Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Circulaire overdracht en overname van strafvervolging
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
I. Inleiding
II. Overdracht van strafvervolging
1. Voorwaarden in verdrag en wet
2. Criteria ter nadere invulling van het begrip goede rechtsbedeling
2.1. Overdracht is regel in de volgende gevallen:
2.2. Overdracht is in beginsel wenselijk in de volgende gevallen:
2.3. Overdracht is in beginsel niet wenselijk in de volgende gevallen:
2.4. Overdracht is niet mogelijk c.q. niet toegestaan
2.5. Verdachte is een Nederlander
3. Procedure overdracht van de strafvervolging
3.1. Algemeen
3.2. Bij het verzoek behorende stukken
3.3. Kennisgeving overdracht van strafvervolging
3.4. Vertaling
3.5. Beslag
3.6. Registratie ten parkette
3.7. Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
4. Overdracht en uitzetting
5. Overdracht en uit- of overlevering
6. Beleid Minister van Justitie bij een voorstel tot overdracht van de strafvervolging
7. Organisatie arrondissementsparketten
8. Vervolg van de procedure
9. Rechtsgevolgen voorstel overdracht van strafvervolging
III. Overname van strafvervolging
1. Voorwaarden in verdrag en wet
2. Criteria voor het formuleren van een advies/beleidsuitgangspunten
2.1. Positief advies/beslissing is regel
2.2. Imperatieve gronden voor een negatief advies/negatieve beslissing
2.3. Facultatieve gronden voor een negatief advies/negatieve beslissing
3. Procedure overname van de strafvervolging
3.1. Verzoek om advies aan de officier van justitie
3.1a. Registratie ten parkette
3.1b. Vertaling van het verzoek
3.2. (Voorlopig) advies binnen twee maanden
3.3. Verhoor van de verdachte
3.4. Negatief advies/negatieve beslissing (zie ook III 2.2 en 2.3)
3.5. Terugkomen op een reeds uitgebracht advies/negatieve beslissing
3.6. Uiteindelijke vervolging in Nederland
3.7. Sepot
3.8. Redelijke termijn
3.9. Mededeling afloop strafzaak
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 15 april 2011. U leest nu de tekst die gold op 14 april 2011.

Circulaire overdracht en overname van strafvervolging

Circulaire overdracht en overname van strafvervolging
I. Inleiding
De afnemende grenscontrole en een toename van grensoverschrijding door personen hebben gezorgd voor een sterk toegenomen internationale mobiliteit van burgers. Een gevolg hiervan is onder andere dat zowel in het buitenland als in Nederland meer misdrijven en overtredingen worden gepleegd door daders die in het desbetreffende land niet hun woonplaats hebben. Uit het oogpunt van een goede rechtsbedeling verdient in veel gevallen vervolging in het land van herkomst de voorkeur boven berechting van de dader in het land waar het delict gepleegd is. Onbekendheid met de rechtsgang, taalproblemen, cultuurverschillen en problemen met de tenuitvoerlegging van een geldboete of gevangenisstraf worden aldus voorkomen. Bovendien kan wellicht op betere wijze bewijsmateriaal verkregen worden in het buitenland of worden daar inmiddels medeverdachten vervolgd. Het instrument bij uitstek om het voorgaande te bewerkstelligen, is de overdracht en overname van strafvervolging. Deze vorm van strafrechtelijke samenwerking biedt tevens een goed alternatief voor die zaken in welke het verzoeken van de in – of uitlevering van een verdachte een te zwaar middel wordt geacht of de in – of uitlevering niet mogelijk is wegens het ontbreken van een verdragsbasis.
Een nieuwe vorm van strafrechtelijke samenwerking voor welke de overdracht en overname van strafvervolging kan worden ingezet zijn zaken die voortvloeien uit onderzoeken ingesteld door gemeenschappelijke onderzoeksteams. Deze teams kunnen worden samengesteld uit opsporingsambtenaren, officieren van justitie en/of rechters-commissarissen uit verschillende lidstaten en opereren vanuit het grondgebied van één van de lidstaten
De enorme toename van het aantal zaken in de verschillende procedures van de internationale rechtshulp heeft geleid tot de oprichting van zogenaamde Internationale Rechtshulpcentra die ten behoeve van de parketten hun rol spelen bij de behandeling van in- en uitgaande verzoeken tot rechtshulp, waaronder de overname en overdracht van de strafvervolging.
