Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Circulaire bijzondere opsporingsgelden
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Artikel 1. Begripsbepalingen
Artikel 2. Soorten toe te kennen bijzondere opsporingsgelden
Artikel 3. Centrale registratie en jaaroverzicht bijzondere opsporingsgelden
Artikel 4. Geen toekenning of beschikbaarstelling van tipgeld
Artikel 5. Financiële beloning van informanten door derden
Artikel 6. Geen toekenning of beschikbaarstelling van een beloning
Artikel 7. Verplicht volgen aanvraagprocedures
Artikel 8. Verzoek tot herziening van een beslissing
Artikel 9. Inwerkingtreding
Artikel 10. Citeertitel
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.

Circulaire bijzondere opsporingsgelden

Circulaire bijzondere opsporingsgelden
Houdende regels van de Minister van Veiligheid en Justitie inzake het toekennen en beschikbaar stellen van gelden ten behoeve van de financiële beloning van informanten, burgerinfiltranten, burgerpseudokopers, burgerpseudodienstverleners en tipgevers, alsmede voor het toekennen en beschikbaar stellen van toon-, pseudokoop-, opkoop- en andere bijzondere gelden ter ondersteuning van de opsporing.
Tipgeld
a. Geld dat op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie door de Minister van Veiligheid en Justitie beschikbaar wordt gesteld voor een informant, burgerinfiltrant, burgerpseudokoper of burgerpseudodienstverlener wegens door hem verstrekte inlichtingen of door hem verrichte diensten, die hebben geleid of mede hebben geleid tot de opheldering van een strafbaar feit.
b. Geld dat op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie door de Minister van Veiligheid en Justitie beschikbaar wordt gesteld voor een informant, burgerinfiltrant, burgerpseudokoper of burgerpseudodienstverlener wegens door hem verstrekte concrete inlichtingen, die hebben geleid tot de inbeslagneming van contant geld dan wel ander waardevol (on)roerend goed, en welke inbeslagneming zonder die inlichtingen niet zou hebben kunnen plaatsvinden, voorzover het Openbaar Ministerie de ontneming dan wel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen contant geld dan wel ander waardevol (on)roerend goed vordert of heeft gevorderd, dan wel bij vonnis door de rechter is uitgesproken.
c. Geld dat, zonder dat de verstrekte inlichtingen of de verrichte diensten tot opheldering van een strafbaar feit hebben geleid, op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie door de Minister van Veiligheid en Justitie beschikbaar wordt gesteld voor een informant of een burgerinfiltrant in een geval dat:
i. het plegen van een strafbaar feit, op grond van veiligheidsrisico's of andere zwaarwegende belangen in opdracht van het openbaar ministerie door de politie is voorkomen;
ii. de met betrekking tot een strafbaar feit verstrekte inlichtingen het algemeen belang of een zwaarwegend economisch belang hebben gediend;
iii. de inlichtingen hebben geleid tot de opsporing van zaken van (nagenoeg) onvervangbare waarde;
iv. de informant of burgerinfiltrant in opdracht van het openbaar ministerie niet langer in een onderzoek kan worden gebruikt in verband met zijn veiligheid of met het afbreukrisico voor dit onderzoek;
v. de informant of burgerinfiltrant, gelet op de duur van het onderzoek waarin hij wordt gebruikt, naar het oordeel van het openbaar ministerie, een incidentele aanmoedigingspremie in de vorm van een voorschot op het naar verwachting toe te kennen tipgeld dient te worden verstrekt;
vi. op grond van prioriteitstelling door het openbaar ministerie, het tactisch onderzoek naar aanleiding van de verstrekte inlichtingen gedurende langere tijd wordt uitgesteld;
vii. de verstrekte inlichtingen hebben geleid tot een voltooide opkoop, zoals bedoeld in artikel 1, onder f. van deze regeling;
viii. de door specifieke bron(nen) verstrekte inlichtingen een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan een strategisch, tactisch en/of operationeel keuzedocument, of in een afgeschermde toelichting daarop, welke binnen het stuur- en weegmodel van het Openbaar Ministerie en de politie gezamenlijk, tot een concrete beslissing aanleiding heeft gegeven; of
ix de verstrekte inlichtingen hebben geleid tot de aanhouding van een gezochte en/of gesignaleerde verdachte of veroordeelde van een ernstig misdrijf.
