Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Circulaire gevolgen regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Op welke vreemdelingen heeft deze circulaire betrekking?
3. Procedure bij de IND
A. De vreemdeling overlegt documenten
B. De vreemdeling overlegt (vooralsnog) geen documenten en legt een eigen verklaring af
C. De vreemdeling persisteert bij de oorspronkelijk geregistreerde identiteit en nationaliteit
4. Procedure bij de GBA
A. De vreemdeling wordt voor het eerst ingeschreven in de GBA
B. De vreemdeling is reeds ingeschreven in de GBA
5. Mogelijke relatie met de Burgerlijke Stand
6. Fraude
7. Afwikkeling
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Circulaire gevolgen regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet

Circulaire gevolgen regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet
1. Inleiding
In deze circulaire vragen wij uw aandacht voor het volgende. Bij besluit van 25 mei 2007 heeft het Kabinet ingestemd met een regeling ter afwikkeling van de nalatenschap van de oude Vreemdelingenwet (verder te noemen de regeling).
Onderdeel van deze regeling is een procedure waarbij vreemdelingen die onder de werking ervan vallen en aan bepaalde voorwaarden voldoen, eenmalig in de gelegenheid worden gesteld om ten overstaan van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) binnen twee maanden hun juiste identiteit (naam, geboortedatum, geboorteplaats en geboorteland) en nationaliteit aan te tonen.
Het doel van deze regeling is niet alleen ervoor te zorgen dat de betrokken vreemdeling met de juiste identiteits- en nationaliteitsgegevens in de Nederlandse overheidsadministraties wordt opgenomen, maar ook dat de in de verschillende administraties opgenomen gegevens – binnen de bestaande verantwoordelijkheden en bevoegdheden van degenen die deze administraties bijhouden – op elkaar worden afgestemd. In deze circulaire worden GBA-ambtenaren geïnformeerd over de werkwijze van de IND inzake het afgeven van een verklaring, waarin de bevindingen zijn neergelegd van het door de IND ingestelde onderzoek met betrekking tot de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling die onder de werking van de regeling valt. Tevens is in deze circulaire een aanbeveling opgenomen aan GBA-ambtenaren over hoe om te gaan met deze verklaringen van de IND. De beschreven processen zijn daarmee voor GBA-ambtenaren binnen de bestaande wettelijke kaders een handreiking om op eenduidige wijze uitvoering te geven aan de gevolgen van het besluit van het kabinet om de daarin beschreven categorie vreemdelingen eenmalig de mogelijkheid te bieden de juiste gegevens omtrent hun identiteit en nationaliteit naar voren te brengen. De zaken die u ingevolge deze circulaire door de IND zullen worden aangeleverd, betreffen uitsluitend personen ten aanzien van wie geen gegevens zijn opgenomen in Nederlandse akten van de Burgerlijke Stand. Voor de Burgerlijke Stand wordt u verwezen naar het bepaalde in paragraaf 5.
2. Op welke vreemdelingen heeft deze circulaire betrekking?
Het gaat blijkens de regeling uitsluitend om gevallen waarin twijfel bestaat omtrent de daadwerkelijke identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Zij worden gedurende een periode van twee maanden door de IND in de gelegenheid gesteld de juiste gegevens alsnog naar voren te brengen. Op deze wijze kan op basis van de juiste identiteits- en nationaliteitsgegevens een verblijfsdocument worden verleend.
Aan vreemdelingen die in verschillende procedures verschillende identiteiten of nationaliteiten hebben opgegeven, waarvan in rechte is vastgesteld dat hieraan geen geloof kan worden gehecht, wordt geen verblijf op grond van de regeling verleend. Zij vallen daarmee per definitie buiten het bereik van de regeling.
Van de hier geboden mogelijkheid kan door de vreemdeling slechts gebruik worden gemaakt zolang nog geen verblijfsdocument op grond van de regeling is verstrekt. Een vreemdeling van wie de gegevens op grond van de regeling zijn gewijzigd of die inmiddels van een verblijfsdocument is voorzien, komt derhalve niet (meer) in aanmerking voor de in de regeling geboden mogelijkheid om ten overstaan van de IND zijn juiste identiteits- of nationaliteitgegevens naar voren te brengen.
