Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Diplomatieke vrijstellingen van inkomstenbelasting, loonbelasting, vermogensbelasting, kansspelbelasting, omzetbelasting, motorrijtuigenbelasting en overdrachtsbelasting
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
I. Inleiding
II. Voorwaarden voor diplomatieke vrijstellingen (personen)
a. Niet duurzaam verblijf houden in Nederland
b. Buitenlandse nationaliteit
c. Wederkerigheid
d. Geen honorair consul
III. Aanmeldingen
IV. Diplomatieke vrijstelling van inkomstenbelasting
a. Fiscale positie van vrijgestelde leden van ambassades en consulaten en van vrijgestelde particuliere bedienden
1. Fiscale woonplaats en belastbare object
2. Geen toepassing van het progressievoorbehoud
3. Tweeverdienerssituaties
4. Verminderingen van het onzuivere inkomen
b. Fiscale positie van niet-vrijgestelde personen
1. Leden van ambassades of consulaten
2. Particuliere bedienden in dienstbetrekking bij leden van ambassades
3. Particuliere bedienden in dienstbetrekking bij leden van consulaten
V. Diplomatieke vrijstelling van vermogensbelasting
VI. Diplomatieke vrijstelling van loonbelasting
VII. Diplomatieke vrijstellingen van omzetbelasting
1. Algemene opmerkingen
2. Vrijstelling voor personen
3. Vrijstelling voor ambassades en consulaten
VIII. Diplomatieke vrijstelling van motorrijtuigenbelasting
IX. Diplomatieke vrijstelling van overdrachtsbelasting
X. Ingangsdatum; intrekking aanschrijvingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Diplomatieke vrijstellingen van inkomstenbelasting, loonbelasting, vermogensbelasting, kansspelbelasting, omzetbelasting, motorrijtuigenbelasting en overdrachtsbelasting

Diplomatieke vrijstellingen van inkomstenbelasting, loonbelasting, vermogensbelasting, kansspelbelasting, omzetbelasting, motorrijtuigenbelasting en overdrachtsbelasting
I. Inleiding
Nederland is op 7 september 1984 toegetreden tot het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer en op 17 december 1985 tot het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen (hierna te noemen: de Verdragen van Wenen).
De Verdragen van Wenen zijn op 7 oktober 1984 respectievelijk 16 januari 1986 voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking getreden. In de Verdragen van Wenen zijn onder meer de fiscale vrijstellingen neergelegd voor in de ontvangende staat gevestigde diplomatieke zendingen (i.c. ambassades in Nederland) respectievelijk consulaire posten geleid door een beroepsconsul of een honoraire consul (i.c. beroepsconsulaten en honoraire consulaten in Nederland) van buitenlandse mogendheden. Ook regelen de Verdragen van Wenen de fiscale vrijstellingen voor leden van bedoelde ambassades en consulaten, hun inwonende gezinsleden en hun (in- of uitwonende) particulieren bedienden.
Op grond van hiervoor bedoelde toetreding heeft met ingang van 1 april 1989 aanpassing van de Uitvoeringsbeschikking Algemene wet inzake rijksbelastingen 1964 (hierna te noemen: de Beschikking) plaatsgevonden inzake de voorwaarden waaronder vrijstellingen worden verleend aan leden van ambassades en consulaten, bij hen inwonende gezinsleden en bij hen in dienst zijnde particuliere bedienden.
Met ingang van 1 april 1991 zijn de vrijstellingen uitgebreid met een algemene vrijstelling van omzetbelasting op diensten voor officiële doeleinden van ambassades en beroepsconsulaten (met uitzondering van de meeste diensten in de horecasfeer).
In het hiernavolgende wordt nader ingegaan op de voorwaarden voor vrijstelling, alsmede op overige van belang zijnde aspecten van de diplomatieke vrijstellingen (daaronder begrepen de consulaire vrijstellingen).
a. Niet duurzaam verblijf houden in Nederland
Op grond van de Verdragen van Wenen geldt voortaan als voorwaarde voor de aanspraak op fiscale vrijstellingen voor de onder punt I bedoelde personen dat zij slechts in aanmerking komen voor vrijstellingen, indien zij hier te lande niet duurzaam verblijf houden. Door de ter zake van een bepaalde vrijstelling bevoegde inspecteur behoeft evenwel niet getoetst te worden of de personen in kwestie al dan niet duurzaam in Nederland verblijven (zie hierna punt III).
b. Buitenlandse nationaliteit
Om voor diplomatieke vrijstellingen in aanmerking te komen blijft voor alle onder punt I bedoelde personen de voorwaarde gehandhaafd, overeenkomstig de Verdragen van Wenen, dat men geen Nederlander mag zijn. Bezit men, behalve de Nederlandse nationaliteit, ook een buitenlandse nationaliteit, dan wordt men voor de toepassing van de diplomatieke vrijstellingsbepalingen als Nederlander beschouwd, zoals de Hoge Raad reeds heeft beslist in zijn arrest van 27 februari 1957, BNB 1957/108.
c. Wederkerigheid
De eis van wederkerigheid blijft met betrekking tot de inkomsten-, loon-, vermogens-, motorrijtuigen- en kansspelbelasting slechts gehandhaafd voor de particulieren bedienden. Voor de genoemde belastingen kan er evenwel zonder onderzoek van worden uitgegaan dat voor de betrokken particuliere bedienden aan de wederkerigheidseis wordt voldaan, tenzij mijnerzijds is verklaard dat de wederkerigheid niet meer is gewaarborgd. Voor de overige categorieën is de wederkerigheidseis ten aanzien van genoemde belastingen geheel komen te vervallen.
