Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen Roemenië, enerzijds, en de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, anderzijds, Brussel, 01-02-1993
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
+ Artikel 5
Artikel 6
+ Artikel 7
+ Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
+ Artikel 18
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21
+ Artikel 22
Artikel 23
+ Artikel 24
Artikel 25
Artikel 26
Artikel 27
Artikel 28
Artikel 29
Artikel 30
Artikel 31
Artikel 32
Artikel 33
Artikel 34
Artikel 35
Artikel 36
+ Artikel 37
Artikel 38
Artikel 39
Artikel 40
Artikel 41
Artikel 42
Artikel 43
+ Artikel 44
Artikel 45
Artikel 46
Artikel 47
Artikel 48
Artikel 49
Artikel 50
Artikel 51
Artikel 52
Artikel 53
Artikel 54
+ Artikel 55
Artikel 56
Artikel 57
+ Artikel 58
+ Artikel 59
Artikel 60
Artikel 61
Artikel 62
+ Artikel 63
Artikel 64
Artikel 65
Artikel 66
Artikel 67
+ Artikel 68
Artikel 69
Artikel 70
+ Artikel 71
Artikel 72
Artikel 73. Industriële samenwerking
Artikel 74. Bevordering en bescherming van investeringen
Artikel 75. Agrarische en industriële normen en conformiteitsbeoordeling
Artikel 76. Samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie
Artikel 77. Onderwijs en opleiding
Artikel 78. Landbouw en de agro-industriële sector
Artikel 79. Energie
Artikel 80. Samenwerking in de sector kernenergie
Artikel 81. Milieu
Artikel 82. Waterbeheer
Artikel 83. Vervoer
Artikel 84. Telecommunicatie, post- en omroepdiensten
Artikel 85. Bank- en verzekeringswezen, andere financiële dienstverlening en samenwerking op het gebied van de boekhoudcontrole
Artikel 86. Monetair beleid
Artikel 87. Witwassen van geld
Artikel 88. Regionale ontwikkeling
Artikel 89. Sociale samenwerking
Artikel 90. Toerisme
Artikel 91. Midden- en kleinbedrijf
Artikel 92. Informatie en communicatie
Artikel 93. Bescherming van de consument
Artikel 94. Douane
Artikel 95. Statistische samenwerking
Artikel 96. Economie
Artikel 97. Drugs
+ Artikel 98. Overheidsapparaat
+ Artikel 99
Artikel 100
Artikel 101
Artikel 102
Artikel 103
Artikel 104
+ Artikel 105
Artikel 106
Artikel 107
Artikel 108
Artikel 109
Artikel 110
Artikel 111
Artikel 112
Artikel 113
Artikel 114
Artikel 115
Artikel 116
Artikel 117
Artikel 118
Artikel 119
Artikel 120
Artikel 121
Artikel 122
Artikel 123
Artikel 124
Artikel 125
Artikel 126
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2007. U leest nu de tekst die gold op -.

Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen Roemenië, enerzijds, en de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, anderzijds, Brussel, 01-02-1993

Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen Roemenië, enerzijds, en de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, anderzijds
(authentiek: nl)
Het Koninkrijk België,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Portugese Republiek,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
hierna „Lid-Staten" te noemen, en
de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,
hierna „de Gemeenschap" te noemen,
enerzijds,
en Roemenië
anderzijds,
Gelet op het belang van de traditionele banden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en Roemenië, en hun gemeenschappelijke waarden,
Erkennende dat de Gemeenschap en Roemenië deze banden wensen te versterken en nauwe, duurzame betrekkingen tot stand willen brengen op grond van wederkerigheid, waardoor Roemenië zal kunnen deelnemen aan het proces van Europese integratie, en aldus de betrekkingen versterken en uitbreiden die in het verleden tot stand zijn gebracht, met name door de op 22 oktober 1990 ondertekende Overeenkomst inzake handel en commerciële en economische samenwerking,
Gelet op de mogelijkheden die het ontstaan van een nieuwe democratie in Roemenië biedt voor betrekkingen van een nieuw gehalte,
Gelet op de verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van Roemenië tot versterking van de politieke en economische vrijheden, die de grondslag van de associatie vormen,
Erkennende de noodzaak om met bijstand van de Gemeenschap voort te gaan met, en te zorgen voor de voltooiing van de overgang van Roemenië naar een nieuw politiek en economisch bestel dat de regels van de rechtsstaat en de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van personen die tot minderheden behoren, eerbiedigt, en dat voorziet in een meerpartijenstelsel met vrije, democratische verkiezingen en in economische liberalisering om een markteconomie tot stand te brengen,
Gelet op de vaste verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van Roemenië tot volledige uitvoering van alle beginselen en bepalingen die vervat zijn in de Slotakte van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), de slotdocumenten van Wenen en Madrid, het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, het CVSE-document van Helsinki „Uitdagingen van het veranderingsproces" en het Europees Energiehandvest,
Zich bewust zijnde van het belang van deze Overeenkomst om in Europa een systeem van stabiliteit op grond van samenwerking tot stand te brengen en op te bouwen, waarbij de Gemeenschap één van de hoekstenen is,
Van oordeel zijnde dat een verband dient te worden gelegd tussen de volledige uitvoering van de associatie, enerzijds, en voortzetting van de concrete verwezenlijking van hervormingen in Roemenië op politiek, economisch en juridisch vlak, anderzijds, en de invoering van de factoren die vereist zijn voor samenwerking en het werkelijk nader tot elkaar brengen van de systemen van de Partijen, met name op grond van de conclusies van de CVSE-Conferentie van Bonn,
Verlangende regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang tot stand te brengen en te bevorderen,
Rekening houdende met het feit dat de Gemeenschap bereid is om doorslaggevende steun te verlenen voor de uitvoering van hervormingen en bereid is Roemenië te helpen om de economische en sociale gevolgen van structurele aanpassing op te vangen,
Rekening houdende bovendien met het feit dat de Gemeenschap bereid is tot het instellen van instrumenten voor samenwerking en economische, technische en financiële bijstand op veelomvattende en meerjarige basis,
Gelet op de verbintenis van de Gemeenschap en Roemenië ten aanzien van vrijhandel, en met name ten aanzien van de inachtneming van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel,
Zich bewust zijnde van de noodzaak de nodige maatregelen te treffen voor de vrijheid van vestiging, de vrijheid van dienstverlening en een vrij kapitaalverkeer,
Gelet op de economische en sociale verschillen tussen de Gemeenschap en Roemenië en daarbij erkennende dat de doeleinden van deze associatie dienen te worden verwezenlijkt door middel van de passende bepalingen waarin deze Overeenkomst voorziet,
Ervan overtuigd zijnde dat deze Overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor hun economische betrekkingen, en vooral voor de ontwikkeling van handel en investeringen, instrumenten die onontbeerlijk zijn voor economische herstructurering en technologische modernisering,
Verlangende culturele samenwerking tot stand te brengen en de uitwisseling van informatie te bevorderen,
Erkennende dat het lidmaatschap van de Gemeenschap het uiteindelijke doel van Roemenië is en dat deze associatie, naar het oordeel van de Partijen, Roemenië zal helpen dit doel te verwezenlijken,
Hebben besloten deze Overeenkomst te sluiten en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:
het Koninkrijk België:
Willy Claes,
Minister van Buitenlandse Zaken;
het Koninkrijk Denemarken:
Niels Helveg Petersen,
Minister van Buitenlandse Zaken;
de Bondsrepubliek Duitsland:
Klaus Kinkel,
Bondsminister van Buitenlandse Zaken;
de Helleense Republiek:
Michel Papaconstantinou,
Minister van Buitenlandse Zaken;
het Koninkrijk Spanje:
Javier Solana,
Minister van Buitenlandse Zaken;
de Franse Republiek:
Roland Dumas,
Minister van Staat,
Minister van Buitenlandse Zaken;
Ierland:
Dick Spring,
Minister van Buitenlandse Zaken;
de Italiaanse Republiek:
Emilio Colombo,
Minister van Buitenlandse Zaken;
het Groothertogdom Luxemburg:
Jacques Poos,
Minister van Buitenlandse Zaken;
het Koninkrijk der Nederlanden:
P. Kooijmans,
Minister van Buitenlandse Zaken;
de Portugese Republiek:
J. M. Durao Barroso,
Minister van Buitenlandse Zaken;
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:
Douglas Hurd,
Minister van Buitenlandse Zaken;
de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal:
Niels Helveg Petersen,
Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Denemarken, Fungerend Voorzitter van de Raad van de Europese Gemeenschappen;
Léon Brittan,
Lid van de Commissie;
H. van den Broek,
Lid van de Commissie;
Roemenië:
Nicolae Vacaroiu,
Eerste Minister;
Teodor Viorel Melescanu,
Minister van Staat,
Minister van Buitenlandse Zaken,
Die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten,
Zijn als volgt overeengekomen [1] :
Artikel 1
Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en Roemenië, anderzijds. Deze associatie heeft ten doel:
- een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog tussen de Partijen met het oog op het onderhouden van nauwe politieke betrekkingen;
- uitbreiding van de handel en harmonische economische betrekkingen tussen de Partijen te bevorderen en aldus de economische ontwikkeling van Roemenië te stimuleren;
- de grondslag te leggen voor economische, sociale, financiële en culturele samenwerking;
- steun te verlenen voor de inspanningen van Roemenië om zich economisch te ontwikkelen, de overschakeling naar een markteconomie te voltooien en zijn democratie te consolideren;
- instellingen in het leven te roepen die ervoor kunnen zorgen dat de associatie doelmatig verloopt;
- een kader tot stand te brengen voor de geleidelijke integratie van Roemenië in de Gemeenschap; daartoe zal Roemenië zich inzetten om aan de nodige voorwaarden te voldoen.
Artikel 2
De Partijen brengen een regelmatige politieke dialoog tot stand, die zal worden ontwikkeld en geïntensiveerd. Deze dialoog begeleidt en consolideert het proces waarbij de Gemeenschap en Roemenië nader tot elkaar komen, ondersteunt de politieke en economische veranderingen die in Roemenië aan de gang zijn en draagt bij tot het tot stand brengen van nieuwe banden van solidariteit en nieuwe vormen van samenwerking. De politieke dialoog:
- zal ertoe bijdragen dat Roemenië gemakkelijker volledig wordt opgenomen in de gemeenschap van democratische naties en geleidelijk nader tot de Gemeenschap komt; de in deze Overeenkomst bedoelde economische toenadering zal leiden tot grotere politieke convergentie;
- zal leiden tot grotere convergentie van standpunten over internationale vraagstukken, met name over aangelegenheden die belangrijke gevolgen voor één van de Partijen kunnen hebben;
- zal ertoe bijdragen dat de standpunten van de Partijen over veiligheidsvraagstukken nader tot elkaar komen en dat er meer veiligheid en stabiliteit in heel Europa is.
1.
Het nodige overleg tussen de Partijen vindt plaats op het hoogste politiek niveau.
2.
Op ministerieel niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van de Associatieraad, die de algemene verantwoordelijkheid draagt voor alle aangelegenheden die de Partijen de Associatieraad voorleggen.
Artikel 4
De Partijen voorzien in andere procedures en regelingen voor politieke dialoog, met name in de volgende vormen:
- vergaderingen op hoog officieel niveau (hoge politieke ambtsdragers) tussen Roemeense functionarissen, enerzijds, en het Voorzitterschap van de Raad van de Europese Gemeenschappen en de Commissie van de Europese Gemeenschappen, anderzijds;
- het optimaal gebruik maken van diplomatieke kanalen;
- het opnemen van Roemenië in de groep van landen die regelmatig worden geïnformeerd over vraagstukken die zijn behandeld in het kader van de Europese Politieke Samenwerking, en het uitwisselen van informatie met het oog op het verwezenlijken van de in artikel 2 gestelde doeleinden;
- alle andere middelen die bijdragen tot het consolideren, ontwikkelen en opvoeren van deze dialoog.
Artikel 5
Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het Parlementair Associatiecomité.
Artikel 6
Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, als vastgelegd in de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, en de beginselen van de markteconomie vormen de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de Partijen en zijn een essentieel onderdeel van deze associatie.
1.
De associatie omvat een overgangsperiode van ten hoogste tien jaar, verdeeld in twee opeenvolgende fasen, die elk in beginsel vijf jaar duren. De eerste fase begint wanneer de Overeenkomst in werking treedt.
2.
De Associatieraad, die er steeds rekening mee houdt dat de beginselen van de markteconomie en de steun van de Gemeenschap uit hoofde van deze Overeenkomst van essentieel belang zijn voor deze associatie, onderzoekt regelmatig hoe de Overeenkomst wordt toegepast en welke resultaten Roemenië heeft bereikt bij de economische hervormingen op grond van de in de preambule bedoelde beginselen.
3.
In de periode van twaalf maanden vóór het verstrijken van de eerste fase komt de Associatieraad bijeen om te beslissen over de overgang naar de tweede fase en over eventuele veranderingen in de bepalingen die gelden voor de tweede fase. Daarbij wordt rekening gehouden met de resultaten van het in lid 2 bedoelde onderzoek.
4.
De twee fasen als bedoeld in lid 1 en lid 3 zijn niet van toepassing op titel III.
1.
De Gemeenschap en Roemenië verbinden zich ertoe in de loop van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode geleidelijk een op wederzijdse en evenwichtige verplichtingen gebaseerde vrijhandelszone in te stellen op grond van deze Overeenkomst en overeenkomstig de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT).
2.
In het handelsverkeer tussen de Partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.
3.
Het basisrecht waarop de in de Overeenkomst vastgestelde achtereenvolgende verlagingen worden toegepast is voor elk produkt het recht dat erga omnes feitelijk wordt toegepast op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst.
4.
Indien na de inwerkingtreding van de Overeenkomst enige tariefverlaging op erga omnes grondslag wordt toegepast, treden deze verlaagde rechten in de plaats van de in lid 3 bedoelde basisrechten, met ingang van de datum waarop de verlagingen toepassing vinden.
