Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Circulaire inwerkingtreding Wet van 21 juni 2001 tot wijziging Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen)
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Circulaire inwerkingtreding Wet van 21 juni 2001 tot wijziging Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen)

Circulaire inwerkingtreding Wet van 21 juni 2001 tot wijziging Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen) Aan de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincies Geacht college,
Op 24 juli 2001 is de wet tot wijziging van de Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen) in het Staatsblad gepubliceerd. De wet brengt een aantal wijzigingen in de taken en bevoegdheden op provinciaal en rijksniveau teweeg. Ik heb besloten de wet , met uitzondering van een beperkt aantal bepalingen, met ingang van 1 mei 2002 in werking te laten treden. Aangezien een aantal uitvoeringsbesluiten op deze datum nog niet gereed is, zal een overgangsperiode van toepassing zijn, die uiterlijk tot 1 januari 2004 zal duren. In het onderstaande wordt ingegaan op de consequenties hiervan voor de regelgeving op met name provinciaal niveau.
Het Landelijk afvalbeheersplan vormt één van de belangrijkste nieuwe sturingsinstrumenten van het afvalstoffenbeleid. Een ontwerp van dit plan is op 28 januari 2002 voor inspraak ter inzage gelegd (Stcrt. 2002, nr. 19). Het streven is erop gericht om het Landelijk afvalbeheersplan zo spoedig mogelijk na verwerking van de inspraakreacties en een eventueel overleg met de Tweede Kamer vast te stellen en in werking te laten treden. Ik verzoek u te bewerkstelligen dat op dat moment de gebondenheid van de provincies aan het Tienjarenprogramma Afval 1995-2005 (TJP-A) en het Meerjarenplan Gevaarlijke Afvalstoffen II (MJP-GAII) komt te vervallen.
Tegelijk met de inwerkingtreding van de wet zal een aantal uitvoeringsregelingen in werking treden. Zo zal de regelgeving met betrekking tot de Europese afvalstoffenlijst (Eural) in werking treden. Hierover bent u reeds geïnformeerd (Stcrt. 2001, 250). Tevens zal zo mogelijk tegelijk met de inwerkingtreding van de wet het Besluit beheer autowrakken ter implementatie van de Europese richtlijn autowrakken in werking treden. Ook zal op dezelfde datum de aanpassingsregelgeving in werking treden om de verwijzingen en de terminologie in diverse besluiten en regelingen op het terrein van afvalstoffen in overeenstemming met de wet te brengen. Tenslotte zullen met de inwerkingtreding van de wet de provinciegrenzen voor te storten niet-brandbare afvalstoffen worden opgeheven. Daarmee kunnen de provincies geen regels meer stellen die het naar of uit de provincie brengen van afvalstoffen beperken of uitsluiten, en komt de regeling van provinciegrensoverschrijdend vervoer van afvalstoffen in de provinciale milieuverordening te vervallen.
De wet kent een aantal bepalingen die rechtstreeks werken. Hierbij valt te denken aan de nieuwe zorgplichtbepaling. Op grond van de wet moet echter ook een groot aantal bepalingen nader worden uitgewerkt in uitvoeringsregelingen. Het is te verwachten dat een aantal uitvoeringsregelingen in de loop van 2002 zal worden vastgesteld en met ingang van 1 januari 2003 in werking kan treden. Tevens zal dan de uitvoeringsorganisatie voor de registratie van vervoerders, inzamelaars, handelaars en bemiddelaars operationeel zijn.
Dit zal helaas niet het geval zijn met betrekking tot de uitvoeringsorganisatie voor het melden van afvalstoffen. Met het opzetten hiervan is meer tijd gemoeid. Hierover vindt nauw overleg plaats met de provincies en het betrokken bedrijfsleven. Het streven is erop gericht om deze organisatie met ingang van 1 januari 2004 volledig operationeel te laten zijn. Een gedetailleerde werkwijze ten aanzien van het melden in de overgangsperiode tussen de inwerkingtreding van de Regeling Europese afvalstoffenlijst en het Besluit afgifte, ontvangst en vervoer van afvalstoffen is als bijlage 2 bij deze circulaire gevoegd. Ik verzoek u te bewerkstelligen dat het melden en registreren van afvalstoffen overeenkomstig de in deze bijlage beschreven werkwijze plaatsvindt.