d. Pseudokoop
Hetgeen daaronder wordt verstaan in de artikelen 126i en 126q (politiële pseudokoop) en de artikelen 126ij en 126z (burgerpseudokoop) van het Wetboek van Strafvordering.
e. Beloning
Geld dat op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie door de Minister van Veiligheid en Justitie beschikbaar wordt gesteld voor een tipgever.
f. Opkopen
Het met toestemming van de betrokken hoofdofficier van justitie, zonder strafvorderlijk oogmerk, kopen van een voor het leven of de gezondheid van personen bijzonder gevaarlijk goed, waarvan het ongecontroleerd bezit bovendien in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
g. Opkoopgeld
Geld dat op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie door de Minister van Veiligheid en Justitie beschikbaar wordt gesteld voor het opkopen van een goed.
h. Toongeld
Geld dat op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie door de Minister van Veiligheid en Justitie voor bepaalde duur ter beschikking wordt gesteld om een infiltrant van een opsporingsdienst in staat te stellen blijk te geven van zijn belangstelling en kredietwaardigheid voor de aankoop van criminele goederen.
i. Onkosten- en uurvergoedingen
De geldelijke vergoeding aan een informant of burgerinfiltrant ter goedmaking van of tegemoetkoming in de met machtiging van het Openbaar Ministerie en op verzoek van een opsporingsdienst met betrekking tot het inwinnen van criminele inlichtingen gemaakte onkosten of gewerkte uren.
j. Schadevergoeding
De geldelijke vergoeding aan de burger die, in een geval waarop de Circulaire bijzondere opsporingsgelden ziet, bijstand heeft verleend aan de politie, ter goedmaking van of tegemoetkoming in geleden materiële schade met betrekking tot de normale lijfsgoederen, alsmede met betrekking tot een voertuig of een ander privé- eigendom, dat op verzoek van een opsporingsdienst en met machtiging van het openbaar ministerie met betrekking tot de bijstandsverlening is gebruikt.
1.
Op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie kan de Minister van Veiligheid en Justitie op grond van deze circulaire de volgende gelden toekennen:
a. (een voorschot op) tipgeld;
b. een beloning;
c. pseudokoopgeld;
d. opkoopgeld; en
e. toongeld.
2.
Onkosten- en uurvergoedingen, als bedoeld in artikel 1, onder i en schadevergoedingen, als bedoeld in artikel 1, onder j, worden in beginsel uit de financiële middelen van de betrokken opsporingsdienst betaald. In bijzondere gevallen kan de Minister van Veiligheid en Justitie, op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie, echter besluiten een onkosten-, uur- of schadevergoeding toe te kennen.
3.
In het belang van de opsporing van een ernstig misdrijf of de voorkoming daarvan, of indien andere zwaarwichtige redenen in het kader van de opsporing daartoe aanleiding geven, kan de Minister van Veiligheid en Justitie onder nader te stellen voorwaarden, op verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie, ook in andere gevallen dan genoemd in het eerste en tweede lid, bijzondere gelden toekennen.
1.
Het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) registreert in een doorlopend register alle zaken waarbij het in het kader van de uitvoering van deze circulaire betrokken is geweest.
2.
Jaarlijks, in de maand maart, zendt de korpschef van het KLPD, door tussenkomst van de hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket, aan de Minister van Veiligheid en Justitie een overzicht van de zaken waarin in het voorafgaande kalenderjaar tipgeld is toegekend. De hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket zendt een exemplaar van dit overzicht ter kennisneming aan de voorzitter van het College van procureurs-generaal.
Dit overzicht bevat, uitgesplitst per opsporingsdienst:
1. het totaal aantal zaken per delictsoort;
het gemiddeld uitbetaalde bedrag per delictsoort;
het totale bedrag aan tipgeld dat is toegekend; en
de door derden, al dan niet met een afgegeven garantstelling, in het vooruitzicht
gestelde of uitbetaalde financiële beloningen ten behoeve van informanten.