Deze circulaire is evenmin van toepassing op verzoeken van een ingeschrevene in de GBA om correctie van zijn (identiteits-)gegevens, indien dit een vreemdeling betreft die niet onder de werking van de regeling valt.
3. Procedure bij de IND
Onderstaand treft u aan de wijze waarop het proces van wijziging van gegevens omtrent identiteit en nationaliteit van de vreemdeling bij de IND vorm is gegeven. De procedure kent verschillende fasen.
In eerste instantie wordt de vreemdeling door de IND in de gelegenheid gesteld om ten overstaan van de ambtenaar van de IND de juiste identiteits- en nationaliteitsgegevens aannemelijk te maken. Daarbij is van belang of de vreemdeling al dan niet in staat is tot overlegging van (nieuwe) documenten. Indien er geen (nieuwe) documenten worden overgelegd, kan onder bepaalde voorwaarden de vreemdeling ten overstaan van de IND ambtenaar een eigen verklaring afleggen die dient als basis voor de juiste identiteits- en nationaliteitsgegevens. Tenslotte is het denkbaar dat de vreemdeling geen gebruik maakt van de geboden mogelijkheid en blijft bij de door hem oorspronkelijk aangegeven (en geregistreerde) identiteit en nationaliteit. Het voorgaande leidt tot de volgende mogelijkheden:
A. De vreemdeling overlegt documenten
De ambtenaar van de IND zal na een gedegen onderzoek een verklaring opstellen waarin wordt gesteld dat in de documenten vermelde gegevens aannemelijk worden geacht in het licht van nader door de IND uitgevoerd onderzoek naar de identiteit en de nationaliteit van de betrokken persoon. De verklaring wordt samen met een kopie van de bijbehorende documenten door de IND schriftelijk toegezonden aan de afdeling Burgerzaken van de gemeente waar de vreemdeling in de GBA is of moet worden ingeschreven. De schriftelijke verklaring van de IND geldt tevens als bewijs dat de betrokken vreemdeling rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000 . Als ingangsdatum van het rechtmatig verblijf geldt altijd conform de regeling 15 juni 2007.
B. De vreemdeling overlegt (vooralsnog) geen documenten en legt een eigen verklaring af
De vreemdeling geeft de IND te kennen geen (nieuwe) documenten te kunnen overleggen en legt bij de ambtenaar van de IND enkel een eigen verklaring af om de twijfel aan zijn identiteit of nationaliteit weg te nemen. Door de ambtenaar van de IND zal dan gedegen worden onderzocht of de opgegeven identiteit en nationaliteit aannemelijk kunnen worden geacht in het licht van het eerdere onderzoek van de IND. Tevens wordt nagegaan of betrokkene daadwerkelijk niet in staat is om binnen een redelijke termijn aan de noodzakelijke documenten te komen en derhalve geacht moet worden in bewijsnood te verkeren. Daarbij zijn verschillende situaties denkbaar:
B.1. In het geval de door de vreemdeling opgegeven identiteit en nationaliteit aannemelijk worden geacht en tevens wordt geoordeeld dat er sprake is van bewijsnood, zal de ambtenaar van de IND een verklaring van die strekking opstellen. In de verklaring zal worden gesteld dat de in de eigen verklaring van de vreemdeling genoemde gegevens aannemelijk worden geacht in het licht van nader door de IND uitgevoerd onderzoek naar de identiteit en de nationaliteit van de betrokken persoon. De verklaring wordt samen met een kopie van de eigen verklaring van de vreemdeling door de IND schriftelijk toegezonden aan de afdeling Burgerzaken van de gemeente waar de vreemdeling in de GBA is of moet worden ingeschreven.