Met betrekking tot de omzetbelasting dient voor de leden van de vertegenwoordigingen, de inwonende gezinsleden en de particuliere bedienden sprake te zijn van daadwerkelijke wederkerigheid. De tot dusverre gevolgde gedragslijn ter zake wordt voortgezet.
d. Geen honorair consul
Voor consuls geldt blijkens artikel 25 van de Beschikking bovendien de voorwaarde dat zij beroepsconsul zijn.
Honoraire consuls kunnen, ongeacht hun nationaliteit, geen recht doen gelden op de in de Beschikking bedoelde vrijstellingen. Onkostenvergoedingen en emolumenten die zij van de zendstaat (de buitenlandse mogendheid) ontvangen met betrekking tot de uitoefening van consulaire werkzaamheden, zijn echter van belastingen vrijgesteld op grond van artikel 66 van het desbetreffende Verdrag van Wenen. Voor het overige worden zij normaal in de belastingheffing betrokken.
De tot dusverre gehanteerde voorwaarden dat in Nederland buiten de diplomatieke of de consulaire werkkring of buiten de betrekking als particulier bediende geen dienstbetrekking of zelfstandig beroep mag worden vervuld of een onderneming gedreven, is komen te vervallen voor de in de Beschikking geregelde vrijstellingen. Degene die in Nederland een dienstbetrekking of een zelfstandig beroep uitoefent dan wel een onderneming drijft, kan wel voor de inkomsten onderscheidenlijk de winst daaruit in de belastingheffing worden betrokken maar verblijft voor het overige zijn fiscale vrijstellingen behouden. Mocht blijken dat er sprake is van de hiervoor bedoelde werkzaamheden, dan verzoek ik u hiervan telefonisch mededeling te doen aan de Directie Internationale Fiscale Zaken van het Ministerie van Financiën te ’s-Gravenhage. Dit geldt ook voor de werkzaamheden verricht door de inwonende gezinsleden van leden van ambassades of consulaten. Volledigheidshalve vestig ik er de aandacht op dat inwonende gezinsleden van particuliere bedienden geen enkele aanspraak kunnen maken op diplomatieke vrijstellingen.
III. Aanmeldingen
Het beleid inzake toelating van leden van ambassades en consulaten, hun gezinsleden en hun particuliere bedienden berust bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, evenals de registratie van bedoelde personen. Alle toegelaten personen van buitenlandse nationaliteit beschikking over een door genoemd ministerie afgegeven legitimatiebewijs.
Van de toegelaten personen, met uitzondering van de (inwonende) gezinsleden, worden aanmeldingen toegezonden aan de bevoegde inspecteur. Aan de hand van de aanmeldingen kan de inspecteur beoordelen of aanspraak op vrijstelling bestaat, waarbij onder meer de wederkerigheid (zie punt II) van belang kan zijn.
Afmeldingen van betrokkenen worden eveneens doorgegeven en, in voorkomende gevallen, de wijzigingen van nationaliteit, functie, burgerlijke staat of adres.
Indien in verband met toepassing van vrijstellingen, bij voorbeeld ten aanzien van inwonende gezinsleden, onduidelijk zou zijn of een bepaalde persoon al dan niet toegelaten of afgemeld is, kan hierover met het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Kabinet en Protocol (telefoonnummers 070-3486636/3484489/3484688), contact worden opgenomen.
Met betrekking tot het (niet-)duurzaam verblijven merk ik nog het volgende op. Uit de aan de inspecteur toegezonden aanmelding blijkt reeds of sprake is van duurzaam verblijf of niet: in geval van duurzaam verblijf wordt, sinds 1 augustus 1987, op de aanmelding de code DV gebruikt. Personen van buitenlandse nationaliteit, door vóór 1 augustus 1987 zijn aangemeld, behouden hun fiscale voorrechten, ongeacht of er sprake is van duurzaam verblijf of niet. De code DV wordt ten aanzien van deze personen niet gebruikt.
1. Fiscale woonplaats en belastbare object
Leden van ambassade of consulaten en particuliere bedienden die blijkens de aanmelding niet de Nederlandse nationaliteit bezitten, in Nederland gevestigd zijn maar er niet duurzaam verblijven, zijn onder andere voor de toepassing van de inkomstenbelasting in de regel inwoner op grond van artikel 4 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en derhalve binnenlands belastingplichtig.