Om greep te krijgen op de bovenbedoelde omvang is LURIS ontworpen zijnde het Landelijk Uniform Registratiesysteem in Strafzaken, dat niet alleen registreert, maar ook de voortgang van de behandeling van bijvoorbeeld een verzoek tot overname strafvervolging kan bijhouden. Voor een juiste controle is het van belang, dat inkomende en uitgaande verzoeken niet alleen in Compas worden geregistreerd, maar ook door tussenkomst van het IRC in LURIS worden opgenomen en de verdere correspondentie via het IRC verloopt. Deze werkwijze zal de juiste managementinformatie opleveren en het mogelijk maken de behandeling van verzoeken op dit gebied zo efficiënt mogelijk te doen zijn.
1. Voorwaarden in verdrag en wet
Overdracht van strafvervolging is mogelijk op basis van een verdrag 1 , maar kan ook zonder een verdragsbasis plaatsvinden. In beide gevallen geldt als algemene voorwaarde dat de overdracht van strafvervolging in het belang is van een goede rechtsbedeling (zie artikel 552t van het Wetboek van Strafvordering). De wettelijke grondslag voor de procedure van overdracht van strafvervolging is neergelegd in de artikelen 552t tot en met 552wa van het Wetboek van Strafvordering.
Indien de overdracht van strafvervolging plaatsvindt op basis van de EU-rechtshulpovereenkomst wordt de mogelijkheid geboden het verzoek daartoe rechtstreeks bij de justitiële autoriteiten van de staat die partij is bij dit verdrag in te dienen.
In alle andere gevallen dient een daartoe strekkend voorstel bij de Minister van Justitie te worden ingediend.
de verdachte ondergaat in een andere staat een sanctie, of moet in een andere staat een sanctie ondergaan, die vrijheidsbeneming met zich mee brengt;
overdracht is in het belang van de waarheidsvinding, vooral omdat het belangrijkste bewijsmateriaal zich in een andere staat bevindt;
de aanwezigheid van de verdachte ter terechtzitting kan in Nederland niet (ook niet door middel van uit- of overlevering) en in een andere staat wel worden verzekerd;
een eventueel in Nederland gewezen vonnis zal niet ten uitvoer gelegd kunnen worden, zelfs niet met toepassing van de uitlevering of de overdracht van de tenuitvoerlegging en een andere staat zal een aldaar gewezen vonnis wel ten uitvoer kunnen leggen.
de verdachte is onderdaan van een andere staat en heeft zijn vaste woonplaats buiten Nederland;
de verdachte wordt in een andere staat vervolgd wegens andere of dezelfde strafbare feiten;
de tenuitvoerlegging van een veroordeling in een andere staat zal naar verwachting betere mogelijkheden bieden tot reclassering van de veroordeelde.
het feit en de daarmee gepaard gaande schok voor de Nederlandse rechtsorde zijn ernstig van aard;
mededaders kunnen alleen in Nederland worden berecht;
overdracht is in strijd met het belang van de waarheidsvinding, vooral omdat het belangrijkste bewijsmateriaal zich in Nederland bevindt en niet kan worden overgedragen;
wanneer een gerechtvaardigd belang van het slachtoffer om het proces tegen de verdachte te kunnen volgen, prevaleert.
2.4. Overdracht is niet mogelijk c.q. niet toegestaan
Er zijn vier situaties waarin overdracht van strafvervolging in elk geval niet mag plaatsvinden:
een strafzaak tegen een in het buitenland gedomicilieerde verdachte die in Nederland voor een sepot in aanmerking komt, mag op grond van het gelijkheidsbeginsel niet ter vervolging aan het buitenland worden overgedragen;
artikel 552t, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering verbiedt de overdracht van strafvervolging indien de benadeelde partij te kennen heeft gegeven zich in het geding te willen voegen, deze niet met de overdracht heeft ingestemd en de rechter aan de officier van justitie daartoe ook geen machtiging heeft verleend;
indien het land waaraan de strafzaak wordt overgedragen geen originaire rechtsmacht heeft om de verdachte te vervolgen of geen secundaire rechtsmacht verkrijgt;
indien de verdachte zich op grond van artikel 552t, lid 5 van het Wetboek van Strafvordering met succes heeft verzet tegen het voornemen om tot overdracht van strafvervolging over te gaan.
