Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds Podiumkunsten 2013-2016
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Paragraaf 1. : Algemene bepalingen
+ Paragraaf 2. : Procedure
+ Paragraaf 3. : meerjarige productiesubsidie
+ Paragraaf 4. : meerjarige festivalsubsidie
+ Paragraaf 5. : Verplichtingen en verantwoording
+ Paragraaf 6. : Overige bepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds Podiumkunsten 2013-2016

Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds Podiumkunsten 2013?2016
Het bestuur van het Fonds Podiumkunsten,
Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid en artikel 3 van het Algemeen Reglement van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten + ;
Besluit:
Artikel 1.1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
andere-inkomstenquote: het totaal van alle inkomsten met uitzondering van het subsidie per uitvoering op basis van deze regeling gedeeld door de totale baten;
bestuur: de raad van bestuur van de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten + ;
eigeninkomstenquote: het totaal van de publieksinkomsten, directe en indirecte opbrengsten en bijdragen uit private middelen gedeeld door de totale baten;
concours: een competitie gericht op podiumkunstenaars die aan het begin van een professionele carriere staan waarbij het wedstrijdelement het verbindende element tussen de activiteiten vormt;
festival: reeks van onderling samenhangende activiteiten die gedurende een in de tijd beperkte periode onder een gemeenschappelijke noemer worden georganiseerd;
Fonds Podiumkunsten: de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten + ;
Nederland: Nederland, inclusief Bonaire, Sint-Eustatius en Saba;
podiumkunstenaar: iemand die artistiek-inhoudelijk actief is in de podiumkunsten en in die hoedanigheid aantoonbaar geïntegreerd is in de professionele podiumkunstpraktijk in Nederland;
schoolvoorstelling of schoolconcert: besloten podiumkunstactiviteit die specifiek gericht is op (groepen) scholieren en waarbij sprake is van een (muziek)theatraal concept of choreografisch idee of een muzikale programmatische samenhang;
uitvoering: een voorstelling of concert dan wel een schoolvoorstelling of schoolconcert;
voorstelling of concert: openbaar toegankelijke podiumkunstactiviteit die bedoeld is voor publiek en waarbij sprake is van een (muziek)theatraal concept of choreografisch idee of een muzikale programmatische samenhang.
Artikel 1.2. Doel
Het bestuur kan meerjarige activiteitensubsidies verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan een kwalitatief hoogwaardig en pluriform aanbod van professionele podiumkunsten in Nederland in de jaren 2013 tot en met 2016 en het opbouwen en bereiken van een publiek daarvoor.
1.
Subsidie wordt verstrekt voor een periode van twee jaar.
2.
Op basis van deze regeling kan subsidie worden verstrekt voor de periode 2013?2014 en voor de periode 2015?2016.
3.
Een instelling kan alleen subsidie voor de periode 2015–2016 ontvangen, indien deze instelling een subsidie heeft ontvangen voor de periode 2013?2014 op basis van deze regeling.
1.
Voor de periode 2013?2016 zijn per kalenderjaar de volgende bedragen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies voor het produceren van uitvoeringen als bedoeld in paragraaf 3 van deze regeling:
voor theater € 9.800.000;
voor muziektheater € 2.000.000;
voor dans € 4.800.000;
voor muziek € 5.800.000.
2.
Voor de periode 2013–2016 is per kalenderjaar het volgende bedrag beschikbaar voor het verstrekken van subsidies voor het organiseren van festivals of concoursen als bedoeld in paragraaf 4 van deze regeling:
€ 2.000.000.
3.
De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen gelden als subsidieplafond. Het bestuur kan eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen of verlagen.
4.
Een besluit tot het vaststellen, verhogen of verlagen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten.
1.
Het bestuur kan subsidie weigeren:
a. als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;
b. als de aanvrager geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;
c. als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten;
d. als de aanvrager niet voldoet aan de voor de betreffende instelling gebruikelijke normen met betrekking tot good governance op het terrein van goed bestuur, adequaat toezicht en transparante verantwoording;
e. als de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.
2.
