Rechtenmedia.nl - Juridische Online Uitgeverij  Rechtennieuws.nl | Jure.nl | Maxius.nl | Parlis.nl | Rechtenforum.nl | JBmatch.nl | MijnWetten.nl | AdvocatenZoeken.nl | Rechtentotaal.nl
Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika houdende een overeenkomst inzake jurisdictie over Nederlandse schepen die gebruik maken van de Louisiana Offshore Oil Port, Washington, 16-03-1981
Bwb-id:
Officiele titel:
Citeertitel:
Ook bekend als:
Soort regeling:
Wetsfamilies:
Eerst verantwoordelijk ministerie:

Geldigheidsdatum:
Ingangsdatum:
Inhoudsopgave
Nr. I
Nr. II
SPEAKING NOTE
Nr. I
Nr. II
Vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature

Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht

Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika houdende een overeenkomst inzake jurisdictie over Nederlandse schepen die gebruik maken van de Louisiana Offshore Oil Port, Washington, 16-03-1981

Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika houdende een overeenkomst inzake jurisdictie over Nederlandse schepen die gebruik maken van de Louisiana Offshore Oil Port
(authentiek: en)
DEPARTMENT OF STATE WASHINGTON
March 9,1981
Excellency:
I have the honor to refer to the discussions which have taken place between representatives of our two Governments in connection with the establishment of deepwater ports off the coast of the United States and the jurisdictional requirements of the United States Deepwater Port Act of 1974, and to confirm that the two governments are in agreement that vessels registered in or flying the flag of the Kingdom of the Netherlands and the personnel on board such vessels utilizing the Louisiana Offshore Oil Port (LOOP, Inc.), a deepwater port facility established under the Deepwater Port Act of 1974 for the purposes stated therein, shall, whenever they may be present within the safety zone of such deepwater port, be subject to the jurisdiction of the United States and of the Kingdom of the Netherlands, on the same basis as when in coastal ports of the United States.
It is the understanding of the Government of the United States and of the Government of the Kingdom of the Netherlands that this agreement shall not apply to vessels registered in or flying the flag of the Netherlands merely passing through the safety zone of the Louisiana Offshore Oil Port without calling at or otherwise utilizing the port.
If the foregoing is acceptable to your Government, I have the honour to propose that this Note, together with your reply thereto indicating acceptance, shall constitute an agreement between the United States of America and the Kingdom of the Netherlands, which shall enter into force on the date on which the Government of the United States receives from the Government of the Netherlands notice that the procedures constitutionally required therefor in the Kingdom of the Netherlands have been fulfilled, and shall remain in force until terminated by six months' written notice by either party to the other.
Accept, Excellency, the renewed assurances of my highest consideration.
For the Secretary of State:
(sd.) B. BOYD HIGHT
His Excellency
Dr. Jan H. Lubbers,
Ambassador of the Netherlands
ROYAL NETHERLANDS EMBASSY Washington, D.C.
March 16, 1981
VA/3240
Excellency,
I have the honour to acknowledge receipt of your Note of March 9, 19.81, the terms of which are as follows:
[Red: (Zoals in Nr. I)]
I have the honour to state that the Netherlands Government agrees to this arrangement and will regard your Note and this reply as constituting an agreement between our two countries, which shall enter into force on the date on which the Government of the Kingdom of the Netherlands notifies the Government of the United States that the procedures constitutionally required therefor in the Kingdom of the Netherlands have been fulfilled, and shall remain in force until terminated by six months' written notice by either party to the other.
Accept, Excellency, the renewed assurances of my highest consideration.
(sd.) J. H. LUBBERS
J. H. Lubbers
Ambassador of the Netherlands
The Honorable
Alexander M. Haig, Jr.
Secretary of State
Department of State
Washington, D.C. 20520
The agreement between our two countries entered into today by exchange of Notes relates to jurisdiction governing the use of the Louisiana Offshore Oil Port by vessels registered in or flying the flag of the Kingdom of the Netherlands and the personnel on board such vessels.
This port is the first oil terminal to be licensed under the US Deepwater Port Act of 1974. As you are aware, Denmark, Norway, Sweden and the United Kingdom have already exchanged similar diplomatic Notes on the subject.
