrekking tot andere consulaire aangelegenheden.
1.
De partijen bevorderen de culturele samenwerking ten aanzien van terreinen van wederzijds belang, in een geest van respect voor elkanders cultuur. Er wordt een duurzame dialoog inzake cultuur ingesteld. De samenwerking is met name gericht op het bevorderen van:
het conserveren en restaureren van historisch en cultureel erfgoed (monumenten en locaties van cultuurhistorische waarde, artefacten, zeldzame boeken en handschriften en dergelijke);
de uitwisseling van tentoonstellingen, theatergroepen, kunstenaars, letterkundigen, intellectuelen, culturele evenementen en dergelijke;
vertalingen;
de opleiding van personen die in de cultuursector werkzaam zijn.
2.
De samenwerking op het gebied van de audiovisuele media bevordert coproducties en gezamenlijke opleidingsactiviteiten. De partijen streven ernaar de deelname van Egypte aan communautaire initiatieven op dit gebied te stimuleren.
3.
De partijen zijn het erover eens dat cultuurprogramma's van de Gemeenschap en een of meer lidstaten, alsmede andere activiteiten van wederzijds belang, tot Egypte kunnen worden uitgebreid.
4.
De partijen stimuleren culturele samenwerking van commerciële aard, met name door middel van gezamenlijke projecten (voor productie, investering en marketing), opleiding en uitwisseling van informatie.
5.
Bij de vaststelling van samenwerkingsactiviteiten en -programma's en gezamenlijke activiteiten besteden de partijen bijzondere aandacht aan jongeren, aan zelfexpressie en communicatievaardigheden met gebruikmaking van schriftelijke en audiovisuele media, en aan monumentenzorg en verbreiding van cultuur.
6.
De samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van:
een regelmatige dialoog tussen de partijen;
regelmatige uitwisseling van informatie en ideeën in alle sectoren van samenwerking, onder meer door middel van bijeenkomsten van ambtenaren en deskundigen;
activiteiten op het gebied van adviesverlening, expertise en opleiding;
gezamenlijke activiteiten als seminars en workshops;
technische en administratieve bijstand en bijstand op het gebied van de regelgeving;
verspreiding van informatie over samenwerkingsinitiatieven.
Artikel 72
Ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst wordt een financieel samenwerkingspakket aan Egypte ter beschikking gesteld volgens de passende procedures en met de vereiste financiële middelen.
De financiële samenwerking is met name gericht op:
het bevorderen van hervormingen die gericht zijn op de modernisering van de economie;
het op peil brengen van de economische infrastructuur;
het bevorderen van particuliere investeringen en activiteiten die werkgelegenheid scheppen;
het opvangen van de gevolgen voor Egypte van de geleidelijke instelling van een vrijhandelsgebied, met name door de industrie te moderniseren en te herstructureren en Egyptes exportcapaciteit te vergroten;
flankerende maatregelen voor beleid in de sociale sector;
het bevorderen van de capaciteit en het vermogen van Egypte op het gebied van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten;
aanvullende maatregelen, waar nodig, ter uitvoering van bilaterale overeenkomsten ter voorkoming en beheersing van illegale immigratie;
flankerende maatregelen ten behoeve van de formulering en tenuitvoerlegging van de concurrentiewetgeving.
Artikel 73
Met het oog op een gecoördineerde benadering van uitzonderlijke macro-economische en financiële problemen die uit de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst zouden kunnen voortvloeien, schenken de partijen bijzondere aandacht aan de ontwikkelingen in het handelsverkeer en de financiële betrekkingen tussen de Gemeenschap en Egypte in het kader van de krachtens titel V ingestelde regelmatige economische dialoog.
Artikel 74
Er wordt een Associatieraad opgericht, die éénmaal per jaar, of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen, op ministerieel niveau bijeenkomt op initiatief van zijn voorzitter, overeenkomstig het reglement van orde.
De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
1.
De Associatieraad bestaat uit enerzijds leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en anderzijds leden van de regering van Egypte.
2.
De leden van de Associatieraad kunnen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde van deze Associatieraad vast te stellen voorwaarden.
3.
De Associatieraad stelt zijn reglement van orde vast.
4.
De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en een lid van de regering van Egypte, zulks overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde van de Associatieraad.
Artikel 76
Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd.
De besluiten van de Associatieraad zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan tevens alle nuttige aanbevelingen doen.
De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.
1.
Er wordt een Associatiecomité opgericht, dat toezicht houdt op het beheer van deze Overeenkomst, onder voorbehoud van de aan de Associatieraad toegekende bevoegdheden.
2.
De Associatieraad kan alle of een deel van zijn bevoegdheden aan het Associatiecomité delegeren.
1.
Het Associatiecomité vergadert op het niveau van hoge ambtenaren en bestaat uit enerzijds vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, en anderzijds vertegenwoordigers van de regering van Egypte.
2.
Het Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.
3.
Het voorzitterschap van het Associatiecomité wordt bij toerbeurt bekleed door een vertegenwoordiger van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en een vertegenwoordiger van de regering van de Arabische Republiek Egypte.
1.
Het Associatiecomité heeft beslissingsbevoegdheid inzake het beheer van deze overeenkomst en op de terreinen waarop de Associatieraad bevoegdheden aan het Associatiecomité heeft gedelegeerd.
2.
De besluiten van het Associatiecomité worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan.
Artikel 80
De Associatieraad kan besluiten werkgroepen of lichamen in te stellen die voor de uitvoering van de overeenkomst nodig zijn. Hij stelt voor alle aldus aan hem ondergeschikte werkgroepen of lichamen de werkopdracht vast.
Artikel 81
De Associatieraad neemt alle nuttige maatregelen ter bevordering van de samenwerking en de contacten tussen het Europees Parlement en de Volksvergadering van Egypte.
1.
Elk der partijen kan ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst aan de Associatieraad voorleggen.
2.
De Associatieraad kan het geschil bij besluit beslechten.
3.
Beide partijen zijn verplicht de maatregelen te treffen die voor de uitvoering van besluiten als bedoeld in lid 2 noodzakelijk zijn.
4.
Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, kan elk der partijen de andere partij ervan in kennis stellen dat zij een scheidsrechter heeft aangewezen, waarop de andere partij binnen twee maanden een tweede scheidsrechter dient aan te wijzen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en de lidstaten geacht één partij bij het geschil te zijn.
De Associatieraad wijst een derde scheidsrechter aan.
De scheidsrechters besluiten bij meerderheid van stemmen.
Elke partij bij het geschil treft de maatregelen die voor de tenuitvoerlegging van het besluit van de scheidsrechters noodzakelijk zijn.
Artikel 83
Niets in deze overeenkomst belet een overeenkomstsluitende partij maatregelen te nemen:
a) die zij nodig acht om onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist te beletten;
b) die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmaterieel of met onderzoek, ontwikkeling of productie die onmisbaar zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
c) die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.
Artikel 84
Op de door deze overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende:
de regelingen die Egypte ten opzichte van de Gemeenschap toepast mogen geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van de lidstaten, hun onderdanen of hun vennootschappen;
de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Egypte toepast mogen geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van Egyptische onderdanen of vennootschappen.
Artikel 85
Ten aanzien van directe belastingen heeft geen der bepalingen van de overeenkomst tot gevolg dat:
de door een partij toegekende voordelen op fiscaal gebied in enige internationale overeenkomst of regeling waardoor deze partij gebonden is worden uitgebreid;
de vaststelling of toepassing door een partij van maatregelen ter voorkoming van fraude of belastingontduiking wordt verhinderd;
afbreuk wordt gedaan aan het recht van een partij de ter zake doende bepalingen van haar fiscale wetgeving toe te passen op belastingplichtigen die zich niet in een zelfde situatie bevinden, met name ten aanzien van hun woonplaats.
1.
De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in de overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.
2.
Indien een der partijen van mening is dat de andere partij een verplichting die uit de overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in geval van wezenlijke inbreuk op deze overeenkomst door de andere partij, verstrekt zij de Associatieraad alle terzake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Wezenlijke inbreuk op deze overeenkomst houdt in: verbreking van deze overeenkomst in strijd met de algemene regels van het internationale recht of ernstige schending van een essentieel element van deze overeenkomst, waardoor een klimaat wordt geschapen dat niet bevorderlijk is voor overleg, alsmede situaties waarin uitstel afbreuk zou doen aan de doelstellingen van deze overeenkomst.
3.
Bij de keuze van maatregelen als bedoeld in lid 2 wordt voorrang gegeven aan maatregelen die de werking van deze overeenkomst het minst verstoren. De partijen komen voorts overeen dat deze maatregelen in overeenstemming dienen te zijn met het internationale recht en in verhouding dienen te staan tot de schending.
De genomen maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Associatieraad gebracht en op verzoek van de andere partij in de Associatieraad besproken. Indien een der partijen in geval van wezenlijke inbreuk op de overeenkomst als bedoeld in lid 2 een maatregel neemt, kan de andere partij een beroep doen op de procedure voor geschillenbeslechting.
Artikel 87
De protocollen 1 tot en met 5 en de bijlagen I tot en met VI vormen een integrerend onderdeel van de overeenkomst.
Artikel 88
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen" verstaan: enerzijds Egypte, en anderzijds de Gemeenschap, dan wel de lidstaten, dan wel de Gemeenschap en de lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.
Artikel 89
Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.
Elk der partijen kan deze overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. Zes maanden na de datum van die kennisgeving houdt deze overeenkomst op van toepassing te zijn.
Artikel 90
Deze overeenkomst is van toepassing op enerzijds het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn, overeenkomstig het bepaalde in die verdragen, en anderzijds op het grondgebied van Egypte.
Artikel 91
Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Arabische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
1.
Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.
Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de partijen elkander ervan kennisgeving doen dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.
2.
Bij inwerkingtreding vervangt deze overeenkomst de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Egypte en de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en Egypte, ondertekend te Brussel op 18 januari 1977.
1
Voor de invoer in de Europese Gemeenschap van de in de bijlage bij dit protocol genoemde producten van oorsprong uit Egypte gelden de onderstaande voorwaarden.
2
Vanaf de datum van inwerkingtreding van de op Brussel te 28 oktober 2009 ondertekende overeenkomst in de vorm van een briefwisseling (hierna „de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling”) worden de douanerechten die van toepassing zijn op de invoer in de Europese Gemeenschap van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit Egypte afgeschaft, behalve wanneer in tabel 1 van de bijlage anders is bepaald.
3
De douanerechten die gelden voor de in tabel 2 van de bijlage bedoelde landbouwproducten van oorsprong uit Egypte, worden afgeschaft of verlaagd binnen de grenzen van de tariefcontingenten die in kolom „b” worden vermeld.
Voor hoeveelheden die de contingenten overschrijden, worden de douanerechten verlaagd met het percentage dat in kolom „c” wordt vermeld.
Voor het eerste jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling wordt de omvang van de tariefcontingenten berekend in verhouding tot het basisvolume, rekening houdend met het gedeelte van de periode dat op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst reeds is verstreken.
4
Voor producten van de GN-codes 07032000 en 07070005 wordt de omvang van het tariefcontingent van kolom „b” jaarlijks met 3 % van de omvang van het vorige jaar verhoogd, waarbij de eerste verhoging één jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling plaatsvindt.