Subsidie wordt in ieder geval geweigerd, indien voor de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd aan de aanvrager subsidie is of zal worden verleend op grond van:
a. de Regeling op het specifiek cultuurbeleid ;
b. de Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds voor Cultuurparticipatie 2013–2016;
c. de Deelregeling Meerjarige Programma’s Architectuur, Vormgeving en E-cultuur;
d. de Regeling meerjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2013?2016;
e. het Deelreglement Filmactiviteiten van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film ;
f. artikel 2 onder b van de Regeling beeldende kunst, vormgeving en cultureel erfgoed van de Mondriaan Stichting.
1.
Als er sprake is of zal zijn van een juridische fusie tussen twee of meer instellingen wordt bij het bepalen of de aanvraag voldoet aan het bepaalde in deze regeling uitgegaan van het totaal van de individuele prestaties.
2.
Aan de subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot de termijn waarbinnen het in de aanvraag opgenomen voornemen tot fusie gerealiseerd moet zijn.
1.
Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in paragraaf 3 of 4 van deze regeling wordt ingediend met behulp van een door het bestuur opgesteld formulier voor de betreffende periode.
2.
Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Fonds Podiumkunsten en vergezeld gaat van de op het formulier vermelde bijlagen.
3.
Het bestuur kan digitale indiening mogelijk maken. Het bepaalde in de leden een en twee is van overeenkomstige toepassing.
1.
Aanvragen voor de periode 2013?2014 dienen uiterlijk 1 maart 2012 om 17:00 uur te zijn ontvangen.
2.
Aanvragen voor de periode 2015?2016 is alleen mogelijk voor instellingen die op basis van deze regeling subsidie hebben ontvangen voor de periode 2013?2014. Aanvragen voor de periode 2015?2016 dienen uiterlijk 1 mei 2014 om 17:00 uur te zijn ontvangen.
3.
Het bestuur kan voor de periode 2015–2016 een vereenvoudigde indienings- en beoordelingsprocedure hanteren.
1.
Aanvragen die voldoen aan de vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen worden voor advies voorgelegd aan een van de volgende adviescommissies: theater, muziektheater, dans, muziek of festivals.
2.
Het bestuur beslist aan welke adviescommissie advies wordt gevraagd.
3.
De adviescommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria in deze regeling.
4.
De commissie adviseert over de subsidiehoogte op basis van het bepaalde in deze regeling.
1.
Aanvragen die aan de voorwaarden voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen worden onderverdeeld in:
A: honoreren;
B: honoreren voor zover het budget dat toelaat; en
C: niet honoreren.
2.
Als een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen met het advies ‘honoreren voor zover het budget dat toelaat’ te honoreren, worden de aanvragen in een rangorde geplaatst op basis van de van toepassing zijnde criteria.
3.
Het bestuur honoreert eerst de aanvragen met het advies ‘honoreren’. Vervolgens worden de aanvragen met het advies ‘honoreren voor zover het budget dat toelaat’ gehonoreerd in volgorde van de rangorde. Het bestuur verdeelt het beschikbare budget volgens de rangorde, waarbij aanvragen worden toegewezen of gedeeltelijk toegewezen totdat het van toepassing zijnde subsidieplafond is bereikt. De resterende aanvragen worden afgewezen.
4.
Indien het bestuur een subsidieplafond verhoogt, wordt eerst het subsidie van een aanvraag die wegens ontoereikendheid van het budget gedeeltelijk was toegewezen alsnog verhoogd tot het geadviseerde bedrag. Vervolgens wordt steeds de eerstvolgende aanvraag toegewezen totdat het subsidieplafond is bereikt.
1.
Het bestuur informeert de aanvrager binnen 22 weken na de uiterlijke indieningsdatum schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.
2.
Als het besluit samenhangt met een subsidiebeslissing van een ander bestuursorgaan, dan kan het bestuur een ontbindende of opschortende voorwaarde in het besluit opnemen.
Artikel 3.1. Wie kan aanvragen
Een aanvraag voor een meerjarige productiesubsidie kan uitsluitend worden gedaan door een instelling met rechtspersoonlijkheid die primair gericht is op het zelf ontwikkelen en produceren van uitvoeringen met een herkenbare artistieke signatuur.
1.
Een aanvraag voor meerjarige subsidie kan worden ingediend voor het produceren van uitvoeringen door professionele podiumkunstenaars.