Nu zij echter op grond van de Verdragen van Wenen veelal aanspraak kunnen maken op (een) bepaalde diplomatieke vrijstelling(en), strekt hun binnenlandse belastingplicht zich niet uit tot het gehele wereldinkomen, maar wordt deze in artikel 26, eerste lid, van de Beschikking beperkt tot de bestanddelen als bedoeld in artikel 49 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het salaris dat de hier bedoelde personen voor hun functie hier te lande ontvangen, behoort niet tot de in Nederland belaste inkomensbestanddelen. De regels van de binnenlandse belastingplicht zijn van toepassing, voor zover niet anders is bepaald in artikel 26, eerste lid, van de Beschikking.
Het vorenstaande is van overeenkomstige toepassing op de inwonende gezinsleden van bedoelde leden, maar niet op de inwonende gezinsleden van particuliere bedienden.
2. Geen toepassing van het progressievoorbehoud
Voor de vrijgestelde inkomsten geldt niet het zogenaamde progressievoorbehoud. Bij de berekening van de verschuldigde belasting over de overige inkomsten dient derhalve geen rekening te worden gehouden met het vrijgestelde salaris of andere vrijgestelde inkomsten. Dit leidt ertoe dat ook het vrijgestelde salaris geen deel uitmaakt van het persoonlijke arbeidsinkomen, het onzuivere inkomen, het inkomen (in de zin van artikel 3 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964) of van het belastbare inkomen van betrokkenen.
Ook voor de toepassing van het bijzondere tarief, voor de invorderingsvrijstelling (vanaf 1 januari 1990), voor de berekening van de drempels buitengewone lasten en aftrekbare giften van de niet-vrijgestelde echtgenoot (met het hoogste persoonlijk arbeidsinkomen) van een wel vrijgestelde, of voor de toepassing van de Wet op de vermogensbelasting 1964 dient op geen enkele wijze rekening te worden gehouden met het vrijgestelde salaris of andere vrijgestelde inkomsten.
Voor de bepaling of sprake is van te verrekenen verliezen en voor de beantwoording van de vraag of al dan niet een aanslag moet worden opgelegd, wordt het vrijgestelde salaris eveneens buiten beschouwing gelaten.
3. Tweeverdienerssituaties
Als binnenlands belastingplichtige kunnen hiervoor bedoelde vrijgestelde personen aanspraak maken op de algemene belastingvrije som en de toeslagen hierop, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden. In de situatie dat de echtgenoot (vrijgesteld of niet) van een diplomaat hier te lande belaste werkzaamheden verricht, wordt op grond van het arrest van de Hoge Raad van 27 april 1988, BNB 1988/182, het vrijgestelde salaris van de diplomaat geheel buiten beschouwing gelaten voor de toepassing van de artikelen 53a, 53b en 56 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en kan de werkende echtgenoot dus in voorkomend geval in aanmerking komen voor de alleenverdiener-toeslag of de voetoverheveling. Het andersluidende arrest van de Hoge Raad van 1 april 1987, BNB 1987/165, vindt derhalve geen toepassing meer. Aan eventueel ingediende bezwaarschriften tegen nog niet onherroepelijk vaststaande aanslagen in de inkomstenbelasting kan worden tegemoet gekomen; eventuele verzoeken om ambtshalve herziening van aanslagen welke onherroepelijk zijn gekomen vast te staan vóór het arrest van 27 april 1988, kunnen worden afgewezen, terwijl verzoeken om ambtshalve herziening van aanslagen welke onherroepelijk zijn komen vast te staan op of ná de datum van het arrest van 27 april 1988, kunnen worden ingewilligd.
Wat betreft de toerekening van de niet-verzelfstandigde inkomensbestanddelen merk ik onder meer op dat toerekening aan de gehuwde tweeverdiener (vrijgesteld of niets) met het hoogste persoonlijke arbeidsinkomen pas toegepast kan worden, nadat is vastgesteld welke de niet-verzelfstandigde inkomensbestanddelen zijn van de andere (vrijgestelde) tweeverdiener. Bij de vaststelling van de niet-verzelfstandigde inkomensbestanddelen van die ander dienen namelijk diens vrijgestelde inkomensbestanddelen (zoals rente) en diens niet-aftrekbare inkomensbestanddelen (zoals buitengewone lasten) buiten beschouwing te worden gelaten. De vrijgestelde en de niet-aftrekbare inkomensbestanddelen kunnen dus niet worden overgeheveld.Situatie vanaf 1 januari 1990
Als binnenlandse belastingplichtige kunnen hiervoor bedoelde vrijgestelde personen vanaf 1 januari 1990 aanspraak maken op de basisaftrek en aanvullende belastingvrije bedragen afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden. Ook na de inwerkingtreding van de belastingherziening-Oort blijft het arrest van de Hoge Raad van 27 april 1988 (BNB 1988/182) toepassing vinden: voor de tariefgroepindeling dient (ook voor de overgangstariefgroep 6 in 1990 en 1991) het vrijgestelde salaris geheel buiten beschouwing te worden gelaten. Dit houdt bij voorbeeld in dat een diplomaat zijn basisaftrek kan overdragen aan zijn werkende echtgenoot of dat hij bij voldoende niet-vrijgestelde overige inkomsten de basisaftek van zijn niet-werkende echtgenoot kan overnemen.