5
Voor producten van de GN-codes 08101000, 100620, 100630 en 100640 wordt de omvang van het tariefcontingent van kolom „b” gedurende een periode van vijf jaar jaarlijks met 3 % van de omvang van het vorige jaar verhoogd, waarbij de eerste verhoging één jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling plaatsvindt.
6
Voor producten van de GN-codes 18061030, 18061090, 18062095, 21012098 en 21069059 wordt de omvang van het tariefcontingent van kolom „b” gedurende een periode van vijf jaar jaarlijks met 5 % van de omvang van het vorige jaar verhoogd, waarbij de eerste verhoging één jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling plaatsvindt.
7
Voor producten van de GN-codes 17049099, 19019099, 21011298, 21069098 en 33021029 wordt de omvang van het tariefcontingent van kolom „b” gedurende een periode van vijf jaar jaarlijks met 10 % van de omvang van het vorige jaar verhoogd, waarbij de eerste verhoging één jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst plaatsvindt.
8
a) Onverminderd de in punt 2 van dit protocol vastgestelde voorwaarden, geldt met betrekking tot de producten waarop, enerzijds, invoerprijzen overeenkomstig artikel 140 bis van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad 2)[3] en, anderzijds, ad-valoremdouanerechten en specifieke douanerechten overeenkomstig het gemeenschappelijk douanetarief van toepassing zijn, dat de afschaffing alleen van toepassing is op het ad-valoremgedeelte van het recht.
b) De door de Europese Gemeenschap en Egypte overeengekomen invoerprijs, vanaf welke het specifieke recht als vermeld in de lijst van concessies die door de Gemeenschap bij de WTO is aangemeld, tot nul wordt verlaagd, bedraagt van 1 december tot en met 31 mei voor verse sinaasappelen, andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen), van GN-code 08051020 3)[4] binnen het tariefcontingent van 36300 ton dat op de concessie betreffende ad-valoremdouanerechten van toepassing is, 264 EUR per ton.
Als de invoerprijs voor een zending 2, 4, 6, of 8 % lager is dan de overeengekomen invoerprijs, dan is het specifieke douanerecht gelijk aan respectievelijk 2, 4, 6, of 8 % van deze overeengekomen invoerprijs. Indien de invoerprijs voor een zending lager is dan 92 % van de overeengekomen invoerprijs, is het bij de WTO geconsolideerde specifieke douanerecht van toepassing.
1
Voor de invoer in de Arabische Republiek Egypte van de in de bijlage bij dit protocol genoemde producten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap gelden de onderstaande voorwaarden.
2
Vanaf de datum van inwerkingtreding van de op Brussel te 28 oktober 2009 ondertekende overeenkomst in de vorm van een briefwisseling (hierna „de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling”) worden de douanerechten die van toepassing zijn op de invoer in de Arabische Republiek Egypte van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap afgeschaft, behalve voor de in tabel 1 genoemde producten.
3
De douanerechten die gelden voor de in tabel 2 van de bijlage bedoelde landbouwproducten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap, worden afgeschaft of verlaagd binnen de grenzen van de tariefcontingenten die in kolom „b” worden vermeld.
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:
a. „vervaardiging’’: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;
b. „materiaal’’: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen, enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;
c. „product’’: het verkregen product, zelfs indien het bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;
d. „goederen’’: zowel materialen als producten;
e. „douanewaarde’’: de waarde zoals bepaald bij de overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);
f. „prijs af fabriek’’: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Egypte in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, voorzover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
g. „waarde van de materialen’’: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of Egypte is betaald;
h. „waarde van de materialen van oorsprong’’: de waarde van deze materialen als omschreven onder g, welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;
i. „toegevoegde waarde’’: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte materialen die van oorsprong zijn uit de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waar cumulatie van toepassing is of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die in de Gemeenschap of in Egypte voor deze materialen is betaald;
j. „hoofdstukken’’ en „posten’’: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerde systeem’’ of „GS’’ genoemd;
k. „ingedeeld’’: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;
l. „zending’’: producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;
m. „gebieden’’: omvatten ook de territoriale wateren.
1.
Voor de toepassing van de overeenkomst worden de volgende producten beschouwd van oorsprong te zijn uit de Gemeenschap:
a. geheel en al in de Gemeenschap verkregen producten in de zin van artikel 5;
b. in de Gemeenschap verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de Gemeenschap een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6.
c. goederen van oorsprong uit de Europese Economische Ruimte (EER), in de zin van Protocol nr. 4 bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte .
2.
Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit Egypte:
a. geheel en al in Egypte verkregen producten, in de zin van artikel 5;
b. in Egypte verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in Egypte een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6.
3.
De bepalingen van lid 1, onder c) zijn alleen van toepassing indien er een vrijhandelsovereenkomst van toepassing is tussen enerzijds Egypte en anderzijds de EER/EVA-landen (IJsland, Liechtenstein en Noorwegen).
1.
Onverminderd artikel 2, lid 1, worden producten als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien zij daar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit Zwitserland (met inbegrip van Liechtenstein) (1), IJsland, Noorwegen, Turkije of de Gemeenschap, op voorwaarde dat deze materialen in de Gemeenschap be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan die welke in artikel 7 zijn genoemd. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.
2.
Onverminderd artikel 2, lid 1, worden producten als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien zij daar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit de Faeröer of een land dat deelneemt aan het Euro-mediterrane partnerschap, dat is gebaseerd op de verklaring van Barcelona die werd vastgesteld tijdens de Euro-mediterrane Conferentie van 27 en 28 november 1995, met uitzondering van Turkije, op voorwaarde dat deze materialen in de Gemeenschap be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan die welke in artikel 7 zijn genoemd. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.
3.
Indien de in de Gemeenschap verrichte be- of verwerkingen niet ingrijpender zijn dan de in artikel 7 bedoelde be- of verwerkingen, wordt het verkregen product enkel als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien de aldaar toegevoegde waarde groter is dan die van de gebruikte materialen van oorsprong uit een van de andere dan in de leden 1 en 2 bedoelde landen. Is dit niet het geval, dan wordt het verkregen product beschouwd als van oorsprong uit het land dat de hoogste waarde vertegenwoordigt van de bij de vervaardiging in de Gemeenschap gebruikte materialen van oorsprong.
4.
De producten van oorsprong uit een van de in de leden 1 en 2 genoemde landen die in de Gemeenschap geen enkele be- of verwerking ondergaan, behouden hun oorsprong wanneer zij naar een van deze landen worden uitgevoerd.
5.
De cumulatie waarin dit artikel voorziet kan uitsluitend worden toegepast op voorwaarde dat:
a. Een preferentiële handelsovereenkomst overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT) van toepassing is tussen de landen die betrokken zijn bij het verwerven van de oorsprong en het land van bestemming;
b. materialen en producten de oorsprong hebben verkregen door toepassing van oorsprongsregels die gelijk zijn aan die van dit protocol; en
c. kennisgevingen zijn gepubliceerd waaruit blijkt dat is voldaan aan de vereisten voor de toepassing van cumulatie in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie en in Egypte volgens zijn eigen procedures.
De cumulatie waarin dit artikel voorziet, is van toepassing met ingang van de datum die is aangegeven in de kennisgeving in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.
De Gemeenschap zal Egypte door tussenkomst van de Commissie van de Europese Gemeenschappen nadere gegevens verstrekken over de overeenkomsten, met inbegrip van de datums van inwerkingtreding, en de daarin opgenomen oorsprongsregels, die met de andere in de leden 1 en 2 genoemde landen worden toegepast.
1.
Onverminderd artikel 2, lid 2, worden producten als van oorsprong uit Egypte beschouwd indien zij daar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit Zwitserland (met inbegrip van Liechtenstein) (1), IJsland, Noorwegen, Turkije of de Gemeenschap, op voorwaarde dat deze materialen in Egypte be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan die welke in artikel 7 zijn genoemd. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.
2.
Onverminderd artikel 2, lid 2, worden producten als van oorsprong uit Egypte beschouwd indien zij daar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit de Faeröer of een land dat deelneemt aan het Euro-mediterrane partnerschap, gebaseerd op de verklaring van Barcelona die werd vastgesteld tijdens de Euro-mediterrane Conferentie van 27 en 28 november 1995, met uitzondering van Turkije, op voorwaarde dat deze materialen in Egypte be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan die welke in artikel 7 zijn genoemd. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.
3.
Indien de in Egypte verrichte be- of verwerkingen niet ingrijpender zijn dan de in artikel 7 bedoelde be- of verwerkingen, wordt het verkregen product enkel als van oorsprong uit Egypte beschouwd indien de aldaar toegevoegde waarde groter is dan die van de gebruikte materialen van oorsprong uit een van de andere in de leden 1 en 2 bedoelde landen. Is dit niet het geval, dan wordt het verkregen product beschouwd als van oorsprong uit het land dat de hoogste waarde vertegenwoordigt van de bij de vervaardiging in Egypte gebruikte materialen van oorsprong.
4.
De producten van oorsprong uit een van de in de leden 1 en 2 genoemde landen die in Egypte geen enkele be- of verwerking ondergaan, behouden hun oorsprong wanneer zij naar een van deze landen worden uitgevoerd.
(1)?Het vorstendom Liechtenstein heeft een douane-unie met Zwitserland en is partij bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
5.
De cumulatie waarin dit artikel voorziet kan uitsluitend worden toegepast op voorwaarde dat:
a. Een preferentiële handelsovereenkomst overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT) van toepassing is tussen de landen die betrokken zijn bij het verwerven van de oorsprong en het land van bestemming;
b. materialen en producten de oorsprong hebben verkregen door toepassing van oorsprongsregels die gelijk zijn aan die van dit protocol; en
c. kennisgevingen zijn gepubliceerd waaruit blijkt dat is voldaan aan de vereisten voor de toepassing van cumulatie in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie en in Egypte volgens zijn eigen procedures.
De cumulatie waarin dit artikel voorziet, is van toepassing met ingang van de datum die is aangegeven in de kennisgeving in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie. Egypte zal de Gemeenschap door tussenkomst van de Commissie van de Europese Gemeenschappen nadere gegevens verstrekken over de overeenkomsten, met inbegrip van de datums van inwerkingtreding, en de daarin opgenomen oorsprongsregels, die met de andere in de leden 1 en 2 genoemde landen worden toegepast.
1.
Als geheel en al in de Gemeenschap of in Egypte verkregen worden beschouwd:
a. aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen minerale producten;
b. aldaar geoogste producten van het plantenrijk;
c. aldaar geboren en gefokte levende dieren;
d. producten afkomstig van aldaar gefokte levende dieren;
e. voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;
f. producten van de zeevisserij en andere door hun schepen buiten de territoriale wateren van de Gemeenschap of Egypte uit de zee gewonnen producten;
g. producten uitsluitend uit de onder f bedoelde producten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;
h. aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen, met inbegrip van gebruikte banden die uitsluitend geschikt zijn om van een nieuw loopvlak te worden voorzien of slechts als afval kunnen worden gebruikt;
i. afval en schroot afkomstig van aldaar verrichte fabrieksbewerkingen;
j. producten, gewonnen uit de zeebodem of -ondergrond buiten de territoriale wateren, mits zij alleen het recht hebben op ontginning van deze bodem of ondergrond;
k. goederen die aldaar uitsluitend uit de onder a tot en met j bedoelde producten zijn vervaardigd.