5.
De Gemeenschap en Roemenië delen elkaar hun respectieve basisrechten mede.
1.
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Roemenië waarvan de nummers zijn opgenomen in hoofdstukken 25 tot 97 van de gecombineerder nomenclatuur, met uitzondering van de in bijlage I en Protocol nr. 3 genoemde produkten.
2.
De bepalingen van de artikelen 10 tot en met 14 zijn niet van toepassing op de in de artikelen 16 en 17 genoemde produkten.
1.
De douanerechten bij invoer die in de Gemeenschap van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit Roemenië, andere dan die bedoeld in de bijlagen IIa), II b) en III, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst.
2.
De douanerechten bij invoer die in de Gemeenschap van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit Roemenië vermeld in bijlage IIa) worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hierna volgende tijdschema:
- op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst wordt elk recht teruggebracht tot 50% van het basisrecht;
- een jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst worden de resterende rechten afgeschaft.
De invoerrechten die in de Gemeenschap van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit Roemenië, vermeld in bijlage IIb, worden op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst met 20 % van het basisrecht en één jaar later met nogmaals 20 % van het basisrecht verlaagd. Aan het einde van het tweede jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst worden de rechten geheel afgeschaft.
3.
Voor de producten van oorsprong uit Roemenië vermeld in bijlage III worden de douanerechten bij invoer geschorst binnen de grenzen van jaarlijkse communautaire tariefcontingenten of -plafonds die geleidelijk worden verhoogd overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage, in dier voege dat de op de betrokken produkten rustende douanerechten bij invoer uiterlijk aan het einde van het tweede jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst volledig zijn afgeschaft.
Terzelfder tijd worden de douanerechten bij invoer die van toepassing worden wanneer de contingenten uitgeput zijn of de douanerechten ten aanzien van onder tariefplafonds vallende goederen weder ingesteld worden, met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst jaarlijks met 15% van het basisrecht verlaagd. Aan het einde van het tweede jaar worden de resterende rechten afgeschaft.
4.
De kwantitatieve beperkingen bij invoer in de Gemeenschap en de maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve beperkingen waaraan produkten van oorsprong uit Roemenië onderworpen zijn, op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst worden ingetrokken.
1.
De douanerechten bij invoer welke in Roemenië van toepassing zijn op ?rodukten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage IV worden afgeschaft op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst.
2.
De douanerechten bij invoer die in Roemenië van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage V worden geleidelijk verlaagd overeenkomstig het hiernavolgende tijd schema:
- op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst tot 80% van het basisrecht;
- drie jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot 40% van het basisrecht;
- vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot 0% van het basisrecht.
3.
De douanerechten bij invoer die in Roemenië van toepassing zijn op de in bijlage VI opgenomen produkten van oorsprong uit de Gemeenschap worden afgeschaft volgens het in deze bijlage vermelde tijdschema.
4.
De douanerechten bij invoer welke in Roemenië van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, andere dan die vermeld in de bijlagen IV, V en VI worden geleidelijk verlaagd volgens het onderstaande tijdschema:
- drie jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot 80% van het basisrecht;
- vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot 60% van het basisrecht;
- zes jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot 50% van het basisrecht;
- zeven jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot 35% van het basisrecht;
- acht jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot 20% van het basisrecht;
- negen jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot 0% van het basisrecht.
5.
De douanerechten welke van toepassing zijn op de in bijlage VII vermelde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap worden bij invoer in Roemenië geschorst binnen de grenzen van jaarlijkse contingenten die geleidelijk worden verhoogd overeenkomstig het bepaalde in deze bijlage. De douanerechten bij invoer die van toepassing zijn op de hoeveelheden welke de vorengenoemde contingenten overschrijden, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het in lid 4, neergelegde tijdschema.
6.
De kwantitatieve beperkingen welke bij invoer in Roemenië van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap worden bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst afgeschaft.
7.
De maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve beperkingen welke bij invoer in Roemenië van toepassing zijn op producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst afgeschaft, met uitzondering van de in bijlage VIII vermelde maatregelen die volgens het daarin vastgestelde tijdschema zullen worden afgeschaft.
Artikel 12
De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn eveneens van toepassing op de douanerechten van fiscale aard.
1.
De Gemeenschap verbindt zich ertoe ten aanzien van haar invoer uit Roemenië alle heffingen van gelijke werking als douanerechten bij invoer op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst af te schaffen.
2.
Roemenië verbindt zich ertoe ten aanzien van zijn invoer uit de Gemeenschap alle heffingen van gelijke werking als douanerechten bij invoer op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst af te schaffen, met uitzondering van de heffing van 0,5% ad valorem die als retributie voor de douaneformaliteiten wordt opgelegd en die zal worden afgeschaft volgens het onderstaande tijdschema:
- verlaging tot 0,25% ad valorem aan het einde van het derde jaar;
- afschaffing uiterlijk aan het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst.
1.
De Gemeenschap en Roemenië verbinden zich ertoe uiterlijk tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst in hun onderlinge handelsverkeer geleidelijk alle douanerechten bij uitvoer en heffingen van gelijke werking af te schaffen.
2.
De kwantitatieve beperkingen bij uitvoer naar Roemenië en alle maatregelen van gelijke werking worden door de Gemeenschap bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst afgeschaft.
3.
Roemenië verbindt zich ertoe de kwantitatieve beperkingen bij uitvoer naar de Gemeenschap en alle maatregelen van gelijke werking af te schaffen bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst, met uitzondering van de kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking bedoeld in bijlage IX die geleidelijk worden ingetrokken en die uiterlijk aan het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst geheel worden afgeschaft.
Artikel 15
Elke Partij verklaart zich bereid haar douanerechten in het handelsverkeer met de andere Partij te verlagen in een sneller tempo dan datgene waarin de artikelen 10 en 11 voorzien, mits haar algemene economische situatie en de situatie in de betrokken sector van de economie zulks toelaten.
De Associatieraad kan daartoe strekkende aanbevelingen doen.
Artikel 16
Protocol nr. 1 bevat de regelingen welke op de daarin genoemde textielprodukten van toepassing zijn.
Artikel 17
In Protocol nr. 2 zijn de regelingen neergelegd die van toepassing zijn op produkten welke onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen.
Artikel 18
[Vervallen op grond van Protocol tot aanpassing van de handelsaspecten van de Europa-overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Roemenië, anderzijds, in verband met de toetreding van de Republiek Finland, de Republiek Oostenrijk en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie (Pb. EG L 301, 11-11-1998, blz. 3 e.v.)]
1.
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op landbouwprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap en Roemenië.
2.
Met „landbouwprodukten" worden bedoeld de produkten vermeld in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en de produkten vermeld in bijlage I en in Protocol nr. 3, met uitzondering van de visserijprodukten zoals deze in Verordening (EEG) nr. 3687/91 zijn omschreven.
Artikel 20
Protocol nr. 3 bevat de handelsregelingen voor de daarin vermelde verwerkte landbouwprodukten.
1.
Op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst heft de Gemeenschap de bij Verordening (EEG) nr. 3420/83 van de Raad gehandhaafde kwantitatieve beperkingen op de invoer van landbouwprodukten van oorsprong uit Roemenië op, zoals deze op de datum van ondertekening van toepassing zijn.
2.
De preferentiële regeling voor de invoer in de Gemeenschap van produkten van oorsprong uit Roemenië is in bijlage XI opgenomen.
3.
Roemenië verbindt zich ertoe de kwantitatieve beperkingen op de invoer van landbouwprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst af te schaffen.
4.
De preferentiële regeling voor de invoer in Roemenië van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap is in bijlage XII opgenomen.
5.
Rekening houdend met de omvang van hun onderlinge handelsverkeer in landbouwprodukten, de bijzondere gevoeligheid van deze produkten, de regels van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Gemeenschap, het aandeel van de landbouw in de Roemeense economie en de gevolgen van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel, onderzoeken de Gemeenschap en Roemenië in de Associatieraad, produkt per produkt, systematisch en op basis van wederkerigheid, de mogelijkheden die er zijn om elkaar verdere concessies te verlenen.
6.
Rekening houdend met de noodzaak van een verdere harmonisatie van het landbouwbeleid in de Gemeenschap en Roemenië en met de wens van dit land om lid te worden van de Gemeenschap, plegen de Partijen in de Associatieraad op gezette tijden overleg over de strategie en de praktische modaliteiten van hun respectieve beleid.
Artikel 22
Onverminderd de andere bepalingen van deze Overeenkomst, met name die van artikel 31, komen de Partijen overeen, indien de bijzondere gevoeligheid van de markten voor landbouwprodukten ten gevolge heeft dat de invoer van produkten van oorsprong uit een Partij bij de Overeenkomst waarvoor de in artikel 21 bedoelde concessies werden verleend ernstige problemen veroorzaakt op de markt van de andere Partij, onverwijld overleg te plegen ten einde een passende oplossing te vinden voor het probleem. In afwachting van een dergelijke oplossing kan de betrokken Partij de maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.
Artikel 23
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de visserijprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap en Roemenië waarop Verordening (EEG) nr. 3687/91 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten van toepassing is.
1.
De Gemeenschap en Roemenië verlenen elkaar, op harmonische wijze en op basis van wederkerigheid, de in de bijlagen XIV en XV bedoelde concessies, overeenkomstig de in deze bijlagen vastgestelde voorwaarden. De bepalingen van artikel 21, lid 5, zijn van overeenkomstige toepassing op visserijprodukten.
2.
De Associatieraad onderzoekt de mogelijkheid tot het sluiten van een visserijovereenkomst tussen de Partijen wanneer de omstandigheden zulks toelaten.
Artikel 25
Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk of in de Protocollen 1, 2 of 3 zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel in alle produkten.
1.
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Roemenië worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen nieuwe douanerechten bij invoer of bij uitvoer of heffingen van gelijke werking ingesteld, noch worden rechten of heffingen welke reeds van toepassing zijn verhoogd.
2.
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Roemenië worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen nieuwe kwantitatieve beperkingen bij invoer of bij uitvoer of maatregelen van gelijke werking ingesteld, noch worden de bestaande beperkingen of maatregelen verscherpt.
3.
Alle nieuwe douanerechten bij invoer of bij uitvoer of heffingen van gelijke werking dan wel verhogingen daarvan en alle nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking of verhogingen daarvan die door Roemenië worden ingesteld nadat de onderhandelingen zijn geopend, worden uiterlijk bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst afgeschaft.
4.
Onverminderd de overeenkomstig artikel 21 gedane concessies vormen de bepalingen van de leden 1 en 2 van dit artikel in geen enkel opzicht een beletsel voor de tenuitvoerlegging van het landbouwbeleid van Roemenië en van de Gemeenschap, noch voor het nemen van enige maatregel in het kader van dit beleid.
1.
Beide Partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van intern fiscale aard die, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks, discrimineren tussen de produkten van de ene Partij en soortgelijke produkten van oorsprong uit de andere Partij.
2.
Voor produkten die naar een der Partijen worden uitgevoerd mogen de terugbetaalde bedragen aan binnenlandse belastingen niet hoger zijn dan de bedragen van de op deze produkten rustende directe of indirecte belastingen.
1.
Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze Overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.
2.
De Partijen plegen in de Associatieraad overleg over de overeenkomsten tot oprichting van douane-unies of vrijhandelszones en, desgewenst, over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun handelspolitiek ten aanzien van derde landen. Dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Gemeenschap, ten einde rekening te kunnen houden met de onderlinge belangen van de Gemeenschap en Roemenië als omschreven in deze Overeenkomst.
Artikel 29
Roemenië mag uitzonderingsmaatregelen van beperkte duur in de vorm van verhoogde douanerechten nemen die afwijken van het bepaalde in de artikelen 11 en 26, lid 1.
Deze maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of van bepaalde sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben.
De douanerechten bij invoer die krachtens deze maatregelen door Roemenië worden toegepast ten aanzien van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25% ad valorem bedragen en dienen een preferentie voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden. De totale waarde van de ingevoerde produkten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn mag niet meer bedragen dan 15% van de totale invoer van industrieprodukten uit de Gemeenschap als omschreven in hoofdstuk I gedurende het laatste jaar waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.
Deze maatregelen gelden voor een periode van ten hoogste vijf jaar, tenzij de Associatieraad de toepassing ervan over een langere periode toestaat. Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de overgangsperiode buiten werking.
Deze maatregelen kunnen voor een bepaald produkt niet worden getroffen indien meer dan drie jaren zijn verstreken sedert de afschaffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en maatregelen van gelijke werking die op het betrokken produkt van toepassing waren.
Roemenië stelt de Associatieraad in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen. Op verzoek van de Gemeenschap vindt in de Associatieraad vooraf overleg plaats over deze maatregelen en de sectoren waarop zij betrekking hebben. Indien Roemenië dergelijke maatregelen neemt, is het gehouden de Associatieraad een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit artikel ingestelde douanerechten voor te leggen. Dit tijdschema dient te voorzien in de geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat zij werden ingesteld. De Associatieraad kan een ander tijdschema vaststellen.
Artikel 30
Indien een der Partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere Partij dumping in de zin van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de Overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel en haar wetgeving ter zake, en overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 34.
Artikel 31
Indien de invoer van een produkt toeneemt tot hoeveelheden en plaatsvindt onder omstandigheden die:
- ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten op het grondgebied van een der Partijen, of
- in enige sector van de economie aanleiding geven of kunnen geven tot moeilijkheden die ernstige gevolgen kunnen hebben voor de economische situatie in een bepaald gebied, kan de benadeelde Partij - de Gemeenschap of Roemenië - passende maatregelen nemen overeenkomstig de bepalingen en procedures van artikel 34.