Although the text of the Notes states that jurisdiction in the deepwater port shall be exercised "on the same basis" as when in coastal ports of the United States, I should mention that during the discussions between representatives of our two Governments, the Netherlands delegation referred to the right to contest, under international law, individual provisions of United States laws in the same way that this could be done in relation to United States coastal ports. Specifically the Netherlands delegation recalled that, in connection with the ports in the territory of the United States where it fully recognised the jurisdiction of the United States under international law, the Netherlands might nevertheless wish to raise objection to certain aspects of the enactment or application of United States law on the grounds that it was not justified by international law, by an agreement binding on the two parties or by the relevant decisions of international organisations binding on the parties. This was true in every case where one state lawfully exercised jurisdiction over the vessel of another state. It appeared to the Netherlands delegation that the same would be true in the case of the jurisdiction specifically recognised by this agreement in favour of the United States in the case of vessels calling at or otherwise utilising United States deepwater ports. I understand that the United States delegation confirmed during the discussions that the understanding of the Netherlands delegation on this point was correct. The conclusion of this agreement is therefor without prejudice to the attitude of the Netherlands Government towards jurisdictional questions relating to other maritime matters.
(vertaling: nl)
MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN WASHINGTON
9 maart 1981
Excellentie,
Ik heb de eer te verwijzen naar besprekingen die hebben plaatsgehad tussen vertegenwoordigers van onze beide Regeringen in verband met de totstandkoming van havens voor schepen met grote diepgang („deepwater ports”) buiten de kust van de Verenigde Staten en de vereisten de jurisdictie betreffende, vervat in de „Deepwater Port Act” (Wet inzake havens voor schepen met grote diepgang) van de Verenigde Staten van 1974, en te bevestigen dat de beide Regeringen zijn overeengekomen dat schepen die zijn geregistreerd in of de vlag voeren van het Koninkrijk der Nederlanden en het personeel aan boord van deze schepen die gebruik maken van de „Louisiana Offshore Oil Port (LOOP, Inc.)” (buitengaatse oliehaven van Louisiana), een havenvoorziening voor schepen met grote diepgang die krachtens de „Deepwater Port Act” van 1974 tot stand is gekomen voor de daarin vermelde doeleinden, steeds wanneer zij zich binnen de veiligheidszone van een „deepwater port” bevinden, onderworpen zullen zijn aan de rechtsmacht van de Verenigde Staten en het Koninkrijk der Nederlanden, op dezelfde wijze alsof zij zich in een kusthaven van de Verenigde Staten bevinden.
De Regering van de Verenigde Staten en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zijn het onderling eens dat deze overeenkomst niet van toepassing is op schepen die zijn geregistreerd in of de vlag voeren van Nederland die slechts door de veiligheidszone van de „Louisiana Offshore Oil Port” heen varen zonder daar aan te leggen of anderszins van deze haven gebruik te maken.
Indien het bovenstaande voor Uw Regering aanvaardbaar is, heb ik de eer voor te stellen dat de onderhavige Nota en Uwer Excellenties desbetreffend antwoord een overeenkomst zullen vormen tussen de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden, die in werking zal treden op de datum waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de Regering van de Verenigde Staten mededeelt dat aan de in het Koninkrijk der Nederlanden ten aanzien van deze overeenkomst grondwettelijk vereiste procedures is voldaan en die van kracht zal blijven totdat zij wordt beëindigd door middel van een schriftelijke kennisgeving door een van de beide partijen, gedaan aan de andere partij met inachtneming van een termijn van zes maanden.
Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.
Voor de Minister van Buitenlandse Zaken,
(w.g.) B. BOYD HIGHT
Zijner Excellentie Dr. Jan H. Lubbers
Ambassadeur van het Koninkrijk der
Nederlanden
AMBASSADE VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN Washington, D.C.
16 maart 1981
VA/3240
Excellentie,
Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uw Nota van 9 maart 1981, van de volgende inhoud:
[Red: (Zoals in Nr. I)]
Ik heb de eer U mede te delen dat de Nederlandse Regering instemt met deze regeling en dat Uwer Excellenties Nota en dit antwoord zullen worden geacht een overeenkomst te vormen tussen onze beide landen, die in werking zal treden op de datum waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de Regering van de Verenigde Staten mededeelt dat aan de in het Koninkrijk der Nederlanden ten aanzien van deze overeenkomst grondwettelijk vereiste procedures is voldaan en die van kracht zal blijven totdat zij wordt beëindigd door middel van een schriftelijke kennisgeving door een van de beide partijen, gedaan aan de andere partij met inachtneming van een termijn van zes maanden.
Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.
(w.g.) J. H. LUBBERS
J. H. Lubbers
Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden
Zijner Excellentie
Alexander M. Haig, Jr.
Minister van Buitenlandse Zaken
Ministerie van Buitenlandse Zaken
Washington, D.C. 20520