2.
De termen „hun schepen’’ en „hun fabrieksschepen’’ in lid 1, onder f en g, zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen:
a. die in een lidstaat van de Gemeenschap of Egypte zijn ingeschreven of geregistreerd;
b. die de vlag van een lidstaat van de Gemeenschap of van Egypte voeren;
c. die voor ten minste 50 procent toebehoren aan onderdanen van lidstaten van de Gemeenschap of van Egypte of aan een onderneming die haar hoofdkantoor in een van deze staten heeft en waarvan de bedrijfsvoerder(s), de voorzitter van de raad van bestuur of van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen zijn van een lidstaat van de Gemeenschap of van Egypte, en waarvan bovendien, in het geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan deze staten of aan openbare lichamen of onderdanen daarvan;
d. waarvan de kapitein en de officieren onderdanen zijn van lidstaten van de Gemeenschap of van Egypte; en
e. waarvan de bemanning voor ten minste 75% bestaat uit onderdanen van lidstaten of van Egypte.
1.
Niet geheel en al verkregen producten worden geacht een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan in de zin van artikel 2, indien aan de voorwaarden van de lijst in bijlage II is voldaan.
In deze lijst is voor alle onder deze overeenkomst vallende producten aangegeven welke be- of verwerkingen niet van oorsprong zijnde materialen moeten ondergaan om de oorsprong te verkrijgen en zijn slechts op deze materialen van toepassing. Dit betekent dat indien een product dat de oorsprong heeft verkregen doordat het aan de voorwaarden in die lijst voor dat product heeft voldaan, als materiaal gebruikt wordt bij de vervaardiging van een ander product, de voorwaarden die van toepassing zijn op het product waarin het wordt verwerkt daarvoor niet gelden. Er wordt dan geen rekening gehouden met niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging ervan zijn gebruikt.
2.
In afwijking van het bepaalde in lid 1 kunnen niet van oorsprong zijnde materialen die volgens de voorwaarden in de lijst in bijlage II bij de vervaardiging van een bepaald product niet mogen worden gebruikt, in de volgende gevallen toch worden gebruikt:
a. wanneer de totale waarde ervan niet meer dan 10% bedraagt van de prijs af fabriek van het product;
b. wanneer een in de lijst vermelde maximumwaarde voor niet van oorsprong zijnde materialen door de toepassing van dit lid niet wordt overschreden.
Dit lid is niet van toepassing op producten die onder de Hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld.
3.
De leden 1 en 2 zijn van toepassing onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 7.
1.
Behoudens lid 2 worden de volgende be- of verwerkingen beschouwd als ontoereikend om de oorsprong te verlenen, ongeacht of aan de voorwaarden van artikel 6 is voldaan:
a. behandelingen om de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren;
b. het splitsen en samenvoegen van colli;
c. het wassen, schoonmaken; het stofvrij maken, verwijderen van roest, olie, verf of dergelijke;
d. het strijken of persen van textiel;
e. het eenvoudig schilderen of polijsten;
f. het doppen, het geheel of gedeeltelijk bleken, het polijsten of glanzen van granen en rijst;
g. het kleuren van suiker of het vormen van suikerklonten;
h. het pellen, ontpitten of schillen van noten, vruchten of groenten;
i. het aanscherpen, eenvoudig vermalen of eenvoudig versnijden;
j. het zeven, sorteren, classificeren, assorteren (daaronder begrepen het samenstellen van sets van artikelen);
k. het eenvoudig plaatsen in flessen, flacons, blikken, zakken, kratten of dozen, het bevestigen op kaarten of platen en alle andere eenvoudige handelingen in verband met de opmaak;
l. het aanbrengen of opdrukken van merken, etiketten, beeldmerken of andere soortgelijke onderscheidingstekens op de producten zelf of op de verpakking;
m. het eenvoudig mengen van producten, ook van verschillende soorten;
n. het eenvoudig samenvoegen van delen van artikelen tot een volledig artikel dan wel het uit elkaar nemen van artikelen in onderdelen;
o. twee of meer van de onder a tot en met n vermelde behandelingen tezamen;
p. het slachten van dieren.
2.
Om te bepalen of de be- of verwerkingen die een bepaald product heeft ondergaan ontoereikend zijn in de zin van lid 1 worden alle be- of verwerkingen die dit product in de Gemeenschap of in Egypte heeft ondergaan tezamen genomen.
1.
De determinerende eenheid voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol is het product dat bij de bepaling van de indeling volgens het geharmoniseerd systeem als de basiseenheid wordt beschouwd.
Hieruit volgt:
a. wanneer een product, bestaande uit een groep of verzameling van artikelen, onder één enkele post van het geharmoniseerd systeem wordt ingedeeld, het geheel de in aanmerking te nemen eenheid vormt;
b. wanneer een zending bestaat uit een aantal identieke producten die onder dezelfde post van het geharmoniseerd systeem worden ingedeeld, elk product voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol afzonderlijk moet worden genomen.
2.
Wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong.
Artikel 9. Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen
Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn inbegrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.
Artikel 10. Stellen of assortimenten
Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 procent van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.
Artikel 11. Neutrale elementen
Om te bepalen of een product een product van oorsprong is, behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van bij de vervaardiging van dat product gebruikte:
a. energie en brandstof;
b. fabrieksuitrusting;
c. machines en werktuigen;
d. goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen; die bij de vervaardiging gebruikt kunnen zijn.
1.
Behoudens artikel 2, lid 1, onder c, de artikelen 3 en 4, en lid 3 van dit artikel moet aan de voorwaarden in titel II voor het verkrijgen van de oorsprong zonder onderbreking in de Gemeenschap of in Egypte zijn voldaan.
2.
Behoudens de artikelen 3 en 4 worden producten van oorsprong uit de Gemeenschap of Egypte die naar een ander land worden uitgevoerd en teruggezonden, niet als van oorsprong beschouwd tenzij ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat:
a. de terugkerende goederen dezelfde zijn als de eerder uitgevoerde goederen; en
b. de goederen tijdens de periode dat ze waren uitgevoerd geen andere be- of verwerkingen hebben ondergaan dan die welke noodzakelijk waren om ze in goede staat te bewaren.
3.
Het verkrijgen van de oorsprong overeenkomstig de voorwaarden van titel II wordt niet beïnvloed door be- of verwerkingen buiten de Gemeenschap of Egypte van uit de Gemeenschap of Egypte uitgevoerde en later wederingevoerde materialen, indien:
a. deze materialen geheel en al in de Gemeenschap of Egypte zijn verkregen dan wel, voorafgaand aan de uitvoer, aldaar be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan die welke in artikel 7 zijn genoemd. en
b. ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat:
i. de wederingevoerde goederen het resultaat zijn van de be- of verwerking van de uitgevoerde materialen; en
ii. de totale buiten de Gemeenschap of Egypte toegevoegde waarde niet meer dan 10% bedraagt van de prijs af fabriek van het als product van oorsprong aangemerkte eindproduct.
4.
Voor de toepassing van lid 3 is titel II betreffende het verkrijgen van de oorsprong niet van toepassing op buiten de Gemeenschap of Egypte verrichte be- of verwerkingen. Wanneer evenwel de lijst in bijlage II de regel bevat volgens welke de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen een bepaalde waarde niet mogen overschrijden, mogen de totale waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die in het gebied van de betrokken partij zijn be- of verwerkt, tezamen met de totale, door de toepassing van dit artikel buiten de Gemeenschap of Egypte toegevoegde waarde, het vermelde percentage niet overschrijden.
5.
Voor de toepassing van de leden 3 en 4 wordt onder „totale toegevoegde waarde’’ verstaan alle buiten de Gemeenschap of Egypte gemaakte kosten, met inbegrip van de waarde van de aldaar toegevoegde materialen.
6.
De leden 3 en 4 zijn niet van toepassing op producten die niet aan de voorwaarden van de lijst in bijlage II voldoen of die slechts kunnen worden aangemerkt als toereikend te zijn be- of verwerkt door toepassing van de algemene tolerantieregel van artikel 6, lid 2.
7.
De leden 3 en 4 zijn niet van toepassing op producten van de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem.
8.
De in dit artikel bedoelde be- of verwerkingen buiten de Gemeenschap of Egypte vinden plaats in het kader van de regeling passieve veredeling of een soortgelijke regeling.
1.
De bij deze overeenkomst vastgestelde preferentiële regeling is uitsluitend van toepassing op producten die aan de voorwaarden van dit protocol voldoen en die rechtstreeks tussen de Gemeenschap en Egypte of over het grondgebied van een ander in de artikelen 3 en 4 genoemd land waarmee cumulatie van toepassing is, zijn vervoerd. Goederen die één enkele zending vormen, kunnen via een ander grondgebied worden vervoerd, eventueel met overslag of tijdelijke opslag op dit grondgebied, voorzover ze in het land van doorvoer of opslag onder toezicht van de douane blijven en aldaar geen andere behandelingen ondergaan dan lossen en opnieuw laden of behandelingen om ze in goede staat te bewaren.
Producten van oorsprong mogen per pijpleiding via een ander grondgebied dan dat van de Gemeenschap of van Egypte worden vervoerd.
2.
Het bewijs dat aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, wordt geleverd door overlegging van de volgende stukken aan de douaneautoriteiten van het land van invoer:
a. een enkel vervoerdocument dat het vervoer dekt van het land van uitvoer door het land van doorvoer,
b. een door de douaneautoriteiten van het land van doorvoer afgegeven certificaat:
i. een nauwkeurige omschrijving van de goederen;
ii. de data waarop de producten gelost en opnieuw geladen zijn, in voorkomend geval onder vermelding van de gebruikte schepen of andere vervoermiddelen; en
iii. dat een verklaring bevat over de voorwaarden waarop de goederen in het land van doorvoer verbleven,
c. hetzij, bij gebreke van bovengenoemde stukken, enig ander bewijsstuk.
1.
De overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong die naar een tentoonstelling in een ander dan de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waarmee cumulatie van toepassing is, zijn verzonden en die na de tentoonstelling zijn verkocht en in de Gemeenschap of in Egypte worden ingevoerd, mits ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat:
a. een exporteur deze producten vanuit de Gemeenschap of Egypte naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en ze daar heeft tentoongesteld;
b. deze exporteur de producten heeft verkocht of op andere wijze afgestaan aan een geadresseerde in de Gemeenschap of Egypte;
c. de producten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan zijn verzonden; en
d. dat de goederen vanaf het moment dat zij naar de tentoonstelling werden verzonden, niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.
2.
Een bewijs van de oorsprong wordt overeenkomstig de bepalingen van titel V afgegeven of opgesteld en op de normale wijze bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend. Op dit bewijs zijn de naam en het adres van de tentoonstelling vermeld. Zo nodig kunnen aanvullende bewijsstukken worden gevraagd betreffende de aard van de goederen en de omstandigheden waaronder zij zijn tentoongesteld.
3.
Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, beurzen of soortgelijke openbare evenementen met een commercieel, industrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter die niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten worden gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht zijn gebleven.
1.
a. Niet van oorsprong zijnde materialen die gebruikt zijn bij de vervaardiging van producten van oorsprong uit de Gemeenschap, Egypte of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waarvoor overeenkomstig titel V een bewijs van oorsprong is afgegeven of opgesteld, komen in de Gemeenschap of in Egypte niet in aanmerking voor teruggave of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook.
b. De onder hoofdstuk 3 en de posten 1604 en 1605 van het geharmoniseerd systeem ingedeelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van artikel 2, lid 1, onder c, waarvoor overeenkomstig titel V een bewijs van de oorsprong is afgegeven of opgesteld, komen in de Gemeenschap niet in aanmerking voor teruggave of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook.
2.
Het verbod in lid 1 is van toepassing op elke regeling voor terugbetaling of algehele of gedeeltelijke vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking die in de Gemeenschap of in Egypte van toepassing is op materialen die bij de vervaardiging worden gebruikt en op de in lid 1, onder b, bedoelde producten, indien een dergelijke terugbetaling of vrijstelling uitdrukkelijk of feitelijk wordt toegekend indien de producten die uit genoemde materialen zijn verkregen worden uitgevoerd, doch niet van toepassing is indien deze producten voor binnenlands gebruik zijn bestemd.
3.
De exporteur van producten die door een bewijs van oorsprong zijn gedekt, dient steeds bereid te zijn op verzoek van de douaneautoriteiten alle stukken over te leggen waaruit blijkt dat geen teruggave of vrijstelling van rechten is verkregen ten aanzien van de bij de vervaardiging van de betrokken producten gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn en dat alle douanerechten en heffingen van gelijke werking die op deze materialen van toepassing zijn, daadwerkelijk zijn betaald.
4.
De leden 1, 2 en 3 zijn ook van toepassing op de verpakking in de zin van artikel 8, lid 2, op accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen in de zin van artikel 9 en op artikelen die deel uitmaken van een stel of assortiment in de zin van artikel 10, wanneer dergelijke producten niet van oorsprong zijn.
5.
De leden 1 tot en met 4 zijn uitsluitend van toepassing op materialen van de soort waarop de overeenkomst van toepassing is. Zij doen geen afbreuk aan het systeem van restituties bij de uitvoer van landbouwproducten overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst.
6.
Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien de producten worden beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap of Egypte zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen.
7.
Niettegenstaande lid 1 mag Egypte, behalve voor producten die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 1 tot en met 24 van het geharmoniseerd systeem, regelingen toepassen voor de teruggave of vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking die van toepassing zijn op niet van oorsprong zijnde materialen die gebruikt zijn bij de vervaardiging van producten van oorsprong, op voorwaarde dat:
a) een douanerecht van 4 %, of een lager recht indien dit in Egypte van toepassing is, wordt geheven op producten die onder de hoofdstukken 25 tot en met 49 en 64 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld;
b) een douanerecht van 8 %, of een lager recht indien dit in Egypte van toepassing is, wordt geheven op producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld.
Dit lid is tot en met 31 december 2015 van toepassing en kan in onderling overleg worden herzien.
1.
De bepalingen van deze overeenkomst zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap die in Egypte worden ingevoerd en op producten van oorsprong uit Egypte die in de Gemeenschap worden ingevoerd, op vertoon van een van de volgende bewijzen van oorsprong:
a. een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, waarvan het model in bijlage III a is opgenomen;
b. een certificaat inzake goederenverkeer EUR-MED, waarvan het model in bijlage III b is opgenomen;
c. in de in artikel 22, lid 1, bedoelde gevallen, een verklaring van de exporteur (hierna „factuurverklaring’’ genoemd, of „factuurverklaring EUR-MED’’) op een factuur, pakbon of een ander handelsdocument, waarin de producten duidelijk genoeg zijn omschreven om geïdentificeerd te kunnen worden;
de teksten van de factuurverklaringen zijn opgenomen in bijlagen IV a en b.
2.
Niettegenstaande lid 1 vallen producten van oorsprong in de zin van dit protocol in de in artikel 27 bedoelde gevallen onder de toepassing van deze overeenkomst zonder dat een van de in lid 1genoemde bewijzen van oorsprong behoeft te worden overgelegd.
1.
Certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED worden afgegeven door de douaneautoriteiten van het land of gebied overzee van uitvoer op schriftelijke aanvraag van de exporteur of, onder diens verantwoordelijkheid, van zijn gemachtigde vertegenwoordiger.
2.
Hiervoor vult de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger zowel het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED als het aanvraagformulier in. Modellen van beide formulieren zijn in bijlagen III a en b opgenomen.
De formulieren worden ingevuld in een van de talen waarin de overeenkomst is opgesteld, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien zij met de hand worden ingevuld, dient dit met inkt en in blokletters te gebeuren. De producten moeten worden omschreven in het daartoe bestemde vak en er mogen geen regels worden opengelaten.
Indien dit vak niet volledig is ingevuld, wordt onder de laatste regel een horizontale lijn getrokken en het niet-ingevulde gedeelte doorgekruist.
3.
De exporteur die om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED verzoekt, dient steeds in staat te zijn op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer waar het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED wordt afgegeven, de nodige documenten te overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
4.
Behoudens lid 5 wordt een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 afgegeven door de douaneautoriteiten van een lidstaat van de Gemeenschap of Egypte in de volgende gevallen:
?indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of Egypte, zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, en voldoen aan de andere eisen van dit protocol;
?indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waarmee cumulatie van toepassing is, zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, en voldoen aan de andere eisen van dit protocol, op voorwaarde dat een EUR-MED-certificaat of een factuurverklaring EUR-MED is afgegeven in het land van oorsprong.
5.
Het certificaat inzake goederenverkeer EUR-MED wordt afgegeven door de douaneautoriteiten van een lidstaat van de Gemeenschap of van Egypte indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap, uit Egypte of uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waarmee cumulatie van toepassing is en indien aan de voorwaarden van dit protocol is voldaan, en:
?cumulatie werd toegepast met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, of
?de producten kunnen worden gebruikt als materialen in het kader van cumulatie voor de vervaardiging van producten voor uitvoer naar een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, of
?de producten opnieuw kunnen worden uitgevoerd uit het land van bestemming naar een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen.
6.
Een certificaat inzake het goederenverkeer EUR-MED bevat een van de volgende verklaringen in het Engels in vak 7:
?indien de oorsprong is verkregen door toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een of meer van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen:
„CUMULATIE TOEGEPAST MET …’’ (naam land(en))
?indien de oorsprong is verkregen zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een of meer van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen:
„GEEN CUMULATIE TOEGEPAST’’.
7.
De met de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED belaste douaneautoriteiten nemen alle nodige maatregelen om te controleren of de producten daadwerkelijk van oorsprong zijn, en gaan na of aan alle andere voorwaarden van dit protocol is voldaan. Met het oog hierop zijn zij gerechtigd bewijsstukken op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en alle andere controles te verrichten die zij dienstig achten. Zij zien er ook op toe dat de in lid 2 bedoelde formulieren correct zijn ingevuld. Met name wordt nagegaan of het voor de omschrijving van de goederen bestemde vak zodanig is ingevuld dat frauduleuze toevoegingen niet mogelijk zijn.
8.
De datum van afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED wordt vermeld in vak 11 van het certificaat.
9.
Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED wordt door de douaneautoriteiten afgegeven en ter beschikking van de exporteur gesteld zodra de goederen daadwerkelijk worden uitgevoerd of wanneer het zeker is dat ze zullen worden uitgevoerd.
1.
In afwijking van artikel 17, lid 9, kan een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED bij wijze van uitzondering worden afgegeven na de uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft, indien
a. dit door een vergissing, onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden niet bij de uitvoer is gebeurd; of
b. ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED wel was afgegeven, maar bij invoer om technische redenen niet is aanvaard.
2.
In afwijking van artikel 17, lid 9, kan een certificaat inzake goederenverkeer EUR-MED worden afgegeven na de uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft en waarvoor ten tijde van de uitvoer een certificaat inzake goederenverkeer EUR-1 was afgegeven, indien ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat aan de in artikel 17, lid 5, genoemde voorwaarden is voldaan.
3.
Met het oog op de toepassing van de leden 1 en 2 dient de exporteur in zijn aanvraag de plaats en de datum van uitvoer te vermelden van de producten waarop het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED betrekking heeft, onder opgave van de redenen van zijn aanvraag.
4.
Vóór de douaneautoriteiten tot afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED overgaan, dienen zij te hebben vastgesteld dat de gegevens in de aanvraag van de exporteur overeenstemmen met die in het desbetreffende dossier.
5.
Op achteraf afgegeven certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED wordt de volgende Engelse zin aangebracht: „ISSUED RETROSPECTIVELY’’. Op achteraf krachtens lid 2 afgegeven certificaten inzake goederenverkeer EUR-MED wordt de volgende Engelse zin aangebracht: „ISSUED RETROSPECTIVELY (Original EUR.1 no. ... [datum en plaats van afgifte]’’.
6.
De in lid 5 bedoelde aantekening wordt aangebracht in vak 7 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED.
1.
In geval van diefstal, verlies of vernietiging van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED, kan de exporteur de douaneautoriteiten die dit certificaat hadden afgegeven, verzoeken een duplicaat op te maken aan de hand van de uitvoerdocumenten die in hun bezit zijn.
2.
Op het aldus afgegeven duplicaat wordt het volgende Engelse woord aangebracht: „DUPLICATE’’.
3.
De in lid 2 bedoelde aantekening wordt aangebracht in vak 7 van het duplicaat-certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED.
4.
Het duplicaat, dat dezelfde datum van afgifte draagt als het oorspronkelijke certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED, is vanaf die datum geldig.
Artikel 20. Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong
Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of in Egypte onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Egypte. Dit certificaat of deze certificaten EUR.1 of EUR-MED worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt.
1.
Wanneer het aanzienlijke kosten of materiële moeilijkheden met zich brengt om afzonderlijke voorraden aan te houden van identieke en onderling verwisselbare materialen die van oorsprong en die niet van oorsprong zijn, kunnen de douaneautoriteiten op schriftelijk verzoek van de betrokkene toestaan dat voor het beheer van deze voorraden de methode van gescheiden boekhouding (hierna: „de methode’’ genoemd) wordt gebruikt.
2.
Met behulp van de methode moet het mogelijk zijn dat in een bepaalde referentieperiode hetzelfde aantal producten „van oorsprong’’ wordt verkregen als verkregen zou zijn indien de voorraden fysiek waren gescheiden.
3.
De douaneautoriteiten kunnen aan de verlening van de in lid 1 bedoelde vergunning voor het gebruik van deze methode de door hen passend geachte voorwaarden verbinden.
4.
De methode wordt toegepast, en de toepassing ervan wordt vastgelegd overeenkomstig de algemeen aanvaarde boekhoudbeginselen die van toepassing zijn in het land waar het product is vervaardigd.
5.