Artikel 32
Wanneer de naleving van de artikelen 14 en 26:
i. ertoe leidt dat goederen wederuitgevoerd worden naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende Partij, voor het betrokken produkt, kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast,
of
ii. ernstige tekorten aan produkten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende Partij doet ontstaan of dreigt te doen ontstaan,
en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende Partij, kan deze Partij passende maatregelen nemen overeenkomstig de bepalingen en procedures van artikel 34. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet meer gerechtvaardigd zijn.
Artikel 33
De Lid-Staten en Roemenië passen alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, in dier voege dat tegen het einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen onderdanen van de Lid-Staten en van Roemenië geen discriminatie meer bestaat ten aanzien van de omstandigheden waaronder goederen worden verworven en op de markt gebracht. De Associatieraad wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.
1.
Indien de Gemeenschap of Roemenië de invoer van produkten die de in artikel 31 bedoelde moeilijkheden zouden kunnen geven, aan een administratieve procedure onderwerpen die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de ontwikkeling van de handelsstromen, stelt de betrokken Partij de andere Partij hiervan in kennis.
2.
In de in de artikelen 30, 31 en 32 bedoelde gevallen verstrekken de Gemeenschap of Roemenië, naargelang van het geval, voor zij de in de genoemde artikelen bedoelde maatregelen nemen of, in de gevallen waarop lid 3, onder d), van toepassing is, zo spoedig mogelijk, de Associatieraad alle ter zake dienende informatie ten einde deze in staat te stellen een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de werking van de Overeenkomst het minst verstoren.
De vrijwaringmaatregelen worden onverwijld ter kennis gebracht van de Associatieraad die hiervoor periodiek overleg pleegt, meer bepaald met het oog op de vaststelling van een tijdschema voor de afschaffing ervan zodra de omstandigheden zulks toelaten.
3.
Voor de toepassing van lid 2 geldt het hierna volgende:
a. de moeilijkheden welke voortvloeien uit de omstandigheden bedoeld in artikel 31 worden ter bespreking voorgelegd aan de Associatieraad die alle noodzakelijke beslissingen kan nemen om een einde te maken aan deze moeilijkheden.
Indien de Associatieraad of de uitvoerende Partij geen beslissing heeft genomen die een einde maakt aan de moeilijkheden of geen andere bevredigende oplossing wordt gevonden binnen 30 dagen nadat de kwestie aan de Associatieraad is voorgelegd, kan de invoerende Partij passende maatregelen nemen om het probleem op te lossen. Deze maatregelen mogen niet verder strekken dan hetgeen noodzakelijk is om een oplossing te vinden voor de gerezen moeilijkheden.
b. De Associatieraad wordt van de in artikel 30 bedoelde dumping in kennis gesteld zodra de autoriteiten van de invoerende Partij een onderzoek hebben geopend. Indien de dumping niet is beëindigd of geen andere bevredigende oplossing is gevonden binnen 30 dagen nadat de zaak aan de Associatieraad is voorgelegd, kan de invoerende Partij passende maatregelen nemen.
c. De moeilijkheden die voortvloeien uit de in artikel 32 bedoelde omstandigheden worden aan de Associatieraad voorgelegd,
De Associatieraad kan elke beslissing nemen die nodig is om een einde te maken aan de moeilijkheden. Indien de Associatieraad geen beslissing heeft genomen binnen 30 dagen nadat de zaak hem is voorgelegd, kan de exporterende Partij passende maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken produkt.
d. Wanneer uitzonderlijke omstandigheden die tot onmiddellijk optreden nopen, voorafgaande kennisgeving of onderzoek, al naargelang van het geval, onmogelijk maken, kunnen de Gemeenschap of Roemenië, al naargelang van het geval, in de artikelen 30, 31 en 32 bedoelde omstandigheden, onverwijld de tijdelijke vrijwaringmaatregelen toepassen die strikt noodzakelijk zijn om het probleem op te lossen. De Associatieraad wordt hiervan onmiddellijk in kennis gesteld.
Artikel 35
In Protocol nr. 4 zijn de regels van oorsprong voor de toepassing van de in deze Overeenkomst vastgestelde tariefpreferenties neergelegd.
Artikel 36
Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, de uitvoer of de doorvoer van goederen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van natuurlijke hulpbronnen, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële of commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de Partijen bij de Overeenkomst vormen.
Artikel 37
Protocol nr. 5 bevat de specifieke bepalingen betreffende het handelsverkeer tussen Roemenië, enerzijds, en Spanje en Portugal, anderzijds.
1.
Met inachtneming van de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en modaliteiten:
- is de behandeling van werknemers van Roemeense nationaliteit die legaal op het grondgebied van een Lid-Staat zijn tewerkgesteld vrij van elke vorm van discriminatie op grond van nationaliteit wat betreft de arbeidsvoorwaarden, de beloning of ontslag in vergelijking met de nationale onderdanen;
- hebben de legaal op het grondgebied van een Lid-Staat verblijvende echtgenoot en kinderen van een legaal op het grondgebied van een Lid Staat tewerkgestelde werknemer, met uitzondering van seizoenwerknemers en werknemers die onder bilaterale overeenkomsten in de zin van artikel 42 vallen, tenzij in dergelijke overeenkomsten anders is bepaald, gedurende de periode van het toegestane tewerkstellingsverblijf van die werknemer toegang tot de arbeidsmarkt van die Lid-Staat.
2.
Roemenië verleent, met inachtneming van de in dat land geldende voorwaarden en modaliteiten, aan werknemers die onderdaan zijn van een Lid-Staat en die legaal op zijn grondgebied zijn tewerkgesteld alsmede aan hun echtgenoot en kinderen die aldaar legaal verblijven de in lid 1 vermelde behandeling.
1.
Met het oog op de coördinatie van de sociale zekerheidsregelingen voor legaal op het grondgebied van een Lid-Staat tewerkgestelde werknemers van Roemeense nationaliteit en hun aldaar legaal verblijvende gezinsleden en met inachtneming van de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en modaliteiten,
- worden alle door dergelijke werknemers in de verschillende Lid Staten vervulde tijdvakken van verzekering, tewerkstelling of woonplaats bijeengeteld voor pensioenen en jaargelden uit hoofde van ouderdom, invaliditeit en overlijden, en voor de medische verzorging van dergelijke werknemers en dergelijke gezinsleden;
- zijn alle pensioenen of jaargelden uit hoofde van ouderdom, overlijden, een arbeidsongeval of een beroepsziekte dan wel wegens invaliditeit als gevolg daarvan, met uitzondering van uitkeringen waarvoor geen premie is betaald, vrij overdraagbaar tegen de krachtens de wetgeving van de debiteuren-Lid-Staat of -Lid-Staten toegepaste koers;
- ontvangen bedoelde werknemers kinderbijslag voor hun in het voorgaande omschreven gezinsleden,
2.
Roemenië kent aan legaal op zijn grondgebied tewerkgestelde werknemers die onderdaan van een Lid-Staat zijn en aan hun aldaar legaal verblijvende gezinsleden een soortgelijke behandeling toe als die welke in het tweede en derde streepje van lid 1 wordt omschreven.
1.
De Associatieraad stelt bij besluit de passende bepalingen vast ter uitvoering van het in artikel 39 vermelde oogmerk.
2.
De Associatieraad stelt bij besluit gedetailleerde regels vast voor administratieve samenwerking waarbij hij voorziet in de nodige beheeren controlegaranties voor de toepassing van de in lid 1 bedoelde bepalingen.
Artikel 41
De door de Associatieraad overeenkomstig artikel 40 vastgestelde bepalingen doen geen afbreuk aan eventuele rechten of verplichtingen voortvloeiende uit bilaterale overeenkomsten tussen Roemenië en de Lid-Staten, wanneer deze overeenkomsten in een gunstiger behandeling van Roemeense onderdanen of onderdanen van de Lid-Staten voorzien.
1.
Met inachtneming van de arbeidsmarktsituatie in een Lid-Staat zijn wetgeving en de naleving van de in die Lid-Staat op het gebied van de mobiliteit van werknemers geldende regels,
- dienen de bestaande faciliteiten op het gebied van toegang tot tewerkstelling voor Roemeense werknemers door de Lid-Staten in het kader van bilaterale overeenkomsten toegekend, behouden te blijven en, zo mogelijk, te worden verbeterd;
- dienen de overige Lid-Staten de mogelijkheid van het sluiten van soortgelijke overeenkomsten te overwegen.
2.
De Associatieraad onderzoekt de toekenning van andere verbeteringen, zoals bijvoorbeeld toegang tot beroepsopleiding, overeenkomstig de in de Lid-Staten geldende regels en procedures en met inachtneming van de arbeidsmarktsituatie in de Lid-Staten en de Gemeenschap.
Artikel 43
De Associatieraad onderzoekt in de in artikel 7 bedoelde tweede etappe, of eerder, indien aldus wordt besloten, verdere mogelijkheden tot verbetering van het verkeer van werknemers, met inachtneming van onder andere de sociale en economische situatie in Roemenië en de werkgelegenheidssituatie in de Gemeenschap. Hij doet met het oog hierop aanbevelingen.
Artikel 44
Ten einde de herschikking van de arbeidskrachten als gevolg van de economische herstructurering in Roemenië te vergemakkelijken, verleent de Gemeenschap technische bijstand voor de totstandbrenging van een passende sociale zekerheidsregeling in Roemenië, zoals in artikel 89 uiteengezet.
1.
Elke Lid-Staat verleent vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor de vestiging van Roemeense vennootschappen en onderdanen en voor de exploitatie van op zijn grondgebied gevestigde Roemeense vennootschappen en onderdanen een niet minder gunstige behandeling dan die welke aan zijn nationale vennootschappen en onderdanen wordt verleend, behalve voor wat betreft het in bijlage XVI vermelde.
2.
Onverminderd lid 3 verleent Roemenië vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor de vestiging van communautaire vennootschappen en onderdanen en voor de exploitatie van op zijn grondgebied gevestigde communautaire vennootschappen en onderdanen een niet minder gunstige behandeling dan die welke aan de nationale vennootschappen en onderdanen wordt verleend, behalve voor de in bijlage XVII vermelde sectoren. Mochten de bestaande wetgevingen en regelingen een dergelijke behandeling van communautaire vennootschappen, en onderdanen voor bepaalde economische activiteiten in Roemenië bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst niet toekennen, dan dient Roemenië deze wetgevingen en regelingen te wijzigen om deze behandeling op zijn laatst aan het einde van het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst te verzekeren.
3.
Voor de in bijlage XVIII vermelde sectoren en zaken, met uitzondering van bankactiviteiten als bedoeld in Wet nr. 33 van 1991, verleent Roemenië geleidelijk en op zijn laatst aan het einde van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode voor de vestiging van communautaire vennootschappen en onderdanen een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke aan de nationale onderdanen en vennootschappen wordt verleend. Voor wat voornoemde bankactiviteiten betreft, wordt de nationale behandeling op zijn laatst aan het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst verleend.
4.
Roemenië voert tijdens de in de leden 2 en 3 bedoelde overgangsperioden geen nieuwe wettelijke regelingen of maatregelen in die de vestiging en de exploitatie van communautaire vennootschappen en onderdanen op zijn grondgebied discrimineren in vergelijking met de nationale vennootschappen en onderdanen.
5.
In de zin van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
a ,,vestiging":
i) voor onderdanen, het recht op toegang tot economische activiteiten anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan alsmede het recht op de oprichting en het beheer van ondernemingen, met name vennootschappen die zij daadwerkelijk besturen. De toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de oprichting en het beheer van ondernemingen door onderdanen strekt zich niet uit tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt van een andere Partij en geeft evenmin recht op toegang tot de arbeidsmarkt van de andere Partij, Het bepaalde in dit hoofdstuk is niet van toepassing op hen die niet uitsluitend zelfstandig zijn;
ii) voor vennootschappen het recht op toegang tot en de uitoefening van economische activiteiten door middel van de oprichting en het beheer van dochterondernemingen, filialen en agentschappen;
b. „dochterondernemingen" van een vennootschap: een vennootschap die daadwerkelijk door de eerste vennootschap wordt bestuurd;
c. „economische activiteiten": met name activiteiten van industriële aard, activiteiten van commerciële aard, activiteiten van het ambacht en activiteiten van de vrije beroepen.
6.
De Associatieraad onderzoekt regelmatig de mogelijkheid van bespoediging van de verlening van nationale behandeling in de in bijlage XVIII vermelde sectoren en het onder de werkingssfeer van het bepaalde in de leden 1, 2, 3 en 4 van dit artikel brengen van de in de bijlagen XVI en XVII vermelde gebieden en zaken. Er kunnen bij besluit van de Associatieraad wijzigingen op deze bijlagen worden aangebracht.
Na het verstrijken van de in de leden 2 en 3 bedoelde overgangsperioden kan de Associatieraad bij uitzondering, op verzoek van Roemenië, en indien zulks noodzakelijk is, besluiten om de duur van deze overgangsperiode voor bepaalde gebieden of zaken voor een beperkte periode te verlengen.
7.
In afwijking van het bepaalde in dit artikel hebben op het grondgebied van Roemenië gevestigde communautaire vennootschappen vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst het recht onroerend goed aan te kopen, te gebruiken, te huren en te verkopen en wat staatseigendom, landbouwgrond en bossen betreft, het recht om te pachten, wanneer zulks direct noodzakelijk is voor de uitoefening van de economische activiteiten waarvoor zij gevestigd zijn. Dit recht omvat niet vestiging met het oog op het verhandelen van onroerend goed en natuurlijke rijkdommen of het bemiddelen hierbij.
Roemenië kent deze rechten uiterlijk aan het einde van de eerste vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst toe aan in Roemenië gevestigde filialen en agentschappen van communautaire vennootschappen.
Roemenië kent deze rechten uiterlijk aan het einde van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode toe aan als zelfstandige in Roemenië gevestigde communautaire onderdanen.
1.
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 45 en uitgezonderd de in bijlage XVIII beschreven financiële diensten kan elke Partij de vestiging van en de exploitatie door vennootschappen en onderdanen op haar grondgebied regelen, voor zover deze regelingen vennootschappen en onderdanen van de andere Partij niet discrimineren in vergelijking met de eigen vennootschappen en onderdanen.