2.5. Verdachte is een Nederlander
In beginsel dient de vervolging plaats te vinden in de staat waar de verdachte zijn domicilie heeft. Dit is het uitgangspunt bij het gebruik van het instrument van overdracht van strafvervolging. Op basis van dit domiciliebeginsel kan een strafzaak tegen een Nederlander die gedomicilieerd is in het buitenland aan dat land worden overgedragen mits dat betreffende land rechtsmacht heeft of kan verkrijgen om de strafbare feiten te vervolgen. Ook een overdracht van strafvervolging van een Nederlander die zijn domicilie in Nederland heeft, is niet per definitie uitgesloten. Er kunnen zich immers omstandigheden voordoen waardoor het belang van de goede rechtsbedeling beter of juist gediend wordt als de strafvervolging wordt overgedragen.
Indien de Minister het alternatief uitlevering (in geval van niet-EU-lidstaten) of de bevoegde officier van justitie overlevering (in geval van EU-lidstaten) beter acht dan zal dat middel moeten worden toegepast.
Daarnaast kunnen er bijzondere omstandigheden aanwezig zijn waardoor een overdracht van strafvervolging toch niet of slechts onder voorwaarden kan plaatsvinden. Een voorbeeld van een dergelijke voorwaarde kan zijn dat de betrokken persoon wordt uitgeleverd of overgeleverd aan de staat aan wie om overname van de strafvervolging is verzocht en dat deze staat de garanties geeft dat de betrokken persoon bij een eventuele veroordeling in die staat zijn aldaar opgelegde vrijheidsstraf in Nederland mag ondergaan én dat daarbij de omzettingsprocedure (zoals bedoeld in artikel 11 van het verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen) gevolgd mag worden.
Deze afwegingen dient het Openbaar Ministerie te maken indien op grond van de EU-rechtshulpovereenkomst rechtstreeks aan het buitenland wordt overgedragen. In overige gevallen dient het O.M. een gemotiveerd voorstel tot overdracht aan de Minister te richten.
3.1. Algemeen
Het is wenselijk om in een zo vroeg mogelijk stadium te bezien of een zaak voor overdracht in aanmerking komt. Bij deze afweging dient mede een rol te spelen hoe met dergelijke zaken zou worden omgegaan indien er geen internationale aspecten aanwezig zouden zijn. Er dient dus ook bezien te worden of een transactie of sepot meer in de rede ligt.
In voorgeleidingszaken betreffende niet-gedomicilieerden beslist de officier van justitie zo veel mogelijk bij gelegenheid van de voorgeleiding of de overdrachtsprocedure in gang gezet zal worden. Hiertoe dienen met de politie afspraken te worden gemaakt om bij potentiële overdrachtszaken zo spoedig mogelijk het (gemarkeerde) proces-verbaal in te zenden of in contact te treden met de officier van justitie.
3.2. Bij het verzoek behorende stukken
Indien de officier van justitie het in het belang van de goede rechtsbedeling acht dat de strafvervolging wordt overgedragen aan de justitiële autoriteiten van een andere staat, dan dient gebruik gemaakt te worden van één van de modelaanbiedingsbrieven zoals opgenomen in de bijlage .
Bij het verzoek aan de buitenlandse rechterlijke autoriteit dan wel het voorstel tot overdracht aan de Minister van Justitie dienen in ieder geval de volgende stukken te worden meegezonden:
een origineel of gewaarmerkt afschrift van het dossier,
een uiteenzetting van de feiten en
de toepasselijke wetsbepalingen.
Indien een voorstel tot overdracht van strafvervolging onvolledig wordt ingediend bij de Minister van Justitie, zal dit ter completering worden geretourneerd aan het Openbaar Ministerie.
3.3. Kennisgeving overdracht van strafvervolging
Indien in de over te dragen strafzaak een gerechtelijk vooronderzoek heeft plaatsgehad of indien voorlopige hechtenis is toegepast, dient de officier van justitie, de verdachte van de voorgenomen overdracht van de strafvervolging in kennis te stellen (zie artikel 552t, tweede lid, Wetboek van Strafvordering). In de bijlagen is een model van een dergelijke kennisgeving opgenomen. De wijze van uitreiking van de kennisgeving van overdracht van strafvervolging is afhankelijk van waar de verdachte zich bevindt. Indien betrokkene in het buitenland verblijft en een adres van betrokkene daar bekend is dan dient de kennisgeving overdracht van strafvervolging betekend te worden door middel van een rechtshulpverzoek gericht aan de autoriteiten van het land waar betrokkene op dat moment verblijft. De kennisgeving tot overdracht van strafvervolging moet worden betekend aan betrokkene alvorens het verzoek daadwerkelijk aan de aangezochte staat wordt toegezonden. Indien de EU-rechtshulpovereenkomst van toepassing is, kan de kennisgeving rechtstreeks aan betrokkene worden toegestuurd.