Het bedrijf dat de methode toepast, kan bewijzen van de oorsprong afgeven of aanvragen, al naar gelang van het geval, voor de hoeveelheid producten die als van oorsprong kunnen worden beschouwd. De vergunninghouder verstrekt op verzoek van de douaneautoriteiten een verklaring over de wijze waarop de hoeveelheden zijn beheerd.
6.
De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de vergunning en kunnen deze intrekken wanneer de vergunninghouder deze niet correct gebruikt of niet aan een van de andere in dit protocol omschreven voorwaarden voldoet.
1.
Een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED als bedoeld in artikel 16, lid 1, onder c, kan worden opgesteld door:
a. een toegelaten exporteur in de zin van artikel 23; of
b. alle exporteurs, voor zendingen bestaande uit een of meer colli die producten van oorsprong bevatten waarvan de totale waarde niet meer dan 6.000 EUR bedraagt.
2.
Behoudens lid 3 kan een factuurverklaring worden opgesteld in de volgende gevallen:
?indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of Egypte, zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, en voldoen aan de andere eisen van dit protocol;
?indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waarmee cumulatie van toepassing is, zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, en voldoen aan de andere eisen van dit protocol, op voorwaarde dat een EUR-MED-certificaat of een factuurverklaring EUR-MED is afgegeven in het land van oorsprong.
3.
Een factuurverklaring EUR-MED kan worden opgesteld indien de producten kunnen worden beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap, uit Egypte of uit een van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waarmee cumulatie van toepassing is, en aan de voorwaarden van dit protocol voldoen, en:
?cumulatie werd toegepast met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, of
?de producten kunnen worden gebruikt als materialen in het kader van cumulatie voor de vervaardiging van producten voor uitvoer naar een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, of
?de producten opnieuw kunnen worden uitgevoerd uit het land van bestemming naar een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen.
4.
Een factuurverklaring EUR-MED bevat een van de volgende verklaringen in het Engels:
?indien de oorsprong is verkregen door toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een of meer van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen:
„CUMULATIE TOEGEPAST MET ...’’ (naam land(en))
?indien de oorsprong is verkregen zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een of meer van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen:
„GEEN CUMULATIE TOEGEPAST’’.
5.
De exporteur die een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED opstelt moet op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer steeds de nodige documenten kunnen overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
6.
Een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED, waarvan de tekst in bijlagen IV a en b is opgenomen, wordt door de exporteur op de factuur, de pakbon of een ander handelsdocument getypt, gestempeld of gedrukt in een van de in die bijlagen opgenomen talenversies, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien de factuurverklaring met de hand wordt opgesteld, moet dit met inkt en in blokletters geschieden.
7.
De factuurverklaring en factuurverklaringen EUR-MED worden door de exporteur eigenhandig ondertekend. Een toegelaten exporteur in de zin van artikel 23 behoeft deze verklaring echter niet te ondertekenen, mits hij de douaneautoriteiten een schriftelijke verklaring doet toekomen waarin hij de volle verantwoordelijkheid op zich neemt voor alle factuurverklaringen waaruit zijn identiteit blijkt alsof hij deze eigenhandig had ondertekend.
8.
Een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED kan door de exporteur worden opgesteld bij of na de uitvoer van de goederen waarop zij betrekking heeft, doch dient binnen twee jaar na de invoer van deze producten in het land van invoer te worden aangeboden.
1.
De douaneautoriteiten van het land van uitvoer kunnen een exporteur (hierna „toegelaten exporteur’’ genoemd) die veelvuldig producten verzendt waarop de overeenkomst van toepassing is vergunning verlenen factuurverklaringen of factuurverklaringen EUR-MED op te stellen ongeacht de waarde van de betrokken producten. Om voor een dergelijke vergunning in aanmerking te komen, moet de exporteur naar het oordeel van de douaneautoriteiten de nodige waarborgen bieden met betrekking tot de controle op de oorsprong van de producten en de naleving van alle andere voorwaarden van dit protocol.
2.
De douaneautoriteiten kunnen het verlenen van de status van toegelaten exporteur afhankelijk stellen van door hen noodzakelijk geachte voorwaarden.
3.
De douaneautoriteiten kennen de toegelaten exporteur een nummer toe, dat in de factuurverklaring of de factuurverklaring EUR-MED wordt vermeld.
4.
De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de vergunning door de toegelaten exporteur.
5.
De douaneautoriteiten kunnen de vergunning te allen tijde intrekken. Zij zijn verplicht dit te doen wanneer de toegelaten exporteur niet meer de in lid 1 bedoelde garanties biedt, niet meer aan de in lid 2 bedoelde voorwaarden voldoet, of de vergunning oneigenlijk gebruikt.
1.
Bewijzen van oorsprong zijn vier maanden geldig vanaf de datum van afgifte in het land van uitvoer en moeten binnen deze periode worden ingediend bij de douaneautoriteiten van het land van invoer.
2.
Bewijzen van oorsprong die na het verstrijken van de in lid 1 genoemde termijn bij de douaneautoriteiten van het land van invoer worden ingediend, kunnen met het oog op de toepassing van de preferentiële behandeling worden aanvaard wanneer de verlate indiening het gevolg is van overmacht of buitengewone omstandigheden.
3.
In andere gevallen van verlate indiening kunnen de douaneautoriteiten van het land van invoer de bewijzen van oorsprong aanvaarden indien de producten vóór het verstrijken van genoemde termijn bij hen zijn aangebracht.
Artikel 25. Overlegging van bewijzen van oorsprong
Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen om een vertaling van dit bewijs vragen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte en invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.
Artikel 26. Invoer in deelzendingen
Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de Afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.
1.
Goederen die in kleine zendingen door particulieren aan particulieren worden verzonden of die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers worden als producten van oorsprong toegelaten zonder dat een bewijs van oorsprong behoeft te worden overgelegd, voorzover aan zulke goederen ieder handelskarakter vreemd is en verklaard wordt dat zij aan de voorwaarden voor de toepassing van dit protocol voldoen en er over de juistheid van deze verklaring geen twijfel bestaat.
Voor postzendingen kan deze verklaring op het douaneaangifteformulier CN22/CN23 of op een daaraan gehecht blad worden gesteld.
2.
Als invoer waaraan ieder handelskarakter vreemd is wordt beschouwd de invoer van incidentele aard van goederen die uitsluitend bestemd zijn voor persoonlijk gebruik door de geadresseerde, de reiziger of de leden van hun gezin, mits noch de aard, noch de hoeveelheid van de goederen op commerciële doeleinden wijzen.
3.
Voorts mag de totale waarde van deze producten niet hoger zijn dan 500 EUR voor kleine zendingen of 1 200 EUR voor producten die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers.
Artikel 28. Bewijsstukken
De in artikel 17, lid 3, en artikel 22, lid 5, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED of een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED worden gedekt producten van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, Egypte of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:
a. een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;
b. in de Gemeenschap of in Egypte afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;
c. in de Gemeenschap of in Egypte afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking in de Gemeenschap of in Egypte blijkt;
d. certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED of factuurverklaringen of factuurverklaringen EUR-MED waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt, die overeenkomstig dit protocol in de Gemeenschap of in Egypte zijn afgegeven of opgesteld, of die in een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen zijn opgesteld overeenkomstig oorsprongsregels die gelijk zijn aan de oorsprongsregels in dit protocol;
e. passende bewijsstukken betreffende be- of verwerking buiten de Gemeenschap of Egypte in toepassing van artikel 12 waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van dat artikel is voldaan.
1.
De exporteur die om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED verzoekt, bewaart de in artikel 17, lid 3, bedoelde bewijsstukken gedurende een periode van ten minste drie jaar.
2.
Exporteurs die een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED opstellen, dienen een kopie van deze factuurverklaring en van de in artikel 22, lid 5, bedoelde documenten gedurende ten minste drie jaar te bewaren.
3.
De douaneautoriteiten van het land van uitvoer die een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED afgeven bewaren het in artikel 17, lid 2, bedoelde aanvraagformulier gedurende een periode van ten minste drie jaar.
4.
De douaneautoriteiten van het land van invoer bewaren de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED en de factuurverklaringen en factuurverklaringen EUR-MED die bij hen werden ingediend gedurende een periode van ten minste drie jaar.
1.
Geringe verschillen tussen de gegevens op het bewijs van oorsprong en de gegevens op de documenten die voor het vervullen van de invoerformaliteiten bij het douanekantoor worden ingediend, maken het EUR.1-certificaat of de factuurverklaring niet automatisch ongeldig, indien blijkt dat het document wel degelijk met de aangebrachte goederen overeenstemt.
2.
Kennelijke vormfouten, zoals typefouten, op het bewijs van oorsprong leiden niet tot weigering van dit document indien deze fouten niet van dien aard zijn dat zij twijfel doen rijzen over de juistheid van de daarin vermelde gegevens.
1.
Voor de toepassing van artikel 22, lid 1, onder b), en artikel 27, lid 3, worden, wanneer de producten gefactureerd zijn in een andere valuta dan de euro, de tegenwaarde van de in euro uitgedrukte bedragen in de nationale valuta van lidstaten van de Gemeenschap, van Egypte of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, jaarlijks door elk van de betrokken landen vastgesteld.
2.
Artikel 22, lid 1, onder b), en artikel 27, lid 3, zijn van toepassing op zendingen op basis van de valuta waarin de factuur is opgesteld, overeenkomstig het bedrag dat door het betrokken land is vastgesteld.
3.
De in een bepaalde nationale valuta te gebruiken bedragen zijn gelijk aan de tegenwaarde in die valuta van de in euro uitgedrukte bedragen op de eerste werkdag van oktober van elk jaar. De tegenwaarde wordt de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor 15 oktober medegedeeld en is van toepassing vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar. De Commissie van de Europese Gemeenschappen stelt alle betrokken landen in kennis van de desbetreffende tegenwaarden.
4.
Een land mag het bedrag dat het resultaat is van de omrekening in zijn nationale valuta van een in euro uitgedrukt bedrag naar boven of beneden afronden. Het afgeronde bedrag mag niet meer dan 5 procent afwijken van het bedrag dat het resultaat is van de omrekening. Een land kan de tegenwaarde in nationale valuta van een in euro uitgedrukt bedrag handhaven, indien de omrekening van dat bedrag, bij de in lid 3 bedoelde jaarlijkse aanpassing, vóór het afronden, leidt tot een stijging van minder dan 15 procent van de tegenwaarde in nationale valuta. De tegenwaarde in nationale valuta kan ongewijzigd blijven, indien de omrekening tot een daling van de tegenwaarde leidt.
5.
De in euro uitgedrukte bedragen kunnen door het Associatiecomité op verzoek van de Gemeenschap of Egypte worden herzien. Bij deze herziening onderzoekt het Associatiecomité of het wenselijk is de betreffende limieten in reële termen te handhaven. Het kan te dien einde besluiten de in euro uitgedrukte bedragen te wijzigen.
1.
De douaneautoriteiten van de lidstaten van de Gemeenschap en van Egypte doen elkaar via de Europese Commissie afdrukken toekomen van de stempels die in hun douanekantoren worden gebruikt bij de afgifte van certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED, alsmede de adressen van de douaneautoriteiten die belast zijn met de controle van deze certificaten en de factuurverklaringen en factuurverklaringen EUR-MED of leveranciersverklaringen.