2.
Ten aanzien van de in bijlage XVIII beschreven financiële diensten doet deze Overeenkomst geen afbreuk aan het recht van de Partijen om de maatregelen te treffen die nodig zijn voor het voeren van het monetaire beleid van een Partij of die op beleidsgronden nodig zijn ten einde investeerders, depositohouders, verzekeringsnemers of diegenen jegens wie een fiduciaire verplichting is aangegaan te beschermen of de integriteit en stabiliteit van het financiële systeem te verzekeren. Deze maatregelen mogen de vennootschappen en onderdanen van de andere Partij niet op grond van hun nationaliteit discrimineren ten opzichte van de nationale vennootschappen en onderdanen.
Artikel 47
Ten einde de toegang tot en de uitoefening van gereguleerde activiteiten van de vrije beroepen in respectievelijk Roemenië en de Gemeenschap voor communautaire en Roemeense onderdanen te vergemakkelijken, onderzoekt de Associatieraad welke maatregelen moeten worden getroffen met het oog op de onderlinge erkenning van diploma's. Hij kan daartoe alle noodzakelijke maatregelen nemen.
Artikel 48
Het bepaalde in artikel 46 vormt geen beletsel voor de toepassing door een Partij van bijzondere regels met betrekking tot de vestiging en exploitatie op haar grondgebied van filialen en agentschappen van vennootschappen van een andere Partij die op het grondgebied van de eerste Partij niet als rechtspersoon zijn erkend; bijzondere regels die op grond van juridische of technische verschillen tussen bedoelde filialen en agentschappen en wel op het grondgebied van de eerste Partij als rechtspersoon erkende filialen en agentschappen van vennootschappen of, voor wat financiële diensten betreft, om beleidsredenen gerechtvaardigd zijn. Het verschil in behandeling blijft beperkt tot hetgeen als gevolg van dergelijke juridische of technische verschillen strikt noodzakelijk is of, voor wat de in bijlage XVIII beschreven financiële diensten betreft, tot hetgeen om beleidsredenen noodzakelijk is.
1.
In de zin van deze Overeenkomst wordt respectievelijk onder een „communautaire vennootschap" en een „Roemeense vennootschap" verstaan een vennootschap welke in overeenstemming met de wetgevingen van respectievelijk een Lid-Staat of Roemenië is opgericht en die haar statutaire zetel, haar hoofdbestuur of haar hoofdvestiging op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of Roemenië heeft. Indien de in overeenstemming met de wetgevingen van respectievelijk een Lid Staat of Roemenië opgerichte vennootschap enkel haar statutaire zetel op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of Roemenië heeft dan moet er een reële en voortdurende band tussen haar activiteiten en de economie van respectievelijk een van de Lid-Staten of Roemenië bestaan.
2.
Wat het internationale zeevervoer betreft, komt eveneens in aanmerking voor het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk III van deze titel een onderdaan of een scheepvaartmaatschappij van respectievelijk de Lid-Staten of Roemenië die buiten respectievelijk de Gemeenschap of Roemenië is gevestigd en wordt bestuurd door respectievelijk onderdanen van een Lid-Staat of Roemeense onderdanen, indien hun schepen in respectievelijk die Lid-Staat of Roemenië in overeenstemming met de respectieve wetgevingen zijn ingeschreven.
3.
In de zin van deze Overeenkomst wordt respectievelijk onder een communautair en een Roemeens onderdaan verstaan een natuurlijk persoon die onderdaan is van respectievelijk één van de Lid-Staten of Roemenië.
4.
De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de uitvoering door elke Partij van alle maatregelen die nodig zijn ter voorkoming van ontduiking van de door haar getroffen maatregelen ten aanzien van toegang van derde landen tot haar markt via de bepalingen van deze Overeenkomst.
Artikel 50
In de zin van deze Overeenkomst wordt onder „financiële diensten" verstaan de in bijlage XVIII beschreven activiteiten. De Associatieraad kan de werkingssfeer van bijlage XVIII uitbreiden of wijzigen.
Artikel 51
Roemenië kan in de eerste vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst ten aanzien van de vestiging van communautaire vennootschappen en onderdanen maatregelen invoeren die van de bepalingen van dit hoofdstuk afwijken, indien bepaalde industrieën:
- worden geherstructureerd of
- in grote moeilijkheden verkeren, met name wanneer deze ernstige sociale problemen in Roemenië tot gevolg hebben of
- de uitschakeling van Roemeense vennootschappen of onderdanen in een bepaalde sector of bedrijfstak in Roemenië betekenen dan wel een forse daling van hun totale marktaandeel of
- voor Roemenië nieuwe industrieën zijn.
Dergelijke maatregelen:
i) gelden tot ten hoogste twee jaar na het verstrijken van het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst;
ii) zijn redelijk en afgestemd op het oplossen van de situatie;
iii) hebben slechts betrekking op na de inwerkingtreding van dergelijke maatregelen in Roemenië op te richten ondernemingen en mogen geen discriminatie betekenen voor de activiteiten van ten tijde van de invoering van een bepaalde maatregel reeds in Roemenië gevestigde vennootschappen of onderdanen in vergelijking met Roemeense vennootschappen of onderdanen.
De Associatieraad kan bij uitzondering, op verzoek van Roemenië, en indien de noodzaak zich voordoet, besluiten de onder i) bedoelde periode voor een bepaalde sector gedurende een beperkte termijn, die de duur van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode niet overschrijdt, te verlengen.
Bij het ontwerpen en uitvoeren van dergelijke maatregelen verleent Roemenië, wanneer zulks mogelijk is, een voorkeursbehandeling aan communautaire vennootschappen en onderdanen en in geen geval een behandeling die minder gunstig is dan die welke aan vennootschappen of onderdanen uit een derde land wordt verleend.
Roemenië raadpleegt de Associatieraad vóór de invoering van deze maatregelen en legt deze pas ten uitvoer nadat één maand is verstreken na de kennisgeving aan de Associatieraad van de concrete door Roemenië in te voeren maatregelen, behalve wanneer de dreiging van onherstelbare schade het treffen van urgente maatregelen vereist in welk geval Roemenië de Associatieraad onmiddellijk na de invoering hiervan raadpleegt.
Bij het verstrijken van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst kan Roemenië dergelijke maatregelen slechts met toestemming van de Associatieraad en op de door de Associatieraad vastgestelde voorwaarden invoeren.
1.
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op diensten in het kader van het luchtverkeer, het vervoer over de binnenwateren en cabotage in het zeevervoer.
2.
De Associatieraad kan aanbevelingen doen voor verbetering van de vestiging en het uitoefenen van activiteiten op de in lid 1 vermelde gebieden.
1.
In afwijking van de bepalingen van hoofdstuk I van deze titel hebben de begunstigden van de respectievelijk door Roemenië en de Gemeenschap toegekende rechten van vestiging recht op indienstneming, in overeenstemming met de in het gastland van vestiging geldende wetgeving, door henzelf of door één van hun dochterondernemingen, op het grondgebied van respectievelijk Roemenië en de Gemeenschap, van werknemers die onderdaan zijn van respectievelijk Lid-Staten van de Gemeenschap en Roemenië, mits dergelijke werknemers personeel met een sleutelpositie zijn, zoals in lid 2 van dit artikel omschreven, en zij uitsluitend door dergelijke begunstigden of hun dochterondernemingen worden tewerkgesteld. De verblijfs- en werkvergunningen van dergelijke werknemers bestrijken slechts het tijdvak van een dergelijke tewerkstelling.
2.
Personeel met een sleutelpositie van de begunstigden van de rechten van vestiging, hierna „organisatie" genoemd, zijn:
a. hooggeplaatste werknemers van een organisatie die in de eerste plaats leiding geven aan het management van de organisatie, waarbij zij voornamelijk worden gecontroleerd door of aanwijzingen krijgen van de raad van bestuur of aandeelhouders van het bedrijf; hun taken omvatten:
- het leiding geven aan de organisatie of een afdeling of onderafdeling daarvan;
- het toezicht houden op en controleren van de werkzaamheden van andere toezichthoudende, deskundige of leidinggevende werknemers;
- het op grond van hun bevoegdheid persoonlijk mensen in dienst nemen en ontslaan of aanbevelingen doen tot het in dienst nemen, ontslaan of het uitvoeren van andere op het personeel betrekking hebbende maatregelen;
b. door een organisatie tewerkgestelden die in het bezit zijn van hoge of ongewone:
Deze personen kunnen leden zijn van de erkende vrije beroepen, maar dit behoeft niet het geval te zijn.
Elk van deze werknemers moet vóór de detachering door de organisatie sinds ten minste één jaar bij de betrokken organisatie in dienst zijn.
- kwalificaties voor een soort werkzaamheden of een vak dat specifieke technische kennis vereist;
- kennis die van essentieel belang is voor de dienstverlening, de onderzoeksuitrusting, de technieken of het management van de organisatie.
1.
De bepalingen van dit hoofdstuk worden toegepast behoudens beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.
2.
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de werkzaamheden die op het grondgebied van elke Partij verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag, zelfs indien deze slechts voor een bepaalde gelegenheid geschieden.
Artikel 55
Vennootschappen die gezamenlijk door Roemeense vennootschappen of onderdanen en communautaire vennootschappen of onderdanen worden bestuurd en hun exclusieve eigendom zijn, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van dit hoofdstuk en hoofdstuk III van deze titel.
1.
De Partijen verbinden zich overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk ertoe de nodige stappen te ondernemen om geleidelijk het verlenen van diensten mogelijk te maken door ondernemingen of onderdanen van de Gemeenschap of van Roemenië welke zijn gevestigd op het grondgebied van een andere Partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht, met inachtneming van de ontwikkeling van de dienstverlenende sectoren op het grondgebied van de Partijen.
2.
Naargelang de in lid 1 bedoelde liberalisering tot stand komt en behoudens het bepaalde in artikel 59, lid 1, staan de Partijen de tijdelijke verplaatsing toe van natuurlijke personen welke de dienst verlenen of als werknemer voor de dienstverlener een belangrijke functie vervullen zoals omschreven in artikel 53, lid 2, met inbegrip van de natuurlijke personen welke vertegenwoordigers zijn van een onderneming of onderdaan van de Gemeenschap of Roemenië en tijdelijke toegang wensen te krijgen voor onderhandelingen over de verkoop van diensten of voor het aangaan van overeenkomsten over de verkoop van diensten namens de dienstverlener, voor zover deze vertegenwoordigers niet zelf betrokken zijn bij de openbare directe verkoop of bij de eigenlijke dienstverlening.
3.
De Associatieraad neemt de maatregelen die nodig zijn om geleidelijk uitvoering te geven aan lid 1 van dit artikel.
Artikel 57
Met betrekking tot de vervoersdiensten tussen de Gemeenschap en Roemenië komen de volgende bepalingen in de plaats van artikel 56:
1.
ten aanzien van het internationaal maritiem vervoer verbinden de Partijen zich tot het daadwerkelijk toepassen van het beginsel van onbeperkte toegang tot de markt en vervoer op commerciële basis.
a. bovenstaande bepaling doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen in het kader van de gedragscode van de Verenigde Naties voor lijnvaartconferences welke voor de ene of de andere van de Partijen bij deze Overeenkomst van toepassing zijn.
De niet bij conferences aangesloten lijnvaartmaatschappijen kunnen vrij met een conference concurreren zolang zij zich aan het beginsel van eerlijke concurrentie op commerciële basis houden.
b. de Partijen bevestigen dat zij vrije concurrentie beschouwen als een fundamentele noodzaak voor het vervoer van droge en vloeibare bulkgoederen;
2.
bij de toepassing van de beginselen van punt 1) verbinden de Partijen zich tot:
a. het niet opnemen van bepalingen inzake vrachtverdeling in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van de ene of de andere Partij bij deze Overeenkomst anders geen reële kans zouden krijgen om aan het vervoer van en naar het betrokken land deel te nemen;
b. het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen niet toe te staan;
c. het bij het in werking treden van deze Overeenkomst opheffen van alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen welke een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationaal maritiem vervoer;
3.
met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en een geleidelijke liberalisering van het vervoer tussen de Partijen in overeenstemming met hun respectieve commerciële behoeften zullen de voorwaarden betreffende de wederzijdse toegang tot elkaars markten voor het luchtvervoer en het overlandvervoer worden vastgesteld in speciale vervoerovereenkomsten, waarover tussen de Partijen na het in werking treden van deze Overeenkomst moet worden onderhandeld;
4.
de Partijen nemen voor het sluiten van de in punt 3) bedoelde overeenkomsten geen maatregelen welke een meer beperkende of discriminerende situatie tot gevolg hebben dan de situatie op de dag welke voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst;
5.
tijdens de overgangsperiode past Roemenië zijn wetgeving, met inbegrip van zijn administratieve, technische en andere voorschriften, geleidelijk aan aan de op dat ogenblik op het gebied van het luchtvervoer en het overlandvervoer bestaande communautaire wetgeving, voor zover deze gericht is op de liberalisering en op de wederzijdse toegang tot de markten van de Partijen, en het verkeer van reizigers en van goederen vergemakkelijkt;
6.
de Associatieraad onderzoekt, met inachtneming van de stand van zaken betreffende de gezamenlijke verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk, de wijze waarop de voor het verbeteren van de vrijheid van dienstverrichting in het luchtvervoer en het overlandvervoer noodzakelijke voorwaarden tot stand kunnen worden gebracht.
Artikel 58
Artikel 54 is van toepassing op de door dit hoofdstuk bestreken materie.
1.
Voor de toepassing van titel IV van deze Overeenkomst zal geen enkele bepaling van de Overeenkomst de Partijen ervan weerhouden hun wetten en voorschriften betreffende toelating en verblijf, het verrichten van werk, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, op voorwaarde dat zulks niet op zodanige wijze geschiedt dat de toepassing de voor een Partij uit een specifieke bepaling van de Overeenkomst voortvloeiende voordelen teniet doet of beperkt. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 54.