2.
Minimaal 50% van de uitvoeringen waarvoor subsidie wordt aangevraagd dient in Nederland plaats te vinden.
3.
In de aanvraag geeft de aanvrager aan hoeveel uitvoeringen hij wil realiseren in de subsidieperiode.
4.
Het bestuur kan eisen stellen aan de eigeninkomstenquote of de andere-inkomstenquote in de subsidieperiode.
1.
Een aanvragende instelling dient te kunnen aantonen dat hij in de jaren 2009, 2010 en 2011 minimaal gemiddeld 40 uitvoeringen per kalenderjaar heeft gerealiseerd en
dat de eigeninkomstenquote minimaal 20/100ste bedraagt. Ook als in enig jaar geen activiteiten zijn georganiseerd wordt dit jaar meegerekend bij het berekenen van het gemiddeld aantal uitvoeringen.
2.
Een aanvrager die maximaal een van de drempelnormen uit het eerste lid niet haalt, kan desondanks wel een aanvraag indienen, maar dient in zijn aanvraag aannemelijk te maken dat hij met ingang van 2013 wel aan deze normen zal voldoen. Het bestuur kan bijkomende eisen stellen aan de inhoud van de aanvraag.
3.
Een aanvrager zendt complete speellijsten en jaarrekeningen over de jaren 2009, 2010 en 2011 mee bij zijn aanvraag, tenzij deze al in het bezit zijn van het Fonds Podiumkunsten. De jaarrekening 2011 mag worden nagezonden, mits deze uiterlijk 1 april 2012 is ontvangen.
4.
Als een aanvrager geen jaarrekening kan overleggen over enig jaar dient hij een vergelijkbaar opgave in. Het bestuur kan nadere eisen aan deze opgave stellen.
Artikel 3.4. Beoordeling
Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
a. artistieke kwaliteit;
b. ondernemerschap;
c. pluriformiteit van het podiumkunstenaanbod in Nederland;
d. geografische spreiding in Nederland;
e. aanwezigheid financiële bijdrage van provincie of gemeente.
1.
Het subsidie bestaat uit een bedrag per uitvoering en eventueel een toeslag.
2.
De hoogte van het bedrag per uitvoering is afhankelijk van de bezoekerscapaciteit van de locaties en de kostenratio van het aanbod dat een aanvrager produceert. De bijbehorende bedragen zijn opgenomen in bijlage A bij deze regeling. Er wordt voor maximaal 100 uitvoeringen subsidie verstrekt voor aanvragen op het gebied van theater, muziektheater of dans en voor maximaal 80 uitvoeringen voor aanvragen op het gebied van muziek.
3.
Bij het vaststellen van de bezoekerscapaciteit wordt een onderscheid gemaakt tussen uitvoeringen die plaatsvinden op kleine podia, op middelgrote podia en op grote podia. Podia met een bezoekerscapaciteit van maximaal 200 personen worden aangemerkt als klein, podia met een bezoekerscapaciteit van 201 tot en met 400 personen als middelgroot en podia met een bezoekerscapaciteit van meer dan 400 als groot. Bij uitvoeringen die niet op reguliere podia plaatsvinden wordt de locatie op basis van het te verwachten bezoekersaantal aangemerkt als klein, middelgroot of groot.
4.
Bij het vaststellen van de kostenratio van het aanbod wordt gekeken naar de kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om de uitvoeringen te kunnen verzorgen.
5.
Op basis van de aanvraag kan een toeslag van 20% worden toegekend als de aanvrager een bijzondere bijdrage levert aan de innovatie van het aanbod op het gebied van de podiumkunsten.
Artikel 4.1. Wie kan aanvragen
Een aanvraag voor het organiseren van een festival of concours kan uitsluitend worden gedaan door een instelling met rechtspersoonlijkheid die primair gericht is op het organiseren van een festival of concours op het gebied van podiumkunsten dat jaarlijks of tweejaarlijks plaatsvindt.
Artikel 4.2. Waarvoor kan worden aangevraagd
Een aanvraag voor meerjarige subsidie kan worden ingediend voor het organiseren van een of twee edities van een festival of concours op het gebied van de professionele podiumkunsten.
1.