Een kennisgeving overdracht van strafvervolging heeft andere rechtsgevolgen dan een kennisgeving van niet verdere vervolging. De betekening van een kennisgeving van niet verdere vervolging dient bij het voornemen tot overdracht van strafvervolging dan ook achterwege te blijven.
3.4. Vertaling
Vertaling van de stukken is noodzakelijk indien de aangezochte staat bij het eventueel toepasselijke verdrag heeft verklaard dat hij een vertaling eist 2 . Het Openbaar Ministerie dient zelf voor een vertaling zorg te dragen. Voorts dient, ongeacht aan welke staat de strafvervolging wordt overgedragen en ongeacht of een verdrag van toepassing is een vertaling van de wetsartikelen in een relevante taal te worden bijgevoegd 3 .
3.5. Beslag
In beslag genomen goederen dienen te worden bewaard gedurende een vaste termijn van negen maanden gerekend vanaf de datum van het verzoek aan de buitenlandse justitiële autoriteit of het voorstel aan de Minister van Justitie tot overdracht van strafvervolging. Ten aanzien van grote hoeveelheden in beslag genomen verdovende middelen dient in ieder geval een monster van de in beslag genomen drugs bewaard te worden, daar in sommige landen nog een (aanvullende c.q. contra-)analyse van de in beslag genomen drugs is vereist. Indien in Nederland een analyse van de drugs is gemaakt, dient deze analyse mee overgedragen te worden.
3.6. Registratie ten parkette
Indien wordt besloten tot het doen van een voorstel tot overdracht van strafvervolging dient in Compas 4 bij de beoordeling O(overdracht), instantie MJ0003, aangegeven te worden. Hiermee is de zaak niet definitief afgedaan voor Nederland. Mocht de aangezochte staat de strafvervolging niet overnemen, dan herkrijgt de officier van justitie namelijk zijn bevoegdheden tot vervolging.
Indien rechtstreeks wordt overgedragen dan dient achter instantie MJ0003 de landcode en de reden van de overdracht te worden ingevuld.
3.7. Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
Ingevolge artikel 552t lid 6 van het Wetboek van Strafvordering kan Nederland een vreemde staat verzoeken een vervolging in te stellen die beperkt blijft tot de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Overdracht van de ontnemingsprocedure (in de zin van artikel 36e Wetboek van Strafrecht juncto artikel 511b e.v. Wetboek van Strafrecht) kan in aanmerking komen wanneer in Nederland gepleegde strafbare feiten wederrechtelijk verkregen voordeel hebben opgeleverd en dat voordeel zich buiten Nederland bevindt. In dat geval kan er goede reden zijn de strafbare feiten in Nederland te vervolgen, terwijl de staat waar het voordeel zich bevindt de bepaling van de omvang van het te ontnemen voordeel op zich neemt. Voorwaarden voor overdracht van de gehele ontnemingsprocedure zijn dat de betrokkene reeds is veroordeeld in Nederland en dat ook in de aan te zoeken staat een afzonderlijke ontnemings- of confiscatieprocedure kan worden ingesteld op basis van de Nederlandse veroordeling. Een onherroepelijke veroordeling in de hoofdzaak is niet vereist. Mocht op een later tijdstip in Nederland de veroordeling worden vernietigd, dan dient de officier van justitie het voorstel tot overdracht van de ontnemingsprocedure in te trekken.
4. Overdracht en uitzetting
Bij overdracht van strafvervolging is niet voorzien in de mogelijkheid om tevens de verdachte over te dragen. Uitzetting is een vreemdelingrechtelijke maatregel en heeft als doel ongewenst verblijf van een individu in Nederland te beëindigen. Nu beide instrumenten verschillende doeleinden dienen, kunnen zij elkaar niet aanvullen en is een uitzetting die gepaard gaat met overdracht van strafvervolging een verkapte uitlevering. Bij uitzetting van een vreemdeling dient derhalve, met uitzondering van de algemene criteria die de vreemdelingenwet geeft, geen mededeling te worden gedaan over de reden van uitzetting. In het bijzonder moet worden vermeden dat aan de buitenlandse autoriteiten informatie wordt verstrekt op basis waarvan zij zelfstandig een vervolging tegen de uit te zetten persoon kunnen beginnen. De overdracht van strafvervolging vindt plaats na de uitzetting.