Voor de tariefgroepindeling dient onder ingeschreven zijn in de bevolkingsadministratie ook te worden verstaan het geregistreerd zijn bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken (zie hiervoor punt III).
Met betrekking tot de tarieven vanaf 1 januari 1990 geldt dat voor de hier bedoelde personen niet het belastingtarief van 25% ten aanzien van buitenlandse belastingplichtigen van toepassing is, althans indien zij binnenlands belastingplichtig zijn (hetgeen meestal het geval is).
Hierbij maakt het geen verschil of zij al dan niet in Nederland verplicht verzekerd zijn voor de volksverzekeringen.
Volledigheidshalve zij verder opgemerkt, dat hetgeen hiervoor is gezegd over de toerekening van de niet-verzelfstandigde inkomensbestanddelen ook na 1 januari 1990 van toepassing blijft.
4. Verminderingen van het onzuivere inkomen
Voor de verminderingen van het onzuiver inkomen (ter zake van de inkomsten die wel mogen worden belast bij de vrijgestelde leden van ambassades of consulaten, hun vrijgestelde inwonende gezinsleden en bij de vrijgestelde particuliere bedienden), gelden de regels die van toepassing zijn op de buitenlandse belastingplichtigen. Dit betekent bij voorbeeld dat bedoelde personen geen recht hebben op aftrek van buitengewone lasten, giften, de niet in artikel 48 van de Wet op de inkomstenbelasting genoemde persoonlijke verplichtingen, de zelfstandigenaftrek of op aftrek in verband met de vorming van een oudedagsreserve. Dit geldt uiteraard ook dan, wanneer de betrokkene geen belastbare inkomsten geniet. De inkomensbestanddelen welke in verband met artikel 48 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 niet aftrekbaar zijn, leiden derhalve niet tot het ontstaan van compensabele verliezen.
Ook na de inwerkingtreding van de belastingherziening-Oort per 1 januari 1990 blijft het vorenstaande gelden, met dien verstande dat vanaf genoemde datum geen enkele aftrek meer bestaat voor persoonlijke verplichtingen (premies volksverzekeringen) die betrekking hebben op 1990 en volgende jaren. Aftrek van premies volksverzekeringen die betrekking hebben op eerdere jaren maar die voldaan zijn in 1990 of later, blijft evenwel mogelijk.
1. Leden van ambassades of consulaten
Leden van ambassades of consulaten, die blijkens de aanmelding de Nederlandse nationaliteit bezitten of hier te lande duurzaam verblijven, kunnen geen aanspraak maken op enige diplomatieke belastingvrijstelling. Zij zijn in dienst van de buitenlandse overheid (de zendstaat) en genieten van die overheid salaris dat niet aan de Nederlandse loonbelasting is onderworpen. Zij zijn echter binnenlands belastingplichtig in de zin van artikel 1, onderdeel a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en dienen dan ook beschreven te worden. Bij de vaststelling van de aanslag vinden de normale regels ter voorkoming van dubbele belasting toepassing.
Ook inwonende gezinsleden van vrijgestelde personen kunnen geen recht doen gelden op enige diplomatieke vrijstelling, wanneer bedoelde gezinsleden niet aan de voorwaarden voor vrijstelling voldoen, evenmin als inwonende gezinsleden van niet-vrijgestelde personen.
2. Particuliere bedienden in dienstbetrekking bij leden van ambassades
Particuliere bedienden die in dienst zijn van leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en die blijkens de aanmelding de Nederlandse nationaliteit bezitten of hier te lande duurzaam verblijven, kunnen geen aanspraak maken op enige diplomatieke belastingvrijstelling. Zij zijn niet in dienst van de buitenlandse overheid (de zendstaat), maar in dienst van een particuliere werkgever en genieten van die werkgever salaris. Op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 (artikel 6, derde lid) zijn leden van ambassades, die personen in privé-dienst hebben, in overeenstemming met het desbetreffende Verdrag van Wenen niet inhoudingsplichtig.
Dit betekent dat bedoelde particuliere bedienden niet zijn onderworpen aan de loonbelasting, maar als binnenlands belastingplichtige in de zin van artikel 1, onderdeel a, van de Wet op inkomstenbelasting 1964 voor het genoten salaris zijn onderworpen aan de inkomstenbelasting. Zij dienen dan ook beschreven te worden. Voor het salaris kan geen vermindering ter voorkoming van dubbele belasting worden verleend, nu de hier bedoelde particuliere bedienden in Nederland worden en in Nederland werkzaam zijn bij een hier te lande gevestigde particuliere werkgever.