Een aanvrager die in aanmerking wil komen voor een meerjarige subsidie dient te kunnen aantonen dat hij minimaal drie edities van het betreffende festival of concours heeft georganiseerd en dat de eigeninkomstenquote van de aanvrager in de periode 2009?2011 minimaal 20/100ste bedraagt.
2.
Een aanvrager zendt complete programmagegevens en jaarrekeningen over de jaren 2009, 2010 en 2011 mee bij zijn aanvraag, tenzij deze al in het bezit zijn van het Fonds Podiumkunsten. De jaarrekening 2011 mag worden nagezonden, mits deze uiterlijk 1 april 2012 is ontvangen.
3.
Als een aanvrager geen jaarrekening kan overleggen over enig jaar dient hij een vergelijkbare opgave in. Het bestuur kan nadere eisen aan deze opgave stellen.
1.
Bij het beoordelen van aanvragen worden deze ingedeeld in een van de volgende categorieën: concours, klein/middelgroot festival of groot festival.
2.
Voor de indeling in categorieën worden festivals die meer dan honderd voorstellingen of concerten programmeren en meer dan 7 dagen duren als groot festival aangemerkt. Overige festivals worden als klein/middelgroot aangemerkt.
3.
Uitgangspunt voor de categorie-indeling is de situatie in de periode 2009?2011, tenzij op basis van de aanvraag aannemelijk is dat die niet representatief is voor de periode waarvoor wordt aangevraagd.
4.
Het bestuur kan eisen stellen aan de eigeninkomstenquote of de andere-inkomstenquote in de subsidieperiode.
Artikel 4.5. Beoordeling
Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
a. artistieke kwaliteit;
b. bijdrage aan de ontwikkeling van de podiumkunsten;
c. ondernemerschap;
d. pluriformiteit van het podiumkunstenaanbod in Nederland;
e. geografische spreiding in Nederland;
f. aanwezigheid financiële bijdrage van provincie of gemeente.
1.
Het subsidie bestaat uit een basisbedrag en, indien van toepassing, een toeslag.
2.
De hoogte van het basisbedrag is gelijk aan het bedrag dat in bijlage A voor de betreffende categorie is opgenomen.
3.
Op basis van de aanvraag kan een toeslag van 20% worden toegekend als de aanvrager een bijzondere bijdrage levert aan de innovatie van het aanbod op het gebied van de podiumkunsten.
1.
De subsidieontvanger meldt onverwijld aan het bestuur als:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;
b. niet geheel aan de aan het subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of
c. er aanzienlijke artistieke of zakelijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.
2.
De subsidieontvanger plaatst het logo of de naam van het Fonds Podiumkunsten op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten en stuurt exemplaren van drukwerk dat betrekking heeft op de gesubsidieerde activiteiten aan het Fonds Podiumkunsten.
3.
Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan het subsidie verbinden.
1.
De subsidieontvanger stuurt jaarlijks voor 1 april een verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten in het vorige kalenderjaar.
2.
De verantwoording omvat een inhoudelijk en een financieel deel. De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.
3.
De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting en gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van de afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15, is van toepassing op de financiële verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door een exploitatierekening.
4.
Het bestuur kan nadere voorwaarden aan de inrichting van de verantwoording stellen.
5.
De subsidieontvanger werkt mee dan wel draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden door een door het bestuur aan te wijzen partij. De daaraan voor de subsidieontvanger verbonden kosten komen voor zijn rekening.
6.
Als het totale subsidie over de tweejarige subsidieperiode minder dan € 125.000 bedraagt, stuurt de subsidieontvanger jaarlijks voor 1 april van het daaropvolgende jaar een korte verantwoording over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden. Het bepaalde in het tweede, derde en vijfde lid is in dat geval niet van toepassing.
1.
Het bestuur stelt het subsidie vast na ontvangst van de complete verantwoording over de subsidieperiode.
2.
Als de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd en is voldaan aan alle aan het subsidie verbonden verplichtingen stelt het bestuur het subsidie binnen 22 weken overeenkomstig de verlening vast.
Artikel 6.1. Begrotingsvoorbehoud
Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 6.2. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 6.3. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds Podiumkunsten 2013–2016.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Het bestuur van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+,
Directeur/voorzitter Raad van Bestuur.