5. Overdracht en uit- of overlevering
Indien tegen een in het buitenland woonachtige maar in Nederland verblijvende verdachte door een andere staat aan Nederland een voor inwilliging vatbaar uitleveringsverzoek is gedaan of een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd of zulks valt te verwachten, dient overdracht van strafvervolging van een eventueel lopende Nederlandse strafzaak voor andere strafbare feiten dan genoemd in het buitenlandse uitleveringsverzoek of voornoemd bevel te worden overwogen boven een strafvervolging hier te lande.
Indien Nederland, op het moment dat een verzoek tot uitlevering of een Europees aanhoudingsbevel van het buitenland ontvangt voor dezelfde strafbare feiten als genoemd in het verzoek tot uitlevering of voornoemd bevel, een strafvervolging heeft lopen, kan de Minister van Justitie, na overleg met het Openbaar Ministerie, de opdracht geven de Nederlandse vervolging te staken. Indien uit voornoemd overleg tussen de Minister van Justitie en het Openbaar Ministerie de conclusie wordt getrokken dat vervolging in Nederland de voorkeur geniet, kan worden besloten de uit- of overlevering te weigeren.
Het verdient aanbeveling om in de hiervoor genoemde gevallen contact op te nemen met de Afdeling Internationale Rechtshulp in Strafzaken (voorheen: Bureau Internationale Rechtshulp in Strafzaken) van het Ministerie van Justitie, opdat AIRS de contacten met de autoriteiten van het andere land kan bevorderen en kan adviseren over de te volgen procedure.
6. Beleid Minister van Justitie bij een voorstel tot overdracht van de strafvervolging
In principe beslist de Minister positief op een voorstel tot overdracht van strafvervolging indien aan de criteria van de wet en het eventueel toepasselijke verdrag zijn voldaan. Tevens vindt een marginale toetsing plaats of de overdracht van strafvervolging in het belang van een goede rechtsbedeling is, waarbij de criteria zoals opgenomen in hoofdstuk II.2 van deze circulaire worden betrokken. Overwegingen die ook van invloed kunnen zijn op de beslissing van de Minister, zijn de volgende:
de politieke situatie in het land waarnaar de strafzaak zou moeten worden overgedragen. Met andere woorden het moet gaan om een land waarmee Nederland wil samenwerken in het kader van de rechtshandhaving;
de mensenrechtensituatie in het betreffende land. Belangrijk beoordelingsmiddel daarbij is onder welke omstandigheden een strafrechtelijke vervolging in het aangezochte land plaatsvindt.
7. Organisatie arrondissementsparketten
Ten behoeve van een efficiënte afwikkeling van de procedure van overdracht van strafvervolging dient op ieder parket of binnen het betrokken IRC een officier van justitie en/of parketsecretaris te worden aangewezen die specifiek wordt belast met voornoemde procedure.
8. Vervolg van de procedure
Nadat een beslissing tot overdracht van strafvervolging is genomen is het van belang dat een zo volledig mogelijk dossier wordt aangeleverd teneinde de buitenlandse autoriteiten in staat te stellen zo snel mogelijk te beoordelen of de strafvervolging daadwerkelijk kan worden overgenomen. Aan het buitenland wordt verzocht om zo spoedig mogelijk op het verzoek om overname van strafvervolging te reageren. Indien het buitenland niet binnen een redelijke termijn meedeelt wat de beslissing op het verzoek tot overname inhoudt, dient met de betreffende buitenlandse autoriteit contact te worden opgenomen. Indien het buitenland aan de Minister meedeelt wat de beslissing op het verzoek tot overname van strafvervolging inhoudt, zal AIRS hierover de betreffende officier van justitie berichten.
9. Rechtsgevolgen voorstel overdracht van strafvervolging
Zodra de officier van justitie hetzij een voorstel tot overdracht van strafvervolging aan de Minister van Justitie heeft gericht, hetzij de zaak rechtstreeks heeft overgedragen kan de zaak niet ter terechtzitting aanhangig gemaakt worden noch kan overgegaan worden tot tenuitvoerlegging van een reeds gewezen vonnis in deze zaak ( artikel 552v Sv). Dit rechtsgevolg van het voorstel tot overdracht dan wel rechtstreekse overdracht eindigt zodra:
de Minister van Justitie bekend maakt het voorstel van de officier van justitie om over te gaan tot overdracht van strafvervolging af te wijzen;
de Minister van Justitie besluit na overleg met de officier van justitie om het verzoek tot overname van de strafvervolging in te trekken. Dit kan bijvoorbeeld zinvol zijn indien de verdachte inmiddels in Nederland is aangetroffen;
de buitenlandse autoriteiten bekend maken dat afwijzend op het Nederlandse verzoek tot overname van de strafvervolging wordt beslist. Het buitenland zal dan ook de desbetreffende strafzaak retourneren.