3. Particuliere bedienden in dienstbetrekking bij leden van consulaten
Het gestelde in de eerste twee volzinnen en in de laatste volzin onder hiervoor genoemd onderdeel 3 is eveneens van toepassing op particuliere bedienden in dienstbetrekking van leden van consulaten. In tegenstelling tot de leden van ambassades dienen leden van consulaten, die personen in privé-dienst hebben, op grond van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen (artikel 49, derde lid) zich te houden aan de verplichtingen welke de wetten en regelingen van de ontvangende Staat met betrekking tot de heffing van belasting opleggen aan werkgevers. Thans worden krachtens artikel 6, derde lid, van de Wet op loonbelasting 1964 onder anderen beroepsconsulaire vertegenwoordigers en de hun toegevoegde ambtenaren niet als inhoudingsplichtigen beschouwd. Te zijner tijd zal laatstgenoemd artikel op dit punt worden aangepast. Zolang deze aanpassing niet geëffectueerd is, zijn de hier bedoelde leden van consulaten niet inhoudingsplichtig en geldt voor hun particuliere bedienden eveneens het gestelde in de vierde en de vijfde volzin onder hiervoor genoemd onderdeel 3.
V. Diplomatieke vrijstelling van vermogensbelasting
Niet alleen voor de inkomstenbelasting, maar ook voor de vermogensbelasting geldt dat leden van ambassades en consulaten, hun inwonende gezinsleden en particuliere bedienden in de regel inwoner zijn van Nederland en derhalve binnenlands belastingplichtig. Hun binnenlandse belastingplicht strekt zich niet uit tot het gehele vermogen, maar wordt in artikel 26, derde lid, van de Beschikking beperkt tot de bestanddelen als bedoeld in artikel 13 van de Wet op de vermogensbelasting 1964. De regels van de binnenlandse belastingplicht zijn van toepassing, voor zover niet anders is bepaald in artikel 26, derde lid, van de Beschikking. Dit houdt bij voorbeeld in dat in tweeverdienerssituaties niet-vrijgestelde of aftrekbare vermogensbestanddelen van een vrijgestelde diplomaat worden toegerekend aan degene die het hoogste persoonlijke arbeidsinkomen in de zin van de inkomstenbelasting geniet, ongeacht of deze laatste de diplomatieke vrijstelling geniet of niet.
VI. Diplomatieke vrijstelling van loonbelasting
In artikel 25 van de Beschikking is onder meer bepaald dat leden van ambassades en consulaten onder de aldaar genoemde voorwaarden zijn vrijgesteld van loonbelasting.
Hoewel bedoelde personen in dienst zijn van de buitenlandse overheid (de zendstaat) en van die overheid salaris genieten, dat niet aan de Nederlandse loonbelasting is onderworpen aangezien de buitenlandse overheid geen inhoudingsplichtige is in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964, is de vrijstelling van loonbelasting voor bedoeld salaris, die overigens reeds op grond van de Verdragen van Wenen van toepassing is, niettemin uitdrukkelijk geregeld om mogelijke twijfel weg te nemen. Ook voor de particuliere bedienden die aan de in artikel 25 gestelde voorwaarden voldoen, is de vrijstelling van loonbelasting, die ten aanzien van particuliere bedienden van leden van ambassades reeds geldt krachtens het desbetreffende Verdrag van Wenen, nog uitdrukkelijk geregeld, ofschoon zij niet aan de loonbelasting zijn onderworpen nu artikel 6, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 leden van ambassades en consulaten niet als inhoudingsplichtigen beschouwt.
De vrijstelling van loonbelasting betreft slechts het salaris genoten uit het diplomatieke of het consulaire ambt dan wel uit de dienstbetrekking als particulier bediende.
Zodra bij voorbeeld een echtgenoot van een diplomaat een dienstbetrekking gaat uitoefenen bij een Nederlandse werkgever, is derhalve het salaris aan de loonbelasting onderworpen. Hetgeen onder punt IV.a.3 met betrekking tot tweeverdienerssituaties is gesteld voor de inkomstenbelasting, is van overeenkomstige toepassing op de loonbelasting.
1. Algemene opmerkingen
De Verdragen van Wenen voorzien niet in een algemene diplomatieke vrijstelling van omzetbelasting. Op grond van deze verdragen behoeft slechts vrijstelling te worden verleend van omzetbelasting geheven ten aanzien van de officiële gebouwen van ambassades en consulaten. Niettemin is in de Beschikking een algemene diplomatieke vrijstelling van omzetbelasting neergelegd, zowel voor ambassades en consulaten als voor de leden daarvan.
De vrijstelling wordt slechts verleend onder voorwaarde van wederkerigheid. Aan deze voorwaarde wordt in principe voldaan, wanneer daaraan ook onder de regeling van vóór 1 april 1989 werd voldaan. Wijzigingen in de wederkerigheidsgegevens ten aanzien van een bepaald land worden schriftelijk doorgegeven aan de betrokken eenheden van de belastingdienst. Voor bepaalde prestaties in verband met de officiële huisvesting van ambassades en consulaten mag er zonder nader onderzoek van worden uitgegaan dat wordt voldaan aan de voorwaarde van wederkerigheid (zie hierna onder punt 3).