2.
Met het oog op de correcte toepassing van dit protocol verlenen de Gemeenschap en Egypte elkaar, via de bevoegde douane-instanties, bijstand bij de controle op de echtheid van de EUR.1- en EUR-MED-certificaten en de factuurverklaringen en factuurverklaringen EUR-MED en de juistheid van de daarin vermelde gegevens.
1.
Bewijzen van oorsprong worden achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd, alsmede wanneer de douaneautoriteiten van het land van invoer redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid van deze documenten, de oorsprong van de betrokken producten of de naleving van de andere voorwaarden van dit protocol.
2.
Met het oog op de toepassing van lid 1 zenden de douaneautoriteiten van het land van invoer het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED, de factuur, indien deze werd voorgelegd, de factuurverklaring of de factuurverklaring EUR-MED of een kopie van deze documenten, terug aan de douaneautoriteiten van het land van uitvoer, in voorkomend geval onder vermelding van de redenen waarom een controle wordt aangevraagd. Zij verstrekken bij deze aanvraag om controle alle documenten en gegevens die het vermoeden hebben doen rijzen dat de gegevens op het bewijs van oorsprong onjuist zijn.
3.
De controle wordt verricht door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer. Met het oog hierop zijn zij gerechtigd bewijsstukken op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en alle andere controles te verrichten die zij dienstig achten.
4.
Indien de douaneautoriteiten van het land van invoer besluiten de preferentiële behandeling niet toe te kennen zolang de uitslag van de controle niet bekend is, doen zij de importeur het voorstel de producten vrij te geven onder voorbehoud van de noodzakelijk geachte conservatoire maatregelen.
5.
De resultaten van de controle worden zo spoedig mogelijk medegedeeld aan de douaneautoriteiten die deze hebben aangevraagd. In deze mededeling moet duidelijk worden aangegeven of de documenten echt zijn, of de betrokken producten als producten van oorsprong uit de Gemeenschap, Egypte of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen beschouwd kunnen worden en of aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
6.
Indien bij gegronde twijfel binnen tien maanden na het verzoek om controle geen antwoord is ontvangen of indien het antwoord niet voldoende gegevens bevat om de echtheid van het betrokken document of de werkelijke oorsprong van de producten vast te stellen, kennen de aanvragende douaneautoriteiten de preferentiële behandeling niet toe, behoudens buitengewone omstandigheden.
Artikel 34. Regeling van geschillen
Geschillen ten aanzien van de in artikel 33 bedoelde controles die niet onderling geregeld kunnen worden door de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd en de douaneautoriteiten die deze hebben moeten uitvoeren, en problemen in verband met de interpretatie van dit protocol worden aan het Associatiecomité voorgelegd. In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.
Artikel 35. Sancties
Sancties worden getroffen tegen ieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel goederen onder de preferentiële regeling te doen vallen.
1.
De Gemeenschap en Egypte nemen alle nodige maatregelen om te voorkomen dat producten die onder geleide van een bewijs van de oorsprong worden verhandeld en die tijdens het vervoer in een op hun grondgebied gelegen vrije zone verblijven, door andere goederen worden vervangen of andere behandelingen ondergaan dan die welke gebruikelijk zijn om ze in goede staat te bewaren.
2.
In afwijking van lid 1 geven de bevoegde douaneautoriteiten, wanneer producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Egypte die onder dekking van een bewijs van oorsprong in een vrije zone zijn ingevoerd, een be- of verwerking ondergaan, op verzoek van de exporteur een nieuw certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED af, mits deze be- of verwerking in overeenstemming is met de bepalingen van dit protocol.
1.
De in artikel 2 gebruikte term „Gemeenschap’’ heeft geen betrekking op Ceuta en Melilla.
2.
Producten van oorsprong uit Egypte die in Ceuta of Melilla worden ingevoerd, vallen in elk opzicht onder dezelfde douaneregeling als de regeling die op grond van Protocol nr. 2 bij de Akte van Toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Republiek Portugal tot de Europese Gemeenschappen van toepassing is op producten van oorsprong uit het douanegebied van de Gemeenschap. Egypte zal op onder de overeenkomst vallende producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla dezelfde regeling toepassen als op producten van oorsprong uit de Gemeenschap die uit de Gemeenschap worden ingevoerd.
3.
Bij toepassing van lid 2 op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla, is dit protocol van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de bijzondere voorwaarden van artikel 38.
1.
Mits zij rechtstreeks zijn vervoerd overeenkomstig artikel 13, worden beschouwd als:
1) producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla:
a. geheel en al in Ceuta en Melilla verkregen producten;
b. in Ceuta en Melilla verkregen producten bij de vervaardiging waarvan andere dan de onder a) bedoelde producten zijn gebruikt, mits:
i. deze producten be- of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 6; of
ii. deze producten van oorsprong zijn uit Egypte of uit de Gemeenschap en be- of verwerkingen hebbenondergaan die meer omvatten dan de in artikel 7, lid 1, bedoelde ontoereikende be- of verwerkingen;
2) producten van oorsprong uit Egypte:
a. geheel en al in Egypte verkregen producten;
b. in Egypte verkregen producten bij de vervaardiging waarvan andere dan de onder a bedoelde producten zijn gebruikt, mits:
i. deze producten be- of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 6; of
ii. deze producten van oorsprong zijn uit Ceuta en Melilla of de Gemeenschap en zij be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan de in artikel 7 genoemde be- of verwerkingen.
2.
Ceuta en Melilla worden als één grondgebied beschouwd.
3.
De exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger vermeldt „Egypte’’ en „Ceuta en Melilla’’ in vak 2 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED of op de factuurverklaring of de factuurverklaring EUR-MED. Voor producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla wordt de oorsprong bovendien vermeld in vak 4 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED of op de factuurverklaring of de factuurverklaring EUR-MED.
4.
De Spaanse douaneautoriteiten zijn belast met de toepassing van dit protocol in Ceuta en Melilla.
Artikel 39. Wijzigingen op dit protocol
De Associatieraad kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.
Artikel 40. Overgangsbepaling voor goederen in doorvoer of in opslag
Deze overeenkomst kan worden toegepast op goederen die aan de bepalingen van dit protocol voldoen en die op de datum van inwerkingtreding van dit protocol onderweg zijn of die in de Gemeenschap of in Egypte tijdelijk zijn opgeslagen of zich daar in een douane-entrepot of vrije zone bevinden, mits binnen vier maanden na genoemde datum een EUR.1- of EUR-MED-certificaat bij de douaneautoriteiten van het land van invoer wordt ingediend dat achteraf door de douaneautoriteitenvan het land van uitvoer is opgesteld, tezamen met de documenten waaruit blijkt dat de goederen rechtstreeks zijn vervoerd overeenkomstig artikel 13.
1. Producten van oorsprong uit Andorra die vallen onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem, worden door Egypte aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.
2. Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.
1. Producten van oorsprong uit San Marino worden door Egypte aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.
2. Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.
Gemeenschappelijke verklaring inzake cumulatie van de oorsprong
De Gemeenschap en Egypte erkennen de belangrijke bijdrage die cumulatie van de oorsprong levert tot het stimuleren van de ontwikkeling in de richting van een vrijhandelsgebied waarvan alle deelnemers aan het proces van Barcelona deel uitmaken.
De Gemeenschap streeft ernaar met de partnerlanden in het Middellandse-Zeegebied, in het bijzonder op hun verzoek met de landen van de Maghreb en de Mashrak, overeenkomsten te sluiten inzake toepassing van cumulatie van de oorsprong, zodra de betrokken partners bereid zijn gelijkluidende oorsprongsregels toe te passen.
De partijen verklaren voorts dat verschillen met betrekking tot het type cumulatie dat in de deelnemende landen reeds van kracht is, geen belemmering vormen voor het bereiken van dit doel. Onmiddellijk na de ondertekening van de overeenkomst vangen de partijen, met dit doel voor ogen, een onderzoek aan naar de mogelijkheden tot cumulatie met de betrokken landen gedurende de overgangsperiode, met name voor sectoren waarvoor de betrokken mediterrane landen gelijkluidende oorsprongsregels toepassen.
De Gemeenschap zal de betrokken partnerlanden bijstand verlenen om tot cumulatie van de oorsprongsregels te komen.
Gemeenschappelijke verklaring inzake de verwerkingseisen vervat in Bijlage II
Beide partijen stemmen in met de verwerkingseisen die in de bijlagen II en IIA bij de overeenkomst zijn vervat.
Een beperkt aantal met redenen omklede verzoeken van Egypte om afwijking zal door de Gemeenschap evenwel in behandeling worden genomen, mits deze verzoeken niet van zodanige aard zijn dat afbreuk wordt gedaan aan het streven naar cumulatie van de oorsprong uit de landen van het Middellandse-Zeegebied.
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:
a) „douanewetgeving": de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;
b) „verzoekende autoriteit": een bevoegde administratieve autoriteit die door een der partijen is aangewezen en die een verzoek om bijstand op grond van dit protocol indient;
c) „aangezochte autoriteit": een bevoegde administratieve autoriteit die door een der partijen is aangewezen en die een verzoek om bijstand op grond van dit protocol ontvangt;
d) „persoonsgegevens": alle gegevens betreffende een natuurlijke persoon van wie de identiteit bekend is of kan worden vastgesteld;
e) „met de douanewetgeving strijdige handeling": elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.
1.
De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar op de onder hun bevoegdheid vallende gebieden bijstand, op de wijze en op de voorwaarden als bij dit protocol vastgesteld, met het oog op correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder bij het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van handelingen in strijd met deze wetgeving.
2.
De bijstand in douanezaken waarin dit protocol voorziet, geldt voor alle administratieve autoriteiten van de partijen die voor de toepassing van dit protocol bevoegd zijn. Deze bijstand doet geen afbreuk aan de regels betreffende de wederzijdse bijstand in strafzaken en geldt niet voor gegevens die zijn verkregen krachtens bevoegdheden die op verzoek van gerechtelijke autoriteiten worden uitgeoefend, tenzij deze autoriteiten hiermee instemmen.
3.
Dit protocol heeft geen betrekking op bijstand bij de invordering van rechten, heffingen en boetes.
1.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit verschaft de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft om erop toe te zien dat de douanewetgeving correct wordt toegepast, met inbegrip van informatie betreffende voorgenomen of vastgestelde handelingen die met deze wetgeving in strijd zijn of zouden kunnen zijn.
2.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mede:
a) of goederen die uit het grondgebied van een der partijen zijn uitgevoerd op correcte wijze op het grondgebied van een andere partij zijn ingevoerd, in voorkomend geval met vermelding van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst;
b) of goederen die op het grondgebied van een der partijen zijn ingevoerd op correcte wijze uit het grondgebied van de andere partij zijn uitgevoerd, in voorkomend geval met vermelding van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst.