B.2. Indien de door de vreemdeling in zijn eigen verklaring opgegeven identiteit en nationaliteit naar het oordeel van de IND weliswaar aannemelijk worden geacht, maar de ambtenaar van de IND van oordeel is dat de vreemdeling niet in bewijsnood verkeert omdat hij wel documenten kan verkrijgen, zal aan de vreemdeling alsnog worden verzocht deze documenten te overleggen (dan wel deze aan te vragen bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het gestelde land van herkomst). Mocht de vreemdeling hierin slagen dan maakt de ambtenaar van de IND een verklaring op als bedoeld onder A, die samen met een kopie van de bijbehorende documenten schriftelijk aan de afdeling Burgerzaken van de gemeente wordt gezonden. Slaagt de vreemdeling hierin niet (of slechts ten dele) en wordt alsnog bewijsnood aangenomen dan wordt door de ambtenaar van de IND een verklaring opgesteld als bedoeld onder B.1. die samen met een kopie van de eigen verklaring van de vreemdeling (en van de documenten voor zover die wel konden worden verkregen) door de IND schriftelijk wordt toegezonden aan de afdeling Burgerzaken van de gemeente.
B.3. Indien de vreemdeling van wie de in zijn eigen verklaring opgegeven identiteits- en nationaliteitsgegevens aannemelijk worden geacht geen documenten overlegt, maar deze naar het oordeel van de IND wel binnen een redelijke termijn zou moeten kunnen krijgen, zal geen bewijsnood worden aangenomen. In dat geval wordt er geen schriftelijke verklaring door de IND omtrent de identiteits- en nationaliteitsgegevens van de vreemdeling aan de afdeling Burgerzaken van de gemeente gezonden. De IND zal de vreemdeling in het bezit stellen van een verblijfsdocument op basis van de door de IND vastgestelde identiteit en nationaliteit.
B.4. In het geval de vreemdeling geen (nieuwe) documenten overlegt en de door hem afgelegde verklaring omtrent zijn werkelijke identiteit en nationaliteit na gedegen onderzoek door de ambtenaar van de IND niet aannemelijk wordt geacht, zal er eveneens geen schriftelijke verklaring door de IND omtrent de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling aan de afdeling Burgerzaken van de gemeente worden gezonden. De IND zal de vreemdeling in het bezit stellen van een verblijfsdocument op basis van de door de IND vastgestelde identiteit en nationaliteit.
C. De vreemdeling persisteert bij de oorspronkelijk geregistreerde identiteit en nationaliteit
In dat geval zal er geen schriftelijke verklaring door de IND omtrent de identiteit en nationaliteit aan de afdeling Burgerzaken van de gemeente worden gezonden. De IND zal de vreemdeling in het bezit stellen van een verblijfsdocument op basis van de door de IND vastgestelde identiteit en nationaliteit.
4. Procedure bij de GBA
De GBA-ambtenaar nodigt de vreemdeling uit om zich te melden bij de gemeente en daarbij de originelen van de documenten, voor zover deze volgens de schriftelijke verklaring van de IND aanwezig zouden moeten zijn, over te leggen. De procedure bij de GBA verschilt naar gelang er sprake is van een eerste inschrijving dan wel de betrokken vreemdeling reeds in de GBA is ingeschreven.
A. De vreemdeling wordt voor het eerst ingeschreven in de GBA
In het geval van een eerste inschrijving in de GBA worden met gebruikmaking van de overgelegde originele documenten conform het bepaalde in artikel 36 van de Wet GBA de gegevens omtrent de identiteit opgenomen. Indien geen schriftelijke brondocumenten worden overgelegd waaraan gegevens omtrent de identiteit in de GBA kunnen worden ontleend, wordt van de vreemdeling een verklaring onder eed of belofte afgenomen als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onder e van de Wet GBA. Wanneer de door de vreemdeling in de verklaring onder eed of belofte genoemde gegevens overeenkomen met de gegevens die zijn vermeld in de schriftelijke verklaring die de IND omtrent de identiteit van de vreemdeling aan de gemeente heeft gestuurd, kan er in beginsel van worden uitgegaan dat de gegevens in de verklaring onder eed of belofte juist zijn. Die gegevens (naam, geboortedatum, geboorteplaats en geboorteland) kunnen in dat geval worden geregistreerd in de GBA.