1. Voorwaarden in verdrag en wet
De basis voor een overname van strafvervolging kan worden gevormd door een verdragsrechtelijke regeling 5 . Maar ook zonder verdragsbasis kan een verzoek om overname van strafvervolging worden ingewilligd. De wettelijke basis voor de overname van strafvervolging is gelegen in de artikelen 552x tot en met 552ii van het Wetboek van Strafvordering.
2.1. Positief advies/beslissing is regel
In beginsel zal een verzoek om overname van een strafvervolging ingewilligd dienen te worden, vooral als dit verzoek gegrond is op een verdrag. Indien de Minister van Justitie het van het buitenland verkregen verzoek tot overname van de strafvervolging zendt aan het Openbaar Ministerie, zal het verstrekken van een positief advies aan de Minister dan ook uitgangspunt van het Openbaar Ministerie moeten zijn. Een negatief advies van het Openbaar Ministerie kan in principe slechts worden afgegeven, indien zich een van de hierna genoemde omstandigheden voordoet. Dit negatieve advies dient altijd met redenen te worden omkleed zodat de Minister in staat is om te beoordelen of hij zich kan conformeren aan dit advies en eventueel het verzoek tot overname beargumenteerd kan afwijzen.
In het geval van een verzoek waarop het Openbaar Ministerie bevoegd is zelfstandig te beslissen, blijft het advies aan de Minister achterwege en dienen de hiergenoemde criteria als beleidsuitgangspunten bij de beoordeling van een verzoek.
2.2. Imperatieve gronden voor een negatief advies/negatieve beslissing
In artikel 552y van het Wetboek van Strafvordering staan redenen opgenomen op grond waarvan een verzoek tot overname van strafvervolging al door de Minister geweigerd dient te worden. Deze gronden kunnen echter ook eerst blijken na verdere bestudering van het dossier door het Openbaar Ministerie. Indien een van de gronden zoals genoemd in artikel 552y van het Wetboek van Strafvordering aanwezig is, dient door het Openbaar Ministerie negatief te worden geadviseerd c.q. beslist.
2.3. Facultatieve gronden voor een negatief advies/negatieve beslissing
Naast de imperatieve gronden van weigering kan een overname van strafvervolging geweigerd worden indien zich een omstandigheid voordoet waaruit blijkt dat met een overname van strafvervolging niet de goede rechtsbedeling is gediend. Het kan hierbij gaan om een van de volgende omstandigheden:
indien het Openbaar Ministerie van mening is dat het OM of de politie niet, ook niet door middel van rechtshulpverzoeken gericht aan het buitenland, voldoende bewijs kan verzamelen;
indien het Openbaar Ministerie van oordeel is dat de aanwezigheid van de verdachte ter terechtzitting in Nederland niet verzekerd kan worden;
indien het Openbaar Ministerie van mening is dat in Nederland een eventuele veroordeling bij verstek niet ten uitvoer gelegd kan worden, zelfs niet met gebruikmaking van het instrument uit- of overlevering.
3.1. Verzoek om advies aan de officier van justitie
Indien de Minister van Justitie uit het buitenland een verzoek om overname van strafvervolging ontvangt, beoordeelt de Minister in eerste instantie of dit verzoek voor overname vatbaar is. Indien dit het geval is, zal de Minister het verzoek aan de officier van justitie zenden en op grond van de artikelen 552z en 552aa van het Wetboek van Strafvordering verzoeken om advies omtrent de overname van de strafvervolging. In de praktijk is het zo dat de Minister bij zijn verzoek om advies het Openbaar Ministerie machtigt om bij positieve advisering reeds een aanvang te maken met de strafvervolging hier te lande.
3.1a. Registratie ten parkette
Op het moment dat het Openbaar Ministerie een verzoek ontvangt inzake een overname van strafvervolging, dient de strafzaak ten parkette te worden ingeschreven in LURIS en Compas. In het geval dat advisering aan de Minister noodzakelijk is en de officier van justitie besluit tot een positief advies, dient de geleidelijst die bij het verzoek om advies is gevoegd, onder vermelding van het parketnummer dat de zaak heeft gekregen, geretourneerd te worden aan de Minister. (Zie voor de termijn waarbinnen een advies uitgebracht dient te worden III 3.2). De Minister zal dan het buitenland berichten dat de strafvervolging wordt overgenomen.