3.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar wet- en regelgeving, de nodige maatregelen met het oog op bijzonder toezicht op:
a) natuurlijke personen of rechtspersonen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij handelingen verrichten of hebben verricht die met de douanewetgeving in strijd zijn;
b) plaatsen waar goederen op zodanige wijze zijn of zouden kunnen zijn opgeslagen dat redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij bedoeld zijn om te worden gebruikt bij handelingen die in strijd zijn met de douanewetgeving;
c) goederen die op zodanige wijze worden of zouden kunnen worden vervoerd dat redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij bestemd zijn om in strijd met de douanewetgeving te worden gebruikt;
d) vervoermiddelen die op zodanige wijze worden of zouden kunnen worden gebruikt dat redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij bestemd zijn om in strijd met de douanewetgeving te worden gebruikt.
Artikel 4. Bijstand op eigen initiatief
De partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wet- en regelgeving, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de juiste toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie hebben verkregen over:
activiteiten die met deze wetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die voor de andere partij van belang zouden kunnen zijn;
nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt bij overtredingen van de douanewetgeving;
goederen die het voorwerp vormen van handelingen in strijd met de douanewetgeving;
natuurlijke personen of rechtspersonen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij handelingen verrichten of hebben verricht die met de douanewetgeving in strijd zijn;
middelen van vervoer waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij gebruikt zijn of kunnen worden om handelingen te verrichten die met de douanewetgeving in strijd zijn.
Artikel 5. Verstrekking van documenten en kennisgeving van besluiten
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit overeenkomstig haar wet- en regelgeving alle maatregelen die nodig zijn voor:
verstrekking van documenten of
kennisgeving van besluiten
die van de verzoekende autoriteit uitgaan en verband houden met de toepassing van dit protocol, aan een geadresseerde die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijft of gevestigd is.
Verzoeken om verstrekking van documenten of kennisgeving van besluiten worden schriftelijk aan de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal.
1.
Verzoeken op grond van dit protocol worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van de bescheiden die voor de behandeling ervan noodzakelijk zijn. In spoedeisende gevallen kunnen verzoeken mondeling worden gedaan, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd.
2.
Overeenkomstig lid 1 ingediende verzoeken moeten de volgende gegevens bevatten:
a) de naam van de verzoekende autoriteit;
b) de gevraagde maatregel;
c) het voorwerp en de reden van het verzoek;
d) de toepasselijke wet- en regelgeving en andere rechtselementen;
e) zo nauwkeurige en volledig mogelijke gegevens betreffende de natuurlijke personen of rechtspersonen waarop het onderzoek betrekking heeft;
f) een overzicht van de relevante feiten en van het onderzoek dat reeds is uitgevoerd.
3.
Verzoeken moeten worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze autoriteit aanvaardbare taal. Deze eis is niet van toepassing op documenten die bij het in lid 1 bedoelde verzoek zijn gevoegd.
4.
Indien een verzoek niet in de juiste vorm wordt gedaan, kan om correctie of aanvulling worden verzocht. Er kunnen echter reeds voorzorgsmaatregelen worden genomen.
1.
Om aan een verzoek om bijstand te voldoen, gaat de aangezochte autoriteit, binnen de perken van haar bevoegdheden en met de middelen waarover zij beschikt, te werk alsof zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde partij handelt, door reeds beschikbare informatie te verstrekken en het nodige onderzoek te verrichten of te doen verrichten. Deze bepaling is tevens van toepassing op instanties aan welke de aangezochte autoriteit het verzoek doorzendt, indien deze autoriteit niet zelfstandig kan handelen.
2.
Verzoeken om bijstand worden behandeld overeenkomstig de wet- en regelgeving van de aangezochte partij.
3.
Daartoe gemachtigde ambtenaren van een der partijen kunnen met instemming van de andere partij en op de door deze gestelde voorwaarden, in de kantoren van de aangezochte autoriteit of van een andere betrokken instantie als bedoeld in lid 1, gegevens verzamelen over handelingen die met de douanewetgeving in strijd zijn of kunnen zijn en die de verzoekende autoriteit voor de toepassing van dit protocol nodig heeft.
4.
Ambtenaren van een partij kunnen, met instemming van de andere partij en op de door deze gestelde voorwaarden, aanwezig zijn bij onderzoek dat op het grondgebied van laatstgenoemde wordt verricht.
1.
De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het ingestelde onderzoek aan de verzoekende autoriteit mede in de vorm van documenten, gewaarmerkte kopieën van documenten, rapporten en dergelijke.
2.
Deze informatie kan met behulp van systemen voor automatische gegevensverwerking worden verstrekt.
3.
De originelen van dossiers en documenten worden uitsluitend op verzoek verstrekt, wanneer gewaarmerkte afschriften niet toereikend zijn. Deze originelen worden ten spoedigste geretourneerd.
1.
Bijstand kan worden geweigerd of er kunnen voorwaarden of eisen aan worden verbonden, wanneer een partij van oordeel is dat bijstand op grond van dit protocol:
a) de soevereiniteit zou kunnen aantasten van Egypte of van de lidstaat die om bijstand is verzocht;
b) de openbare orde, de veiligheid of andere wezenlijke belangen in gevaar zou kunnen brengen, in het bijzonder in de in artikel 10, lid 2, bedoelde gevallen; of
c) tot schending van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim zou leiden.
2.
De aangezochte autoriteit kan de bijstand uitstellen indien deze een lopend onderzoek, een lopende strafvervolging of procedure zou verstoren. In dat geval pleegt de aangezochte autoriteit overleg met de verzoekende autoriteit om na te gaan of de bijstand kan worden verleend op door de aangezochte autoriteit te stellen voorwaarden.
3.
Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek. De aangezochte autoriteit is vrij te bepalen hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.
4.
Indien bijstand wordt geweigerd, dient het besluit daartoe en de redenen daarvoor terstond aan de verzoekende autoriteit te worden medegedeeld.
1.
Alle informatie die ter uitvoering van dit protocol in welke vorm dan ook wordt verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter, overeenkomstig de regelgeving van elk van de partijen. De verstrekte gegevens vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming die de desbetreffende wetgeving van de partij die ze heeft ontvangen aan dergelijke gegevens biedt, dan wel de desbetreffende bepalingen die op de instellingen van de Gemeenschap van toepassing zijn.
2.
Persoonsgegevens mogen uitsluitend worden doorgegeven indien de partij die deze ontvangt zich ertoe verbindt deze gegevens op een wijze te beschermen die ten minste gelijkwaardig is aan de wijze waarop de partij die de gegevens verstrekt deze beschermt.
Te dien einde stellen de partijen elkaar in kennis van hun terzake geldende voorschriften, met inbegrip van, in voorkomend geval, de rechtsvoorschriften van de lidstaten van de Gemeenschap.
3.
Het gebruik van op grond van dit protocol verkregen informatie in gerechtelijke en administratieve procedures in verband met overtredingen van de douanewetgeving wordt geacht voor de doeleinden van dit protocol te geschieden. De partijen kunnen derhalve bij de bewijsvoering, in verslagen en getuigenissen en bij procedures die bij rechtbanken aanhangig worden gemaakt, gebruik maken van informatie die op grond van dit protocol is verkregen en documenten waarin op grond van dit protocol inzage is gegeven. De bevoegde autoriteit die de informatie heeft verstrekt of inzage heeft gegeven tot deze documenten wordt van dergelijk gebruik in kennis gesteld.
4.
De verkregen informatie wordt uitsluitend voor de toepassing van dit protocol gebruikt. Indien een van de partijen dergelijke informatie voor andere doeleinden wenst te gebruiken, dient zij vooraf om de schriftelijke toestemming te verzoeken van de autoriteit die de informatie heeft verstrekt. Dergelijke informatie mag uitsluitend op de door deze autoriteit vastgestelde voorwaarden worden gebruikt.
Artikel 11. Deskundigen en getuigen
Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is, en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of gewaarmerkte kopieën over te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.
Artikel 12. Kosten van de bijstand
De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.
1.
Met de tenuitvoerlegging van dit protocol zijn enerzijds de douaneautoriteiten van Egypte en anderzijds de bevoegde diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten van de lidstaten belast. Zij stellen alle praktische maatregelen en regelingen voor de toepassing van dit protocol vast, daarbij de voorschriften op het gebied van de gegevensbescherming in aanmerking nemend. Zij kunnen de bevoegde autoriteiten aanbevelingen doen over wijzigingen die naar hun oordeel in dit protocol moeten worden aangebracht.
2.
De partijen plegen overleg over en stellen elkaar in kennis van alle uitvoeringsbepalingen die op grond van dit protocol worden vastgesteld.
1.
Rekening houdend met de respectieve bevoegdheden van de Europese Gemeenschap en van haar lidstaten, geldt voor de bepalingen van dit protocol het volgende:
zij hebben geen gevolgen voor de verplichtingen van de partijen op grond van andere internationale overeenkomsten of verdragen;
zij worden geacht een aanvulling te vormen op overeenkomsten betreffende wederzijdse bijstand die zijn of kunnen worden gesloten tussen afzonderlijke lidstaten en Egypte;
zij hebben geen gevolgen voor de communautaire bepalingen betreffende de uitwisseling tussen de bevoegde diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de douaneautoriteiten van de lidstaten van gegevens die op grond van dit protocol zijn verkregen en die van belang kunnen zijn voor de Gemeenschap.
2.
Onverminderd het bepaalde in lid 1 hebben de bepalingen van dit protocol voorrang op de bepalingen van bilaterale overeenkomsten betreffende wederzijdse bijstand die tussen afzonderlijke lidstaten en Egypte zijn of kunnen worden gesloten, indien de bepalingen van laatstgenoemde overeenkomsten met die van dit protocol strijdig zijn.
3.
In geval van problemen in verband met de toepassing van dit protocol plegen de partijen onderling overleg in het Associatiecomité om deze op te lossen.
Slotakte
De gevolmachtigden van:
het Koninkrijk België,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Repbubliek Oostenrijk,
de Portugese Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,
hierna „de lidstaten" te noemen, en van
de Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,
hierna „de Gemeenschap" te noemen,
enerzijds, en
de gevolmachtigden van de Arabische Republiek Egypte,
hierna „Egypte" te noemen,
anderzijds,
bijeengekomen te Brussel op .................. voor de ondertekening van de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en haar lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, hierna de „Euro-mediterrane overeenkomst" te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen:
Protocol nr. 1 betreffende de regelingen die bij de invoer in de Gemeenschap van landbouwproducten van oorsprong uit Egypte van toepassing zijn,
Protocol nr. 2 betreffende de regelingen die bij de invoer in Egypte van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap van toepassing zijn,
Protocol nr. 3 betreffende de regeling van toepassing op verwerkte landbouwproducten,
Protocol nr. 4 betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong" en regelingen voor administratieve samenwerking,
Protocol nr. 5 betreffende wederzijdse bijstand tussen administratieve autoriteiten in douanezaken.

De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Egypte hebben de volgende gemeenschappelijke en unilaterale verklaringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 3, lid 2, van de Overeenkomst
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 14 van de Overeenkomst
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 18 van de Overeenkomst
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 34 van de Overeenkomst
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 37 en bijlage VI van de Overeenkomst
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39 van de Overeenkomst
Gemeenschappelijke verklaring betreffende titel VI, hoofdstuk 1, van de Overeenkomst
Gemeenschappelijke verklaring betreffende de bescherming van persoonsgegevens
Unilaterale verklaringen:
Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 11 van de Overeenkomst
Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 19 van de Overeenkomst
Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 21 van de Overeenkomst
Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 34 van de Overeenkomst
De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Egypte hebben tevens nota genomen van de volgende aan deze Slotakte gehechte overeenkomst in de vorm van een briefwisseling:
Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en Egypte betreffende de invoer in de Gemeenschap van verse afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen van post 0603 10 van het gemeenschappelijk douanetarief.
