Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Circulaire norm verantwoorde werktoedeling in het kader van de professionalisering van de jeugdzorg, Ministerie van Veiligheid en Justitie
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Toelichting
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 24 april 2015. U leest nu de tekst die gold op 23 april 2015.

Circulaire norm verantwoorde werktoedeling in het kader van de professionalisering van de jeugdzorg, Ministerie van Veiligheid en Justitie

Circulaire norm verantwoorde werktoedeling in het kader van de professionalisering van de jeugdzorg, Ministerie van Veiligheid en Justitie
Aanwijzing Bij de uitvoering van jeugdzorgtaken als bedoeld in de Wet op de jeugdzorg dienen alle wettelijke voorschriften te worden nageleefd die bij of krachtens deze regelgeving zijn opgesteld en die zien op de norm van verantwoorde werktoedeling, als ware zij van overeenkomstige toepassing op de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) en op de onder de Dienst Justitiële Inrichtingen ressorterende rijks justitiële jeugdinrichtingen (rijks JJI’s) 1 .
De hoofddirecteur DJI dient ervoor zorg te dragen dat de rijks JJI’s werken conform een Kwaliteitskader voor de JJI’s, dat voldoet aan de bepalingen bij of krachtens de Wet op de Jeugdzorg en dat aansluit bij het “Kwaliteitskader jeugdzorg ter operationalisering van de norm van verantwoorde werktoedeling” dat door Jeugdzorg Nederland is opgesteld. 2
De Algemeen Directeur van de Raad dient er voor zorg te dragen dat bij de uitvoering van de taken van de Raad de uitgangspunten van het “Kwaliteitskader jeugdzorg ter operationalisering van de norm van verantwoorde werktoedeling” worden toegepast.
Toelichting
In de Wet op de jeugdzorg (hierna: de wet) is bepaald dat organisaties verantwoorde zorg moeten leveren. Per 1 november 2014 is in het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg (hierna: het Uitvoeringsbesluit) opgenomen dat organisaties dit moeten doen door het werk binnen hun organisatie op een verantwoorde wijze toe te delen. De binnen deze organisaties werkzame professionals dienen zich bij het kwaliteitsregister jeugd te registreren als jeugdprofessional. Medio november 2014 zal de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd ingevolge artikel 68a van het Uitvoeringsbesluit worden erkend als kwaliteitsregister jeugd.
De betreffende bepalingen in de Wet op de Jeugdzorg en het Uitvoeringsbesluit zijn niet rechtstreeks van toepassing op de taken die door de onder DJI ressorterende rijks JJI’s en de Raad voor de Kinderbescherming worden uitgevoerd. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel ‘Aanpassingen van de Wet op de jeugdzorg en enkele andere wetten ten behoeve van de professionalisering van de jeugdzorg’ is aangegeven dat de Minister via de hiërarchische lijn eisen kan stellen aan de (medewerkers van) de Raad en DJI en dat daarmee een vergelijkbare gebondenheid wordt gerealiseerd aan de norm van de verantwoorde werktoedeling. 3 Met deze circulaire wordt dit gerealiseerd.
Met deze circulaire wordt aan de betrokken dienstonderdelen opgedragen dat alle voorschriften uit de Wet op de jeugdzorg en het Uitvoeringsbesluit die betrekking hebben op de verantwoorde zorg en verantwoorde werktoedeling ook door (de medewerkers van) de onder DJI ressorterende rijks JJI’s en de Raad voor de Kinderbescherming moeten worden nageleefd.
De norm van verantwoorde werktoedeling komt er op neer dat jeugdzorgorganisaties het werk binnen hun organisatie altijd moeten toedelen aan een geregistreerde jeugdprofessional. Bij de toedeling van taken dient rekening te worden gehouden met de kennis en vaardigheden op basis waarvan de geregistreerde jeugdprofessional is ingeschreven in het kwaliteitsregister jeugd.
Hierop gelden twee uitzonderingen. De eerste is dat de jeugdzorgorganisatie aannemelijk kan maken dat de werktoedeling aan anderen niet leidt tot kwaliteitsverlies. De tweede uitzondering is dat het onder omstandigheden voor de kwaliteit van de uitvoering noodzakelijk kan zijn om dat werk aan anderen toe te delen. Deze uitzonderingen dienen door de betrokken organisatie in alle voorkomende gevallen te worden gemotiveerd en vastgelegd (comply or explain).
De organisaties in de jeugdzorg hebben samen vastgelegd wanneer het nodig is om geregistreerde jeugdprofessionals in te zetten en zij hebben, in overleg met de beroepsgroepen, bepaald voor welke taken binnen de jeugdzorg een geregistreerde jeugdprofessional moet worden ingezet. Dit is beschreven in het Kwaliteitskader jeugdzorg, dat daarmee een operationalisering vormt van de norm van verantwoorde werktoedeling zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit .
Het Kwaliteitskader jeugdzorg is ook het uitgangspunt voor het verrichten van taken binnen DJI en de Raad voor de Kinderbescherming. Daartoe dienen de bestaande kwaliteitskaders binnen DJI en de Raad voor de Kinderbescherming te worden aangepast aan het Kwaliteitskader Jeugdzorg.
De 1
Op grond van artikel 3b, tweede lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen zijn de bepalingen in het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg voor wat betreft de verantwoorde werktoedeling van overeenkomstige toepassing op de particuliere JJI’s. Deze circulaire ziet niet op de particuliere JJI’s omdat zij al op grond van de geldende regelgeving juridisch aan deze normen zijn gebonden. 2
Het Kwaliteitskader jeugdzorg is door de Staatssecretaris van VWS, mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie bij brief van 28 maart 2014 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer toegezonden (Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 33 619, nr. 15). 3
Tweede Kamer, vergaderjaar 2012-2013, 33 619, nr. 3, p. 13 en p. 14.
Staatssecretaris
De directeur-generaal Jeugd en Sanctietoepassing,