Het gegeven over de nationaliteit van de betrokken vreemdeling wordt uitsluitend opgenomen met inachtneming van het bepaalde in artikel 43 van de Wet GBA.
Indien de GBA-ambtenaar om gegronde redenen twijfels heeft over het door de ambtenaar van de IND uitgevoerde onderzoek en de daarop gebaseerde gegevens in de schriftelijke verklaring van de IND – bijvoorbeeld omdat de gegevens in de verklaring van de IND of de bij de IND overgelegde documenten niet overeenkomen met de gegevens in de verklaring onder eed of belofte of de bij de gemeente overgelegde documenten – stelt hij de IND hiervan in kennis. Het is vervolgens aan de IND om opnieuw tot een oordeel te komen over de juiste identiteit en nationaliteit van de vreemdeling en te bezien of nadere verificatie van de door de vreemdeling overgelegde documenten aan de orde is. Door de IND wordt aan de afdeling Burgerzaken van de gemeente eventueel een herziene schriftelijke verklaring gezonden. Het is vervolgens aan de GBA-ambtenaar – conform de Wet GBA – te bepalen welke gegevens omtrent de identiteit en de nationaliteit van de vreemdeling in de GBA worden opgenomen.
B. De vreemdeling is reeds ingeschreven in de GBA
Indien de betrokken vreemdeling reeds in de GBA is opgenomen en de in de GBA opgenomen gegevens omtrent de identiteit en de nationaliteit afwijken van de gegevens die vermeld staan in de schriftelijke verklaring van de IND en de eventueel daarbij gevoegde documenten die aan de ambtenaar van de IND zijn overgelegd, wordt in de eerste plaats nagegaan of de brondocumenten (waaronder ook de eventueel afgelegde verklaring onder eed of belofte) waaraan de gegevens in de GBA destijds zijn ontleend, thans moeten worden aangemerkt als vals of vervalst.
Indien de destijds gebruikte brondocumenten voor de GBA nog steeds als betrouwbaar worden aangemerkt (en de GBA-ambtenaar dus gegronde redenen heeft te twijfelen aan de juistheid van de gegevens in de schriftelijke verklaring van de IND of de overgelegde nieuwe documenten) stelt hij de IND hiervan in kennis conform hetgeen hierboven in dit hoofdstuk onder A is beschreven.
Is de GBA-ambtenaar van mening dat de brondocumenten (waaronder ook een afgelegde verklaring onder eed of belofte kan vallen) waaraan de gegevens in de GBA destijds zijn ontleend als vals of vervalst moeten worden aangemerkt en heeft hij geen twijfel aan de juistheid van de gegevens in de verklaring van de IND en de daarbij overgelegde nieuwe documenten, dan gaat hij na in hoeverre de nieuwe schriftelijke documenten als brondocument voor de GBA kunnen worden geaccepteerd om de eerder opgenomen gegevens omtrent de identiteit van de betrokken vreemdeling te corrigeren.
Indien er geen nieuwe documenten worden overgelegd waaraan gegevens omtrent de identiteit in de GBA kunnen worden ontleend, wordt van de vreemdeling een verklaring onder eed of belofte afgenomen als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onder e van de Wet GBA. Wanneer de door de vreemdeling in de verklaring onder eed of belofte genoemde gegevens overeenkomen met de gegevens die omtrent de identiteit van de vreemdeling zijn vermeld in de schriftelijke verklaring die de IND aan de gemeente heeft gestuurd, kan er in beginsel van worden uitgegaan dat de gegevens in de verklaring onder eed of belofte juist zijn. Die gegevens (naam, geboortedatum, geboorteplaats en geboorteland) kunnen in dat geval worden gecorrigeerd in de GBA.
Het gegeven over de nationaliteit van de betrokken vreemdeling kan uitsluitend worden gecorrigeerd met inachtneming van het bepaalde in artikel 43 van de Wet GBA.
In het geval de GBA-ambtenaar niettemin gegronde redenen heeft te twijfelen aan de juistheid van de gegevens in de schriftelijke verklaring van de IND of de overgelegde nieuwe documenten stelt hij de IND hiervan in kennis conform hetgeen hierboven in dit hoofdstuk onder A is beschreven.