Gemeenschappelijke verklaringen
Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 3, lid 2
De partijen zijn het erover eens dat de politieke dialoog en de samenwerking tevens betrekking hebben op vraagstukken in verband met de bestrijding van terrorisme.Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 14
De partijen komen overeen dat zij onderhandelingen zullen voeren over wederzijdse verlening van concessies voor de handel in vis en visserijproducten, op basis van wederkerigheid en wederzijds belang. Er wordt naar gestreefd uiterlijk één jaar na de ondertekening van de overeenkomst tot overeenstemming te komen over de details.Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 18
Bij ernstige moeilijkheden die ontstaan zijn door de omvang van de invoer, kunnen de bepalingen inzake overleg tussen de partijen worden toegepast, indien nodig met spoed.Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 34
De partijen erkennen dat Egypte thans werkt aan de formulering van de concurrentiewetgeving. Deze zal de noodzakelijke voorwaarden scheppen voor overeenstemming over de uitvoeringsbepalingen bedoeld in artikel 34, lid 2. Zolang de formulering van de eigen wetgeving niet is voltooid, neemt Egypte de in de Europese Unie ontwikkelde concurrentieregels in acht.
Zolang de in artikel 34, lid 2, bedoelde uitvoeringsbepalingen niet zijn vastgesteld, kunnen de partijen bij ernstige moeilijkheden de kwestie ter overweging voorleggen aan de Associatieraad.Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 37 en bijlage VI
In het kader van de overeenkomst omvat intellectuele eigendom inzonderheid het volgende: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, octrooien, industriële tekeningen en modellen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, fabrieks- en handelsmerken en dienstmerken, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging, als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm, 1967) en bescherming van niet openbaargemaakte informatie inzake knowhow.Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39
De partijen komen overeen dat in geval van ernstige verstoring van het evenwicht in hun handelsbalans, waardoor hun handelsbetrekkingen zouden kunnen worden verstoord, elk der partijen kan verzoeken om overleg in het Associatiecomité, teneinde in overeenstemming met het bepaalde in artikel 39 de totstandkoming van evenwichtige economische betrekkingen tussen de partijen te bevorderen en middelen te onderzoeken om de situatie te verbeteren door het evenwicht duurzaam te herstellen.Gemeenschappelijke verklaring betreffende titel VI, hoofdstuk 1
De partijen komen overeen te streven naar vergemakkelijking van de afgifte van visa aan te goeder trouw zijnde personen die betrokken zijn bij de uitvoering van de overeenkomst, zoals onder andere zakenlieden, investeerders, academici, personen in opleiding en overheidsfunctionarissen. Gezinsleden van personen die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven komen eveneens in aanmerking.Gemeenschappelijke verklaring betreffende de bescherming van persoonsgegevens
De partijen komen overeen dat de bescherming van persoonsgegevens wordt gewaarborgd voor alle terreinen waarop persoonsgegevens zullen worden uitgewisseld.
Verklaringen van de Europese Gemeenschap
Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 11
Wanneer om overleg wordt verzocht op grond van artikel 11, lid 6, is de Gemeenschap bereid tot overleg binnen dertig dagen nadat Egypte het Associatiecomité van de buitengewone maatregel in kennis heeft gesteld.
Dergelijk overleg moet waarborgen dat de betrokken maatregelen in overeenstemming zijn met het bepaalde in artikel 11. De Gemeenschap zal zich niet tegen vaststelling van de maatregelen verzetten, indien aan deze voorwaarden is voldaan.Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 19
De in artikel 19, lid 2, bedoelde bijzondere bepalingen die de Gemeenschap toepast ten aanzien van de Canarische eilanden zijn die welke zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 1911/91 van de Raad van 26 juni 1991.Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 21
De Gemeenschap is bereid op verzoek van Egypte bijeenkomsten te houden op het niveau van ambtenaren, teneinde informatie te verstrekken over wijzigingen die zich in haar handelsbetrekkingen met derde landen kunnen hebben voorgedaan.Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 34
De Gemeenschap verklaart dat zij, tot de Associatieraad de in artikel 34, lid 2, bedoelde regels inzake eerlijke concurrentie heeft vastgesteld, in het kader van de interpretatie van artikel 34, lid 1, alle handelwijzen die in strijd zijn met dat artikel zal beoordelen aan de hand van de criteria die voortvloeien uit de regels die vervat zijn in de artikelen 81 , 82 en 87 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap , de artikelen 65 en 66 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal voor producten die onder dat Verdrag vallen, alsmede de communautaire regelgeving inzake overheidssteun, met inbegrip van het afgeleide recht.
Ten aanzien van de landbouwproducten bedoeld in titel II, hoofdstuk 3, verklaart de Gemeenschap dat zij alle handelwijzen die in strijd zijn met artikel 34, lid 1, onder i), zal beoordelen aan de hand van de criteria die de Gemeenschap heeft vastgesteld op grond van de artikelen 36 en 37 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap , met name die welke zijn vastgesteld bij Verordening nr. 26/62 van de Raad, zoals gewijzigd, en alle handelwijzen die in strijd zijn met artikel 34, lid 1, onder iii), aan de hand van de criteria die de Gemeenschap heeft vastgesteld op grond van de artikelen 36 en 87 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.
Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Egypte betreffende de invoer in de Gemeenschap van verse afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen van post 0603 10 van het gemeenschappelijke douanetarief
A. Brief van de Gemeenschap
Mijnheer,
Door de Gemeenschap en Egypte is het volgende overeengekomen:
Protocol nr. 1 bij de Europees-mediterrane overeenkomst voorziet in afschaffing van de douanerechten bij invoer in de Gemeenschap van afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen, vers, vallende onder post 0603 10 van het Gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Egypte, met inachtneming van een limiet van 3000 ton.
Egypte verbindt zich tot naleving van onderstaande voorwaarden ten aanzien van de invoer in de Gemeenschap van rozen en anjers die voor de afschaffing van deze rechten in aanmerking komen:
- het prijsniveau voor de invoer in de Gemeenschap moet ten minste 85% bedragen van het communautaire prijsniveau voor dezelfde producten gedurende dezelfde perioden;
- het prijsniveau van de Egyptische producten wordt vastgesteld aan de hand van de prijzen van de ingevoerde producten op representatieve invoermarkten van de Gemeenschap;
- het communautaire prijsniveau wordt vastgesteld aan de hand van de producentenprijzen op representatieve markten van de belangrijkste productielidstaten;
- het prijsniveau wordt iedere twee weken vastgesteld en gecorrigeerd voor de respectieve hoeveelheden. Deze bepaling geldt zowel voor de communautaire prijzen als voor de Egyptische prijzen;
- bij de vaststelling van zowel de communautaire producentenprijzen als de invoerprijzen van Egyptische producten wordt onderscheid gemaakt tussen grootbloemige en kleinbloemige rozen en tussen eenbloemige en veelbloemige anjers;
- indien het Egyptische prijsniveau voor een product minder dan 85% van het communautaire prijsniveau bedraagt, wordt de tariefpreferentie opgeschort. De Gemeenschap stelt de tariefpreferentie opnieuw in, zodra een Egyptisch prijsniveau van 85% of meer van het communautaire prijsniveau is vastgesteld.
Ik moge u verzoeken te bevestigen dat uw regering met de inhoud van deze brief instemt.
Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.
namens de Raad van de Europese Unie
B. Brief van Egypte
Ik heb de eer u de ontvangst te bevestigen van uw brief van heden, welke als volgt luidt:
„Door de Gemeenschap en Egypte is het volgende overeengekomen:
Protocol nr. 1 bij de Europees-mediterrane overeenkomst voorziet in afschaffing van de douanerechten bij invoer in de Gemeenschap van afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen, vers, vallende onder post 0603 10 van het Gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Egypte, met inachtneming van een limiet van 3000 ton.
Egypte verbindt zich tot naleving van onderstaande voorwaarden ten aanzien van de invoer in de Gemeenschap van rozen en anjers die voor de afschaffing van deze rechten in aanmerking komen:
- het prijsniveau voor de invoer in de Gemeenschap moet ten minste 85% bedragen van het communautaire prijsniveau voor dezelfde producten gedurende dezelfde perioden;
- het prijsniveau van de Egyptische producten wordt vastgesteld aan de hand van de prijzen van de ingevoerde producten op representatieve invoermarkten van de Gemeenschap;
- het communautaire prijsniveau wordt vastgesteld aan de hand van de producentenprijzen op representatieve markten van de belangrijkste productielidstaten;
- het prijsniveau wordt iedere twee weken vastgesteld en gecorrigeerd voor de respectieve hoeveelheden. Deze bepaling geldt zowel voor de communautaire prijzen als voor de Egyptische prijzen;
- bij de vaststelling van zowel de communautaire producentenprijzen als de invoerprijzen van Egyptische producten wordt onderscheid gemaakt tussen grootbloemige en kleinbloemige rozen en tussen eenbloemige en veelbloemige anjers;
- indien het Egyptische prijsniveau voor een product minder dan 85% van het communautaire prijsniveau bedraagt, wordt de tariefpreferentie opgeschort. De Gemeenschap stelt de tariefpreferentie opnieuw in, zodra een Egyptisch prijsniveau van 85% of meer van het communautaire prijsniveau is vastgesteld.
Ik moge u verzoeken te bevestigen dat uw regering met de inhoud van deze brief instemt.".
Ik heb de eer te bevestigen dat mijn regering met de inhoud van uw brief instemt.
Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.
voor de Regering van de Arabische Republiek Egypte
Gezamenlijke verklaring inzake sanitaire, fytosanitaire en technische handelsbelemmeringen
Eventuele problemen, met name sanitaire, fytosanitaire of technische handelsbelemmeringen die de uitvoering van de onderhavige overeenkomst beletten, lossen de partijen op door middel van de bestaande administratieve regelingen. De resultaten worden vervolgens gerapporteerd aan het Subcomité landbouw en visserij, alsmede aan het Subcomité industrie, handel en diensten en aan het Associatiecomité. De partijen verbinden zich ertoe dergelijke zaken zo spoedig mogelijk te onderzoeken en vriendschappelijk op te lossen, in overeenstemming met de betrokken toepasselijke wetgeving. ^ [1]
[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn gepubliceerd in PbEU 2004, L 304, PbEU 2005, L 31, PbEU 2006, L 73 en PbEU 2007, L 312.] ^ [2]
[Red: De bijlage bij Protocol Nr. 1 is niet opgenomen. Deze ligt ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.] ^ [3]
Pb. EU L 299 van 16 november 2007, blz. 1. ^ [4]
GN-code overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1214/2007 (Pb. EU L 286 van 31 oktober 2007, blz. 1). ^ [5]
[Red: De bijlage bij Protocol Nr. 2 is niet opgenomen. Deze ligt ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.]