De vrijstelling is voor leden van ambassades en consulaten beperkt tot de in artikel 28, eerste lid, van de Beschikking bedoelde omzetbelasting op roerende goederen bestemd voor persoonlijk gebruik.
De vrijstelling voor ambassades en beroepsconsulaten wordt geregeld in artikel 28, tweede lid, en strekt zich uit tot zowel roerende als onroerende goederen bestemd voor officieel gebruik, en met ingang van 1 april 1991 ook tot diensten voor officiële doeleinden.
Honoraire consulaten komen slechts in aanmerking voor de in artikel 28, vierde lid bedoelde vrijstelling van omzetbelasting op bepaalde goederen en diensten in verband met de huisvesting van het consulaat en van beroepsconsulaire leden daarvan.
De vrijstelling van omzetbelasting wordt verleend in de vorm van teruggaaf van belasting. Artikel 28, zesde en zevende lid, van de Beschikking geeft aan welke administratieve eisen bij de toepassing van de vrijstelling worden gesteld.
De mogelijkheid om motorrijtuigen met vrijstelling van omzetbelasting en bijzondere verbruiksbelasting in het vrije verkeer aan te kopen is om controle-technische redenen opgeheven met ingang van 1 april 1989. Volledigheidshalve merk ik op dat de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen bij invoer (al dan niet uit douane-entrepot) blijft bestaan.
Voorts zijn met ingang van 1 april 1991 van de vrijstelling uitgesloten de levering van goederen en het verrichten van diensten binnen het kader van het hotel-, restaurant-, café, catering- en aanverwant bedrijf. Tot die datum waren prestaties in de horecasfeer in principe ook al van de vrijstelling uitgesloten, als zijnde diensten. Om twijfel over de aard van horecaprestaties onder de nieuwe regeling te voorkomen, wordt zekerheidshalve ook de levering van goederen in de horecasfeer expliciet uitgesloten.
2. Vrijstelling voor personen
Leden van hier te lande gevestigde ambassades of consulaten, hun inwonende gezinsleden en hun particuliere bedienden zijn vrijgesteld van omzetbelasting onder de hiervoor in punt II genoemde voorwaarden.
Ten aanzien van beroepsconsulaire leden van consulaten geldt voor de toepassing van deze vrijstelling, evenals overigens voor de toepassing van de andere in de onderhavige aanschrijving bedoelde vrijstellingen, dat het geen verschil uitmaakt of zij werkzaam zijn bij een consulaat dat wordt geleid door een beroepsconsul, of bij een consulaat dat wordt geleid door een honoraire consul. De honoraire consul zelf geniet echter geen vrijstelling.
Met ingang van 1 april 1989 is de vrijstelling uitgebreid tot alle soorten goederen betrokken uit het binnenlandse, vrije verkeer (met uitzondering van onroerende goederen, motorrijtuigen, en goederen geleverd binnen het kader van het hotel-, restaurant, café-, catering- en aanverwant bedrijf), bestemd voor persoonlijk gebruik. Geen vrijstelling wordt verleend indien de goederen worden weggeschonken, uitgeleend, verhuurd of verkocht, of anderszins voor commerciële doeleinden worden gebruikt. Evenmin wordt vrijstelling verleend indien de goederen bestemd zijn voor samenvoeging tot een van de vrijstelling uitgesloten goed.
Omzetbelasting op diensten is van de vrijstelling uitgesloten.
Teruggaaf van omzetbelasting op goederen bestemd voor persoonlijk gebruik wordt slechts verleend voor zover de aanschaffingsprijs inclusief omzetbelasting ten minste honderd gulden per stuk bedraagt. Ook wanneer grotere hoeveelheden van hetzelfde goed worden geleverd, is de prijs per stuk bepalend. Het maakt daarbij niet uit of de goederen al dan niet zijn samengevoegd in groothandelsverpakkingen, kratten en dergelijke. Indien echter een aantal artikelen doorgaans als één geheel worden geleverd, bijvoorbeeld de samenstellende delen van een servies, is de aanschaffingsprijs van het geheel bepalend. Bij de levering van goederen die per meter worden verkocht, zoals vloerbedekking, stof en dergelijke, kan een aantal aan één stuk geleverde meters als één goed worden beschouwd. Verder mogen voor het bepalen van de aanschaffingsprijs van water, gas, elektriciteit, warmte of motorbrandstoffen de facturen die betrekking hebben op de leveranties gedurende een kalenderkwartaal bij elkaar worden opgeteld.
3. Vrijstelling voor ambassades en consulaten
Sinds 1 april 1989 is de vrijstelling van omzetbelasting aan ambassades en consulaten apart in de Beschikking opgenomen. De vrijstelling wordt, evenals voor die datum, verleend aan het hoofd van de ambassade of van het consulaat.
Ambassades en beroepsconsulaten kunnen in aanmerking komen voor vrijstelling van omzetbelasting op roerende goederen (met uitzondering van motorrijtuigen en de hierna genoemde goederen geleverd in de horecasfeer), betrokken uit het vrije verkeer, die bestemd zijn voor officieel gebruik.