2.
Hoofdstukken II, III en IV van titel IV worden aangepast bij besluit van de Associatieraad in het licht van de resultaten van de onderhandelingen betreffende dienstverlening welke plaatshebben in het kader van de Uruguay-Ronde en vooral met de bedoeling ervoor te zorgen dat bij de toepassing van om het even welke bepaling van deze Overeenkomst een Partij de andere Partij een behandeling toekent welke niet minder gunstig is dan die welke op grond van een toekomstige GATTOvereenkomst wordt toegekend.
3.
Het niet in aanmerking komen van overeenkomstig hoofdstuk II van titel IV in Roemenië gevestigde ondernemingen en onderdanen van de Gemeenschap voor door Roemenië verstrekte overheidssteun voor met het openbaar onderwijs en de gezondheidszorg verband houdende diensten en voor sociale en culturele dienstverlening, wordt voor de duur van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode beschouwd als verenigbaar met de bepalingen van titel IV en met de concurrentieregels bedoeld in titel V.
Artikel 60
De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich ertoe machtiging te verlenen tot alle betaalverrichtingen op de lopende rekening van de betalingsbalans in vrije convertibele valuta voor zover de aan de betalingen ten grondslag liggende transacties betrekking hebben op krachtens deze Overeenkomst geliberaliseerd verkeer van goederen, diensten of personen tussen de Partijen.
1.
Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans garanderen vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst zowel de Lid-Staten als Roemenië het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen in ondernemingen welke in overeenstemming met de wetten van het gastland zijn opgericht, en investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II van titel IV, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan.
2.
In afwijking van bovenstaande bepaling worden bedoelde vrije verrichtingen, liquidatie en repatriëring gegarandeerd tegen het einde van de in artikel 7 bedoelde eerste fase voor alle investeringen welke verband houden met de vestiging van onderdanen van de Gemeenschap welke zich in Roemenië als zelfstandigen vestigen overeenkomstig hoofdstuk II van titel IV.
3.
Onverminderd lid 1 stellen de Lid-Staten met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst en Roemenië vanaf het einde van het vijfde jaar volgend op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen nieuwe beperkingen op de valutatransacties in het kader van het kapitaalverkeer en de daarmee verband houdende betalingsverrichtingen tussen inwoners van de Gemeenschap en van Roemenië, en geen meer restrictieve regelingen dan de bestaande vast.
4.
De Partijen raadplegen elkaar met het oog op de vergemakkelijking van kapitaalverrichtingen tussen de Gemeenschap en Roemenië gericht op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst.
1.
Gedurende de vijf jaren volgend op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst nemen de Partijen maatregelen met het oog op de totstandbrenging van de voorwaarden welke nodig zijn voor het verder geleidelijk toepasselijk maken van de communautaire voorschriften op het vrije verkeer van kapitaal.
2.
Tegen het einde van het vijfde jaar volgend op de inwerkingtreding van de Overeenkomst gaat de Associatieraad na op welke wijze de communautaire voorschriften met betrekking tot het kapitaalverkeer volledig kunnen worden toegepast.
Artikel 63
In het kader van dit hoofdstuk en in afwijking van artikel 65 kan Roemenië, in afwachting van een volledige convertibiliteit van de munteenheid van Roemenië in de zin van artikel VIII van het Internationaal Monetair Fonds, in uitzonderlijke omstandigheden deviezenbeperkingen in verband met het verlenen of opnemen van krediet op korte en middellange termijn toepassen voor zover dergelijke beperkingen aan Roemenië voor het verlenen van zulk krediet worden opgelegd en op grond van de IMF-status van Roemenië zijn toegestaan.
Roemenië past deze beperkingen op niet-discriminerende wijze toe. Zij dienen zodanig te worden toegepast dat zij de uitvoering van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren. Roemenië doet aan de Associatieraad onverwijld mededeling van de invoering en van alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.
1.
Onverenigbaar met de goede werking van deze Overeenkomst voor zover zij de handel tussen de Gemeenschap en Roemenië nadelig kunnen beïnvloeden zijn:
i) alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke ertoe strekken of ten gevolg hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;
ii) het feit dat een of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op het grondgebied van de Gemeenschap of van Roemenië, of op een wezenlijk deel daarvan;
iii) alle openbare steunmaatregelen die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties vervalsen of dreigen te vervalsen.
2.
Alle handelwijzen welke met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld op grond van de criteria welke voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 85, 86 en 92 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap.
3.
De Associatieraad stelt binnen een termijn van drie jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst de nodige voorschriften voor de tenuitvoerlegging van de leden 1 en 2 vast.
4.
a. Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1, sub iii), komen de Partijen overeen dat tijdens de eerste vijf jaren na de inwerkingtreding van de Overeenkomst alle door Roemenië toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat Roemenië wordt beschouwd als een regio overeenkomend met de in artikel 92, lid 3, sub a), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap bedoelde streken van de Gemeenschap. De Associatieraad besluit, met inachtneming van de economische situatie in Roemenië, of die periode met een verdere termijn van vijf jaar dient te worden verlengd.
b. Elke Partij garandeert met betrekking tot overheidssteun doorzichtigheid door met name ieder jaar aan de andere Partij mededeling te doen van het totale bedrag en de verdeling van de verstrekte steun en door op verzoek informatie over steunprogramma's te verstrekken. Op verzoek van een van de Partijen verstrekt de andere Partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid.
5.
Met betrekking tot de produkten vermeld in de hoofdstukken II en III van titel III:
- is het bepaalde in lid 1, sub iii), niet van toepassing;
- dienen alle handelwijzen welke in strijd zijn met lid 1, sub i), te worden beoordeeld overeenkomstig de criteria welke door de Gemeenschap zijn vastgesteld op grond van de artikelen 42 en 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en meer bepaald bij Verordening nr. 26/1962 van de Raad.
6.
Indien de Gemeenschap of Roemenië van mening is dat een bepaalde handelwijze onverenigbaar is met lid 1 en:
- niet op toereikende wijze wordt bestreken door in lid 3 bedoelde uitvoeringsbepalingen, of
- dergelijke regels niet bestaan en de handelwijze oorzaak is of dreigt te zijn van ernstige schade voor de belangen van de andere Partij of van belangrijke schade voor de binnenlandse industrie van die Partij, met inbegrip van haar dienstverlenende sector,
kunnen zij passende maatregelen nemen na overleg in het kader van de Associatieraad of na een termijn van 30 werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg.
Met betrekking tot handelwijzen welke onverenigbaar zijn met lid 1, sub c), van dit artikel kunnen, indien de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel daarop van toepassing is, dergelijke passende maatregelen alleen worden vastgesteld in overeenstemming met de in de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel opgenomen procedures en voorwaarden en alle andere in het kader daarvan via onderhandelingen tot stand gekomen instrumenten welke voor beide Partijen van toepassing zijn.
7.
In afwijking van alle eventueel daarmee strijdige bepalingen welke in overeenstemming met lid 3 zijn vastgesteld, wisselen de Partijen informatie uit met inachtneming van de beperkingen welke voortvloeien uit de vereisten inzake beroeps- en zakengeheim.
8.
Dit artikel is niet van toepassing op de produkten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal betrekking heeft en welke in Protocol nr. 2 worden behandeld.
1.
De Partijen proberen het opleggen van met de betalingsbalans verband houdende beperkende maatregelen met inbegrip van maatregelen betreffende de invoer te vermijden. Indien dergelijke maatregelen worden ingevoerd, verstrekt de daarvoor verantwoordelijke Partij de andere Partij zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing ervan.
2.
Wanneer een of verschillende Lid-Staten dan wel Roemenië op betalingsbalansgebied in ernstige moeilijkheden of in onmiddellijk gevaar voor moeilijkheden verkeert, kan de Gemeenschap respectievelijk Roemenië in overeenstemming met de voorwaarden van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel restrictieve maatregelen vaststellen met inbegrip van maatregelen betreffende de invoer, waarvoor de toepassingstermijn beperkt is en die niet meer omvatten dan nodig is om de betalingsbalanssituatie te corrigeren. De Gemeenschap respectievelijk Roemenië stelt de andere Partij daarvan onverwijld in kennis.
3.
De beperkende maatregelen mogen geen betrekking hebben op transfers in verband met investeringen en vooral de repatriëring van geïnvesteerde of geherinvesteerde bedragen en om het even welke daaruit voortvloeiende inkomsten.
Artikel 66
Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het derde jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, en met name van artikel 90, en de beginselen van het slotdocument van de in april 1990 te Bonn bijeengekomen Conferentie over Europese Veiligheid en Samenwerking (en met name de besluitvormingsvrijheid van de ondernemers) worden gehandhaafd.
1.
Roemenië ziet verder toe op de verbetering van de bescherming van intellectuele industriële en commerciële eigendomsrechten, ten einde tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst te kunnen voorzien in een bescherming overeenkomend met die welke bestaat in de Gemeenschap, met inbegrip van vergelijkbare middelen om dergelijke rechten af te dwingen.
2.
Binnen hetzelfde tijdvak zal Roemenië een aanvraag indienen om toe te treden tot het Verdrag van München inzake de verlening van Europese octrooien, van 5 oktober 1973, en toetreden tot de andere multilaterale overeenkomsten betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten (bedoeld in bijlage XIX, lid 1) waarbij Lid Staten partij zijn of welke de facto door Lid-Staten worden toegepast.
3.
Bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zal door Roemenië geen minder gunstige behandeling worden verleend dan die welke aan elk derde land onder elke bilaterale Overeenkomst wordt verleend.
1.
De Partijen beschouwen het openbaar maken van de aanbesteding van overheidsopdrachten op grond van de beginselen van non-discriminatie en wederkerigheid, vooral in de context van de GATT, als een na te streven doelstelling.
2.
De Roemeense ondernemingen zoals omschreven in artikel 49 krijgen toegang tot aanbestedingscontracten in de Gemeenschap overeenkomstig de daarvoor in de Gemeenschap geldende procedures en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan die voor de communautaire ondernemingen, vanaf de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
De communautaire ondernemingen in de zin van artikel 49 van deze Overeenkomst krijgen toegang tot aanbestedingscontracten in Roemenië overeenkomstig de aldaar geldende procedures en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan die voor de Roemeense ondernemingen uiterlijk aan het einde van de overgangsperiode vermeld in artikel 7.
De in Roemenië overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van titel IV gevestigde communautaire ondernemingen in de vorm van dochterondernemingen als bedoeld bij artikel 45 en in de bij artikel 55 bedoelde vormen, krijgen vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst toegang tot aanbestedingscontracten en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan die voor de Roemeense ondernemingen. De in Roemenië gevestigde ondernemingen in de vorm van bijkantoren en agentschappen als bedoeld bij artikel 45 verkrijgen een dergelijke behandeling uiterlijk tegen het einde van de in artikel 7 vermelde overgangsperiode.
De Associatieraad onderzoekt periodiek de mogelijkheid voor Roemenië om alle communautaire ondernemingen voor het einde van de overgangsperiode toegang te verlenen tot aanbestedingscontracten in Roemenië.
3.
Met betrekking tot vestigingen, activiteiten, dienstverlening alsook de indienstneming van personeel en de verplaatsing van arbeidskrachten in verband met de uitvoering van overheidsopdrachten, zijn de artikelen 38 tot en met 59 van toepassing.
Artikel 69
De Partijen erkennen dat een voorname voorwaarde voor de economische integratie van Roemenië in de Gemeenschap de harmonisatie van de bestaande en toekomstige wetgeving van dat land met die van de Gemeenschap is. Roemenië doet het nodige om ervoor te zorgen dat zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met die van de Gemeenschap wordt gebracht.
Artikel 70
De harmonisatie van de wetgeving omvat in het bijzonder de volgende terreinen: douane, vennootschapsrecht, bankwezen, vennootschapsboekhouding en -belasting, intellectuele eigendom, bescherming van werknemers op de arbeidsplaats, sociale zekerheid, financiële dienstverlening, concurrentieregels, bescherming van de gezondheid en het leven van mensen, dieren en planten, consumentenbescherming, indirecte belastingen, technische voorschriften en normen, wetgeving en reglementering op nucleair gebied, vervoer en milieu.
Artikel 71
De Gemeenschap verstrekt Roemenië technische bijstand bij de tenuitvoerlegging van deze maatregelen; die bijstand kan de volgende aspecten omvatten:
- uitwisseling van deskundigen,
- verstrekking van tijdige informatie, vooral over relevante wetgeving,
- organisatie van seminars,
- opleidingsactiviteiten,
- steun bij de vertaling van communautaire wetgeving in de desbetreffende sectoren.
1.
De Gemeenschap en Roemenië brengen een samenwerking tot stand dat erop gericht is de ontwikkeling en het groeipotentieel van Roemenië te bevorderen. Die samenwerking versterkt de bestaande economische banden op een zo breed mogelijke basis, zulks ten voordele van beide Partijen.
2.
Er zullen beleidsmaatregelen en andere maatregelen worden ontworpen voor de totstandbrenging van de economische en sociale ontwikkeling van Roemenië waarbij rekening wordt gehouden met het beginsel van duurzame ontwikkeling. Deze maatregelen houden in dat vanaf het begin ook de milieu-aspecten volledig in het beleid worden geïntegreerd en worden gebonden aan de eisen van harmonische sociale ontwikkeling.
3.
Met het oog hierop zou de samenwerking in het bijzonder moeten worden gericht op het beleid ter zake van de industrie, met inbegrip van de mijnbouw, en op investeringen, landbouw, energie, vervoer, regionale ontwikkeling en toerisme.
4.
Er wordt speciale aandacht besteed aan maatregelen ter bevordering van de samenwerking tussen de landen van Centraal- en Oost-Europa met het oog op een harmonische ontwikkeling van de regio.
1.