Het jaaroverzicht bevat voorts het aantal en de soort zaken (met vermelding van de bedragen), waarin het KLPD bij de uitvoering van toongeld-, pseudokoopgeld- of opkoopgeldzaken, dan wel zaken als bedoeld in artikel 2, derde lid, een adviserende, ondersteunende of uitvoerende rol heeft gespeeld.
Daarnaast worden in dit overzicht gegevens opgenomen over de uitgeloofde beloningen.
In het jaaroverzicht worden geen gegevens vermeld die herleidbaar zijn tot concrete zaken of personen.
Artikel 4. Geen toekenning of beschikbaarstelling van tipgeld
Onverminderd de overige voorwaarden die in deze circulaire aan de toekenning of beschikbaarstelling zijn gesteld, wordt geen tipgeld toegekend of beschikbaar gesteld indien:
a. blijkt dat de persoon die de inlichtingen heeft verstrekt als verdachte kan worden aangemerkt met betrekking tot de strafbare feiten waarover hij informeert;
b. drie of meer jaren zijn verstreken nadat de verstrekte inlichtingen voor tactisch gebruik bij proces-verbaal beschikbaar zijn gesteld dan wel nadat de diensten zijn verricht. Bij langlopende onderzoeken kan op deze termijn een uitzondering worden gemaakt op gemotiveerd verzoek van de betrokken hoofdofficier van justitie.
1.
In het geval met betrekking tot een Nederlands strafrechtelijk onderzoek een derde een financiële beloning ten behoeve van een informant in het vooruitzicht heeft gesteld of aan de desbetreffende opsporingsdienst heeft uitbetaald, wordt in beginsel door de Minister van Veiligheid en Justitie geen tipgeld meer beschikbaar gesteld.
2.
In het geval de door een derde ten behoeve van een informant in het vooruitzicht gestelde of betaalde financiële beloning meer dan € 250 lager ligt dan de financiële beloning die in het concrete geval door de Minister van Veiligheid en Justitie zou zijn toegekend, kan een informant, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, ter aanvulling tot het gebruikelijke bedrag, tipgeld worden toegekend.
Artikel 6. Geen toekenning of beschikbaarstelling van een beloning
Onverminderd de overige voorwaarden die in deze circulaire aan de toekenning of beschikbaarstelling zijn gesteld, wordt geen beloning toegekend of beschikbaar gesteld indien:
a. blijkt dat de persoon die de inlichtingen heeft verstrekt als verdachte kan worden aangemerkt met betrekking tot de strafbare feiten waarover hij informeert; of
b. een met machtiging van de hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket uitgeloofde beloning niet (tijdig) is gepubliceerd. Publicatie geschiedt door middel van een raambiljet van de betrokken hoofdofficier van justitie, vervaardigd en landelijk verspreid door Dienst IPOL van het KLPD. In plaats van of naast het gebruik van een raambiljet, kan publicatie, na voorafgaande toestemming van de behandelend ambtenaar van het Team Informatie en Operationele Coördinatie, ook plaatsvinden in een landelijk of regionaal televisieprogramma van een zendgemachtigde waarmee het Openbaar Ministerie een samenwerkingscontract voor de opsporingsberichtgeving heeft gesloten.
Artikel 7. Verplicht volgen aanvraagprocedures
Aanvragen voor de toekenning en beschikbaarstelling van de gelden, genoemd i,n artikel 2 van deze circulaire, worden afgehandeld overeenkomstig de procedure zoals voor het betreffende geval in de instructie van het Openbaar Ministerie is voorgeschreven.
1.
Indien (voor een deel) een afwijzende beslissing is genomen op een op grond van deze circulaire gedaan verzoek, kan de betrokken hoofdofficier van justitie de Minister van Veiligheid en Justitie, door tussenkomst van de aangewezen ambtenaar van het Landelijk Parket en uiterlijk binnen zes weken na het bekend worden van de beslissing, verzoeken een nieuwe beslissing te nemen.
2.
Een verzoek, als bedoeld in het eerste lid, is schriftelijk en bevat de gronden waarop de bezwaren tegen de beslissing rusten.
Artikel 9. Inwerkingtreding
Deze circulaire treedt in werking op 1 januari 2011.
Artikel 10. Citeertitel
Deze circulaire kan worden aangehaald als: Circulaire bijzondere opsporingsgelden.
Den Haag, 30 december 2010
De
Staatssecretaris