Met ingang van 1 april 1991 komen zij bovendien in aanmerking voor vrijstelling van omzetbelasting op diensten bestemd voor officiële doeleinden. Goederen geleverd en diensten verricht binnen het kader van het hotel-, restaurant-, café-, catering- en aanverwant bedrijf zijn van de vrijstelling uitgezonderd, tenzij het prestaties betreft in het kader van een officiële ontvangst in een gebouw van een vertegenwoordiging (daaronder begrepen de ambtswoning van het hoofd daarvan).
De vrijstelling strekt zich mede uit tot prestaties verricht in het kader van het verbouwen, herstellen en onderhouden van panden bestemd voor officieel gebruik, daaronder begrepen de ambtswoning van het hoofd van een ambassade of beroepsconsulaat. Het is voor deze vrijstelling niet van belang of de desbetreffende panden door de zendstaat of door het hoofd van de vertegenwoordiging zijn aangekocht dan wel gehuurd. Omdat deze vrijstelling is neergelegd in de Verdragen van Wenen, kan er voor alle landen in principe van worden uitgegaan, dat op dit punt wordt voldaan aan de voorwaarde van wederkerigheid (zie ook hierna).
Voorts kunnen ambassades en beroepsconsulaten vrijstelling van omzetbelasting genieten bij levering aan de zendstaat van onroerende goederen, bestemd voor officieel gebruik van genoemde vertegenwoordigingen. Onder officieel gebruik wordt in dit verband mede verstaan het huisvesten van leden van die vertegenwoordigingen.
Honoraire consulaten komen slechts in aanmerking voor vrijstelling ten aanzien van de volgende prestaties:
a. de levering van onroerende goederen, bestemd voor officieel gebruik van het consulaat; onder officieel gebruik wordt in dit verband mede verstaan het huisvesten van leden van het consulaat, met uitzondering van honoraire consuls;
b. verhuur aan de zendstaat van gebouwen voor officieel gebruik van het consulaat, ingeval er sprake is van zogenaamde optie voor belaste verhuur op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, ten 5°, van de Wet op de omzetbelasting 1968;
c. de levering van goederen en het verrichten van diensten bestemd voor het (ver)bouwen, herstellen en onderhouden (niet: schoonmaken) van panden bestemd voor officieel gebruik; het is daarbij niet van belang of de desbetreffende panden door de zendstaat of door de honoraire consul zijn aangekocht dan wel gehuurd. Prestaties met betrekking tot een eventuele ambtswoning van een honorair consul komen niet voor deze vrijstelling in aanmerking.
Het hoofd van de ambassade of van het consulaat dient in een verklaring te bevestigen dat de desbetreffende goederen en/of diensten voor officieel gebruik zijn bestemd. Geen vrijstelling wordt verleend indien de goederen worden weggeschonken, uitgeleend, verhuurd of verkocht, of anderszins voor commerciële doeleinden worden gebruikt. Evenmin wordt vrijstelling verleend indien de goederen bestemd zijn voor samenvoeging tot een van de vrijstelling uitgesloten goed.
De vrijstelling ten aanzien van diensten wordt slechts verleend, indien de desbetreffende dienst ten goede komt aan de betrokken vertegenwoordiging zelf. Diensten verricht in het kader van als commercieel aan te merken activiteiten van een vertegenwoordiging zijn van de vrijstelling uitgesloten.
De vrijstelling van omzetbelasting wordt slechts verleend onder voorwaarde van wederkerigheid. Voor de vrijstelling van omzetbelasting op bepaalde prestaties in verband met de officiële huisvesting kan er evenwel zonder onderzoek van worden uitgegaan dat aan de wederkerigheidseis wordt voldaan, tenzij mijnerzijds is verklaard dat de wederkerigheid niet meer is gewaarborgd. Deze vrijstelling is zoals gezegd gebaseerd op de Verdragen van Wenen. Het gaat hier om de volgende prestaties:
a. verhuur aan de zendstaat van gebouwen voor officieel gebruik van een ambassade, beroeps- of honorair consulaat;
b. het leveren van goederen en het verrichten van diensten bestemd voor het verbouwen, herstellen en onderhouden van panden bestemd voor officieel gebruik van een ambassade, beroeps- of honorair consulaat, daaronder begrepen de ambtswoning van het hoofd van een ambassade of beroepsconsultaat; het is hierbij niet van belang of de desbetreffende panden door de zendstaat of door het hoofd van de ambassade of het consulaat zijn aangekocht dan wel gehuurd. Volledigheidshalve zij opgemerkt dat ook hier het schoonmaken van de officiële gebouwen niet wordt beschouwd als het onderhouden van deze panden in bovenbedoelde zin. Ambassades en beroepsconsulaten kunnen met ingang van 1 april 1991 uiteraard wel in aanmerking komen voor vrijstelling van omzetbelasting op het schoonmaken van de officiële gebouwen (daaronder niet begrepen de ambtswoning van het hoofd van de vertegenwoordiging), maar dan onder de normale voorwaarde van daadwerkelijk gebleken wederkerigheid.
