Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Deelregeling Impuls muziekonderwijs PO 2015-2020
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
+ Paragraaf 1. : Algemene bepalingen
+ Paragraaf 2. : Subsidieverlening
+ Paragraaf 3. : Verplichtingen en verantwoording
+ Paragraaf 4. : Overige bepalingen
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Deelregeling Impuls muziekonderwijs PO 2015-2020

Deelregeling Impuls muziekonderwijs PO 2015–2020
Het bestuur van het Fonds voor Cultuurparticipatie,
Gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
Met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27 september 2015
Besluit:
Artikel 1.1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
Fonds voor Cultuurparticipatie: het bestuur van de stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;
School: basisschool of een speciale school voor basisonderwijs, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het Primair Onderwijs of een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Expertisecentra of een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;
Schoolbestuur: het bevoegd gezag van een basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het Primair Onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Expertisecentra en artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;
Locatie: een in Nederland gelegen hoofd- of nevenvestiging als bedoeld in de Wet op het Primair Onderwijs , voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Expertisecentra en de Wet primair onderwijs BES ;
Culturele instelling met muziekexpertise: vereniging of stichting met een culturele doelstelling met expertise op het gebied van muziek zoals een afdeling muziek, een muziekschool of een samenwerkingsverband van muziekdocenten die als zelfstandige werkzaam zijn;
Nederland: het land Nederland, inclusief de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.
Artikel 1.2. Doel subsidieverstrekking
Het doel van deze regeling is het verstrekken van projectsubsidies voor het realiseren van een duurzame inbedding van kwalitatief goed muziekonderwijs in het primair onderwijs door deskundigheidsbevordering van de mensen die voor de klas staan, het structureel verzorgen van muziekonderwijs onder schooltijd en het vormen van verbindingen tussen binnenschoolse en buitenschoolse muziekeducatie.
1.
Een schoolbestuur gevestigd in Nederland kan voor één of meerdere locaties een aanvraag voor subsidie indienen. Per locatie wordt een aparte aanvraag ingediend.
2.
Een aanvraag voor subsidie wordt digitaal ingediend met behulp van het door het Fonds voor Cultuurparticipatie daartoe opgestelde formulier.
3.
Een aanvraag gaat vergezeld van:
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier,
b. een samenwerkingsovereenkomst met minimaal één lokale of regionale culturele instelling met muziekexpertise, en
c. een ingevulde modelbegroting.
4.
De subsidieaanvraag heeft betrekking op alle drie de volgende onderdelen:
a. het vergroten van de muziekpedagogische en didactische kennis en vaardigheden van de mensen die voor de klas staan,
b. het structureel verzorgen van muziekonderwijs onder schooltijd in alle leerjaren, en
c. het verbinden van binnenschoolse en buitenschoolse muziekeducatie aanbod.
5.
De subsidieaanvraag voldoet verder aan de volgende voorwaarden:
a. de aanvrager heeft een visie op de verankering van muziek in het onderwijs van de locatie en geeft aan hoe er wordt gewerkt aan versterking van het draagvlak binnen het team van de betreffende locatie. De aanvrager neemt het muziekprogramma op in het schoolwerkplan of schoolgids en in de begroting.
b. de SLO doorgaande leerlijn muziek wordt als uitgangspunt genomen voor het muziekonderwijs onder schooltijd,
c. er is sprake van kennisdeling binnen de bestaande netwerken van het schoolbestuur en/of met schoollocaties in de regio, en
d. de begroting is redelijk en sluitend en geeft inzicht in de vereisten genoemd in artikel 2.5, tweede tot en met vierde lid.
6.
De samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het derde lid, onder b, is ondertekend door het bevoegd gezag van de culturele instelling en door het bevoegd gezag van de locatie. In de samenwerkingsovereenkomst is in ieder geval het volgende vastgelegd:
a. het doel van de samenwerking,
b. de inhoud van de samenwerking met betrekking tot minimaal twee van de in het vierde lid genoemde onderdelen,
c. afspraken over taken en verantwoordelijkheden van de betrokken personen, waaronder de directie en het bestuur, alsmede de wijze van afstemming tijdens de ontwikkeling en uitvoering van de activiteiten bij de samenwerking, en
d. afspraken over de inzet van uren en financiële middelen.
Artikel 2.2. Weigeringsgronden
Subsidie kan, onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:5 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, geweigerd worden indien:
a. een schoolbestuur reeds een subsidie op basis van deze regeling heeft ontvangen voor de desbetreffende locatie;
b. de aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds een subsidie heeft ontvangen.