Bij een rechtstreeks ontvangen verzoek om overname van de strafvervolging dient het Openbaar Ministerie nog vóór de beslissing op het verzoek de buitenlandse autoriteit een ontvangstbevestiging toe te zenden.
3.1b. Vertaling van het verzoek
Nederland heeft bij een aantal verdragen geen verklaring afgelegd wat betreft de taal waarin een verzoek tot overname van de strafvervolging door het buitenland moet worden aangeleverd. Dit betekent dat het Openbaar Ministerie in sommige gevallen de buitenlandse strafzaak zelf moet vertalen. Indien dit een omvangrijke zaak betreft, kan dit een langdurige en kostbare aangelegenheid zijn. In een dergelijk geval kan het parket er voor kiezen om het buitenland (via de Minister van Justitie) te verzoeken een korte samenvatting van de strafzaak te verstrekken, voor zover deze nog niet bij het verzoek tot overname is gevoegd. Door deze korte samenvatting zal wellicht sneller een beslissing op het verzoek tot overname genomen kunnen worden. Indien de overname van de strafzaak mogelijk is, kan dan alsnog tot volledige vertaling worden overgegaan.
3.2. (Voorlopig) advies binnen twee maanden
Om het buitenland te kunnen informeren over de stand van zaken betreffende de overname van de strafvervolging is het van belang dat de Minister van Justitie zo spoedig mogelijk bericht wordt wat met het verzoek om advies inzake de overname is gedaan. De Minister verwacht in ieder geval een reactie binnen twee maanden. In veel gevallen zal het Openbaar Ministerie echter meer bewijsmateriaal dienen te verzamelen om een definitief advies over de overname aan de Minister te kunnen uitbrengen. In een dergelijk geval is advisering binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek niet mogelijk. Wel is het dan van belang om de Minister binnen de termijn van twee maanden te informeren dat het verzoek om advies over de overname van strafvervolging in behandeling is genomen, waarbij tevens aangegeven wordt welk bewijsmateriaal nog verzameld dient te worden om tot een definitief advies te komen. De Minister zal het buitenland hieromtrent informeren.
In die gevallen dat het Openbaar Ministerie bevoegd is zelfstandig te beslissen op een verzoek dient dienovereenkomstig te worden gehandeld ten aanzien van de verzoekende buitenlandse autoriteit.
3.3. Verhoor van de verdachte
Het verhoor van de verdachte, althans een behoorlijke oproeping daartoe, is op grond van de wet noodzakelijk indien het verzoek tot overname op een verdrag is gegrond én de bevoegdheid tot strafvervolging voor Nederland uit dat verdrag volgt (zie artikel 552aa, tweede lid, Wetboek van Strafvordering juncto artikel 4a Wetboek van Strafrecht). In gevallen waarin het horen van de verdachte bedoeld is om meer bewijsmateriaal te verkrijgen, dient ter voorkoming van een vertraging in de berichtgeving aan het buitenland, eerst (voorlopig) advies uitgebracht te worden aan de Minister. De resultaten van het verhoor van de verdachte dienen in deze gevallen niet te worden afgewacht.
III 2.2 en 2.3) van Circulaire overdracht en overname van strafvervolging">
3.4. Negatief advies/negatieve beslissing (zie ook III 2.2 en 2.3)
Indien op voorhand duidelijk is dat er geen succesvolle strafrechtelijke vervolging in Nederland kan plaatsvinden van de overgedragen strafzaak, dient zo spoedig mogelijk aan de Minister een beargumenteerd negatief advies te worden gegeven of dient de buitenlandse autoriteit van de negatieve beslissing op de hoogte te worden gesteld indien zonder tussenkomst van de Minister kan worden beslist.
3.5. Terugkomen op een reeds uitgebracht advies/negatieve beslissing
Indien het Openbaar Ministerie zijn advies over de overname van de strafvervolging aan de Minister heeft uitgebracht, is dit in beginsel een definitief advies. De Minister zal op basis van dit advies de uiteindelijke beslissing nemen over de overname van de strafvervolging en deze beslissing meedelen aan het buitenland en aan het Openbaar Ministerie. Indien gedurende het verloop van het strafrechtelijk onderzoek blijkt dat zich een van de hierboven genoemde omstandigheden (zie III 2.2 en 2.3) voordoet die aanleiding zou zijn geweest tot een negatief advies en de strafzaak nog niet op zitting is aangebracht, kan het Openbaar Ministerie terugkomen op het eerder gegeven positieve advies. Indien de Minister het eens is met de redenen voor het terugkomen op het eerder gegeven advies, zal hij het buitenland berichten dat de eerder genomen beslissing tot overname van de strafvervolging wordt ingetrokken. Het voordeel hiervan is dat de autoriteiten van de staat die eerder om de overname van de strafvervolging verzochten, het recht herkrijgen om de strafvervolging in eigen land voort te zetten.