Bij de samenwerking worden in het bijzonder de volgende doelstellingen nagestreefd:
- industriële samenwerking tussen het bedrijfsleven aan beide zijden, meer in het bijzonder ten einde de particuliere sector te versterken;
- deelneming van de Gemeenschap aan het streven van Roemenië om zowel in de openbare als in de particuliere sector zijn industrie te moderniseren en te herstructureren met het oog op de overgang van een centraal geleide planeconomie naar een markteconomie op zodanige wijze dat de nodige zorg voor het milieu wordt gedragen;
- herstructurering van de afzonderlijke sectoren;
- vestiging van nieuwe ondernemingen op terreinen met een groeipotentieel;
- overdracht van technologie en know-how.
2.
Bij de initiatieven voor industriële samenwerking wordt rekening gehouden met de door Roemenië vastgelegde prioriteiten. Daarbij wordt in het bijzonder gestreefd naar het uitwerken van een passend kader waarbinnen de ondernemingen kunnen functioneren, het verbeteren van de beheersdeskundigheid en het bevorderen van de doorzichtigheid van afzetmogelijkheden en voorwaarden voor ondernemingen. Waar nodig zal technische bijstand worden verleend.
1.
De samenwerking is gericht op het creëren van een gunstig klimaat voor binnen- en buitenlandse particuliere investeringen, die van essentieel belang zijn voor de economische en industriële wederopbouw van Roemenië.
2.
De samenwerking is in het bijzonder gericht op de volgende doelstellingen:
- het creëren door Roemenië van een juridisch kader ter bevordering en bescherming van investeringen;
- het sluiten door de Lid-Staten en Roemenië van overeenkomsten voor de bevordering en bescherming van investeringen;
- tenuitvoerlegging van de nodige akkoorden voor kapitaaloverdracht;
- betere bescherming van investeringen;
- verdere deregulering en verbetering van de economische infrastructuur;
- uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden in de vorm van handelsbeurzen, tentoonstellingen, handelsweken en andere manifestaties.
1.
De Partijen werken samen ten einde de verschillen op het gebied van procedures voor standaardisering en conformiteitsbeoordeling te verkleinen.
2.
Daartoe worden via samenwerking de volgende doelstellingen nagestreefd:
- bevordering van de naleving, door Roemenië, van communautaire technische voorschriften en Europese normen betreffende de kwaliteit van levensmiddelen en agro-industriële produkten;
- bevordering van de toepassing van communautaire technische voorschriften en Europese normen en procedures voor conformiteitsbeoordeling;
- indien nodig, het sluiten van overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning op deze gebieden;
- aanmoediging van actieve en regelmatige deelneming van Roemenië aan de werkzaamheden van gespecialiseerde organisaties (CEN, CENELEC, EZTSI, EOTC).
3.
De Gemeenschap zal Roemenië waar nodig technische bijstand verlenen.
1.
De Partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling. Zij besteden daarbij bijzondere aandacht aan de volgende aspecten:
- uitwisseling van wetenschappelijke en technologische informatie, met inbegrip van informatie over elkaars beleid en activiteiten op wetenschappelijk en technologisch gebied;
- organisatie van gezamenlijke wetenschappelijke bijeenkomsten (seminars en werkcolleges);
- gezamenlijke O & O-activiteiten om de wetenschappelijke vooruitgang en de overdracht van technologie en know-how aan te moedigen;
- opleidingsactiviteiten en programma's ter bevordering van de mobiliteit, ten behoeve van onderzoekers en specialisten aan beide zijden;
- het creëren van een milieu dat bevorderlijk is voor onderzoek, de toepassing van nieuwe technologieën en een passende bescherming van de intellectuele eigendom die het resultaat van het onderzoek is;
- deelneming van Roemenië aan communautaire programma's overeenkomstig lid 3.
Waar nodig wordt technische bijstand verleend.
2.
De Associatieraad stelt de passende procedures voor het ontwikkelen van de samenwerking vast.
3.
De samenwerking die valt onder het kaderprogramma van de Gemeenschap op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling wordt ten uitvoer gelegd via afzonderlijke akkoorden waarvoor de onderhandelingen en de sluiting verlopen overeenkomstig de wettelijke procedures van de respectieve Partijen.
1.
De Partijen werken samen ten einde het peil van het algemene onderwijs en de beroepskwalificaties in Roemenië op te trekken, zowel in de openbare als in de particuliere sector, rekening houdend met de prioriteiten van Roemenië. Er zullen institutionele raamwerken en plannen voor samenwerking worden opgezet (te beginnen met de Europese Stichting voor Opleiding, na oprichting daarvan, en het TEMPUS-Programma). De deelneming van Roemenië aan andere communautaire programma's kan in dit verband eveneens worden onderzocht.
2.
De samenwerking wordt in het bijzonder gericht op de volgende terreinen:
- hervorming van de onderwijs- en opleidingsstelsels in Roemenië;
- beginopleiding, scholing binnen de diensten en herscholing, met inbegrip van de opleiding en leidinggevend personeel in de openbare en de particuliere sector, alsook van hogere ambtenaren, met name op vast te stellen prioritaire terreinen;
- samenwerking tussen universiteiten, samenwerking tussen universiteiten en ondernemingen en mobiliteit voor leraren, studenten, administrateurs en jongeren;
- bevordering van het onderwijs op het gebied van Europese studies in de relevante instellingen;
- wederzijdse verkenning van studieperioden en diploma's;
- het aanleren van communautaire talen;
- de opleiding van vertalers en tolken en de aanmoediging van het gebruik van communautaire linguïstische normen en terminologie en de opzet van een passend kader voor vertalingen van en naar het Roemeens en de communautaire talen;
- ontwikkeling van onderwijs per correspondentie of via andere media en nieuwe opleidingsmethoden;
- toekenning van beurzen en faciliteiten voor het volgen van stages;
- verstrekking van leermateriaal en -uitrusting.
Ten einde het niveau van de onderwijs- en onderzoeksinstellingen in Roemenië gelijk te trekken met dat van de Gemeenschap, zoals bepaald bij artikel 76, neemt de Gemeenschap de nodige maatregelen om de samenwerking van Roemenië met de desbetreffende Europese instellingen te vergemakkelijken. Zulks kan de deelneming van Roemenië aan de activiteiten van deze instellingen omvatten alsmede het oprichten van afdelingen daarvan in Roemenië. De doelstellingen van bovengenoemde instellingen zouden moeten worden gericht op de opleiding van onderzoekers, vakmensen en ambtenaren, die zich zullen bezighouden met het proces van Europese integratie en samenwerking met de Instellingen van de Gemeenschap.
1.
De samenwerking op dit terrein is gericht op de modernisering, herstructurering en privatisering van de landbouw en de agro-industriële sector in Roemenië. Zij beoogt met name de volgende doelstellingen:
- ontwikkeling van particuliere landbouwbedrijven en distributiekanalen, opslagmethoden, afzetsystemen, management, enz.:
- modernisering van de plattelandsinfrastructuur (vervoer, watervoorziening, telecommunicatie);
- verbetering van de ruimtelijke ordening op het platteland, met inbegrip van nieuwbouwplanning en stadsplanning;
- verbetering van productiviteit, kwaliteit en efficiency door het gebruik van passende methoden en producten, verstrekken van opleiding en toezicht bij het gebruik van methoden voor bestrijding van de verontreiniging veroorzaakt door landbouwinputs;
- bevordering van de complementariteit in de landbouw;
- bevordering van de uitwisseling van know-how, in het bijzonder tussen de particuliere sectoren in de Gemeenschap en in Roemenië;
- ontwikkeling en modernisering van verwerkende bedrijven en hun afzetmethoden;
- ontwikkeling van de samenwerking op het gebied van de gezondheid van dier en plant, behandeling van agrarische levensmiddelen (met inbegrip van ionisatie) ten einde te komen tot een geleidelijke harmonisatie met de communautaire normen via bijstand voor opleiding en het uitvoeren van controles;
- totstandbrenging en bevordering van doelmatige samenwerking op het gebied van de methoden van landbouwvoorlichting;
- ontwikkeling en bevordering van doelmatige samenwerking inzake kwaliteitsverzekeringsstelsels welke verenigbaar zijn met communautaire modellen;
- uitwisseling van informatie over landbouwpolitiek en wetgeving;
- technische bijstand en overdracht van know-how aan Roemenië met betrekking tot het stelsel van melkverstrekking aan scholen.
2.
Daartoe verleent de Gemeenschap waar nodig technische bijstand.
1.
In het kader van de beginselen van de markteconomie en het Europees Energiehandvest werken de Partijen samen ten einde de geleidelijke integratie van de energiemarkten in Europa tot stand te brengen.
2.
De samenwerking omvat onder andere waar nodig technische bijstand op de volgende gebieden:
- uitstippeling en planning van het energiebeleid;
- beheer en opleiding in de energiesector;
- bevordering van energiebesparing en efficiënt gebruik van energie;
- ontwikkeling van energiebronnen;
- verbetering van de distributie en verbetering en diversificatie van de voorziening;
- milieu-effecten van energieproduktie en -verbruik;
- de sector kernenergie;
- grotere openstelling van de energiemarkt en vergemakkelijking van de doorvoer van gas en elektriciteit;
- de sectoren elektriciteit en gas, met inbegrip van onderzoek naar de mogelijkheid om de voorzieningsnetten op elkaar aan te sluiten;
- modernisering van de energie-infrastructuur;
- de opstelling van raamvoorwaarden voor samenwerking tussen bedrijven in deze sector, waaronder eventueel de aanmoediging van joint ventures;
- overdracht van technologie en know-how waaronder, indien gewenst, de bevordering en commercialisering van efficiënte energietechnologieën.
1.
Het doel van de samenwerking is mogelijkheden te verschaffen voor een veiliger gebruik van kernenergie.
2.
De samenwerking bestrijkt vooral de volgende terreinen:
- industriële maatregelen voor de bedrijfsveiligheid van Roemeense kernenergiecentrales;
- verbetering van de opleiding van leidinggevend en ander personeel van kerncentrales;
- verbetering van de wetten en voorschriften van Roemenië inzake kernveiligheid en uitbreiding van de bevoegdheden van toezichthoudende autoriteiten en van hun middelen;
- nucleaire veiligheid, het voorbereid zijn op kernongevallen en maatregelen bij kernongevallen;
- stralingsbescherming, met inbegrip van meting van de straling in het milieu;
- vraagstukken in verband met de splijtstofcyclus en bescherming van nucleaire stoffen;
- beheer van radioactief afval;
- buitenbedrijfstelling en ontmanteling van nucleaire installaties;
- ontsmetting.
3.
De samenwerking omvat de uitwisseling van informatie en ervaring alsmede O & O-activiteiten overeenkomstig artikel 76.
1.
De Partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheid, die zij als een prioriteit beschouwen.
2.
De samenwerking heeft betrekking op de bestrijding van het milieubederf en met name op:
- de daadwerkelijke controle van het verontreinigingspeil; een informatiesysteem betreffende de staat van het milieu;
- de bestrijding van de plaatselijke, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging;
- ecologisch herstel;
- duurzame, doeltreffende en milieuvriendelijke technieken voor energieproductie en -verbruik; de veiligheid van industriële installaties;
- de classificaties en veilige behandeling van scheikundige produkten;
- de waterkwaliteit, in het bijzonder van grensoverschrijdende waterwegen (de Donau, de Zwarte Zee);
- het verminderen, recycleren en veilig verwijderen van afval; de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Bazel;
- de milieu-effecten van de landbouw, bodemerosie en scheikundige verontreiniging;
- de bescherming van bossen;
- het in stand houden van de soortenrijkdom;
- ruimtelijke ordening, met inbegrip van nieuwbouwplanning en stadsplanning;
- de aanwending van economische en fiscale instrumenten;
- klimaatverandering op wereldniveau;
- onderwijs en bewustmaking op milieugebied.
3.
De samenwerking zal in hoofdzaak op de volgende wijze plaatshebben:
- uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën, en het veilig en milieuvriendelijk gebruik van biotechnologie;
- opleidingsprogramma’s;
- gezamenlijke onderzoeksactiviteiten;
- harmonisatie van wetgeving (communautaire normen);
- samenwerking in regionaal verband (met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieubureau, na de oprichting daarvan door de Gemeenschap) en op internationaal niveau;
- uitstippeling van strategieën, vooral in verband met wereldomvattende en klimatologische kwesties;
- milieu-effectstudies.
Artikel 82. Waterbeheer
De Partijen ontwikkelen hun samenwerking op diverse terreinen van het waterbeheer met speciale aandacht voor:
- een milieuvriendelijk gebruik van het water van grensoverschrijdende stroomgebieden, rivieren en meren;
- de harmonisatie van de voorschriften betreffende waterbeheer en middelen voor technische waterregulering (richtlijnen, drempelwaarden, normen, richtsnoeren, logistiek);
- de modernisering van onderzoek en ontwikkeling, en het leggen van een wetenschappelijke grondslag voor het waterbeheer.
1.
De Partijen ontwikkelen en intensiveren hun samenwerking ten einde Roemenië in staat te stellen:
- het vervoer te herstructureren en te moderniseren;
- het verkeer van personen en goederen, en de toegang tot de vervoersmarkt te verbeteren door het wegwerken van administratieve, technische en andere hinderpalen;
- het communautair transitovervoer over de weg, per spoor, over de waterwegen en in het kader van gecombineerd vervoer door Roemenië te vergemakkelijken;
- de bedrijfsvormen van de Gemeenschap te evenaren.
2.
De samenwerking omvat met name :
- economische, juridische en technische opleidingsprogramma’s;
- het verlenen van technische bijstand en advies, en de uitwisseling van informatie;
- middelen voor de ontwikkeling van de vervoersinfrastructuur in Roemenië.
3.