1.
Het Fonds voor Cultuurparticipatie verdeelt het beschikbare bedrag, genoemd in artikel 2.4, tweede lid, in de volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen. Van een volledige aanvraag is sprake indien wordt voldaan aan artikel 2.1.
2.
Wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige aanvraag.
3.
Indien toekenning van aanvragen die op dezelfde datum zijn binnengekomen leidt tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt, in afwijking van het eerste lid, met betrekking tot die aanvragen de volgorde op basis van het tijdstip van binnenkomst vastgesteld.
4.
Op een aanvraag wordt binnen een termijn van dertien weken na het indienen van de volledige aanvraag beslist.
1.
Aanvragen voor subsidie kunnen worden ingediend:
a. voor de schooljaren 2016–2017, 2017–2018 en 2018–2019: vanaf 1 november 2015 tot 1 april 2016,
b. voor de schooljaren 2017–2018, 2018–2019 en 2019–2020: vanaf 2 oktober 2016 tot 1 april 2017,
c. voor de schooljaren 2018–2019, 2019–2020 en 2020–2021: vanaf 2 oktober 2017 tot 1 april 2018.
2.
Het subsidieplafond bedraagt:
a. voor het in het eerste lid, onder a, genoemde tijdvak: € 5.000.000,–
b. voor het in het eerste lid, onder b, genoemde tijdvak: € 6.000.000,–
c. voor het in het eerste lid, onder c, genoemde tijdvak: € 5.750.000,–
3.
Het Fonds voor Cultuurparticipatie kan eerder vastgestelde subsidieplafonds wijzigen.
4.
Wanneer er na het laatste tijdvak budget over is kan het Fonds voor Cultuurparticipatie een extra tijdvak voor subsidieaanvragen instellen.
5.
Besluiten als bedoeld in het derde en vierde lid worden bekendgemaakt via de website van het Fonds voor Cultuurparticipatie.
1.
De subsidie bedraagt voor 3 schooljaren:
a. voor locaties met een leerlingenaantal tot en met 99 leerlingen: € 10.000,–
b. voor locaties met een leerlingenaantal tussen de 100 en 199 leerlingen: € 15.000,–
c. voor locaties met een leerlingenaantal van 200 leerlingen en meer: € 20.000,–.
2.
Subsidie wordt alleen toegekend als de subsidieaanvrager minimaal eenzelfde bedrag bijdraagt aan de totale projectkosten als het te ontvangen subsidiebedrag. De subsidieaanvrager doet dit door:
a. ten minste 40% van het in het eerste lid genoemde bedrag in financiële zin bij te dragen, en
b. maximaal 60% van het in het eerste lid genoemde bedrag door een gekapitaliseerde inzet van eigen personeel voor de uitvoering van het project. Dit wordt vastgelegd in het takenbeleid van de locatie.
3.
Reeds bestaande activiteiten op het gebied van muziekonderwijs binnen de locatie komen niet in aanmerking voor subsidie.
4.
Maximaal 15% van de subsidie wordt besteed aan materiaalkosten, zoals aanschaf of huur van muziekinstrumenten en lesmaterialen.
Artikel 2.6. Begrotingsvoorbehoud
Subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verstrekt onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 3.1. Meldingsplicht
De subsidieontvanger meldt onverwijld aan het Fonds voor Cultuurparticipatie als:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
b. niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
c. er aanzienlijke wijzigingen zijn ten opzichte van het projectplan op basis waarvan de subsidie is verstrekt.
Artikel 3.2. Verantwoording, voorschotten, vaststelling en betaling
Verantwoording, bevoorschotting, vaststelling en betaling van de subsidie geschiedt overeenkomstig het daarover bepaalde in hoofdstukken 8, 9, 10 en 11 van het Algemeen reglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie.
Artikel 3.3. Monitoring en evaluatie
Activiteiten die in het kader van deze regeling worden ontwikkeld en uitgevoerd worden gemonitord en geëvalueerd.
1.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij is geplaatst.
2.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2023. Op bezwaar-en beroepsprocedures die op dat moment nog niet zijn afgerond, blijft het bepaalde in deze regeling van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4.3. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling Impuls muziekonderwijs PO 2015–2020
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Het bestuur van het Fonds voor Cultuurparticipatie,
Directeur/voorzitter van het bestuur.