Met betrekking tot de vrijstelling van omzetbelasting ter zake van de levering van onroerende goederen bestemd voor officieel gebruik wordt door mij per geval onderzocht of wordt voldaan aan de voorwaarde van wederkerigheid. Deze vrijstelling wordt slechts verleend door tussenkomst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ambassades en consulaten die zich rechtstreeks tot de belastingdienst wenden met een verzoek om deze vrijstelling, dienen te worden verwezen naar de Directie Kabinet en Protocol van genoemd Ministerie.
Indien de vrijstelling ten aanzien van bepaald onroerend goed kan worden verleend ontvangt de betrokken eenheid van de belastingdienst daarvan mijnerzijds bericht.
VIII. Diplomatieke vrijstelling van motorrijtuigenbelasting
De diplomatieke vrijstelling van motorrijtuigenbelasting kan worden verleend aan leden van ambassades en consulaten (met uitzondering van honoraire consuls) met betrekking tot motorrijtuigen bestemd voor persoonlijk gebruik.
Voorts kan de vrijstelling worden verleend aan ambassades en beroepsconsulaten met betrekking tot motorrijtuigen bestemd voor officieel gebruik. De vrijstelling wordt verleend aan het hoofd van de vertegenwoordiging.
Het is voor de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting niet van belang of het desbetreffende motorrijtuig al dan niet met vrijstelling van belastingen is ingevoerd of in het binnenlandse vrije verkeer is aangeschaft.
De diplomatieke vrijstelling van motorrijtuigenbelasting aan de in artikel 25, tweede lid, van de Beschikking bedoelde particuliere bedienden en aan ambassades en beroepsconsulaten wordt slechts verleend onder voorwaarde van wederkerigheid. Er kan evenwel zonder onderzoek van worden uitgegaan dat aan de wederkerigheidseis wordt voldaan, tenzij mijnerzijds is verklaard dat de wederkerigheid niet meer is gewaarborgd. Ten aanzien van de leden van ambassades en consulaten wordt de voorwaarde van wederkerigheid niet gesteld.
De vrijstelling van motorrijtuigenbelasting wordt in het geheel niet toegekend aan honoraire consuls, noch aan honoraire consulaten, indien zij zouden beschikken over dienstauto’s.
IX. Diplomatieke vrijstelling van overdrachtsbelasting
Wanneer een vreemde mogendheid in Nederland gelegen onroerend goed verkrijgt, is vrijstelling van overdrachtsbelasting mogelijk op voorwaarde dat dit onroerend goed is bestemd voor huisvesting van een ambassade, een beroepsconsulaat, een honorair consulaat dan wel het hoofd van een ambassade of beroepsconsulaat. De vrijstelling kan, onder voorwaarde van wederkerigheid, eveneens worden verleend indien het desbetreffende onroerende goed is bestemd voor bewoning door andere leden van een ambassade of consulaat.
Voor onroerend goed dat een vreemde mogendheid hier te lande zou aankopen voor bewoning door een honoraire consul is echter geen vrijstelling mogelijk. Evenmin is vrijstelling mogelijk indien leden van ambassades en consulaten zelf onroerend goed in Nederland verkrijgen.
De diplomatieke vrijstelling van overdrachtsbelasting wordt slechts verleend door tussenkomst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ambassades en consulaten die zich rechtstreeks tot de belastingdienst wenden met een verzoek om vrijstelling, dienen te worden verwezen naar de Directie Kabinet en Protocol van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Indien de vrijstelling ten aanzien van een bepaalde verkrijging kan worden verleend ontvangt de betrokken eenheid van de belastingdienst daarvan mijnerzijds bericht.
Wanneer het verzoek tijdig wordt ingediend kan worden goedgekeurd, dat geen belasting behoeft te worden afgedragen bij de overdracht van het desbetreffende onroerend goed. In de overige gevallen wordt de vrijstelling verleend in de vorm van een teruggaaf van betaalde belasting.
X. Ingangsdatum; intrekking aanschrijvingen
Deze aanschrijving vindt, evenals de gewijzigde artikelen van de Beschikking, voor het eerst toepassing vanaf 1 april van het belastingjaar 1989, tenzij anders is bepaald (zie bij voorbeeld punt IV.a.3 en punt VII 3).
In verband hiermee heeft de aanschrijving van 27 april 1962 (IFZ-74), zoals gewijzigd bij de aanschrijving van 7 december 1962, nr. B2/18981 (IFZ-82, reeds vervallen) en de resolutie van 15 november 1963, nr. B3/14409, haar belang verloren, evenals de aanschrijving van 5 november 1984, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij de beschikking van 11 juni 1986, nr. 086-1004, en gerectificeerd op 21 augustus 1986, voor zover het in laatstgenoemde aanschrijving diplomaten en andere leden van ambassades, leden van consulaten, particuliere bedienden en echtgenoten van alle genoemde categorieën betreft.
Dit besluit dient ter vervanging van het besluit van 22 maart 1989, nr. IFZ89-234.