De volgende gebieden zijn prioritair:
- de ontwikkeling en modernisering van het wegvervoer, met inbegrip van de geleidelijke vergemakkelijking van de doorvoer;
- het beheer van spoorwegen en luchthavens, met inbegrip van samenwerking tussen de ter zake bevoegde nationale instanties;
- de modernisering, op hoofdwegen van gemeenschappelijk belang en op transeuropese verkeersassen, van weg-, waterweg-, spoorweg, haven en luchthaveninfrastructuur;
- de ruimtelijke ordening met inbegrip van met het vervoer verband houdende nieuwbouwplanning en stadsplanning;
- de verbetering van de technische installaties om aan de communautaire normen te voldoen, vooral op het gebied van het weg- en spoorwegvervoer, met multimodaal vervoer en de overslag;
- het opzetten van een samenhangend vervoerbeleid dat verenigbaar is met dat van de Gemeenschap;
- de bevordering van gezamenlijke technologische programma's en onderzoekprogramma’s in overeenstemming met artikel 76,
1.
De Partijen verruimen en versterken hun samenwerking op dit terrein en zetten daartoe met name maatregelen op betreffende:
- de uitwisseling van informatie inzake telecommunicatie, post- en omroepdiensten;
- de uitwisseling van technische en andere informatie en de organisatie van seminaria, werkcolleges en lezingen voor deskundigen van beide zijden;
- opleiding en adviesverlening;
- de overdracht van technologie;
- de uitvoering van gezamenlijk projecten door de ter zake bevoegde diensten aan beide zijden;
- de bevordering van Europese normen, certificatiesystemen en regelgevingsmethoden;
- de bevordering van nieuwe communicatiefaciliteiten, diensten en installaties, vooral die met commerciële toepassing.
2.
Deze activiteiten worden op de volgende prioritaire terreinen toegespitst:
- de modernisering van het Roemeense telecommunicatienetwerk en de integratie daarvan in het Europese en wereldomspannende netwerk;
- de samenwerking in het kader van de Europese normalisatiestructuren;
- de integratie van de transeuropese stelsels; de juridische en regelgevingsaspecten van de telecommunicatie;
- het beheer van de telecommunicatie en van de post- en omroepdiensten in het nieuwe economische milieu: organisatiestructuren, strategie en planning, aankoopbeginselen;
- de ruimtelijke ordening met inbegrip van nieuwbouwplanning en stadsplanning;
- de modernisering van de Roemeense post- en omroepdiensten met inbegrip van de juridische en regelgevingsaspecten.
1.
De Partijen werken samen met het oog op de vaststelling en ontwikkeling van passende maatregelen voor de stimulering van het banken verzekeringswezen en van de financiële dienstverlening in Roemenië.
a. De samenwerking heeft voornamelijk betrekking op:
- de invoering van een met de Europese normen verenigbaar boekhoudsysteem;
- de uitbreiding en herstructurering van het bankwezen en van de financiële dienstverlening;
- de verbetering van het toezicht op en de reglementering van het bankwezen en van de financiële diensten;
- het opstellen van terminologische glossaria;
- de uitwisseling van informatie met betrekking tot de geldende of in uitwerking zijnde wetten.
b. Te dien einde zal de samenwerking het verstrekken van technische bijstand en opleiding omvatten.
2.
De Partijen werken samen met het oog op de ontwikkeling in Roemenië van doeltreffende systemen op het gebied van de boekhoudcontrole, gebaseerd op de gebruikelijke communautaire methoden en procedures.
Artikel 86. Monetair beleid
Op verzoek van de Roemeense autoriteiten verstrekt de Gemeenschap technische bijstand ter ondersteuning van het streven van Roemenië naar de geleidelijke aanpassing van zijn beleid aan het Europees Monetair Unie. Dit houdt ook informele uitwisseling van informatie over de beginselen en de werking van de Economische en Monetaire Unie in.
1.
De Partijen treffen een samenwerkingsregeling om te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengst van criminele activiteiten in het algemeen en drugmisdrijven in het bijzonder.
2.
De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de vaststelling van passende normen ter voorkoming van het witwassen van geld, die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn aangenomen door de Gemeenschap en internationale fora op dit gebied, met inbegrip van de Financial Action Task Force (FATF).
1.
De Partijen versterken hun samenwerking op het gebied van de regionale ontwikkeling en de ruimtelijke ordening.
2.
Te dien einde kunnen maatregelen worden genomen betreffende:
- de uitwisseling van informatie door nationale, regionale of plaatselijke instanties over het beleid inzake regionale planning en ruimtelijke ordening, en waar nodig het verstrekken van bijstand aan Roemenië voor het uitwerken van dat beleid;
- gezamenlijke acties van regionale en plaatselijke instanties op het gebied van de economische ontwikkeling;
- wederzijdse bezoeken om de mogelijkheden voor samenwerking en bijstand na te gaan;
- de uitwisseling van ambtenaren en deskundigen;
- de technische bijstand met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling van achtergebleven gebieden;
- programma's voor de uitwisseling van informatie en kennis, met name in het kader van studiebijeenkomsten,
1.
Op het gebied van de gezondheid en de veiligheid is de samenwerking tussen de Partijen erop gericht het peil van de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers te verbeteren, met als referentiepunt de mate van bescherming die in de Gemeenschap bestaat. De samenwerking heeft in het bijzonder betrekking op:
- technische bijstand;
- de uitwisseling van deskundigen;
- de samenwerking tussen ondernemingen;
- informatie- en opleidingsacties;
- samenwerking op het gebied van de volksgezondheid.
2.
Op het gebied van de werkgelegenheid heeft de samenwerking tussen de Partijen voornamelijk betrekking op:
- de organisatie van de arbeidsmarkt;
- de modernisering van de diensten voor arbeidsbemiddeling en loopbaanadvies;
- de planning en tenuitvoerlegging van regionale herstructureringsprogramma's;
- het stimuleren van de plaatselijke werkgelegenheid.
De samenwerking op dit gebied heeft plaats in de vorm van studies, het ter beschikking stellen van deskundigen en het verstrekken van voorlichting en opleiding.
3.
Met betrekking tot de sociale zekerheid is de samenwerking tussen Partijen gericht op het aanpassen van het sociale-zekerheidsstelsel in Roemenië aan de nieuwe economische en sociale situatie, in hoofdzaak via de terbeschikkingstelling van deskundigen, voorlichting en opleiding.
Artikel 90. Toerisme
De Partijen vergroten en ontwikkelen hun samenwerking, met name aan de hand van maatregelen welke betrekking hebben op:
- de vergemakkelijking van het toerisme en de aanmoediging van het jongerentoerisme;
- het verbeteren van de informatiestroom via internationale netwerken, databanken, enz.;
- de overdracht van know-how via opleiding, uitwisselingen en seminaria;
- het bestuderen van de mogelijkheden voor gezamenlijke maatregelen (grensoverschrijdende projecten, stedenjumelages, enz.);
- de toetreding van Roemenië tot de belangrijke Europese toeristische organisaties;
- de harmonisatie van de statistische systemen en van de voorschriften inzake toerisme;
- de uitwisseling van nieuws en informatie over wederzijds belangrijke aangelegenheden welke van invloed zijn op de toeristische sector;
- technische bijstand voor de commerciële ontwikkeling van infrastructuur die bevorderlijk is voor het toerisme.
1.
De Partijen streven naar een ontwikkeling en uitbreiding van het midden- en kleinbedrijf en van de samenwerking tussen KMO's in de Gemeenschap en Roemenië.
2.
Zij moedigen de uitwisseling van informatie en know-how aan met betrekking tot:
- het creëren van de vereiste juridische, administratieve, technische, fiscale en financiële voorwaarden voor de ontwikkeling en uitbreiding van KMO's en voor grensoverschrijdende samenwerking;
- het verstrekken van de speciale diensten waaraan de KMO's behoefte hebben (managementopleiding, boekhouding, afzetplanning, kwaliteitscontrole, enz.) en de uitbreiding van de bedrijven welke dergelijke diensten verlenen;
- het tot stand brengen van de nodige banden met communautaire ondernemers, ten einde de informatiestroom naar KMO's te verbeteren en de grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen (bijvoorbeeld via het Europees Netwerk voor samenwerking en toenadering tussen ondernemingen (BC-Net), de EG-adviescentra voor ondernemingen, lezingen, enz.).
3.
De samenwerking omvat het verstrekken van technische bijstand vooral voor het tot stand brengen van de nodige institutionele steun voor de KMO's, zowel op nationaal als op regionaal niveau, op het gebied van de financiële dienstverlening, de opleiding, de adviesverstrekking, de technologische dienstverlening en het afzetapparaat.
Artikel 92. Informatie en communicatie
De Gemeenschap en Roemenië ondernemen de nodige stappen om een doeltreffende onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Daarbij wordt prioriteit verleend aan programma's om het grote publiek te voorzien van essentiële informatie over de Gemeenschap, en beroepskringen in Roemenië meer gespecialiseerde informatie te verstrekken, waar mogelijk met inbegrip van toegang tot communautaire databanken.
1.
De Partijen werken samen om te komen tot volledige verenigbaarheid van de regelingen voor het beschermen van de consument in Roemenië en in de Gemeenschap.
2.
De samenwerking omvat, in het kader van de bestaande mogelijkheden, met het oog daarop:
- de uitwisseling van informatie en deskundigen,
- toegang tot de communautaire databanken,
- opleidingsacties en technische bijstand.
1.
Doel van de samenwerking is ervoor te zorgen dat alle op goedkeuring wachtende bepalingen betreffende het handelsverkeer en eerlijke handelspraktijken worden nageleefd en dat het Roemeense douanesysteem aan dat van de Gemeenschap wordt aangepast, waardoor de in het kader van deze Overeenkomst geplande stappen in de richting van een liberalisering worden vergemakkelijkt.
2.
De samenwerking omvat in het bijzonder:
- de uitwisseling van informatie;
- de invoering van het enig administratief document van de gecombineerde nomenclatuur;
- de koppeling van de regelingen voor douanevervoer van de Gemeenschap en Roemenië;
- de vereenvoudiging van de controles en formaliteiten voor het goederenvervoer;
- de organisatie van studiebijeenkomsten en stages. Waar nodig wordt technische bijstand verleend.
3.
Onverminderd de verdere bepalingen inzake samenwerking van deze Overeenkomst en in het bijzonder artikel 97 vindt de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten op douanegebied van de Partijen plaats overeenkomstig de bepalingen van Protocol nr. 6.
1.
De samenwerking op dit gebied beoogt het ontwikkelen van een efficiënt statistiekstelsel om snel en tijdig de betrouwbare statistieken op te stellen welke nodig zijn voor het ondersteunen van en toezien op het economisch hervormingsproces en voor het stimuleren van de ontwikkeling van de particuliere sector in Roemenië.
2.
De samenwerking tussen de Partijen is in het bijzonder gericht op:
- het opzetten van een betrouwbaar en onafhankelijk statistiekstelsel;
- de harmonisatie met internationale (en vooral communautaire) methoden, normen en classificaties;
- het beschikbaar maken van de gegevens die nodig zijn om de economische en sociale hervormingen in stand te houden en te controleren;
- het ter beschikking stellen van de nodige macro- en microeconomische gegevens aan particuliere ondernemingen;
- het waarborgen van de vertrouwelijkheid van gegevens;
- de uitwisseling van statistische informatie;
- het samenstellen van databanken.
3.
Waar nodig wordt door de Gemeenschap technische bijstand verleend.
1.
De Gemeenschap en Roemenië vergemakkelijken het proces van economische hervormingen en integratie door samenwerking die gericht is op het verkrijgen van een beter inzicht in de basisbeginselen van hun respectieve economie en op het uitstippelen en ten uitvoer leggen van een economisch beleid in het kader van een vrije-markteconomie.
2.
De Gemeenschap en Roemenië zullen met het oog daarop:
- informatie uitwisselen over macro-economische prestaties en vooruitzichten en over ontwikkelingsstrategieën;
- gezamenlijk economische kwesties van wederzijds belang analyseren, met inbegrip van de plannen voor een economisch beleid en de instrumenten voor de tenuitvoerlegging daarvan;
- met name in het kader van het actieprogramma voor samenwerking op economisch gebied (Action for Cooperation in Economics - ACE) een brede samenwerking tussen economen en managers in de Gemeenschap en Roemenië aanmoedigen, ten einde de overdracht van knowhow voor het uitwerken van een economisch beleid te versnellen en te zorgen voor de ruime verspreiding van onderzoeksresultaten die voor het beleid van belang kunnen zijn.
1.
De samenwerking is in het bijzonder gericht op het verbeteren van de doeltreffendheid van het beleid en de maatregelen om de voorziening met en de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen tegen te gaan, en op het terugdringen van het misbruik van die produkten.
2.
De Partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden er nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken, met inbegrip van de wijze van tenuitvoerlegging van gemeenschappelijke acties. Hun optreden wordt gebaseerd op overleg en nauwe coördinatie met betrekking tot de doelstellingen en beleidsmaatregelen op de in lid 1 genoemde terreinen.
3.
De samenwerking tussen de Partijen omvat technische en administratieve bijstand, met name op het gebied van:
- de uitwerking en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving;
- de oprichting van instellingen en informatiecentra en van centra voor sociale dienstverlening en gezondheidszorg;
- de opleiding van personeel en research;
- de preventie van het onrechtmatig gebruik van precursoren en andere scheikundige stoffen voor de illegale fabricage van verdovende middelen of psychotrope stoffen.
De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand gericht op de vaststelling van passende maatregelen tegen het misbruik van genoemde produkten in overeenstemming met die van de Gemeenschap en van de ter zake belangrijke internationale instellingen, met name de Chemical Action Task Force (CAFF).
De Partijen kunnen overeenkomen de samenwerking tot andere terreinen uit te breiden.
Artikel 98. Overheidsapparaat
De Partijen bevorderen de samenwerking tussen hun overheidsdiensten en zetten daartoe met name uitwisselingsprogramma's op, ten einde de wederzijdse kennis van de structuur en de werking van hun respectieve systemen te bevorderen.
1.