Wanneer de GBA-ambtenaar met inachtneming van het voorgaande overgaat tot wijziging van gegevens omtrent de identiteit of de nationaliteit van de betrokken vreemdeling, gebeurt dat op de bestaande persoonslijst. Er is sprake van een correctie van de rechtsfeiten op basis van de nieuwe gegevens. De afnemers worden op de gebruikelijke wijze van de mutatie(s) van de gegevens in kennis gesteld. Het verzoek aan gemeenten is in dit geval deze mutatie(s) in een vrij bericht (Vb01-bericht) nader toe te lichten. In algemene zin worden afnemers door de Staatssecretaris van Justitie over deze regeling geïnformeerd.
5. Mogelijke relatie met de Burgerlijke Stand
In voorkomende gevallen kan er een relatie zijn met de Burgerlijke Stand. Deze relatie kan bijvoorbeeld zijn ontstaan door de geboorte van een kind of de voltrekking van een huwelijk in Nederland. Indien in een individueel geval wordt overgegaan tot wijziging van gegevens van de vreemdeling op grond van de regeling kan dit betekenen dat ook een akte moet worden aangepast. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand zal binnenkort nader worden geïnformeerd.
6. Fraude
In de gevallen waarin door de vreemdeling een onjuiste identiteit is opgegeven, zal daarvan – in het kader van deze regeling – aangifte worden gedaan door de IND. Dit staat overigens de verblijfsverlening in het kader van de hier bedoelde regeling niet in de weg.
7. Afwikkeling
De IND neemt de uitvoering van de regeling ter hand. Dit betekent dat de IND die vreemdelingen selecteert die voor de regeling in aanmerking komen. Deze vreemdelingen worden door de IND aangeschreven. Naar verwachting zal de IND begin september beginnen met het verzenden van de hiervoor genoemde schriftelijke verklaringen aan de gemeenten. De verklaringen zijn voorzien van een droogstempel en een foto van de betreffende vreemdeling om identificatie door de ambtenaar burgerzaken mogelijk te maken.
In de bijlage zijn twee modellen van verklaringen van de IND bijgevoegd ( bijlagen 1 en 2 ), te weten:
een verklaring in die gevallen dat een vreemdeling documenten heeft overgelegd;
een verklaring waarin de nieuwe gegevens aannemelijk worden geacht, maar betrokkene (geheel of gedeeltelijk) in bewijsnood verkeert om deze gegevens met documenten te onderbouwen.
Ingeval een (nieuwe) verklaring onder eed of belofte (VOE) moet worden afgelegd, die wordt onderbouwd met de schriftelijke verklaring van de IND, kan de GBA-ambtenaar hiervoor gebruik maken van een VOE, die specifiek bedoeld is voor de uitvoering van deze circulaire. Het kan voorkomen dat de identiteitsgegevens gedeeltelijk afgeleid zijn van de naamgegevens van de ouders of huwelijks/geregistreerd partner. Deze gegevens kunnen dan eveneens, met inachtneming van de toepasselijke bepalingen uit de Wet GBA, met behulp van deze VOE in de GBA worden opgenomen of gewijzigd. Het is overigens aan te bevelen dat de VOE wordt afgelegd in het bijzijn van een beëdigd tolk/vertaler. De VOE is bijgevoegd als bijlage 3 .
Naar verwachting zal de regeling in april 2008 zijn afgewikkeld. Indien in de GBA wordt overgaan tot inschrijving dan wel correctie van de gegevens van de betreffende vreemdeling stelt de GBA-ambtenaar de IND hiervan binnen twee maanden met een formulier op de hoogte (zie bijlage 4 ).
Ingeval afdelingen Burgerzaken vragen hebben over de verklaring kunnen zij hiervoor contact opnemen met de helpdesk voor de gemeenten van de IND op telefoonnummer 0316 - 741490. Gemeenten kunnen over de regeling eveneens contact opnemen met de helpdesk van het agentschap BPR op telefoonnummer 088 - 9001000.
De
Staatssecretaris
De
Staatssecretaris