Dit betekent dat de periode van 1 mei 2002 - 1 januari 2004 beschouwd moet worden als een overgangsperiode. Gedurende deze periode zal, met gebruikmaking van het overgangsartikel XVII van de wet, het instrumentarium van de provinciale milieuverordening (PMV) zo veel mogelijk van toepassing blijven. Zo ben ik voornemens het provinciaal bestuur aan te wijzen als instantie aan wie tot 1 januari 2004 de melding van afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.40 moet plaatsvinden. De bepalingen ten aanzien van deze melding in de PMV zullen gedurende deze periode van toepassing blijven. Deze aanwijzing laat onverlet dat de feitelijke uitvoering hiervan kan worden overgelaten aan het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen, zoals in een groot aantal provincies is geschied.
Hetzelfde geldt voor de vermelding op de lijst van inzamelaars als bedoeld in artikel 10.45 en de handhaving daarvan. Ik ben voornemens het provinciaal bestuur gedurende de overgangsperiode tot 1 januari 2003 aan te wijzen als instantie die namens mij zorg draagt voor vermelding op de lijst van inzamelaars en de handhaving daarvan. De huidige bepalingen hieromtrent in de PMV zullen in stand blijven. Een wijziging zal alleen in die zin optreden dat een vermelding op de lijst in één provincie zal gelden als een bevoegdheid om in geheel Nederland in te zamelen. Ik verzoek de provincies daarom ervoor zorg te dragen dat de betreffende informatie ook bij de andere provincies bekend is.
In bijlage 1 bij deze brief is nader ingegaan op de diverse artikelen van de wet en op welke consequenties de overgangsperiode heeft voor met name de planning en regelgeving op provinciaal niveau. De wet heeft slechts een beperkt aantal gevolgen voor de regelgeving op gemeentelijk niveau. Het is echter niet uitgesloten dat de algemene plaatselijke verordening (APV) op enkele punten zal moeten worden aangepast. Hierbij wordt gedacht aan de zorgplicht, het zwerfafval en het vergunningstelsel voor het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
In bijlage 2 is een gedetailleerde werkwijze opgenomen ten aanzien van het melden en registreren in de overgangsperiode tussen de inwerkingtreding van de Regeling Europese afvalstoffenlijst en het Besluit afgifte, ontvangst en vervoer van afvalstoffen.
In bijlage 3 is een overzicht gegeven van de in voorbereiding zijnde uitvoeringsbesluiten en -regelingen op rijksniveau.
In bijlage 4 is een vergelijking gemaakt tussen de nieuwe wet en de model-PMV en de gevolgen voor de overgangsperiode. Hieruit wordt duidelijk welke bepalingen van de PMV blijven bestaan en welke komen te vervallen.
Als bijlage 5 treft u aan een tekst van de bepalingen omtrent afvalstoffen in de Wet milieubeheer , zoals deze komen te luiden na inwerkingtreding van de onderhavige wetswijziging. Gelijk met de inwerkingtreding van de wetswijziging zal een integrale tekst van de Wet milieubeheer in het Staatsblad verschijnen. [1]
Samengevat verzoek ik de provincies en de gemeenten te bezien of de terminologie en verwijzingen in de regelgeving op provinciaal en gemeentelijk niveau moet worden aangepast. De gemeenten wordt verzocht te bezien of de APV op genoemde punten moet worden aangepast. Voorts verzoek ik de provincies:
- akkoord te gaan met de aanwijzing tot 1 januari 2004 als instantie aan wie de melding van afvalstoffen moet plaatsvinden, en de handhaving daarvan;
- akkoord te gaan met de aanwijzing tot 1 januari 2003 als instantie die zorgt voor vermelding op de lijst van inzamelaars en de handhaving daarvan;
- de gebondenheid van de provincies aan het TJP-A en het MJP-GAII te doen ophouden op het moment dat het Landelijk afvalbeheersplan gaat gelden;
- zorg te dragen voor één landelijke lijst voor de registratie van inzamelaars;
- vóór 1 mei 2002 dossiers ten aanzien van de inzamelvergunningen toe te zenden aan de in bijlage 1 genoemde instantie.
In verband met artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht verneem ik graag binnen een maand van de provincies of zij met de genoemde tijdelijke aanwijzingen kunnen instemmen. Wellicht ten overvloede wijs ik erop dat de voor de uitvoering van deze taken in het provinciefonds opgenomen middelen gedurende deze overgangsperiode gecontinueerd zullen worden.
Vanzelfsprekend zal ik u tijdig informeren over op handen zijnde wijzigingen in de regelgeving. In de komende periode zal hierover uitgebreid voorlichting aan gemeenten, provincies en het betrokken bedrijfsleven worden gegeven. Ik verzoek u uw medewerking te verlenen, zodat de overgang van de bestaande naar de nieuwe structuur van het beheer van afvalstoffen zo soepel mogelijk zal verlopen.
Hoogachtend,
De van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ,
Minister