Het terugkomen op een reeds uitgebracht positief advies dient met redenen te worden omkleed. Immers de Minister moet aan het buitenland meedelen waarom een eerder ingewilligd verzoek om overname van de strafvervolging alsnog wordt ingetrokken.
In die gevallen dat het Openbaar Ministerie bevoegd is zelfstandig te beslissen op een verzoek dient dienovereenkomstig te worden gehandeld ten aanzien van de verzoekende buitenlandse autoriteit.
3.6. Uiteindelijke vervolging in Nederland
Indien het buitenland is meegedeeld dat het verzoek om overname van strafvervolging wordt ingewilligd en het Openbaar Ministerie geen aanleiding ziet om op het eerder gegeven advies omtrent de overname terug te komen, dient het Openbaar Ministerie de zaak te behandelen als was het een Nederlands strafrechtelijk onderzoek. Bij de behandeling van deze strafzaak dient steeds de vervolgingsbeslissing genomen te worden die ook genomen zou zijn in een vergelijkbare Nederlandse strafzaak.
3.7. Sepot
Indien het Openbaar Ministerie tijdens de strafrechtelijke vervolging tot de conclusie komt dat de overgenomen strafzaak geseponeerd dient te worden, kan deze beslissing genomen worden. Er kan alleen besloten worden tot sepot van een overgenomen strafzaak indien een dergelijke beslissing in een Nederlandse strafzaak ook zou zijn genomen. De sepotbeslissing dient met redenen omkleed aan de Minister te worden meegedeeld. Voordat besloten wordt tot een sepot, dient bedacht te worden of het in het desbetreffende geval niet beter is om terug te komen op een reeds eerder gegeven positief advies tot overname (zie III 3.5, 2.2 en 2.3). Het verdient daarom wellicht de voorkeur om, voorafgaand aan een sepotbeslissing, het voornemen hiertoe aan de buitenlandse autoriteiten kenbaar te maken opdat zij zelf kunnen bepalen of intrekking van het verzoek om overdracht van strafvervolging wenselijk is. Mocht binnen redelijke termijn geen reactie van de verzoekende staat zijn ontvangen kan tot daadwerkelijke seponering worden overgegaan.
Wat betreft de internationale werkingssfeer van een sepotbeslissing wordt erop gewezen dat een beslissing van de rechterlijke autoriteiten van een lidstaat om een zaak niet verder te vervolgen enkel en alleen omdat in een andere lidstaat een strafprocedure ter zake van dezelfde feiten is ingeleid niet valt onder het in artikel 54 SUO neergelegde beginsel ‘ne bis in idem’ 6 .
3.8. Redelijke termijn
Het verstrijken van de redelijke termijn waarbinnen een vervolging kan plaatsvinden, kan slechts reden tot sepot zijn in die gevallen waarin na daadwerkelijke overname van de strafvervolging een dusdanig lange periode verlopen is dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. In jurisprudentie is vastgesteld dat de uit artikel 1 EVRM voortvloeiende verplichting de strafzaak tegen de verdachte binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM te behandelen eerst ontstaat op het moment dat het Nederlandse Openbaar Ministerie daadwerkelijk de vervolging tegen de verdachte instelt (HR 2 juni 1998, NJ 1998 nr. 769). De termijn die reeds in het buitenland is verstreken alvorens de vervolging in Nederland wordt aangevangen, is slechts van belang voor de beoordeling of het Nederlandse Openbaar Ministerie niet in strijd handelt met beginselen van een behoorlijke procesorde door de verdachte alsnog in Nederland te vervolgen.
Indien de overgenomen strafzaak wordt geseponeerd wegens het verstrijken van de redelijke termijn, dient ook deze beslissing met redenen omkleed aan de Minister te worden meegedeeld.
3.9. Mededeling afloop strafzaak
Nadat in Nederland door de rechter een beslissing is genomen in de overgenomen strafzaak, dient het Openbaar Ministerie de Minister, het zij de verzoekende buitenlandse autoriteit, hiervan zo spoedig mogelijk in kennis te stellen.