De Partijen verbinden zich, met inachtneming van de Plechtige Verklaring betreffende de Europese Unie, tot het bevorderen, aanmoedigen en vergemakkelijken van de culturele samenwerking. Waar nodig kunnen de communautaire programma's voor culturele samenwerking of de programma's van een of meer Lid-Staten tot Roemenië worden uitgebreid en bijkomende maatregelen van wederzijds belang worden ontwikkeld.
Deze samenwerking kan met name betrekking hebben op:
- de niet-commerciële uitwisseling van kunstwerken en kunstenaars;
- de vertaling van literaire werken;
- het conserveren en restaureren van monumenten en plaatsen (architecturaal en cultureel erfgoed);
- de opleiding van personen die zich met culturele aangelegenheden bezighouden;
- de organisatie van culturele manifestaties met een Europees karakter;
- het geven van bekendheid aan opmerkelijke culturele verwezenlijkingen met inbegrip van de opleiding van Roemeense specialisten op dit gebied.
2.
De Partijen werken samen ter bevordering van de audiovisuele industrie in Europa. De audiovisuele sector in Roemenië zou met name kunnen deelnemen aan de door de Gemeenschap opgezette activiteiten in het kader van het MEDIA-programma overeenkomstig procedures die in overleg met de beheersinstanties voor de diverse activiteiten moeten worden vastgelegd, en de bepalingen van het besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1990 tot vaststelling van dat programma. De Gemeenschap moedigt de Roemeense audiovisuele sector aan tot deelneming aan de geschikte EUREKA-programma's.
De Partijen coördineren en, waar nodig, harmoniseren hun beleid in verband met de voorschriften voor grensoverschrijdende uitzendingen, technische audiovisuele normen en het bevorderen van een Europese audiovisuele technologie.
De samenwerking zou onder andere de uitwisseling van programma's, studiebeurzen en faciliteiten voor de opleiding van journalisten en voor andere mediaberoepen kunnen omvatten.
Artikel 100
Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, in overeenstemming met artikelen 101, 102, 104 en 105, en onverminderd artikel 103 ontvangt Roemenië tijdelijk financiële bijstand van de Gemeenschap in de vorm van schenkingen en leningen met inbegrip van leningen van de Europese Investeringsbank in overeenstemming met de bepalingen van artikel 18 van het statuut van de Bank, ten einde de economische hervorming van Roemenië te versnellen en het land te helpen de economische en sociale gevolgen van de structurele aanpassingen op te vangen.
Artikel 101
Deze financiële bijstand wordt verstrekt:
- hetzij in het kader van de PHARE-maatregelen waarin Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad zoals gewijzigd voorziet, op meerjarige grondslag, hetzij in het kader van een nieuw meerjarig financieringsplan dat door de Gemeenschap wordt opgezet na overleg met Roemenië en met inachtneming van de overwegingen van artikelen 104 en 105 van deze Overeenkomst;
- in de vorm van de bestaande leningen van de Europese Investeringsbank tot het verstrijken van de beschikbaarheidstermijn; de Gemeenschap stelt na overleg met Roemenië het maximumbedrag en de looptijd van leningen van de Europese Investeringsbank aan Roemenië vast voor de daaropvolgende jaren.
Artikel 102
De doelstellingen en terreinen van de financiële bijstand van de Gemeenschap worden in een door beide Partijen overeen te komen indicatief programma vastgelegd. De Partijen stellen de Associatieraad daarvan in kennis.
1.
Indien zich bijzondere behoeften voordoen, onderzoekt de Gemeenschap, met inachtneming van de richtsnoeren voor maatregelen van de G-24 en de beschikbaarheid van alle financiële middelen, op verzoek van Roemenië en in coördinatie met de internationale financiële instellingen, in het kader van de G-24 de mogelijkheid om tijdelijk financiële bijstand te verlenen
- ter ondersteuning van maatregelen voor het tot stand brengen en handhaven van de convertibiliteit van de Roemeense munteenheid;
- ter ondersteuning van de middellange-termijnmaatregelen voor stabilisering en structurele aanpassing, onder meer via steun voor de betalingsbalans.
2.
Deze financiële bijstand wordt verleend op voorwaarde dat Roemenië door het IMF in het kader van G-24 ondersteunde programma's indient voor convertibiliteit en/of voor de herstructurering van zijn economie, naargelang van de behoeften, dat de Gemeenschap met die programma's instemt, dat Roemenië zich aan die programma's blijft houden en, als uiteindelijk doel, dat een snelle overgang naar financiering uit particuliere bronnen tot stand komt.
3.
De Associatieraad wordt ingelicht over de voorwaarden waaronder de bijstand wordt verleend en over de wijze waarop Roemenië zijn verplichtingen met betrekking tot de bijstand nakomt.
Artikel 104
De financiële bijstand van de Gemeenschap wordt beoordeeld in het licht van de behoeften en van het ontwikkelingspeil van Roemenië, met inachtneming van de vastgestelde prioriteiten, de absorptiecapaciteit van de Roemeense economie, het vermogen van het land om leningen af te lossen, en de vooruitgang op de weg naar een markteconomie en haar herstructurering in Roemenië.
Artikel 105
Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen de Overeenkomstsluitende Partijen ervoor dat de bijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in intensieve coördinatie met die uit andere financieringsbronnen zoals de Lid-Staten, andere landen, onder meer die van de G-24, en internationale financiële instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds, de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.
Artikel 106
Hierbij wordt een Associatieraad opgericht, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst. Deze Associatieraad komt eens per jaar op Ministersniveau bijeen of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de Overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
1.
De Associatieraad bestaat uit leden van de Raad van de Europese Gemeenschappen en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds, en uit door de Regering van Roemenië benoemde leden, anderzijds.
2.
De leden van de Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in de procedurevoorschriften van deze Associatieraad te stellen voorwaarden.
3.
De Associatieraad stelt zijn eigen procedurevoorschriften vast.
4.
De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Gemeenschappen en door een lid van de Regering van Roemenië, zulks overeenkomstig de in de procedurevoorschriften van deze Associatieraad neer te leggen bepalingen.
5.
Waar nodig neemt de EIB als waarneemster aan de werkzaamheden van de Associatieraad deel.
Artikel 108
Om de doelstellingen van de Overeenkomst te bereiken, krijgt de Associatieraad beslissingsbevoegdheid voor de in die Overeenkomst vermelde gevallen. De genomen beslissingen zijn bindend voor alle Partijen, die de nodige maatregelen zullen treffen om de genomen beslissingen ten uitvoer te leggen. De Associatieraad mag ook doelgerichte aanbevelingen doen.
Deze raad zal zijn besluiten en aanbevelingen in onderlinge overeenstemming tussen beide Partijen opstellen.
1.
Elk van beide Partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze Overeenkomst aan de Associatieraad voorleggen.
2.
De Associatieraad mag het geschil middels een besluit beslechten.
3.
Elk van beide Partijen is verplicht de voor de uitvoering van het in lid 2 bedoelde besluit vereiste maatregelen te treffen.
4.
Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, mag elk van beide Partijen de andere van de benoeming van een bemiddelaar in kennis stellen; de andere Partij moet dan binnen twee maanden een tweede bemiddelaar benoemen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en haar Lid-Staten geacht een der beide Partijen bij het geschil te zijn.
De Associatieraad benoemt een derde bemiddelaar.
De beslissingen van de bemiddelaars worden met meerderheid van stemmen genomen.
Elke Partij bij het geschil moet de nodige stappen ondernemen om het besluit van de bemiddelaars ten uitvoer te leggen.
1.
De Associatieraad wordt bij de vervulling van zijn plichten bijgestaan door een Associatiecomité, bestaande uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Gemeenschappen en van leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de Regering van Roemenië anderzijds. Gewoonlijk zullen dit hooggeplaatste ambtenaren zijn.
In zijn procedurevoorschriften zal de Associatieraad bepalen, welke de plichten van het Associatiecomité zijn. Die plichten omvatten onder meer de voorbereiding van de vergaderingen van de Associatieraad en de werkwijze van het Comité.
2.
De Associatieraad mag ongeacht welke van zijn bevoegdheden aan het Associatiecomité delegeren. In dat geval neemt het Associatiecomité zijn beslissingen volgens de voorwaarden van artikel 108.
Artikel 111
De Associatieraad mag besluiten ieder ander speciaal comité of lichaam dat hem bij de uitvoering van zijn plichten kan helpen, op te richten.
In zijn procedurevoorschriften bepaalt de Associatieraad hoe dergelijke comités of lichamen moeten worden samengesteld, welke hun plichten zijn en hoe zij zullen functioneren.
Artikel 112
Er wordt een Parlementair Associatiecomité opgericht. Dit zal als forum dienen, waar leden van het Roemeense Parlement en het Europese Parlement elkander kunnen ontmoeten en met elkander van gedachten kunnen wisselen. Het Comité komt met door hemzelf te bepalen tussenpozen bijeen.
1.
Het Parlementaire Associatiecomité bestaat uit leden van het Europese Parlement enerzijds, en uit leden van het Roemeense Parlement anderzijds,
2.
Het Parlementaire Associatiecomité stelt zijn procedurevoorschriften vast.
3.
Het Parlementaire Associatiecomité wordt bij toerbeurt door het Europese Parlement en door het Roemeense Parlement voorgezeten, volgens de in zijn procedurevoorschriften op te nemen bepalingen.
Artikel 114
Het Parlementaire Associatiecomité mag bij de Associatieraad ter zake doende inlichtingen over de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst inwinnen. De Associatieraad verstrekt het Associatiecomité de verlangde informatie.
Het Parlementaire Associatiecomité wordt ingelicht over de besluiten van de Associatieraad.
Het Parlementaire Associatiecomité mag aanbevelingen doen aan de Associatieraad.
Artikel 115
Binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst, beijvert elk van beide Partijen zich om ervoor te zorgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere Partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtshoven en administratieve lichamen van de Partijen, ter bescherming van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten, waaronder ook die betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendom,
Artikel 116
Niets in de Overeenkomst zal een Overeenkomstsluitende Partij beletten maatregelen te nemen:
a. die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;
b. die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor verdedigingsdoeleinden, mits dergelijke maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
c. die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse beroeringen die de handhaving van recht en orde in gevaar brengen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden of om verplichtingen na te komen, die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.
1.
Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen geldt het volgende:
- de regelingen die Roemenië ten opzichte van de Gemeenschap toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun bedrijven of firma's;
- de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Roemenië toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen Roemeense onderdanen dan wel Roemeense bedrijven of firma's.
2.
Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de Overeenkomstsluitende Partijen om de ter zake doende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen, die niet in dezelfde situatie verkeren ten aanzien van hun vaste woonplaats.
Artikel 118
Produkten van oorsprong uit Roemenië krijgen bij de invoer daarvan in de Gemeenschap geen gunstiger behandeling dan die welke de Lid-Staten onderling toepassen.
De behandeling waarop Roemenië krachtens titel IV en hoofdstuk I van titel V aanspraak mag maken, zal niet gunstiger zijn dan die welke de Lid-Staten onderling toepassen.
1.
De Partijen treffen alle algemene of specifieke maatregelen, die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze Overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in de Overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.
2.
Indien een van de Partijen van mening is dat de andere Partij een verplichting van de Overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in speciaal dringende gevallen, verstrekt zij de Associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van de Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Associatieraad gebracht; op verzoek van de andere Partij wordt daaromtrent in de Associatieraad overleg gepleegd.
Artikel 120
Totdat er onder de onderhavige Overeenkomst gelijkwaardige rechten zijn verworven voor zowel individuen als economische ondernemers, zal de onderhavige Overeenkomst geen afbreuk doen aan rechten die hun worden verzekerd door bestaande overeenkomsten, welke bindend zijn voor een of meer Lid-Staten enerzijds, en voor Roemenië anderzijds, behalve op gebieden van communautaire bevoegdheid en onverminderd de voor de Lid-Staten uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen in sectoren waarvoor zij bevoegd zijn.
Artikel 121
De Protocollen nr. 1, 2,3, 4, 5, 6 en 7, en de bijlagen I tot en met XIX maken een wezenlijk onderdeel uit van deze Overeenkomst,
Artikel 122
Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.
Elk van beide Partijen mag deze Overeenkomst opzeggen door de andere Partij van haar voornemen tot opzegging in kennis te stellen. Zes maanden na het tijdstip van die kennisgeving zal deze Overeenkomst dan niet meer van toepassing zijn.
Artikel 123
Deze Overeenkomst is van toepassing op, enerzijds, de grondgebieden waar de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal worden toegepast, onder de in die Verdragen gestelde voorwaarden en, anderzijds, op het grondgebied van Roemenië.
Artikel 124
Deze Overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Nederlandse, de Engelse, de Franse, de Duitse, de Italiaanse, de Spaanse, de Griekse, de Portugese en de Roemeense taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Artikel 125
Deze Overeenkomst wordt door de Partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de Partijen elkander kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.
Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Roemenië inzake handel en commerciële en economische samenwerking, die op 22 oktober 1990 te Luxemburg werd getekend.
1.
Voor het geval dat, zolang de procedures voor de ínwerkingtreding van deze Overeenkomst nog niet zijn voltooid, de bepalingen van sommige onderdelen van deze Overeenkomst en in het bijzonder die met betrekking tot het goederenverkeer, in 1993 van kracht worden via een Interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en Roemenië, komen de Overeenkomstsluitende Partijen overeen dat, onder dergelijke omstandigheden, in de zin van titel III, artikelen 64 en 67 van deze Overeenkomst en de Protocollen nrs. 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 daarbij, de termen „datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst" de volgende betekenis krijgen:
- de datum van inwerkingtreding van de Interimovereenkomst in relatie tot verplichtingen die op dat tijdstip van kracht worden; en
- 1 januari 1993 in relatie tot verplichtingen die daarna van kracht worden, met verwijzing naar de datum van inwerkingtreding.
2.
In geval van inwerkingtreding na 1 januari is het bepaalde in Protocol nr. 7 van toepassing.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze Overeenkomst hebben gesteld.
GEDAAN te Brussel, de eerste februari negentienhonderd drieënnegentig.